Posts tonen met het label ik vertrek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ik vertrek. Alle posts tonen

maandag 13 november 2017

Metafoor

Drie muren, een wand van glas. Gordijnen vierentwintig uur gesloten. Niet zien en niet gezien worden. Als een schim schietend over de gang. Alleen, indien nodig, de vierde muur te openen, en mijn doos te verlaten.



De schizofrenie van twee levens. In tal van opzichten. Buiten is het koud, dus ik blijf binnen. Buiten is het koud, heerlijk om naar buiten te gaan. Opgesloten tegenover alles open. Binnen versus buiten.

In Nederland doe ik mijn dingen. Verder sluit ik mij graag op. De televisie staat vrijwel de hele dag aan. Ik kijk nauwelijks, maar wil vooral het geluid buiten houden. De overvliegende helicopters, bouwgeluiden en scheepstoeters. Moeizaam beweeg ik mij, vooral wanneer er geen dringende noodzaak is. Spekkies, drop, chips, alles glijdt (bijna onbewust) door mijn keel. Poepen is een gore bezigheid; mijn kont eindeloos afvegen met papier en dat wat er uit komt is dun.

In Turkije doe ik ook mijn dingen. Als eerste stap ik in de ochtend de deuren open om de buitenlucht op te snuiven. Geen mechanisch geluid, maar het gebalk van een ezel, gekraai van hanen en geblaf van de honden. Fluitende vogels en spelende eekhoorns met hun plezierige hoge geluidjes. Met frisse tred beweeg ik mij. Rondje tuin, gewoon wat lopen. Geen behoefte te zitten, hooguit om mijn ochtendmuziek tot mij te nemen. Verder ben ik niet bezig met snoepen, snaaien en ik moet mij bewust zijn iets tot mij te nemen. Poepen is een schoon plezier. Een waterstraal maakt papier vrijwel overbodig en mijn drollen zijn sterk en gezond.



Ik leef in twee werelden en het heeft er alle schijn van dat mijn lichaam zich ook gedraagt naar die beide werelden. Zelfs mijn hernia klachten zijn anders in Turkije, dan wanneer ik mij in Nederland bevind. Eerlijk is eerlijk, wanneer ik mijn lichaam buiten beschouwing houd voel ik mij in Turkije veel beter. Fysiek lijkt dit ook het geval. Ik merk het zelfs in mijn creativiteit. Maar, wat zeggen deze bevindingen? Geen idee. Ik tracht er naar te gissen, maar kom er niet uit. Wel valt mij op hoe divers mijn "zijn" in die twee werelden is. Ik praat het mijzelf niet aan.

Is het dat ik mijn partner mis, wanneer ik in Nederland ben? Nee, want wanneer ik alleen ben in Turkije mis ik haar ook. Wel mis ik in Nederland mijn honden. Aan de andere kant moet ik er niet aan denken hier honden te hebben. Dan zou ik drie keer per dag met hen, aan de lijn, een wandeling moeten maken. Nu kunnen ze doen en laten wat ze willen. Ze zijn binnen, of buiten, wat ze willen. Is dat het misschien? Zijn het hondse instincten, waar ik mee kamp? In Nederland lig in aan de lijn, maar in Turkije loop ik vrij rond. Het lijkt een metafoor... Het is een metafoor, welke de waarheid op prachtige wijze weergeeft....

vrijdag 21 november 2014

in den vreemde; het dagelijkse leven (20)

De bomen blijven veelal groen. Zelfs op slechte dagen schijnt de zon wel even. Overdag de temperatuur van een gemiddelde Nederlandse zomerdag, maar in de avond geurt het dorp naar hout, wat men in de houtkachels en openhaarden verstookt, omdat het frisjes is. In de verte toornt een hoge bergtop boven het landschap uit. Vanaf de boulevard met palmen zie ik hoe de top zich in sneeuw gehuld heeft.

