donderdag 18 september 2014

in den vreemde: ontdekken (7)


Bijna een maand alweer, dat wij vertoeven in het Turkse Göcek. Het huis is aardig op orde en in het dorp zijn al diverse mensen die groeten, omdat wij elkaar regelmatig tegenkomen. Op de markt krijgen we korting, omdat we geen toeristen zijn.

Telkens weer "ontdekken" wij onze nieuwe wereld. Een tocht langs een breed scala van onderwerpen. Overdag hebben we bij elkaar misschien drie uur geen zon gehad en twee keer een bui van hooguit twintig druppels water. Dikke druppels, dat wel. Vrijwel dagelijks zien wij donkere wolken, die zich boven land samen pakken. Soms hoor je het gedonder van een onweersbui. Zo direct aan de kust, merken we, zitten we erg goed. Op het slapen na leven we vrijwel buiten, sinds we hier gekomen zijn. Amper een paar kilometer verderop blijkt het weer anders. Grilliger en natter. Soms komt Wilma van de berg en dan hebben zij regen gehad, kou, of het was bewolkt. In een rechte lijn misschien twee kilometer hier vandaan,
en 520 meter hoger. Op de weerkaart zie ik inderdaad Turkije soms schuil gaan onder een dik pak bewolking, terwijl hier het zonnetje onverkwikkelijk de stralen op ons doet schijnen.

Een andere ontdekking is van meer praktische aard. We leren steeds beter de weg kennen en dat wat wij nodig hebben ons toe te eigenen. De winkels in Göcek, de markten hier en in Fethiye. We kunnen de winkels vinden, die we nodig hebben. En met Turkse vertaling lukt het steeds beter meer complexe zaken aan te schaffen, als een verbindingsstuk op een kraan, schroeven, gordijnrails, en noem maar op. En iedere dag komt er weer iets bij. Dan realiseer je jezelf hoe vanzelfsprekend het leven in Nederland eigenlijk was. Niets nieuws, of je kende daar de weg. Alles kon je in een handomdraai vinden. Alles is hier relatief toch nog nieuw. Ik vraag mij soms af hoe lang het duurt voordat de dingen hier "gewoon" worden. De andere kant is dat dit alles het leven wel intenser en spannender maakt. Je bent veel bewuster bezig met de kleinste dingen. Daarnaast kom je ook meer basale zaken tegen. Is het stofzuigen een hele klus in Nederland, hier veeg en dweil je de vloer soms wel drie keer per dag even. Zweerde ik in Nederland bij een vaatwasmachine, hier doen we het gewoon lekker op de hand (ik moet wel toegeven dat ik niet mag afwassen, maar spoel wel en ruim de vaat ook op). Het lijkt hier makkelijker even iets te doen. Dagelijks ga ik minimaal een keer naar het dorp voor een boodschap. Geen enkel probleem.

Het verkeer is een verhaal apart. Vanavond zat ik op de waranda en dacht aan Curacao. Daar rijden ook auto's rond met luide muziek, uitbundige verlichting en nogal eens met forse herrie. Opvallend is dat de Tofak (Turkse versie van de Fiat) het uitgelezen merk blijkt om op te vallen. Wat wil je ook, meestal zijn het oude wrakken. Ook op de weg is het gedrag te herleiden naar merk (en soms type). Bij een Tofak let ik altijd erg op, daar het rijgedrag per
definitie volledig onbetrouwbaar blijkt (voorsorteren naar rechts, om links af te slaan, plots te remmen, bumper kleven, etc.). Zie je een Renault 12 (ja die bestaat hier nog in grote getale) is opletten belangrijk, vooral omdat zij niet alleen traag rijden, maar ook op alles suffig reageren. Überhaupt moet je hier in het verkeer zeer goed opletten. Spookrijden is niets bijzonders. Motoren scheuren overal dwars voor en elkaar zo scherp mogelijk snijden lijkt de nationale hobby. Overigens de motorrijder draagt bijna altijd een helm, maar de passagier zelden. Dat het zo vaak goed gaat blijft verbazingwekkend. Feit is wel dat je in dit verkeer extra alert bent, waardoor het misschien juist goed gaat...

De weg van en naar Fethiye ken ik nu wel. Het dorp hier ook in grote lijnen. Vorige week ben ik in mijn eentje door Fethiye gaan lopen. Leuk, want ik ontdekte tal van nieuwe winkels. Niet dat ik er nu alles al weet te kopen (indien nodig), maar de stad biedt duidelijk meer dan ik aanvankelijk als indruk kreeg. Ja, er is zelfs een varkensslager. Maar naast de steden en dorpen is er ook de omgeving om te verkennen. Laatst zijn we naar een ver strandje gereden. Een schitterende weg en een erg leuk strandje. Mede omdat we een logee hebben verrijken wij onze horizon. Gisteren waren wij bij Saklıkent; een kloof met typisch oosterse terrassen boven het koele water. Op de terugweg zagen we een bordje met iets van een waterval. Wij er naar toe. Een geweldige ervaring. In een relatief dor land vol olijfbomen is een trap naar beneden. Een behoorlijk eind nog en stijl. Beneden een oase van groen en tal van varens. Vervolgens moest je driehonderd meter het stroompje op lopen. Het meest door het water, soms langs een droog stukje. De waterval is niet echt spectaculair, maar wel leuk. Vooral verrassend.

Het leuke van het leven in den vreemde is dat je op tal van manieren je leven weer moet ontdekken. Daardoor leef je ook een stuk intenser en krijgt het leven meer waarde. Natuurlijk ben ik al in vele landen geweest. Nu is het anders. Ik was altijd op vakantie, speelde toch in meer of mindere mate de toerist. Nu is het mijn (nieuwe) leven. Een andere rol en een andere insteek. Ik vind iedere dag dan ook weer boeiend. Het rare is alleen, dat we nu vijf weken weg zijn en ik het gevoel heb straks weet naar huis te moeten. Dat hoeft nu niet meer. Voorlopig is dit mijn thuis en ik ga nog heel veel ontdekken...

 


in den vreemde: ontdekken (6)


 

Bijna een maand alweer, dat wij vertoeven in het Turkse Göcek. Het huis is aardig op orde en in het dorp zijn al diverse mensen die groeten, omdat wij elkaar regelmatig tegenkomen. Op de markt krijgen we korting, omdat we geen toeristen zijn.

Telkens weer "ontdekken" wij onze nieuwe wereld. Een tocht langs een breed scala van onderwerpen. Overdag hebben we bij elkaar misschien drie uur geen zon gehad en twee keer een bui van hooguit twintig druppels water. Dikke druppels, dat wel. Vrijwel dagelijks zien wij donkere wolken, die zich boven land samen pakken. Soms hoor je het gedonder van een onweersbui. Zo direct aan de kust, merken we, zitten we erg goed. Op het slapen na leven we vrijwel buiten, sinds we hier gekomen zijn. Amper een paar kilometer verderop blijkt het weer anders. Grilliger en natter. Soms komt Wilma van de berg en dan hebben zij regen gehad, kou, of het was bewolkt. In een rechte lijn misschien twee kilometer hier vandaan, en 520 meter hoger. Op de weerkaart zie ik inderdaad Turkije soms schuil gaan onder een dik pak bewolking, terwijl hier het zonnetje onverkwikkelijk de stralen op ons doet schijnen.

