Posts tonen met het label post. Alle posts tonen
Posts tonen met het label post. Alle posts tonen

zondag 15 juni 2014

Selfie

bron: clickypix.com
Wat is de ultieme vorm van egocentrische zelfverheerlijking? Juist, de selfie. Kicken op allemaal foto's waar je zelf op staat is al erg egocentrisch, vooral wanneer je die op de sociale media deelt. Maar, de selfie spant de kroon. Kijk hoe goed ik ben. Je maakt een foto van jezelf, omdat je van mening bent dat er nog geen voldoende foto’s van jezelf zijn…

Facebook is natuurlijk het sociale medium waar je foto's op kan delen. Dus ook het medium waar je strontziek wordt van de vele foto's die men van zichzelf er op plaatst. En of het niet genoeg is plaatst men ook de zogeheten selfie. Dat een ander een foto van je maakt, die je op Facebook zet is natuurlijk prima. Dat je iedere foto door een ander gemaakt op Facebook plaatst neigt al naar een egocentrisch zieke zelfverheerlijking. 
bron: en.paperblog.com

Wat maakt het dat een mens zichzelf zo geweldig vindt? Onzekerheid, twijfel, of een vorm van hoogmoedswaanzin? Natuurlijk is het leuk af en toe een foto van jezelf aan anderen te laten zien. Alleen dat je iedere foto van jezelf op het internet zet en dat dan nog niet genoeg vind kan toch niet anders dan iets ziekelijks zijn? De vervreemding van onze digitale maatschappij speelt hier zeker een rol in. Daarnaast ga ik er ook vanuit dat de individualisering een cruciale rol speelt. Van buitenaf hoef je tegenwoordig weinig waardering te verachten. Dus, dwing jezelf die waardering af. Dat doe je alleen als je niet echt gelooft in jezelf. Misschien ben ik ouderwets, maar ik heb zo de schurft aan al die zelfverheerlijking. Een aantal Facebook "vrienden" hebben er een handje van. Meerdere foto's van zichzelf worden dagelijks aan het wereldwijde net toevertrouwd. Ik reageer er niet meer op. Ik word alleen maar moe van die gasten. Over het algemeen zijn het trouwens mannen. Dit type man laat de buitenwereld ook zien waar ze denken goed in te zijn. En dat stoppen zij ook niet onder stoelen en tafels. Sommigen hebben inderdaad een gave, anderen rotzooien wat aan. Wat moet? Zeggen/schrijven dat het geweldig is wat ze maken? Als het rotzooi is verhul ik mij in stilzwijgen. Ik ga dat egocentrisme niet stimuleren en hun spelletje weiger ik mee te spelen.

Heleen van Rooyen, bron: nrc.nl
Anders is dat mensen laten zien wat ze doen of maken. Vol trots, maar zonder hun persoonlijke geweldigheid te etaleren. Wanneer het mij aanspreekt druk ik op "vind ik leuk", en schroom ook niet om er een persoonlijke noot aan toe te voegen. Het gebruik van de sociale media kent een grenzeloosheid. Bij Twitter is dit bekend door de talloze ongenuanceerde kreten, waar de honden soms geen brood van lusten. Op Facebook is het vooral grappig zijn en foto’s. Dan dus ook de selfies. Maar selfies worden ook op tal van andere manieren aan de wereld getoond. De kroon spant Heleen van Royen. Zij heeft massa’s selfies gemaakt en dit hangt nu als expositie ergens in Amsterdam. Haar selfies betreffen niet alleen haar gezicht, maar haar hele lijf met als hoogtepunt een selfie van een tampon die zijn uit haar kut haalt. Dit mens moet wel erg gefrustreerd zijn. Maar dat wordt natuurlijk anders verpakt: het is een soort kunst. Ik trap daar niet in, en wat mij betreft heeft die mevrouw een groot probleem. Gelukkig voor haar trapt half Nederland er wel in.

