Posts tonen met het label Kunstlijn Haarlem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kunstlijn Haarlem. Alle posts tonen

zondag 17 september 2017

Kunstenaar van het jaar?!

Blijkbaar is een menselijke eigenschap, dat wij de beste willen zijn. Daarvoor zijn vele competitieve vormen ontwikkeld. Met name in de sport kennen we het. De voetbal competities, WK en EK, Olympische Spelen, sportman van het jaar, diverse wielerkoersen, turnwedstrijden en zwemcompetities. Op alle fronten, in de sport, houdt men wedstrijden om te zien wie de beste is. Heel acceptabel, want men meet zich met het zelfde (dezelfde tak van sport). Meer moeite heb ik met de sportman, of vrouw, van het jaar. Je gaat dan vergelijkingen opzoeken, die "gezicht" zijn. Binnen een reguliere sport competitie zijn zeer objectieve criteria toe te passen. Ga je die grens over wordt het erg lastig. Hoe kan ik aangeven dat een zeiler of een marathonloper man/vrouw van het jaar wordt? Naar mijn idee komen dan tal van subjectieve beoordelingen naar boven.



Het competitieve zien we niet alleen in de sport. Ook binnen het bedrijfsleven en op vele andere vlakken hebben de jaarlijkse verkiezingen van "de beste". Maar waarom die drang zo de beste te zijn? Deels heel begrijpelijk; men wil zich verkopen, de omzet verhogen, boven de grijze massa uitsteken. En ondanks de toenemende subjectiviteit kan ik mij diverse andere vormen van competitie elementen voorstellen. Alhoewel, wanneer het om het ego van de persoon gaat heb ik er al meer moeite mee. Een Miss verkiezing is aan mij niet besteed. De mooiste vrouwen, die kom je op straat tegen. Daarbij verrek je je nek, of ze houden je een nacht half uit je slaap. Dat heb ik bij een Miss verkiezing dus nooit gehad; opgelapte Barbiepoppen....



En dan kom je naar de meest subjectieve vorm: kunst. De beste muziekgroep ken ik niet, behalve mijn puur persoonlijke voorkeuren. Je kan wel de best verkopende groep aanwijzen. De beste... De top 2000 kent al jaren, met regelmaat, Queen op één. Enorm subjectief. Een feit is dat het heerlijk is ieder jaar al die muziek aan je voorbij te horen gaan, maar wat nu op plaats 1 moet... What the hell!



Ook in de boekenwereld zijn diverse prijzen (AKO literatuurprijs, NS prijs, en noem maar op). Het zegt mij niet zo veel. Maar, en dat komt wel overeen met de top 2000, het is de omgeving die nomineert en kiest. Het is niet de auteur die zich aanmeldt voor dergelijke prijzen. Dat maakt absoluut een verschil, maar naar mijn idee doet het mij weinig, behalve dat het een opsteker is voor de verkoopcijfers.



Dan zijn er nog de verkiezingen van "kunstenaar van het jaar", of andere kunstenaarsverkiezingen. In vrijwel alle gevallen dient de kunstenaar zich zelf aan te melden. Ja, en dan ga ik grote vraagtekens zetten. Immers, het werk van de kunstenaars is zo divers (zelfs binnen iedere discipline) dat een verkiezing hoe dan ook een enorm subjectief karakter kent. De andere kant is de kunstenaar zelf. Waarom in hemelsnaam wil je jezelf in zo'n competitie storten? Voor negentig procent is de uitkomst frustrerend. Maar, wat wil je er mee bereiken? Dat je de beste bent..., maar waarvan? Kunst is voor mij primair een individuele emotie, welke middels basiskennis tot uiting wordt gebracht. Bijna niets is persoonlijker dan de uiting van kunst. Dus de beste kunstenaar is het meest persoonlijk? Het meest emotioneel? Zo werkt dat volgens mij niet. Nee, de kunstenaar is uitermate sensibel. Veruit de meeste kunstenaars zijn daardoor onzeker over hun eigen kunne. Dat los je niet op door de erkenning af te dwingen... Bijvoorbeeld middels competitieve elementen.

Zelf schilder ik. Geen schilderij is het zelfde. Ik maak geen productie. Wanneer ik mee zou doen met "de kunstenaar van het jaar", dan zegt dat niets. Of het wordt gebaseerd op een werk (waarbij ik natuurlijk eentje kies die ik goed vind), of het gaat over een oeuvre waar juist hele slechte werken tussen zitten.

Wat ik wel doe is mijn kunst zichtbaar maken. Dat doe je via exposities, internet (Facebook, sites, eigen website, etc.), kranten artikelen, etc. Mensen reageren daarop (en vooral velen niet), en daar van uit ontvang je een stukje waardering. Zeker wanneer het leidt tot het moment dat mensen je benaderen. Benaderen voor opdrachten, exposities en bijvoorbeeld publicaties. Wanneer iets dergelijks ontwikkelt voelt dit voor mij als waardering. Als ik vervolgens werk verkoop mag ik alleen maar meer dan tevreden zijn. Maar ik kan mijn werk niet vergelijken met het werk van anderen, en niet van het werk van collega's die in andere stijlen schilderen. Laat staan vergelijking met andere kunstvormen (beeldhouwen, fotografie, etc.). Kunst is en blijft uitermate subjectief en is niet in relatie tot elkaar te beoordelen. Het is de onzekerheid van de kunstenaar zich te willen meten met anderen. En vaak ervaar ik dat als heel onterecht. Dan denk ik: wat jij maakt is goed, je krijgt aandacht en waardering..., accepteer dat!



