Posts tonen met het label Facebook. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Facebook. Alle posts tonen

dinsdag 30 oktober 2018

School

Ach, natuurlijk kan ik wel weer ergens over zeuren, maar op de een of andere manier moest ik denken aan mijn schooltijd. Dat komt misschien door mijn eerdere blog over Ekseption en Waaldrecht. In 1969 kwam ik op het Lorentz. De meeste klasgenootjes, van de lagere school (Adolf van Nassauschool in Santpoort), gingen in IJmuiden naar de middelbare school. Ik wilde persé naar het Lorentz.
Het begin daar was voorspoedig, iets wat in het laatste semester alweer volledig teniet gedaan werd. In 1970 werd ik geopereerd aan mijn voeten. Los van het fysieke ongemak was ik erg bang gemaakt voor de operatie. Daardoor begon ik te klooien, wat ik de rest van mijn schoolloopbaan aardig heb volgehouden. Recalcitrant is wellicht nog te voorzichtig gezegd... Ondanks mijn slechte prestaties was het ook een aardige tijd. En het Lorentz was een broedplaats voor creativelingen. Vooral ingegeven door Tjeerd de Haan, leraar Nederlands, auteur en creatief inspirator. Een klasgenoot van mij, Peter van de Klashorst, is een bekend schilder geworden. Hugo Kaagman, bij wie ik mij ooit bij een les Nederlands in zijn klas verstopte, is als punker en graffiti artiest toch ook redelijk succesvol geworden. En er zijn vast meer klasgenoten (en schoolgenoten) die het goed gedaan hebben in hun leven.
Heb ik het goed gedaan? Tja, wanneer ik terug kijk op mijn leven ben ik tevreden, alhoewel ik een ster ben tegenslagen op te zoeken.

De middelbare school heb ik nooit met goed gevolg afgesloten. Tot 1975 heb ik op het Lorentz gezeten. Nooit verder gekomen dan 4 HAVO. Mijn klasgenoten hebben elkaar dan ook flink afgewisseld. Velen zijn dan ook aan mijn herinnering ontglipt, doch anderen zal ik nooit uit mijn geheugen kunnen wissen, mits Alzheimer zich bij mij aandient. Met enkelen heb ik soms contact, zijn "vriende" op Facebook of kom ik nog wel eens tegen. In de tijd van school was ik niet de meest populaire. Sterker, ik functioneerde nog wel eens perfekt als pispaal. Daarnaast haalde ik ook rottigheid uit. Ik zat een keer voorin de klas, bij Bijkerk van wiskunde, dat ik een paraplu op stak. Onschuldig leuk. Bijkerk had de pik op me. Hij sliste en sprak flink met mondwater. Dus, ik moest vooraan komen zitten. Omdat ik niet iedere les nat wilde worden had ik die plu mee. Daarna heeft hij overigens gelijk geweigerd nog les te geven. Dat is ook niet meer gebeurt, al kan ik mij de vervangen wiskunde niet meer herinneren.
Ook ben ik een keer echt buiten het acceptabele gegaan. Op het plein liet een klasgenoot een pistool zien, waar je kleine kogeltjes (een soort hagel) mee kon afschieten. In mijn ooghoek zag ik Hendriks van Aardrijkskunde, in het hok van de amunuensis staan. In een reflex pakte ik het wapen, schoot en gaf het terug. Ik had door de ruit in de hand van Hendriks geschoten. Mijn klasgenoot is van school gestuurd. Dat wilde hij ook en had nu een goede reden. Met hem, Ruud geheten, had ik een jaar langs een wedstrijd; wie het meest uit de klas verwijderd werd. Op het nippertje had hij gewonnen. Hij deed het uit onvrede, ik uit recalcitrantie. Maar goed, waarom mijn impuls richting Hendriks? Tijdens een les aardrijkskunde sprak hij over het observatorium in Tucson (Arizona, USA). Ik zei daarop dat een neef van mijn moeder daar werkte. Toen ik thuis kwam nam mijn moeder mij apart. Wat ik had gezegd? Ik herhaalde, waarop zij zei:" volgens je leraar heb je gezegd dat je moeder, ik dus, werkster is in het observatorium in Tucson...". De vraag op dat moment was wie hier nu gestoord was. Vingers wezen in mijn richting. Mijn schooltijd was turbulent en dat ik het zo lang heb volgehouden was omdat mijn broer zo braaf en voorbeeldig was en mijn vader in de oudercommissie zat. Uiteindelijk heeft dat alles niets mogen helpen. Toen ik wederom bleef zitten mocht ik een andere school uitzoeken. Dat heb ik nog een jaar volgehouden....

donderdag 4 oktober 2018

Kritiek

Met enige regelmaat word ik aangesproken op het keveren van mijn kritiek op Nederland, de Nederlandse overheid en diverse instanties. Soms word ik als "zuur" of "cynisch" bestempelt. Dat zet toch tot nadenken.
Ja, ze hebben wel degelijk gelijk. Ik poog wel minder mijn kritieken te uiten, maar recent had ik op Facebook toch weer wat opmerkingen over de Belastingdienst. Is mijn kritiek zo onterecht? Velen zijn van mening van wel en vinden dat de maatschappij, in Nederland, op zich goed geregeld is. Bij mijn overwegingen merkte ik dat ik pas vanaf 2013 met mijn negatieve uitlatingen begon. In eerste instantie rond onze politieke ervaringen. Ja, dat was schokkend voor mij, ik moest het uiten. Het moest kwijt. En daarna is alles in toch een zekere stroomversnelling geraakt.

Tot 2013 was mijn leven eigenlijk wel op orde. Ondanks dat ik werkloos raakte, tijdens de crisis, bleef ik optimistisch. Als zelfstandige ging ik aan de bak. Het was niet eenvoudig, maar het bracht voldoende voldoening. In eerste instantie, want in 2014 volgde het een en ander elkaar snel op. Daardoor kwamen wij in een situatie, die wij niet kenden. Een situatie waar ik tot dan toe alleen over las, op televisie zag, of van derden hoorde. Het was niet "mijn" wereld. Maar in 2014 werd het wel mijn wereld. Doordat er iets mis ging ontwikkelde zich een keten van misstanden en ongelijkheid. Van onrecht zelfs, in mijn beleving. Plots werden we persoonlijk geconfronteerd met (slecht) politiek beleid, slecht functionerende ambtenaren, leegzuigende banken, en noem maar op. Als zelfstandige werd het onmogelijk gemaakt, in ons huis konden we niet meer leven. Het besluit een deel van het jaar in Turkije te gaan wonen was een besluit om enigszins een menswaardig leven te kunnen leiden. In Nederland zouden we niet alleen verder afzakken, maar ook dakloos zijn. En dat terwijl je een eigen huis had.
Die opeenstapeling maakte dat ik mijn frustraties en kritiek moest uiten. Kortom, plots stond ik aan de andere kant. En wellicht daardoor zie je dingen anders. Misschien ga je er meer op letten. Inderdaad, voordien was ik altijd wel kritisch, maar niet in de vorm, welke ik vanaf 2013 uitte, ondermeer in diverse blogs.
En ja, sindsdien lijkt het niet op te houden. Iedere keer weer zo'n tegenvaller. Recent dat rare gedoe met de Belastingdienst. Voor 2013 bestond het niet, dat je als huurder geld krijgt van de overheid ter compensatie. En nu dringen ze het je op. En ondanks aangegeven te hebben, dat we het niet wilden, bleven ze door gaan te betalen... Tot opeens een terugvordering op de mat lag. Sorry, maar mag ik dan zo reageren? En nogmaals, in het verleden speelde dit soort zaken nooit. Ik betaalde keurig de hypotheek, alle maandlasten werden op tijd voldaan en niets was een probleem. We konden op vakantie, leuke dingen doen, maar natuurlijk moesten we ook opletten. Dat ging altijd prima.

Nu kunnen we niet op vakantie. In Turkije kunnen we redelijk leven. Geen gekke dingen doen, maar het is prima te doen. In Nederland leven we wel heel sober en kunnen we ons erg weinig veroorloven.   De tijd dat we in Nederland zijn moeten we de dubbeltjes wel omdraaien. Maar dat laat je niet zien. Er blijft altijd een zweem van schaamte over de relatieve armoede hangen.

Nee, ik sta nog steeds achter al mijn kritieken. Misschien had het soms wat genuanceerder gekund, of minder fel. Maar ik begrijp ook de kritiek. Zolang alles op orde is, is het verdomd lastig ons verhaal te begrijpen en helemaal om onze machteloosheid te voelen.  In ieder geval ga ik proberen (en dat gaat vast lukken) minder negatief te zijn. Alhoewel soms een discussie uitlokken ook wel leuk is.

woensdag 21 juni 2017

Ambacht of Kunst

Rembrandt van Rijn was een perfecte ambachtsman. Jeronimus Bosch was de eerste echt kunstenaar! Twee nogal krachtige stellingen. Inderdaad, ik geef in feite aan dat ik het werk van Rembrandt niet beschouw als Kunst. Het is wel kunstig perfect ambachtelijk werk. Wellicht om die reden, dat hij als groot kunstenaar gezien wordt. Waarschijnlijk krijg ik de halve wereld over mij heen, maar gelukkig hebben we vrijheid van meningsuiting.

Maar, waarom drop ik deze twee stellingen eigenlijk? Wel, op Facebook heb ik vele "vrienden" die "kunst" maken. Dagelijks gaat er veel aan mijn ogen voorbij. Oogstrelende werken, maar des te meer ik voorbij zie trekken, des te sterker komt de vraag in mij op: wat is Kunst en wat is ambacht?

