Posts tonen met het label Driehuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Driehuis. Alle posts tonen

zondag 16 augustus 2015

In den vreemde: warmte (51)

Vroeger smachtte ik met enige regelmaat naar warmte. De Hollandse zomers konden niet warm genoeg zijn en de winters duurde mij veel te lang. Als het aan mij lag was ik  zo veel mogelijk buiten. Alleen stelde ik wel de voorwaarde dat de temperatuur hoog genoeg was. Wellicht een van de redenen dat ik in het verleden meermalen afgereisd ben naar mediterrane landen en vooral tropische oorden.

In feite heb ik het zeer zelden (zeg nooit; nooit) te warm. Warmte doet mij letterlijk leven. Zo was ik in 1980 in Egypte, mijn hoogste temperatuur ervaring ooit; 51 graden Celsius. Ik bezocht Luxor en deed een boottrip op een feloeka. Iedereen lag op apegapen, lag bewegingsloos op een zo koel (minst warme) plaats, waar het evenmin uit te houden was. Naast mijn wandeling in de historische omgeving zorgde ik op de boot voor lichte beweging. Natuurlijk was het bloedheet, maar het was duidelijk dat ik minder last van de warmte had, dan de passievelingen. Dat bleek ook, nadat een enkeling mijn voorbeeld volgde en zich duidelijk prettiger voelde.

Met name tijdens mijn tropische reizen en verblijf ben ik veelal redelijk actief gebleven. Daarbij overdreef ik wel eens door iets té actief te zijn. In Gambia ging dat bijna mis, nadat ik een wandeltocht van bijna 18 km maakte, grotendeels in de volle zon, zonder enige vorm van drinken. Dat was een onverwachte omstandigheid, maar bij de eerste gelegenheid dronk ik wel direct liters vocht.



Het leven in Turkije kan dan ook niet anders dan bij mij passen, ten aanzien van de weersomstandigheden. En ja, een terugblik op het afgelopen jaar toont dat ik nauwelijks echt binnen ben geweest. Zeker overdag. In totaal (op een heel jaar) heb ik mij tien, hooguit twintig dagen binnen opgehouden. Eerder tien, denk ik, en dan nog ook die dagen bevond ik mij regelmatig buiten, omdat we binnen niet roken. En ik ben best een stevige roker... De avonden heb ik wel vaker binnen door gebracht, maar dat is op zich minder erg. Destijds hadden we nog geen tv, maar ik las veel en we deden spelletjes of hadden visite.

Een leven wat mij in dat opzicht dus al bevalt. En buiten kan je vrijwel alles doen wat je anders binnen doet, maar het voelt wat frisser. Frisser in de zin van frisse lucht, niet in de zin van koude. Daarbij merk je dat je lichaam binnen het jaar zich aan de omstandigheden aan lijkt te passen. Op Curacao kan ik mij herinneren dat we al een keer zaten te rillen toen het tijdens een regenbui 24 graden is. In deze tijd hebben we het soms al kil bij 27 graden.

De andere kant is dat ik het afgelopen jaar de werkelijke betekenis van de "gevoelstemperatuur" heb leren ervaren. Op zich zegt het streepje op de thermometer geen drol. Het kan zelfs boven de dertig aan wijzen en toch niet lekker voelen, terwijl bij 25 graden op de meter je loopt te puffen. De gevoelstemperatuur kan met gemak meer dan tien graden verschil geven, dan de thermometer aan geeft. Ook in de winter is er verschil, alhoewel het dan wel minder extreem is. En juist die gevoelstemperatuur maakt dat we zo makkelijk buiten kunnen leven. Immers, zelfs in januari hebben we al koffie in het zonnetje gedronken.



Toch heeft Turkije een voordeel ten opzichte van tropische oorden. Ik betrapte mij er, wonder boven wonder op, dat ik iets had van; het mag nu wel even een dagje wat frisser zijn (nu wel wat betreft de temperatuur). Tot begin juni koelt het 's avonds af. Niet veel, maar genoeg om iets aan te trekken. Daarna, tot begin september, blijft het ook in de avonduren warm en zelfs 's nachts zit ik vaak in mijn naakte reet op het terras (wanner bijvoorbeeld mijn rugpijn mij het bed uit jaagt) zonder het koud te hebben. Het is dan wel net lekker. Mijn gedachte is iets waarvan ik mij nooit heb kunnen voorstellen, dat dit in mij op zou komen. Het verbaast mij enigszins. Misschien heeft het te maken met dat ik gisteren een keuken gesloopt en geplaatst heb. Of dat ik pas om elf uur mijn bed uit kwam, vandaag. Normaliter sta ik op tussen half zeven en acht uur... Hoe dan ook, ik ervaar deze gedachte aks frappant. Past niet bij mij.

De andere kant is, dat wanneer ik in tropisch gebied zou leven, dergelijke gedachten spinsels wellicht vaker door het hoofd zouden gaan. Hier en nu denk ik; ach, nog een maandje en de avonden worden weer iets koeler. Af en toe weer een vestje aan. Een gedachte die je op de been houdt.

Bovendien zijn juli en augustus de warmste maanden hier. En behalve dat, er valt ook geen enkele druppel regen. Het dreigt wel, maar op de een of andere manier gaat het telkens om ons heen. Donkere wolken, bliksemflitsen, we zien het, maar het komt in deze periode niet naderbij. Toch, enkele kilometers landinwaarts kan een stevige bui wel los barsten. Ook, vorige week, in Izmir, brak er een geweldig onweer los. Ik reed daar overigens net aan voor uit, maar kreeg toch al enkele druppels mee.

