Zo, het zonnetje schijnt weer lekker. Het werd tijd. Freddy rekt zich even lekker uit. Vannacht heeft ie goed geslapen, al was hij gisteravond laat weer terug. Maar goed, zijn hok is altijd open. Buiten fluiten de vogels alweer en ook vanaf de weg klinkt het nodige geluid. Voertuigen die uit zichzelf bewegen en mensen. Mensen praten altijd veel. Freddie is wat stil. Geen prater. Freddie woont aan de rand van het dorp, maar aan de goede kant van de grote weg. Gelukkig maar, want op die grote weg gaan die zelfbewegende dingen loeihard. Doodeng om dan over te steken, maar dat hoeft Freddie niet. Hij gaapt nog even flink en kijkt naar zijn bak. Die zit alweer vol. Ja, er wordt best goed voor hem gezorgd. Hij mag alleen nooit naar binnen. Daarom heeft ie zijn hok. Best comfortabel, alhoewel het soms erg koud kan zijn. Meestal is dat maar kort. Vandaag, echter, schijnt de zon volop en is het weer een heerlijke temperatuur. Freddie buigt zich over zijn bak en slobbert hem in hoog tempo leeg. Dan gaat Freddie op stap.
De weg waar hij aan woont is ook best breed, en druk. Inmiddels weet hij dat hij goed moet uitkijken voor al die snelle lawaaidingen. Langs het trottoir gaat hij, richting dorp. Als hij door loopt is hij er met tien minuten. Maar Freddie loopt nooit door. Al na een paar meter staat er een emmer op straat. Even goed ruiken... Daar zit een verkeerde geur aan en hij tilt zijn poot op. Een paar druppels is genoeg, dan weten ze wel dat hij hier langs is geweest. Ondertussen gaat zijn snuit op en neer. Hij ruikt van alles, desondanks sloft ie lekker door, af en toe een geurtje achterlatend.
Er komen steeds meer huizen. Kijk, daar woont Bas. Bas zit altijd in zijn hok. Die mag niet naar het dorp.
"Môge Bas, hoe is ie?"
"Ach, ik mag niet klagen. Alhoewel, een groter hok zou wel lekker zijn. Ik ben vaak zo stijf."
"Tja joh, helaas kan ik je niet helpen. Ik ga naar het dorp. Als ik terug kom vertel ik je de nieuwtjes wel."
En daar gaat meneer. Onderweg komt ie nog een paar honden tegen. Sommige gaan straks ook naar het dorp. Andere mogen niet en sommigen moeten straks hun hok weer in.
Bij het winkeltje blijft hij even staan. Soms geven ze hem een stukje brood. Nu niet. Nu staat er een grote man, die zegt dat Freddie weg moet. Nou, dan gaat hij maar. Ach, wel leuk, nu komt hij bij een stukje met een heleboel andere honden. Een gezellig stukje. Twee zitten er in hun hok. Twee andere mogen door de hele tuin rennen. Die twee zijn nieuw. Hun baasjes volg ik niet, die spreken een hele andere taal. Gelukkig spreken alle honden op de hele wereld dezelfde taal. Dat is boeiend, want van die twee nieuwe hondjes leert hij nog wel eens wat. Ze zijn wit en klein, die ene altijd vrolijk. Ze zeggen, dat ze van heel ver gekomen zijn. Dagen lang hebben ze in zo een zelfrijdend geval gezeten. De wereld waar zij vandaan komen is heel anders. Ook vandaag stopt Freddie bij het hek. Er is nu maar een klein hondje.
"Goeiedag."
"Hoi, hoe is het? Wel leuk dat je even aan wipt. We zijn gisteren de hele dag weg geweest. Spannend, naar de grote stad."
"Ik ben nog nooit naar de stad geweest. Lijkt me ook veel te druk."
"Ja, je moet heel erg uitkijken. Er zijn veel mensen, en die letten niet goed op je."
"Nou, he bent natuurlijk ook wel klein, en die broer van je ook."
"Mijn vader!"
"Je vader dan."
