Posts tonen met het label verkeer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verkeer. Alle posts tonen

woensdag 19 april 2017

Verkeer(d)

Het is in Turkije niet onmogelijk letterlijk de weg kwijt te raken. Wanneer er wegwerkzaamheden zijn gaat het verkeer hier immers gewoon door. Nou ja, gewoon, soms moet je het voertuig door modderpoelen, langs gaten en over zand bergjes sturen. Los van de wegwerkzaamheden is het verkeer in Turkije al een beetje bijzonder, zeker niet naar het voorbeeld van het verkeersgedrag in landen aks Nederland en Duitsland, nog minder als in landen als Zwitserland en Noorwegen.
Met mijn mondiale verkeerservaring vergelijk ik het verkeer hier eerder met een land als Venezuela. Kortom, men rijdt hier nogal eens al oude kranten, de wegen zijn bijzonder en borden en verkeerslichten hebben geen of een beperkte functie.

Tussen Fethiye en Dalaman is men de vierbaansweg (al naar gelang je er vijf, zes of zeven banen van maakt natuurlijk) aan het renoveren. Eerst lag er een laag van een soort pek met steenslag en nu komt overal echt asfalt! Inmiddels is men bij het laatste stuk aangekomen, rond Göcek.
Een baan wordt gerenoveerd, terwijl het verkeer als tweebaansweg over het andere deel wordt geleid. Wanneer en hoelang de situatie stand houdt is per keer kijken. De noordelijke rijbaan (sorry, het is een klein beetje een technisch verhaal) is als eerste aan de beurt geweest. Dus, die is klaar, zou je redelijkerwijs mogen denken. Vervolgens werd de zuidelijke kant aangepakt. Een deel daarvan was een poos open gesteld, maar werd later ook weer dicht gegooid.
Afgelopen week waren beide rijbaan geasfalteerd en open voor verkeer. Eindelijk klaar!

Gisteren echter moest ik naar Fethiye. Wanneer je de berg af komt kan je niet links af, maar moet je eerst naar Göcek, om bij het benzinestation door te steken naar de andere rijbaan.
Gisteren reed ik dus de rijbaan op..., maar in mijn snelle alertheid zag ik links van mij, op de andere helft, een auto in mijn richting rijden. Prompt druk ik het rempedaal in, rijd achteruit en ga via een geïmproviseerde oversteek naar die andere rijbaan en naar links.

Op de terugweg was inderdaad de noordelijke rijbaan afgezet en bij het dorp voor ons stonden ook pilonnen om aan te geven dat de rijbaan was afgezet. Dus, in file naar boven, want op dat laatste heuveltje komt vrachtverkeer amper stapvoets omhoog. Bij een van de geïmproviseerde doorsteken schoot ik naar de verkeerde, afgesloten baan, omdat ik toch halverwege naar rechts moest. Heel gewoon in Turkije. Ga er nooit van uit dat er geen verkeer is op afgesloten rijbanen!
Later die middag moest ik de andere kant (Dalaman) op. Ik kende de situatie en nam direct de zuidelijke baan. Wel viel mij op dat er hier op de noordelijk baan niets wees op het feit dat de weg afgesloten was.
Bij de pomp stond een grote pick-up op een talud tegen een paal geparkeerd. Behoorlijk beschadigd. Ik dacht al dat dit het gevolg van de onoverzichtelijke situatie was en hier het gevolg van een verkeerde uitwijk situatie aan de orde was.

