Posts tonen met het label Turk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Turk. Alle posts tonen

maandag 29 juli 2019

Dubbele nationaliteit


Ondanks dat we onszelf schetsen als een moderne natie zijn we niet onbekend met rare kronkels in de Nederlandse wetgeving. Kronkels, waarbij vraagtekens gezet kunnen worden bij gelijkheid en gelijke behandeling.
Zo mag een Nederlander geen dubbele nationaliteit bezitten. Vreemd, want veel Nederlanders bezitten wel degelijk een dubbele nationaliteit… Met name mensen van niet origine Nederlandse afkomst en geboren Nederlanders van een opeenvolgende generatie waarvan voorouders uit bepaalde landen komen. Marokko en Turkije zijn hier voorbeelden van. Iedereen met Marokkaanse of Turkse routes krijgt de nationaliteit van dat land.  Maar ook zijn er west Europeanen met dubbele nationaliteit, daar niet in ieder Europees land een dubbele nationaliteit verboden is. Een “echte” geboren en getogen Nederlander daarentegen wordt de Nederlandse nationaliteit afgepakt, wanneer men een andere (tweede) nationaliteit aan neemt.
Hier klopt iets niet. Misschien is hier wel sprake van discriminatie, of in ieder geval van rechts ongelijkheid. De autochtone Nederlander is in dit geval de gediscrimineerde persoon. In feite moet de overheid de rigide regeling los laten of versoepelen, dan wel consequent invoeren. In dat laatste geval betekent dat geen Turk of Marokkaan ooit nog de Nederlandse nationaliteit kan bezitten.  Of dit wenslijk is vraag ik mij af, los van praktische uitvoerbaarheid van een dergelijke wettelijke correctie. In dat geval is het reëler te stellen dat een Nederlander wel degelijk een dubbele nationaliteit mag en kan hebben.  Wat mij betreft zou dit dan ook de oplossing moeten zijn.
Heb ik hier persoonlijk behoefte aan? Neen! Nu maakt het mij op zich weinig uit welke nationaliteit ik heb. Mijn nationaliteit zit van binnen en is niet vastgelegd in een document. In mijn hart voel en ben ik Nederlander. Echter, kijkend naar hoe de overheid met mij om gaat valt er een stuk identiteit weg en voel ik mij soms bijna een ongewenste Nederlander. In eerste instantie ben ik een wereldburger, mij realiserend dat overal op de wereld culturen en politiek onderling sterk verschillen.  En natuurlijk is het leuk wanneer Kuiswijk de derde plaats in de Tour binnen haalt, het vrouwenvoetbalelftal de tweede van de wereld is en Max Verstappen het goed doet. Maar dat heeft niets met mijn paspoort van doen. Het paspoort en het Nederlanderschap is een administratieve regeling. Het ware gevoel zit in mijzelf.
Een nationalist ben ik niet. Nederland mag van mij zelfs opgaan in een staat Europa. Toch voel ik mij Nederlander. Door de taal en cultuur, maar ook door mijn persoonlijke verleden is dit gevoel ontstaan. Misschien zijn Friesland en Limburg voor mij al geen Nederland. Op zich doet dat er niet toe. Voor mij is er dan ook geen enkel probleem dat Nederland multicultureel is. In tegendeel, het is waarschijnlijk een van de aspecten waardoor ik mij Nederlander voel. Nee, puur geografisch is een nationalistisch gevoel natuurlijk in feite pure onzin. In dat kader zie ik dat hele Brexit verhaal ook als iets heel achterlijks. Iets naïefs…
Sinds vijf jaar woon ik in Turkije. Ik mis steeds meer van de “westerse” cultuur. Soms zeg ik: het is hier geweldig, binnen de hekken van het erf. Daarbuiten is een andere wereld. Ik blijf altijd aan de zijlijn van de cultuur alhier staan, maar ik respecteer het wel. Om die reden kan ik hier op zich goed leven, maar ik mis dus teveel. En niet alles is onder woorden te brengen. Voor mij ook geen enkele gedachte een Turkse (of dubbele) nationaliteit te wensen. Maar, dat ik persé in Nederland wil wonen; dat is niet het geval. Wel is de behoefte in een meer aan mijn oorspronkelijke cultuur passende omgeving te zijn.  Toch realiseer ik mij dat mensen soms een sterkere behoefte hebben hun identiteit om te willen zetten in een geregistreerde nationaliteit. Desondanks bén je toch anders. Een Engelsman met de Turkse nationaliteit blijft in heel wat opzichten die Engelsman, en er blijven tal van verschillen met de autochtone Turk. Omgekeerd is dat ook. Nederlandse Turken worden (zelfs bij de derde of vierde generatie) veelal toch als Turk gezien. Een dergelijk proces duurt vele generaties. Ook daarom is in mijn beleving de “papieren” nationaliteit iets waar we makkelijker mee om kunnen gaan. Je ware “ik” zit in jezelf. De andere kant is dat sterk nationalistische gevoelens ook niet meer van deze tijd zijn. We kunnen ons erf niet mee afbakenen. Misschien is dat deels een kracht van een echte Nederlander; tolerantie en acceptatie. Helaas zijn er stromingen die mensen angsten aanjagen, waardoor groepen minder tolerant worden en zelfs sterker gaan discrimineren. Toch heeft dat niets te doen in de discussie van nationaliteit en dubbele nationaliteit. Die discussie moeten we niet verwarren. Laat men toch, wanneer men een dubbele nationaliteit wil. Een vorm van vrijheid! Voor mij persoonlijk is het echter geheel geen item…

