De kolonie is groot. Enorm groot en iedereen ziet er het zelfde uit. Geen spat verschil, althans, er zijn twee groepen; werkers en voedsters. Ik behoor tot de werkers. Wij zijn met een paar duizend. De voedsters zijn veel minder in aantal en verzorgen de eieren. Ook tussen de voedsters onderling is geen spat verschil. De enige met een eigen identiteit en uiterlijk is onze koningin. Zij is groter en ligt de hele dag eieren te leggen. Maar goed, ik ben dus een werker. Nou, eigenlijk bestaat er helemaal geen "ik". Dat geldt voor alle dieren in alle kolonies. Wel zitten er verschillen tussen de kolonies. Er zijn wel kolonies waar ze exact gelijk zijn als wij. Geen spat onderscheidt te zien, alleen is de geur anders. Dat is de geur van de kolonie. Andere kolonies zijn wel anders. Er zijn kolonies met dieren met andere afmetingen. Vooral kleiner, tot heel klein. Ook heb je volken die een andere kleur hebben. Rood of roodbruin. In ieder geval zijn we altijd met immens grote groepen.
En wie ben ik? Ik besta niet als "ik". Ik kan iedereen van mijn groep zijn. We hebben een opdracht. Welke, dat weet ik niet. We doen wat we moeten doen, het gaat vanzelf. We volgen ook allemaal hetzelfde spoor. Aan het eind van het spoor doen we ons werk en gaan weer terug. Soms komen we onderweg iets tegen. Dan lossen we dat met een kleine groep op. Laatst een dooie larf. Met een aantal van ons hebben we die naar de kolonie gebracht. Daarna gingen we we gewoon naar onze werkplek. Die werkplek is steeds langere tijd het zelfde. Kom je een nieuwe werkplek tegen, wat soms gebeurt, dan meld je dat, door werk mee terug te nemen. Voor je het weet is er alweer een grote groep aanwezig.
Bij ons is de belangrijkste bron van werk het snijden van sappige groene bladeren. Die knaag je af en breng je naar de kolonie, naar het depot. De voedsters gaan daar dan weer verder mee aan de slag. Of dit een saai leven is durf ik niet te zeggen. Het is gewoon leven. Niks mis mee, ook nauwelijks opwindend.
We zijn wel de sterksten van het hele dierenrijk. Dat weet ik dan weer wel. Ik kan wel tien keer mijn eigen gewicht tillen. Eens mens kan eigenlijk niet eens een keer zijn eigen gewicht tillen, om maar een voorbeeld te noemen. Andere dieren kunnen wel een paar keer hun gewicht tillen, maar niet zo veel als wij.
We zijn klein, maar met veel. Er moet dus hard gewerkt worden en daarom is het wel makkelijk zo sterk te zijn. Ook wanneer er een obstakel op onze weg zit. Met een groep kan je altijd de weg weer vrij maken. Een flinke (dooie) hommel tillen we met een mannetje of twintig wel weg. Soms sta je verkeerd en word je ook weg getild. Door bijvoorbeeld niet onder maar op de prooi te staat. Toch het meeste tillen we alleen. Een stuk blad, wat afgesneden is, weegt al snel zes tot zeven keer ons gewicht. Dat het zwaar is maakt niet eens zo veel uit. Nee, soms is het lastig dat we met zo onnoemelijk veel zijn. Dan loop je met je blad en loop je elkaar in de weg. Het gaat overwegend goed, alhoewel... Nou ja, kijk dit blad, dat is een lichte. Te zuinig gesneden. Niet erg, soms een wat lichtere lading...
Onze kolonie is onder de grond. We hebben meerdere ingangen. Die worden bewaakt door werkers, als wij. Zelf heb ik ook bewaakt. Dat doe je gewoon. Hoe het werkt weet ik ook niet. Door toeval denk ik ben je gewoon een week bewaker. Wel lekker, want dat is niet zo zwaar. Maar goed, onder de grond dus. Enorm veel gangen en een paar grote ruimtes. Die hebben we allemaal met elkaar uitgegraven. In de grote ruimtes bewaren we de bladeren, in een andere liggen de eieren, de volgende de larven. De koningin heeft een eigen ruimte. Daar mogen wij niet komen, maar alleen de voedsters. Weet je trouwens dat die voedster de eieren en larven in hun eentje moeten verplaatsen? Volgens mij is dat zwaarder dan een blad. Je begrijpt dat wij allemaal in de gangen slapen. Hutje mutje. We houden elkaar zo wel goed warm, dat is een voordeel. Je kan je alleen niet bewegen en moet wachten tot je voorgangers weer vertrekken, voordat je kan bewegen. Het liefst zijn we aan het werk. Dan zijn we buiten en hebben we iets te doen.