Een andere ontdekking is van meer praktische aard. We leren steeds beter de weg kennen en dat wat wij nodig hebben ons toe te eigenen. De winkels in Göcek, de markten hier en in Fethiye.
We kunnen de winkels vinden, die we nodig hebben. En met Turkse vertaling lukt het steeds beter meer complexe zaken aan te schaffen, als een verbindingsstuk op een kraan, schroeven, gordijnrails, en noem maar op. En iedere dag komt er weer iets bij. Dan realiseer je jezelf hoe vanzelfsprekend het leven in Nederland eigenlijk was. Niets nieuws, of je kende daar de weg. Alles kon je in een handomdraai vinden. Alles is hier relatief toch nog nieuw. Ik vraag mij soms af hoe lang het duurt voordat de dingen hier "gewoon" worden. De andere kant is dat dit alles het leven wel intenser en spannender maakt. Je bent veel bewuster bezig met de kleinste dingen. Daarnaast kom je ook meer basale zaken tegen. Is het stofzuigen een hele klus in Nederland, hier veeg en dweil je de vloer soms wel drie keer per dag even. Zweerde ik in Nederland bij een vaatwasmachine, hier doen we het gewoon lekker op de hand (ik moet wel toegeven dat ik niet mag afwassen, maar spoel wel en ruim de vaat ook op). Het lijkt hier makkelijker even iets te doen. Dagelijks ga ik minimaal een keer naar het dorp voor een boodschap. Geen enkel probleem.

Het verkeer is een verhaal apart. Vanavond zat ik op de waranda en dacht aan Curacao. Daar rijden ook auto's rond met luide muziek, uitbundige verlichting en nogal eens met forse herrie. Opvallend is dat de Tofak (Turkse versie van de Fiat) het uitgelezen merk blijkt om op te vallen. Wat wil je ook,
meestal zijn het oude wrakken. Ook op de weg is het gedrag te herleiden naar merk (en soms type). Bij een Tofak let ik altijd erg op, daar het rijgedrag per definitie volledig onbetrouwbaar blijkt (voorsorteren naar rechts, om links af te slaan, plots te remmen, bumper kleven, etc.). Zie je een Renault 12 (ja die bestaat hier nog in grote getale) is opletten belangrijk, vooral omdat zij niet alleen traag rijden, maar ook op alles suffig reageren. Überhaupt moet je hier in het verkeer zeer goed opletten. Spookrijden is niets bijzonders. Motoren scheuren overal dwars voor en elkaar zo scherp mogelijk snijden lijkt de nationale hobby. Overigens de motorrijder draagt bijna altijd een helm, maar de passagier zelden. Dat het zo vaak goed gaat blijft verbazingwekkend. Feit is wel dat je in dit verkeer extra alert bent, waardoor het misschien juist goed gaat...

De weg van en naar Fethiye ken ik nu wel. Het dorp hier ook in grote lijnen. Vorige week ben ik in mijn eentje door Fethiye gaan lopen. Leuk, want ik ontdekte tal van nieuwe winkels. Niet dat ik er nu alles al weet te kopen (indien nodig), maar de stad biedt duidelijk meer dan ik aanvankelijk als indruk kreeg. Ja, er is zelfs een varkensslager. Maar naast de steden en dorpen is er ook de omgeving om te verkennen. Laatst zijn we naar een ver strandje gereden. Een schitterende weg en een erg leuk strandje. Mede omdat we een logee hebben verrijken wij onze horizon. Gisteren waren wij bij Saklıkent; een kloof met typisch oosterse terrassen boven het koele water. Op de terugweg zagen we een bordje met iets van een waterval. Wij er naar toe. Een geweldige ervaring. In een relatief dor land vol olijfbomen is een trap naar beneden. Een behoorlijk eind nog en stijl. Beneden een oase van groen en tal van varens. Vervolgens moest je driehonderd meter het stroompje op lopen. Het meest door het water, soms langs een droog stukje.
De waterval is niet echt spectaculair, maar wel leuk. Vooral verrassend.

Het leuke van het leven in den vreemde is dat je op tal van manieren je leven weer moet ontdekken. Daardoor leef je ook een stuk intenser en krijgt het leven meer waarde. Natuurlijk ben ik al in vele landen geweest. Nu is het anders. Ik was altijd op vakantie, speelde toch in meer of mindere mate de toerist. Nu is het mijn (nieuwe) leven. Een andere rol en een andere insteek. Ik vind iedere dag dan ook weer boeiend. Het rare is alleen, dat we nu vijf weken weg zijn en ik het gevoel heb straks weet naar huis te moeten. Dat hoeft nu niet meer. Voorlopig is dit mijn thuis en ik ga nog heel veel ontdekken...

 


zaterdag 13 september 2014

in de vreemde: vacuum (6)


Inmiddels verblijven wij bijna een maand buiten Driehuis. Drie weken inmiddels in Turkije. Een nieuw leven, waarbij op termijn Turkije en Nederland afgewisseld zullen worden. De eerste weken was het opbouwen, maar nu heb ik af en toe het gevoel op vakantie te zijn. Misschien komt dat doordat we momenteel een logee hebben. Ik heb nu wel het gevoel in een soort vacuüm te zitten.

Natuurlijk is het een omgeving die je in feite alleen van het vakantie vieren kent. Dat we er nu leven vergt een omschakeling. In eerste instantie ging dit vlot en voelde ik mij snel thuis. Het voelde ook als “thuis”. Dat is op zich niet veranderd en inmiddels voel ik mij meer en meer thuis. Daarnaast merk ik da wij dingen doen, die juist weer meer op vakantie lijken. Een middag varen op de boot van Hassan en Wilma. Op zich wel lekker het water, maar ik ben niet meer zo een zeiler. Vroeger was ik dat wel. Op het Alkmaardermeer. Dan had je wat te doen. Nu kijk je vooral naar de omgeving, maar veel is er niet te doen. Met de afstanden hier ga je af en toe eens overstag en verder is het voortsukkelen. Net als bij een motorboot, alleen gaat die niet zo schuin. Op Facebook maakte ik als de opmerking: zeilen is een actieve manier om je te vervelen. Dat geldt natuurlijk ook voor het varen op een motorboot. Nee, dan is Nederland in het voordeel.
Na de boottocht gingen we eten bij de lokale pizzeria. Dan krijgt het vakantiegevoel toch echt de overhand. Gisteren wandelden we eind van de middag naar het dorp, om bij Blue een biertje te drinken. Omdat het Happy Hour was namen we ook een cocktail. Tegen donker kwamen we thuis aan. Koken en eten, onderwijl nodigde de buurvrouw (Kristina) ons uit voor een party. Na de laatste happen dus op naar de buren voor een avond stevig doorzakken. Iets wat je doet op vakantie. Overigens heb ik het zelf heel rustig aan gedaan, omdat ik enorme last van mijn rug had. Vannacht speelde dat ook nog op. Ik heb me suf geslikt aan pillen en ben wel vijf keer uit bed geweest. Dat is dan net weer Nederland. Ondertussen mailen en bellen met de bank en de makelaars, post via de mail ontvangen en vanmiddag gaan we via binnen weggetjes naar een strand verderop. Het ene moment leef ik hier, het andere moment vier ik een soort vakantie. Het klinkt gek, maar ik heb daar op de een of andere manier moeite mee. Gek, mede omdat ik mijn structuren en neurotische gedrag toch redelijk in Nederland heb achter gelaten.  Misschien mis ik de nieuwe structuren, of zijn die nog niet voldoende in mij geslopen. Ik weet het niet. Ik vraag mij dan wel af, in zo een situatie, wat doe ik hier nu eigenlijk. Wat is de bedoeling hier? Dan merk je het verschil tussen emotie en de ratio. Waarschijnlijk is dat een logische ontwikkeling bij een stap als welke wij nu gemaakt hebben. Ik weet het niet, maar brengt mij wel even in verwarring.

Een van de dingen om naar Turkije was, voor mij, een zekere rust te vinden. Een kalm ritme en een “we zien wel” mentaliteit er op na te houden. Ik voel me daarentegen soms juist opgejaagd en minder vrij. Ik “moet” zo veel en kom aan de meeste dingen niet eens toe. Het tempo is lager, dus zelfs op een drukke dag presteer je minder dan in Nederland. Helemaal niet erg. Op zich wel lekker. Alle feestjes en uitjes maken dit echter weer tot een verhoging van de druk. In plaats van ontspanning brengt het mij op dit moment spanning, alhoewel ik de vinger er dus niet op kan leggen hoe dit nu werk, of in elkaar zit. Vast voer voor psychologen…

Bijzonder is dat je met zo’n verhuizing blijkbaar diverse stadia door maakt. Zoals ik eerder al beschreef heb je een periode dat je een heleboel dingen (onbewust) verwerkt. Ook het besef dat je hier woont en geen vakantie viert is een proces wat ergens in je hersenen af speelt. Al zeg ik over enkele maanden misschien dat ik met hangende pootjes terug naar Nederland wil (wat ik mij overigens niet kan voorstellen) ik heb een bijzondere ervaring opgedaan.