Ondertussen horen twee honden van de overkant ook het gesprek en mengen zich er eveneens in. Een van de bazen van het kleine hondje roept dat ie stil moet zijn en niet mag blaffen. De honden hebben het er over met elkaar. Ze begrijpen het niet. Ze moeten toch waken? Dan blaf je. Voor de mensen is het blaffen, maar de honden praten met elkaar. Maar goed Freddie heeft het wel weer gezien en hij is nog maar halverwege het dorp. Rustig gaat hij verder, enthousiast nageroepen door het kleine hondje, van wie de baas nu nog harder roept, in een taal die Freddie niet verstaat.
Een heel stuk is er nu weinig te beleven. Er zijn geen honden en amper huizen. Wel laat Freddie hier en daar een geurspoor na. Dan bereikt hij de eerste winkels en Jimmy. Jimmy is een grote herder, met een sjaaltje om zijn nek. Jimmy hoeft nooit naar het dorp, want hij woont al bij de winkels. Jimmy "bewaakt" zijn stukje weg. Freddie kent Jimmy goed en mag er gewoon langs. Jimmy heeft ook geen moeite wanneer er honden langs lopen, wanneer ze aan een lijn zitten. Alleen loslopende honden, die moeten permissie hebben. En waag het niet daar toch te lopen, als Jimmy dat niet goed vindt, ook al is hij op het plein. Freddie is stil, maar Jimmy is een hond van nog minder woorden. Hij moppert wel af en toe wat.
Freddie is op het plein aangekomen. Juist op het moment dat er een verschrikkelijk geluid uit die dunne toren komt. Dat is meer keren per dag, maar niet om aan te horen. Bovendien is het geluid ook nog eens erg slecht. Maar Freddie bekommert zich er verder niet om. Hij kijkt om zich heen. Her en der liggen honden. De meesten letten niet op elkaar en liggen gewoon. Ze praten nauwelijks, want dan worden ze door de mensen weg gejaagd. Ze houden zich rustig. Dat zijn ze ook gewend, omdat het zomers zo warm is dat je wel uit kijkt om te gaan praten. Bewegen doe je dan al nauwelijks. Freddie slaat de winkelstraat in. Daar wonen een paar maatjes van hem, bij een paar van die winkels. Ach, en daar komt een onbekende. Aan een lijn. Die mevrouw ziet er chique uit. Haar hond ook. Freddie draait zijn kop nog even om, om de hond te volgen. Grappig, dan ziet ie weer een paar mensen met een boog om die hond heen gaan. Of de mensen zijn bang voor de hond, of ze zijn er helemaal vertederd door. Echt twee uitersten. Freddie heeft daar niet zo veel kast van, hij is niet aangelijnd, de mensen laten hem met rust. Dus, weer een stukje verder. Hé, daar ruikt hij een onbekende geur. Dat kan niet en tilt zijn poot op tegen een paaltje. Vooruit, even bij het water kijken. Op het gras, bij de haven, gaat Freddie even lekker languit op het gras liggen.
Na een uurtje heeft hij het wel weer gezien. Langs het water loopt hij terug naar het plein. Nou ja, lopen, echt sjokken is het meer.
"Heb jij Trudy nog gezien?" Vraagt Freddie aan een andere hond.
"Ja, vanmorgen nog. Ze had niet zo veel zin, maar ze zei dat als je naar haar zou vragen, dat ze vanmiddag nog wel terug komt."
Trudy is de vriendin van Freddie. Zij woont net als hij, maar meer aan de andere kant van het dorp. Ze hebben al heel lang een relatie. Trudy heeft zelfs een keer een nest met wel vier kittens van hem gekregen. Nu kan ze niks meer krijgen, de mensen hebben haar "geholpen".
Freddie besluit maar naar huis te gaan. Even lekker in zijn hok luieren en kijken of er nog wat te eten is. Dat is meestal wel het geval. Vanmiddag gaat hij wel weer terug naar het dorp. Dan is Trudy er immers ook. Hij loopt dezelfde weg terug, zoals hij die weg iedere dag op en neer loopt. Vandaag in ieder geval twee keer. Dan heeft ie Bas tenminste ook nog iets te vertellen....