Soms wordt het leefpatroon doorbroken. Wanneer een mier van een andere kolonie in onze kolonie terecht komt, of omgekeerd. Meestal gebeurt dit per ongeluk, maar soms ook omdat we op zoek zijn naar een nieuw nest of meer voer. En kom je elkaar tegen.... Dan wordt het knokken! En flink. Verjagen we er een, dan komen er al snel hele groepen aan om te beschermen. Zo een knokpartij loopt meestal goed af en duurt niet zo lang. Is het een knokpartij met een andere soort, of voor ons territorium, dan kan het echt flink toe gaan. Grotere mieren dan wij zijn ook veel sterker. Dan zitten we al snel met een stuk of tien van ons, op een zo'n grote. Dan moeten we echt fors in de meerderheid zijn, anders is het dag kolonie... Gelukkig hebben we dat nog niet gehad. Meestal vechten we met dezelfde mieren als wij, of kleinere. Tot nu toe hebben we altijd gewonnen. Ja, omdat we sterk zijn. Sterk, omdat we als mier sterk zijn en sterk omdat we een hele grote kolonie hebben.
Toch leiden wij ook onze verliezen. Vrijwel altijd, wanneer wij vechten, gaat het tot op dat de dood er op volgt. Het maakt ook niet uit of er doden vallen. We hebben toch geen "ik". Dood is dus dood. En sterf je niet in een gevecht, zo oud wordt een mier toch niet. Allemaal wel goed zo. Omdat we allemaal hetzelfde zijn zien we ook geen verschil tussen de mieren onderling. Wie er dood zijn weet je niet, want er is ook geen "wie". Nee, dan zijn er een paar dood.
Ondanks dat we met zo veel zijn is er geen onderling contact, want dat kunnen we niet hebben. Waarover trouwens. Nee, alles gaat vanzelf, zal ik maar zeggen. Het hele leven van een mier gaat vanzelf. Heerlijk, want dan hoef je ook niet na te denken. Komt goed uit, want we kunnen ook helemaal niet nadenken. Het leven van een mier is eigenlijk wel een goed leven. We doen wat we doen en kennen geen problemen. We zijn ook altijd met veel. Je gaat van A naar B en weer terug, met een blad. Soms wordt je weg plots geblokkeerd. Soms staat er opeens een ander dier op je. Dan heb je het wel gehad. En wordt de weg alleen maar plots geblokkeerd, dan zoek je automatisch de weg weer naar A, of naar B. En dan ben je weer snel bij elkaar. Weer met veel. In lange rijen lopen we dagelijks. En graag laten we zien dat we sterk zijn. Ja, de sterkste dieren van de hele wereld, en met misschien wel de grootste harmonie. Een mens kan nog wel eens van ons leren, al is ie lang zo sterk niet.
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
zondag 25 januari 2015
Sterk
Labels:
doden,
ik,
knokken,
kolonie,
koningin,
leefpatroon,
mens,
mier,
mierenhoop,
snijmier,
vechten,
verzorgen,
werk
zondag 31 augustus 2014
In den vreemde; de verwerking (3)
Sinds wij uit Nederland zijn vertrokken
droom ik weer. ’s Nachts, of tijdens mijn middagdutje. De oude vertrouwde
dromen waarin het reizen een prominente rol speelt. Echter, in mijn dromen is
een toegevoegde waarde.
Inmiddels ben
ik vier jaar zonder werk. Blijkbaar heb ik dat geaccepteerd zonder daar
concreet iets mee te doen. Al drie keer heb ik gedroomd over mijn collega en
baas, Nico van Kan. De eerste keer was in een Portugese omgeving, voor zover ik
mij nog kan herinneren. De derde keer staat mij nog iets bij van een vreemd
werkbezoek. Mijn dromen worden nu regelmatig gecombineerd met zaken uit, met
name, mijn arbeidsverleden.