In de ochtend warmt het landschap op. Auto's rijden af en aan. Kinderen lopen of fietsen naar school. In zekere zin is er sprake van een schooluniform. Meisjes dragen geruite rokken, grijs met een rode inslag. Op de middelbare school alleen grijs. Moslimmeisjes, die het geloof openlijk aanhangen, mogen langere rokken dragen. Langzaam komt het dorp tot leven. Toch is het dorp anders. Soms zelfs doodstil op de winkelstraat, alwaar men in hun winkeltje zit te wachten op de klandizie, die maar niet wil komen. Veel terrassen zijn afgesloten, het meubilair binnen opgeslagen. Ook van het grote aantal supermarktjes is een deel gesloten en verlaten. Op een enkele (veelal Engelse) toerist na geen buitenlanders meer. Voor een paar euro inkomsten houdt de een moedig het winkeltje open, terwijl anderen voor ruim drie maanden gesloten zijn.
De dagen zijn korter. Even zes uur begint het licht over het land te vallen, maar om half zes is het donker. De zon warmt de wereld op. In de zon zitten is zelfs een warme bezigheid. Desondanks ligt het dorp er meestal wat verlaten bij.
In de ochtend de vaste rituelen en kopjes koffie. Afhankelijk van het weer is het boodschapjes doen, in het kantoor internetten, of thuis vegen. Iedere dag veeg je het huis en dweil je de stenen vloeren. Voor twintig euro hebben we een kleed gekocht. Geeft iets warmte op de kille tegels. Wanneer we erg vroeg op zijn ontsteken we de kachel. Een grote gasfles met omhulsel. Toch geeft het een aangename warmte en gezelligheid. Na de koffie is het soms tekenen, soms de afwas, of was. Er is altijd wel iets te doen. Alles in een gestaag tempo. Soms rijden we naar Fethiye. Om door de stad te lopen, naar het ziekenhuis te gaan, dan wel een verblijfsvergunning regelen. Dan rijden we de stad af. Vooral veel zoeken en wanneer we niet zoeken is het wachten.
Thuis zit ik veel te tekenen. Dan ben ik lekker bezig. Wanneer het droog is (en de zon schijnt) zit ik op het terras. Bij regen, of kil weer, teken ik aan de zelfgemaakte tafel. Het ritme van de dag is niet spectaculair. Soms komt er iemand langs. Over het algemeen is het rustig en zien we niet zo veel mensen. Haast lijkt hier niet te bestaan. Naast het terras staan een sinaasappelboom en twee mandarijnenstruiken. Dagelijks eten we mandarijnen. Massa's. Straks zijn de sinaasappels aan de beurt. Het land brengt veel gezondheid met zich mee; overal groeit fruit. Zo voor het pakken.
Tegen de avond doe ik weer (of voor het eerst) een boodschap. Dan trekken we ons binnen terug. Maken het gezellig, nemen een bakje chips en een biertje dan wel Cola. Zachtjes speelt er een muziekje. Na het voeren van de dieren even languit op de bank. Iets wat ik hier wel mis; een goede bank. Wat we nu hebben zijn drie losse elementen. Nee, echt lekker zitten we niet. Het is allemaal wat Spartaans.
Wat later wordt er gekookt. Met goedkope middelen toveren we de lekkerste happen. Soms eten we vroeg, soms later. Wel tot tien uur. Daarna ben ik meestal alleen beneden. Via de laptop kijken we een filmpje, of ik teken. Soms lees ik. De avond brengt mij meestal stuiptrekkingen. In armen en benen. Nu het vochtiger is wat meer. Het kan ook aan mijn gewicht liggen. Vorig jaar rond deze tijd woog ik 84 kilo. Nu 74. Ik weet niet of ik er blij mee ben. Het is vooral vervelend, die pijn en de stuiptrekking achtige bewegingen om de pijn te drukken.
Soms doe ik 's avonds de afwas. Afwassen is hier helemaal niet erg. Vegen zie ik ook niet als een noodzakelijk kwaad. Ik doe het graag. Evenals het doen van de was. Bovendien hebben we geen televisie. Er is geen nood het acht uur journaal niet te kunnen  zien. Al voor de afwisseling is het lekker soms een DVD te draaien. En bijna iedere avond doe ik mijn "bomgordel" (elektrische rugverwarming) om. Voordat ik kan slapen duurt het even. Meestal word ik na een uur weer wakker. Mijn hernia speelt dan op. Dat is nu meer. Wellicht doordat het niet alleen af koelt, maar ook vochtig is. Daar reageert mijn lijf op.
Heel anders is het leven als in Nederland eigenlijk niet, en toch ook wel weer. Het ritme is anders, maar er begint ritme in te komen. Wat dat betreft ben ik blij hier te zitten. Het ontstressen bevalt me. Dan nog kom ik tijd te kort. De dagen slijten voorbij. Tekenen lukt aardig, maar schilderen kost mij nog moeite. Alles is nogal basic. Soms denk ik aan de tijd dat ik het ouderlijk huis verliet. Ook toen begon ik met wat oude spullen. Hier is alles zelfgemaakt of erg simpel.  Toch heeft dat iets en ik kan er aan wennen. Weer vanaf een begin op bouwen. Nogmaals, een terug naar vroeger. Zelfs mijn gewicht. Nu dus tien kilo lichter. Van mijn pubertijd tot even mijn veertigste woog ik 70 kilo.  Alleen die pijn iedere keer. Daar word ik Gallisch van. Mijn armen en benen zijn niet meer .
Ondanks het rustiger leven baal ik van de last van mijn rug. Verder gaat alles z'n gangetje. Ik denk nauwelijks aan Nederland. Wel aan de mensen daar. Dan weer rijden we door het dorp, loerend naar huizen. Kijken we we goedkoop iets beters kunnen vinden. Wie weet gaat het lukken. Heel veel maakt het niet uit. Nee, dat is geen ontevredenheid hoor. Dat is omdat ik eigenlijk wel lekker leef. Niet opzienbarend. Maar was het leven in Nederland dat wel? Feitelijk ook niet. De omgeving en het klimaat zijn wat anders. Alles gaat rustig en lijkt meer ontspannen. Nu langzaam kijken of we het Spartaanse iets kunnen verminderen. Dat weer maakt het leven wat makkelijker. Het enige waar ik nog echt aan moet werken is mijn Turks. Ook dat zal er wel van komen... Op z'n tijd. Ik neem die tijd gewoon.  Ik denk aan het programma: ik vertrek. Ik ben vertrokken, maar met andere ambities. Niet te hoog en realistisch. Tot nu toe komt dat toch redelijk uit. De donkere dagen voor Kerst zijn nu de zonnige dagen en de mandarijnenoogst. Prima toch....