Een goed uur later reed ik terug. Het viel al op dat in Göcek wel erg veel verkeer over de afgesloten rijbaan reed. In de verder blauw zwaailicht en al snel zag ik dat het zwart van de mensen stond. In mijn beleving wel heel veel aandacht voor het wegslepen van die gestrande pick-up.
Foute beleving. Er was een nieuw ongeluk. Naast de ambulance lag een rode verkreukelde brommer. Daarvoor een blauw plastic zeil, meer een grote open geknipte vuilniszak. In eerste instantie keer ik naar een tweetal voetzolen. Door de gendarme werd ik er langs geleid. Ik rij dan ook rustig door (velen gaan ook nog eens stoppen en kijken). Kijken doe je ongewild wel... Boven het plastic zwart haar, een enorme plas bloed en iets van drab... Het was voor mij duidelijk dat deze, waarschijnlijk, jonge man hartstikke dood was.
Later bleken mijn zwager en schoonzus op diezelfde plaats (bij de benzinepomp) aan een zwaar ongeluk ontkomen te zijn. Bij hen was het gevolg dat een busje ergens tegenaan knalde. Dus minimaal drie ongevallen op één dag op dezelfde plek! En later hoorde ik dat er twee doden gevallen waren.

Dat is dus Turkije. Waarschijnlijk zijn mensen die via dezelfde weg van boven kwamen gewoon de noordelijke rijbaan opgereden, en bij het oversteken om naar het dorp te gaan niet goed naar beide kanten hebben gekeken, maar alleen naar rechts. Simpelweg omdat men zich niet realiseerde dat de situatie wederom veranderd was, er niets van wegwerken re merken was en de weg beschouwd werd als "klaar".

Daarnaast rijdt men zeer divers in Turkije, qua snelheid. Verkeersborden hebben vrijwel geen invloed. Zo rijdt men 120 door de bebouwde kom over die grote weg, omdat je nauwelijks realiseert dat een gewoon alleen maar een brede weg is. Anderen rijden er amper twintig. Vervolgens hangt de helft aan de telefoon en 5% minstens heeft altijd wel teveel alcohol op. Bochten snij je af en lijnen zijn niet meer dan versiering. Bij een stoplicht (die gaan hier via oranje naar groen en er is een licht met de verstrijkende seconden) rijdt men nog voor het licht echt groen is. Wanneer het oranje wordt knippert eerst het groene licht, maar dan kan je nog rustig nét het rood mee pakken. Een verkeersmentaliteit en gedrag van lik mijn vestje. En vrij gevaarlijk. Deels staan er borden waarvan de betekenis onduidelijk is. Op die grote weg staan soms borden met een zebrapad en 50 km. Maar een zebrapad, daar stop je niet voor, dus blijf je gewoon doorrijden. Of er staat een bord zebrapad, maar er is er helemaal geen.

Controle is er niet of nauwelijks. Op de grote weg staat politie. In de morgen aan de ene kant, 's middags aan de andere. Hooguit controleren ze op papieren. En iedereen weet zowat waar en wanneer ze er ongeveer staan. Dus het verkeer kán ook een Wild West rodeo en een zandpad in een zijn. Ook ik, en vele langer verblijvende buitenlanders, passen hun gedrag aan het verkeersbeeld aan. Maar, rijden in Turkije is voor mij altijd scherp zijn en honderd procent opletten. Immers, ik vertrouw geen enkele Turk die zich op de openbare weg voort beweegt. Op geen enkele weg! 

woensdag 8 april 2015

De Speeltuin

Naar aanleiding van een reeks tekeningen heb ik verhalen geschreven, die aansluiten bij de tekeningen. Inmiddels heb ik bij alle tekeningen een verhaal geschreven. Een verhaal over de tekeningen, maar vooral over de herinneringen aan mijn jeugd in Santpoort. Al schrijvende komt er meer boven drijven aan oude herinneringen en de dingen die voorbij gaan, of gegaan zijn. Omdat ik nog vol zit heb ik besloten door te gaan en meer verhalen te vertellen over het dorp waar ik geboren ben.





Tante Eef, een begrip. De speeltuin, een begrip. Ver weg, vlak naast het winderige station van Santpoort, tegenover het veldje van Nijssen. Daar was de speeltuin, onder de enige hoge flat van het dorp. Tante Eef is voor de jeugd, een generatie later. In mijn jeugd had je ook een "tante" van de speeltuin. Destijds was er ook een man bij, hoe we hem noemden is mij ontschoten. De speeltuin was "best" groot, verscholen achter een bossage en een hoog hek. Vooral het geel, aangevuld met rood staat mij nog bij. Van de speeltoestellen eigenlijk alleen de hoge glijbaan. Het glijgedeelte was van hout. Je kon naar beneden op je broek, maar er waren ook kleedjes om te glijden. Ik durfde echter amper omhoog.