Veel werk is inderdaad mooi, ziet er gelikt uit en is knap gemaakt. Bij velen zie vervolgens een herhaling, dan wel een sterke variant, van het werk. Ik kijk er graag naar, maar dan vraag ik mij af hoe ik het moet beschouwen. Soms zijn hele mooie werkjes ogenschijnlijk ook enorme kitsch. Overigens is er, in principe, niets mis met kitsch. Wanneer ik blijf kijken mis ik iets. De schilderijen zijn neergezet, maar ik mis een bepaalde toegevoegde waarde. Ik denk, dat juist die toegevoegde waarde iets verheft tot Kunst.
Neem, cliché, een meubelmaker. Dat is een ambacht. De man (of vrouw) kent het vak en maakt perfecte meubels. Dan is het een goede ambachtsman (een meester, zoals vroeger gezegd werd). Voegt de maker er iets "eigens" aan toe, in de vorm bijvoorbeeld, kan diezelfde ambacht opeens Kunst worden. Ik zie ook schilders, waarvan ik veel werk als ambachtelijk beschouw, die opeens wel iets heel eigens toevoegen en het voor mij wel degelijk, op dat moment, Kunst wordt. Wat Rembrandt gemaakt heeft, deed hij, voor zover ik weet, als ambachtelijk "meester". Hij deed opdrachten en poogde de realiteit zo goed mogelijk weer te geven en met name met het spel van licht en donker was hij een meester. Maar is dat ook de subtiele grens waar de ambacht over gaat in Kunst? Ik weet het eigenlijk niet, maar mijn gevoel hierover is ontkennend. 
Bij Brueghel en Bosch zie ik dat anders. Zij schilderden bijvoorbeeld technisch goed. Goede ambachtslieden, maar de schilderijen, welke zij produceerden, gingen het realisme voorbij. Zij schilderden hun "eigen" realiteit in feite. Wanneer ik hun werk bewonder voel ik ook veel meer verbinding met Kunst.

Waarom, met name de schilderkunst, zo verheven is in onze maatschappij vraag ik mij regelmatig af. Ook heb ik er eerder over geschreven. Hoe ik mijn vinger er ook op probeer te leggen, voor mijn gevoel is Kunst tegenwoordig steeds meer blaaskakerij... Kunsthandelaars, galeries, maar ook veel kunstenaars zelf doen er aan mee om de schilderkunst te verheffen tot iets Goddelijks. Waarom kunnen we niet "gewoon" doen? Kunst in de brede zin des woords is van groot belang voor cultuur. Toch hoeven we ons niet als goden te gedragen. Ik zie prachtig werk van mensen die zich heel bescheiden opstellen. Daartegenover zie werkelijk belabberd werk van mensen die zich voor doen als "echte Kunstenaar". En daartussen de grote groep waarvan ik denk, dat ze het ambacht goed verstaan. Opvallend bij velen, die zichzelf labelen als "heel wat" in de Kunst, is dat ze nauwelijks enige ambachtelijke kennis tonen. Een zekere bescheidenheid is, naar mijn idee, toch echt wel op z'n plaats, evenals onderlinge solidariteit. Dat laatste is soms erg ver te zoeken, want een welgevulde portemonnee trekt de mens immers altijd weer uit elkaar. 
Op Facebook kan de foto's "liken" met een blauw duimpje. Iets wat ik regelmatig doe. Wat ik doe, omdat ik het meen. Zelfs het rode symbool van "geweldig" pas ik soms toe, eveneens zeer gemeend. Alleen heb ik dan soms het gevoel daar commentaar bij te leveren, iets wat ik bijna altijd na laat. Waarom? Omdat ik bang ben, dat wanneer ik in dergelijke gevallen mensen zich "beledigd" doe voelen. En waarom zal ik mensen zo maar kwetsen? 
Eenmaal heb ik een reactie gegeven, toen iemand een prijs noemde bij een werk. Ik vond het bedrag absurd hoog. Behalve die mededeling poogde ik het ook kort toe te lichten, maar desondanks kreeg ik een golf van kritiek over mij heen. In Nederland hebben wij vrijheid van meningsuiting, maar wanneer je dat toepast wordt dat duidelijk niet altijd in dank afgenomen. Zeker niet bij kritiek. Jammer eigenlijk, want je kan elkaar op die manier nooit met elkaar verbinden. 

Een van de redenen van mijn twijfel is de kijk op mijn eigen werk. Ik ben vrij onzeker. Ik maak "leuke plaatjes" en versta het ambachtelijke redelijk. Mijn omgeving reageert veelal uitermate enthousiast. Toch verkoop ik moeilijk, ondanks de relatief bescheiden prijzen, die ik voor mijn werk vraag. Ben ik een redelijke, misschien wel goede, amateur, ben ik een redelijke ambachtsman, of ben ik Kunstenaar? Ik weet het niet. Ik heb de drift en drang te schilderen. Zelden ben ik volkomen tevreden over mijn eigen resultaten. De positieve reacties doen mij goed. Kritiek, waar ik wat mee kan, doet mij ook goed, maar soms krijg ik kritiek, waar ik niets mee kan. Los van iets "mooi" of "lelijk" vinden. Ik realiseer mij dat mijn werk, op de een of andere manier, niet iedereen aanspreekt. Dat is ook waar de meeste kritiek op gericht is, waar ik meestal niets mee kan. Smaken verschillen immers. Nee, dat is het punt niet. Natuurlijk is het geweldig, wanneer mijn werk op tal van plaatsen hangt, wanneer ik mooie exposities kan houden. Ja, ik wil graag mijn schilderijen delen met anderen. Maar "verhevenheid" is naar mijn mening uit den boze. We doen ons werk, zoals wij het doen. Kunst of ambacht, dat mag in feite de discussie niet zijn. We moeten de boel niet zo opblazen, maar ons in alle bescheidenheid realiseren dat wat wij creëren belangrijk is voor de cultuur.
Verdeel die miljoenen voor één Rembrandt onder de "arme" kunstenaars/ambachtslieden. Ontwikkel een soort solidariteit, want met z'n allen zijn wij cultuurdragers. En sommigen, moeten gewoon realiseren dat zij amateur zijn en blijven. Ook vroeger was niet iedereen zo maar een "meester" ambachtsman, van welke ambacht dan ook.... In ieder geval blijf ik met mijn vragen en twijfels achter. Desondanks blijf ik ook rustig doorgaan, die drang houd ik in mijzelf niet tegen.

donderdag 18 mei 2017

Het geschreven woord

Het geschreven woord is zwart op wit, en toch leest iedereen het op een andere manier. De letters, ze zeggen het zelfde. Wanneer je schrijft “boom”, weet iedereen wat je bedoelt, maar iedere lezer heeft een ander beeld van een boom. Hoe nader je de boom omschrijft, des te helderder verbeeldt men de betreffende beschreven boom, terwijl toch iedere lezer een ander beeld schetst.
Tekst staat zwart op wit. Je kan er niet om heen, en toch is niets zo interpretabel als het geschreven woord. Niemand die een roman leest met dezelfde beleving, dezelfde beelden en zelfs niet met (of vanuit) dezelfde ervaring. We weten het, maar realiseren het ons onvoldoende. Toch zijn de belangrijkste boekwerken van de wereld, de Bijbel en de Koran, er de grootste voorbeelden van. In iedere Bijbel staat dezelfde tekst, toch zijn er vele Christelijke stromingen. Bij de Koran is dit precies hetzelfde. Het geschreven woord is dood, maar de mens, de individu, of soms de groep brengen het woord tot leven. Met alle gevaren van dien, zoals de geschiedenis heeft aangetoond.
We leven in een tijd van het geschreven woord. De mens schrijft veel. Voor zichzelf, voor anderen, maar vooral plaatsen we veel teksten op de digitale media. Kijk om je heen en zie de massa’s die met de iPhone in hun hand (of een ander mobiel apparaat) eindeloos Twitteren, WhatsAppen, Messenger berichten rondsturen of berichten plaatsen op Facebook, Instagram, of dergelijke. Zie de rapporten in rechtbanken, politiek en alle verslagen welke men ter verantwoording van het werk moeten schrijven. Agenten, verpleegkundigen, docenten, het zijn allemaal auteurs geworden van hun eigen schriftelijke verantwoording.
Lezen is ook mooi. Lezen kan een verrijking zijn voor de geest. Of voor de creativiteit. Wie leest er niet graag een roman, de krant, of een thriller? Helaas, veel mensen lezen te weinig, teveel in het geheel niet, wanneer het gaat over het boek. Desinteresse noemt men het, maar is het niet meer dat men al die woorden die er staan onvoldoende de geest prikkelen? Lezen interesseert hen niet omdat zij er geen beelden bij kunnen vinden. En zonder de persoonlijke beleving is het geschreven woord echt een “dood” woord.
Ja, met lezen wordt men zelf aan het werk gezet, wordt je brein geactiveerd en dan komt men de eigen beperkingen tegen. Met de korte nieuwsberichten en alle sociale media berichten speelt dit nauwelijks een rol. De berichten zijn kort genoeg om er net wel dat stukje eigenheid in te brengen, de eigen interpretatie. En daar gaat het vaak verkeerd. Op de sociale media ontstaan snel ruzies, oneigenlijke discussies en (facebook) het bekende “ontvrienden”. Een geschreven grapje wordt vaak niet ervaren als grapje. In tegenstelling, een grapje kan soms ervaren worden als een regelrechte aanval.
Het grote voorbeeld van dit moment is natuurlijk Trump, die eindeloos Twittert. Nu is bij hem wel zo, dat wanneer je hem ziet hij gedrag vertoont en woorden gebruikt die overeenkomen met zijn Twittergedrag. Toch blijven zijn Tweets geschreven woord. Zijn aanhangers lezen zijn teksten en voelen zich gesteund. Zijn tegenstanders lezen het en voelen zich eveneens gesteund, echter in hun aversie tegen deze man. Los van het feit dat zijn teksten president onwaardig zijn is het een hele gevaarlijke manier van communiceren voor een regeringsleider, juist omdat het geschreven woord de emotie erachter niet toont.
Een zekere uitzondering is het stripverhaal. Een combinatie van het geschreven woord met tekeningen. De tekeningen tonen (in het plaatje) de emotie van het geschreven woord, veelal gesproken teksten, waardoor de combinatie tussen het woord en het plaatje een directe verbinding heeft. Daarom is het stripverhaal populair en helemaal geen slechte manier van lezen. Zeker wanneer het stripverhaal meer in zich draagt dan alleen een leuk verhaaltje. In België is Merho niet voor niets zo populair.
Daarnaast hebben veel mensen een hoop woorden nodig om iets duidelijk te maken (zelf heb ik daar natuurlijk ook last van), terwijl dit juist verwarrend kan werken. Herhalingen, bedoelt ter verduidelijking worden regelmatig ervaren door anderen als irritant.
Het goede geschreven woord bestaat in feite niet. Daarentegen is het geschreven woord juist zeer verrijkend. Zeer afhankelijk van de lezer zelf. Bij populaire boeken heeft de auteur de kunst in handen de woorden zo te combineren dat het voor velen goed toegankelijk is. Hoog literair werk wordt juist door een select gezelschap gewaardeerd, een gezelschap die vanuit een zekere elitaire opstelling een dergelijk boek waardeert. Tja, en soms wordt iets goed, omdat men zegt en schrijft dat iets goed is. Mensen zijn soms erg volgzaam, vooral wanneer men bij een bepaalde groep wil behoren. Toch, bij het allerbeste boek heeft de lezer andere beelden en andere emoties dan de auteur zelf ooit heeft gehad tijdens het schrijven.
Ik schrijf veel, maar teken en schilder ook. Met name mijn schilderijen zijn vergelijkbaar met het geschreven woord. Ik maak een duidelijk “plaatje”. Alles wat je erop ziet is herkenbaar, maar de combinatie van al deze objecten is zo bizar, of onlogisch, dat men mijn werk niet begrijpt, of er juist een volledig eigen verhaal van maakt. Zo is er een overeenkomst tussen schrijven en schilderen. Tenminste deels. Wanneer je kijkt naar het werk van Dali en Magritte (bijvoorbeeld) gaat deze vergelijking op. Bij veel, min of meer naturalistische, landschapschilders en fijnschilders gaat de vergelijking geheel niet op. Deze beelden zijn zo herkenbaar en verstoren de individuele denkpatronen niet, dat men er heel snel voor open staat. Abstracte kunst is te vergelijken met hele moeilijke literatuur en beiden worden door een zekere elite soms tot grote hoogten gebracht.