Het laatste jaar in Nederland volgde ik de weerberichten van Turkije met boven gemiddelde interesse. Niet omdat we tien het plan hierheen hadden al geopperd hadden, maar omdat mijn schoonzus zei dat het hier een van de zonnigste steken van het land is. Inderdaad is opgevallen dat de weerkaarten van het Journaal wel wolken en regen aan gaven in Turkije, maar deze locatie er vrijwel altijd nét buiten viel. Haar woorden waren dus niet gelogen en inmiddels ervaren wij het aan den lijve. Morgen een jaar geleden zijn we uit Driehuis vertrokken. Komend weekend zijn we hier de kalender rond. Inmiddels kunnen we er over mee praten. Alleen, of we nu (voor hier) een extreem koude en natte winter hadden zullen we nog moeten vergelijken, komende winter.



Een mens zit vreemd in elkaar. En ieder mens is daarin uniek. We kunnen zeggen dat het warm is, of koud, maar niemand beleeft het op gelijke wijze. Neem nou die Ice-man. Voor geen goud zou ik met hem willen ruilen en hij denk ik evenmin met mij.



Iedere ochtend sta ik op, kijk naar buiten en concludeer: het is mooi weer. Qua weer ben ik er niet meer zo mee bezig, zoals ik in Nederland alles bij hield. Wel ben ik veel meer bezig met de temperatuur en de gevoelstemperatuur. Tja, ik blijf Nederlander natuurlijk....

zondag 14 juni 2015

In den vreemde: krommunicatie en achterklap (42)

Lang leefde ik in de overtuiging dat roddelen iets was als een Nederlandse traditie. Geen ander volk kon dat zo goed als de plattelanders. In kleine steden en dorpen, maar ook in de stadse wijken. De Nederlander heeft een verhaal klaar, een oordeel, een anekdote, of een geheim. En eindeloos delen ze dit met elkaar, waardoor het origineel in de vierde hand al nauwelijks meer herkenbaar is.  We kennen allemaal wel het spelletje; met zijn allen ga je in een kring zitten. De eerste krijgt een woord. Dat woord moet de kring rond gefluisterd worden, waarna de laatste zijn/haar ontvangen woord hardop moet meedelen.zelden is dit gelijk aan het begin woord.



Inmiddels ben ik ouder, draag meer levenswijsheid en ervaring met mij en heb ontdekt dat men in Turkije niet onder doet voor de Hollanders. Roddel en achterklap vieren hier hoogtij en krommunicatie is hier aan de orde van de dag. Dat laatste natuurlijk ook nog eens onder invloed van de taal barrière. Misschien speelt hier nog een ander facet mee, waardoor de Turken hier zo goed in zijn. Een Turk is trots, wil iedereen te vriend houden en, met name de mannen, zijn al snel kleine autocraten. Dit al wetende is er prima mee te leven. Om er achter te komen is tijd nodig, maar binnen het jaar zijn we er mee bekend. Echter, de tijd dat je deze cultuur nog niet doorgrondt leidt tot soms irritatie, onbegrip en ongeduld.

De waarheid is hier iets wat je niet klakkeloos moet overnemen, want het is meestal bezijden de waarheid. In Nederland kom je dat ook tegen en wanneer het in sterke mate voor komt noemen wij zo'n persoon een leugenaar. Er van uit gaande dat men in Nederland bewust de leugens verkoopt ter eer en glorie van het vege hemd. In Turkije ben ik geneigd deze mensen niet direct als leugenaar te stigmatiseren. Nee, de intentie is immers iedereen te vriend te houden. Daardoor komt men klem te zitten en om die eer hoog te houden wordt er een verhaal verzonnen.

Krommunicatie speelt hierbij een grote rol. Afgelopen week ontving ik een telefoontje met de mededeling dat ik mij maar even niet boven (bij ons nieuwe huis) moest begeven. De mevrouw die het huis nu leeg haalt wil zo min mogelijk mensen om zich heen. Dat telefoontje ontving ik niet van de huisbaas, want die spreekt geen Engels. Door de boodschapper werd ik negatief bejegend, want ik had daar daags te voren niet mogen zijn. Mij reactie was er een van volle verbazing. Wij waren de vorige dag, op uitnodiging, langs gegaan om overname van spullen te bespreken. Op uitnodiging van de huurster. Wanneer wij arriveerden zat ook de huisbaas daar. Hij leek verrast. Tussen de huurster en huisbaas botert het niet. Nu blijkt dat hij ons een aantal zaken had toegezegd, terwijl hij met de huurster andere afspraken had. Daardoor had hij een aantal onwaarheden de wereld in geholpen. Eigenlijk nam iedereen dat voor zoete koek aan. Ons eerste contact met de huurster ontkrachtte al deze verhalen ten volste en zeer overtuigend. Tja, dus moest meneer de huisbaas zijn hachje redden, maar is contact tussen de huurster en ons natuurlijk voor hem weer bedreigend. Een prachtige intrige. Ik kan er alleen maar mijn schouders over ophalen.