Ik kwam wel in de speeltuin, maar ben er nooit erg veel geweest. Het hele dorp was immers een speeltuin. Naast de officiële speeltuin was een wat groter bosje. Daar waren tal van paadjes, alwaar we speelden en op onze fietsjes rond crosten. Bij de Roos en Beeklaan (verderop) waren bosjes, voordat de MTS er gebouwd werd. Voor de drive-in woningen was een heel veld, waar je kon spelen, en natuurlijk in de tuin bij van Veen. Bij het spoor, in het bos, het schoolplein en de straat. Overal konden we spelen, dus eigenlijk hadden wij helemaal geen speeltuin nodig.

Spelen op straat was geen probleem, de enkele passerende auto lette wel op, alhoewel wij dat ook wel deden. "Stoeprandje" was een spel wat vrij ongemoeid kon plaatsvinden. Nu zal dat niet meer lukken; te veel auto's die geparkeerd staan, of te druk verkeer. Wij speelden het regelmatig. In de winter was er sneeuw. Ik herinner mij nog een winterse dag. Kinderen van de Juliana van Stolbergschool en kinderen uit de buurt rolden samen enkele reusachtige sneeuwballen. Daarmee werd de weg geblokkeerd. Gewoon, voor de lol. Zelfs de bus (nog een grijze bus van de NZH) kon er niet meer langs. Alle kinderen verstopten zich tijdig. Uiteindelijk is de bus in zijn achteruit gegaan, keerde bij het perk en reed een straatje om. Met sleetjes achter een auto was ook de gewoonste zaak van de wereld. Nee, de speeltuin was eigenlijk niet nodig. Daar spelen betekende vooral snoep of ijs, want dat kon je daar van je schamele zakgeld eigen maken. Maar zo veel keus als bij kruidenier van Dam, dat was er niet.

Vlak bij de speeltuin ligt het station van Santpoort Noord. Ik neem aan dat dit ergen eind haren vijftig is aangelegd. Voor zover ik weet was het er namelijk altijd al. Een vreselijk station. Zeker voor die tijd super modern. Het was echter vooral een kil en afstandelijk tochtgat. Bij het tunneltje speelden wij weer wel. Het station meden we.

Mijn vader werkte in Amsterdam. Regelmatig nam hij de trein. In de vroege ochtend bracht mijn moeder hem naar het station. In nachtkleding (nachtpon), sloffen en een overjas. Omdat het nog voor schooltijd was reed ik vaak even mee. Wanneer hij op tijd was haalde mijn moeder hem weer op. Nu aangekleed. Ik ging weer mee en wachtte dan op het perron. Wanneer de trein halt hield gokte ik welke deur hij uit zou komen. Wat zat ik er vaak naast....

In de nachtelijke uren werden wij ook binnenshuis aan de trein herinnerd. Lange treinen reden langs, vol basaltblokken, die ons zelfs in bed deden schudden. Een hele tijd, iedere nacht. Met de beton blokken zijn de lange pieren in IJmuiden aangelegd. Aardbevingen kende ik destijds nog niet. Inmiddels weet ik dat iedere passerende basalttrein minstens een kleine aardbeving veroorzaakte. We woonden toch minstens vierhonderd meter van het spoor verwijderd...

Ik had ook twee vriendjes in Santpoort Zuid. Met hen speelde ik behalve in het bos, ook bij het spoor. Een minder leuke herinnering. Mijn eerste ervaring met de dood; iemand was voor de trein gesprongen... Wij zagen het lichaam (de stukken) vlak na het ongeval. Later ook hetzelfde bij station Santpoort Zuid. Het vreemde is dat ik, hoe jong ik ook was, of juist net omdat ik zo jong was, er niet eens zo van streek van was.