En wanneer er een prijzencircus op kunst en kunstenaars losgelaten wordt dan moet het niet vanuit de kunstenaar zelf komen. Een periodiek, een organisatie, of wat dan ook, kan zelf een prijs (waardering) in het leven roepen. Dan heeft een dergelijke prijs ook waarde, zoals met name in de literatuur te zien is.

Wel moet ik bekennen, dat ik in 1986 (ongeveer) heb mee gedaan aan de jaarlijkse wedstrijd voor jonge kunstenaars van koningin Beatrix. Ik moest toen naar het paleis op de Dam (nou ja, in een ruimte daarnaast). Ik werd destijds vierde. Geen prijs, geen aandacht. Ja, ik was teleurgesteld, maar het heeft mij ook aan het denken gezet.



De andere kant is, en daar ben ik het absoluut mee eens, is dat de kunst in Nederland meer publieke aandacht verdient. Het gast goed met de economie, maar de cultuur is niet zo dat men makkelijker over gaat tot kunstaankopen. Aan veel vormen is aandacht in de media en zo ook op televisie. Zodra het over kunst gaat (schilderen, beeldhouwen, etc.) gaat het alleen maar over de "gevestigde" orde; van Gogh, Rembrandt, Dali, Picasso, en ga zo maar door. De hedendaagse ("kleine") kunstenaar krijgt geen platform, op regionale nieuwsmedia na. Daar zou wel eens verandering in mogen komen. O ja, en dan heb ik het dus niet over "bekende Nederlanders" die ook schilderen of kunst maken (zoals Ruud de Wild)

Dat lijkt mij een gezamenlijk steven... Ja, individuele erkenning moet jezelf niet afdwingen, maar met elkaar gezamenlijk de erkenning afdwingen lijkt mij wel een nobele zaak! Dat is iets wat wij, kunstenaars, wel verdienen met onze onuitputtende inzet voor het vak.

dinsdag 11 juli 2017

Kunstenaar voor het nageslacht

Een broeierige avond, buiten op de waranda. Mijn verlopen goddelijke lichaam flink ingespoten met anti-mug spul. Niet alleen mijn vrouw vindt mij lekker, de muggen ook. Zij prefereren mij zelfs boven haar. Veel gedaan vandaag. Dan zit je een beetje in te zakken. De cicades houden hun bek al een beetje en de oproep voor het laatste gebed is achter de rug. Alleen de honden blaffen tegen dat wat wij, mensen, toch niet zien. Hebben ze wat te doen, na een dag van hangen en slapen.

Eigenlijk wil ik nog wel even schilderen. De puf ontbreekt mij nu alleen even. De warmte, het lome gevoel, maar vooral mijn gedachten. De gedachten, die zich van tijd tot tijd herhalen; waarom schilder ik eigenlijk? De vraag stel ik mij niet vanwege enige twijfel in mijn eigen kunne. Ik heb die twijfel wel regelmatig, maar vanavond niet. Nee, het heeft te maken met wat te doen, met al dat werk. Het heeft te maken met hoe en wie ik ben, in relatie tot mijn schilderijen.

Ik twijfel niet aan mijn professionele kwaliteit. Wel twijfel ik over het leuren met mijn werk. Ik heb een website en op Facebook toon ik hoe mijn werk tot stand komt tot en met het eindresultaat. Kunst is, voor mij, immers ook het proces. Nee, op Facebook zie ik foto's en lees verhalen van kunstbroeders die in hun vaak te kleine autootjes hun werk ophalen van een expositie, of juist wegbrengen. Ik lees over inzendingen voor wedstrijden... En dan bedenk ik mij weer; ik hou niet van exposeren. Zeker niet om daar zelf mee bezig te moeten zijn. Al dat gewerk, al dat geleur. Een keer per jaar doe ik het; met de Haarlemse Kunstlijn. En dan het liefst samen met collega's en op meerdere locaties. Editie 2017 hang ik samen met en bij Gerbrand. Da's leuk. Eigenlijk wil ik dat weekend op nog een paar locaties hangen. Ik ben te laks, of misschien te ongeïnteresseerd, hier teveel energie in te steken, dus waarschijnlijk blijft het dit jaar op een adres. Met de Kunstlijn verkoop ik toch nooit veel werk. Exposeren kost vooral. Ik verkoop überhaupt maar matig. Ik stop er te weinig energie in.



Mijn schilderswerk is ook niet bepaald breed toegankelijk. Men ziet mijn werk. Het wordt mooi bevonden, of niet. Het is helder wat ik schilder, maar de combinatie van de onderwerpen op het doek is daarentegen voor velen ondoorgrondelijk. Dat stoot ook af en men wil waarschijnlijk de meeste vanmiddag werken niet thuis aan de muur hebben. Bovendien besteedt men of belachelijk veel aan kunstaankopen...., of houdt men de hand op de knip.

Nee, ik ben de maker, de createur... Niet de verkopen, noch de snelle commerciële jongen. En dat terwijl ik inmiddels weet dat mijn werk professioneel in orde is, ambachtelijk onderbouwd en ik een hele eigen en herkenbare stijl heb. Ingrediënten ten over om momenteel een groot en beroemd schilder te zijn. Ik vrees echter, dat mijn bekendheid pas echt kom, wanneer mijn lichaam deze wereld verlaten heeft. Ik ben geen jetset figuur, ik ben erg op mij zelf, al is het verdomd leuk veel collega's te ontmoeten tijdens de jaarlijkse Kunstlijn.

