In den vreemde: 52!, 1 jaar Turkije
Het is gelukt, het afgelopen jaar heb ik, gemiddeld, iedere week een blog over ons "nieuwe" leven geschreven. Een afspraak, welke ik met mijzelf heb gemaakt, om de "achterblijvers" te informeren over ons wel en wee, hier in Turkije. Een afspraak met mijzelf, maar wel omdat ik het ook als een soort verantwoordelijkheid heb gevoeld. Voor ons vertrek leefden veel mensen met ons mee. De zware tijd, de tegenslagen, maar ook de stap die wij maakten. Rigoureus en een open toekomst. Men bleef mee leven en ik was van mening in alle openheid dit met een ieder te delen. Uit diverse reacties heb ik mogen vernemen dat velen ook genoten hebben, dan wel de blogs gevolgd hebben en soms al uitkeken naar de volgende editie. Ik zeg niet, dat ik nu stop met deze serie. Wel breek ik vanaf nu mijn belofte het gemiddelde van een blog per week vol te houden. Ik schrijf, in deze serie, wanneer ik het gevoel heb iets te melden te hebben. Wat de interval gaat worden zal vooralsnog dus een verrassing blijven.
We zijn een jaar verder. Soms vraag ik mij af, of er zo veel gebeurt is in dat jaar, meer dan wanneer ik in Nederland was gebleven. Een antwoord wat ik altijd schuldig zal blijven. Natuurlijk ben ik niet iemand die op mijn kont blijft zitten. Of er zoveel meer, of minder, gebeurt zou zijn, zonder het vertrek naar Turkije, vraag ik mij dan ook niet zonder reden af. Het zal wel ongeveer gelijk zijn. Wel durf ik met enige zekerheid te stellen, dat mijn belevenissen en ervaringen bepaalt anders zijn, dan wanneer ik wel in Nederland was gebleven. Zeker ook een periode met veel meer onzekerheden en vele nieuwe zaken in het leven, dan wanneer ik mijn activiteiten in Nederland had vol gehouden.
Hoe kijk ik op het afgelopen jaar terug? Laat ik beginnen met het moment van nu. Nu, op dit moment voel ik mij goed, en durf zelfs te zeggen gelukkig te zijn. In ieder geval heeft het afgelopen jaar dit als uiteindelijk resultaat opgeleverd. Een geluksgevoel wat zeker niet los staat van onze recente verhuizing.
Ogen zijn geopend. Sommige mensen betichten mij van cynisme, anderen zien alleen het doorzettingsvermogen en ons optimisme. Een ieder kijkt met een eigen bril naar ons afgelopen jaar en hoe ik hier over geschreven heb. Toegegeven, door de afstand naar de Nederlandse samenleving ben ik er anders naar gaan kijken. Ook het vergelijk tussen beide samenlevingen heeft ogen geopend. Dat heeft zich soms geuit in een kritische opstelling, ik heb zelfs afgegeven op de Nederlandse samenleving en politiek. Ondanks de Turkse politieke situatie ben ik ten opzichte van het leven hier wellicht juist wat milder geworden. Toch heb ik mij het afgelopen jaar niet alleen gebezigd met het politieke klimaat en de effecten hiervan in beide landen. Integendeel, de politiek trachtte ik juist zo ver als mogelijk van mij af te houden, iets wat met enig realiteitsbesef niet erg haalbaar is. Ik ben vooral bezig geweest met "leven". Het eerste half jaar was dat moeilijk en was er veel sprake van stress. Overigens wel een soort indirecte stress. Na de verkoop van onze woning viel de stress weg en kwam er ruimte voor ontspanning en het makkelijke omgaan met situaties. De BMW is daar een goed voorbeeld van. In feite hing er wel iets ernstigs boven mijn hoofd, maar ik kon er eigenlijk niet meer echt warm of koud van worden. De gedachte dat het wel een keer opgelost zou worden woog het sterkste. En zo geschiedde.
We leven in Turkije en willen ook leven in Nederland. Het eerste is goed gelukt en geregeld. Het tweede is en blijft een hopeloos verhaal. Een urgentieverklaring krijgen wij niet voor elkaar (we hebben er wel alle redenen toe), woningen zijn nauwelijks voor handen en dat we in het buitenland zitten maakt het alleen maar moeilijker. Of Nederland van ons af wil... Een ieder kan zich toch wel een beetje voorstellen, dat ik hier enigszins cynisch van word? Formeel ben ik dakloos in eigen land... Ook de perikelen rond de zorg en het WMO verhaal gaan gepaard met een wederkerige hopeloosheid en moedeloosheid. Wanneer ik denk aan Nederland, denk ik direct weer (of nog steeds) in problemen. Gelukkig is mijn gedachte aan Nederland alleen op de achtergrond aanwezig en in voorkomende gevallen. Desalniettemin blijf ik bevestigen dat wij niet geëmigreerd zijn en dit ook niet wensen, volgens de definitie van emigreren.
Een jaar verder. Een ander land, een andere cultuur. Min of meer abrupt hebben we de stap gezet. Vol bepakt reisden wij af. Later realiserend niet goed nagedacht te hebben over de bagage. Tijdens de reis al werd onze kat (Kato) onderdeel van het gezin, nadat ze een paar jaar gescheiden woonde op de eerste en tweede etage. De reis was lang, maar goed, de laatste dag echter slopend. Het bleek de warmste dag van het jaar. En dan kom je bij een huis aan, "jouw" huis, wat wij alleen van enkele foto's kenden. Leeg. Met onze bagage konden we zitten en slapen, koken en eten. Binnen een week hadden we van oude materialen een eerste summiere inrichting. Het was werkelijk een nieuw begin. De eerste maanden was een vorm van luxe kamperen.
Na het vertrek van onze logee kwam een grote tegenslag; mijn geliefde werd ziek. Enkele weken reed ik op en neer naar Fethiye om bij haar te zijn, tot ze naar Antalya moest voor een operatie. Zij lag in die vreemde ziekenhuizen, ik zat in een kil huis. Na uitvoerig overleg heb ik mijn reis naar Nederland door laten gaan. Het was geen fijne week, ondanks blij te zijn een hoop vrienden en bekenden weer te spreken. En plots mocht Reina naar huis, noch voor ik terug in Turkije was. Behalve kil werden de avonden ook koud. Met hulpmiddelen wisten wij het behaaglijk te maken. Vanaf dat moment werd het huis stapje voor stapje meer en meer een woning. Maar het beviel ons ook niet, in meerdere opzichten.Het werd niet "eigen".
Vanaf december zijn wij ons gaan oriënteren voor een andere woning en ondertussen was onze aanvraag voor verblijf in behandeling. Allemaal spannende zaken, daar wij nog onvoldoende bekend waren met alles hier. Toch wisten, en weten, wij alles te regelen, wat geregeld moet worden.
De winter zijn wij goed door gekomen. Ondanks dat het voor dit gebied een strenge winter was zaten we regelmatig 's ochtends in het zonnetje koffie te drinken. Ik tekende erg veel en schilderde regelmatig. Dagen vlogen om. Tussendoor werden wij stevig geconfronteerd met de financiele problemen in Nederland. Juist toen het verkeerd af leek te lopen verkochten wij ons huis, al was de opbrengst teleurstellend, het had erger kunnen zijn. Ondertussen bouwden wij hier een bescheiden kennissenkring op en werd het leven vertrouwder. Ondanks de taalbarrière konden wij de weg telkens beter vinden. En toen ook deze woning eindelijk echt in zicht kwam leek de toekomst zich positief te ontwikkelen. Wij bleven voorzichtig om teleurstellingen te voorkomen. Die hadden wij inmiddels ruim voldoende mogen verwerken. Er was wel werk aan de winkel. Doordat er eindelijk ook een beetje financiele armslag was konden wij ons enkele aanschaffen permitteren. Ondertussen bleek de BMW een steeds duidelijker probleem te vormen, de reden dat wij al snel een andere auto hebben gekocht, op Turks kenteken. Inmiddels zijn hier alle problemen opgelost en bewegen wij ons tevreden in ons nieuwe huis. Je kan wel stellen, dat wij in Turkije gesetteld zijn, wat in Nederland maar niet lukt. Op zich een vreemde situatie.