We horen veel verhalen, en bijna altijd krijgen we later ook een geheel andere versie te horen. Bijna altijd gaat het personen en hun "daden". Ook valt op hoe slecht men naar elkaar luistert. Wat dat betreft zijn veel Turken niet anders dan veel Nederlanders.

Zo heb ik mij destijds (ook pas na enige tijd) enorm opgewonden over Westerman. Toen wij in de politiek kwamen wees hij vrijwel iedereen aan en labelde; te vertrouwen, een rotzak, een boef, en ga zo maar door. Liever leer ik zelf de mens kennen, want al vrij snel bleek ik er toch een hele andere beleving bij te hebben. Laat een ieder zelf oordelen. Ook hier kwamen wij nieuw. Langzaam ga je mensen kennen en hoorde je hen al snel spreken over anderen. Vooral in negatieve zin en het halve dorp bleek niet te deugen. Ook werden er tal van verbanden en relaties aan die mensen toegedicht. Iets wat achteraf volledig onwaar bleek. En de mensen zelf..., hele aardige lui. Ook hier in Turkije oordeel ik liever zelf.



In Haarlem, Driehuis en Velsen leefde ik in kleine gemeenschappen. Mensen spraken over elkaar. Er werd geroddeld, kwaad (of negatief) over anderen gesproken en gesproken woorden werden vaak anders uitgelegd, niet begrepen, en tevens kwam het nogal eens voor dat (essentiële) woorden niet gehoord of opgepikt werden. Nu in Göcek leven wij weer in een kleine gemeenschap. Heerlijk te merken dat het hier net als in Nederland is. Ook hier hebben wij onze "Westermannen" en zingen de verhalen door het dorp. Ik hoor wat mensen uitgevogeld hebben, hoe vriendschappen kapot gegaan zijn en hoe verderfelijk de ander is. Zelfs ondanks de taal barrière. Eigenlijk is dat heerlijk. Net of je thuis bent. Al eerder gaf ik aan mij hier thuis te voelen en het steeds meer als thuis te zien. Straks ben ik dus op twee plaatsen thuis. Maar op beide plaatsen zal ik mijn best doen mijn oren te sluiten voor alle krommunicatie en achterklap. Dat het er is maakt vertrouwd, alleen zelf ben ik er niet van gediend mij hiermee in te laten. Een heilige ben ik niet en mij er volkomen aan onttrekken toont een grote naïviteit. In ieder geval doe ik mijn best het zo veel als mogelijk te beperken. Het zekere kluizenaarsleven, wat wij tegemoet gaan, zal daar ook zeker een positieve bijdrage toe leveren. Of ik moet gaan roddelen tegen de honden, katten, kippen en straks ezels. Een ding is duidelijk, dan is er zeker sprake van krommunicatie!

zaterdag 28 maart 2015

Van de vos Reinaert

Reinaert de Vos, wie kent hem niet. Wel, met trots mag ik zeggen dat ik een nazaat van Reinaert ben. Absoluut, Reinaert is een legende, maar mijn voorouder heeft ook echt bestaan. Bovendien geeft het verhaal over hem een goed beeld van ons vossen. Wij zijn immers sluwe dieren. Sluw, als het om eten gaat. Alhoewel, verder zijn we ook niet echt dom. De meeste vossen zijn zelfs zeer intelligent. Intelligenter dan honden en wolven. In de verte zijn we immers familie van de honden en wolven. Misschien is het grootste verschil wel dat zij roedeldieren zijn en de vos juist vrij solistisch. Honden en wolven kunnen dus ook een stuk dommer zijn, ze volgens immers hun leider. En leiders, dat hebben we inmiddels wel van de mensen geleerd, kunnen gewoon heel dom zijn. Als ze maar een grote bek hebben.

Ik woon in de duinen. De Waterleiding duinen, wel te verstaan. Ik leef tussen Vogelenzang en IJmuiden. Dat is een groot leefgebied, maar daarbij moet ik vermelden dat dit alles meer is dan mijn leefgebied. Namelijk, door het jaar heen leef ik in de verschillende gebieden. Ondanks dat een vos zijn eigen leefgebied er op na houdt, is een vos zo slim om een paar keer per jaar te verkassen. Zo hebben we verscheidene gebieden. We, want ondanks dat wij de meeste tijd in ons eentje zijn, delen we wel wat leefgebieden betreft. En wisselen we dus af.

Ik moet zeggen, dat ecoduct bij Zandvoort is een hele vooruitgang. Ik heb toch wel een paar vossen verloren, bij het oversteken van die weg. Nu hoeven we daar niet meer bang te zijn om over te steken. Op andere plekken moet je juist nog wel opletten. Zoals die dubbele weg, richting IJmuiden. Zelfs in de berm ben je daar soms niet veilig. Ik ben een oom verloren. Hij zat verscholen in de berm, een paar meter van de weg. Schuift er opeens een auto over hem heen. Een puinhoop, auto op zijn kant, oom dood. Gelukkig zijn dat de enige twee wegen waar we extra alert moeten zijn. Nu dus nog maar eentje.