zondag 25 september 2016

In den vreemde; de Turkse man (63)

Het is alweer een tijdje geleden, dat ik mijn laatste blog schreef. En de laatste blogs gingen vooral weer veel over ellende en nare mensen. Daarom nu maar eens een blog over gewone mensen. Turkse mensen. Vooral de Turk. Hiermee doel ik op het mannelijke deel van het Turkse volk.

In Turkije is er sprake van gelijkheid tussen man en vrouw. Gelijkwaardigheid is een term die hier beter past, want er zijn wel erg veel verschillen tussen de mannen..., en vrouwen. Om iets over de Turkse man te kunnen schrijven iets over het gezin. Veel Turkse mannen hebben namelijk een gezin. Binnen dat gezin is de man absoluut geëmancipeerd. Of de vrouw... Ach, beiden hebben zo hun taken, volgens de Turken eerlijk verdeeld. Dat moet je dan ook maar niet in twijfel trekken. Trouwens, je ziet het op straat. De Turk loopt naast zijn vrouw, zelfs naast zijn schoonmoeder. Wel op voorwaarde dat de Turk niet alleen loopt. De Turk zie je het meest alleen lopen, of samen met Turken, die ook alleen lopen. En daarmee komen wij uit op het specifieke van de Turkse cultuur, de man in het bijzonder. Volgens de Turkse opvatting gaat de man zijn gang, vooral buitenshuis. De vrouw is meestal in en om het huis te vinden. De man niet. Die gaat de wereld ontdekken, netwerken, zich nuttig maken. Het zit dan ook dagelijks vol bij de theehuizen. Alleen mannen. En ze spelen domino of Back-Gammon, al heet dat hier anders. En zitten ze niet in het theehuis, dan hangen ze ergens anders nuttig te lantefanteren. Daarbij bestaat de indruk dat tachtig procent van de Turkse man niet (meer) werkt. En voor veel van de werkende mannen is geen werk..., lees: geen klanten, dus spelen ze hun spelletje. Ik mag die jongens wel... Ze hebben een geweldige opvatting over hun eigen productiviteit. Uitzonderingen daar gelaten, maar daarom zijn het ook uitzondering.
Dat de Turk een hard werkende man is laat geen twijfel. Dat deel werkt echter zo hard, dat je ze nauwelijks ziet. Ja, op zondag, wanneer zij hun kinderen uit laten.