Ons oudste hondje, Peppa, is inmiddels overleden, hebben we nu vier kippen (twee hanen en twee hennen) en is er een tweede kat (Jennah), die bij de woning hoorde. Reina wil nog een geit... Verder scharrel ik heerlijk over het terrein, zorg voor de plantjes en geniet van het zijn hier. Vergeleken bij de dag dat wij in Göcek aan kwamen en de dag, een jaar later, is er duidelijk sprake van een wereld van verschil, in heel veel opzichten. En zeker niet alleen in praktische zin. Misschien zit het grootste verschil wel in mijzelf. Niet dat ik een ander mens ben geworden, integendeel, ik blijf echt wel, wie ik ben. Het is dat ik dichterbij mijzelf ben gekomen. Makkelijker, minder neurotisch en zeker minder stress. Laatst vroeg iemand mij wat mijn plannen nu zijn. Met enige verbazing merkte ik helemaal geen plannen te hebben. Ik laat Gods wateren over Gods akkers vloeien. Okay, ik heb een ticket geboekt voor de Kunstlijn Haarlem, maar verder... Ik zie wel. Misschien zit ik over een jaar weer in Nederland. Alhoewel ik mij niet meer kan voorstellen voltijds in Nederland te wonen. Alles is mij te bekrompen, te geregeld en netjes en veel te veel op elkaar. Nee, verspreidt over het jaar houd ik het daar echt niet langer dan een maand of vier per jaar uit. Wat dat betreft ben ik wél veranderd. Ondanks dat ik al heel lang Nederland (deels) wilde verlaten heb ik de stap nimmer gezet. Angst, onzekerheid, maar nu is de stap vrij spontaan gezet. Ik heb daar het afgelopen jaar geen seconde spijt van gehad. Straks weer lekker tekenen en schilderen. Ik laat de toekomst wel komen. Ik hoop natuurlijk wel nog een forse toekomst voor mij te hebben. Ondanks mijn psychische wel bevinden heb ik mijn fysieke klachten; de hernia. Toch ook fysiek voel ik mij beter hier.
Het klinkt waarschijnlijk erg overdreven, maar toch heb ik hier een soort gevoel in het Paradijs te zijn. En gelukkig biedt dit paradijs ook wel eens een mindere dag, of kleine problemen. Echter dat alles weegt niet op tegen het goede gevoel. En helemaal niks negatiefs maakt het leven waarschijnlijk alleen maar saai. Wel, mijn leven is verre van saai! Iedere dag begint, maar je weet nooit hoe deze eindigt. Zo ook dit avontuur, we weten niet hoe het eindigt, edoch voorlopig blijven wij van dit avontuur genieten. Met volle teugen! In ieder geval beloof ik over een jaar weer een dergelijke blog, als deze te schrijven. Wat dit inhoud zal zijn is nu absoluut niet voorspelbaar. Hier heb ik geleerd; het leven is niet voorspelbaar en dat maakt dat we wegen zoeken het leven optima forma te ondergaan. We zien wel, maar nu schrijft een gelukkig mens.... Onze stap heeft iets goeds gebracht!
Posts tonen met het label BMW. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BMW. Alle posts tonen
zondag 23 augustus 2015
In den vreemde; een jaar verder (52!!!!)!!!
Labels:
Antalya,
BMW,
dieren,
Fethiye,
geit,
geluk,
Göcek,
kamperen,
Kunstlijn Haarlem,
paradijs,
schilderen,
taalbarrière,
tegenslag,
tekenen,
Turkije,
winter
vrijdag 7 augustus 2015
In den vreemde: crimineel (48)
Een heerlijk gevoel om formeel geen crimineel meer te zijn. Niet dat ik er gebukt onder ging, maar helemaal lekker zat het niet. Het land uit gaan was waarschijnlijk sowieso een groot probleem geworden. Drie maanden cel, of vijf jaar was evenmin een prettig vooruitzicht, alhoewel ik ook daar niet wakker van kon liggen. We zijn immers in Turkije.
Er zijn vele regels hier en de wet is streng. De uitvoering daarentegen is zeer interpretabel. Dermate dat ook in Turkije men moeite heeft de juiste regels te kennen, laat staan de gevolgen. Dat een auto met buitenlands kenteken een half jaar in het land mag zijn weet men over het algemeen wel. Goed, ook daarover bleek ik in eerste instantie verkeerd over geïnformeerd, maar daar ben ik zelf ook vrij laks mee omgegaan. En dat is niet echt het probleem. Het ware probleem is de tijd ná het halve jaar. Wat dan de mogelijkheden zijn. Een auto invoeren blijkt een haast onmogelijke klus. Wanneer ik een werkvergunning heb zou het kunnen. Zou, want ook dan spelen er diverse aspecten nog een rol. Wanneer ik met pensioen zou zijn, kan het..., maar voor maximaal een jaar. De optie van verkopen is ook boeiend, aan een Turk verkopen is uitgesloten. Dus moet het aan een buitenlander. Dat moet er dan een met een werkvergunning, iemand met een eigen bedrijf of een gepensioneerde zijn. Overigens moet dat überhaupt binnen de termijn van drie maanden, na het halve jaar. Voor ik hier echter achter was, waren ook die drie maanden voorbij. Volgende probleem. Twee mogelijkheden bleken er over te zijn. De eerste was het inleveren van de auto bij de douane met als mogelijk gevolg een juridische weg. De andere was naar Rhodos en daar de auto minimaal drie maanden parkeren. In het eerste geval was de kans van de celstraf het grootst, omdat ik dan als smokkelaar gezien zou worden. Overigens, onjuist, kans op celstraf was het grootst bij een verkeerscontrole, waar paspoort gevraagd zou worden en de computer geraadpleegd. Dán was ik écht smokkelaar en riskeerde ik dus vijf jaar tralies. Via de juridische weg zou het maximaal drie maanden zijn en een flinke boete. Zelfs voor Turkse begrippen.
Mijn soms uitermate inventieve eega kwam met optie drie. "Verkoop" de auto in Nederland. Dat gaat eenvoudig, want in Nederland kan dat gewoon op het postkantoor. Dus, de papieren naar Nederland en een gegadigde gevonden, die de auto wel gratis wilde ophalen. Met de nieuwe papieren kwam hij hier, om "zijn" auto te halen. De volgende stap was naar de grens de rijden. De dichtstbijzijnde grensovergang is die (over de weg) bij Ipsala, niet ver van Alexandropolis, maar wel bijna 800 kilometer van hier. Om te beginnen zijn wij op weg gegaan met twee auto's. Ik in de nieuwe Dacia en hij in de BMW. Negen uur in de ochtend vertrokken. Onderweg geen problemen, alleen voor de pont in Canakale een grote verkeerscontrole. Je zal het mee maken, maar we werden geen van beide zelfs tot stoppen gemaand. Ze moesten eens weten...
Effe half elf parkeerde ik de Dacia aan de Turkse zijde van de grens en nam plaats in de BMW. Bij het eerste loket werden we direct door verwezen naar het tweede, daar naar het derde. De nieuwe eigenaar is gelukkig de Turkse taal machtig, en hield een heel verhaal. We mochten aan de kant en de boel werd geregeld. Dat heeft al met al bijna ander half uur geduurd. We gingen er van uit dat er flink gelapt moest worden, maar het op die wijze wel opgelost zou worden. Het tweede klopte. Het eerste geheel niet. De boete was wat dat betreft (en alle verhalen in acht nemende) een lachertje. Goed, je moet er een rit voor over hebben, geduld bij de douane en heel wat keer tussen alle hokjes heen en weer lopen. Ook moest ik het land uit. Ik ontving een prachtig officieel document en onze wegen konden zich scheiden. Lopend naar het vierde loket, alwaar men er niets van begreep, maar daarna kon ik terug lopen. Neen, de Griekse territoria behoefde ik niet te betreden. Ik kreeg mijn stempel weer en mocht even later eindelijk zitten in mijn (Turkse) Dacia... Blij dat ik gekozen had voor eigen vervoer. De grenspost Ipsala is in de middle of nowhere en ik had heel wat moeite moeten doen om daar om half één 's nachts weg te komen. Nu kon ik de krap vijftig kilometer naar Kesan in alle rust overbruggen om in hotel Linda een kamer te krijgen. De kamer naast die wij vorig jaar op onze heenreis hadden.
Het gevoel geen crimineel meer te zijn was geen slecht gevoel. Ondertussen was duidelijk dat in heel Turkije niemand weet hoe het zit. De overheid niet, de wet niet, Turken niet, internet niet,... Niemand. Niemand, behalve de douane, op het moment dat je voor hun deur staat. Dan is plots alles duidelijk, alhoewel er ook de nodige boekjes geopend moesten worden, alvorens men alle kennis weer paraat had. In ieder geval weet ik dat de BMW in Turkije nog ruim 6000 euro waard is. In Nederland blijkt hij 800 euro waard te zijn. Volgens mij overigens wel een paar honderd meer, maar het verschil is groot en verklaart wellicht ook de wat krampachtige houding van de Turkse overheid. En toch blijf ik vol verbazing achter. Was dit nu zo een uitzonderlijke situatie, of is de communicatie hier zo gebrekkig, dat werkelijk niemand exact wist te vertellen hoe het zit.