De trein, Santpoort, het station. De speeltuin. Daar tegenover ook een veldje van Nijssen. Langs de weg om Santpoort hadden ze een grote hooiberg staan. Jaar na jaar. Maar natuurlijk was er een jaar de fik in gekomen. Veel rook. Prachtig, vond je dat als kind, de brandweer heeft lang staan spuiten. Dat soort sensatie momenten, daar smulden wij van. Ook wanneer er iemand in de speeltuin ergens af lazerde trok dat ieders aandacht en prikkelde het individuele sensatiegevoel. In de nieuwe drive-in woningen woonden ook twee vriendjes, Roelof en Wouter. Beiden uit de klas. Roelof was klein en een enorme geinponem. Wouter daarentegen wat langer, beetje bleekjes en (zoals we nu zouden zeggen) een nerd. Hij is vast later iets met biologie gaan doen. Wanneer ik met hem was ging het over dieren. Hij verzamelde insecten, waaronder wandelende takken. Wij hadden ze ook, bij ons thuis in de klimop. Ik vond het wel boeiend met Wouter. Met hem ben ik ook naar de speeltuin geweest. Maar meestal zaten we in het bosje er naast. Niet op de fiets, maar met een doosje en een loep. We verzamelden van alles en Wouter hield alles wat wij gevangen hadden. Daarna  bracht hij de nieuwe exemplaren naar zijn slaapkamer. Zijn kamer was een waar biologie lokaal. Ik mocht Wouter wel, ondanks dat het een wat vreemde knaap was. En hij stak mij ook deels aan. Niet dat ik allerlei insecten ging houden, maar de wandelende takken stonden ook bij mij thuis in een potje. Die vond ik immers wel erg apart.

De uithoek, waar de speeltuin in feite lag, was voor ons bereikbaar. Zo bereikbaar dat ik daar en in de directe omgeving (er was ook een vijver tegenover de speeltuin) vrij vaak kwam. Überhaupt konden we ons, als kinderen, vrij bewegen door het dorp. Je ging overal zelf naar toe, je wist waar je uit moest kijken en waar je op moest letten. Ouders gingen zeer zelden mee. In tegenstelling tot de tegenwoordige tijd, dat bijna alle ouders de kinderen naar school brengen en er tal van restricties zijn waar zij wel en niet heen mogen. Wanneer de school uit ging, waren er vrijwel alleen kinderen op straat.



Het gevaar van spelen buiten was aanwezig. Je werd er voor gewaarschuwd en het ging ook wel eens mis. "Daar leer je van", was de alom reactie van ouders. Van alle wondjes en kneuzinkjes heb ik inderdaad geleerd. Alhoewel, jaren achtereen had ik wel iets met mijn vingers. Niet voor niets dat mijn vingertop er ooit afgeknipt is. Kneuzingen, zweren, open wondjes... Alles heb ik wel gehad. Doordat je door speelde in het zand en de bosjes bleven de wondjes vaak lang aanwezig. Dat maakte eigenlijk niet uit. Het genas toch wel.

In onze jeugd waren wij vrij. Naast het buiten spelen, speelde ik ook frequent bij vriendjes (en vriendinnetjes) thuis. Natuurlijk met autootjes, maar ook speelden we boerderijtje en natuurlijk doktertje. Op de Gedempte Oude Gracht (in Haarlem) was een speelgoedwinkel waar je een gigantische keuze had aan (plastic) dieren. Exotische dieren, maar ook boerderij dieren. Het was de tijd van de Dinky Toys en Gorgi. Lego was in opkomst, maar nog zeer beperkt in de variatie van stukjes. Maar alles bij elkaar hadden we genoeg om fantasierijk ons spel te spelen. Een nadeel. Met de Dinky's speelde we ook "ongelukje". Door ze met een hamer te bewerken maakte je de ongevallen realistischer... Achteraf is dat wel een zware jeugdzonde geweest......



donderdag 18 september 2014

in den vreemde: ontdekken (7)


Bijna een maand alweer, dat wij vertoeven in het Turkse Göcek. Het huis is aardig op orde en in het dorp zijn al diverse mensen die groeten, omdat wij elkaar regelmatig tegenkomen. Op de markt krijgen we korting, omdat we geen toeristen zijn.