Qua wonen hebben we de basis nu wel op orde. Ik kan daar goed mee leven. Dat moet ook wel, want het weinige geld dat we er voor hadden hebben we goed moeten besteden. Dat is gelukt, maar nu is het geld weer even een tijdje op. Ook een soort vacuüm. We moeten nog een keer hout hebben om van de matrassen een echt bed te maken. We moeten een keer op zoek naar een kachel en ook het koken vergt nog een aanpassing, want het Campinggas stel  blijft wel heel erg behelpen. En zo zijn er meerdere zaken die nog geregeld moeten worden. Op dit moment kan er even niks, maar gebeurt er ook even niks. Ook wat betreft zaken die geen financiële gevolgen hebben, maar wel opgepakt moeten worden, zoals de verblijfsvergunning. Anders moet je na drie maanden over de grens. Nu mogen we gedurende een half jaar drie maanden hier zijn. Dat schiet niet op. Geld kost het niet, maar je paspoort ben je wel vijf weken kwijt. Hoe dat nu weer zit wanneer ik in oktober naar Nederland ga is ook lastig, want dan is de termijn weer net te krap. Moet ik in Nederland weer een nieuw visum aanvragen.
Langzaam merk je dat het leven in den vreemde ook een aantal verplichtingen met zich mee brengt en dat je een aantal zaken moet regelen. In een land als Turkije voel je jezelf al snel een soort analfabeet. Gelukkig hebben we hulp, maar er zijn dus momenten dat ik het allemaal niet kan plaatsen. Ondertussen krijg ik kritiek dat ik de hele dag (het was maar een halve overigens) zit te tekenen. Ja, wanneer ik hier iets op wil bouwen moet ik juist tekenen. En moet ik schilderen. Aan de dingen om het gewone leven op te pakken kom ik nog niet. Geen onwil, maar er lijkt steeds iets anders te zijn, wat belangrijker is. Ik ga dat niet ontkennen, maar het werkt niet in het voordeel voor een snelle integratie. Zo ook met mijn Turks. Ik wil dat langzaam gaan leren. Op mijn manier. Tot nu toe heb ik nog geheel geen rust gevonden, en geen gelegenheid, hier een start mee te maken. Ik blijf maar hangen in “Merhaba”.

Ik wil niet ontevreden over komen. Dat ben ik ook niet. Wel beschrijf ik weer een fase, welke blijkbaar aan onze stap vast zit. Het zal ook zeker wel goed komen en de boel regelt zich wel weer. Ook dat is Turkije. Ik heb nog geen moment spijt deze stap genomen te hebben, maar ontdek wel dat het niet altijd even lichtzinnig opgevat moet worden. Al kan dat per persoon natuurlijk ook verschillen. Alleen al de manier waarop wij buiten leven… dat maakt bijna alles goed….




zondag 7 september 2014

In den vreemde: thuis komen (5)

de waranda, in de ochtend beschermd tegen de zon



Vannacht heb ik voor het eerst, sinds wij uit Driehuis vertrokken, de hele nacht geslapen en voor het eerst er ’s nachts niet uit geweest. De hele heftige (en verwerking-) dromen zijn weer verdwenen. De rust begint langzaam in mijn hoofd terug te keren.

Aanvankelijk hadden wij het idee om bij Ikea Izmir bedden te bestellen. Hele simpele, met eenvoudige matrassen, bed ombouw en lattenbodem.  Wel iets goedkoper, dan in Nederland. Het probleem was dat het met de creditcard van Reina niet lukte. Nou, en dan blijven de dingen hangen. Tot we een paar dagen geleden in Fethye waren. Misschien daar matrassen kopen… En in de eerste beddenwinkel werden we direct geconfronteerd met buitensporige prijzen: Tempur, twee keer zo duur als in Nederland. Gelukkig bleek verderop een gordijnenwinkel te zitten, waar bloemrijke matrasje buiten lagen.  Bij navraag bleek dat ze daar matrassen maakten. Op maat, op kleur, wat je maar wilde. Na een uur zouden zij klaar zijn, maar dat werd voor ons maar even de volgende dag. Twee matrassen van 90 bij 210 en 15 centimeter dik voor  55 euro per matras…. Het zijn geweldige, vrij harde matrassen. Nu hebben we er twee nachten op geslapen. Geweldig dus. Sowieso is het prettig, na drie weken op een bed te liggen waar ik in pas, zonder dat mijn voeten ergens in het niets hangen.  Wanneer we nu nog wat pallets op de kop tikken kunnen we er een echt bed van maken.

Aan de overkant van de beddenwinkel zagen we stoelen. Vrij massief, maar wel goed. Ze zaten goed en zijn gemaakt van skai. Drie modellen. Een er van een soort zitzak. Prima om onderuit te kunnen zitten, in plaats van altijd op de terrasstoelen.  Voor 120 euro hebben we nu vier stoelen besteld. Morgen ophalen. De kleur konden we helemaal zelf bepalen. Dit keer kozen wij voor rood. Alles bij elkaar zijn we nog goedkoper uit, dan wanneer we een van de goedkoopste bedden via Ikea hadden aangeschaft.  Een beetje rondkijken en informeren levert hier iedere keer weer de nodige winst op.

We zijn hier nu bijna twee weken. Inmiddels heb ik de laatste dagen ook echt het gevoel van thuis komen. Ja, ik ben thuis gekomen. De dagelijkse leuke dingen en onhebbelijkheden hebben hun plaats weer ingenomen. Er is weer structuur. Anders dan in Nederland, maar daar gaat het niet om. Alhoewel, ik mag absoluut niet meer afwassen. Daar heb ik niet echt principiële bezwaren tegen. De was is het domein van Reina, en ook daar ben ik niet rouwig om. Er is weer ritme en balans. Om de dag gaan we ’s avonds naar het dorp en laten we de honden los, op een veldje voor de terrassen en tussen de zee. De eerste dagen waren dit een paar rennende en blaffende honden. Inmiddels lijken ook zij hun draai gevonden te hebben. Het mooiste vind ik wel iedere keer dat wanneer zij nog blaffen naar de andere honden, die andere honden bepaald geen behoefte hebben hun kop ook maar op te heffen. En veel honden lopen los, waarbij zij veelal duidelijk maken wat hun territorium is. En dat zoiets relatief heilig is beginnen die snurkers van ons inmiddels wel door te krijgen. Alleen Noah maakt nog wel eens een verkeerde inschatting.
 
pentekening; uitzicht naar de zijkant
Vrijdag heb ik ook het huurcontract getekend. Ook dat gaat op zijn Turks. Op weg naar het zwembad werd ik gebeld voor vijf uur even langs te komen. Ik ga dus gelijk maar, omdat ik het zwempartijtje mij niet wilde laten ontgaan. Op kantoor (van Wilma en Hassan) krijg ik een wat vod achtig papier in een voor mij volledig Acadabra. Vervolgens word ik met een pak geld naar de bank gestuurd en moet er ergens in het dorp een kopie gemaakt worden. Maar dan… hebben we ons huurcontract. Voor hier betekent dit dat je eenvoudiger je verblijf kan verlengen en eventueel een werkvergunning kan vragen. En ondanks dat ik de ballen begrijp van dat papiertje is ook dat weer een stukje “thuis komen”.
Het is verbazingwekkend hoe snel een dergelijk gevoel groeit. Amper drie weken weg van de oude vertrouwde plek. Ongetwijfeld zal de reis een rol gespeeld hebben. Letterlijk zijn wij naar onze nieuwe bestemming gereden. Eenmaal hier aangekomen zijn we niet achterover gaan leunen. In tegendeel, we zijn direct de boel gaan aanpakken. Nederland lijkt inmiddels dan ook een ver verleden.  
Geschilderd heb ik nog niet. Dat heeft vooral te maken dat ik het nog te “druk” heb met allerlei dingetjes. Gisteren heb ik wel een pentekening gemaakt. De laatste pentekening heb ik meer dan twintig jaar geleden gemaakt. Ik vind het leuk te doen en wil het tekenen wat meer gaan afwisselen met het schilderen. Daarbij verkoopt een tekening straks misschien ook wat makkelijker dan een doek. Ook op die manier poog je hier je weg te vinden.