Het is wel een illustratieve casus inzake de Turkse wetgeving en de overheid alhier. Het is niet verwonderlijk dat veel Turken er niets van begrijpen en hun eigen gang gaan. Ook voor buitenlanders die hier verblijven (in ieder geval zo'n maand of acht per jaar) worden frequent getrakteerd op verrassingen. Veel Turken die zelf klagen, dat de regels volgende maand weer anders kunnen zijn. En dat terwijl de regels van nu nog amper bekend zijn. Niemand weet wat iets waard is, welke regels gelden en hoe je jezelf er aan moet houden. Toch is het een dynamieke samenleving, waar ongelofelijk veel kan, maar waar soms ook niets kan, dus iedereen een eigen weg zoekt. Desondanks kan hier veel in tegenstelling tot de enorme bureaucratie, de vele formulieren, loketten en massa's handtekeningen en stempels. Misschien hier en daar corrupt, maar op een, voor de burgers, heel acceptabele manier. Uiteindelijk geeft dat ook heel veel vrijheid. Haast paradoxaal, maar dat blijkt dus geen probleem. Iets wat Turken sowieso veel uitspreken; " Yok problem" (geen probleem). Nee, dat klopt. Naast de bureaucratie is er in Turkije geen probleem. En wanneer ik morgen weer formeel crimineel ben, omdat ik volgens de wet blijkbaar weer fouten heb gemaakt..., dan draai ik mij lekker om, rek mij even uit en slaap heel ontspannen verder.
Er zijn vele regels hier en de wet is streng. De uitvoering daarentegen is zeer interpretabel. Dermate dat ook in Turkije men moeite heeft de juiste regels te kennen, laat staan de gevolgen. Dat een auto met buitenlands kenteken een half jaar in het land mag zijn weet men over het algemeen wel. Goed, ook daarover bleek ik in eerste instantie verkeerd over geïnformeerd, maar daar ben ik zelf ook vrij laks mee omgegaan. En dat is niet echt het probleem. Het ware probleem is de tijd ná het halve jaar. Wat dan de mogelijkheden zijn. Een auto invoeren blijkt een haast onmogelijke klus. Wanneer ik een werkvergunning heb zou het kunnen. Zou, want ook dan spelen er diverse aspecten nog een rol. Wanneer ik met pensioen zou zijn, kan het..., maar voor maximaal een jaar. De optie van verkopen is ook boeiend, aan een Turk verkopen is uitgesloten. Dus moet het aan een buitenlander. Dat moet er dan een met een werkvergunning, iemand met een eigen bedrijf of een gepensioneerde zijn. Overigens moet dat überhaupt binnen de termijn van drie maanden, na het halve jaar. Voor ik hier echter achter was, waren ook die drie maanden voorbij. Volgende probleem. Twee mogelijkheden bleken er over te zijn. De eerste was het inleveren van de auto bij de douane met als mogelijk gevolg een juridische weg. De andere was naar Rhodos en daar de auto minimaal drie maanden parkeren. In het eerste geval was de kans van de celstraf het grootst, omdat ik dan als smokkelaar gezien zou worden. Overigens, onjuist, kans op celstraf was het grootst bij een verkeerscontrole, waar paspoort gevraagd zou worden en de computer geraadpleegd. Dán was ik écht smokkelaar en riskeerde ik dus vijf jaar tralies. Via de juridische weg zou het maximaal drie maanden zijn en een flinke boete. Zelfs voor Turkse begrippen.
Mijn soms uitermate inventieve eega kwam met optie drie. "Verkoop" de auto in Nederland. Dat gaat eenvoudig, want in Nederland kan dat gewoon op het postkantoor. Dus, de papieren naar Nederland en een gegadigde gevonden, die de auto wel gratis wilde ophalen. Met de nieuwe papieren kwam hij hier, om "zijn" auto te halen. De volgende stap was naar de grens de rijden. De dichtstbijzijnde grensovergang is die (over de weg) bij Ipsala, niet ver van Alexandropolis, maar wel bijna 800 kilometer van hier. Om te beginnen zijn wij op weg gegaan met twee auto's. Ik in de nieuwe Dacia en hij in de BMW. Negen uur in de ochtend vertrokken. Onderweg geen problemen, alleen voor de pont in Canakale een grote verkeerscontrole. Je zal het mee maken, maar we werden geen van beide zelfs tot stoppen gemaand. Ze moesten eens weten...
Effe half elf parkeerde ik de Dacia aan de Turkse zijde van de grens en nam plaats in de BMW. Bij het eerste loket werden we direct door verwezen naar het tweede, daar naar het derde. De nieuwe eigenaar is gelukkig de Turkse taal machtig, en hield een heel verhaal. We mochten aan de kant en de boel werd geregeld. Dat heeft al met al bijna ander half uur geduurd. We gingen er van uit dat er flink gelapt moest worden, maar het op die wijze wel opgelost zou worden. Het tweede klopte. Het eerste geheel niet. De boete was wat dat betreft (en alle verhalen in acht nemende) een lachertje. Goed, je moet er een rit voor over hebben, geduld bij de douane en heel wat keer tussen alle hokjes heen en weer lopen. Ook moest ik het land uit. Ik ontving een prachtig officieel document en onze wegen konden zich scheiden. Lopend naar het vierde loket, alwaar men er niets van begreep, maar daarna kon ik terug lopen. Neen, de Griekse territoria behoefde ik niet te betreden. Ik kreeg mijn stempel weer en mocht even later eindelijk zitten in mijn (Turkse) Dacia... Blij dat ik gekozen had voor eigen vervoer. De grenspost Ipsala is in de middle of nowhere en ik had heel wat moeite moeten doen om daar om half één 's nachts weg te komen. Nu kon ik de krap vijftig kilometer naar Kesan in alle rust overbruggen om in hotel Linda een kamer te krijgen. De kamer naast die wij vorig jaar op onze heenreis hadden.
Het gevoel geen crimineel meer te zijn was geen slecht gevoel. Ondertussen was duidelijk dat in heel Turkije niemand weet hoe het zit. De overheid niet, de wet niet, Turken niet, internet niet,... Niemand. Niemand, behalve de douane, op het moment dat je voor hun deur staat. Dan is plots alles duidelijk, alhoewel er ook de nodige boekjes geopend moesten worden, alvorens men alle kennis weer paraat had. In ieder geval weet ik dat de BMW in Turkije nog ruim 6000 euro waard is. In Nederland blijkt hij 800 euro waard te zijn. Volgens mij overigens wel een paar honderd meer, maar het verschil is groot en verklaart wellicht ook de wat krampachtige houding van de Turkse overheid. En toch blijf ik vol verbazing achter. Was dit nu zo een uitzonderlijke situatie, of is de communicatie hier zo gebrekkig, dat werkelijk niemand exact wist te vertellen hoe het zit.
Het is wel een illustratieve casus inzake de Turkse wetgeving en de overheid alhier. Het is niet verwonderlijk dat veel Turken er niets van begrijpen en hun eigen gang gaan. Ook voor buitenlanders die hier verblijven (in ieder geval zo'n maand of acht per jaar) worden frequent getrakteerd op verrassingen. Veel Turken die zelf klagen, dat de regels volgende maand weer anders kunnen zijn. En dat terwijl de regels van nu nog amper bekend zijn. Niemand weet wat iets waard is, welke regels gelden en hoe je jezelf er aan moet houden. Toch is het een dynamieke samenleving, waar ongelofelijk veel kan, maar waar soms ook niets kan, dus iedereen een eigen weg zoekt. Desondanks kan hier veel in tegenstelling tot de enorme bureaucratie, de vele formulieren, loketten en massa's handtekeningen en stempels. Misschien hier en daar corrupt, maar op een, voor de burgers, heel acceptabele manier. Uiteindelijk geeft dat ook heel veel vrijheid. Haast paradoxaal, maar dat blijkt dus geen probleem. Iets wat Turken sowieso veel uitspreken; " Yok problem" (geen probleem). Nee, dat klopt. Naast de bureaucratie is er in Turkije geen probleem. En wanneer ik morgen weer formeel crimineel ben, omdat ik volgens de wet blijkbaar weer fouten heb gemaakt..., dan draai ik mij lekker om, rek mij even uit en slaap heel ontspannen verder.