Posts tonen met het label dorp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dorp. Alle posts tonen
zaterdag 17 januari 2015
maandag 24 november 2014
in den vreemde: hokjesgeest (22)
In den vreemde: hokjesgeest (22)
De afgelopen dagen hebben we vele male
door het dorp gefietst. In een rustig tempo. Niet door het centrum, maar door
de wijken er om heen. Hier en daar staan groepjes huizen. Veel land ligt braak.
Honden lopen wat heen en weer, kippen scharrelen overal rond en de katten
inspecteren de vuilcontainers op resten eetbaar spul.
Een maand
geleden was ik even in Nederland. Daar heb ik een blog over geschreven. De
perfectie, het snelle en de hokjesgeest. Niets mag in Nederland en alles moet
volgens strakke regels. Ondertussen hebben we het gevoel daar in een vrij land
te leven. Nederland staat bekend om zijn tolerantie, maar nu zie ik hoe
intolerant Nederland eigenlijk is. De
bekrompenheid, die ik telkens na een vakantie signaleer. Normaal slijt dat
binnen enkele dagen, omdat ik dan mijn Hollandse leven weer op pak. De afstand
die ik nu heb, versterkt mijn beeld van het platte land.
In de vier
jaar dat ik in de politiek zat ben ik er druk mee bezig geweest. Aan de ene
kant beschermde ik die hokjesgeest. Aan de andere kant zette ik mij in, zonder
succes dus, wat meer de boel de boel te laten. De lege gaten in IJmuiden kwamen
regelmatig als onderwerp op tafel. Dat kon niet. Lege gaten horen niet. Hier
zijn veel lege gaten. Niet alleen in ons dorp, maar ook in de stad, verderop.
Dat kan. Het onkruid groeit er. Kippen scharrelen. Het geeft een wat
ongedwongen karakter aan het leven. Waarom kan dat niet in Nederland? Het gat
van het oude postkantoor in IJmuiden ziet er niet uit. Nee, dat is een
zandkuil. Maar stort daar aarde en plant er een aantal fruitbomen. Niet in
rijtjes, maar door elkaar. Laat vervolgens de boel de boel een beetje. Laten de
inwoners de rijpe vruchten plukken. Andere lege plekken groeien van zelf wel
vol. Een mooi voorbeeld is de oude spoorlijn van Santpoort naar IJmuiden.
Inmiddels is alles hier alweer gesloopt voor de aanleg van de nieuwe buslijn.
Maar, wat groeide daar wel niet allemaal? Het was een prachtig stukje natuur
geworden. Dat kan je overal in steden en dorpen laten gebeuren. Je maakt
daarmee een land levendiger, maar brengt ook weer wat meer natuur bij de mens.
In mijn jonge
jaren had je nog de boerderij in het dorp. Met koeien zelfs. Dat zie je niet
meer. De kippen en hanen. De laatste is sowieso redelijk verbannen uit de bewoonde
wereld, maar de kippen die gehouden worden hebben niet meer dan een paar
vierkante meter tot hun beschikking. Het liefst met gaas aan alle kanten.
Loslopende en
blaffende honden. Het is uit de boze. Scheve tegels kan je over vallen. Hoe perfect
moet alles? Bovenal hebben we alles afgeschermd. Met hekken en andere symbolen.
Daarmee wordt aangegeven wat niet van jou is, en waar je vooral niet mag komen.
Dan heb ik het niet alleen over de tuin, maar ook buiten de bebouwde kom.
Overal staan hekken, overal zijn regels over wat vooral niet mag. Zelfs in de
duinen en bossen wordt het leven van mens en dier gereguleerd. Dat noemen we
vrijheid in Nederland.
Wanneer ik
hier door het dorp fiets, moet ik wel opletten. Er kan een kuil zijn, of een
put, die ver naar boven uitsteekt. Je kan verkeer hebben, wat tegen het verkeer
in rijdt. Het maakt allemaal niet uit. Je weet het en houdt er rekening mee.
Tuinen hebben
soms een muur, meestal ook niet en soms is de afscheiding zelfs geheel
onduidelijk. De afscheidingen zijn vooral bedoelt tegen inbrekers of zorg te
dragen dat je honden niet zo maar de weg op schieten. Alhoewel de meeste honden
los rond lopen en hun dagelijkse wandeling zelf bepalen. En hondenstront… ik
kom het nauwelijks tegen.