Telkens weer "ontdekken" wij onze nieuwe wereld. Een tocht langs een breed scala van onderwerpen. Overdag hebben we bij elkaar misschien drie uur geen zon gehad en twee keer een bui van hooguit twintig druppels water. Dikke druppels, dat wel. Vrijwel dagelijks zien wij donkere wolken, die zich boven land samen pakken. Soms hoor je het gedonder van een onweersbui. Zo direct aan de kust, merken we, zitten we erg goed. Op het slapen na leven we vrijwel buiten, sinds we hier gekomen zijn. Amper een paar kilometer verderop blijkt het weer anders. Grilliger en natter. Soms komt Wilma van de berg en dan hebben zij regen gehad, kou, of het was bewolkt. In een rechte lijn misschien twee kilometer hier vandaan,
en 520 meter hoger. Op de weerkaart zie ik inderdaad Turkije soms schuil gaan onder een dik pak bewolking, terwijl hier het zonnetje onverkwikkelijk de stralen op ons doet schijnen.

Een andere ontdekking is van meer praktische aard. We leren steeds beter de weg kennen en dat wat wij nodig hebben ons toe te eigenen. De winkels in Göcek, de markten hier en in Fethiye. We kunnen de winkels vinden, die we nodig hebben. En met Turkse vertaling lukt het steeds beter meer complexe zaken aan te schaffen, als een verbindingsstuk op een kraan, schroeven, gordijnrails, en noem maar op. En iedere dag komt er weer iets bij. Dan realiseer je jezelf hoe vanzelfsprekend het leven in Nederland eigenlijk was. Niets nieuws, of je kende daar de weg. Alles kon je in een handomdraai vinden. Alles is hier relatief toch nog nieuw. Ik vraag mij soms af hoe lang het duurt voordat de dingen hier "gewoon" worden. De andere kant is dat dit alles het leven wel intenser en spannender maakt. Je bent veel bewuster bezig met de kleinste dingen. Daarnaast kom je ook meer basale zaken tegen. Is het stofzuigen een hele klus in Nederland, hier veeg en dweil je de vloer soms wel drie keer per dag even. Zweerde ik in Nederland bij een vaatwasmachine, hier doen we het gewoon lekker op de hand (ik moet wel toegeven dat ik niet mag afwassen, maar spoel wel en ruim de vaat ook op). Het lijkt hier makkelijker even iets te doen. Dagelijks ga ik minimaal een keer naar het dorp voor een boodschap. Geen enkel probleem.

Het verkeer is een verhaal apart. Vanavond zat ik op de waranda en dacht aan Curacao. Daar rijden ook auto's rond met luide muziek, uitbundige verlichting en nogal eens met forse herrie. Opvallend is dat de Tofak (Turkse versie van de Fiat) het uitgelezen merk blijkt om op te vallen. Wat wil je ook, meestal zijn het oude wrakken. Ook op de weg is het gedrag te herleiden naar merk (en soms type). Bij een Tofak let ik altijd erg op, daar het rijgedrag per
definitie volledig onbetrouwbaar blijkt (voorsorteren naar rechts, om links af te slaan, plots te remmen, bumper kleven, etc.). Zie je een Renault 12 (ja die bestaat hier nog in grote getale) is opletten belangrijk, vooral omdat zij niet alleen traag rijden, maar ook op alles suffig reageren. Überhaupt moet je hier in het verkeer zeer goed opletten. Spookrijden is niets bijzonders. Motoren scheuren overal dwars voor en elkaar zo scherp mogelijk snijden lijkt de nationale hobby. Overigens de motorrijder draagt bijna altijd een helm, maar de passagier zelden. Dat het zo vaak goed gaat blijft verbazingwekkend. Feit is wel dat je in dit verkeer extra alert bent, waardoor het misschien juist goed gaat...