Dit lezend zal de lezer wellicht denken dat ik wanhopig ben en twijfel of ik wel door moet gaan... Dat is dan een verkeerde gedachte, u lezer. Ik ga door. Natuurlijk ga ik door. Het is een soort innerlijke drang om te creëren. En ik wil soms meer energie (en tijd) tot mijn beschikking hebben om meer, langer en vaker te werken. Ik zou meer mogelijkheden willen hebben, daar ik nog veel andere ideeën heb om te creëren. Schilderen, kunst maken, is niet alleen een "drive", het geeft mij ook een geluksgevoel. Het is de enige manier om mijzelf echt te uiten, al begrijpt misschien niemand er een bal van. Inclusief mijzelf, soms...

Ik blijf door gaan, maar sta niet te popelen mij in te zetten voor exposities en dergelijke, dar mag in feite een ander regelen. Groot zal mijn oeuvre nooit worden. Ik zit nu op 160 schilderijen. Het zit hem ook niet in de kwantiteit... Gelukkig niet.



De conclusie is dat ik waarschijnlijk een beroemd schilder word, na mijn overlijden. Misschien wordt er wel een zaal in een museum met mijn werk aangekleed. Ik zal dat niet meer mee maken. Hopelijk mijn erfgenamen wel. Het gekke is dat deze gedachte mij geheel niet depressief maakt. Nee, het is voor mij juist een stimulerende gedachte! Ik denk dat ik dus toch nog een uurtje mijn penselen oppak. Ja, en beroemd na mijn dood, dat lijkt mij ook wel lekker rustig.....

zondag 2 april 2017

het verdriet van kunst

De rente op de banken is nul..., of bijna nul. Er wordt geadviseerd te investeren in andere zaken, waaronder vastgoed, en..., KUNST!
Volgens deskundige economen is Kunst momenteel een van de betere beleggingen, en zeker beter dan sparen. Dus, alle Nederlandse kunstenaars zijn blij!..., of toch niet?

Sommige kunstenaars doen het "goed". Natuurlijk speelt kwaliteit een rol, maar meer en stevigere sleutels tot succes zijn vermogen en goede marketing. Over het laatste is veel te doen, omdat de verkoop van het werk bijna letterlijk uit handen gegeven wordt aan derden. Andere kunstenaars hebben succes vanwege vermogen. Of zij verkopen hun werk voor veel geld, waardoor zij wellicht (in eerste instantie) minder verkopen, maar wel zo veel overhouden, dat zij (letterlijk) verder kunnen, of zij bezitten over een basisvermogen, waarmee zij de markt op kunnen. Dat kan een vast inkomen zijn, familiebedrijf, of wat dan ook.
Tot nu toe spreken we over een zeer klein gezelschap en niet persé de besten..., nee het hoeven zelfs geen kwalitatief goede kunstenaars te zijn.

De meerderheid van de kunstenaars zijn "Arme sloebers", veelal afhankelijk van een uitkering en zonder vermogen. En in die groep zien we veel kwaliteit! Natuurlijk ook rommel en matig werk, maar het scala is breed en op zich zeer interssant. Waarom blijven zij dan in die eeuwige verdomhoek zitten? Wel, dat is simpel; exposeren (en verkopen) kost geld. Lokale exposities zijn soms nog te betalen, evenals lokale manifestaties, zoals de Haarlemse Kunstlijn. Toch ben je voor een weekendje Kunstlijn al snel een paar honderd euro kwijt, en doe je heel zuinig ruim meer dan honderd euro. Maar goed, een manifestatie is dan nog op te brengen, maar met vijf van dit soort manifestaties zit je al boven het gemiddelde maandinkomen van de kunstenaars, dus dat is bijna niet te doen. Vooral ook, omdat de verkoop van dergelijke manifestaties niet in te schatten is, prijzen veelal wat lager liggen en überhaupt op dit soort manifestaties moeilijker verkocht wordt, en veelal dan nog binnen de kring van kennissen, vrienden, familie, of een enkele fan.
Daarnaast zijn er ook wel enkele galeries, of locaties, die redelijke prijzen vragen om te exposeren. Ik heb het dan over kosten onder de twee honderd vijftig euro. Punt is wel, dat hier de verkoop soms nóg beroerder is.

Wil je in een echte galerie exposeren, breng dan maar flink geld mee. Bedragen tot ver boven de duizend euro zijn normaal... Om te beginnen moet je dan je prijzen enorm omhoog gooien, dat wanneer je iets verkoopt er ook daadwerkelijk nog iets aan over houdt. Voor mijn perceptie moet ik dat irreële bedragen vragen. Los van het feit dat ik gewoon niet over de financiele mogelijkheden beschik tot een expositie te besluiten. Wel vreemd, want met enige regelmaat word ik benaderd, zelfs door gerenommeerde galeries in het buitenland (USA, Italië, Turkije, etc.). Blijkbaar maak ik iets waarvan men verwacht dat er markt voor is en/of dat mijn werk wel degelijk iets voorstelt, kwalitatief. Alleen, het blijft buiten mijn bereik, zoals dat voor collega kunstenaars geldt. De afgelopen twee jaar heb ik ruim meer uitgegeven aan exposities, dan ik met verkoop binnen heb gehaald.
Daarbij wil ik mijn prijzen reëel houden en enigszins bereikbaar voor mensen die het aan willen schaffen. En geen rijke lui zijn. Wanneer ik op basis van formaat en uurtarief een prijs moet vaststellen, zit ik al snel op zo'n drie duizend euro. Ik vraag eigenlijk nooit meer dan duizend en de meeste prijzen van mij liggen rond de vijfhonderd euro.