Het geschreven woord en de opgetekende beelden vertekenen de realiteit. Eigenlijk is er maar een manier waarop de mens optimaal met elkaar kan communiceren: rechtstreeks praten met elkaar. Je ziet elkaar, hoort het woord, merkt de intonatie en ziet de mimiek. En dan nog blijft communiceren een van de moeilijkste aspecten van het menselijk “zijn”. Maar toch, wat zijn wij als mens toch enorm “rijk” dat wij op zoveel manieren met elkaar kunnen communiceren. Dat wij dat geschreven woord hebben. Ik schrijf niet alleen graag, maar lees ook met heel veel plezier. Ik vul er graag mijn tijd mee. Alleen, ik zal uiterst zelden een film zien, waar ik het boek van gelezen heb, of een boek lezen nadat ik de film heb gezien. Dat namelijk verstoort mijn persoonlijke interpretatie en emotie. Van zowel de film, als van het boek. En de interpretatie en emoties van een boek, die houd ik lekker voor mijzelf!

dinsdag 24 mei 2016

Publieke veroordeling wordt pure discriminatie

Met grote regelmaat bevind ik mij in een land, waar ik niet alles mag zeggen. Sterker, zelfs bepaalde uitspraken, die ik in Nederland die kunnen (wanneer ik in dat land ben) tegen mij gebruikt worden. In Nederland daarentegen hebben we wel vrijheid van meningsuiting. Maar waar loop ik meer tegen aan? Dat ik sommige dingen beter niet kan zeggen, of geconfronteerd worden met mensen die de grenzen van vrije meningsuiting niet kunnen hanteren.
Het optreden van Sylvana Simons in DWDD heeft wel heel erg veel stof doen opwaaien. Veel kritiek is inhoudelijk, maar valt inmiddels in het niet in de kritieken, die geen kritiek meer zijn, maar pure discriminatie! Ik schaam mij daar eigenlijk wel voor. Het feit dat Nederlanders nog steeds zó (grof) discrimineren, zo ongezouten en primair reageren en mensen op een dergelijke manier neerzetten als dat zij een wild dier zijn, waarop men mag jagen.
Mijn mening ten opzichte van het gedachtegoed van mevrouw Simons en de partij/beweging Denk is niet veranderd, maar de tonnen stront die Simons over haar heen krijgt gun ik niemand. Het gaat mij niet om de hoeveelheid stront, daar heeft zij immers min of meer naar gevraagd, maar het gaat mij wel om de soort stront. Zeer afkeurenswaardig vind ik dat.
In Nederland hebben wij vrijheid van meningsuiting, maar blijkbaar wordt onvoldoende geleerd wat dit in houdt. Daarbij hebben we een man als Wilders. Hij stekt zich beledigend en zelfs discriminerend op, maar verschuilt zich achter zijn politieke status. Nederland pikt zijn uitspraken, dus ik kan mij voorstellen dat de gemiddelde Nederlander dergelijke uitspraken ziet als toegestaan. Onder het mom van zijn politieke status en de vrijheid van meningsuiting wordt Wilders onvoldoende aangepakt.
Daarnaast hebben wij de sociale media en internet. Dat maakt de wereld niet kleiner en sneller, je zet zaken op het net, voordat je er goed, of überhaupt, over hebt nagedacht. Via internet ontstaat op die wijze een afvalput van uitspraken. Het is zo eenvoudig iets "even neer te kwakken" op Twitter, Facebook, of dergelijke.
Zelf merk ik het ook, als vrij actieve Facebook gebruiker. Regelmatig komt het voor dat ik iets publiceer, waar fouten in zitten. Om te beginnen is het typen op zo'n iPad al zeer "foutgevoelig", maar wanneer je even niet oplet zijn je berichten ook geplaatst. Er zit geen controle tussen, waardoor het plaatsen van berichten veelal te snel gaat. Ik ben er van overtuigd dat veel mensen pas achteraf realiseren wat zij geplaatst hebben en een deel van hen zich daar (later) misschien zelfs voor schaamt.
Al met al is absoluut niet goed te praten wat voor discriminerende bagger over Simons op het net is verschenen. De Facebook pagina "uitzwaaien" gaat op zich al veel te ver, maar de reacties op die pagina zijn van dien aard, dat politie en justitie heel wat werk heeft om dat soort gasten strafrechtelijk te vervolgen. En daar moet Nederland ook maar eens z'n kloten mee laten zien. Immers, de vervolging voor discriminatie pakt maar een klein percentage aan  van het hele probleem. Discriminatie moet harder worden aangepakt, maar daarnaast moet de overheid nadrukkelijker gaan uitleggen wat vrijheid van meningsuiting is en wat discriminatie is. Want ook op dat gebied bestaat zeer veel onwetendheid bij de gemiddelde Nederlanders.
Ja, ik vrees dat Denk niet een partij is die saamhorigheid en eensgezindheid brengt in Nederland. De reacties bevestigen in feite ook het gecreëerde schisma. Voor de politiek mag dit wel eens een signaal zijn, dat we er nog niet zijn en flink geïnvesteerd moet worden Nederland tot een geheel te smeden en discriminatie eens écht aan te pakken.
Rond het optreden van Simons blijkt maar weer dat er heel wat schuldigen zijn aan te wijzen. Op dat vlak heeft ze gelijk, alhoewel ik ook direct de term "uitlokking" aan haar optreden wil koppelen. Nee, zo eenvoudig ligt het allemaal niet.

Misschien, en ik hoop dat, is deze nare explosie een aanzet eens echt iets aan discriminatie te doen en te werken naar saamhorigheid. Niemand is gelijk, maar wij zijn allen gelijkwaardig! Leer leven, met die paradox!

vrijdag 4 maart 2016

Blogblock

Sommigen zullen ze een beetje missen, terwijl anderen het wel prima vinden. Het aantal blogs, van mijn hand, is nogal afgenomen. Niet dat ik geen pogingen heb gedaan, integendeel. Er staan er een paar in de steigers. Alweer een tijdje, om de simpele reden, dat ik ze niet tot een einde kan breien. Inmiddels word het mij ook duidelijk wat de reden, ondermeer, is. Mijn blogs vallen in herhaling. Oud zeer blijft pijn doen, de frustratie in de Nederlandse maatschappij neemt maar niet af. Maar er over blijven schrijven voegt in feite niets meer toe. Hooguit worden mijn woorden cynischer. Daarnaast heb ik over dit land al veel geschreven en ook hier zal ik in herhalingen vallen. Met andere onderwerpen worden mijn teksten sarcastisch op een wijze die niet de mijne is. Vreemd is het natuurlijk allemaal niet, inmiddels heb ik ruim meer dan driehonderd blogs geschreven. Over diverse onderwerpen, ja een heel breed scala, maar ook veel onderwerpen die telkens terug komen. Anders belicht, in een ander kader geplaatst. Het blijft meer van het zelfde. Bij mij zelf merk ik dat ik dat wel genoeg vind. Ik wil daar niet op voort borduren.

Heb ik een writersblock? Beter gezegd, een blogsblock? Waarschijnlijk. Ik schrijf al met al nog zeer regelmatig. Vooral brieven, in de vorm van mail. Ik verwacht dat een nieuwe blog een tijdje op zich kan laten wachten. Wanneer er gerede aanleiding toe is, zal ik zeker weer op de iPad gaan rammen en nieuwe teksten de wereld in slingeren. Alleen nu even niet.