Inmiddels ken ik een aantal Turkse mannen, vrijwel allen getrouwd. Grappig, want bij allen zie ik het zelfde beeld: de man gaat zijn eigen gang. Dat houdt ook in dat ze veel van huis zijn, niet zo graag aan sociale activiteiten in de thuissituatie mee doen, maar buiten de deur altijd voor iedereen klaar staan. Thuis blijven de meeste zaken, vooral klussen, eindeloos liggen. Ook zijn de Turkse mannen macho's. Trots, slagvaardig, fier en populair. Dat laatste is vooral een inzet, veelal zonder dat dit in realiteit tot realiteit leidt. Eigenlijk zit er dus heel veel humor in die kerels.
En de vrouw..., de vrouw wordt aan haar lot over gelaten. Ze zit thuis, doet boodschappen, of haalt en brengt de kinderen van en naar school. Maar, ze worden niet als mindere behandeld, noch als slavinnen. Nee, het lijkt er soms wel op dat affiniteit tussen man en vrouw een niet bestaand begrip is in deze cultuur. Daar draait het om. De affiniteit lijkt te ontbreken, waardoor man en vrouw hun weegs gaan. De man doet dat naar buiten, zij vooral naar binnen. Daarbij is de man wel erg beschermend. Nu is eerwraak iets wat in deze cultuur bestaat, of bestaan heeft, maar dat is wel verklaarbaar. De man is gelijkwaardig en superieur gelijk aan de vrouw. Eer is een zeer belangrijk aspect voor de Turkse man. Misschien wel hét belangrijkste, alhoewel ik niet in de overtuiging leef dat de meeste Turkse mannen überhaupt besef hebben van eer en eerwraak. Het is er gewoon, daar hoef je verder niet over na te denken. Misschien ligt er ook een relatie met hun narcisme. Immers, de meeste Turkse mannen zijn narcistisch.
Tja, er gaan nogal wat oordelen over de toonbank, maar verdomd, het is echt aan de orde. Dat is op veel plaatsen te zien, tot in de hoogste politieke regionen toe. In heden en verleden. En een feit is, de Turk heeft het goed voor elkaar. Toch ben ik blij een Hollandse jongen te zijn. Met Hollandse opvattingen en mijn Hollandse mentaliteit, in de ogen van de Turkse man ben ik maar een mietje. Nou, dat bevalt mij dan mieters... En toch mag ik die kerels wel, al wil ik zelf nooit zo worden.

zondag 17 mei 2015

In den vreemde; de nacht (37)

Over dieren in de nachtelijke uren heb ik reeds geschreven. Het orkest, waar we inmiddels redelijk aan gewend zijn. Met uitzondering van blaffende honden, zoals recent toen het hondje aan de overkant loops was. En soms, wanneer een straatbende honden zich voor ons huis ophoudt.

Nu de nachten weer minder koud, dan wel aangenaam, zijn, lijkt het onderscheidt tussen dag en nacht deels te vervallen, wat betreft menselijke activiteit, dan wel de geluiden welke zij voort brengen. Desalniettemin zijn er tal van verschillen. De grootste wellicht is dat de bevolking van de nacht bijna geheel uit mannen bestaat. Uitzonderingen zijn blondines, meestal in hotpants of korte rokjes, die (vrijwel altijd stevig aangeschoten) met "iemand" mee lopen....



Mijn nachten zijn onrustig en zeer frequent verlaat ik het bed. Op zeer verschillende tijden tussen een uur of een en de vroege dageraad, rond een uur of zes. En altijd is er activiteit... Natuurlijk is het niet prettig iedere nacht op te zitten, maar gelukkig geeft het ook weer de nodige inspiratie. En wat dat betreft gebeurt er genoeg. Alleen, in een grote stad kan ik mij al die activiteiten voorstellen, maar in een relatief klein Turkse toeristische badplaats... De nachten in een stad als Haarlem zijn nog rustiger, dan wat zich hier allemaal af speelt.

De duistere kant van de activiteiten inspireert mij. Laatst. Stapvoets rijdt een auto langs. Stopt en doet de motor uit. In de auto wordt luid gelachen. Dan stappen twee jongens baldadig en luidruchtig uit. Net buiten mijn zicht houden zij zich op bij het bankje. Het lijkt of daar nog iemand is. Dat blijkt niet het geval. Na enkele minuten gaan de jongens weer in de auto zitten. De volumeknop gaat open en Turkse popmuziek schakt door de straten, vermengd met hanengekraai en honden geblaf. Dan gaat de knop iets zachter. Meerdere nummers worden voortijdig weggedraaid. Dan starten ze de auto en kruipen verder. Net buiten zicht stopt de BMW weer. Muziek. Stilte. Dan opeens een loeiende motor en met gierende banden verdwijnt de auto... Even later herken ik het geluid van de auto, die de rondweg als circuit lijkt te gebruiken. We zijn een kwartiertje verder, maandag nacht rond vier uur.