Laatst ben ik gestart met een "aanbieding"... Met maximale prijzen van 250 euro. Met moeite heb ik drie werken verkocht. Blijkbaar wil men geld op de bank houden en vooral niet investeren in kunst. Wat dat betreft begrijp ik dus niks van de wereld. Vooral niet omdat de reacties op mijn werk veelal positief zijn. Ja, zelfs enthousiaste reacties..., maar is dat dan lucht..., gebakken lucht? Het lijkt er op. Of vertikt men geld aan kunst uit te geven, behalve wanneer een kunstenaar het al "gemaakt" heeft? Of koopt men op de naam? Zo zijn de werken van Herman Brood enorm populair. Best aardig werk, maar hoe kwalitatief is dit kunst te noemen? Speelt de naam niet veel meer een primaire rol, daarna pas de kunst? "Ik heb thuis een Brood", hoor ik wel eens. Wel, dat zegt mij eigenlijk vrij weinig.

Ja, men moet meer investeren in Kunst. Maar men moet de kunst ook bereikbaar maken voor de kopers. Hier zitten enorme hiaten. Kunst wordt ondergewaardeerd in deze maatschappij. Het is geen investeringsmiddel. Dan ga je er verkeerd mee om. Kunst koop je, omdat je het mooi vindt, omdat het aanspreekt. Misschien daarom wel dat men massaal afhaakt en de wanden vol hangen met Ikea "kunst", of kitsch werken van internet shops.


Wat dat betreft stelt de maatschappij weer eens teleur, en vele kunstenaars zullen met mij dit gevoel delen. Juist nu is er een atmosfeer kunst aan te schaffen. Er gebeurt veel op dat vlak, en toch kan de meerderheid van de kunstenaars er totaal niet van leven, zelfs nauwelijks de eigen investeringen terug verdienen. Wat is de wereld toch triest... Terwijl Kunst zo mooi kan zijn... 

maandag 2 november 2015

Kunst, kan je dat eten?

Het zit er weer op. Overvoerd kijk ik terug op de dertigste editie van de Kunstlijn Haarlem, 's lands oudste kunstroute. Rond de 200 kunstenaars overal in Haarlem en directe omgeving hebben hun werk tentoongesteld, atelierdeuren geopend, of leuke manifestaties georganiseerd. Te veel om alles te bekijken, gedwongen tot het maken van keuzes. Mijn geluk, dit jaar, was dat ik bij veel collega's langs kon gaan en ben geweest. Het leuke van een evenement als de Kunstlijn is de enorm grote diversiteit aan creatieve uitingen.



Wandelend langs alle werken ontstaan veel contacten. Dus eveneens veel uitwisselingen. Tussen kunstenaars onderling en tussen kunstenaar en kijker. De laatste dagen heb ik heel veel gepraat. De stilte, welke mij nu omringt, is een welkome afwisseling.

Een van de regelmatig terugkerende onderwerpen was de positie van de teken en schilderkunst, fotogratie, het creëren van beelden en objecten, maken van sierraden ten opzichte van andere kunstvormen als muziek en film. Los van de discussie hoeveel kunstenaars van hun werk in hun levensonderhoud kunnen voorzien werd er gesproken over de ongelijkheid in deze wereld. De bezoeker betaald voor een concert, koopt eenvoudig muziek en betaald voor het kijken naar een film. Ook worden boeken een stuk makkelijker aangeschaft. Een schilderij, of tekening, kopen is echter in zekere mate een unicum. En overal waar de kunstenaar het werk ten toonstelt kan de bezoeker gratis kijken. Alhoewel voor de grote musea is men wel weer bereid in de knip te duiken. De 200 deelnemende kunstenaars aan de Kunstlijn zijn veelal hard werkende mensen. Er wordt hoge kwaliteit aan producten geleverd, maar ze zijn veelal afhankelijk van de gemeentelijke sociale dienst of een andere uitkerende instantie. Muziek, een boek, je kan het in veelvoud reproduceren, zonder de intentie van het werk aan te tasten. In de beeldende kunst is het werk uniek. In veruit de meeste gevallen is er een exemplaar. Bij sommige technieken zijn er meerdere oplagen mogelijk, alhoewel de productiekosten dan vaak weer erg hoog zijn.

Wellicht zit hier een reden verborgen in het feit dat het prijskaartje in de beeldende kunst enorm uiteen kan lopen. De een vraagt enkele duizenden euro's voor een werk, de ander hooguit enkele honderden euro's. Maar wie bepaald het verschil? Er zijn kunstenaars met een arrogantie, die veel vragen. Andere vragen veel, omdat een "goed" netwerk hebben en tot slot zijn er een klein aantal kunstenaars die heel veel vragen, omdat ze "bekend" of zelfs "beroemd" zijn. Waag het niet een kunstenaar aan te spreken op zijn hoge prijzen... Reëel is het natuurlijk niet. Dat een voetballer zo veel geld kan verdienen is ook niet reëel. Maar het gebeurt. Het zal waarschijnlijk blijven gebeuren. Natuurlijk is het de kunstenaar gegund. De andere kant is dat het een slecht signaal is naar de collega's. Vooral omdat niet de kwaliteit de prijs bepaalt, maar de juiste netwerken en het plaatje.