Ik kan over mijn schilderijen (en tekeningen) schrijven. Echter, daar heb ik nog geen goede verhalen bij. Wel ben ik enorm druk bezig met schilderen. Wanneer het mee zit ga ik in Den Bosch exposeren, in het kader van het Jeroen Bosch jaar. Sinds ik het schilderij "het Circus Jeroen Bosch" ben gaan schilderen zit mijn hoofd vol nieuwe ideeën. Niet om te schrijven, maar om te schilderen. Ondanks dat Jeroen Bosch niet mijn inspiratiebron was (Margriet en Delvaux zijn dat bij uitstek wel) had mijn werk er wel al elementen van. En nu, plots, merk ik dat het schilderen in zijn stijl mijn ongelofelijk inspireert. Daar kan ik zeker een blog over schrijven..., in de toekomst. Het verhaal achter de schilderijen, mijn gestoorde geest, die het mij mogelijk maakt de meest vreemde schilderijen te creëren. In eerste instantie wil ik zelf van mijn "plaatjes" genieten. De kijker wil ik ook laten genieten, maar vooral in staat stellen zijn (of haar) eigen verhaal te maken, bij mijn werk. Dat uitgangspunt beperkt mij in de stof er over te schrijven. Toch zal er wellicht een keer wel voldoende materiaal zijn er een blog over te schrijven. En misschien een blog over wat het schilderen mij brengt/doet. Over is het dus niet, maar ik vrees dat er wel sprake is van een pauze moment. Moet kunnen, toch?



Sommige lezers vrezen dat er iets met mij is, mijn gezondheid mij in de steek laat,mof anders. Niets van dat alles. Het gaat goed met mij, althans niet beter of slechter dan normaal het geval is. Wees dus gerust, dat is het niet.

Bovendien ben ik op een ander niveau nog voldoende te volgen. Met regelmaat vertoon ik mij op Facebook, vooral met schilderen. Ook beschik ik inmiddels over een eigen website. Daar zal ik straks ook meer activiteiten vertonen. Op Exto is werk van mij te zien. Dat moet ik binnenkort ook weer updaten. Ook zonder de blogs heb ik ruim voldoende om handen. Op digitaal gebied bedoel ik. Al beperk ik mijn tijd, welke ik dagelijks in de digitale wereld, het kost veel tijd. Tijd, welke ik feitelijk met voorkeur in andere zaken wil stoppen. De dag blijft immers beperkt tot 24 uur én de fysieke beperkingen. Tijd vliegt dus voorbij. Ik poog dat goed te verdelen, maar niets is minder menselijk dat van het dagelijkse organiseren veelal geen bal terecht komt. Nu alweer uren een elektrische storing. Een andere keer onverwachte visite en dan weer niet geplande activiteiten in dorp of stad. Best lastig voor een halve autist als ik ben, een wat dwangmatige perfectionist. Ik lijd er niet onder hoor, het beperkt hooguit in een aantal mogelijkheden, en activiteiten.

Van de wereld ben ik dus echt niet. Wanneer er weer voldoende stof is, of een andere aanleiding zal ik graag weer een blog schrijven. Wel zal ik pogen oude herhalingen te voorkomen. Dat alleen al zal een verdomd lastige klus worden. Ik houd echter van uitdagingen.



De toenemende dakloosheid en onze eigen Nederlandse situatie/status ga ik dus niet meer bekritiseren noch beschrijven. De overheid en haar onvriendelijke politiek jegens de burger die net buiten de regeltjes valt wil ik niet meer aanvallen of aan de kaak stellen. Zaken van onrecht heb ik nu wel voldoende aangehaald en zeker ook voldoende gerefereerd aan mijn eigen situatie in deze.

Misschien lukt het mij nu wel mijn boek af te schrijven, wat het midden heeft tussen een roman en en thriller. Misschien lukt het mij nu wel eens mijn politieke visie in het Sokatisme op te schrijven en uit te schrijven. Alhoewel ik eerst flink ga schilderen en andere klussen doen.

Toch zijn er best wat onderwerpen, waarover ik een blog zou willen of kunnen schrijven, helaas ontbreekt het mij op dit moment aan de goede woorden er een verhaal van te maken, waar van enige samenhang sprake in is. Vandaag mag ik wauwelen, maar verder wil ik wel dat een blog ook een geheel vormt. Dat die tijd er weer komt, daar ben ik van overtuigd. Op voorhand wil ik de geïnteresseerde lezer wel teleurstellen, door aan te geven dat de frequentie niet meer zo fors zal zijn als in 2015 en het tweede deel van 2014. We doen het voortaan rustig aan.



Afgelopen week heb ik nog even stil gestaan bij het feit een blog te schrijven over Noah, die wij dinsdag hebben laten inslapen. Wat doet het je, wanneer je een dierbaar huisdier last inslapen en wat betekende het dier tijdens zijn leven? Niet het vrolijkste onderwerp misschien, maar wel een goed onderwerp voor een blog. Misschien komt die blog er snel, misschien gaat het nog even duren. Verwacht in ieder geval niet te veel van mij. Wacht gewoon rustig af en laat u verrassen...



Tot een volgende keer, whenever....

dinsdag 7 oktober 2014

in den vreemde: tijd (14)

bron: atlas-grow-how.blogspot.com

Hoe vaak keek ik, per dag, op mijn horloge? Geen idee, maar ik vermoed dat het heel erg veel was. De maatschappij draaide om tijd en ik kon er ook niet om heen. De redenen waren divers, alhoewel redenen ook regelmatig ontbraken. In mijn Nederlandse leven speelde tijd een cruciale rol, als een soort centrale van structuur, ritme, en zo voort. Het bezig zijn met tijd maakte ook gehaast, al had ik nergens rekening mee te houden.

Ook nu kijk ik regelmatig op mijn horloge. Dat kan ik niet ontkennen. Het aantal keren is echter drastisch afgenomen. Ook de wijze waarop ik de stand der wijzers aanschouw Is nu meer een vaststelling. Ik hoef er over het algemeen niets aan te verbinden. In Nederland speelde de televisie een rol in tijd; acht uur, het journaal. Of de tijd dat bepaalde programma's begonnen. Ook met afspraken was tijd belangrijk. Niet dat je alles op de minuut af wilde regelen, maar veel scheelde het niet. Bovendien, bij "echte"  afspraken was het mijn gewoonte vijf minuten voor tijd aanwezig te zijn, opdat ik niet te laat zou zijn. Natuurlijk speelt mijn neurotische karakter hierin een rol, wat niet weg neemt dat tijd toch een centrale factor in onze westerse welvaartsmaatschappij is. Met mijn vertrek naar Turkije lijk ik het juk van de tijdsdruk grotendeels afgeworpen te hebben. Te beginnen bij de ochtend. Zette ik in Nederland geen wekker, dan sliep ik absoluut door. Dus stond het wijzertje iedere dag rond acht uur, een mooie tijd om op te staan en aks werkloze toch enige
bron: You Tube
structuur te behouden. Sinds ons vertrek heb ik nog geen enkele keer een wekker gezet! Zelden dat ik later dan acht uur ontwaak. Des te normaler is dat ik ruim voor acht uur het bed al verlaat, om beneden op het terras de nieuwe dag tot mij door te laten dringen.

Naar bed ga ik als ik moe ben. Soms is dat een tijd waar ik in Nederland honend om moest lachen, zo vroeg, of anders een tijd die overeen komt met mijn vorige leven. Het maakt gewoon niet uit.  Ook overdag kies ik er soms voor gewoon even gestrekt te gaan. In de hangmat, of op bed. Meestal pit ik dat wel even. Prima.

Het leven zonder dat dit door een horloge geleid wordt wil niet zeggen dat er ook geen sprake is van een zekere structuur. Die is er absoluut. Alle dagen kennen een zekere structuur. Wakker worden, pis dweilen, brood halen, koffie, broodje, klussen, boodschappen, borrelen, lezen, Facebook, koeken en eten en daarna langzaam richting bed. En de meeste zaken die zich hier tussen voegen passen er zonder al te veel problemen in. Ga ik naar Fethiye, dan zal ik niet klussen. Of later.

Veel mensen idealiseren het leven in den vreemde. Leven in het buitenland is aks leven in
waar blijft de tijd, bron: sui.be
het paradijs. Inderdaad, er zijn tal van voordelen, maar vergis u niet. Kijk eens naar het door mij genoemde ritme. Wees eerlijk, het klinkt saai. En ja, het leven in den vreemde is ook saai. Soms zelfs saaier dan het Hollandse leven. We hebben geen tv (alleen af en toe Uitzending Gemist), de meest nabije bioscoop is in Fethiye, en wat er verder op cultureel gebied gebeurt ontgaat mij volledig. Ik herken daarin veel van het dagelijkse leven op Curaçao. In een zelfde omstandigheid zou ik het daar ook op een saaie structuur zien uitlopen. Dat is in zekere mate inherent aan het leven in het buitenland, mits je geen vaste baan of bedrijfje hebt. Toch verkies ik er voor met deze rust op relatief saaie wijze mijn tijd door te komen. Saai is niet zo erg. Alleen de gedachte van veel mensen dat leven in het buitenland zaligmakend is wil ik ten zeerste ontkennen. En tijd speelt daar zeker een rol bij. Tijd en ritme/structuur.