![]() |
| Nico van Kan |
Vier jaar
lang ben ik daar eigenlijk helemaal niet meer mee bezig geweest, behalve dat ik
de feiten accepteerde en door ging. Nu blijkt dat er toch sprake is van een
rouwproces en ik dit niet eerder ben aangegaan. Pas nu lijk ik echt met die
verwerking te beginnen. Geheel vreemd komt dit niet over op mij. Mijn moeder
stierf in 1980, na een kort ziekbed aan kanker. Ondanks mijn verdriet werd ik
gedwongen verder te gaan met mijn leven. Na een jaar begon ik over haar te
dromen. Onder meer dromen dat zij nog leefde, maar in een geheel andere
hoedanigheid. Een totaal andere vrouw, die qua uiterlijk als ook ten aanzien
van haar persoonlijkheid nauwelijks meer te herkennen was.
De reden dat
ik geen gelegenheid had tot enige verwerking was de omstandigheid dat ik werkte
als groepsleider in een thuis voor moeilijk opvoedbare kinderen met een
beperking. Na de crematie moest ik al snel aan de slag en mijn eerste
confrontatie was een pupil die op mij af
kwam en zei: ha, ha, jouw moeder is
lekker dood… Wat ik er mee aan moest wist ik niet (ik was pas 24 en had
weinig ervaring met dergelijke zaken). Dus stopte ik het weg. Maar een
rouwproces kan je niet wegstoppen. Via de dromen kwam het terug. Na die dromen
gaf ik haar dood ook bewust een plaatsje in mijn leven. Pas toen had ik het
feitelijk moeilijk.
Nu is er
niemand dood. Nou ja, er zijn mij al teveel mensen ontvallen, echter in dit
geval gaat het niet over het verlies van mensen, maar het verlies van werk. Een
plek waar ik al 26 jaar mij had voor ingezet. Door een lullige fusie werd mij
een toekomst onmogelijk gemaakt. Ondanks dat het werk weg was gevallen ging ik
door. Het leven haalde mij steeds in. Met de politiek, mijn relatie, het wonen,
de problemen, tot het vertrek naar Turkije. Het schilderen is in zekere mate
ook een uitlaatklep, maar veel meer voor zaken die heftig en actueel waren (of
zijn). Ik heb de lange arbeidsovereenkomst altijd wat weggewuifd.
Tot nu dus.
Door het dromen. Pas nu besef ik wat het belang van dat werk is geweest. De
impact op mijn leven, maar ook hoe ik mij heb kunnen uiten en neerleggen in die
werkkring, met die collega’s en die omstandigheden. Natuurlijk is het lekker
dat ik niet meer iedere ochtend om acht uur in de file hoef te staan. Zo praat
je eenvoudig iets negatiefs goed. Alleen, zo eenvoudig ligt het niet. Eerder
gaf ik al aan dat je tegenover iedere negatieve ervaring een positieve ervaring
neer kan zetten en omgekeerd. Echter, daar tussen speelt nog de zaak van het
afscheid nemen, de rituelen en het afronden. Door het uiteen vallen van onze
divisie werd mijn vertrek ook een geruisloos gebeuren. Ik heb de zaak niet afgerond.
Vier jaar heb ik er over gedaan daar achter te komen. Via mijn dromen.
Het
veranderde leven in den vreemde maakt mij niet een ander mens, maar haalt
mijzelf weer in mij naar boven. Zo heb ik mijn hele leven altijd veel gedroomd
en waren reizen en verre, of exotische, oorden het centrale onderwerp. De
afgelopen vier jaar heb ik nauwelijks meer gedroomd. Vroeger had ik altijd
fantasieën; ik zag iets en kon er een eigen realiteit omheen bouwen. Dat was
weg. Een tijd lang zag ik het als een gevolg van het gehuwde leven, maar dat is
gelul natuurlijk. Daar kom ik nu achter. Alles komt weer teug. Nee, vier jaar
lang heb ik mij laten opslurpen door continue met alleen de realiteit bezig te
zijn. Als een tornado ging ik aan mijn gevoelens voorbij en door. Door en
telkens maar weer door.