Ook tijdens de Kunstlijn zag je de grote verschillen. Vergelijkende werken met een prijsverschil van 300% is niet eens een echte uitzondering.

Waarop baseer je een prijs? Uitgaande van een (overigens vrij laag) uurloon worden de werken soms onbetaalbaar, of blijkt dat het uurtarief juist exorbitant hoog ligt. Je kijkt in de omgeving, hoe je zelf het werk ervaart en soms wat feedback, voordat je een kaartje naast je werk hangt. Daarbij speelt ook mee of je het zelf direct verkoopt,mof via een galerie. Daar een galerie al snel tussen de 20 en 30 commissie rekent moet je de prijs wel verhogen, daar je het anders echt zo goed als weg kan geven.



Gelukkig gaat de echte discussie toch het meest over het werk zelf en de kwaliteit. Maar hoe bepaal je of iets Kunst, of pulp? Definities zijn er niet voor. Bovendien laat men zich leiden door smaak. Of iemand iets mooi vindt of niet, zegt totaal niets over de kwaliteit. Daar moet je echt andere criteria voor aanwenden. Smaak is immers uitermate subjectief, ondanks dat smaak ook een collectieve subjectiviteit kan zijn. Zelf hanteer ik de volgende definitie om iets Kunst te kunnen noemen;



" Kunst is een emotionele uitingsvorm gebaseerd op ambachtelijke kennis van zaken"



Met ander woorden, ik ben van mening dat een kunstenaar kennis moet bezitten over zijn vak. Dat houdt in; materiaalkennis én ook technische kennis én kunne. Je moet weten wat perspectief is en in juist perspectief kunnen tekenen. Je moet een mens kunnen tekenen, zoals je een mens leert in verhoudingen, waardoor het (in theorie) een soort fotogelijkenis is. De mens die je maakt, moet voor iedereen een acceptabel mens zijn. Dat gaat op voor ieder onderwerp wat je tekent. Dat geld voor beeldhouders, tekenaars, schilders en zelfs kunstenaars die objecten maken. Vanuit die basiskennis is het een vak iets "eigens" toe te kunnen voegen. Vervolgens heeft een goede kunstenaar een "handtekening". Anderen zien aan het werk wie de kunstenaar is. De grote valkuil is dat er kunstenaars zijn die in feite aan al die criteria voldoen, maar toch discutabel zijn. Dat is in het geval wanneer de kunstenaar eindeloos in het zelfde thema blijft hangen. Dan wordt het geen kunst, maar us het "oefening baart kunst". Een voorbeeld zie ik bij Ans Markus. Zij maakt prachtig werk, maar vrijwel alles (wat ik ken) betreft in verband gewikkelde vrouwen. In mijn optiek wordt de Kunst dan ambacht. Een voorbeeld van een echt professionele kunstenaar is Picasso. In zijn begin jaren heeft hij figuratief geschilderd, laten zien dat hij het vak (technisch) verstaat. Daar vanuit is hij zijn kunne gaan ombuigen naar abstract. Daardoor is zijn werk ook zo enorm sterk en goed. Een goed oog is in staat te zien, bij abstract werk, of de kunstenaar beschikt over de basis vakkennis of abstract werk maakt, juist vanuit onkunde. Ook bij impressionistisch werk en specifieke vormen is dat goed te zien. Bij veel portretschilders zie je juist of het ambachtslieden zijn, of mensen die heel goed een portret kunnen maken, maar alle portretten in feite weinig variatie hebben. Ooit heb ik een jongetje op tekenles gehad, waarvan de moeder zei dat hij zo enorm goed kon tekenen. Ik zag een portret en dat zag er inderdaad erg goed uit. Tijdens de tekenles bleek die jongen in feite altijd het zelfde te tekenen, en door licht te variëren baarde oefening kunst. Toen hij iets anders moest tekenen en wij met techniek begonnen bleek die jongen niets te presteren. Perpectief lukte niet, een mens tekenen niet, eigenlijk niets.



Over Kunst wordt nogal eens met erg veel poeha gesproken. Ja, je kan ook verbaal nog een waarde toevoegen. Dat zie je terug in alle kunstvormen. Dat maakt ook de kunstkijker natuurlijk weer belangrijker. En daar niemand kunst echt definieert en er geen basis definitie is kan je er alle kanten mee op. Dat keert zich echter ook weer tegen de kunstwereld en maakt ook snel dat men kunst als elitair beschouwt.



In de Kunstkelder (Haarlem) hangt mijn werk de hele maand november (2015). Opvallend is dat er veel belangstelling is voor mijn serie Santpoort. Tekeningen van oude panden in het dorp. Leuk en realistisch getekend. Ambachtelijk correct. Toch is het geen kunst, want er zit eigenlijk niets van mijzelf in. De bezoeker lijkt dus te vallen op de herkenbaarheid en ziet dit werk (ook in het kader geplaatst) als kunst. Een kleine serie insecten trekt ook. Hier heb ik al meer mee gedaan. Een serie, van vier, met zwart-wit blokjes en dieren roept bij velen commentaar op:" lijkt wel iets op Escher", waarna men door loopt. En mijn olieverfwerken worden óf genegeerd, óf uitermate intens bestudeerd (en dan overigens ook meestal gewaardeerd).