Labels:
Alexandropolis,
auto,
BMW,
Cannakale,
celstraf,
crimineel,
Dacia,
douane,
Griekenland,
hotel Linda,
invoeren,
Ipsala,
Keçan,
Linda,
niemandsland,
pensioen,
regels,
Turkije,
wet
zondag 17 mei 2015
In den vreemde; de nacht (37)
Over dieren in de nachtelijke uren heb ik reeds geschreven. Het orkest, waar we inmiddels redelijk aan gewend zijn. Met uitzondering van blaffende honden, zoals recent toen het hondje aan de overkant loops was. En soms, wanneer een straatbende honden zich voor ons huis ophoudt.
Nu de nachten weer minder koud, dan wel aangenaam, zijn, lijkt het onderscheidt tussen dag en nacht deels te vervallen, wat betreft menselijke activiteit, dan wel de geluiden welke zij voort brengen. Desalniettemin zijn er tal van verschillen. De grootste wellicht is dat de bevolking van de nacht bijna geheel uit mannen bestaat. Uitzonderingen zijn blondines, meestal in hotpants of korte rokjes, die (vrijwel altijd stevig aangeschoten) met "iemand" mee lopen....
Mijn nachten zijn onrustig en zeer frequent verlaat ik het bed. Op zeer verschillende tijden tussen een uur of een en de vroege dageraad, rond een uur of zes. En altijd is er activiteit... Natuurlijk is het niet prettig iedere nacht op te zitten, maar gelukkig geeft het ook weer de nodige inspiratie. En wat dat betreft gebeurt er genoeg. Alleen, in een grote stad kan ik mij al die activiteiten voorstellen, maar in een relatief klein Turkse toeristische badplaats... De nachten in een stad als Haarlem zijn nog rustiger, dan wat zich hier allemaal af speelt.
De duistere kant van de activiteiten inspireert mij. Laatst. Stapvoets rijdt een auto langs. Stopt en doet de motor uit. In de auto wordt luid gelachen. Dan stappen twee jongens baldadig en luidruchtig uit. Net buiten mijn zicht houden zij zich op bij het bankje. Het lijkt of daar nog iemand is. Dat blijkt niet het geval. Na enkele minuten gaan de jongens weer in de auto zitten. De volumeknop gaat open en Turkse popmuziek schakt door de straten, vermengd met hanengekraai en honden geblaf. Dan gaat de knop iets zachter. Meerdere nummers worden voortijdig weggedraaid. Dan starten ze de auto en kruipen verder. Net buiten zicht stopt de BMW weer. Muziek. Stilte. Dan opeens een loeiende motor en met gierende banden verdwijnt de auto... Even later herken ik het geluid van de auto, die de rondweg als circuit lijkt te gebruiken. We zijn een kwartiertje verder, maandag nacht rond vier uur.
Een andere nacht. De hele tijd zit iemand te praten, duidelijk alleen. Met een mobiel dus. Een eindeloos gesprek, vanuit de speelplaats, annex openbare fitness. Überhaupt zie je hier (en hoor je hier) veel lui bellen. Op de brommer, lopend, in de auto, op bankjes, in de ochtend, middag, avond en 's nachts. Bij voorkeur dragen ze een mobiele telefoon in (onhandig) pocket formaat. Groot is belangrijker dan praktisch.
In de nachtelijke uren verbaas ik mij niet meer. Diverse auto's passeren geheel zonder enige verlichting te dragen. Daarnaast een redelijk aantal zonder voor verlichting, terwijl achter alles keurig brandt. Ik vernam eens dat er nog heel wat Turken zijn, die denken dat je dan zuiniger rijdt, of de accu langer vol blijft. En zien is niet zo belangrijk als gezien worden. Ondanks dat ik geen verklaring voor deze vreemde wijze van het dragen van de verlichting heb, verwijs ik dat andere naar het land der fabelen.
Makkelijker is iets te bedenken bij de gasten die juist opvallend licht voeren. Een brommer met een blacklight onder het stuur. Een andere brommer geflankeerd met blauwe neonverlichting. Xenon lampen op een scooter. Felle LED boven je nummerbord. Rode, blauwe, gele koplampen. Oranje peertjes aan de zijkanten. En, wat ik wel ken uit Amerikaanse documentaires, bodemverlichting in diverse erotiserende tinten. Met name bij de auto's met bijzondere verlichting is er altijd wel een lampje kapot. Vaak zit er ook nog een muziekinstallatie ingebouwd, die in een bescheiden concertzaal niet zal misstaan. Bij sommige typen denk ik wel eens, dat de wagen alleen vooruit komt door het gedreun van de bassen. Met name wanneer het een oude Tofas betreft is het mogelijk nog een reële gedachte ook.
Naast het gemotoriseerde vervoer hebben wij het voetvolk. Vaak 's nachts slenterend en luid discussiërend. Wanneer de discussie hoog op loopt blijven ze staan. Of het nu pal voor een woning is, maakt niet uit. Iets wat regelmatig voor komt. Maar ook wanneer men zicht alleen door het nachtelijk duister voort beweegt is stilt de mens vreemd. Of het overdag, avond, dan wel midden in de nacht is, luid telefoneren is een bezigheid waar men hier altijd mee uit de voeten kan.
Rond de klok van half vier is er een vaste passant. Een man op een fiets met een mandje voorop, zonder spatborden, zonder licht. Steevast rijdt hij aan de andere kant van de weg. Rijden... Het beweegt voort. Iedere keer verwacht hij dat hij tegen de grond kwakt. Een zeer laag tempo en ook de breedte van de rijbaan heeft hij regelmatig nodig, alhoewel anders de hoge trottoirrand een obstakel kan blijken. Bijna tot mijn teleurstelling verdwijnt hij telkens al fietsend uit mijn blikveld.
Voor zover ik mij herinner heb ik al eerder melding gemaakt van het ritueel der dienstplichtigen. Die jongens rijden in een auto, waar een grote Turkse vlak vastgeklemd zit tussen boven en onderzijde van de vijfde deur, dan wel de motorkap. De laatste avond scheurt het, luid claxonnerend, door het dorp. Maar dat doet zo'n vogel niet alleen. Nee, een hele schare auto's volgt, luid en nog luider claxonnerend. Het eerste rondje verloopt nog enigszins ordelijk, maar naarmate de nachtelijke uren vorderen wordt het steeds meer een rijdende chaos. De jongens zijn trots dat ze Turk zijn het het land mogen dienen. De meesten van hen komen niet verder dan ondergeschikte baantjes in een armzalig bestaan... Er komt ook niemand zo uitbundig uit het leger; ik ben trots, ik heb het land gediend... Nee, in dertien maanden is de krenking te groot om met een zelfde luidruchtigheid terug te keten in de burgermaatschappij.
Hoe triest velen de nacht ervaren, hoe enorm geniet ik van de verrassingen, wanneer de zon ver uit het zicht is, het nadeel is natuurlijk mijn onvolkomen slaapgedrag, maar mijn observerende bezigheden compenseren absoluut.
Nu de nachten weer minder koud, dan wel aangenaam, zijn, lijkt het onderscheidt tussen dag en nacht deels te vervallen, wat betreft menselijke activiteit, dan wel de geluiden welke zij voort brengen. Desalniettemin zijn er tal van verschillen. De grootste wellicht is dat de bevolking van de nacht bijna geheel uit mannen bestaat. Uitzonderingen zijn blondines, meestal in hotpants of korte rokjes, die (vrijwel altijd stevig aangeschoten) met "iemand" mee lopen....
Mijn nachten zijn onrustig en zeer frequent verlaat ik het bed. Op zeer verschillende tijden tussen een uur of een en de vroege dageraad, rond een uur of zes. En altijd is er activiteit... Natuurlijk is het niet prettig iedere nacht op te zitten, maar gelukkig geeft het ook weer de nodige inspiratie. En wat dat betreft gebeurt er genoeg. Alleen, in een grote stad kan ik mij al die activiteiten voorstellen, maar in een relatief klein Turkse toeristische badplaats... De nachten in een stad als Haarlem zijn nog rustiger, dan wat zich hier allemaal af speelt.
De duistere kant van de activiteiten inspireert mij. Laatst. Stapvoets rijdt een auto langs. Stopt en doet de motor uit. In de auto wordt luid gelachen. Dan stappen twee jongens baldadig en luidruchtig uit. Net buiten mijn zicht houden zij zich op bij het bankje. Het lijkt of daar nog iemand is. Dat blijkt niet het geval. Na enkele minuten gaan de jongens weer in de auto zitten. De volumeknop gaat open en Turkse popmuziek schakt door de straten, vermengd met hanengekraai en honden geblaf. Dan gaat de knop iets zachter. Meerdere nummers worden voortijdig weggedraaid. Dan starten ze de auto en kruipen verder. Net buiten zicht stopt de BMW weer. Muziek. Stilte. Dan opeens een loeiende motor en met gierende banden verdwijnt de auto... Even later herken ik het geluid van de auto, die de rondweg als circuit lijkt te gebruiken. We zijn een kwartiertje verder, maandag nacht rond vier uur.