bron: sugarscape.com
Soms zie ik een foto van mijzelf, dat ik denk: goh, die staat er goed op. Dan wil ik dat best delen, maar ik ga geen foto’s van mijzelf maken om de wereld maar te laten zien hoe mooi ik ben. Nee, dat laat ik eventueel aan een fotograaf over, en dan moet het ook een mooie foto zijn. Zo heb ik mijn profielfoto, die door Reinder Weidijk gemaakt is. Die foto staat er ook al een jaar op, als profielfoto, en zolang deze lijkt blijft ie staan. Alhoewel, ik denk er hard over om de foto te vervangen voor iets anders als profielfoto. Werk van mijzelf, in plaats van mijn foto. Daar ben ik weer te lui voor. Ook Pief Weijman heeft schitterende foto’s gemaakt (onder andere tijdens de MFA fair). Misschien dat ik die ook een keer deel op Facebook.

Wat leven wij toch in een vreemde (en feitelijk ook oppervlakkige) wereld. En wat hoereren wij ons toch graag. De pest is, dat wanneer je enigszins mee wil doen je er helaas niet geheel aan ontkomt. Alleen, om dan met selfies te werken… dat gaat mij wat te ver. Net als sommige mensen, die vrijwel iedere dag (of meer dan de helft van hun posts) een foto van zichzelf plaatsen, al is het dan geen selfie.
Überhaupt is de oppervlakkigheid op internet troef. Je ziet zo veel flauwe dingen en heel veel mensen brengen zo weinig van zichzelf (okay, op de selfies na). Zelf laat ik graag mooie dingen zien. Foto’s van planten en dieren, die ik zelf gemaakt heb. Foto’s van de ontwikkeling van mijn schilderijen. Tja, zo bekeken doe ik er misschien ook wel aan mee. Ondanks dat ik mijn best doe iets neer te zetten is het wellicht ook allemaal een beetje het zelfde en zit er eentonigheid in. Wil je in deze maatschappij mee doen, moet je wel. Het is en blijft schipperen, de grenzen verkennen en balanceren. Maar een ding blijft voor mij toch echt overeind; al die selfies en zelfverheerlijking mag van mij weg blijven.

 
wat zijn we leuk
bron: telegraph.co.uk

zondag 25 november 2012

Bedankt voor uw antwoord!



Was Nederland een eeuw gelden nog het voorbeeld van de Calvinistische beleefdheid, tegenwoordig staat vooral ongeïnteresseerdheid voorop ten aanzien van onze sociale omgang.

Tot de tweede helft van de vorige eeuw stond de Nederlander bekend als sociaal bewogen mens en iemand waarbij de gemeenschapszin hoog in het vaandel stond. In de jaren zestig kwam er een omslag en deed het individualisme haar intrede. Vervolgens kregen wij te maken met diverse technische ontwikkelingen, die invloed hebben gehad op de versterking van het individualisme. We werden rijker, mobieler, en onze communicatie werd enorm uitgebreid, met name door de komst van de mobiele telefoon en het internet. Twintig jaar geleden waren wij niet bekend met deze twee fenomenen, en nu lijkt het of wij niet anders weten.
En daar zijn wij steeds meer naar gaan leven. Een nadeel van de technische ontwikkeling en het toenemende individualisme is dat wij ons ook minder ontwikkeld gaan gedragen. Ja, ons gedrag wordt weer een beetje primair en primitief. Haast instinctief zelfs. Voor een goed en sociale onderlinge omgang lijkt de ontwikkeling niet erg positief.