Goed, ik verkas dus regelmatig. Eigenlijk per jaargetijde. In de winter zit ik wat meer in het noorden. Daar kan ik makkelijk het dorp in. O ja, ik kom ook gewoon in het dorp hoor. En heel soms lukt het mij om een kippetje te vinden, te vangen, op te peuzelen. Een echte lekkernij. Maar, vroeger (heb ik van horen vertellen) waren er veel meer kippen in de dorpen. Ach, vroeger, dat is voorbij. Nee, een kippetje is een traktatie, naast alle andere traktaties die je in de dorpen aan kan treffen. Wat het allemaal voor spul is weet ik ook niet. Veel is zoet. Ook soms zout en een enkele keer veel te zout. En vet. Ja, vet vind je ook overal. Dat is goed, zeker in de winter. En het meeste ligt voor het oprapen. Mensen zijn zo slordig. Ik kan daar hopeloos van genieten. Heerlijk.

In de duinen heb ik zo mijn contacten. Met andere vossen natuurlijk. We zijn dan geen roedeldieren, elkaar opzoeken is toch heel iets anders. Daarnaast wil ik de vrouwtjes ook wel eens een goede beurt geven. Met de kleintjes heb ik niet zo veel. Toch help ik de eerste tijd wel. Niet te lang en zeker niet teveel. Gelukkig zijn vossen niet echt monogaam. Nee, dat zeg ik verkeerd. Per jaar zijn we redelijk monogaam. Toch heb ik meestal ieder jaar wel een ander vrouwtje. Immers, verandering van spijs doet eten. En dat is waar wij, vossen, van houden. Verder heb ik niet echt contact met konijnen. Wanneer ik contact met een konijn heb, is dat om het dier te verschalken. Net als vogels. En, don't forget de eieren. Voor een goed ei mag je mij wakker maken. De pest is dat ik ze altijd zelf te pakken moet zien te krijgen. Lijkt een makkie, maar soms een reuze opgave.

Nee, mijn contacten zijn met de grotere dieren: reeën, herten, paarden en een soort koe. Die laatste zijn toch een stelletje domme grazers...

" Ha, Vossie, dat hoorde ik mooi effe. Helemaal gelijk rooie. Die koeien die ze hier laten grazen zijn volgens mij allemaal een beetje simpel."

" Ach, als we daar ons reeën madame niet hebben."

" Helemaal raak rooie. Ook lekker aan de wandel? En, net als altijd, hardop aan het mijmeren?"

" Ach Truus, soms heb ik lekker aanspraak aan mezelf. Ben jij alleen, of loopt jou groepje in de buurt?"

" Ik wilde effe alleen zijn. Ik was net van plan weer terug te gaan."

" Nou, doe ze de groeten. Ik zie je wel weer."

Kijk daar gaat mevrouw ree. Ze is absoluut aardig, maar van wat eenvoudige komaf. Haar roedel is trouwens een beetje uit z'n jasje gegroeid. Overal kom je tegenwoordig reeën tegen. Aardig volk, maar wat platvloers soms. De paarden, die zijn tof. Eigenlijk is het meer een soort pony en ze komen van heel ver weg. Ik zie ze vooral in de winter, want hun groep staat aan de noordkant van de Kennemerduinen. Ook de koeien staan in hun eigen gebieden. De rest is zo vrij als een vogeltje. Zoals de vos. Ik kan zelfs lekker over het Bloemendaalse strand lopen. Niet overdag, maar als het donker is. Nou ik het daar over heb. Een jaartje geleden was ik in de zomer op de camping de Lakens. Ook in Bloemendaal. Het was nog best vroeg en ik scharrelde tussen de tenten. Ja, daar is vaak iets te vinden. Komt er een kerel uit een tentje, gaat er voor zitten en maakt zijn ontbijtje. Ik zat een paar meter verder. Ik keek, maar hij sloeg nauwelijks acht op mij. Ik ben er van overtuigd dat het zo'n type was die niet zag dat ik een vos ben, maar dacht dat ik een hond was. Meestal raken mensen heel erg opgewonden als ze een vos zien. Dat vinden ze geweldig. Hoe vaak ik wel niet gefotografeerd ben... Je kan er een boek van maken. Ik heb niks aan een boek, maar misschien vinden de mensen het wat. Het leven van een vos is tegenwoordig niet slecht. Hier wordt er ook eigenlik niet op ons gejaagd. Lekker rustig.

Ik ga zo ergens een tukje doen. In de nacht ben ik veel op, maar overdag ben ik ook veel wakker. Ik slaap wanneer ik moe ben. En nu, nu ben ik nog lang niet moe...

zaterdag 13 september 2014

in de vreemde: vacuum (6)


Inmiddels verblijven wij bijna een maand buiten Driehuis. Drie weken inmiddels in Turkije. Een nieuw leven, waarbij op termijn Turkije en Nederland afgewisseld zullen worden. De eerste weken was het opbouwen, maar nu heb ik af en toe het gevoel op vakantie te zijn. Misschien komt dat doordat we momenteel een logee hebben. Ik heb nu wel het gevoel in een soort vacuüm te zitten.