Een andere nacht. De hele tijd zit iemand te praten, duidelijk alleen. Met een mobiel dus. Een eindeloos gesprek, vanuit de speelplaats, annex openbare fitness. Überhaupt zie je hier (en hoor je hier) veel lui bellen. Op de brommer, lopend, in de auto, op bankjes, in de ochtend, middag, avond en 's nachts. Bij voorkeur dragen ze een mobiele telefoon in (onhandig) pocket formaat. Groot is belangrijker dan praktisch.



In de nachtelijke uren verbaas ik mij niet meer. Diverse auto's passeren geheel zonder enige verlichting te dragen. Daarnaast een redelijk aantal zonder voor verlichting, terwijl achter alles keurig brandt. Ik vernam eens dat er nog heel wat Turken zijn, die denken dat je dan zuiniger rijdt, of de accu langer vol blijft. En zien is niet zo belangrijk als gezien worden. Ondanks dat ik geen verklaring voor deze vreemde wijze van het dragen van de verlichting heb, verwijs ik dat andere naar het land der fabelen.

Makkelijker is iets te bedenken bij de gasten die juist opvallend licht voeren. Een brommer met een blacklight onder het stuur. Een andere brommer geflankeerd met blauwe neonverlichting. Xenon lampen op een scooter. Felle LED boven je nummerbord. Rode, blauwe, gele koplampen. Oranje peertjes aan de zijkanten. En, wat ik wel ken uit Amerikaanse documentaires, bodemverlichting in diverse erotiserende tinten. Met name bij de auto's met bijzondere verlichting is er altijd wel een lampje kapot. Vaak zit er ook nog een muziekinstallatie ingebouwd, die in een bescheiden concertzaal niet zal misstaan. Bij sommige typen denk ik wel eens, dat de wagen alleen vooruit komt door het gedreun van de bassen. Met name wanneer het een oude Tofas betreft is het mogelijk nog een reële gedachte ook.



Naast het gemotoriseerde vervoer hebben wij het voetvolk. Vaak 's nachts slenterend en luid discussiërend. Wanneer de discussie hoog op loopt blijven ze staan. Of het nu pal voor een woning is, maakt niet uit. Iets wat regelmatig voor komt. Maar ook wanneer men zicht alleen door het nachtelijk duister voort beweegt is stilt de mens vreemd. Of het overdag, avond, dan wel midden in de nacht is, luid telefoneren  is een bezigheid waar men hier altijd mee uit de voeten kan.

Rond de klok van half vier is er een vaste passant. Een man op een fiets met een mandje voorop, zonder spatborden, zonder licht. Steevast rijdt hij aan de andere kant van de weg. Rijden... Het beweegt voort. Iedere keer verwacht hij dat hij tegen de grond kwakt. Een zeer laag tempo en ook de breedte van de rijbaan heeft hij regelmatig nodig, alhoewel anders de hoge trottoirrand een obstakel kan blijken. Bijna tot mijn teleurstelling verdwijnt hij telkens al fietsend uit mijn blikveld.



Voor zover ik mij herinner heb ik al eerder melding gemaakt van het ritueel der dienstplichtigen. Die jongens rijden in een auto, waar een grote Turkse vlak vastgeklemd zit tussen boven en onderzijde van de vijfde deur, dan wel de motorkap. De laatste avond scheurt het, luid claxonnerend, door het dorp. Maar dat doet zo'n vogel niet alleen. Nee, een hele schare auto's volgt, luid en nog luider claxonnerend. Het eerste rondje verloopt nog enigszins ordelijk, maar naarmate de nachtelijke uren vorderen wordt het steeds meer een rijdende chaos. De jongens zijn trots dat ze Turk zijn het het land mogen dienen. De meesten van hen komen niet verder dan ondergeschikte baantjes in een armzalig bestaan... Er komt ook niemand zo uitbundig uit het leger; ik ben trots, ik heb het land gediend... Nee, in dertien maanden is de krenking te groot om met een zelfde luidruchtigheid terug te keten in de burgermaatschappij.



Hoe triest velen de nacht ervaren, hoe enorm geniet ik van de verrassingen, wanneer de zon ver uit het zicht is, het nadeel is natuurlijk mijn onvolkomen slaapgedrag, maar mijn observerende bezigheden compenseren absoluut.

vrijdag 16 januari 2015

De Olijfboom

"Hé, ken je niet uitkijkeh? D's is genoeg voor allemaal hoor. Je hoeft te dringen, stomme mus." "Ik ben geen stomme mus, maar een doodgewone vink. Domme duif..." De vink hupte over het pad, tussen het fietswiel door en pikte een sappige olijf van de grond. Opgaand in de smulpartij liet hij de duif voor wat ie was. "Noem je mij een domme duif? Hallo, ik ben een Tortelduif, ja!" Maar de duif kon het net zo goed tegen het fietswiel hebben. De vink zat alweer een eindje verder, nog steeds te smullen van de zwarte olijf.