donderdag 28 augustus 2014

leven in den vreemde; de reis

bij Bonn, dag 1, lek!
De laatste week voor het vertrek was best zwaar. Vervelende telefoontjes met de bank. De ene mevrouw had het over emigreren. Dat doen we niet. Wel wonen wij even in het buitenland, tot de mogelijkheid zich voordoet in Nederland weer een vast adres te hebben. De andere mevrouw had het over vakantie. Nogal veroordelend zelfs. Na vijf keer uitleg dat het toch een ander verhaal was leek de boodschap te zijn aangekomen. Behalve de bank waren er tal van zaken, die de laatste week intensief maakten. Afscheidsborrels, etentjes en afspraakjes naast de laatste zaken opruimen en leeghalen. Al snel besloten we niet zondag, maar maandagochtend vroeg het vertrek vast te stellen. Tijd van uitstel die nodig bleek.
Samen met buurman Marc de aanhanger opgeladen, maar ik kreeg de indruk (na een ritje tanken) dat het toch wel erg zwaar was. ’s Avonds weer een hoop van de kar afgehaald. Een beetje in een blinde greep, maar we konden met vele kilo’s minder vertrekken, en dan nog was de
behoorlijk zwaar.
in de buurt van Vukovar; veel beschoten en verlaten huizen