Natuurlijk is het een omgeving die je in feite alleen van het vakantie vieren kent. Dat we er nu leven vergt een omschakeling. In eerste instantie ging dit vlot en voelde ik mij snel thuis. Het voelde ook als “thuis”. Dat is op zich niet veranderd en inmiddels voel ik mij meer en meer thuis. Daarnaast merk ik da wij dingen doen, die juist weer meer op vakantie lijken. Een middag varen op de boot van Hassan en Wilma. Op zich wel lekker het water, maar ik ben niet meer zo een zeiler. Vroeger was ik dat wel. Op het Alkmaardermeer. Dan had je wat te doen. Nu kijk je vooral naar de omgeving, maar veel is er niet te doen. Met de afstanden hier ga je af en toe eens overstag en verder is het voortsukkelen. Net als bij een motorboot, alleen gaat die niet zo schuin. Op Facebook maakte ik als de opmerking: zeilen is een actieve manier om je te vervelen. Dat geldt natuurlijk ook voor het varen op een motorboot. Nee, dan is Nederland in het voordeel.
Na de boottocht gingen we eten bij de lokale pizzeria. Dan krijgt het vakantiegevoel toch echt de overhand. Gisteren wandelden we eind van de middag naar het dorp, om bij Blue een biertje te drinken. Omdat het Happy Hour was namen we ook een cocktail. Tegen donker kwamen we thuis aan. Koken en eten, onderwijl nodigde de buurvrouw (Kristina) ons uit voor een party. Na de laatste happen dus op naar de buren voor een avond stevig doorzakken. Iets wat je doet op vakantie. Overigens heb ik het zelf heel rustig aan gedaan, omdat ik enorme last van mijn rug had. Vannacht speelde dat ook nog op. Ik heb me suf geslikt aan pillen en ben wel vijf keer uit bed geweest. Dat is dan net weer Nederland. Ondertussen mailen en bellen met de bank en de makelaars, post via de mail ontvangen en vanmiddag gaan we via binnen weggetjes naar een strand verderop. Het ene moment leef ik hier, het andere moment vier ik een soort vakantie. Het klinkt gek, maar ik heb daar op de een of andere manier moeite mee. Gek, mede omdat ik mijn structuren en neurotische gedrag toch redelijk in Nederland heb achter gelaten.  Misschien mis ik de nieuwe structuren, of zijn die nog niet voldoende in mij geslopen. Ik weet het niet. Ik vraag mij dan wel af, in zo een situatie, wat doe ik hier nu eigenlijk. Wat is de bedoeling hier? Dan merk je het verschil tussen emotie en de ratio. Waarschijnlijk is dat een logische ontwikkeling bij een stap als welke wij nu gemaakt hebben. Ik weet het niet, maar brengt mij wel even in verwarring.

Een van de dingen om naar Turkije was, voor mij, een zekere rust te vinden. Een kalm ritme en een “we zien wel” mentaliteit er op na te houden. Ik voel me daarentegen soms juist opgejaagd en minder vrij. Ik “moet” zo veel en kom aan de meeste dingen niet eens toe. Het tempo is lager, dus zelfs op een drukke dag presteer je minder dan in Nederland. Helemaal niet erg. Op zich wel lekker. Alle feestjes en uitjes maken dit echter weer tot een verhoging van de druk. In plaats van ontspanning brengt het mij op dit moment spanning, alhoewel ik de vinger er dus niet op kan leggen hoe dit nu werk, of in elkaar zit. Vast voer voor psychologen…

Bijzonder is dat je met zo’n verhuizing blijkbaar diverse stadia door maakt. Zoals ik eerder al beschreef heb je een periode dat je een heleboel dingen (onbewust) verwerkt. Ook het besef dat je hier woont en geen vakantie viert is een proces wat ergens in je hersenen af speelt. Al zeg ik over enkele maanden misschien dat ik met hangende pootjes terug naar Nederland wil (wat ik mij overigens niet kan voorstellen) ik heb een bijzondere ervaring opgedaan.

Qua wonen hebben we de basis nu wel op orde. Ik kan daar goed mee leven. Dat moet ook wel, want het weinige geld dat we er voor hadden hebben we goed moeten besteden. Dat is gelukt, maar nu is het geld weer even een tijdje op. Ook een soort vacuüm. We moeten nog een keer hout hebben om van de matrassen een echt bed te maken. We moeten een keer op zoek naar een kachel en ook het koken vergt nog een aanpassing, want het Campinggas stel  blijft wel heel erg behelpen. En zo zijn er meerdere zaken die nog geregeld moeten worden. Op dit moment kan er even niks, maar gebeurt er ook even niks. Ook wat betreft zaken die geen financiële gevolgen hebben, maar wel opgepakt moeten worden, zoals de verblijfsvergunning. Anders moet je na drie maanden over de grens. Nu mogen we gedurende een half jaar drie maanden hier zijn. Dat schiet niet op. Geld kost het niet, maar je paspoort ben je wel vijf weken kwijt. Hoe dat nu weer zit wanneer ik in oktober naar Nederland ga is ook lastig, want dan is de termijn weer net te krap. Moet ik in Nederland weer een nieuw visum aanvragen.
Langzaam merk je dat het leven in den vreemde ook een aantal verplichtingen met zich mee brengt en dat je een aantal zaken moet regelen. In een land als Turkije voel je jezelf al snel een soort analfabeet. Gelukkig hebben we hulp, maar er zijn dus momenten dat ik het allemaal niet kan plaatsen. Ondertussen krijg ik kritiek dat ik de hele dag (het was maar een halve overigens) zit te tekenen. Ja, wanneer ik hier iets op wil bouwen moet ik juist tekenen. En moet ik schilderen. Aan de dingen om het gewone leven op te pakken kom ik nog niet. Geen onwil, maar er lijkt steeds iets anders te zijn, wat belangrijker is. Ik ga dat niet ontkennen, maar het werkt niet in het voordeel voor een snelle integratie. Zo ook met mijn Turks. Ik wil dat langzaam gaan leren. Op mijn manier. Tot nu toe heb ik nog geheel geen rust gevonden, en geen gelegenheid, hier een start mee te maken. Ik blijf maar hangen in “Merhaba”.