Buiten het
dorp ontbreken alle hekken. Zelfs bij landbouwgronden. Vee wordt deels gehoed
langs de kant van de weg. Soms loopt er een koe op de rijbaan. Je weet dat je
het kan verwachten. Is dat allemaal zo erg? Nee, het geeft zelfs een zekere
charme. Alles wat losser en ongebonden.
Waar ik ook
stop met de auto, bijna overal kan ik de natuur in lopen. Met of zonder
huisdieren. Hier is de natuur van
iedereen en voor iedereen.
Ik hoor de
hersenpan van de Nederlanders al kraken: het
zal wel onhygiënisch zijn, daar in Turkije…. Natuurlijk is men bang voor
vieze handen. Het is niet voor niets dat jonge kinderen steeds meer last
krijgen van allergieën. Nederland is te schoon. En overal waar te voor staat is niet goed. Alleen, dat
begrijpt de Hollander nog onvoldoende. En met de gezondheid zit het hier over
het algemeen best goed. Het is zeker niet slechter gesteld, dan in Nederland. Ook
de gezondheidszorg is prima op orde. Goed, er wordt alleen wel erg veel met
antibiotica gesmeten, maar ik wil ook niet beweren dat het ook maar ergens
perfect is. Het is nergens perfect, maar het kan wel beter. Beter is niet
altijd meer, maar juist anders. Dat is wat je in landen als Turkije ziet. En
niet alleen in Turkije. Ook in diverse Zuid Europese landen zie je (in meer of
mindere mate) wat ik hier boven over het Turkse land beschrijf. Natuurlijk, in
grote steden zal het anders zijn, maar daar buiten… Zelfs in Duitsland heb ik
overal gelopen en ontbraken de hekwerken en verbodsborden. Nee, er is geen land
wat ik ken, wat zo in een hokjesgeest gevangen zit, als Nederland.
Vandaag heb
ik het niet over de regels en regelgeving, maar puur over het land, landschap
en de aarde. De grond. Daar waar je als kind lekker in wil ploeteren om met
modder bij je moeder thuis te komen; mamma,
ik heb heerlijk gespeeld.
Ik geniet van
de Turkse tolerantie en het rommelige leven. Zo kan ik ook in andere landen van
hetzelfde genieten. De hele dag door hoor ik hier hanengekraai. Honden blaffen
hele orkesten naar elkaar. Alleen het geluid van de kerkklokken mis ik hier,
maar ook dat is in Nederland al steeds meer beperkt. Hier doe ik het met vijf
maal daags een bandje van de imam, die oproept tot gebed. Een krakend geluid en
een kras aan het eind; waarschijnlijk zit het “uit” knopje een beetje los.
Labels:
dorp,
hekken,
honden,
hondenpoep,
IJmuiden,
imam,
kippen,
regels,
Santpoort,
scharrelen,
Turkije,
Velsen
vrijdag 25 oktober 2013
Vreemde tijd
Nog niet eens zo heel
erg lang geleden, vier of vijf jaar, geleden zag ik een documentaire op
televisie over pubers. Deze pubers gebruikten hun mobile telefoon voor hun
sociale leven en het was zelfs hét instrument om bijvoorbeeld relaties te
verbreken. Want, wanneer iemand recht voor je staat is dat immers een stuk
lastiger.
De
tijd schrijdt voort en ook de digitale ontwikkelingen zijn in hun opmars niet
gestuit. Was vroeger Hyves al heel wat, tegenwoordig ploeteren wij met Facebook
, LinkedIn en Twitter. Of je iedereen nu wel of niet kent maakt niet zo veel
uit. We willen veel “vrienden” hebben en communiceren ons te pletter. Ik denk
dat velen zich niet realiseren hoeveel tijd men besteed aan deze sociale media.
Immers, we doen het niet alleen, veel mensen stoppen er ook nog eens bakken van
tijd in.