Om vijf uur in de vroege morgenstond ontwaakte de wekker ons ruw uit de al te korte (en slechte) nachtrust. De laatste spullen naar het atelier en uiteindelijk, na twee uur heen en weer gepeesd te hebben, honden en kat in geladen en de deur definitief achter ons op slot te hebben gedraaid ving de reis aan. Door het koude en sombere Hollands aangeveegde landschap sukkelden wij richting itse grens. De ruitenwissers deden hun werk. De snelheidsmeter zou de komende 3400 kilometer keurig tussen de 90 en 100 (op de teller) blijven. De grens over. De grens die nauwelijks een grens te noemen is. Bij het van ouds bekende Oberhausen, rechts de A3 opdraaien, welke wij tot de Oostenrijkse grens zouden volgen. Met de afslag Bonn in de spiegel hoorden wij een enorme knal. Ik wist dat wij dat waren en inderdaad; een klapband van het rechter wiel van de aanhanger. Via de ANBW kwam na ruim een uur de ADAC, de Duitse zusterorganisatie. De band was snel gewisseld. Ja, ik had de banden nog gecontroleerd. Het profiel was nog uitstekend, maar ze zagen er wel een beetje oud uit… de binnenzijde bleek verpulverd. Met de te zachte reserveband reden we nog tien kilometer tot het volgende dorp. Garage één had nog een (winterband). Garage twee beschikte wel over juiste banden. Na een uur werden we keurig geholpen en de aanhanger beschikte over twee gloednieuwe banden voor nog niet de helft van de prijs in Nederland. Het had zo moeten zijn. Na een vertraging van ongeveer een kleine twee-en-een-half uur ging de reis voort. Gestaag, tot wij (569km) aan de Main de tent opzetten.. Ventje dacht nog even dat hij vrij wandelen had, maar toen de hond mij herkende trok hij een spurt van meer dan honderd meter, en ik had hem. Eten en slapen.
het hotel in Pirot, vlak voor de Bulgaarse grens
Dag twee was aangebroken. Via Passau passeerden wij de grens. Ook zo een waar je niets van merkt en niets aan hebt. In de ochtend… middag dus, waren we rond half een vertrokken. Lang wilden we niet reizen en de campings leken dun gezaaid, waardoor wij na 482 kilometer in het onbekende Pettenbach terecht kwamen. Doorgewinterde Kroatië-gangers kenden de camping blijkbaar wel, want er waren vooral terugkerende Holanders. Bijzonderheid was dat er binnen gerookt mocht worden. Verder, net als in Nederland de nodige spetters. Ondanks de geringe afstanden van de eerste dagen hadden we het wel even gehad en besloten nog een dag in het nietszeggende oord door te brengen. Een dag van hangen, hondjes uitlaten, slapen en noem maar op. Reina was vooral bezig met haar PC en iPad en een beetje teleurgesteld dat zij alles weer voor elkaar had gekregen (dus geen nieuwe nodig…). Wel blij dat ze alles weer op orde had. En net als iedere gewone campingganger aten we en daarna naar bed. Gelukkig begonnen de honden al wat te wennen en het nachtelijks geblaf werd minder. Kato (onze kat) werd rustig, wanneer zij in de binnentent was. Genoeg ingrediënten om daags daarna de reis te hervatten. So we did!
Tunnels. Kilometers tunnels. Sommigen van een paar honderd meter tot de langste van 12 kilometer. Kanarie werd ik er van. Een tussenstop was wel even lekker, maar deze dag ebben we toch zeker vijftig kilometer door bergen heen gereden, in plaats van er langs, of er over. De grens van Slovenië… Ja, een echte grens… die wel weer erg snel voorbij ging. Net als het land zelf, waar je met een uurtje doorheen jakkert, terwijl ik mijn snelheidsmeter nog steeds keurig op de eerder aangegeven cijfertjes hield. In Oostenrijk deed ik overigens even niet. Berg op haalde ik een vrachtwagen in, op de top was ik halverwege en daarna reed ik een stukje harder. De kas begon hevig te slingeren. Iedereen begrijpt natuurlijk dat het goed gekomen was. Haast even onopgemerkt reden wij alweer door Kroatië. Absoluut een goede
vrede tussen de dieren
weg, maar dodelijk saai. Het plan was aan het eind, voor de volgende grens te kamperen. Aan de Kroatische kust struikel je over de campings, maar hier was het een bijzonderheid. Via internet had ik er een gevonden. Tijdens de discussie over de afslag zijn we dan ook keurig aan voorbij gereden. Bij Lipovic wel de weg afgegaan. Naar Lipovic zelf. Nog 17 km door, zei men daar. In Vikovar was wel wat leven, maar geen camping. Reina wilde direct al een hotel, zelf dacht ik nog steeds aan het kamperen. Weer verder, tot we bij de snelweg terugkwamen. De politie hield ons aan. Wat de bedoeling hiervan was is volslagen onduidelijk (voor hen zelf waarschijnlijk ook). De snelweg op. Herhaling van ongeveer 24 kilometer en na 574 en het pikkedonker kwamen we aan op de camping. De camping was gesloten, maar gelukkig mochten we (met onze dierentuin) overnachten. OP een saai en stil DDR terras een hapje naar binnen werken en naar de kamer, alwaar de honden en kat na zes jaren vrede hadden gesloten.