Het leven
hier is ook door gaan, alhoewel het hier een andere betekenis heeft. Alles is
ook losser. Een aantal problemen zijn niet weg met ons verblijf hier. De meeste
problemen echter heb ik letterlijk achtergelaten. Ik voel dat ik weer langzaam
tot bloei kom. Ik word weer losser, neem de tijd om te genieten en pak de tijd
om iets te doen, aan te pakken. Zoals vandaag dat ik een Bougainville heb
gekocht, want als je hier woont hoort er een Bougainville in je tuin. Gemijmer
over de toekomst is er niet. Nu kijk ik over mijn schouder. Ik kijk de
afgelopen jaren terug, zonder dit bewust te zien. Misschien moet ik zeggen: ik
voel de afgelopen jaren terug, dat wat ik aan gevoel heb ontbeert. Niet bewust,
blijkt nu. Het feit dat ik mij in een omgeving bevind waar de ingrediënten zijn
om een aantal zaken te verwerken. Een rouwproces klinkt zo zwaar, alhoewel dat
er misschien wel op lijkt. Het gevoel is echter heel bevrijdend. Vanuit mijn
onbewuste ben ik eindelijk allerlei zaken aan het afronden. Ik sta voor een
enorme boekenkast naast een stapel ervaringen. Nu heb ik eindelijk de positie
om die stapel in de boekenkast te leggen. Alles daar waar het hoort, ieder zijn
eigen plank, zijn eigen schap.
De eerste
week, na ons vertrek, was ik vooral verwonderd. Verwonderd weer te dromen en te
voelen. Nee, weer anders te voelen. Het is een beetje als landen. Na een lange
vlucht ben ik aan het landen, maar de baan is lang. Gelukkig, want ik hoef niet
hard te remmen.
Ik zit hier
in Gocek, op een kampeertafeltje, achter het gaas van de woonkamer. Het verkeer
komt voorbij. Geen televisie om mij achter te verstoppen. Voor mij mijn laptop.
Krekels en verkeer. Rust. Klam voelt mijn huid van de hoge temperaturen. Klam,
maar ook koel. Ik ben geland… nu rijdt ik langzaam uit. Het besef van hoelang
ik al weg ben is eigenlijk al weg. Dit is mijn leven. Een leven wat bij mij
past, waar ik mijzelf kan zijn. Niet dat ik mij anders voor deed of mijzelf
verloochende, nee, ik toonde maar een tipje. Je kan het hele verhaal vertellen,
of je verteld een deel. In het laatste geval lieg je niet, maar de ander zal
nooit je verhaal leren kennen. Nu leer ik het hele verhaal te vertellen. Ik
hoef geen dingen meer weg te laten. Geen zaken om mij aan te moeten passen. Er
is geen enkele reden mij te bewijzen of te laten zien wat ik allemaal wel kan.
Ik weet wat ik kan en de ander mag oordelen. Ik weet wat ik ben en de ander mag
oordelen. Ik weet wie ik ben en de ander mag oordelen.
Mijn leven
lang ben ik oprecht geweest. Dat heeft nogal eens tegen mij gewerkt. Het eerste
zal ik blijven, het tweede is geen punt van orde meer.
Hoelang zal
het proces duren? Niemand die het weet. Wel durf ik aan te geven dat ik door
mijn huidige omstandigheid eindelijk een heleboel zaken kan gaan verwerken. Zo
voelt dat, zo gaat dat. Niet meer jakkeren, maar gewoon de acceptatie. Gek, wat
het leven in den vreemde allemaal met je kan doen. Ondanks dat niet alles goed
voelt of positief is, met het verwerken, maar eigenlijk voel ik mij nu al twee
weken heel erg gelukkig. Daar blijf ik aan werken.
donderdag 2 januari 2014
Voorbij
Na de traditionele
televisie van het Nieuwjaarsconcert en Garmisch Partenkirchen (vier schansen
toernooi) wordt alles weer helemaal normaal. De boom en alle kerstversiering is
de kamer uit. Sint Maarten, Sinterklaas, kerst en de jaarwisseling… we hebben
het weer allemaal achter de rug. Alleen al die stomme nieuwjaarswensen overal
staan nog te wachten. Maar ook dat is veelal snel voorbij.
De
jaarwisseling is het enige uit het rijtje wat mij wel aan staat. Verder ben ik
vooral blij dat alles weer voorbij is. Natuurlijk, ik heb best genoten van alle
sfeer, gezelligheid en de donkere dagen, maar de daarbij behorende irritaties
zijn nu ook weer weg. De grootste overigens is het vuurwerk. De afgelopen weken
hoorde je ze overal; de knallen. Groepjes jongetjes, met veelal wat domme en
uitdrukkingloze koppies, stonden bij elkaar en verhulden zich telkens in de blauwe
rook. Goh, wat een lol. Niet alleen zonde van al dat geld, maar ook gewoon heel
vervelend. Siervuurwerk kan ik prima zien, maar die knallen, daar heb ik niets
mee. Zelfs houd ik overigens jaarlijks een Nieuwjaarsvuur. In een grote korf op
straat.