Een andere nacht. De hele tijd zit iemand te praten, duidelijk alleen. Met een mobiel dus. Een eindeloos gesprek, vanuit de speelplaats, annex openbare fitness. Überhaupt zie je hier (en hoor je hier) veel lui bellen. Op de brommer, lopend, in de auto, op bankjes, in de ochtend, middag, avond en 's nachts. Bij voorkeur dragen ze een mobiele telefoon in (onhandig) pocket formaat. Groot is belangrijker dan praktisch.
In de nachtelijke uren verbaas ik mij niet meer. Diverse auto's passeren geheel zonder enige verlichting te dragen. Daarnaast een redelijk aantal zonder voor verlichting, terwijl achter alles keurig brandt. Ik vernam eens dat er nog heel wat Turken zijn, die denken dat je dan zuiniger rijdt, of de accu langer vol blijft. En zien is niet zo belangrijk als gezien worden. Ondanks dat ik geen verklaring voor deze vreemde wijze van het dragen van de verlichting heb, verwijs ik dat andere naar het land der fabelen.
Makkelijker is iets te bedenken bij de gasten die juist opvallend licht voeren. Een brommer met een blacklight onder het stuur. Een andere brommer geflankeerd met blauwe neonverlichting. Xenon lampen op een scooter. Felle LED boven je nummerbord. Rode, blauwe, gele koplampen. Oranje peertjes aan de zijkanten. En, wat ik wel ken uit Amerikaanse documentaires, bodemverlichting in diverse erotiserende tinten. Met name bij de auto's met bijzondere verlichting is er altijd wel een lampje kapot. Vaak zit er ook nog een muziekinstallatie ingebouwd, die in een bescheiden concertzaal niet zal misstaan. Bij sommige typen denk ik wel eens, dat de wagen alleen vooruit komt door het gedreun van de bassen. Met name wanneer het een oude Tofas betreft is het mogelijk nog een reële gedachte ook.
Naast het gemotoriseerde vervoer hebben wij het voetvolk. Vaak 's nachts slenterend en luid discussiërend. Wanneer de discussie hoog op loopt blijven ze staan. Of het nu pal voor een woning is, maakt niet uit. Iets wat regelmatig voor komt. Maar ook wanneer men zicht alleen door het nachtelijk duister voort beweegt is stilt de mens vreemd. Of het overdag, avond, dan wel midden in de nacht is, luid telefoneren is een bezigheid waar men hier altijd mee uit de voeten kan.
Rond de klok van half vier is er een vaste passant. Een man op een fiets met een mandje voorop, zonder spatborden, zonder licht. Steevast rijdt hij aan de andere kant van de weg. Rijden... Het beweegt voort. Iedere keer verwacht hij dat hij tegen de grond kwakt. Een zeer laag tempo en ook de breedte van de rijbaan heeft hij regelmatig nodig, alhoewel anders de hoge trottoirrand een obstakel kan blijken. Bijna tot mijn teleurstelling verdwijnt hij telkens al fietsend uit mijn blikveld.
Voor zover ik mij herinner heb ik al eerder melding gemaakt van het ritueel der dienstplichtigen. Die jongens rijden in een auto, waar een grote Turkse vlak vastgeklemd zit tussen boven en onderzijde van de vijfde deur, dan wel de motorkap. De laatste avond scheurt het, luid claxonnerend, door het dorp. Maar dat doet zo'n vogel niet alleen. Nee, een hele schare auto's volgt, luid en nog luider claxonnerend. Het eerste rondje verloopt nog enigszins ordelijk, maar naarmate de nachtelijke uren vorderen wordt het steeds meer een rijdende chaos. De jongens zijn trots dat ze Turk zijn het het land mogen dienen. De meesten van hen komen niet verder dan ondergeschikte baantjes in een armzalig bestaan... Er komt ook niemand zo uitbundig uit het leger; ik ben trots, ik heb het land gediend... Nee, in dertien maanden is de krenking te groot om met een zelfde luidruchtigheid terug te keten in de burgermaatschappij.
Hoe triest velen de nacht ervaren, hoe enorm geniet ik van de verrassingen, wanneer de zon ver uit het zicht is, het nadeel is natuurlijk mijn onvolkomen slaapgedrag, maar mijn observerende bezigheden compenseren absoluut.
Labels:
BMW,
dienstplicht,
dronken,
Göcek,
lawaai,
LED,
leger,
mobieltje,
muziek,
nacht,
overlast,
Tofas,
Turk,
Turkije,
verlichting
vrijdag 26 september 2014
in den vreemde: auto's (11)
Een
auto is een auto, zou je zeggen. Wanneer je regelmatig televisie kijkt zie je
nogal eens onbekende merken, en
onbekende types rond rijden. Tijdens mijn reis door Venezuela reed ik in een
Ford Siësta. Nee, geen Fiësta, en daar leek ie ook niet op.
In de naoorlogse dagen zagen
we de autoindustrie inspelen op de markt, waarbij ook de scheiding tussen oost
en west een rol speelde. Het Italiaanse merk Fiat spande de kroon. In Spanje
heette het merk Seat, in het Oostblok Lada, Zastava, of nog anders. Renault
liet later het type 12 bouwen onder de naam Dacia.
Inmiddels zijn de meeste
afsplitsing autonome automerken geworden. Ook in Turkije rijden veel auto's
rond met een sterk vergelijk met het oude type Fiat. Hier staat het merk gekend
als Tofas. Bestaande merken passen nog wel hun type aanduidingen aan. Zo rijdt
hier een nieuw type Renault rond met de duiding Symbol. De Renault Clio hier lijkt niet op de types
in Nederland, met de zelfde naam. Ach, en zo kan ik nog een tijdje door gaan.
Voor de
liefhebber wellicht interessante materie, maar de meesten zullen het geneuzel om niks vinden. In principe geef ik hen gelijk.
liefhebber wellicht interessante materie, maar de meesten zullen het geneuzel om niks vinden. In principe geef ik hen gelijk.
Anders is het gedrag van de
verkeersdeelnemers. Het is opvallend hoe weggebruik hier gelinkt kan worden aan
een type, of merk. We kennen dat wel. In Nederland is de BMW rijden een
haastige ploert, de Mercedes chauffeur Een welgestelde boer, en in de Volvo zit
een links intellectueel. De eerste rijdt als een hufter, de tweede denkt dat ie
alleen op de weg is en vind de sigaar van groter belang dan het gaspedaal en de
laatste Is de voorbeeldigheid zelve. Ondanks dat dergelijke vooroordelen nog
bestaan gaat dat bij het Nederlandse wagenpark eigenlijk niet meer op. Hier
wel.
Laat ik beginnen met de
Renault 12. Een bijna antiek model in sedan en familiale uitvoering. Je ziet
het model nog redelijk veel, in beide uitvoeringen. Zelden toont de lak nog
enig spoor van glans. Behalve doffe exemplaren zie je er rijden die als een
soort lappendeken in elkaar lijken gezet. Al dan niet in een kleur gespoten.
Over het algemeen zijn de exemplaren verder in keurige staat, enkele
uitzonderingen na. Zelfs de verlichting is bijna altijd keurig geregeld, al heb
ik de indruk dat men er iets teveel Watt in stopt. Het rijgedrag is in twee
duidelijke groepen te onderscheiden. Een tussenweg lijkt er niet te zijn. Type
1 rijdt flink door.
Wanneer ik tachtig rijd schieten ze me regelmatig voorbij. Tot... Tot er een heuvel opdoemt. Dan lijkt alle kracht uit de auto weg te vallen en kruipen ze richting top. Soms krijg je de indruk dat de passagiers beter uit kunnen stappen en met menselijke hand een bijdrage kunnen leveren de top te halen. Het blijft een indruk, want uiteindelijk komen al die Renault 12's boven.
Wanneer ik tachtig rijd schieten ze me regelmatig voorbij. Tot... Tot er een heuvel opdoemt. Dan lijkt alle kracht uit de auto weg te vallen en kruipen ze richting top. Soms krijg je de indruk dat de passagiers beter uit kunnen stappen en met menselijke hand een bijdrage kunnen leveren de top te halen. Het blijft een indruk, want uiteindelijk komen al die Renault 12's boven.
Type 2 is een ander verhaal.