De weg van en naar Fethiye ken ik nu wel. Het dorp hier ook in grote lijnen. Vorige week ben ik in mijn eentje door Fethiye gaan lopen. Leuk, want ik ontdekte tal van nieuwe winkels. Niet dat ik er nu alles al weet te kopen (indien nodig), maar de stad biedt duidelijk meer dan ik aanvankelijk als indruk kreeg. Ja, er is zelfs een varkensslager. Maar naast de steden en dorpen is er ook de omgeving om te verkennen. Laatst zijn we naar een ver strandje gereden. Een schitterende weg en een erg leuk strandje. Mede omdat we een logee hebben verrijken wij onze horizon. Gisteren waren wij bij Saklıkent; een kloof met typisch oosterse terrassen boven het koele water. Op de terugweg zagen we een bordje met iets van een waterval. Wij er naar toe. Een geweldige ervaring. In een relatief dor land vol olijfbomen is een trap naar beneden. Een behoorlijk eind nog en stijl. Beneden een oase van groen en tal van varens. Vervolgens moest je driehonderd meter het stroompje op lopen. Het meest door het water, soms langs een droog stukje. De waterval is niet echt spectaculair, maar wel leuk. Vooral verrassend.

Het leuke van het leven in den vreemde is dat je op tal van manieren je leven weer moet ontdekken. Daardoor leef je ook een stuk intenser en krijgt het leven meer waarde. Natuurlijk ben ik al in vele landen geweest. Nu is het anders. Ik was altijd op vakantie, speelde toch in meer of mindere mate de toerist. Nu is het mijn (nieuwe) leven. Een andere rol en een andere insteek. Ik vind iedere dag dan ook weer boeiend. Het rare is alleen, dat we nu vijf weken weg zijn en ik het gevoel heb straks weet naar huis te moeten. Dat hoeft nu niet meer. Voorlopig is dit mijn thuis en ik ga nog heel veel ontdekken...

 


in den vreemde: ontdekken (6)


 

Bijna een maand alweer, dat wij vertoeven in het Turkse Göcek. Het huis is aardig op orde en in het dorp zijn al diverse mensen die groeten, omdat wij elkaar regelmatig tegenkomen. Op de markt krijgen we korting, omdat we geen toeristen zijn.

Telkens weer "ontdekken" wij onze nieuwe wereld. Een tocht langs een breed scala van onderwerpen. Overdag hebben we bij elkaar misschien drie uur geen zon gehad en twee keer een bui van hooguit twintig druppels water. Dikke druppels, dat wel. Vrijwel dagelijks zien wij donkere wolken, die zich boven land samen pakken. Soms hoor je het gedonder van een onweersbui. Zo direct aan de kust, merken we, zitten we erg goed. Op het slapen na leven we vrijwel buiten, sinds we hier gekomen zijn. Amper een paar kilometer verderop blijkt het weer anders. Grilliger en natter. Soms komt Wilma van de berg en dan hebben zij regen gehad, kou, of het was bewolkt. In een rechte lijn misschien twee kilometer hier vandaan, en 520 meter hoger. Op de weerkaart zie ik inderdaad Turkije soms schuil gaan onder een dik pak bewolking, terwijl hier het zonnetje onverkwikkelijk de stralen op ons doet schijnen.