In de namiddag, veelal nadat ik nog even een boodschap heb gedaan, zit ik op de waranda nog even lekker op Facebook. Even contact met de wereld, iets wat niet alleen vertrouwd is, maar ook goed om niet helemaal vervreemd te raken van de wereld om ons heen. ’s Ochtends download ik iedere dag de Volkskrant. Ik merk dat ik deze wel heel selectief lees. Veel interesseert mij hier gewoonweg niet. De berichtgeving over IS en Oekraïne volg ik maar sporadisch. Ik blijf bij en bepaal mijn grens van informatievoorziening. Dat voelt goed. Het nieuws volg ik verder niet. Een enkele maal dacht ik nog het Journaal te kijken via Uitzending gemist, alhoewel die behoefte eigenlijk afwezig is en vooral ingezet wordt door nieuwsgierigheid. De nieuwsgierigheid welke in Nederland een deel van mijn leven bepaalde. Hier is het meer; ik zie wel.
Ik lees en ik draai mijn muziek. Ruim voldoende. Wanneer het weer slechter wordt (met name kouder dus) zullen we misschien behoefte krijgen af en toe een DVD te kijken. Dat kan bij Wilma en Hassan, op de berg wel.

Het is een heel ander leven, maar wel mijn leven. Een leven wat goed bij mij past, wat mij op allerlei manieren goed doet. Natuurlijk heb ik ook hier mijn zorgen, echter ze zijn veel makkelijker opzij te zetten, of (beter zelfs) om te buigen in constructief handelen. Wat dat betreft ben ik de omstandigheden van ons dankbaar, waardoor ik hier nu zit. Nu maar hopen dat het huis snel verkocht wordt en straks de balans gevonden wordt tussen het leven in Turkije en verblijf in Nederland. Mijn thuis is nu in ieder geval hier, de wereld is gekanteld…





woensdag 3 september 2014

In den vreemde: ritme (4)




Je leeft in een vreemd land, wat ook een vakantieland is. Dat lijkt voor veel mensen een ideaal, terwijl anderen bij de gedachte al gruwelen. Vakantie in zo een achterlijk land is al meer dan genoeg. Anderen lijkt het wonen in een vakantieland een soort verblijf in Eden, het paradijs. Feit blijft dat het leven een complex geheel is.

De eerste week was ik helemaal niet bezig met het feit of ik hier met vakantie ben, of hier woon. We hadden het druk. In het, door de temperatuur en cultuur, aangepaste tempo kwamen we onze dagen door. Er was veel te doen en je bent bezig een nieuw nestje te creëren. Dat we, twee dagen geleden, Lina van het vliegveld afhaalden gaf het gevoel hier te wonen, in ieder geval meer dan hier alleen als toerist te zijn. Ik ken het nog van Curaçao. Joop woonde daar en wanneer ik daar logeerde maakten we vaker de reis naar vliegveld Hato om mensen op te halen, of juist weg te brengen. Ik was niet op vakantie, maar woonde even bij Joop. Met dat verschil, dat ik zelf altijd na enige tijd ook weer naar Hato gebracht werd, om naar Nederland te vliegen. Nu was ik op het vliegveld van Dalaman. Ik haalde iemand op, onze Lina. Maar dit keer ben ik de “Joop”, want ik leef nu even in dit land.
Inmiddels merk ik dat je leven deels wordt bepaald door een aantal dubbele gevoelens, waardoor je niet precies weet hoe het leven er nu eigenlijk echt uit ziet. Het komt over als enigszins onwerkelijk. Dat is het natuurlijk ook, maar tijd heelt alle wonden. Dat zegt men, maar ik geloof daar ook in.
De dag na aankomst van Lina deed ik gewoon mijn klussen. Op de berg moest ik de kippen uit het hok halen (in de ochtend) en er weer in stoppen (in de middag). Overdag heb ik de tweede tafel gemaakt. Omdat ik alleen nog kortere schroeven had moest de constructie anders… en dat was veel meer werk. Ondanks het kromme en matige hout (geen decimeter is echt recht) staat er nu wel een tafel in de kamer. Tafel nummer twee.

Er ontstaat ook een zeker dagelijks ritme. Anders dan in Nederland. In Nederland is het dagelijkse ritme ingegeven door de klok. Hier door de handelingen. Het ritme in Nederland kent een sterke structuur. En in de avond ben je moe, en hang je voor de tv, wanneer er geen andere afspraken zijn. Hier speelt tijd geen rol, en wanneer je moe bent ga je naar bed. Hier geen tv, bijna bevrijdend.
Door het ritme wat er wel is, maar de structuur er om heen ontbreekt weet je nooit wanneer je wat doet. Je staat op wanneer je wakker wordt. Meestal tussen zeven en acht uur. In Nederland had ik absoluut een wekker nodig. Naar bed gaan gebeurt tussen half tien ’s avonds en half 2 in de nacht. Ik mis mijn neurotische structuur geheel niet. Ik heb het hier ook niet nodig.
Gisteren werd ik echter even geheel uit mijn balans getrokken. Tot nu toe hadden we het water alleen op afstand en onder de douche gezien. Maar, mede omdat Lina er was, zijn we naar Yagmur gegaan. Yagmur is een appartementen hotel, waar Wilma en Hassan goede contacten mee hebben en alle keren dat wij hier zijn ook langs komen. Daar is een heerlijk zwembad. We wisten al dat we daar altijd mogen zwemmen, maar tot op heden was dat er niet van gekomen. Te druk en het paste niet in het ritme. Nu waren we er wel. Met open armen werden we ontvangen. De oude barkeeper is daar nu de baas en het eerste wat hij (inderdaad) bevestigde was dat we daar altijd het water in mogen plonsen. En dan lig je daar lekker, bestelt een drankje, neem een duik en… Opeens kreeg ik een raar dubbel gevoel. Ja, dit was harstikke lekker, maar voelde ook als vakantie. Ik bén helemaal niet op vakantie! Wat doe ik hier? Het was even of ik mijzelf niet mag gunnen aan het zwembad te hangen. Het past niet in het ritme, maar bovenal ik woon ik hier toch, en ben geen toerist…
Natuurlijk klopt dit niet. In Nederland werk je vijf dagen en in het weekend ontspan je. Ondanks dat ik al ruim vier jaar geen betaalde baan meer heb, heb ik wel altijd een zeker ritme vastgehouden. Op zondag voelde ik mij dan ook wel (soms) een zondagsschilder. We hadden een structuur, al week deze in zekere mate af van de structuur in gezinnen met werkende ouders, of ouder. En soms gingen we even een hapje halen bij Ruud, in Café Middeloo (Driehuis). Ja dat deden we daar ook, dus waarom mogen we hier niet af en toe een plons in het water maken?

Blijkbaar hebben we wel al een ritme, maar is de opbouw hiervan nog niet geheel klaar. Onzekerheden spelen misschien een rol. Ook de opmerkingen van de dames van de RABO bank blijven in mijn achterhoofd spelen. Nee, we gaan niet (leuk) op vakantie. De opmerking over dat we niet echt emigreren is van mindere importantie, omdat die verder geen direct effect op ons verblijf hier heeft. Maar die ene mevrouw heeft ook haar weekenden. Ondanks dat zij werkt en niet op vakantie heeft doet zij ook leuke dingen. Ondanks dat wij onze hypotheek niet kunnen voldoen mag ik toch nog wel iets leuks doen?