Dit type chauffeur lijkt eeuwig het besef te ontbreken wat auto rijden is, laat
staan hoe het verkeer werkt. Veelal kruipen ze rechts over de weg, op wat wij
de vluchtstrook noemen (brede wegen hebben een halve extra strook, waar
brommers, fietsen en de Renault 12 gebruik van kunnen maken). Je lijkt dus weinig last van dit type
chauffeur te hebben. De realiteit is dat bij het signaleren van zo een model
alle alarmbellen gaan rinkelen. Behalve met een slakkengang pal voor Je neus de
weg opdraaien lijkt de hobby ook rechts voorsorteren, om links af te gaan. Bij
voorkeur zonde de clignoteur te gebruiken. Rijdt er eens eentje aan de
linkerkant van de weg, kan je er gif opnemen dat ie plots rechts afslaat. Dus,
wanneer men zich als buitenlander op de Turkse weg begeeft dient men iedere
gesignaleerde Renault 12 in te delen in een van beide categories en hier nader
op te anticiperen.
Toch rijden er over het
algemeen veel nieuwe auto's van bekende merken over de Turkse wegen. Daarbij
zijn de chauffeurs van de nieuwe types Renault over het algemeen het
voorbeeldigste. Nadere inspectie toont dat het hier in grote mate huurauto's
betreft, waarvan veel chauffeurs de buitenlandse nationaliteit hebben. Zo niet
met de Tofas. Bij het zien van een Tofas (ongeacht het type) dient de
medeweggebruiker zeer alert te zijn. Ook hier zijn twee types te onderscheiden.
Dit keer verklikt het uiterlijk van de auto het onderscheid.
Is het een oude Tofas, dof, en bij voorkeur met enige schade of gebreken, dan is het te vergelijken met type 2 van de Renault 12. Verder kunnen deze lieden geen kwaad en zijn zelfs voorspelbaarder dan de Renault collega. Dan is er de glanzende Tofas bolide. Bijna dagelijks gepoetst en het liefst met de diverse opsmuk. Dat kan zich beperken tot opvallend kleurgebruik (er rijdt hier een paarse rond met roze wieldoppen). Soms het liefst de donkerste tint van de ramen, extra lichtbundels, speciale lampen, of volledige feestversiering. Een blauw verlichtte onderzijde, nou dan maak je echt de blits. Het is duidelijk dat hier veelal sprake is van jonge chauffeurs, die sinds enige tijd de macho-cultuur hebben ontdekt. Tja, in dat geval moet je zo een ouderwets model toch echt iets mee geven. Te beginnen bij een mooie glans. Wanneer er een auto aan ons voorbij gaat met luide, bij voorkeur met veel bastonen, muziek is het een Tofak. Iemand die de auto niet kon pimpen, maar goed boxen net wel kon betalen. En is ook daar geen geld voor gebruik je de claxon. Zo maar, naar elkaar, voor een
overstekenden muis, het maakt niet uit. Je laat je horen!
Is het een oude Tofas, dof, en bij voorkeur met enige schade of gebreken, dan is het te vergelijken met type 2 van de Renault 12. Verder kunnen deze lieden geen kwaad en zijn zelfs voorspelbaarder dan de Renault collega. Dan is er de glanzende Tofas bolide. Bijna dagelijks gepoetst en het liefst met de diverse opsmuk. Dat kan zich beperken tot opvallend kleurgebruik (er rijdt hier een paarse rond met roze wieldoppen). Soms het liefst de donkerste tint van de ramen, extra lichtbundels, speciale lampen, of volledige feestversiering. Een blauw verlichtte onderzijde, nou dan maak je echt de blits. Het is duidelijk dat hier veelal sprake is van jonge chauffeurs, die sinds enige tijd de macho-cultuur hebben ontdekt. Tja, in dat geval moet je zo een ouderwets model toch echt iets mee geven. Te beginnen bij een mooie glans. Wanneer er een auto aan ons voorbij gaat met luide, bij voorkeur met veel bastonen, muziek is het een Tofak. Iemand die de auto niet kon pimpen, maar goed boxen net wel kon betalen. En is ook daar geen geld voor gebruik je de claxon. Zo maar, naar elkaar, voor een
overstekenden muis, het maakt niet uit. Je laat je horen!
Het mag duidelijk zijn dat ook
het rijgedrag herkenbaar is. Hoer is snelheid troef. Het beste te bereiken
binnen de bebouwde kom. Wanneer je hier tachtig rijdt zien ze hoe hard je kan.
Rijdt je op de doorgaande weg honderd, dan val je niet op. Wat dat betreft heb
ik al menigmaal gezien dat een Tofas andere weggebruikers dwars probeert te
zitten, door het de pas af te snijden. Waarschijnlijk waren zij eerder
ingehaald of gevoelsmatig dwarsgezeten. Naast a-sociaal gedrag ten opzichte van
andere weggebruikers bepalen zij ook Zelf de verkeersregels. Dat laatste is
overigens niet bijzonder in Turkije. Alleen mijn rijgedrag hier zou in
Nederland al tot enkele duizenden euro's boete geleid hebben. En dat terwijl ik
hier relatief keurig rijdt.
Naast deze modellen en merken
kom je van alles tegen op de Turkse wegen. Maar uitzonderlijke en
generaliserende beschrijvingen zou ik van andere merken en types hier niet
kunnen geven. Zelfs niet van de motoren hier, waar wel onderscheid is te maken
tussen de "echte" motorrijder en de macho. Deze laatste kan
waarschijnlijk geen Tofas betalen. Ze rijden met hoge snelheden door de
bebouwde kom, bij voorkeur zonder helm. En in groepjes van een man of drie.
Suïcidale mensen kunnen Hun
hard ophalen in het Turkse verkeer. Toch heb ik nog maar een keer een
aanrijding gezien. Op de een of andere manier is iedereen zo alert, dat het in
de meeste omstandigheden toch goed gaat. Dat mag je gerust een wonder noemen!
vrijdag 29 augustus 2014
Leven in den vreemde; de eerste vijf dagen (2)
Voor de
oplettende lezer eerst nog wat feiten. De reis zijn we gestart om 7 uur in de
ochtend en beëindigd, ’s avonds 7:15 uur. Hiermee zijn wij exact een week
onderweg geweest, waarbij wij de laatste dag exact 12 uur onderweg geweest
zijn.
Inmiddels
merk ik wel dat dit soort feiten en feitjes mij in toenemende mate minder doen.
Het is allemaal wel goed zo. Nee, inmiddels zijn een paar dagen in het Turkse
land en hier ligt nu mijn leven, even. Het laatste woord is overigens een niet
nader te definiëren rekbaar begrip. Hierbij moet ik direct denken aan de dames
van de RABO bank; de een die het had over emigreren, de ander over vakantie
(beiden met een zekere afgunst in hun stem). Mij is nu al duidelijk: dit is
geen vakantie. Eveneens om te emigreren hebben wij veel te veel achter gelaten.
Het leven ligt nu dus even hier, maar Nederland zal met zich enige regelmaat
moeten instellen op mijn aanwezigheid binnen de landsgrenzen. Formeel zelfs
vier maanden per jaar.
Het
nadeel in Turkije is dat ik met alles heel snel afdwaal. Het gaat om het hier.
Het uitladen van de aanhanger, dinsdag de eerste klus. Dan denk je niet zoveel
mee te hebben genomen, pak je uit en denk je: mijn hemel wat hebben we veel
mee. En dat niet alleen. Alles moet gesjouwd worden en dan merk je dat vrijwel
alle dozen en plastic bakken overmatig ingepakt zijn, wat betreft het gewicht.
Met het Turkse tempo besef je dat je een dag aardig kan vullen met
bovengenoemde activiteiten. Veel pauzes zijn noodzakelijk, maar al spoedig was
de aanhanger leeg. Ja, zelfs enkele spullen vonden al hun plek. Zo was ik blij
met mijn stereo installatie… alleen miste ik twee belangrijke zaken; een
stekker, en een tulpstekker. Boven het
bed opgeblazen, daar wij vooralsnog onze aanwezigheid op kampeerniveau dienen
te houden. Voordeel is dat er een elektrisch pompje op zit. Vervolgens last van
de hitte. Geen wind, dus erg benauwd. Achteraf bleek het ook nog eens van de
warmste dagen van het jaar te zijn geweest. Gelukkig waren mijn zwager en
schoonzus uitermate behulpzaam, tevens werden wij uitgenodigd de maaltijd
gezamenlijk te nuttigen, bij hen op de berg. Overigens heeft u een tuin waar u
met een BMW nauwelijks naar boven komt, door de klim in de tuin en een scherp
bochtje? Mijn schoonzusje dus wel!