Ja, kunst, het is een wat ongrijpbaar fenomeen. Je kan er heel wat kanten mee op. Het leidt tot, soms, eindeloze discussies. In ieder geval ben ik blij dat ik dit lustrum bij was en hoop er volgend jaar weer te zijn. Wel hoop ik dat de echte kwaliteit iets omhoog gaat, daar mijn indruk was dat er soms echte hobbyisten en zondagsschilders tussen zaten.

zondag 23 augustus 2015

In den vreemde; een jaar verder (52!!!!)!!!

In den vreemde: 52!, 1 jaar Turkije



Het is gelukt, het afgelopen jaar heb ik, gemiddeld, iedere week een blog over ons "nieuwe" leven geschreven. Een afspraak, welke ik met mijzelf heb gemaakt, om de "achterblijvers" te informeren over ons wel en wee, hier in Turkije. Een afspraak met mijzelf, maar wel omdat ik het ook als een soort verantwoordelijkheid heb gevoeld. Voor ons vertrek leefden veel mensen met ons mee. De zware tijd, de tegenslagen, maar ook de stap die wij maakten. Rigoureus en een open toekomst. Men bleef mee leven en ik was van mening in alle openheid dit met een ieder te delen. Uit diverse reacties heb ik mogen vernemen dat velen ook genoten hebben, dan wel de blogs gevolgd hebben en soms al uitkeken naar de volgende editie. Ik zeg niet, dat ik nu stop met deze serie. Wel breek ik vanaf nu mijn belofte het gemiddelde van een blog per week vol te houden. Ik schrijf, in deze serie, wanneer ik het gevoel heb iets te melden te hebben. Wat de interval gaat worden zal vooralsnog dus een verrassing blijven.



We zijn een jaar verder. Soms vraag ik mij af, of er zo veel gebeurt is in dat jaar, meer dan wanneer ik in Nederland was gebleven. Een antwoord wat ik altijd schuldig zal blijven. Natuurlijk ben ik niet iemand die op mijn kont blijft zitten. Of er zoveel meer, of minder, gebeurt zou zijn, zonder het vertrek naar Turkije, vraag ik mij dan ook niet zonder reden af. Het zal wel ongeveer gelijk zijn. Wel durf ik met enige zekerheid te stellen, dat mijn belevenissen en ervaringen bepaalt anders zijn, dan wanneer ik wel in Nederland was gebleven. Zeker ook een periode met veel meer onzekerheden en vele nieuwe zaken in het leven, dan wanneer ik mijn activiteiten in Nederland had vol gehouden.



Hoe kijk ik op het afgelopen jaar terug? Laat ik beginnen met het moment van nu. Nu, op dit moment voel ik mij goed, en durf zelfs te zeggen gelukkig te zijn. In ieder geval heeft het afgelopen jaar dit als uiteindelijk resultaat opgeleverd. Een geluksgevoel wat zeker niet los staat van onze recente verhuizing.



Ogen zijn geopend. Sommige mensen betichten mij van cynisme, anderen zien alleen het doorzettingsvermogen en ons optimisme. Een ieder kijkt met een eigen bril naar ons afgelopen jaar en hoe ik hier over geschreven heb. Toegegeven, door de afstand naar de Nederlandse samenleving ben ik er anders naar gaan kijken. Ook het vergelijk tussen beide samenlevingen heeft ogen geopend. Dat heeft zich soms geuit in een kritische opstelling, ik heb zelfs afgegeven op de Nederlandse samenleving en politiek. Ondanks de Turkse politieke situatie ben ik ten opzichte van het leven hier wellicht juist wat milder geworden. Toch heb ik mij het afgelopen jaar niet alleen gebezigd met het politieke klimaat en de effecten hiervan in beide landen. Integendeel, de politiek trachtte ik juist zo ver als mogelijk van mij af te houden, iets wat met enig realiteitsbesef niet erg haalbaar is. Ik ben vooral bezig geweest met "leven". Het eerste half jaar was dat moeilijk en was er veel sprake van stress. Overigens wel een soort indirecte stress. Na de verkoop van onze woning viel de stress weg en kwam er ruimte voor ontspanning en het makkelijke omgaan met situaties. De BMW is daar een goed voorbeeld van. In feite hing er wel iets ernstigs boven mijn hoofd, maar ik kon er eigenlijk niet meer echt warm of koud van worden. De gedachte dat het wel een keer opgelost zou worden woog het sterkste. En zo geschiedde.

We leven in Turkije en willen ook leven in Nederland. Het eerste is goed gelukt en geregeld. Het tweede is en blijft een hopeloos verhaal. Een urgentieverklaring krijgen wij niet voor elkaar (we hebben er wel alle redenen toe), woningen zijn nauwelijks voor handen en dat we in het buitenland zitten maakt het alleen maar moeilijker. Of Nederland van ons af wil...  Een ieder kan zich toch wel een beetje voorstellen, dat ik hier enigszins cynisch van word? Formeel ben ik dakloos in eigen land... Ook de perikelen rond de zorg en het WMO verhaal gaan gepaard met een wederkerige hopeloosheid en moedeloosheid. Wanneer ik denk aan Nederland, denk ik direct weer (of nog steeds) in problemen. Gelukkig is mijn gedachte aan Nederland alleen op de achtergrond aanwezig en in voorkomende gevallen. Desalniettemin blijf ik bevestigen dat wij niet geëmigreerd zijn en dit ook niet wensen, volgens de definitie van emigreren.