De dimensie van tijd staat niet vast. Ondanks dat een uur keurig is verdeeld in zestig minuten, een dag in vierentwintig uur en een week in zeven dagen. Tijd is in eerste instantie een beleving. Een uur niets doen en voor je uit staren is veel langer dan een uur winkelen. Doordat je in een andere omgeving bent, met andere prikkels vliegt de tijd om. Onmerkbaar veranderd dat en soms zijn er momenten dat ik denk; het schiet niet op. Gelukkig zijn die momenten schaars. Schaarser dan vroeger, in Nederland.

bron: bobbo.be
De heenreis duurde zes dagen, zeven eigenlijk. Het leek wel of wij een maand onderweg waren, maar eenmaal hier leek het een kort ritje. Dat wij nu zes weken hier leven en zeven weken uit Nederland zijn kan ik mij bijna niet voorstellen. Het lijkt zo veel langer. En straks vlieg ik alweer naar Nederland. Over krap drie weken, alhoewel dat heel kort lijkt. De tijd dat ik straks in Nederland ben lijkt daarentegen weer heel lang; ruim twee en een halve week. Is dat omdat ik helemaal niet naar Nederland wil? En lijkt de tijd daar zo lang, omdat ik nog geen concrete invulling heb? Toch heb ik straks veel te doen en te regelen. Tot die tijd hier kan ik rustig mijn gangetje gaan. Nee, de tijd die het horloge aan geeft zegt niet zo veel. Een hulpmiddeltje, meer niet. Tijd is pure beleving en het is aan jezelf wat de impact van tijd is. Leef je intensief dan lijkt de tijd om te vliegen, maar geeft de herinnering aan dat de dingen al snel "zo lang geleden waren". Over een paar weken word ik 58. Vroeger was je een oude man. Tegenwoordig gaat dat niet meer op en sta je nog midden in het leven. Als puber was ik bang dat ik snel al zo oud zou zijn. Wanneer ik nu terug kijk op mijn leven ben ik dagen zoet enige herinneringen boven te halen. Het zijn er zo veel, dat ik realiseer al een hele tijd op deze aardkloot rond te schuifelen. Dat de dood naderbij komt lijkt soms een bezoeker voor de deur, op het punt van aan kloppen. Er is dus geen zinnig woord over tijd te zeggen. Dat is wat ik mij de afgelopen weken realiseer. Tijd is een non-begrip. Dat wat ik met mijn leven doe, hoe ik het indeel en vooral de wijze waarop ik mijn leven beleef, dat is waar het om gaat. Maar, nu stop ik met deze blog. Ik wil eigenlijk voor twaalf uur op de markt zijn.....

zaterdag 13 september 2014

in de vreemde: vacuum (6)


Inmiddels verblijven wij bijna een maand buiten Driehuis. Drie weken inmiddels in Turkije. Een nieuw leven, waarbij op termijn Turkije en Nederland afgewisseld zullen worden. De eerste weken was het opbouwen, maar nu heb ik af en toe het gevoel op vakantie te zijn. Misschien komt dat doordat we momenteel een logee hebben. Ik heb nu wel het gevoel in een soort vacuüm te zitten.

Natuurlijk is het een omgeving die je in feite alleen van het vakantie vieren kent. Dat we er nu leven vergt een omschakeling. In eerste instantie ging dit vlot en voelde ik mij snel thuis. Het voelde ook als “thuis”. Dat is op zich niet veranderd en inmiddels voel ik mij meer en meer thuis. Daarnaast merk ik da wij dingen doen, die juist weer meer op vakantie lijken. Een middag varen op de boot van Hassan en Wilma. Op zich wel lekker het water, maar ik ben niet meer zo een zeiler. Vroeger was ik dat wel. Op het Alkmaardermeer. Dan had je wat te doen. Nu kijk je vooral naar de omgeving, maar veel is er niet te doen. Met de afstanden hier ga je af en toe eens overstag en verder is het voortsukkelen. Net als bij een motorboot, alleen gaat die niet zo schuin. Op Facebook maakte ik als de opmerking: zeilen is een actieve manier om je te vervelen. Dat geldt natuurlijk ook voor het varen op een motorboot. Nee, dan is Nederland in het voordeel.
Na de boottocht gingen we eten bij de lokale pizzeria. Dan krijgt het vakantiegevoel toch echt de overhand. Gisteren wandelden we eind van de middag naar het dorp, om bij Blue een biertje te drinken. Omdat het Happy Hour was namen we ook een cocktail. Tegen donker kwamen we thuis aan. Koken en eten, onderwijl nodigde de buurvrouw (Kristina) ons uit voor een party. Na de laatste happen dus op naar de buren voor een avond stevig doorzakken. Iets wat je doet op vakantie. Overigens heb ik het zelf heel rustig aan gedaan, omdat ik enorme last van mijn rug had. Vannacht speelde dat ook nog op. Ik heb me suf geslikt aan pillen en ben wel vijf keer uit bed geweest. Dat is dan net weer Nederland. Ondertussen mailen en bellen met de bank en de makelaars, post via de mail ontvangen en vanmiddag gaan we via binnen weggetjes naar een strand verderop. Het ene moment leef ik hier, het andere moment vier ik een soort vakantie. Het klinkt gek, maar ik heb daar op de een of andere manier moeite mee. Gek, mede omdat ik mijn structuren en neurotische gedrag toch redelijk in Nederland heb achter gelaten.  Misschien mis ik de nieuwe structuren, of zijn die nog niet voldoende in mij geslopen. Ik weet het niet. Ik vraag mij dan wel af, in zo een situatie, wat doe ik hier nu eigenlijk. Wat is de bedoeling hier? Dan merk je het verschil tussen emotie en de ratio. Waarschijnlijk is dat een logische ontwikkeling bij een stap als welke wij nu gemaakt hebben. Ik weet het niet, maar brengt mij wel even in verwarring.

Een van de dingen om naar Turkije was, voor mij, een zekere rust te vinden. Een kalm ritme en een “we zien wel” mentaliteit er op na te houden. Ik voel me daarentegen soms juist opgejaagd en minder vrij. Ik “moet” zo veel en kom aan de meeste dingen niet eens toe. Het tempo is lager, dus zelfs op een drukke dag presteer je minder dan in Nederland. Helemaal niet erg. Op zich wel lekker. Alle feestjes en uitjes maken dit echter weer tot een verhoging van de druk. In plaats van ontspanning brengt het mij op dit moment spanning, alhoewel ik de vinger er dus niet op kan leggen hoe dit nu werk, of in elkaar zit. Vast voer voor psychologen…

Bijzonder is dat je met zo’n verhuizing blijkbaar diverse stadia door maakt. Zoals ik eerder al beschreef heb je een periode dat je een heleboel dingen (onbewust) verwerkt. Ook het besef dat je hier woont en geen vakantie viert is een proces wat ergens in je hersenen af speelt. Al zeg ik over enkele maanden misschien dat ik met hangende pootjes terug naar Nederland wil (wat ik mij overigens niet kan voorstellen) ik heb een bijzondere ervaring opgedaan.

Qua wonen hebben we de basis nu wel op orde. Ik kan daar goed mee leven. Dat moet ook wel, want het weinige geld dat we er voor hadden hebben we goed moeten besteden. Dat is gelukt, maar nu is het geld weer even een tijdje op. Ook een soort vacuüm. We moeten nog een keer hout hebben om van de matrassen een echt bed te maken. We moeten een keer op zoek naar een kachel en ook het koken vergt nog een aanpassing, want het Campinggas stel  blijft wel heel erg behelpen. En zo zijn er meerdere zaken die nog geregeld moeten worden. Op dit moment kan er even niks, maar gebeurt er ook even niks. Ook wat betreft zaken die geen financiële gevolgen hebben, maar wel opgepakt moeten worden, zoals de verblijfsvergunning. Anders moet je na drie maanden over de grens. Nu mogen we gedurende een half jaar drie maanden hier zijn. Dat schiet niet op. Geld kost het niet, maar je paspoort ben je wel vijf weken kwijt. Hoe dat nu weer zit wanneer ik in oktober naar Nederland ga is ook lastig, want dan is de termijn weer net te krap. Moet ik in Nederland weer een nieuw visum aanvragen.
Langzaam merk je dat het leven in den vreemde ook een aantal verplichtingen met zich mee brengt en dat je een aantal zaken moet regelen. In een land als Turkije voel je jezelf al snel een soort analfabeet. Gelukkig hebben we hulp, maar er zijn dus momenten dat ik het allemaal niet kan plaatsen. Ondertussen krijg ik kritiek dat ik de hele dag (het was maar een halve overigens) zit te tekenen. Ja, wanneer ik hier iets op wil bouwen moet ik juist tekenen. En moet ik schilderen. Aan de dingen om het gewone leven op te pakken kom ik nog niet. Geen onwil, maar er lijkt steeds iets anders te zijn, wat belangrijker is. Ik ga dat niet ontkennen, maar het werkt niet in het voordeel voor een snelle integratie. Zo ook met mijn Turks. Ik wil dat langzaam gaan leren. Op mijn manier. Tot nu toe heb ik nog geheel geen rust gevonden, en geen gelegenheid, hier een start mee te maken. Ik blijf maar hangen in “Merhaba”.

Ik wil niet ontevreden over komen. Dat ben ik ook niet. Wel beschrijf ik weer een fase, welke blijkbaar aan onze stap vast zit. Het zal ook zeker wel goed komen en de boel regelt zich wel weer. Ook dat is Turkije. Ik heb nog geen moment spijt deze stap genomen te hebben, maar ontdek wel dat het niet altijd even lichtzinnig opgevat moet worden. Al kan dat per persoon natuurlijk ook verschillen. Alleen al de manier waarop wij buiten leven… dat maakt bijna alles goed….




donderdag 24 juli 2014

De realiteit als droom, of droom die realiteit wordt

in deze tuin hebben wij ons huwelijksfeest gehad
Dromen zijn soms mooi, soms zijn het nachtmerries. In de werkelijkheid heb je ook dromen. Dingen die je wilt, maar veelal ver weg staan. Of er is een realiteit, waar je niet aan durft te denken. Een enkele maal komen de mooie dromen en nachtmerries bij elkaar. Nee, niet in je slaap, maar wel in de werkelijkheid.

Op dit moment zweef ik tussen twee dromen. Het idee, de wens, de droom ook in Turkije te wonen is sinds 2012 min of meer actueel geworden, tijdens ons laatste bezoek aldaar. Daar lekker leven, in afwisseling van verblijf in Nederland. Ook Turkije is niet ideaal, maar het leven daar zal ongetwijfeld beter bij mij passen. Het klimaat (eigenlijk heb ik een broertje dood aan de winter en vooral onze korte winter dagen), het makkelijke en de mogelijkheden. Ja, het leven daar is wat makkelijker. Telkens denk ik aan mijn licht verbogen radiateur van onze auto. De (officiële dealer) garage wilde er een nieuw exemplaar in doen. Een paar honderd euro zou dat gaan kosten. Onze Turkse garagehouder (in de Waarderpolder in Haarlem, Sayar) heeft het een en ander iets verbogen en het met een ijzerdraadje gefixeerd. Voor dit klusje werden bovendien geen extra kosten in rekening gebracht (wat kost een ijzerdraadje van 5 cm?). Voor mij staat dit symbool als verschil tussen beide landen. In Turkije maak je de dingen, probeer je creatieve oplossingen te zoeken en wordt het gefikst.