De noodzaak op elkaar te reageren neemt af. Onderlinge beleefdheidsnormen vervagen. Tegenwoordig communiceren wij in grote mate digitaal, waarbij de email het centrale communicatieorgaan is geworden. Een brief schrijven doen wij niet meer, maar we sturen een mailtje. Veel mailtjes. Zelf ontvang ik er tussen de 30 en 50 per dag. Naast dat de communicatie minder persoonlijk is geworden is de kwantiteit explosief toegenomen. Vroeg ontving ik enkele brieven per week.
Je zou kunnen zeggen dat de omvang ons onverschillig maakt. Nu is het niet zo dat ieder mailtje een antwoord vraagt. Er zit reclame bij, bevestigingen en er wordt veel gemaild om te informeren. Het echte aantal mailtjes wat daadwerkelijk persoonlijk is en in feite een reactie vraagt is beduidend minder. Maar nog altijd meer dan de hoeveelheid brieven van vroeger.
Daarnaast zijn er nog meer digitale kanalen om breed dan wel individueel te communiceren. Twitter, Facebook en LinkedIn zijn er een paar. Twitter is een hele snelle manier om met elkaar dingen uit te wisselen. Ik geef toe, ik heb een Twitter account, maar kijk er zelden op. Het is mij vaak te oppervlakkig, de stroom is mij te groot en de communicatie moet binnen 140 tekens geschieden. Niet mijn ding.
LinkedIn bekijk ik regelmatig en zeker mijn berichten. Op zich ben ik er niet heel actief op, maar daarvan is de belangrijkste reden dat er iets vreemds is met LinkedIn. Wanneer ik daar bericht op plaats wordt hier iets mee gedaan, waardoor er uiteindelijk een heel vreemd bericht wordt weergegeven. Het is mij nog niet gelukt dit aan te passen en daarom is het beter er niet teveel op te zetten. Overigens zie ik wel degelijk de functie van dit medium. Net als die van Facebook. Hier ben ik een stuk actiever op. Je kan er berichten wegzetten, je ziet veel meer wat bij anderen speelt, je kan op elkaar reageren en er valt wat te zien en te lezen. De ruimte om actief of passief te zijn is er over het algemeen. Maar ook hier is ruimte voor een persoonlijke toenadering, en ik ben van mening dat ik hierop ook keurig moet reageren.

Het is niet alleen kommer en kwel, onze digitale communicatie. Wij hebben de wereld veel meer bij de hand. Alles gaat snel en de wereld komt letterlijk bij je thuis. Ook is het best een verrijking. Alleen, de snelheid en hoeveelheid informatie maakt ons lui en eigenlijk ook onbeleefd.

Op zeker 30% van mijn (digitale) sollicitatiebrieven ontvang ik geen enkele reactie. De postkaart lijkt bijna niet meer te bestaan en wat een brief is weet men niet meer. Een uitnodiging, hoe gericht ook, wordt in grote mate als vrijblijvend ontvangen. Om die reden ben ik van mening dat het belangrijk is zorgvuldig met mail om te gaan.
Zelf heb ik dan ook hoog in het vaandel staan dat ik alle (persoonlijke) mails beantwoord. Het liefst snel, om te voorkomen dat ik vergeet te reageren, wat snel gebeurt met deze grote hoeveelheden. Heel soms gaat het dan toch nog mis en een enkele keer blijkt een mail niet aangekomen. Dat kan namelijk ook met digitale post. En weet ik geen goed antwoord te geven, dan geef ik dat aan. Ik neem de verzender serieus en geef antwoord.
Omgekeerd lijkt de cultuur heel anders. Het komt nogal eens voor dat ik een (persoonlijk) mailtje verstuur, of een mailtje waarop ik duidelijk een reactie verwacht, dat er geen reactie in mijn mailbox binnen komt. Helemaal niet en soms na zeer lange tijd. En heel eerlijk; eigenlijk vind ik dat onbeschoft. Zeker wanneer het om belangrijke zaken gaat. Net als wanneer je iemand spreekt en je nadrukkelijk toezegt je te mailen. Vervolgens blijft het stil. Laatst nog zo’n voorbeeld en ik ben benieuwd wanneer ik eindelijk een reactie mag ontvangen. Ik wacht inmiddels bijna drie weken…