Een ding mis ik hier nog. Het prikkelt wel al, maar moet nog een plekje in het ritme krijgen. Ik heb nog geen penseel aangeraakt. Misschien moet ik eerst nog even wat gaan schetsen en tekenen, om op die wijze weer een beetje in dat ritme te komen. Ik moet wel opschieten, want eind oktober moet ik nog een schilderij af hebben. We blijven voorlopig nog bouwen en dat betekent ook dat we nog niet helemaal in ons ritme zitten. Een vriend van mij, Pieter Mantjes, heeft het jaren geleden al goed bekeken. In Portugal heeft ie een pandje opgekocht, in een klein dalletje. Daar heeft hij wat appartementjes te huur en leeft een maand of acht in Portugals en vier in Nederland. Dat doet ie al; jaren en op die wijze heeft hij zijn ritme al gevonden. Hier moeten de logeergasten vervangen worden door het schilderen. Ik bedoel, logés is prima, maar we hebben hier geen betalende gasten. Dat laatste moeten wij dus anders gaan invullen. Ik ben benieuwd hoe lang dat gaat duren, maar aan allerlei kleine dingen merk ik dat we al snel en steeds meer in ons nieuwe ritme komen…


In ieder geval, vandaag voor het eerst, wat wolkjes voor de zon… (na ongeveer 12 dagen alleen zon…) en heeft Reina mijn baard getrimd en haar geknipt…


zondag 31 augustus 2014

In den vreemde; de verwerking (3)



Sinds wij uit Nederland zijn vertrokken droom ik weer. ’s Nachts, of tijdens mijn middagdutje. De oude vertrouwde dromen waarin het reizen een prominente rol speelt. Echter, in mijn dromen is een toegevoegde waarde.

Inmiddels ben ik vier jaar zonder werk. Blijkbaar heb ik dat geaccepteerd zonder daar concreet iets mee te doen. Al drie keer heb ik gedroomd over mijn collega en baas, Nico van Kan. De eerste keer was in een Portugese omgeving, voor zover ik mij nog kan herinneren. De derde keer staat mij nog iets bij van een vreemd werkbezoek. Mijn dromen worden nu regelmatig gecombineerd met zaken uit, met name, mijn arbeidsverleden.
Nico van Kan
Vier jaar lang ben ik daar eigenlijk helemaal niet meer mee bezig geweest, behalve dat ik de feiten accepteerde en door ging. Nu blijkt dat er toch sprake is van een rouwproces en ik dit niet eerder ben aangegaan. Pas nu lijk ik echt met die verwerking te beginnen. Geheel vreemd komt dit niet over op mij. Mijn moeder stierf in 1980, na een kort ziekbed aan kanker. Ondanks mijn verdriet werd ik gedwongen verder te gaan met mijn leven. Na een jaar begon ik over haar te dromen. Onder meer dromen dat zij nog leefde, maar in een geheel andere hoedanigheid. Een totaal andere vrouw, die qua uiterlijk als ook ten aanzien van haar persoonlijkheid nauwelijks meer te herkennen was.
De reden dat ik geen gelegenheid had tot enige verwerking was de omstandigheid dat ik werkte als groepsleider in een thuis voor moeilijk opvoedbare kinderen met een beperking. Na de crematie moest ik al snel aan de slag en mijn eerste confrontatie was  een pupil die op mij af kwam en zei: ha, ha, jouw moeder is lekker dood… Wat ik er mee aan moest wist ik niet (ik was pas 24 en had weinig ervaring met dergelijke zaken). Dus stopte ik het weg. Maar een rouwproces kan je niet wegstoppen. Via de dromen kwam het terug. Na die dromen gaf ik haar dood ook bewust een plaatsje in mijn leven. Pas toen had ik het feitelijk moeilijk.
Nu is er niemand dood. Nou ja, er zijn mij al teveel mensen ontvallen, echter in dit geval gaat het niet over het verlies van mensen, maar het verlies van werk. Een plek waar ik al 26 jaar mij had voor ingezet. Door een lullige fusie werd mij een toekomst onmogelijk gemaakt. Ondanks dat het werk weg was gevallen ging ik door. Het leven haalde mij steeds in. Met de politiek, mijn relatie, het wonen, de problemen, tot het vertrek naar Turkije. Het schilderen is in zekere mate ook een uitlaatklep, maar veel meer voor zaken die heftig en actueel waren (of zijn). Ik heb de lange arbeidsovereenkomst altijd wat weggewuifd.

Tot nu dus. Door het dromen. Pas nu besef ik wat het belang van dat werk is geweest. De impact op mijn leven, maar ook hoe ik mij heb kunnen uiten en neerleggen in die werkkring, met die collega’s en die omstandigheden. Natuurlijk is het lekker dat ik niet meer iedere ochtend om acht uur in de file hoef te staan. Zo praat je eenvoudig iets negatiefs goed. Alleen, zo eenvoudig ligt het niet. Eerder gaf ik al aan dat je tegenover iedere negatieve ervaring een positieve ervaring neer kan zetten en omgekeerd. Echter, daar tussen speelt nog de zaak van het afscheid nemen, de rituelen en het afronden. Door het uiteen vallen van onze divisie werd mijn vertrek ook een geruisloos gebeuren. Ik heb de zaak niet afgerond. Vier jaar heb ik er over gedaan daar achter te komen. Via mijn dromen.
Het veranderde leven in den vreemde maakt mij niet een ander mens, maar haalt mijzelf weer in mij naar boven. Zo heb ik mijn hele leven altijd veel gedroomd en waren reizen en verre, of exotische, oorden het centrale onderwerp. De afgelopen vier jaar heb ik nauwelijks meer gedroomd. Vroeger had ik altijd fantasieën; ik zag iets en kon er een eigen realiteit omheen bouwen. Dat was weg. Een tijd lang zag ik het als een gevolg van het gehuwde leven, maar dat is gelul natuurlijk. Daar kom ik nu achter. Alles komt weer teug. Nee, vier jaar lang heb ik mij laten opslurpen door continue met alleen de realiteit bezig te zijn. Als een tornado ging ik aan mijn gevoelens voorbij en door. Door en telkens maar weer door.
Het leven hier is ook door gaan, alhoewel het hier een andere betekenis heeft. Alles is ook losser. Een aantal problemen zijn niet weg met ons verblijf hier. De meeste problemen echter heb ik letterlijk achtergelaten. Ik voel dat ik weer langzaam tot bloei kom. Ik word weer losser, neem de tijd om te genieten en pak de tijd om iets te doen, aan te pakken. Zoals vandaag dat ik een Bougainville heb gekocht, want als je hier woont hoort er een Bougainville in je tuin. Gemijmer over de toekomst is er niet. Nu kijk ik over mijn schouder. Ik kijk de afgelopen jaren terug, zonder dit bewust te zien. Misschien moet ik zeggen: ik voel de afgelopen jaren terug, dat wat ik aan gevoel heb ontbeert. Niet bewust, blijkt nu. Het feit dat ik mij in een omgeving bevind waar de ingrediënten zijn om een aantal zaken te verwerken. Een rouwproces klinkt zo zwaar, alhoewel dat er misschien wel op lijkt. Het gevoel is echter heel bevrijdend. Vanuit mijn onbewuste ben ik eindelijk allerlei zaken aan het afronden. Ik sta voor een enorme boekenkast naast een stapel ervaringen. Nu heb ik eindelijk de positie om die stapel in de boekenkast te leggen. Alles daar waar het hoort, ieder zijn eigen plank, zijn eigen schap.

De eerste week, na ons vertrek, was ik vooral verwonderd. Verwonderd weer te dromen en te voelen. Nee, weer anders te voelen. Het is een beetje als landen. Na een lange vlucht ben ik aan het landen, maar de baan is lang. Gelukkig, want ik hoef niet hard te remmen.