Hier is alles perfect, of moet het perfect zijn. De auto van mijn zwager (een Tofak, in feite een Turkse Fiat) klinkt als een rijdende stielband, een voortbewegend groep vogels en ziet er niet uit. Maar alle noodzakelijkheden werken en de auto rijdt. Dat zijn zaken die het leven niet alleen aantrekkelijker maken, maar ook intenser. Je bent meer bezig met kleine en essentiële zaken, in plaats van onze hebberige wegwerpmaatschappij. Mooi is wat dat betreft ook een zeer relatief begrip. Rond het maken van afspraken en het bezig zijn met plannen en ideeën is daar veel makkelijker. Dat alles in een klimaat wat wel bij mij past, met hele milde winters...
Ja, deze droom lijkt werkelijkheid te worden. Het voelt nog niet zo. Die realiteit voelt nog heel ver weg, maar over een maand ben ik er. Dat voelt vreemd, maar ook prettig. Het is nog even een droom.... De realiteit er van kan ik nog niet helemaal bevatten.

Het liefst was ik in ons huis blijven wonen. Ik erken de luxe van onze woning en het genot van de tuin. We zijn er mee verwend, iets wat ik mij dagelijks realiseer. Inmiddels had ik mij er bij neergelegd dat dit huis niet langer onze veilige haven zou blijven. Een kleine leuke stek, ergens in IJmuiden, leek een acceptabel alternatief. Nu is het alleen het huis leeg halen en hier niets inrichten... Er is geen Nederlands alternatief. Op de een of andere manier geloof  ik het niet. Ik realiseer mij niet echt, over minder dan een maand deze woning niet meer als huis te hebben. Soms beklijft mij het gevoel van angst, het gevoel ontheemd te zijn, geen ankers meer te hebben. Dat stukje voelt momenteel aan als een nare droom. Ergens zegt mijn gevoel: dit kan niet. Ik zal er aan moeten geloven. En de realiteit straks zal zeker mee vallen. Even een paar dagen op de camping en daarna een week rijden. Allemaal dingen waar ik van geniet. Nee, het is het loslaten. Dat maakt het even een nare droom. 

mijn lievelingsboom; de Perzische slaapboom
Het gevoel ligt natuurlijk dieper. Op dit moment geef  ik alle zekerheden op. Normaal weet je al wat je nieuwe zekerheid is… heb je al een woning bijvoorbeeld. De zekerheden zitten in ons leven toch vaak in materie. Net als de spanning van het op vakantie gaan. Je (althans ik) ga dan meestal een korte periode een volledige onzekerheid tegemoet. Hoe zal het gaan, wat kom ik tegen, lukt alles? Dan weet je ook dat je na die weken weer terug keert in je eigen veilige nest. Inmiddels heb ik foto’s gezien van het huis wat we daar kunnen huren, maar in feite is nog niks zeker. Het wordt daar, door onze familie, geregeld. Niet door mijzelf. En ik kan niet zeggen dat ik over een maand weer terug keer naar mijn veilige haven. Die is dan echt weg.

Ik droom nu dus twee dromen. Dat maakt alles wat onwerkelijk. Toch wint de uitdaging. Heel veel hebben we al weg gedaan(drie volle bagageruimtes boeken, 100 kg grof vuil in de vorm van verf en apparaten, drie aanhangers vol spullen voor de kringloop en een enorme berg grof vuil, om op te laten halen). De eerste rijen dozen staan achter opgeslagen, schilderen kan ik even niet meer en de stapel "spullen voor Turkije" krijgt nu echt vorm. Mijn schilderijen zijn opgeslagen in een selfstorage.

Het leven zit raar in elkaar. Het gevoelsleven is een onbegrijpelijk systeem. En bij een ieder werkt het weer anders. Bij mij botsen de systemen even, maar beide gevoelens worden sterker. Misschien is het de tijdsdruk, of het ongeloof dat die andere droom uit gaat komen. 
Vanaf nu moet ik verder afbouwen. Ja, ook mijn computer gaat voorlopig uit. Even geen blogs schrijven. Daar waar mogelijk zal ik via Facebook in contact met de buitenwereld blijven. Voor nu is dit even mijn laatste blog. De volgende zal ongetwijfeld vanuit mijn nieuwe leven verschijnen. Ik durf niet in dromen te geloven. Het is geen droom, maar een onzekere mooie stap. En nu ga ik mij even volledig aan die mooie nieuwe stap wijden. Tot vanuit Turkije!





zondag 15 juni 2014

Selfie

bron: clickypix.com
Wat is de ultieme vorm van egocentrische zelfverheerlijking? Juist, de selfie. Kicken op allemaal foto's waar je zelf op staat is al erg egocentrisch, vooral wanneer je die op de sociale media deelt. Maar, de selfie spant de kroon. Kijk hoe goed ik ben. Je maakt een foto van jezelf, omdat je van mening bent dat er nog geen voldoende foto’s van jezelf zijn…

Facebook is natuurlijk het sociale medium waar je foto's op kan delen. Dus ook het medium waar je strontziek wordt van de vele foto's die men van zichzelf er op plaatst. En of het niet genoeg is plaatst men ook de zogeheten selfie. Dat een ander een foto van je maakt, die je op Facebook zet is natuurlijk prima. Dat je iedere foto door een ander gemaakt op Facebook plaatst neigt al naar een egocentrisch zieke zelfverheerlijking. 
bron: en.paperblog.com

Wat maakt het dat een mens zichzelf zo geweldig vindt? Onzekerheid, twijfel, of een vorm van hoogmoedswaanzin? Natuurlijk is het leuk af en toe een foto van jezelf aan anderen te laten zien. Alleen dat je iedere foto van jezelf op het internet zet en dat dan nog niet genoeg vind kan toch niet anders dan iets ziekelijks zijn? De vervreemding van onze digitale maatschappij speelt hier zeker een rol in. Daarnaast ga ik er ook vanuit dat de individualisering een cruciale rol speelt. Van buitenaf hoef je tegenwoordig weinig waardering te verachten. Dus, dwing jezelf die waardering af. Dat doe je alleen als je niet echt gelooft in jezelf. Misschien ben ik ouderwets, maar ik heb zo de schurft aan al die zelfverheerlijking. Een aantal Facebook "vrienden" hebben er een handje van. Meerdere foto's van zichzelf worden dagelijks aan het wereldwijde net toevertrouwd. Ik reageer er niet meer op. Ik word alleen maar moe van die gasten. Over het algemeen zijn het trouwens mannen. Dit type man laat de buitenwereld ook zien waar ze denken goed in te zijn. En dat stoppen zij ook niet onder stoelen en tafels. Sommigen hebben inderdaad een gave, anderen rotzooien wat aan. Wat moet? Zeggen/schrijven dat het geweldig is wat ze maken? Als het rotzooi is verhul ik mij in stilzwijgen. Ik ga dat egocentrisme niet stimuleren en hun spelletje weiger ik mee te spelen.

Heleen van Rooyen, bron: nrc.nl
Anders is dat mensen laten zien wat ze doen of maken. Vol trots, maar zonder hun persoonlijke geweldigheid te etaleren. Wanneer het mij aanspreekt druk ik op "vind ik leuk", en schroom ook niet om er een persoonlijke noot aan toe te voegen. Het gebruik van de sociale media kent een grenzeloosheid. Bij Twitter is dit bekend door de talloze ongenuanceerde kreten, waar de honden soms geen brood van lusten. Op Facebook is het vooral grappig zijn en foto’s. Dan dus ook de selfies. Maar selfies worden ook op tal van andere manieren aan de wereld getoond. De kroon spant Heleen van Royen. Zij heeft massa’s selfies gemaakt en dit hangt nu als expositie ergens in Amsterdam. Haar selfies betreffen niet alleen haar gezicht, maar haar hele lijf met als hoogtepunt een selfie van een tampon die zijn uit haar kut haalt. Dit mens moet wel erg gefrustreerd zijn. Maar dat wordt natuurlijk anders verpakt: het is een soort kunst. Ik trap daar niet in, en wat mij betreft heeft die mevrouw een groot probleem. Gelukkig voor haar trapt half Nederland er wel in.

bron: sugarscape.com
Soms zie ik een foto van mijzelf, dat ik denk: goh, die staat er goed op. Dan wil ik dat best delen, maar ik ga geen foto’s van mijzelf maken om de wereld maar te laten zien hoe mooi ik ben. Nee, dat laat ik eventueel aan een fotograaf over, en dan moet het ook een mooie foto zijn. Zo heb ik mijn profielfoto, die door Reinder Weidijk gemaakt is. Die foto staat er ook al een jaar op, als profielfoto, en zolang deze lijkt blijft ie staan. Alhoewel, ik denk er hard over om de foto te vervangen voor iets anders als profielfoto. Werk van mijzelf, in plaats van mijn foto. Daar ben ik weer te lui voor. Ook Pief Weijman heeft schitterende foto’s gemaakt (onder andere tijdens de MFA fair). Misschien dat ik die ook een keer deel op Facebook.

