Achter het grote venster. Het lijkt een beeld, door het tweede raam zie ik de staart zachtjes heen en weer gaan. Een hond, boxer waarschijnlijk. Niemand thuis en de hond staat waarschijnlijk uren door het venster alle bewegingen te observeren. De hond boft, hij heeft nog uitzicht en er beweegt van alles.
Dagelijks zie je het. De voordeur opent zich. Een hond, groot of klein, beweegt zich stapvoets naar buiten. Al snel zie je de strak gespannen lijn. Een moment later het baasje. Gehuld in een stevige jas, in de loop de deur dicht trekkend. Ons huisdier wordt weer uitgelaten. Een kwartier, half uur, uur misschien, of een snelle plas en poep vanwege het slechte weer? Twee keer per dag, of drie?
Veel tijd zit onze trouwe viervoeter binnen vier muren. Regelmatig alleen, afhankelijk van het werkrooster en activiteiten van het baasje. De buitendeuren meestal gesloten. Zelden zijn ze vrij in en uit te lopen naar de tuin. Soms met z'n tweetjes, een enkele keer met meer, maar het meest toch alleen. Een hond is een roedeldier, maar dat deert het baasje vrijwel niet. De hond is er immers voor het baasje..., niet omgekeerd.
Waarom hebben zoveel mensen een hond? En wat voor hondenbrigaden zijn wij? Absoluut zitten er goeden bij, maar hoeveel laten het dier in een soort van eenzame opsluiting weg kwijnen? En is men thuis, kan er een aai af, want verder wil men geen last. Via stichting Aai worden honden uit het buitenland in Nederlandse gezinnen geplaatst. Omdat wij zo goed voor onze dieren zorgen.
Ver buiten onze 's lands grenzen lopen honden los. Een enkeling ligt aan de ketting, maar het meeste loopt los. Vreedzame honden. Ze bewegen rustig, liggen, luieren. Soms wordt er een vergiftigd, of aangereden. Dan sterven de honden. Een ruime meerderheid heeft een redelijk leven, en vooral een leven in vrijheid. In Nederland mag de hond op steeds minder locaties vrij rond lopen, zonder het strakke koord van de lijn om de nek te voelen.
Het zijn de Nederlanders (en westerlingen) die de vrij lopende honden zielig vinden. Soms worden ze in een asiel gestopt in de hoop dat ze via stichting Aai een goed tehuis in Nederland vinden. Inmiddels raken vele honden al gestrest en gefrustreerd in het asiel, een soort gekkenhuis voor honden. En waarom? Ze hadden toch een goed leven? Ze waren vrij..., goed sommige mensen waren niet aardig, een enkele keer werden ze weggejaagd... Maar toch.
Wat is eigenlijk het verschil tussen honden en mensen. Is de Nederlander in feite niet een gevangene van de eigen regels. Een dure auto, meest moderne flatscreen, maakt dat gelukkig? Een keuken van twintig mille? Wat doen wij onszelf aan? Wel, dat is een keuze. Wat doen wij onze honden aan? Dat is nu vaak iets waar we (het liefst) niet bij stil staan....
Posts tonen met het label auto. Alle posts tonen
Posts tonen met het label auto. Alle posts tonen
dinsdag 14 november 2017
Woef
Labels:
asiel,
auto,
flatscreen tv,
hond,
huisdier,
liefde,
lijn,
luxe,
roedel,
stichting Aai,
straathond,
uitlaten,
vrijheid
vrijdag 7 augustus 2015
In den vreemde: crimineel (48)
Een heerlijk gevoel om formeel geen crimineel meer te zijn. Niet dat ik er gebukt onder ging, maar helemaal lekker zat het niet. Het land uit gaan was waarschijnlijk sowieso een groot probleem geworden. Drie maanden cel, of vijf jaar was evenmin een prettig vooruitzicht, alhoewel ik ook daar niet wakker van kon liggen. We zijn immers in Turkije.
Er zijn vele regels hier en de wet is streng. De uitvoering daarentegen is zeer interpretabel. Dermate dat ook in Turkije men moeite heeft de juiste regels te kennen, laat staan de gevolgen. Dat een auto met buitenlands kenteken een half jaar in het land mag zijn weet men over het algemeen wel. Goed, ook daarover bleek ik in eerste instantie verkeerd over geïnformeerd, maar daar ben ik zelf ook vrij laks mee omgegaan. En dat is niet echt het probleem. Het ware probleem is de tijd ná het halve jaar. Wat dan de mogelijkheden zijn. Een auto invoeren blijkt een haast onmogelijke klus. Wanneer ik een werkvergunning heb zou het kunnen. Zou, want ook dan spelen er diverse aspecten nog een rol. Wanneer ik met pensioen zou zijn, kan het..., maar voor maximaal een jaar. De optie van verkopen is ook boeiend, aan een Turk verkopen is uitgesloten. Dus moet het aan een buitenlander. Dat moet er dan een met een werkvergunning, iemand met een eigen bedrijf of een gepensioneerde zijn. Overigens moet dat überhaupt binnen de termijn van drie maanden, na het halve jaar. Voor ik hier echter achter was, waren ook die drie maanden voorbij. Volgende probleem. Twee mogelijkheden bleken er over te zijn. De eerste was het inleveren van de auto bij de douane met als mogelijk gevolg een juridische weg. De andere was naar Rhodos en daar de auto minimaal drie maanden parkeren. In het eerste geval was de kans van de celstraf het grootst, omdat ik dan als smokkelaar gezien zou worden. Overigens, onjuist, kans op celstraf was het grootst bij een verkeerscontrole, waar paspoort gevraagd zou worden en de computer geraadpleegd. Dán was ik écht smokkelaar en riskeerde ik dus vijf jaar tralies. Via de juridische weg zou het maximaal drie maanden zijn en een flinke boete. Zelfs voor Turkse begrippen.