Het was inderdaad druk, onder de olijf. Dat begint wanneer de kleine vogels weer uit de bergen naar beneden vliegen, de tijd ook dat de eerste olijven van de boom vallen. De Turkse Tortel blijft het hele jaar beneden. Hij kan de hitte wel hebben, en bovendien is hier altijd wel een kostje bij elkaar te scharrelen. Zoals bijvoorbeeld bij de olijfboom. Die boom staat in een tuin van een huis. Bij een poort met een dakje erboven, daar zit de Turkse Tortel graag. Dan overziet hij alles en kan hij bovendien alles een beetje in de gaten houden. Het vrouwtje van de Turk zat ook beneden op de grond, toen de Turk weer een keer op het dakje zat. De vink hupte om het vrouwtje heen, nog steeds druk in de weer met die enorme olijf.

"Kijk meissie, daar ligt nog een lekkere olijf. Wel jammer dat die dingen wel rijp worden, maar dat je er nooit tipsy van wordt, zoals bij sommige andere vruchten." De Turk kon vreselijk ouwehoeren en deed dat dan ook vooral vanaf het dakje. Af en toe daalde hij af naar de grond, voor een olijf. Maar die dingen vulden best en bovendien wilde Turk ook wel andere dingen eten. Zoals even verderop. Zo'n dier op twee lange poten had daar brood gestrooid. Ook lekker. Maar wat gebeurde daar? Er kwamen nog drie, mannetjes,  Turkse Tortels aangevlogen en begonnen op de grond olijven te pikken. Nu was dat niet zo erg, maar een van die rotkerels ging achter zijn meissie aan. "Hé, idioot. Wil je wel effe bij me meissie weg blijven! Als de donder, ja! Je weet dat wij, tortels, ons eigen wijfjes hebben, en dan kom je niet aan die van een ander. Vreet door aan die olijven, of rot op!" De tortel in kwestie leek niet te luisteren, waarop Turk van zijn dakje af kwam en die vreemde snuiter weg wilde jagen. Maar, dat was niet nodig. Met veel bombarie kwam een wit mormel op vier pootjes aangerend. Een hondje, wisten de vogels, en allen kozen snel het luchtruim. Je kon maar nooit weten met die honden.



Nadat het hondje uitgeblaft was en de olijfboom weer achter zich had gelaten kwamen de vogeltjes weer terug. Een voor een, de mussen als eerste. Het hele clubje hupte over het cement, zeven stuks. "Lekkere olijven, lekkere wijven," grapte de lolligste van de groep. Ach, die mussen hadden altijd wel lol met elkaar. Ah, daar kwam ook het roodborstje. Nou, die mussen en het roodborstje kenden elkaar wel. De meeste vogeltjes kenden elkaar wel. Bijna allemaal waren ze iedere winter hier beneden en troffen zij elkaar bij de olijfboom. Turk was ook bij iedereen bekend, maar die namen ze niet zo serieus. Die lulde te veel, en vooral een hoop onzin. Wat de vogels wel vervelend vonden waren die witte hondjes. Behalve dat ze zo veel drukte maakten, hadden ze ook weinig contact met elkaar. De vogels keken dus wel een beetje uit voor de honden. O ja, en de kleine vogeltjes keken ook uit voor die ene gaai. Maf beest, hij had een zwart plekje op zijn kop. Een van de mussen had een keer gehoord dat het een "gaai met keppeltje" was. Nou, dat zal wel, maar gaaien waren niet te vertrouwen. Net zo min als de roeken en raven. Maar de roeken en raven hielden niet van olijven. De gaai daarentegen lustte er soms wel eentje.