Ruim 60 kilometer omgereden, maar wel een indruk gekregen van de strijd rond Vukovar. In de dorpen (en steden) zagen wij vele dichtgetimmerde huizen, vol kogelgaten. De gevolgen van de harde strijd waren na al die jaren nog in volle omvang zichtbaar. Ik moet toe geven dat dit toch een indrukweekkende ervaring is.
verlaten tankstation in Servie...
Dag vijf was aangebroken. Het plan was Servie binnen te gaan en aan het eind van het land te kamperen. Zo geschiedde. Een echte grens. Je staat dan in files zonder veel beweging en je vraagt je af wat die gasten in die bloedhete loketjes nu eigen doen. Wanneer dit iets met macht te maken heeft is dat wel zielig. Top was natuurlijk de stempel in het paspoort. Eindelijk een echte grens over. En karren maar. Een enorm saai landschap. Dus, oogkleppen op en kilometers maken. Een dat lukte en met 450 km gassen stonden we in het centrum van Pirot voor hotel… Goed en goedkoop. Kat naar de kamer, we aan het terras aan de alcohol. Heerlijk en voldoende. Tijdens het uitgebreide borreluurtje was met bezig enkele planten te verpoten, wat een mooi schouwspel oplverde daar de gehele familie een voortreffelijk stukje samenwerking oonde. Voor het avondmaal dienden wij ons echter in het centrum te vervoegen. Tien minuutjes lopen. Een hypermodern winkelcentrum, trendy en hip. Pizza eten, drinken, helemaal top. En het voordeel  was dat we zo weer in het hotel waren. Met twee honden en een kat op bed vatte ik de slaap.
behalve slechte wegen ook een hele mooie
kloof in Bulgarije
De volgende ochtend snel op pad. Geen bijzonderheden of interessante zaken om uit te wisselen. Hooguit dat wij elkaar wat meer begonnen af te bekken. Gelukkig kwam als snel de grens: Bulgarije. Servië uit duurde langer dan Bulgarije in. Een prachtige snelweg. Bij Sofia werd het al minder. In Sofia klote. Een omleidingsroute met wel heel slecht (bijna Venezolaans) wegdek. Oponthoud dus. Na heel de stad vrijwel omcirkeld te hebben werd het weer snelweg. Een stuk beter dit keer. Onderwijl ontdekte ik het sleuteltje van de hotelkamer in Pilot nog te bezitten. Ik hoop maar dat zij voldoende kopietjes hebben. Maar, schijt daar aan. Bulgarije door. Bij Nic (met een kommaatje onder de c, maar weet nog niet hoe ik die op deze laptop kan vinden) werd de weg weer echt minder en tweebaansweg. Het gevolg prachtig; een slingerend ravijn. Vervolgens werd de weg langzaam beter en de Turkse grens werd na een stuk schitterend maar doelloze snelweg bereikt. En ja hoor; heeft u
een enorme rij vrachtwagens op weg naar
het westen, wachten voor de bulgaarse
grens
papieren van die aanhanger?
Nee! Wat gaat u doen? Vakantie (het is immers stom iets anders te zeggen). Gaat u maar even opzij staan. Sta je daar, mag je na een poosje naar de X-ray hal. Openmaken! Reina deed de achterkant open. Maar dat was niet genoeg, dus al die spanbanden los en met vereende kracht de kar open. Wat is dat? Reservetent. En dat? We houden van luxe… na een aantal van dat soort onzinnige vragen en nog onzinnigere antwoorden was het opeens goed en mochten wij Turkije in. Even goed de spurt erin, daar het immers al over zessen was (het is daar een uur vroeger). De kilometers tikten aan, maar we haalden na 755 kilometer Kasan. In hotel Linda (hotel op de eerste rotonde) konden wij terecht. De hele veestapel en wij op 5m2. Uitpakken en op het nabij gelegen terras eten. We moesten wel aan het buitenste tafeltje zitten, omdat niet alle Turken van honden gediend zijn. Overal lopen los lopende honden sloom voortbewegend. Maar goed; een kebabje er in, even met de honden lopen en al vroeg te bedde.
Om even zes uur waren we wakker. Na het plegen van alle rituelen vertrokken wij om exact 07:15 uur. Inmiddels hadden wij het toch wel licht debiele besluit genomen in een ruk door te rijden. Beter voor de dieren. Tien uur waren we bij de pont en anderhalf uur later reden wij op Aziatische bodem. Goede Turkse wegen, maar ook een bergpas. Dat hield nog even flink op. Daarna reed het allemaal weer flink door. Overigens rijden die Turken over het algemeen: onbetrouwbaar, chaotisch, en zelfregulerend. Helemaal mijn straatje dus, alhoewel een abrupte handeling niet altijd te voorkomen was. Inmiddels was het ook nog eens bloedheet (een van de warmste dagen van het jaar met meer dan veertig graden op het kwik). Doorrijden was geen probleem. Na Izmir een stop gemaakt. Hier hebben onze honden kennis gemaakt met enkele loslopers. Een aardige kennismaking overigens. Inmiddels werd Gocek (hier weer het c verhaal) een steeds reëlere optie. De Una bergpas hield het tempo
de Una bergpas