Wat
levert het nu eigenlijk op? Ik vraag het mij met regelmaat af. In ieder geval
hebben we er een goede dagbesteding mee gekregen. Zat je vroeger uit het raam
te staren of voor de buis, nu hang, lig, of zit je, uren op de sociale media.
We zijn actief.
Daarnaast
ontgaat de meerwaarde mij in grote mate. Vreemd, daar ik zelf toch ook een
redelijk fanatiek gebruiker van, met name, Facebook ben.
![]() |
| overal doen we het, bron: de ondernemer |
Nu
heb ik zelf vrij veel contacten en bevalt het mij prima eens een dag geen
mensen te zien, of te spreken. Toch onderhoud ik ook dan mijn digitale
vriendschappen. Dat gaat soms ver. Zijn mijn vrouw en ik samen thuis, zeggen wij
niet zo veel tegen elkaar (ja, dat komt ook voor), dan communiceren wij wel via
Facebook. Nog geen twee meter van elkaar verwijderd en we communiceren
digitaal. Ja, een vreemde tijd. We doen er nog aan mee ook.
Soms
is het leuk. Zoals nu de Pietitie en de discussie rond de Zwarte Piet. Dan
gebeurt er weer eens iets. Toch is dit een beetje een uitzondering, want de
meest uitwisseling is in feite inhoudsloos, wat leeg. Heel veel gebruikers
hanteren de sociale media om enerzijds allerlei kretologieën te verspreiden, en
anderszins hun eigen interesses aan de ander op te dringen. Globaal genomen
zijn de sociale media heel erg vlak. Bij Twitter zit daar nog enige logica in,
door de beperking in tekens. Bij Facebook heb je ruimte en is de oppervlakkigheid
vele malen groter. LinkedIn is vooral een uithangbord van jezelf, een soort
etalage.
Vroeger
ging je om met mensen. Je kende hen in zekere mate en je ging wel of niet met
iemand om. Met de mensen, die je tot je vrienden (of kenniskring) rekende, had
je leuke dingen en vervelende dingen. Soms ook wel ruzie, maar dit leidde nooit
echt snel tot een breuk. Of het contact was al op een wankele basis gegroeid,
of je kende elkaar en wist het wel weer bij te leggen. Het contact hierin was
altijd erg essentieel. Iets recht in persoons gezicht zeggen, of het met (toen
nog) een briefje zeggen, maakte verschil. In het eerste geval ontstond er een directer
communicatie, waarin heel veel misverstanden direct weggewerkt konden worden.
In het tweede geval ging je er voor zitten en koos je zorgvuldig je woorden. In
het huidige digitale tijdperk gaat alles snel, kort, krachtig, en daardoor
regelmatig hard en meedogenloos. Respect lijkt in waarde sterk af te nemen. Je
maakt net zo makkelijk vrienden, als dat je ontvriend wordt. Het valt mij op
dat mensen veelal ongenuanceerd en respectloos reageren. Misschien omdat ook
wanneer iemand mij digitaal ontvriendt dit mij toch altijd wel iets doet.
![]() |
| zelfs ouderen doen het, bron: pzc |
We
schrijven veel, maar zien, horen, signaleren veelal de toon er achter niet.
Denk je dat iemand grappig reageert, blijkt het serieus te zijn. Is iemand serieus,
ervaar je het als grap. Discommunicatie is via de sociale media erg snel
gerealiseerd. Dat is lastig. Volgens mij ook niet goed voor de (onderlinge)
sociale structuren.
Om
meer te zeggen staat aan de zijlijn van de sociale media de blog. Zelf schrijf
ik met regelmaat een blog. Omdat ik dingen kwijt wil, zaken wil uitleggen, of
om welke reden ik ook heb. In principe tracht ik met mijn blogs een zekere
verdiepingsslag te creëren. Echter, eenmaal geschreven wordt ook een blog in de
sociale media opgenomen en ik merk dan ook frequent aan de reacties, dat deze
een zelfde waarde vertegenwoordigen, als wat ik hierboven over de communicatie
op de sociale media heb gezegd. Ongezouten en ongenuanceerde reacties zijn het
gevolg. Dat raakt een ander punt van de sociale media. Had je vroeger vrienden,
waarmee een zekere verbondenheid was, tegenwoordig is dit lang niet altijd zo.