Na
het eten zat de eerste dag er feitelijk alweer op, om ons door het nachtelijke
te worstelen richting tweede dag. Ook de tweede dag was voornamelijk
thuisgebonden. Dingen een plaatsje geven, lampjes regelen, boodschapjes doen en
kennis maken met onze buren. Dit hadden wij de eerste dag al gedaan, maar
ditmaal werden wij uitgenodigd voor de borrel. Aardige mensen uit Zweden,
gastvrij en redelijk dranklustig. Dat past wel bij ons. Minder bij het
landelijk politieke beleid alhier. Dat bleek niet echt een probleem. Wel leidde
dit tot mijn eerste Turkse kookkunsten; een eenpansgerecht met bulgur. Omdat
onze buren andere plannen hadden bleef het wel een maaltijd voor twee. Nog
geslaagd ook.
Ondanks
dat ik de hele dag bezig was geweest, wederom met de nodige pauzes, lijken de
dagen om te vliegen. Dag twee zat er alweer zo goed als op. Wij vleiden ons
neer op het luchtmatras, maar later de deze nacht miste ik mijn dierbare. Zij
bleek een koelere nachtplek te hebben opgezocht, eerste op de waranda, daarna
in de woonkamer. Dat was de tweede nacht alweer. Of volgde die tweede nacht op
de derde dag? Besef van tijd vervliegt nu al na een paar dagen. Feit is dat ik
haar twee nachten kwijt was.
Omdat
er ook spijkers met koppen geslagen moesten worden zijn wij met schoonzus Wilma
naar Fethye gereden, langs diverse tweedehands winkels. Bepaald niet te
vergelijken met de kringloopwinkel in Nederland. Dus hebben we ons toch een
nieuwe koelkast aangeschaft. Wel nog een oud tafeltje en vier bruine plastic stoeltjes.
Hoe snel normen kunnen verschuiven….
Op
de terugweg hebben we de waaier opgehaald en nog wat spulletjes van de berg mee
genomen, waarmee er al enige huislijkheid aan het ontstaan is. Inmiddels had ik
al muziek en mij eerste cd gedraaid: HAIR. Verder scharrel ik wat door de tuin
en heb ik die dag wat lampen opgehangen en enkele felle pitten voorzien van wat
gezelliger licht, zoals een goed Hollander betaamd. Even in de hangmat en
verder vermaakte ik mij prima, ware het niet op het al aangepaste tempo. Reina
zorgde voor de avonddis en eindelijk beschikten wij over internet… een moeizame
verbinding via de Wi-Fi van de buurman. Soms moet je tegen de muur zitten voor
een beetje internet. Maar alles op zijn tijd en de situatie zal zich zeker
verbeteren. Communicatie met de wereld is weer mogelijk, en dat is in deze tijd
toch een essentieel onderdeel van ons bestaan.
De
vierde dag hebben we de laatste spullen naar boven gebracht, ons even als
toeristen gedragen en een biertje gedronken op het terras, maar bovenal ben ik
redelijk vroeg in de ochtend op pad gegaan met de aanhanger, om de koelkast op te halen. De verkoper zag
waarschijnlijk voor het eerst van zijn leven sjorbanden, want na honderd meter
schoof het apparaat al over de kar. Uit zicht gestopt en alles even echt goed
vastgemaakt om de komende dertig kilometer veilig te overbruggen. En ik sta nog
niet voor de deur, of mijn zwager stond achter mij. Dus konden Hassan en ik
snel het pronkstuk naar binnen tillen.
Nu
ben ik dus al in de war. De dag van aankomst aten we in het dorp. Dag 1 bij
Wilma op de berg, dag 2 kookte ik, dag 3 kookte Reina. Op de een of andere
manier zit ik dus nog bij ons derde dag. Dag 4 heb ik namelijk wederom in de
pannen geroerd. Dag vier was trouwens eindelijk een zeer passieve dag. Aan het
eind van de ochtend wilde ik even liggen en vervolgens heb ik drie uur
geslapen. En gedroomd. Het laatste fragment was een orgasme in een hokje in een
klooster. Op het punt van het orgasme opende ik de deur en er kwam zoveel vocht
uit mij dat ik de vier glurende nonnen bevochtigde. Tja, dan wordt het tijd om
op te staan. Dat deed ik ook maar, alhoewel er verder niet veel uit mijn handen kwam. Nog even
lekker gelezen in de hangmat en gekookt. Ik begrijp de titel van Remco Campert steeds
beter: het leven is verukkelijk…
De
volgende dag stond weer in het teken van de activiteit. Tenminste… bij een
temperatuur van 32 graden is er niets aan de hand, maar bij een
gevoelstemperatuur van 42 graden moet je toch iets rustiger aan doen. Dat hebben
we al twee dagen en duurt waarschijnlijk nog een dag. Volgende week schijnt het
weer “gewoon” warm te worden. Op zich heb ik daar overigens geen enkel probleem
mee. Zo begon de dag met de gang naar de bakker en een kopje koffie. Overigens
na weer een nacht apart slapen, daar het balkon mij te krap is.
Na
wat gerommel heb ik van een oud pallet en oud hout een tafel gemaakt (naar een
idee van Reina!). Met karton de ontbrekende delen afgeschermd en ons plastic
kleedje op maat vastgeniet. Vervolgens nam Reina haar naaimachine en
vervaardigde vier gordijnen, welke inmiddels ook al hangen. Na wat gelezen te
hebben ben ik even in de hangmat gaan liggen. Volslagen in slaap gevallen…
Gewekt door het stugge geblaf van Noah en op mijn horloge kijkend werd
duidelijk dat het inderdaad etenstijd was. Reina was overigens weg. Een vreemde
gewaarwording, daar ik dit alhier niet eerder mee heb mogen maken. Veelal ben
ik diegene die even weg is.
Al
met al zitten onze eerste vijf dagen er op; de eerste werkweek… Nou ja, van het
weekend gaan we gewoon door, want dat fenomeen kennen we hier niet. Vandaag
trouwens nog wel telefoon van de RABObank gehad. De meneer gaf aan dat hij een
positief advies uit zal geven, opdat de woning verhuurd mag worden. Zal het
leven dan nu echt langzaam een positieve wending krijgen? Vast wel!
vrijdag 7 juni 2013
Achter de Voordeur......
Recent stond een artikel
in de krant over de armoede in Italië. Daarbij werd een mevrouw (psychologe)
geciteerd, die aangaf eigenlijk altijd een onbezorgd leven te hebben geleid, en
nu en zo totaal andere realiteit te ervaren. Zij legde de schuld bij de
corruptie aldaar.
In
Nederland zien we ontwikkelingen die er toe nopen toch een vergelijk te
trekken. In hoeverre in Nederland de schuld bij corruptie te leggen is laat ik
buiten beschouwing. Feit is wel dat wij
een vreemde regelgeving kennen, althans een regelgeving met vreemde gevolgen,
die eigenlijk niet passen binnen een hoogconjunctuur, als waar wij in leven.
Vandaag
blijf ik dicht bij huis… mijzelf. Na een dienstverband van 26 jaar stond ik
opeens op straat. 26 jaar heb ik gewerkt voor een werkgever. Binnen de
organisatie heb ik meerdere functies bekleed en rollen ingenomen. Een baan in
de zorg. Zo rond het jubileum van mijn 25 jarig dienstverband… nee, een jaar of
twee er voor, dacht ik wel goed te zitten. Een lang dienstverband in de zorg,
dat is wel uit te houden tot het pensioen. Behalve mensen in de zorg ken ik dit
gedachtegoed ook van veel ambtenaren en werkers in het onderwijs. Die laatste
categorie is een wat lastiger verhaal, vooral door de vele soorten onderwijs.
Maar als ambtenaar of in de zorg zat je wel goed. En ja, ik leidde een
onbezorgd leven. Hard werken, maar gepaste luxe.
Tot
de wereld opeens heel anders blijkt te zijn. De sector waar ik werkte was geen corpsbusiness meer. We werden “verkocht”
aan een semi commerciële organisatie. Weg was mijn werk, want die organisatie
kon niet bieden (of wilde het niet) wat ik deed en waar ik goed in was. Het
gevolg dat ik er na ruim een half jaar uit lag. De WW in. Op zich al een
vreemde gewaarwording, maar goed. Dan de eerste klap; het salaris. Mooie
uitspraken van 75% en dan 70% van het laatste verdiende salaris, maar met mijn
nieuwe netto inkomsten kon ik de rekensom niet maken. Bij navraag bleek dat het
percentage over een ander brutosalaris berekend werd, dan wat iedere werknemer
normaliter als brutosalaris kent. En vervolgens diende ik ook nog mijn
ziektekostenverzekering voortaan zelf te voldoen. Een grote inkomensval, en die
70% lijkt dan een lachertje.