tegen, maar de beloning zat in het schitterende gebied. Eenmaal weer beneden werd Reina bevangen door de hitte. Bij een stop heeft zij zich onder een koude waterstraal gedompeld, waarna het weer beter ging. En zo kwam het dat wij exact om 19:15 (dus 7:15!!!) voor de Atatturk Boulevard 59 stonden. Reina nam een foto… en nu? Naar het kantoor, want ze kon Wilma niet bereiken, waar Wilma ook niet was… naar het huis. Blijkt alles gewoon open te zijn… We zijn thuis!!! De tocht van de dag was de langste (755 km) en in totaal heen wij 3468 kilometer asfalt versleten. Op zich geen bijzondere prestatie en de reislustigen onder ons draaien hier ook echt niet de hand voor om. Echter, met een toch wel iets te volle aanhanger, drie honden en een kat wordt zo een gewone stevige reis een hele onderneming. De aankomst voelt ook echt als een zekere prestatie. Heel subjectief natuurlijk.
Het is grappig, door zo te reizen, te erken hoe landen en culturen lanzaam in elkaar over gaan. Het doel leek onwerkelijk, en aan het idee ben ik nog aan het wennen. Feit is dat ik deze onderneming nooit heb willen missen, maar het ook niet snel nog eens zo doe……


Ataturk Boulevard in Gocek (Mugla), ons nieuwe thuis