Ik zit hier in Gocek, op een kampeertafeltje, achter het gaas van de woonkamer. Het verkeer komt voorbij. Geen televisie om mij achter te verstoppen. Voor mij mijn laptop. Krekels en verkeer. Rust. Klam voelt mijn huid van de hoge temperaturen. Klam, maar ook koel. Ik ben geland… nu rijdt ik langzaam uit. Het besef van hoelang ik al weg ben is eigenlijk al weg. Dit is mijn leven. Een leven wat bij mij past, waar ik mijzelf kan zijn. Niet dat ik mij anders voor deed of mijzelf verloochende, nee, ik toonde maar een tipje. Je kan het hele verhaal vertellen, of je verteld een deel. In het laatste geval lieg je niet, maar de ander zal nooit je verhaal leren kennen. Nu leer ik het hele verhaal te vertellen. Ik hoef geen dingen meer weg te laten. Geen zaken om mij aan te moeten passen. Er is geen enkele reden mij te bewijzen of te laten zien wat ik allemaal wel kan. Ik weet wat ik kan en de ander mag oordelen. Ik weet wat ik ben en de ander mag oordelen. Ik weet wie ik ben en de ander mag oordelen.
Mijn leven lang ben ik oprecht geweest. Dat heeft nogal eens tegen mij gewerkt. Het eerste zal ik blijven, het tweede is geen punt van orde meer.

Hoelang zal het proces duren? Niemand die het weet. Wel durf ik aan te geven dat ik door mijn huidige omstandigheid eindelijk een heleboel zaken kan gaan verwerken. Zo voelt dat, zo gaat dat. Niet meer jakkeren, maar gewoon de acceptatie. Gek, wat het leven in den vreemde allemaal met je kan doen. Ondanks dat niet alles goed voelt of positief is, met het verwerken, maar eigenlijk voel ik mij nu al twee weken heel erg gelukkig. Daar blijf ik aan werken.

vrijdag 29 augustus 2014

Leven in den vreemde; de eerste vijf dagen (2)




Voor de oplettende lezer eerst nog wat feiten. De reis zijn we gestart om 7 uur in de ochtend en beëindigd, ’s avonds 7:15 uur. Hiermee zijn wij exact een week onderweg geweest, waarbij wij de laatste dag exact 12 uur onderweg geweest zijn.

Inmiddels merk ik wel dat dit soort feiten en feitjes mij in toenemende mate minder doen. Het is allemaal wel goed zo. Nee, inmiddels zijn een paar dagen in het Turkse land en hier ligt nu mijn leven, even. Het laatste woord is overigens een niet nader te definiëren rekbaar begrip. Hierbij moet ik direct denken aan de dames van de RABO bank; de een die het had over emigreren, de ander over vakantie (beiden met een zekere afgunst in hun stem). Mij is nu al duidelijk: dit is geen vakantie. Eveneens om te emigreren hebben wij veel te veel achter gelaten. Het leven ligt nu dus even hier, maar Nederland zal met zich enige regelmaat moeten instellen op mijn aanwezigheid binnen de landsgrenzen. Formeel zelfs vier maanden per jaar.

Het nadeel in Turkije is dat ik met alles heel snel afdwaal. Het gaat om het hier. Het uitladen van de aanhanger, dinsdag de eerste klus. Dan denk je niet zoveel mee te hebben genomen, pak je uit en denk je: mijn hemel wat hebben we veel mee. En dat niet alleen. Alles moet gesjouwd worden en dan merk je dat vrijwel alle dozen en plastic bakken overmatig ingepakt zijn, wat betreft het gewicht. Met het Turkse tempo besef je dat je een dag aardig kan vullen met bovengenoemde activiteiten. Veel pauzes zijn noodzakelijk, maar al spoedig was de aanhanger leeg. Ja, zelfs enkele spullen vonden al hun plek. Zo was ik blij met mijn stereo installatie… alleen miste ik twee belangrijke zaken; een stekker, en een tulpstekker.  Boven het bed opgeblazen, daar wij vooralsnog onze aanwezigheid op kampeerniveau dienen te houden. Voordeel is dat er een elektrisch pompje op zit. Vervolgens last van de hitte. Geen wind, dus erg benauwd. Achteraf bleek het ook nog eens van de warmste dagen van het jaar te zijn geweest. Gelukkig waren mijn zwager en schoonzus uitermate behulpzaam, tevens werden wij uitgenodigd de maaltijd gezamenlijk te nuttigen, bij hen op de berg. Overigens heeft u een tuin waar u met een BMW nauwelijks naar boven komt, door de klim in de tuin en een scherp bochtje? Mijn schoonzusje dus wel!
Na het eten zat de eerste dag er feitelijk alweer op, om ons door het nachtelijke te worstelen richting tweede dag. Ook de tweede dag was voornamelijk thuisgebonden. Dingen een plaatsje geven, lampjes regelen, boodschapjes doen en kennis maken met onze buren. Dit hadden wij de eerste dag al gedaan, maar ditmaal werden wij uitgenodigd voor de borrel. Aardige mensen uit Zweden, gastvrij en redelijk dranklustig. Dat past wel bij ons. Minder bij het landelijk politieke beleid alhier. Dat bleek niet echt een probleem. Wel leidde dit tot mijn eerste Turkse kookkunsten; een eenpansgerecht met bulgur. Omdat onze buren andere plannen hadden bleef het wel een maaltijd voor twee. Nog geslaagd ook.
Ondanks dat ik de hele dag bezig was geweest, wederom met de nodige pauzes, lijken de dagen om te vliegen. Dag twee zat er alweer zo goed als op. Wij vleiden ons neer op het luchtmatras, maar later de deze nacht miste ik mijn dierbare. Zij bleek een koelere nachtplek te hebben opgezocht, eerste op de waranda, daarna in de woonkamer. Dat was de tweede nacht alweer. Of volgde die tweede nacht op de derde dag? Besef van tijd vervliegt nu al na een paar dagen. Feit is dat ik haar twee nachten kwijt was.
 
Baai van Gocek
Omdat er ook spijkers met koppen geslagen moesten worden zijn wij met schoonzus Wilma naar Fethye gereden, langs diverse tweedehands winkels. Bepaald niet te vergelijken met de kringloopwinkel in Nederland. Dus hebben we ons toch een nieuwe koelkast aangeschaft. Wel nog een oud tafeltje en vier bruine plastic stoeltjes. Hoe snel normen kunnen verschuiven….
Op de terugweg hebben we de waaier opgehaald en nog wat spulletjes van de berg mee genomen, waarmee er al enige huislijkheid aan het ontstaan is. Inmiddels had ik al muziek en mij eerste cd gedraaid: HAIR. Verder scharrel ik wat door de tuin en heb ik die dag wat lampen opgehangen en enkele felle pitten voorzien van wat gezelliger licht, zoals een goed Hollander betaamd. Even in de hangmat en verder vermaakte ik mij prima, ware het niet op het al aangepaste tempo. Reina zorgde voor de avonddis en eindelijk beschikten wij over internet… een moeizame verbinding via de Wi-Fi van de buurman. Soms moet je tegen de muur zitten voor een beetje internet. Maar alles op zijn tijd en de situatie zal zich zeker verbeteren. Communicatie met de wereld is weer mogelijk, en dat is in deze tijd toch een essentieel onderdeel van ons bestaan.