Het was meestal wel gezellig, onder de olijfboom. Ja, welk vogeltje wilde niet zo een heerlijke olijf, waar ook nog lekkere olie in zat. Hartstikke goed voor je; onverzadigde vetzuren. Of waren ze juist verzadigd? Het koolmeesje wist niet meer precies hoe het zat. Maakte niet uit. Hé, de kuifleeuwerik. "Zo rare kuifsnuiter, ben je verdwaald? Ga je ook opeens van de olijven eten? Jij eet toch hele andere dingen? Wat mot je dan hier?" Het mag duidelijk zijn, dat Turk weer op zijn dakje zat. De andere duiven bleven nog weg, waardoor het juist druk was met de kleine vogeltjes. Zo ook een kleine plevierachtige. Die kende Turk eigenlijk niet zo goed; "jij daar, met dat ranke lijfie en je zwarte kop, jij hoort toch op het strand thuis? Nou zit jij hier ook al aan de olijven. Ga lekker krabbetjes in het zand zoeken." Het vogeltje keek omhoog en vloog daarop maar weer weg.

In de tuin wemelde het van de kleine vogeltjes, zoals puttertjes en een tjiftjaf. Maar de meeste van die vogeltjes hielden niet van de olijven. Maar goed ook, want de boom had dit jaar niet zo heel veel vrucht gedragen. De olijfboom was al oud. Bovendien was ie slecht gesnoeid. Ja, de boom had ook al heel wat mee gemaakt. Ooit stond ie vrij, maar nu groeide hij tegen het afdakje aan. Het was wel gezellig, dat ieder jaar al die vogel kwamen snoepen van zijn olijven. Pas laat in het jaar plukte de mensen zijn olijven. Als ze zwart waren, want dan kon je ze goed eten. De vogels waren minder kieskeurig. Die aten alle olijven, van groen tot bruin, ook al waren ze half aan het weg schimmelen.

"Kijk, dat is een lekkere olijf. Mag ik die?" vroeg een mus aan de andere mussen. "Ja hoor, neem maar lekker. Je kan nog wel wat vet gebruiken." De kleine mus stortte zich op de smakelijk ogende vrucht. Daar kwam de vink weer; " hoi luitjes. Nog nieuws vandaag? Waar is Turk trouwens? Nou ja, kan ik weer even rustig wat olijfjes knabbelen." Iedereen kende de tortel als "Turk". En alle vogels kenden hem, maar hij was net weer even weg gevlogen. Hij ging zeker op zoek naar zijn vrouwtje. Oeps, daar rolde een lijf onder de band van de fiets. Ja, er stond opeens een fiets tegen de olijf. Toen ze van de berg kwamen. Het was allemaal anders hier. Op zich hadden de vogels daar niet zo veel last van, de olijf stond er gewoon nog en liet keurig zijn vruchten op de grond stuiteren. Voor de vogels was meer dan genoeg. Een mus probeerde de olijf onder de fietsband weg te pikken. Die zat behoorlijk klem.

" Dat gaat je niet lukken vriend," sprak de kuifleeuwerik. "Je snavel is te kort en te bol. Kijk met mijn snavel heb ik hem zo." De leeuwerik duwde de mus opzij en pikte de olijf, zonder al te veel moeite, met zijn snavel op. Hij rolde het zwarte balletje een eindje opzij en begon er lekker aan te sappelen.

Maar lang duurde de relatieve rust niet. Daar kwam Turk weer aan, samen met nog vijf tortels, twee vrouwtjes en drie mannetjes. Turk zat nu ook op de grond. En van de andere mannetjes ging achter een van de vrouwtjes aan. Het andere vrouwtje werd met rust gelaten. Zij was ook vrij dik. " Ja, mijn meissie heeft een lekkere volle buik. D'r zitten weer allemaal eitjes in. Straks word ik weer vader. Nou, ik ken goed voor d'r zorgen hoor. Ieder jaar hebben we weer van die kleine mormels. Ik vind er niks an. Maar ja, je telt wel mee als duif, wanneer je weer een meissie heb. En kijk nou, het is toch prachtig, zo'n dik wijffie. Zeg nou zelf..." Tja, Turk zat weer op zijn praatstoel. Zijn vrouwtje zat aan de olijven. Tussen alle drukte door hield zij zich plat, waardoor ze nog dikker leek. Een paar jaar geleden hadden ze hun nest in de olijfboom. Dat was niet zo goed bevallen.



De olijfboom stond er vredig en tevreden bij. Hij genoot wel van Turk. En trots als ie was, dat al die vogels zo genoten van zijn vruchten. Vooral het vrouwtje van Turk, die straks jaar eitjes zou leggen, gevoerd door zíjn olijven... Het was weer een mooi seizoen!