Een andere ontdekking is van meer praktische aard. We leren steeds beter de weg kennen en dat wat wij nodig hebben ons toe te eigenen. De winkels in Göcek, de markten hier en in Fethiye.
We kunnen de winkels vinden, die we nodig hebben. En met Turkse vertaling lukt het steeds beter meer complexe zaken aan te schaffen, als een verbindingsstuk op een kraan, schroeven, gordijnrails, en noem maar op. En iedere dag komt er weer iets bij. Dan realiseer je jezelf hoe vanzelfsprekend het leven in Nederland eigenlijk was. Niets nieuws, of je kende daar de weg. Alles kon je in een handomdraai vinden. Alles is hier relatief toch nog nieuw. Ik vraag mij soms af hoe lang het duurt voordat de dingen hier "gewoon" worden. De andere kant is dat dit alles het leven wel intenser en spannender maakt. Je bent veel bewuster bezig met de kleinste dingen. Daarnaast kom je ook meer basale zaken tegen. Is het stofzuigen een hele klus in Nederland, hier veeg en dweil je de vloer soms wel drie keer per dag even. Zweerde ik in Nederland bij een vaatwasmachine, hier doen we het gewoon lekker op de hand (ik moet wel toegeven dat ik niet mag afwassen, maar spoel wel en ruim de vaat ook op). Het lijkt hier makkelijker even iets te doen. Dagelijks ga ik minimaal een keer naar het dorp voor een boodschap. Geen enkel probleem.

Het verkeer is een verhaal apart. Vanavond zat ik op de waranda en dacht aan Curacao. Daar rijden ook auto's rond met luide muziek, uitbundige verlichting en nogal eens met forse herrie. Opvallend is dat de Tofak (Turkse versie van de Fiat) het uitgelezen merk blijkt om op te vallen. Wat wil je ook,
meestal zijn het oude wrakken. Ook op de weg is het gedrag te herleiden naar merk (en soms type). Bij een Tofak let ik altijd erg op, daar het rijgedrag per definitie volledig onbetrouwbaar blijkt (voorsorteren naar rechts, om links af te slaan, plots te remmen, bumper kleven, etc.). Zie je een Renault 12 (ja die bestaat hier nog in grote getale) is opletten belangrijk, vooral omdat zij niet alleen traag rijden, maar ook op alles suffig reageren. Überhaupt moet je hier in het verkeer zeer goed opletten. Spookrijden is niets bijzonders. Motoren scheuren overal dwars voor en elkaar zo scherp mogelijk snijden lijkt de nationale hobby. Overigens de motorrijder draagt bijna altijd een helm, maar de passagier zelden. Dat het zo vaak goed gaat blijft verbazingwekkend. Feit is wel dat je in dit verkeer extra alert bent, waardoor het misschien juist goed gaat...

De weg van en naar Fethiye ken ik nu wel. Het dorp hier ook in grote lijnen. Vorige week ben ik in mijn eentje door Fethiye gaan lopen. Leuk, want ik ontdekte tal van nieuwe winkels. Niet dat ik er nu alles al weet te kopen (indien nodig), maar de stad biedt duidelijk meer dan ik aanvankelijk als indruk kreeg. Ja, er is zelfs een varkensslager. Maar naast de steden en dorpen is er ook de omgeving om te verkennen. Laatst zijn we naar een ver strandje gereden. Een schitterende weg en een erg leuk strandje. Mede omdat we een logee hebben verrijken wij onze horizon. Gisteren waren wij bij Saklıkent; een kloof met typisch oosterse terrassen boven het koele water. Op de terugweg zagen we een bordje met iets van een waterval. Wij er naar toe. Een geweldige ervaring. In een relatief dor land vol olijfbomen is een trap naar beneden. Een behoorlijk eind nog en stijl. Beneden een oase van groen en tal van varens. Vervolgens moest je driehonderd meter het stroompje op lopen. Het meest door het water, soms langs een droog stukje.
De waterval is niet echt spectaculair, maar wel leuk. Vooral verrassend.

Het leuke van het leven in den vreemde is dat je op tal van manieren je leven weer moet ontdekken. Daardoor leef je ook een stuk intenser en krijgt het leven meer waarde. Natuurlijk ben ik al in vele landen geweest. Nu is het anders. Ik was altijd op vakantie, speelde toch in meer of mindere mate de toerist. Nu is het mijn (nieuwe) leven. Een andere rol en een andere insteek. Ik vind iedere dag dan ook weer boeiend. Het rare is alleen, dat we nu vijf weken weg zijn en ik het gevoel heb straks weet naar huis te moeten. Dat hoeft nu niet meer. Voorlopig is dit mijn thuis en ik ga nog heel veel ontdekken...