Ik wil niet ontevreden over komen. Dat ben ik ook niet. Wel beschrijf ik weer een fase, welke blijkbaar aan onze stap vast zit. Het zal ook zeker wel goed komen en de boel regelt zich wel weer. Ook dat is Turkije. Ik heb nog geen moment spijt deze stap genomen te hebben, maar ontdek wel dat het niet altijd even lichtzinnig opgevat moet worden. Al kan dat per persoon natuurlijk ook verschillen. Alleen al de manier waarop wij buiten leven… dat maakt bijna alles goed….




woensdag 3 september 2014

In den vreemde: ritme (4)




Je leeft in een vreemd land, wat ook een vakantieland is. Dat lijkt voor veel mensen een ideaal, terwijl anderen bij de gedachte al gruwelen. Vakantie in zo een achterlijk land is al meer dan genoeg. Anderen lijkt het wonen in een vakantieland een soort verblijf in Eden, het paradijs. Feit blijft dat het leven een complex geheel is.

De eerste week was ik helemaal niet bezig met het feit of ik hier met vakantie ben, of hier woon. We hadden het druk. In het, door de temperatuur en cultuur, aangepaste tempo kwamen we onze dagen door. Er was veel te doen en je bent bezig een nieuw nestje te creëren. Dat we, twee dagen geleden, Lina van het vliegveld afhaalden gaf het gevoel hier te wonen, in ieder geval meer dan hier alleen als toerist te zijn. Ik ken het nog van Curaçao. Joop woonde daar en wanneer ik daar logeerde maakten we vaker de reis naar vliegveld Hato om mensen op te halen, of juist weg te brengen. Ik was niet op vakantie, maar woonde even bij Joop. Met dat verschil, dat ik zelf altijd na enige tijd ook weer naar Hato gebracht werd, om naar Nederland te vliegen. Nu was ik op het vliegveld van Dalaman. Ik haalde iemand op, onze Lina. Maar dit keer ben ik de “Joop”, want ik leef nu even in dit land.
Inmiddels merk ik dat je leven deels wordt bepaald door een aantal dubbele gevoelens, waardoor je niet precies weet hoe het leven er nu eigenlijk echt uit ziet. Het komt over als enigszins onwerkelijk. Dat is het natuurlijk ook, maar tijd heelt alle wonden. Dat zegt men, maar ik geloof daar ook in.
De dag na aankomst van Lina deed ik gewoon mijn klussen. Op de berg moest ik de kippen uit het hok halen (in de ochtend) en er weer in stoppen (in de middag). Overdag heb ik de tweede tafel gemaakt. Omdat ik alleen nog kortere schroeven had moest de constructie anders… en dat was veel meer werk. Ondanks het kromme en matige hout (geen decimeter is echt recht) staat er nu wel een tafel in de kamer. Tafel nummer twee.

Er ontstaat ook een zeker dagelijks ritme. Anders dan in Nederland. In Nederland is het dagelijkse ritme ingegeven door de klok. Hier door de handelingen. Het ritme in Nederland kent een sterke structuur. En in de avond ben je moe, en hang je voor de tv, wanneer er geen andere afspraken zijn. Hier speelt tijd geen rol, en wanneer je moe bent ga je naar bed. Hier geen tv, bijna bevrijdend.
Door het ritme wat er wel is, maar de structuur er om heen ontbreekt weet je nooit wanneer je wat doet. Je staat op wanneer je wakker wordt. Meestal tussen zeven en acht uur. In Nederland had ik absoluut een wekker nodig. Naar bed gaan gebeurt tussen half tien ’s avonds en half 2 in de nacht. Ik mis mijn neurotische structuur geheel niet. Ik heb het hier ook niet nodig.
Gisteren werd ik echter even geheel uit mijn balans getrokken. Tot nu toe hadden we het water alleen op afstand en onder de douche gezien. Maar, mede omdat Lina er was, zijn we naar Yagmur gegaan. Yagmur is een appartementen hotel, waar Wilma en Hassan goede contacten mee hebben en alle keren dat wij hier zijn ook langs komen. Daar is een heerlijk zwembad. We wisten al dat we daar altijd mogen zwemmen, maar tot op heden was dat er niet van gekomen. Te druk en het paste niet in het ritme. Nu waren we er wel. Met open armen werden we ontvangen. De oude barkeeper is daar nu de baas en het eerste wat hij (inderdaad) bevestigde was dat we daar altijd het water in mogen plonsen. En dan lig je daar lekker, bestelt een drankje, neem een duik en… Opeens kreeg ik een raar dubbel gevoel. Ja, dit was harstikke lekker, maar voelde ook als vakantie. Ik bén helemaal niet op vakantie! Wat doe ik hier? Het was even of ik mijzelf niet mag gunnen aan het zwembad te hangen. Het past niet in het ritme, maar bovenal ik woon ik hier toch, en ben geen toerist…
Natuurlijk klopt dit niet. In Nederland werk je vijf dagen en in het weekend ontspan je. Ondanks dat ik al ruim vier jaar geen betaalde baan meer heb, heb ik wel altijd een zeker ritme vastgehouden. Op zondag voelde ik mij dan ook wel (soms) een zondagsschilder. We hadden een structuur, al week deze in zekere mate af van de structuur in gezinnen met werkende ouders, of ouder. En soms gingen we even een hapje halen bij Ruud, in Café Middeloo (Driehuis). Ja dat deden we daar ook, dus waarom mogen we hier niet af en toe een plons in het water maken?