Wat leven wij toch in een vreemde (en feitelijk ook oppervlakkige) wereld. En wat hoereren wij ons toch graag. De pest is, dat wanneer je enigszins mee wil doen je er helaas niet geheel aan ontkomt. Alleen, om dan met selfies te werken… dat gaat mij wat te ver. Net als sommige mensen, die vrijwel iedere dag (of meer dan de helft van hun posts) een foto van zichzelf plaatsen, al is het dan geen selfie.
Überhaupt is de oppervlakkigheid op internet troef. Je ziet zo veel flauwe dingen en heel veel mensen brengen zo weinig van zichzelf (okay, op de selfies na). Zelf laat ik graag mooie dingen zien. Foto’s van planten en dieren, die ik zelf gemaakt heb. Foto’s van de ontwikkeling van mijn schilderijen. Tja, zo bekeken doe ik er misschien ook wel aan mee. Ondanks dat ik mijn best doe iets neer te zetten is het wellicht ook allemaal een beetje het zelfde en zit er eentonigheid in. Wil je in deze maatschappij mee doen, moet je wel. Het is en blijft schipperen, de grenzen verkennen en balanceren. Maar een ding blijft voor mij toch echt overeind; al die selfies en zelfverheerlijking mag van mij weg blijven.

 
wat zijn we leuk
bron: telegraph.co.uk

maandag 5 mei 2014

Sociale media



LinkedIn, Twitter en Facebook zijn de sociale media waarop ik mij begeef. Twitter heb ik in het begin vrij actief gedaan, maar ik miste er teveel en de vele berichten waren niet bij te benen. LinkedIn poog ik enigszins zakelijk te gebruiken. In lijn met Facebook zie ik er niet echt de meerwaarde van. Eigenlijk ben ik alleen op Facebook echt actief.

Sociale media zijn geweldig, maar ook verachtelijk. Mooi omdat je over de wereld contacten hebt en kan onderhouden. Verachtelijk vanwege de grote hoeveelheden nietszeggende info en geleuter. Daarbij kost het bijhouden van de sociale media enorm veel tijd en het leidt af van de realiteit. In mijn raadsperiode waren raadsleden die iedere scheet Twitterden, vrijwel de hele vergadering berichten de wereld in schopten en de onzin van anderen lazen, waardoor de vergadering aan hen voorbij ging. Twitter is dan ook het snelste sociale medium. Bij LinkedIn worden wel de nodige berichten verspreid, alhoewel dit meestal updates van de profielen betreft. Handig. Ik ben LinkedIn gaan gebruiken omdat ik werkzoekende was. Het zou een goed platform zijn voor je netwerk en de kans op werk vergroten. Niets van gemerkt. Reacties komen zelden voor op LinkedIn. Nut en functie ontgaan mij naarmate ik er langer mee bezig ben.

Facebook. Daar ben ik wel actief op. Maar ik beperk mij. Bij voorkeur tot een keer per dag en maximaal ( en bij uitzondering) twee keer per dag. Wanneer ik Facebook bezoek laat ik altijd een berichtje achter. Dit ter herkenning tot waar ik de volgende keer terug moet lezen. Soms een tekst, meestal iets met foto's, vooral de voortgang van mijn schilderijen. De nieuwsgierigheid brandt echter in mijn handen. Hoeveel berichtjes heb ik? Wat schrijft men als reactie? Wie reageren? Best lastig je bezoekjes te beperken. Bij veel mensen zie ik inderdaad een ander beeld. Met grote regelmaat plaatsen zij iets op Facebook. Foto's, want die doen het goed. Ook zie je vel doorgesluisde zaken, waaronder nogal wat You Tube filmpjes. Soms zitten dar echt leuke tussen, alhoewel de meeste erg flauw zijn. Het aantal foto's met zichzelf (selfies of iets in die richting). Het ego viert hoogtij op Facebook. De overtuigingsdrang ook. Sommige mensen houden wel heel erg van zichzelf. Eigenlijk word ik daar een beetje misselijk van: die zelfverheerlijking. Of kijk hoe goed ben ik, of hoe leuk. En ja, soms maak ik mij er ook schuldig aan. Maar meestal laat ik dingen zien die ik óf gewoon heel mooi vind, óf mijn schilderijen. Dat laatste niet om te roepen hoe goed ik ben. Ik vind het leuk mensen te delen in hoe mijn schilderijen tot stand komen en inderdaad ik laat de resultaten ook graag zien. Dat doen meer kunstenaars, in al hun bescheidenheid. Er zijn ook een aantal figuren die zich kunstenaar noemen en een iets te nadrukkelijke behoefte hebben aan te geven hoe goed ze zijn. Het komt nogal eens voor dat ik gruwel van de kwaliteit van het werk.
Ja, sociale media wordt op vele manieren gebruikt. Het strelen van de ego staat helaas wel op een erg hoge plaats.
Wanneer ik een keer per dag mijn Facebook check duurt het gemiddeld een half uur tot driekwartier voor ik alle berichten heb gezien, of gelezen. En dan nog selectief. Vele namen komen diverse keren voorbij. Eigenlijk is die sociale media zonde van mijn tijd. Toch doe ik er aan mee en blijft het mijn zintuigen prikkelen. En wat levert het feitelijk op? Een enkel leuk contact. Toch is het vooral eenzijdig en eentonig gebeuren. Ik heb de pest aan iets waar ik aan mee doe. Misschien moet dat wel om in deze wereld mee te kunnen komen. Resultaat is beperkt, maar ben je er niet tel je helemaal niet mee. Facebook, LinkedIn of Twitter, bij minimaal een moet je echt actief zijn, en bij de rest is het af en toe volgen en je neus laten zien belangrijk. Het geeft weer met hoeveel onzin ons leven tegenwoordig gevuld is. Dat is de tijd waarin wij leven. Je hebt het te accepteren en je moet er mee leven; de selfies, de foto's van de leuke kindertjes, hun activiteiten en grappige grollen, de ego's en zoveel andere rotzooi, morele boodschappen, de predikingen van diverse waarheden, overtuigingen en lege uitingen. Als we al die rotzooi nou eens weglaten, dan wordt Facebook vast een stuk interessanter. Het zal niet gebeuren en ik schik mij in mijn lot. De aankondiging van mijn blogs zet ik immers ook altijd op Twitter en Facebook.....



vrijdag 25 oktober 2013

Vreemde tijd


Nog niet eens zo heel erg lang geleden, vier of vijf jaar, geleden zag ik een documentaire op televisie over pubers. Deze pubers gebruikten hun mobile telefoon voor hun sociale leven en het was zelfs hét instrument om bijvoorbeeld relaties te verbreken. Want, wanneer iemand recht voor je staat is dat immers een stuk lastiger.

De tijd schrijdt voort en ook de digitale ontwikkelingen zijn in hun opmars niet gestuit. Was vroeger Hyves al heel wat, tegenwoordig ploeteren wij met Facebook , LinkedIn en Twitter. Of je iedereen nu wel of niet kent maakt niet zo veel uit. We willen veel “vrienden” hebben en communiceren ons te pletter. Ik denk dat velen zich niet realiseren hoeveel tijd men besteed aan deze sociale media. Immers, we doen het niet alleen, veel mensen stoppen er ook nog eens bakken van tijd in.
Wat levert het nu eigenlijk op? Ik vraag het mij met regelmaat af. In ieder geval hebben we er een goede dagbesteding mee gekregen. Zat je vroeger uit het raam te staren of voor de buis, nu hang, lig, of zit je, uren op de sociale media. We zijn actief.
Daarnaast ontgaat de meerwaarde mij in grote mate. Vreemd, daar ik zelf toch ook een redelijk fanatiek gebruiker van, met name, Facebook ben. 

overal doen we het, bron: de ondernemer
Nu heb ik zelf vrij veel contacten en bevalt het mij prima eens een dag geen mensen te zien, of te spreken. Toch onderhoud ik ook dan mijn digitale vriendschappen. Dat gaat soms ver. Zijn mijn vrouw en ik samen thuis, zeggen wij niet zo veel tegen elkaar (ja, dat komt ook voor), dan communiceren wij wel via Facebook. Nog geen twee meter van elkaar verwijderd en we communiceren digitaal. Ja, een vreemde tijd. We doen er nog aan mee ook.
Soms is het leuk. Zoals nu de Pietitie en de discussie rond de Zwarte Piet. Dan gebeurt er weer eens iets. Toch is dit een beetje een uitzondering, want de meest uitwisseling is in feite inhoudsloos, wat leeg. Heel veel gebruikers hanteren de sociale media om enerzijds allerlei kretologieën te verspreiden, en anderszins hun eigen interesses aan de ander op te dringen. Globaal genomen zijn de sociale media heel erg vlak. Bij Twitter zit daar nog enige logica in, door de beperking in tekens. Bij Facebook heb je ruimte en is de oppervlakkigheid vele malen groter. LinkedIn is vooral een uithangbord van jezelf, een soort etalage.

Vroeger ging je om met mensen. Je kende hen in zekere mate en je ging wel of niet met iemand om. Met de mensen, die je tot je vrienden (of kenniskring) rekende, had je leuke dingen en vervelende dingen. Soms ook wel ruzie, maar dit leidde nooit echt snel tot een breuk. Of het contact was al op een wankele basis gegroeid, of je kende elkaar en wist het wel weer bij te leggen. Het contact hierin was altijd erg essentieel. Iets recht in persoons gezicht zeggen, of het met (toen nog) een briefje zeggen, maakte verschil. In het eerste geval ontstond er een directer communicatie, waarin heel veel misverstanden direct weggewerkt konden worden. In het tweede geval ging je er voor zitten en koos je zorgvuldig je woorden. In het huidige digitale tijdperk gaat alles snel, kort, krachtig, en daardoor regelmatig hard en meedogenloos. Respect lijkt in waarde sterk af te nemen. Je maakt net zo makkelijk vrienden, als dat je ontvriend wordt. Het valt mij op dat mensen veelal ongenuanceerd en respectloos reageren. Misschien omdat ook wanneer iemand mij digitaal ontvriendt dit mij toch altijd wel iets doet.
zelfs ouderen doen het, bron: pzc
We schrijven veel, maar zien, horen, signaleren veelal de toon er achter niet. Denk je dat iemand grappig reageert, blijkt het serieus te zijn. Is iemand serieus, ervaar je het als grap. Discommunicatie is via de sociale media erg snel gerealiseerd. Dat is lastig. Volgens mij ook niet goed voor de (onderlinge) sociale structuren.