Een jaar verder. Een ander land, een andere cultuur. Min of meer abrupt hebben we de stap gezet. Vol bepakt reisden wij af. Later realiserend niet goed nagedacht te hebben over de bagage. Tijdens de reis al werd onze kat (Kato) onderdeel van het gezin, nadat ze een paar jaar gescheiden woonde op de eerste en tweede etage. De reis was lang, maar goed, de laatste dag echter slopend. Het bleek de warmste dag van het jaar. En dan kom je bij een huis aan, "jouw" huis, wat wij alleen van enkele foto's kenden. Leeg. Met onze bagage konden we zitten en slapen, koken en eten. Binnen een week hadden we van oude materialen een eerste summiere inrichting. Het was werkelijk een nieuw begin. De eerste maanden was een vorm van luxe kamperen.

Na het vertrek van onze logee kwam een grote tegenslag; mijn geliefde werd ziek. Enkele weken reed ik op en neer naar Fethiye om bij haar te zijn, tot ze naar Antalya moest voor een operatie. Zij lag in die vreemde ziekenhuizen, ik zat in een kil huis. Na uitvoerig overleg heb ik mijn reis naar Nederland door laten gaan. Het was geen fijne week, ondanks blij te zijn een hoop vrienden en bekenden weer te spreken. En plots mocht Reina naar huis, noch voor ik terug in Turkije was. Behalve kil werden de avonden ook koud. Met hulpmiddelen wisten wij het behaaglijk te maken. Vanaf dat moment werd het huis stapje voor stapje meer en meer een woning. Maar het beviel ons ook niet, in meerdere opzichten.Het werd niet "eigen".

Vanaf december zijn wij ons gaan oriënteren voor een andere woning en ondertussen was onze aanvraag voor verblijf in behandeling. Allemaal spannende zaken, daar wij nog onvoldoende bekend waren met alles hier. Toch wisten, en weten, wij alles te regelen, wat geregeld moet worden.

De winter zijn wij goed door gekomen. Ondanks dat het voor dit gebied een strenge winter was zaten we regelmatig 's ochtends in het zonnetje koffie te drinken. Ik tekende erg veel en schilderde regelmatig. Dagen vlogen om. Tussendoor werden wij stevig geconfronteerd met de financiele problemen in Nederland. Juist toen het verkeerd af leek te lopen verkochten wij ons huis, al was de opbrengst teleurstellend, het had erger kunnen zijn. Ondertussen bouwden wij hier een bescheiden kennissenkring op en werd het leven vertrouwder. Ondanks de taalbarrière konden wij de weg telkens beter vinden. En toen ook deze woning eindelijk echt in zicht kwam leek de toekomst zich positief te ontwikkelen. Wij bleven voorzichtig om teleurstellingen te voorkomen. Die hadden wij inmiddels ruim voldoende mogen verwerken. Er was wel werk aan de winkel. Doordat er eindelijk ook een beetje financiele armslag was konden wij ons enkele aanschaffen permitteren. Ondertussen bleek de BMW een steeds duidelijker probleem te vormen, de reden dat wij al snel een andere auto hebben gekocht, op Turks kenteken. Inmiddels zijn hier alle problemen opgelost en bewegen wij ons tevreden in ons nieuwe huis. Je kan wel stellen, dat wij in Turkije gesetteld zijn, wat in Nederland maar niet lukt. Op zich een vreemde situatie.

Ons oudste hondje, Peppa, is inmiddels overleden, hebben we nu vier kippen (twee hanen en twee hennen) en is er een tweede kat (Jennah), die bij de woning hoorde. Reina wil nog een geit... Verder scharrel ik heerlijk over het terrein, zorg voor de plantjes en geniet van het zijn hier. Vergeleken bij de dag dat wij in Göcek aan kwamen en de dag, een jaar later, is er duidelijk sprake van een wereld van verschil, in heel veel opzichten. En zeker niet alleen in praktische zin. Misschien zit het grootste verschil wel in mijzelf. Niet dat ik een ander mens ben geworden, integendeel, ik blijf echt wel, wie ik ben. Het is dat ik dichterbij mijzelf ben gekomen. Makkelijker, minder neurotisch en zeker minder stress. Laatst vroeg iemand mij wat mijn plannen nu zijn. Met enige verbazing merkte ik helemaal geen plannen te hebben. Ik laat Gods wateren over Gods akkers vloeien. Okay, ik heb een ticket geboekt voor de Kunstlijn Haarlem, maar verder... Ik zie wel. Misschien zit ik over een jaar weer in Nederland. Alhoewel ik mij niet meer kan voorstellen voltijds in Nederland te wonen. Alles is mij te bekrompen, te geregeld en netjes en veel te veel op elkaar. Nee, verspreidt over het jaar houd ik het daar echt niet langer dan een maand of vier per jaar uit. Wat dat betreft ben ik wél veranderd. Ondanks dat ik al heel lang Nederland (deels) wilde verlaten heb ik de stap nimmer gezet. Angst, onzekerheid, maar nu is de stap vrij spontaan gezet. Ik heb daar het afgelopen jaar geen seconde spijt van gehad. Straks weer lekker tekenen en schilderen. Ik laat de toekomst wel komen. Ik hoop natuurlijk wel nog een forse toekomst voor mij te hebben. Ondanks mijn psychische wel bevinden heb ik mijn fysieke klachten; de hernia. Toch ook fysiek voel ik mij beter hier.