De vierde dag hebben we de laatste spullen naar boven gebracht, ons even als toeristen gedragen en een biertje gedronken op het terras, maar bovenal ben ik redelijk vroeg in de ochtend op pad gegaan met de aanhanger,  om de koelkast op te halen. De verkoper zag waarschijnlijk voor het eerst van zijn leven sjorbanden, want na honderd meter schoof het apparaat al over de kar. Uit zicht gestopt en alles even echt goed vastgemaakt om de komende dertig kilometer veilig te overbruggen. En ik sta nog niet voor de deur, of mijn zwager stond achter mij. Dus konden Hassan en ik snel het pronkstuk naar binnen tillen.
Nu ben ik dus al in de war. De dag van aankomst aten we in het dorp. Dag 1 bij Wilma op de berg, dag 2 kookte ik, dag 3 kookte Reina. Op de een of andere manier zit ik dus nog bij ons derde dag. Dag 4 heb ik namelijk wederom in de pannen geroerd. Dag vier was trouwens eindelijk een zeer passieve dag. Aan het eind van de ochtend wilde ik even liggen en vervolgens heb ik drie uur geslapen. En gedroomd. Het laatste fragment was een orgasme in een hokje in een klooster. Op het punt van het orgasme opende ik de deur en er kwam zoveel vocht uit mij dat ik de vier glurende nonnen bevochtigde. Tja, dan wordt het tijd om op te staan. Dat deed ik ook maar, alhoewel er verder  niet veel uit mijn handen kwam. Nog even lekker gelezen in de hangmat en gekookt. Ik begrijp de titel van Remco Campert steeds beter: het leven is verukkelijk…
 
de winkelstraat
De volgende dag stond weer in het teken van de activiteit. Tenminste… bij een temperatuur van 32 graden is er niets aan de hand, maar bij een gevoelstemperatuur van 42 graden moet je toch iets rustiger aan doen. Dat hebben we al twee dagen en duurt waarschijnlijk nog een dag. Volgende week schijnt het weer “gewoon” warm te worden. Op zich heb ik daar overigens geen enkel probleem mee. Zo begon de dag met de gang naar de bakker en een kopje koffie. Overigens na weer een nacht apart slapen, daar het balkon mij te krap is.
Na wat gerommel heb ik van een oud pallet en oud hout een tafel gemaakt (naar een idee van Reina!). Met karton de ontbrekende delen afgeschermd en ons plastic kleedje op maat vastgeniet. Vervolgens nam Reina haar naaimachine en vervaardigde vier gordijnen, welke inmiddels ook al hangen. Na wat gelezen te hebben ben ik even in de hangmat gaan liggen. Volslagen in slaap gevallen… Gewekt door het stugge geblaf van Noah en op mijn horloge kijkend werd duidelijk dat het inderdaad etenstijd was. Reina was overigens weg. Een vreemde gewaarwording, daar ik dit alhier niet eerder mee heb mogen maken. Veelal ben ik diegene die even weg is.

Al met al zitten onze eerste vijf dagen er op; de eerste werkweek… Nou ja, van het weekend gaan we gewoon door, want dat fenomeen kennen we hier niet. Vandaag trouwens nog wel telefoon van de RABObank gehad. De meneer gaf aan dat hij een positief advies uit zal geven, opdat de woning verhuurd mag worden. Zal het leven dan nu echt langzaam een positieve wending krijgen? Vast wel!

 Noah, blaffen, hangmat, 
De volledig gerecycelde tafel



donderdag 28 augustus 2014

leven in den vreemde; de reis

bij Bonn, dag 1, lek!
De laatste week voor het vertrek was best zwaar. Vervelende telefoontjes met de bank. De ene mevrouw had het over emigreren. Dat doen we niet. Wel wonen wij even in het buitenland, tot de mogelijkheid zich voordoet in Nederland weer een vast adres te hebben. De andere mevrouw had het over vakantie. Nogal veroordelend zelfs. Na vijf keer uitleg dat het toch een ander verhaal was leek de boodschap te zijn aangekomen. Behalve de bank waren er tal van zaken, die de laatste week intensief maakten. Afscheidsborrels, etentjes en afspraakjes naast de laatste zaken opruimen en leeghalen. Al snel besloten we niet zondag, maar maandagochtend vroeg het vertrek vast te stellen. Tijd van uitstel die nodig bleek.
Samen met buurman Marc de aanhanger opgeladen, maar ik kreeg de indruk (na een ritje tanken) dat het toch wel erg zwaar was. ’s Avonds weer een hoop van de kar afgehaald. Een beetje in een blinde greep, maar we konden met vele kilo’s minder vertrekken, en dan nog was de
behoorlijk zwaar.
in de buurt van Vukovar; veel beschoten en verlaten huizen