De
website van GroenLinks heeft 80.000 klachten opgeleverd. Zonder veel moeite heb
ik er wel vijftig aan kunnen toevoegen. Ik ben daar echter te lui voor. Velen
waarschijnlijk met mij… Van mij mag het vuurwerk aan banden gelegd worden. In
de lokale politiek is in Velsen geen enkele oor voor te vinden, ondanks dat
landelijk ieder jaar meer geluiden op gaan met de jaarwisseling het vuurwerk op
centrale plaatsen af te steken, en de losse knallen gewoon te verbieden. Daar
denk ik dan aan, op zo een nieuwjaarsdag. Ja, in 2013 heb ik heel wat verloren.
Letterlijk en figuurlijk. Maar, het is het leven. Je gaat door, je moet door.
Hoe, dat weet ik alleen even niet. Een soort omgekeerde verliefdheid rommelt
door mijn maag; zorgen. Hoe kom ik aan werk, geld… hoe wordt mijn toekomst dit
jaar (en verder)? Het voelt niet goed en ik heb er last van. Toch blijf ik de
optimist en ga er van uit dat het nu alleen nog maar beter kan. Laat ik dat
gevoel vooral vast houden.
Ieder
jaar wensen we elkaar weer het beste. Wat houden wij ons zelf eigenlijk voor
ogen? Afgelopen jaar was niet leuk. Natuurlijk waren er absoluut hele fijne en
mooie momenten. We hebben een goede zomer gehad, ben veel in de tuin geweest,
ben weer als een trein gaan schilderen, is Lina op zichzelf gaan wonen, en veel
meer. Daarnaast hebben wij Gerard verloren. Nu al bijna een jaar geleden. Het
politieke debacle en de pijn daarvan. Het werk, wat nu over is. Ik wil niet
stil blijven staan bij het negatieve. Nog een keer zal ik schrijven over de
lokale politiek en hoop daarmee ook hier een punt achter het verhaal te kunnen
zetten.
Er
is weer veel voorbij, maar voor mij ligt een toekomst. Met beide handen moet ik
die aanpakken. Misschien wat stuurloos, maar ik ga er wel voor. Straks ga ik
naar beneden, en weer flink schilderen. Lekker.
Soms
vraag ik mij af, waarom het leven zo ingewikkeld is, waarom mensen het elkaar
zo moeilijk maken en waarom organisaties het allemaal zo moeilijk maken. De
wereld is niet zwart-wit. De jeugd van 16 en 17 is twee jaar lang de pineut. Ze
mogen opeens niet drinken. Althans geen alcohol. Kon dat niet iets
genuanceerder ingevoerd worden? 2013 heeft gevoeld als een soort keurslijf. In
2014 wil ik dat afgooien. Ik wil daar niets meer mee te maken hebben. Alle
regeltjes waar ik vorig jaar weer tegenaan gelopen ben. Eigenlijk is het de
moeite niet waard. Vorig jaar heb ik misschien wel begrepen dat wat het leven
wel waard is. Dat gevoel neem ik mee dit jaar.
Over
264 dagen zit ik hier misschien weer. Dan kijk ik op dezelfde wijze terug. Wat
zal 2014 mij dan gebracht hebben? Ja, er zijn goede jaren en minder goede
jaren. 2010, dat was een top jaar. Vorig jaar was duidelijk een van die mindere
jaren. Ik ben voor het eerst sinds lange tijd maar een keer de grens over
geweest. Dat was voor de crematie van Gerard. En dat voor een toch wel
reislustig typje als ik. Maar goed, dat is allemaal voorbij. Of er gisteren een
nieuw leven begonnen is. Eind van dit jaar staan die jongetjes er weer. Dagen
voor het einde van het jaar. Bij elkaar. Lege bleke koppies. Zonder mimiek
worden de rotjes op straat gegooid. Een leuke dag. Zelfs zo bekeken heb ik een
goed jaar achter de rug. Misschien is het helemaal niet zo een slecht jaar
geweest en moet ik mij vooral op de positieve dingen focussen. Mijn goede witte
wijn. Mijn werk. Het schilderen. Ach, het maakt allemaal niet zo veel uit. 2013
is immers voorbij!
Labels:
2013,
2014,
drank,
Garmisch Partenkirchen,
Gerard,
Kerst,
klachten,
politiek,
Sinterklaas,
skispringen,
vuurwerk,
werk,
wijn
Abonneren op:
Posts (Atom)