Om meer te zeggen staat aan de zijlijn van de sociale media de blog. Zelf schrijf ik met regelmaat een blog. Omdat ik dingen kwijt wil, zaken wil uitleggen, of om welke reden ik ook heb. In principe tracht ik met mijn blogs een zekere verdiepingsslag te creëren. Echter, eenmaal geschreven wordt ook een blog in de sociale media opgenomen en ik merk dan ook frequent aan de reacties, dat deze een zelfde waarde vertegenwoordigen, als wat ik hierboven over de communicatie op de sociale media heb gezegd. Ongezouten en ongenuanceerde reacties zijn het gevolg. Dat raakt een ander punt van de sociale media. Had je vroeger vrienden, waarmee een zekere verbondenheid was, tegenwoordig is dit lang niet altijd zo. Qua interesses niet, maar ook niet op het gebied van taal en intelligentie. Nee, eenmaal voorbij het knopje plaatsen ben je vogelvrij. Arm en rijk, slim en dom, intelligent of onderontwikkeld, alles en iedereen ligt voor je, al dan niet te azen op het fenomeen toeslaan. Als prooidieren liggen wij in een hinderlaag. Soms is dat omdat, wanneer je langs komt, men met je wil spelen, maar heel vaak is het omdat je vanuit die hinderlaag heel “veilig” kan worden aangevallen.
Wij noemen het sociale media, echter in feite wordt ons sociale leven zwaar op de proef gesteld. In het echte leven vechten we voor ons eigen individuele bestaan. De fysieke sociale cohesie is tanende. Vanuit de sociale media en invloeden van de digitale mondialisering maakt dat wij in het echte leven ook minder sociaal met elkaar om gaan. In onze westerse wereld vallen sociale structuren steeds verder weg. Had je in de jaren vijftig en zestig (vorige eeuw) nog het bloeiende verenigingsleven, de kerk, en het dorp, tegenwoordig is dat alleen nog maar heel beperkt aanwezig. Ook in menselijk oogpunt leven we steeds meer in een wegwerp maatschappij.
mondiaal
Maar, wel een vol paradoxen. Immers, ik schrijf feitelijk kritisch en negatief over de sociale media, maar maak er wel flink gebruik van. Ja, dat is inderdaad een innerlijke strijd. Het heeft ook te maken met mijn maatschappelijke positie. Ik ben raadslid en van mening op meerdere manieren te moeten communiceren. Om die reden schrijf ik de blog, ben ik actief op de sociale media, en beantwoord ik trouw alle mailtjes. Gelukkig heb ik ook op straat nog de nodige contacten, en daarmee gesprekken. Dan is er sprake van echte interactie en kan ik uitleggen en direct reageren. Na mijn politieke carrière denk ik zeker minder actief te worden op de sociale media, en weer meer een ouderwets leven te gaan (en willen leiden). Zo ver is het nog niet, en wat mij betreft blijf ik mij voorlopig ook nog inzetten voor ons maatschappij, met name op lokaal niveau. Het geeft echter wel een extra druk.

Toch mag mijn betoog niet louter negatief zijn. De sociale media brengen ook wel iets. Je vergroot je wereld. Qua informatie, maar ook vrij letterlijk. Op Facebook heb ik regelmatig digitaal contact met directe en indirecte familie, die op afstand staan of op afstand wonen. De naam Merhottein staat diverse keren genoemd in mijn rijtje vrienden. Maar ook oude (verloren gewaande) contacten duiken soms op. De ene keer is dat leuk en heeft dat een bodem, de andere keer blijft het bij een zeker vaststelling. We kennen elkaar, maar onze levens corresponderen niet meer. Zelf ervaar ik het als leuk, die oude contacten.


Ja, wij leven in een vreemde tijd. Jaren geleden was men bevreest bij het idee dat de wereld geregeerd zou worden door de computer, maar nu is het zo ver. De computer bepaalt ons leven, in bijna al haar facetten. Daar zitten negatieve en risicovolle kanten aan, maar toch ook veel mooie kanten. We gaan er alleen veel te slordig mee om. Dat is geen verwijt wat ik anderen kan maken, daar ik mijzelf er ook van moet betichten. Het hoort er nu eenmaal bij. Een paar keer heb ik nu al gehad dat ik iets schreef, wat totaal anders over kwam, dan mijn intentie was. Ik hoop er zelf toch iets van te leren. Misschien iets minder snel schrijven, toch een keer controleren, en hopelijk niet te snel op het knopje plaatsen drukken. Al gaat dat laatste soms ook per ongeluk. En dan ga ik nu maar mijn kwartaal opgave van de BTW doen… want dat moet tegenwoordig ook digitaal.
tot in de dood

zondag 25 november 2012

Bedankt voor uw antwoord!



Was Nederland een eeuw gelden nog het voorbeeld van de Calvinistische beleefdheid, tegenwoordig staat vooral ongeïnteresseerdheid voorop ten aanzien van onze sociale omgang.

Tot de tweede helft van de vorige eeuw stond de Nederlander bekend als sociaal bewogen mens en iemand waarbij de gemeenschapszin hoog in het vaandel stond. In de jaren zestig kwam er een omslag en deed het individualisme haar intrede. Vervolgens kregen wij te maken met diverse technische ontwikkelingen, die invloed hebben gehad op de versterking van het individualisme. We werden rijker, mobieler, en onze communicatie werd enorm uitgebreid, met name door de komst van de mobiele telefoon en het internet. Twintig jaar geleden waren wij niet bekend met deze twee fenomenen, en nu lijkt het of wij niet anders weten.
En daar zijn wij steeds meer naar gaan leven. Een nadeel van de technische ontwikkeling en het toenemende individualisme is dat wij ons ook minder ontwikkeld gaan gedragen. Ja, ons gedrag wordt weer een beetje primair en primitief. Haast instinctief zelfs. Voor een goed en sociale onderlinge omgang lijkt de ontwikkeling niet erg positief.

De noodzaak op elkaar te reageren neemt af. Onderlinge beleefdheidsnormen vervagen. Tegenwoordig communiceren wij in grote mate digitaal, waarbij de email het centrale communicatieorgaan is geworden. Een brief schrijven doen wij niet meer, maar we sturen een mailtje. Veel mailtjes. Zelf ontvang ik er tussen de 30 en 50 per dag. Naast dat de communicatie minder persoonlijk is geworden is de kwantiteit explosief toegenomen. Vroeg ontving ik enkele brieven per week.
Je zou kunnen zeggen dat de omvang ons onverschillig maakt. Nu is het niet zo dat ieder mailtje een antwoord vraagt. Er zit reclame bij, bevestigingen en er wordt veel gemaild om te informeren. Het echte aantal mailtjes wat daadwerkelijk persoonlijk is en in feite een reactie vraagt is beduidend minder. Maar nog altijd meer dan de hoeveelheid brieven van vroeger.
Daarnaast zijn er nog meer digitale kanalen om breed dan wel individueel te communiceren. Twitter, Facebook en LinkedIn zijn er een paar. Twitter is een hele snelle manier om met elkaar dingen uit te wisselen. Ik geef toe, ik heb een Twitter account, maar kijk er zelden op. Het is mij vaak te oppervlakkig, de stroom is mij te groot en de communicatie moet binnen 140 tekens geschieden. Niet mijn ding.
LinkedIn bekijk ik regelmatig en zeker mijn berichten. Op zich ben ik er niet heel actief op, maar daarvan is de belangrijkste reden dat er iets vreemds is met LinkedIn. Wanneer ik daar bericht op plaats wordt hier iets mee gedaan, waardoor er uiteindelijk een heel vreemd bericht wordt weergegeven. Het is mij nog niet gelukt dit aan te passen en daarom is het beter er niet teveel op te zetten. Overigens zie ik wel degelijk de functie van dit medium. Net als die van Facebook. Hier ben ik een stuk actiever op. Je kan er berichten wegzetten, je ziet veel meer wat bij anderen speelt, je kan op elkaar reageren en er valt wat te zien en te lezen. De ruimte om actief of passief te zijn is er over het algemeen. Maar ook hier is ruimte voor een persoonlijke toenadering, en ik ben van mening dat ik hierop ook keurig moet reageren.

Het is niet alleen kommer en kwel, onze digitale communicatie. Wij hebben de wereld veel meer bij de hand. Alles gaat snel en de wereld komt letterlijk bij je thuis. Ook is het best een verrijking. Alleen, de snelheid en hoeveelheid informatie maakt ons lui en eigenlijk ook onbeleefd.

Op zeker 30% van mijn (digitale) sollicitatiebrieven ontvang ik geen enkele reactie. De postkaart lijkt bijna niet meer te bestaan en wat een brief is weet men niet meer. Een uitnodiging, hoe gericht ook, wordt in grote mate als vrijblijvend ontvangen. Om die reden ben ik van mening dat het belangrijk is zorgvuldig met mail om te gaan.
Zelf heb ik dan ook hoog in het vaandel staan dat ik alle (persoonlijke) mails beantwoord. Het liefst snel, om te voorkomen dat ik vergeet te reageren, wat snel gebeurt met deze grote hoeveelheden. Heel soms gaat het dan toch nog mis en een enkele keer blijkt een mail niet aangekomen. Dat kan namelijk ook met digitale post. En weet ik geen goed antwoord te geven, dan geef ik dat aan. Ik neem de verzender serieus en geef antwoord.
Omgekeerd lijkt de cultuur heel anders. Het komt nogal eens voor dat ik een (persoonlijk) mailtje verstuur, of een mailtje waarop ik duidelijk een reactie verwacht, dat er geen reactie in mijn mailbox binnen komt. Helemaal niet en soms na zeer lange tijd. En heel eerlijk; eigenlijk vind ik dat onbeschoft. Zeker wanneer het om belangrijke zaken gaat. Net als wanneer je iemand spreekt en je nadrukkelijk toezegt je te mailen. Vervolgens blijft het stil. Laatst nog zo’n voorbeeld en ik ben benieuwd wanneer ik eindelijk een reactie mag ontvangen. Ik wacht inmiddels bijna drie weken…