Om vijf uur in de vroege morgenstond ontwaakte de wekker ons ruw uit de al te korte (en slechte) nachtrust. De laatste spullen naar het atelier en uiteindelijk, na twee uur heen en weer gepeesd te hebben, honden en kat in geladen en de deur definitief achter ons op slot te hebben gedraaid ving de reis aan. Door het koude en sombere Hollands aangeveegde landschap sukkelden wij richting itse grens. De ruitenwissers deden hun werk. De snelheidsmeter zou de komende 3400 kilometer keurig tussen de 90 en 100 (op de teller) blijven. De grens over. De grens die nauwelijks een grens te noemen is. Bij het van ouds bekende Oberhausen, rechts de A3 opdraaien, welke wij tot de Oostenrijkse grens zouden volgen. Met de afslag Bonn in de spiegel hoorden wij een enorme knal. Ik wist dat wij dat waren en inderdaad; een klapband van het rechter wiel van de aanhanger. Via de ANBW kwam na ruim een uur de ADAC, de Duitse zusterorganisatie. De band was snel gewisseld. Ja, ik had de banden nog gecontroleerd. Het profiel was nog uitstekend, maar ze zagen er wel een beetje oud uit… de binnenzijde bleek verpulverd. Met de te zachte reserveband reden we nog tien kilometer tot het volgende dorp. Garage één had nog een (winterband). Garage twee beschikte wel over juiste banden. Na een uur werden we keurig geholpen en de aanhanger beschikte over twee gloednieuwe banden voor nog niet de helft van de prijs in Nederland. Het had zo moeten zijn. Na een vertraging van ongeveer een kleine twee-en-een-half uur ging de reis voort. Gestaag, tot wij (569km) aan de Main de tent opzetten.. Ventje dacht nog even dat hij vrij wandelen had, maar toen de hond mij herkende trok hij een spurt van meer dan honderd meter, en ik had hem. Eten en slapen.
het hotel in Pirot, vlak voor de Bulgaarse grens
Dag twee was aangebroken. Via Passau passeerden wij de grens. Ook zo een waar je niets van merkt en niets aan hebt. In de ochtend… middag dus, waren we rond half een vertrokken. Lang wilden we niet reizen en de campings leken dun gezaaid, waardoor wij na 482 kilometer in het onbekende Pettenbach terecht kwamen. Doorgewinterde Kroatië-gangers kenden de camping blijkbaar wel, want er waren vooral terugkerende Holanders. Bijzonderheid was dat er binnen gerookt mocht worden. Verder, net als in Nederland de nodige spetters. Ondanks de geringe afstanden van de eerste dagen hadden we het wel even gehad en besloten nog een dag in het nietszeggende oord door te brengen. Een dag van hangen, hondjes uitlaten, slapen en noem maar op. Reina was vooral bezig met haar PC en iPad en een beetje teleurgesteld dat zij alles weer voor elkaar had gekregen (dus geen nieuwe nodig…). Wel blij dat ze alles weer op orde had. En net als iedere gewone campingganger aten we en daarna naar bed. Gelukkig begonnen de honden al wat te wennen en het nachtelijks geblaf werd minder. Kato (onze kat) werd rustig, wanneer zij in de binnentent was. Genoeg ingrediënten om daags daarna de reis te hervatten. So we did!
Tunnels. Kilometers tunnels. Sommigen van een paar honderd meter tot de langste van 12 kilometer. Kanarie werd ik er van. Een tussenstop was wel even lekker, maar deze dag ebben we toch zeker vijftig kilometer door bergen heen gereden, in plaats van er langs, of er over. De grens van Slovenië… Ja, een echte grens… die wel weer erg snel voorbij ging. Net als het land zelf, waar je met een uurtje doorheen jakkert, terwijl ik mijn snelheidsmeter nog steeds keurig op de eerder aangegeven cijfertjes hield. In Oostenrijk deed ik overigens even niet. Berg op haalde ik een vrachtwagen in, op de top was ik halverwege en daarna reed ik een stukje harder. De kas begon hevig te slingeren. Iedereen begrijpt natuurlijk dat het goed gekomen was. Haast even onopgemerkt reden wij alweer door Kroatië. Absoluut een goede
vrede tussen de dieren
weg, maar dodelijk saai. Het plan was aan het eind, voor de volgende grens te kamperen. Aan de Kroatische kust struikel je over de campings, maar hier was het een bijzonderheid. Via internet had ik er een gevonden. Tijdens de discussie over de afslag zijn we dan ook keurig aan voorbij gereden. Bij Lipovic wel de weg afgegaan. Naar Lipovic zelf. Nog 17 km door, zei men daar. In Vikovar was wel wat leven, maar geen camping. Reina wilde direct al een hotel, zelf dacht ik nog steeds aan het kamperen. Weer verder, tot we bij de snelweg terugkwamen. De politie hield ons aan. Wat de bedoeling hiervan was is volslagen onduidelijk (voor hen zelf waarschijnlijk ook). De snelweg op. Herhaling van ongeveer 24 kilometer en na 574 en het pikkedonker kwamen we aan op de camping. De camping was gesloten, maar gelukkig mochten we (met onze dierentuin) overnachten. OP een saai en stil DDR terras een hapje naar binnen werken en naar de kamer, alwaar de honden en kat na zes jaren vrede hadden gesloten.
Ruim 60 kilometer omgereden, maar wel een indruk gekregen van de strijd rond Vukovar. In de dorpen (en steden) zagen wij vele dichtgetimmerde huizen, vol kogelgaten. De gevolgen van de harde strijd waren na al die jaren nog in volle omvang zichtbaar. Ik moet toe geven dat dit toch een indrukweekkende ervaring is.
verlaten tankstation in Servie...
Dag vijf was aangebroken. Het plan was Servie binnen te gaan en aan het eind van het land te kamperen. Zo geschiedde. Een echte grens. Je staat dan in files zonder veel beweging en je vraagt je af wat die gasten in die bloedhete loketjes nu eigen doen. Wanneer dit iets met macht te maken heeft is dat wel zielig. Top was natuurlijk de stempel in het paspoort. Eindelijk een echte grens over. En karren maar. Een enorm saai landschap. Dus, oogkleppen op en kilometers maken. Een dat lukte en met 450 km gassen stonden we in het centrum van Pirot voor hotel… Goed en goedkoop. Kat naar de kamer, we aan het terras aan de alcohol. Heerlijk en voldoende. Tijdens het uitgebreide borreluurtje was met bezig enkele planten te verpoten, wat een mooi schouwspel oplverde daar de gehele familie een voortreffelijk stukje samenwerking oonde. Voor het avondmaal dienden wij ons echter in het centrum te vervoegen. Tien minuutjes lopen. Een hypermodern winkelcentrum, trendy en hip. Pizza eten, drinken, helemaal top. En het voordeel  was dat we zo weer in het hotel waren. Met twee honden en een kat op bed vatte ik de slaap.
behalve slechte wegen ook een hele mooie
kloof in Bulgarije
De volgende ochtend snel op pad. Geen bijzonderheden of interessante zaken om uit te wisselen. Hooguit dat wij elkaar wat meer begonnen af te bekken. Gelukkig kwam als snel de grens: Bulgarije. Servië uit duurde langer dan Bulgarije in. Een prachtige snelweg. Bij Sofia werd het al minder. In Sofia klote. Een omleidingsroute met wel heel slecht (bijna Venezolaans) wegdek. Oponthoud dus. Na heel de stad vrijwel omcirkeld te hebben werd het weer snelweg. Een stuk beter dit keer. Onderwijl ontdekte ik het sleuteltje van de hotelkamer in Pilot nog te bezitten. Ik hoop maar dat zij voldoende kopietjes hebben. Maar, schijt daar aan. Bulgarije door. Bij Nic (met een kommaatje onder de c, maar weet nog niet hoe ik die op deze laptop kan vinden) werd de weg weer echt minder en tweebaansweg. Het gevolg prachtig; een slingerend ravijn. Vervolgens werd de weg langzaam beter en de Turkse grens werd na een stuk schitterend maar doelloze snelweg bereikt. En ja hoor; heeft u
een enorme rij vrachtwagens op weg naar
het westen, wachten voor de bulgaarse
grens
papieren van die aanhanger?
Nee! Wat gaat u doen? Vakantie (het is immers stom iets anders te zeggen). Gaat u maar even opzij staan. Sta je daar, mag je na een poosje naar de X-ray hal. Openmaken! Reina deed de achterkant open. Maar dat was niet genoeg, dus al die spanbanden los en met vereende kracht de kar open. Wat is dat? Reservetent. En dat? We houden van luxe… na een aantal van dat soort onzinnige vragen en nog onzinnigere antwoorden was het opeens goed en mochten wij Turkije in. Even goed de spurt erin, daar het immers al over zessen was (het is daar een uur vroeger). De kilometers tikten aan, maar we haalden na 755 kilometer Kasan. In hotel Linda (hotel op de eerste rotonde) konden wij terecht. De hele veestapel en wij op 5m2. Uitpakken en op het nabij gelegen terras eten. We moesten wel aan het buitenste tafeltje zitten, omdat niet alle Turken van honden gediend zijn. Overal lopen los lopende honden sloom voortbewegend. Maar goed; een kebabje er in, even met de honden lopen en al vroeg te bedde.
Om even zes uur waren we wakker. Na het plegen van alle rituelen vertrokken wij om exact 07:15 uur. Inmiddels hadden wij het toch wel licht debiele besluit genomen in een ruk door te rijden. Beter voor de dieren. Tien uur waren we bij de pont en anderhalf uur later reden wij op Aziatische bodem. Goede Turkse wegen, maar ook een bergpas. Dat hield nog even flink op. Daarna reed het allemaal weer flink door. Overigens rijden die Turken over het algemeen: onbetrouwbaar, chaotisch, en zelfregulerend. Helemaal mijn straatje dus, alhoewel een abrupte handeling niet altijd te voorkomen was. Inmiddels was het ook nog eens bloedheet (een van de warmste dagen van het jaar met meer dan veertig graden op het kwik). Doorrijden was geen probleem. Na Izmir een stop gemaakt. Hier hebben onze honden kennis gemaakt met enkele loslopers. Een aardige kennismaking overigens. Inmiddels werd Gocek (hier weer het c verhaal) een steeds reëlere optie. De Una bergpas hield het tempo
de Una bergpas

tegen, maar de beloning zat in het schitterende gebied. Eenmaal weer beneden werd Reina bevangen door de hitte. Bij een stop heeft zij zich onder een koude waterstraal gedompeld, waarna het weer beter ging. En zo kwam het dat wij exact om 19:15 (dus 7:15!!!) voor de Atatturk Boulevard 59 stonden. Reina nam een foto… en nu? Naar het kantoor, want ze kon Wilma niet bereiken, waar Wilma ook niet was… naar het huis. Blijkt alles gewoon open te zijn… We zijn thuis!!! De tocht van de dag was de langste (755 km) en in totaal heen wij 3468 kilometer asfalt versleten. Op zich geen bijzondere prestatie en de reislustigen onder ons draaien hier ook echt niet de hand voor om. Echter, met een toch wel iets te volle aanhanger, drie honden en een kat wordt zo een gewone stevige reis een hele onderneming. De aankomst voelt ook echt als een zekere prestatie. Heel subjectief natuurlijk.
Het is grappig, door zo te reizen, te erken hoe landen en culturen lanzaam in elkaar over gaan. Het doel leek onwerkelijk, en aan het idee ben ik nog aan het wennen. Feit is dat ik deze onderneming nooit heb willen missen, maar het ook niet snel nog eens zo doe……


Ataturk Boulevard in Gocek (Mugla), ons nieuwe thuis