![]() |
| foto: GroenLinks Rotterdam |
Vervolgens
is er crisis. Ik ben de jongste niet meer en de werkloosheid steeg. Inmiddels
heb ik al heel wat gesolliciteerd, maar je wordt vrijwel niet eens uitgenodigd.
Vreemd, want je voldoet regelmatig aan alle eisen en competenties. De tijd vordert,
en langzaam komt de tijd dat ook de uitkering stopt. In mijn geval maak ik geen
aanspraak op de WWB.
Ja,
ik woon in een mooi huis, in een mooie straat. Voor de deur een BMW Touring.
Het ziet er allemaal mooi uit. Maar, achter die voordeur speelt zich een ander
verhaal af. Centen die je drie keer om moet draaien, veel dingen die je niet
meer kan doen en het gevoel met je rug tegen de muur te staan. Van het UWV kan
je weinig verwachten. Niets eigenlijk, behalve dreigementen wanneer je niet
geheel aan hun regeltjes voldoet. De bank… Mooie reclames, cliëntvriendelijkheid,
maar in de praktijk geeft de bank niet thuis. Er valt niet te praten en het
treffen van een regeling is niet aan de orde. Wel halen ze iedere maand je
hypotheek rente van je rekening. Dat er dan geen geld is om te eten, interesseert
ze geen ene reet. Als zij hun centen maar hebben. En dan komt de spiraal steeds
meer in zicht. Je kan een rekening niet betalen, en het schuift op. Broekzakvestzak
politiek houdt je nog enigszins overeind, maar het eind komt steeds meer in
zicht.
Maar
hoe kan je het uitleggen? Ik woon toch mooi? Ik heb toch een auto? Ja, ik heb
alles, en misschien wel te veel. Maar ik kan er niks mee, want zelfs spullen
verkopen is momenteel een crime.
Eigenlijk
schandalig hoe de overheid en het bankwezen (maar ook de verzekeringen) hiermee
om gaan en dan herken ik het verhaal van de mevrouw uit Italië helemaal. Je
komt in een vreemde wereld. Een wereld die de jouwe niet is, die je niet
begrijpt. Het maakt soms ook heel erg moedeloos. Je wilt niet zeuren, niet
klagen, en je rug recht houden. De buitenwereld begrijpt je toch niet. De
houding van de banken en overheid is misschien wel te vergelijken met de
corruptie in Italië. In feite zijn het boevenpraktijken. Miljoenen worden weg
geflikkerd in de Fyra, en tal van andere zaken. De economie ligt op z’n kont en
ze gaan verder bezuinigen. De banken blijven flink sponsoren, maar hun klanten,
daarvoor geven ze niet thuis. En met zijn allen blijven we het maar pikken.
Ik
weet de situatie achter mijn voordeur. Ik ken er nog een paar achter andere
voordeuren. En soms is de situatie echt heel erg schrijnend. Maar bijna niemand
die het er over heeft. We verstoppen ons er voor. Met z’n allen.
Wel
moet ik zeggen, dat mijn situatie misschien toch iets anders is. Ja mijn
uitkering loopt binnenkort af. Maar ik heb ook perspectieven. Ik werk daar
keihard aan en misschien gaat het lukken. Zelf blijf ik daarom positief, maar
bij heel veel mensen is het erg donker achter de voordeur, en lijkt een
lichtknopje ver te zoeken…
Labels:
armoede,
banken,
BMW,
crisis,
GroenLinks,
Italië,
moedeloos,
onbegrip,
UWV,
WW,
WWB,
zekerheid
dinsdag 20 november 2012
Documentairefestival
We zitten weer
midden in de tijd van de IDFA, het Nederlandse documentaire festival. Er gaan
weer heel wat documentaires aan mijn ogen voorbij. En in de nachtelijke uren ga
je het verwerken. Misschien eens een documentaire over het nachtelijk verwerken
van de documentaires?
Zo
ging ik op vakantie. Alleen en liet mijn vrouw thuis. Voor zover ik weet reed
ik naar Italië, alwaar ik een enorm grote camping uitzocht, welke zeer druk
bezocht werd door vooral Nederlanders. Nadat de tent opgezet was liep ik over
de camping met een plastic zakje, waarin twee kogelronde bommen zaten. Een doorsnee
van zeker 15 centimeter hadden zij zeker. Omdat mij niet geheel duidelijk was
wat ik er mee aan moest gooide ik de plastic tas inclusief bommen in een
afvalbak bij de washokjes.
Vervolgens
ben ik wat door het dorp gaan wandelen. Blijkbaar ontmoette ik enkele Nederlanders,
want naderhand verkeerde ik in een groepje van wel vier van die lui. Het waren
een beetje eikels, dus ik liep ze continue in de zeik te nemen, terwijl zij mij
vrolijk en enthousiast tegemoet traden.
Erg
lang bleef ik niet in groepsverband rondstruinen. Snel was ik alleen, in een
buitenwijk op een enorm brede boulevard. Aan die boulevard stonden vele huizen.
Een huis zag er verwaarloost uit, en daar ging ik naar binnen. Blijkbaar moest
ik naar de WC. Deze was geheel beplakt met vierkante stukken steenwol. Eigenlijk
ging ik dat huis in omdat het zoontje des huizes een lamp in de WC had opgehangen
en door zijn vader bestraft was. Na de WC te hebben bekeken liep ik het huis
door naar achteren en kwam tot de ontdekking dat het gehele huis afgeplakt was
met vierkante stukken steenwol. Zelfs de ramen waren grotendeels afgeplakt.
Aan
de tafel, in de achterkamer, zat een triest man met rood krullend haar. Rokend
en voor hem een biertje. Ik kreeg een triest verhaal te horen van het feit dat
de man geen geld meer had, het erg zuinig aan moest doen en de maatschappij
tegen hem was. Gedurende het gesprek veranderde de vader in de moeder van het
jongetje. Echter, even triest en even smoezelig.
Het
jongetjes, ondertussen, lag te slapen op de oude verwaarloosde bank. Ook met
rood haar. En het jongetje werd wakker, klom op tafel en ging gehurkt voor mij
zitten. Hierop nam ik hem bij de hand en reden wij, met de auto, naar een dijk.
Een hoge dijk, rechts van de weg, veel stenen, veel zon en op de dijk hoge
windmolens. Het leek of de dijk in de zee lag, maar ik zag geen zee. Toch besloot
ik te keren. Hiervoor moest het jongetje uit stappen en met enige moeite lukte
het de auto op het smalle pad de andere rijrichting op te krijgen. Nu stapte
ook de moeder uit, omdat zij moest bellen. Zonder moeder en jongetje reed ik
naar de sporthal.
Ik
parkeerde mijn BMW een tig aantal meters achter de hal en liep naar binnen. Wat
ik in de sporthal deed weet ik niet meer. Wel leek het even een daklozenopvang,
maar het werd toch echt een sporthal. Ik verbleef er ook lang, want eenmaal
weer buiten was het aardedonker. Tijdens de wandeling naar mijn auto voelde ik
mij achtervolgd en voelde ik angst. Langzaam ging ik sneller. Om de hoek zag ik
licht. Veel licht. In dat licht stonden allemaal auto’s. Allen in de kleur van
mijn eigen auto. Het waren vast allemaal BMW’s. Het leek wel ergens in
Palestina. En er waren overal mensen. Mannen. Alleen mannen, duidelijk van zuid
Europese afkomst. Noord Afrikanen wellicht.
Tussen
al dat blik kon ik mijn eigen auto maar niet ontaren. Er ging een dreiging
vanuit. In de verte ging iets af. Een bom? Vuurwerk? Ik zocht mijn auto. Dan bedacht
ik dat ik mijn sleutel had en drukte op het knopje om mijn auto te openen. Er
knipperden oranje lampjes, achter de borsthoge haag. Langzaam liep ik op het
knipperen af en zag een klein vehikel. Twee kleine straalmotoren in een soort
motorframe. Er achter stond een lange man. Hij zag er slecht verzorgd en mager
uit, maar had een sterke kop. Lachend vroeg hij of dit mijn auto was.
Vervolgens begon hij een verhaal over scheepsmotoren en vluchten. Ik gaf alleen
maar aan dat ik mijn auto terug wilde. Breed lachend keek hij mij aan…..
Welke
documentaires heb ik allemaal gezien, dat ik tot deze droom kwam? Ik maak er
een kwisje van! Ja, het kan best leuk worden; een documentaire over de dromen
over documentaires…..
Labels:
BMW,
boulevard,
camping,
documentaire,
IDFA,
Palestina,
rood haar,
sporthal,
steenwol,
washokje
Abonneren op:
Posts (Atom)

