Blijkbaar hebben we wel al een ritme, maar is de opbouw hiervan nog niet geheel klaar. Onzekerheden spelen misschien een rol. Ook de opmerkingen van de dames van de RABO bank blijven in mijn achterhoofd spelen. Nee, we gaan niet (leuk) op vakantie. De opmerking over dat we niet echt emigreren is van mindere importantie, omdat die verder geen direct effect op ons verblijf hier heeft. Maar die ene mevrouw heeft ook haar weekenden. Ondanks dat zij werkt en niet op vakantie heeft doet zij ook leuke dingen. Ondanks dat wij onze hypotheek niet kunnen voldoen mag ik toch nog wel iets leuks doen?

Een ding mis ik hier nog. Het prikkelt wel al, maar moet nog een plekje in het ritme krijgen. Ik heb nog geen penseel aangeraakt. Misschien moet ik eerst nog even wat gaan schetsen en tekenen, om op die wijze weer een beetje in dat ritme te komen. Ik moet wel opschieten, want eind oktober moet ik nog een schilderij af hebben. We blijven voorlopig nog bouwen en dat betekent ook dat we nog niet helemaal in ons ritme zitten. Een vriend van mij, Pieter Mantjes, heeft het jaren geleden al goed bekeken. In Portugal heeft ie een pandje opgekocht, in een klein dalletje. Daar heeft hij wat appartementjes te huur en leeft een maand of acht in Portugals en vier in Nederland. Dat doet ie al; jaren en op die wijze heeft hij zijn ritme al gevonden. Hier moeten de logeergasten vervangen worden door het schilderen. Ik bedoel, logés is prima, maar we hebben hier geen betalende gasten. Dat laatste moeten wij dus anders gaan invullen. Ik ben benieuwd hoe lang dat gaat duren, maar aan allerlei kleine dingen merk ik dat we al snel en steeds meer in ons nieuwe ritme komen…


In ieder geval, vandaag voor het eerst, wat wolkjes voor de zon… (na ongeveer 12 dagen alleen zon…) en heeft Reina mijn baard getrimd en haar geknipt…


maandag 17 september 2012

referendum HOV

Een lastig pakket. De macht van een kleine groep, welke een grote meerderheid lijkt te zijn. Deze weken zien we het in de Arabische wereld. Hevige rellen naar aanleiding van een film, waarin de profeet Mohammed wordt afgebeeld. Staat nu de hele Arabische wereld op z’n kop, of is er sprake van een aantal kleine felle groeperingen, die als een soort automaat aangezet worden? Dicht bij huis lijkt het zelfde aan de hand.

Vrijwel vanaf het begin van mijn politieke carrière in Velsen is de HOV (Hoog Openbaar Vervoer) onderwerp van gesprek. En is zijn voorstanders en tegenstanders. Inmiddels lijkt het of de gehele burgerbevolking tegen de HOV is. Naar mijn idee worden de tegenstanders door een klein groepje mensen gemobiliseerd en vooral ook opgejut.
Op dit moment ligt er een verzoek een Referendum te houden te stoppen met de verdere aanleg. Vanuit democratisch oogpunt zou ik het verzoek moeten steunen. Alhoewel, de achtergronden geven mij in dat er nogal wat rammelt aan het verzoek. Zo’n verzoek moet je toch niet steunen?
De afgelopen jaren heb ik veel gediscussieerd over die HOV. Er zijn twee soorten tegenstanders. Mensen die mordicus tegen zijn en mensen die tegen de huidige plannen van bepaalde deeltrajecten zijn en hier een alternatief op willen. De laatste groep zegt niet tegen de HOV te zijn. Nee, zij zijn zelfs voor de komst er van, maar op hun voorwaarden. Met het referendum hebben beide groepen de handen ineen geslagen… Vreemd dus.
Ten aanzien van de tegenstanders heb ik een hoop gediscussieerd, maar telkens viel mij op dat de tegenstanders absoluut niet naar de (mijn) tegenargumenten luisterden. Er was geen enkele opening mogelijk. Daarbij verhardde het standpunt van de tegenstanders keer op keer. En nu ligt hier dan het Referendumverzoek.

In mijn dorp, Driehuis, word ik regelmatig en van diverse kanten bestookt met mails en briefjes om tegen de HOV te zijn. Het wordt een soort indoctrinatie en ik durf nauwelijks meer aan te geven dat ik voor ben. Het lijkt in het dorp niet toegestaan, dat je voor die HOV bent. De druk is zo groot, dat je bijna niet meer tegen het Referendumverzoek kan stemmen zonder gezichtsverlies. Dit lijkt de democratie voorbij. Immers de democratische besluitvorming wordt opzij gezet voor een haast dictatoriale opstelling. Goed ingebed met (valse) sentimenten, verkeerde informatie, onvolledigheid en eenzijdigheid. Maar vooral met een stemming van: je mag niet tegen ons verzoek zijn.