Qua interesses niet, maar ook niet op het gebied van taal en intelligentie.
Nee, eenmaal voorbij het knopje plaatsen
ben je vogelvrij. Arm en rijk, slim en dom, intelligent of onderontwikkeld,
alles en iedereen ligt voor je, al dan niet te azen op het fenomeen toeslaan. Als prooidieren liggen wij in
een hinderlaag. Soms is dat omdat, wanneer je langs komt, men met je wil
spelen, maar heel vaak is het omdat je vanuit die hinderlaag heel “veilig” kan
worden aangevallen.
Wij
noemen het sociale media, echter in feite wordt ons sociale leven zwaar op de
proef gesteld. In het echte leven vechten we voor ons eigen individuele
bestaan. De fysieke sociale cohesie is tanende. Vanuit de sociale media en
invloeden van de digitale mondialisering maakt dat wij in het echte leven ook
minder sociaal met elkaar om gaan. In onze westerse wereld vallen sociale
structuren steeds verder weg. Had je in de jaren vijftig en zestig (vorige
eeuw) nog het bloeiende verenigingsleven, de kerk, en het dorp, tegenwoordig is
dat alleen nog maar heel beperkt aanwezig. Ook in menselijk oogpunt leven we
steeds meer in een wegwerp maatschappij.
![]() |
| mondiaal |
Maar,
wel een vol paradoxen. Immers, ik schrijf feitelijk kritisch en negatief over
de sociale media, maar maak er wel flink gebruik van. Ja, dat is inderdaad een
innerlijke strijd. Het heeft ook te maken met mijn maatschappelijke positie. Ik
ben raadslid en van mening op meerdere manieren te moeten communiceren. Om die
reden schrijf ik de blog, ben ik actief op de sociale media, en beantwoord ik
trouw alle mailtjes. Gelukkig heb ik ook op straat nog de nodige contacten, en
daarmee gesprekken. Dan is er sprake van echte interactie en kan ik uitleggen
en direct reageren. Na mijn politieke carrière denk ik zeker minder actief te
worden op de sociale media, en weer meer een ouderwets leven te gaan (en willen
leiden). Zo ver is het nog niet, en wat mij betreft blijf ik mij voorlopig ook
nog inzetten voor ons maatschappij, met name op lokaal niveau. Het geeft echter
wel een extra druk.
Toch
mag mijn betoog niet louter negatief zijn. De sociale media brengen ook wel
iets. Je vergroot je wereld. Qua informatie, maar ook vrij letterlijk. Op
Facebook heb ik regelmatig digitaal contact met directe en indirecte familie,
die op afstand staan of op afstand wonen. De naam Merhottein staat diverse
keren genoemd in mijn rijtje vrienden. Maar ook oude (verloren gewaande)
contacten duiken soms op. De ene keer is dat leuk en heeft dat een bodem, de
andere keer blijft het bij een zeker vaststelling. We kennen elkaar, maar onze
levens corresponderen niet meer. Zelf ervaar ik het als leuk, die oude contacten.
Ja,
wij leven in een vreemde tijd. Jaren geleden was men bevreest bij het idee dat
de wereld geregeerd zou worden door de computer, maar nu is het zo ver. De
computer bepaalt ons leven, in bijna al haar facetten. Daar zitten negatieve en
risicovolle kanten aan, maar toch ook veel mooie kanten. We gaan er alleen veel
te slordig mee om. Dat is geen verwijt wat ik anderen kan maken, daar ik
mijzelf er ook van moet betichten. Het hoort er nu eenmaal bij. Een paar keer
heb ik nu al gehad dat ik iets schreef, wat totaal anders over kwam, dan mijn
intentie was. Ik hoop er zelf toch iets van te leren. Misschien iets minder
snel schrijven, toch een keer controleren, en hopelijk niet te snel op het
knopje plaatsen drukken. Al gaat dat
laatste soms ook per ongeluk. En dan ga ik nu maar mijn kwartaal opgave van de
BTW doen… want dat moet tegenwoordig ook digitaal.
![]() |
| tot in de dood |
Abonneren op:
Posts (Atom)