Het klinkt waarschijnlijk erg overdreven, maar toch heb ik hier een soort gevoel in het Paradijs te zijn. En gelukkig biedt dit paradijs ook wel eens een mindere dag, of kleine problemen. Echter dat alles weegt niet op tegen het goede gevoel. En helemaal niks negatiefs maakt het leven waarschijnlijk alleen maar saai. Wel, mijn leven is verre van saai! Iedere dag begint, maar je weet nooit hoe deze eindigt. Zo ook dit avontuur, we weten niet hoe het eindigt, edoch voorlopig blijven wij van dit avontuur genieten. Met volle teugen! In ieder geval beloof ik over een jaar weer een dergelijke blog, als deze te schrijven. Wat dit inhoud zal zijn is nu absoluut niet voorspelbaar. Hier heb ik geleerd; het leven is niet voorspelbaar en dat maakt dat we wegen zoeken het leven optima forma te ondergaan. We zien wel, maar nu schrijft een gelukkig mens.... Onze stap heeft iets goeds gebracht!

vrijdag 21 november 2014

in den vreemde; even terug (19)

In den vreemde; even terug (19)

Wanneer je in een ander land woont, of langdurig verblijft, ga je af en toe ook terug naar Nederland. Dat doen we allemaal. Bijzonder is, dat was eerst gewoon was, blijkt nu heel anders over te komen. In feite is je vroegere thuis nu een soort vakantiebestemming.

In verband met de Kunstlijn Haarlem was ik even in Nederland.  Dat was een hele aparte beleving en zeker niet wat ik verwachtte. Meestal viel mij na een vakantie wel op dat Nederland proper is en een “hekjesland”. Nu kwam het op mij over als een dichtbevolkte mierenhoop.  Overal drukte en stress. Alles en iedereen was in de weer, moest en deed. Wat wij hier aan bomen hebben, staat in Nederland vol met bouwwerken. Soms wat groen er omheen, maar wat je vooral ziet is steen.  Ondanks dat ik amper twee maanden weg was kwam het land als afstandelijk, koel en snel over. Snel in de zin van erbij willen horen, koel, vanwege het naar binnen gekeerde van alles en afstandelijk vanwege de uitstraling zoals ik die voelde.
Laat ik wel voorop stellen dat ik door de meeste mensen heel warm en hartelijk ben ontvangen. Ook was ik blij een heleboel mensen weer te zien. Het enige wat mij in Turkije bezig hield, voor ik terug ging, was het gemis van de contacten, de vrienden, de mensen om mij heen.  Verder was ik weinig met het land zelf bezig. Het deed mij niet veel en bracht mij geen verlangen. De warmte van de mensen deed mij goed, alhoewel ik heel veel mensen heb gemist en ook onverwachte contacten had. Het is altijd plussen en minnen. Dus, de volgende keer poog ik ook de u verwaarloosde mensen te zien en te spreken.
Behalve de mensen voelde ik weinig… Dat wil zeggen, geen binding, geen affiniteit. Alles was niet alleen vol en druk, maar ook zo geciviliseerd. Zo over geregeld. Zo reed ik een paar keer door Haarlem. Dan zie je alle vormen en maten van koffiecorners.  De Espresso bar, Starbucks, koffie zus, koffie zo. Allemaal even trendy en glad ingericht. De meesten nog druk ook. Daarnaast viel het grote aantal designwinkels op. Alles wat ik zag en tegen kwam leek zich te richten op het perfecte, de trends en men doet vooral zijn best erbij te horen. Bij die gladde en snelle, doch enigszins inhoudsloze, wereld. Ondertussen zie je dan bepaalde winkels niet meer. Opgehouden te bestaan. Anderen, zoals beddenzaak Astrid, waren bezig zich op te heffen.

In het kader van de Rode Loper (onderdeel van de Kunstlijn) kon ik werk op hangen bij Sunbeds. Om te beginnen was het moeizaam communiceren tot mijn komst. Toen bleek de eigenaar allerlei wensen en ideeën hebben. Die man had duidelijk de ballen verstand van kunst en volgens mij interesseerde het hem ook geen bal. Bruine mensen, dat interesseert hem. Weer dat gladde, modernisme. Het enige wat hem wel interesseerde was hoeveel mensen mijn werk extra zouden aantrekken en dan ook vooral zo dat men de winkel in kwam.  Het liefst keerde ik direct rechtsomkeert… maar dat ging te ver. Ik kwam wel mede hierom uit Turkije en bovendien werd mijn naam (verkeerd gespeld overigens) in de speciale krant van de Kunstlijn vermeld.

Mijn werk hing verder in Oud Velsen, waar ik mij zelf ook op hield tijdens de openingstijden. Een leuk dorp maar dan ook direct weer een soort museum. De eerste keer werd ik ook nog eens gehinderd omdat Goede Tijden Slechte Tijden (GTST) daar hun buiten opnames maken, en dus ook die dag.

Nee, van de zogenaamde perfectie werd ik niet goed. Dat beviel me niet, ik ben het ontgroeid en daar ben ik eigenlijk wel blij mee.