De mensen die tegen de HOV zijn, zijn opgehitst. Dat staat voor mij buiten kijf. Opvallend is ook, dat de grootste tegenstanders in feite weinig met die HOV van doen hebben. Ze wonen niet langs de route, gebruiken vooral veel hun eigen auto en hebben altijd overal kritiek op.

Het proces verloopt goed. Ten aanzien van deeltrajecten is inspraak en overleg en dit leidt dan ook regelmatig tot kleine of wat grotere aanpassingen. Bij bewoners is sprake van veel beeldvorming, niet altijd ingegeven door de tegenstanders. Nee, men heeft onvoldoende kennis van zaken, gaat uit van vooringenomen standpunten en wil eigenlijk geen verandering. Mij valt op dat wanneer ik tijd en rust krijg om uit te leggen waarom de HOV er wel moet komen en wat de effecten zijn, men over het algemeen anders naar het verhaal gaat kijken. En sommige lieden knikken “ja”bij mijn verhaal, maar draaien zich om en blijven gewoon bij de tegenstanders. Sorry, maar daarmee is niet te regeren. Moeite heb ik ook met een aantal mensen die zich hebben verenigt in het tegenfront en dan zeggen: zelf ben ik wel voor, maar ik neem het voor de anderen/ mijn buurt op. Wat deze mensen willen… ik weet het niet. Van alle kanten wordt er stevig gemanipuleerd. Maar ik moet deze week besluiten of ik voor of tegen het Referendumverzoek ben. Een lastig pakket.

donderdag 7 juni 2012

HOV in Velsen

Ik ben niet tegen, maar wel tegen de tracé keuze en de hoge kosten. Een elegante, maar wat zwakke manier om aan te geven dat je ergens wel degelijk tegen bent. Namelijk je geeft aan ergens wel voor te zijn, maar de argumentatie houdt in dat je er nooit voor kan zijn.

Het blijft een zeer lastig dossier, die HOV in Velsen. De boodschap blijft op de een of andere manier hangen. Er lijkt een stugge houding het verhaal niet te willen begrijpen. Als GroenLinkser ben ik voor de HOV en voor een groot deel zit hier een tracé in verwerkt. Die keuze ligt wat mij betreft vast en het gaat er dan vooral om te kijken hoe je dit tracé het beste in kan passen. Niet de discussie aan gaan over andere tracés, maar een discussie over de juiste aanpassingen. Gek, maar dat lukt maar niet. Om nu met de hoge kosten te komen is voor mij een mosterd na de maaltijd argument. Daar wil ik het niet eens meer over hebben.

De stagnerende houding in IJmuiden (Minister van Houtenlaan), Driehuis en Santpoort Noord maakt dat wanneer daardoor de HOV niet door gaat er echt sprake is van een financieel verlies. Blijkbaar realiseert men zich dat niet. Alle investeringen tot nu toe in de HOV worden dan namelijk feitelijk teniet gedaan.
In Haarlem is het op basis van politieke impasse ook al verkeerd gegaan. Het betreft daar de onderdoorgang van het Spaarne. Haarlem heeft daarmee 10 miljoen euro laten lopen en zit nu met een groot probleem. Alleen daar was het de politiek, die het af liet weten.

In Velsen zijn het de inwoners die, door hun houding, niet alleen veel provinciaal geld verkwanselen, maar ook nog eens reeds geïnvesteerd geld weg gooien. Blijkbaar is dat besef er onvoldoende en weet de politiek die boodschap niet goed te vertellen. Ook blijft het (zeker ook vanuit de politiek) een strijd tussen wel of niet. Ik hoop echt dat er meer ingezet gaat worden van: dit is het tracé, maar hoe gaan we met elkaar kijken hoe dit tracé zo goed mogelijk ingepast kan worden.
Al zal het lukken tot een referendum te komen, ik denk zelf dit op voorhand naast mij neer te leggen. Het is namelijk niet reëel. Niet reëel omdat de strekking van het referendum veel te laat komt. Niet reëel omdat het niet gaat waarover het moet gaan. Een grote groep inwoners en politiek staan met de hakken in het zand tegen over elkaar. Verdomd jammer en ik hoop nu echt er op inhoud eens goed uit te komen!


maandag 14 mei 2012

Plezierjacht gezonken na aanvaring

(van onze verslaggever)

Driehuis – Zondagmiddag is een pleziervaartuig gezonken na in botsing gekomen te zijn met een brulkikker.

De familie slak was, vanwege het mooie weer, aan het varen op de vijver. Ondanks het rustige weer en het goede zicht kwam het tot een botsing met de brulkikker, die zich met veel bravoure door het water voortbewoog. De vier opvarende hadden gedronken. Een opvarende, de kapitein van de familie slak, is op het pleziervaartuig achtergebleven. Door de klap heeft de brulkikker enige tijd versuft aan den oever gebivakkeerd. Volgens kapitein slak was de familie heel rustig aan het varen, toen de brulkikker uit het niets naar boven kwam. De brulkikker is niet beschikbaar voor enig commentaar.
De politie van Driehuis stelt een onderzoek in naar de toedracht van deze aanvaring met rampzalige gevolgen. Drie van de vier leden van de familie slak zijn vermist. Met duikers is nog naar hen gezocht, maar er zijn geen slachtoffers gevonden.