Mijn soms uitermate inventieve eega kwam met optie drie. "Verkoop" de auto in Nederland. Dat gaat eenvoudig, want in Nederland kan dat gewoon op het postkantoor. Dus, de papieren naar Nederland en een gegadigde gevonden, die de auto wel gratis wilde ophalen. Met de nieuwe papieren kwam hij hier, om "zijn" auto te halen. De volgende stap was naar de grens de rijden. De dichtstbijzijnde grensovergang is die (over de weg) bij Ipsala, niet ver van Alexandropolis, maar wel bijna 800 kilometer van hier. Om te beginnen zijn wij op weg gegaan met twee auto's. Ik in de nieuwe Dacia en hij in de BMW. Negen uur in de ochtend vertrokken. Onderweg geen problemen, alleen voor de pont in Canakale een grote verkeerscontrole. Je zal het mee maken, maar we werden geen van beide zelfs tot stoppen gemaand. Ze moesten eens weten...
Effe half elf parkeerde ik de Dacia aan de Turkse zijde van de grens en nam plaats in de BMW. Bij het eerste loket werden we direct door verwezen naar het tweede, daar naar het derde. De nieuwe eigenaar is gelukkig de Turkse taal machtig, en hield een heel verhaal. We mochten aan de kant en de boel werd geregeld. Dat heeft al met al bijna ander half uur geduurd. We gingen er van uit dat er flink gelapt moest worden, maar het op die wijze wel opgelost zou worden. Het tweede klopte. Het eerste geheel niet. De boete was wat dat betreft (en alle verhalen in acht nemende) een lachertje. Goed, je moet er een rit voor over hebben, geduld bij de douane en heel wat keer tussen alle hokjes heen en weer lopen. Ook moest ik het land uit. Ik ontving een prachtig officieel document en onze wegen konden zich scheiden. Lopend naar het vierde loket, alwaar men er niets van begreep, maar daarna kon ik terug lopen. Neen, de Griekse territoria behoefde ik niet te betreden. Ik kreeg mijn stempel weer en mocht even later eindelijk zitten in mijn (Turkse) Dacia... Blij dat ik gekozen had voor eigen vervoer. De grenspost Ipsala is in de middle of nowhere en ik had heel wat moeite moeten doen om daar om half één 's nachts weg te komen. Nu kon ik de krap vijftig kilometer naar Kesan in alle rust overbruggen om in hotel Linda een kamer te krijgen. De kamer naast die wij vorig jaar op onze heenreis hadden.
Het gevoel geen crimineel meer te zijn was geen slecht gevoel. Ondertussen was duidelijk dat in heel Turkije niemand weet hoe het zit. De overheid niet, de wet niet, Turken niet, internet niet,... Niemand. Niemand, behalve de douane, op het moment dat je voor hun deur staat. Dan is plots alles duidelijk, alhoewel er ook de nodige boekjes geopend moesten worden, alvorens men alle kennis weer paraat had. In ieder geval weet ik dat de BMW in Turkije nog ruim 6000 euro waard is. In Nederland blijkt hij 800 euro waard te zijn. Volgens mij overigens wel een paar honderd meer, maar het verschil is groot en verklaart wellicht ook de wat krampachtige houding van de Turkse overheid. En toch blijf ik vol verbazing achter. Was dit nu zo een uitzonderlijke situatie, of is de communicatie hier zo gebrekkig, dat werkelijk niemand exact wist te vertellen hoe het zit.
Het is wel een illustratieve casus inzake de Turkse wetgeving en de overheid alhier. Het is niet verwonderlijk dat veel Turken er niets van begrijpen en hun eigen gang gaan. Ook voor buitenlanders die hier verblijven (in ieder geval zo'n maand of acht per jaar) worden frequent getrakteerd op verrassingen. Veel Turken die zelf klagen, dat de regels volgende maand weer anders kunnen zijn. En dat terwijl de regels van nu nog amper bekend zijn. Niemand weet wat iets waard is, welke regels gelden en hoe je jezelf er aan moet houden. Toch is het een dynamieke samenleving, waar ongelofelijk veel kan, maar waar soms ook niets kan, dus iedereen een eigen weg zoekt. Desondanks kan hier veel in tegenstelling tot de enorme bureaucratie, de vele formulieren, loketten en massa's handtekeningen en stempels. Misschien hier en daar corrupt, maar op een, voor de burgers, heel acceptabele manier. Uiteindelijk geeft dat ook heel veel vrijheid. Haast paradoxaal, maar dat blijkt dus geen probleem. Iets wat Turken sowieso veel uitspreken; " Yok problem" (geen probleem). Nee, dat klopt. Naast de bureaucratie is er in Turkije geen probleem. En wanneer ik morgen weer formeel crimineel ben, omdat ik volgens de wet blijkbaar weer fouten heb gemaakt..., dan draai ik mij lekker om, rek mij even uit en slaap heel ontspannen verder.
Er zijn vele regels hier en de wet is streng. De uitvoering daarentegen is zeer interpretabel. Dermate dat ook in Turkije men moeite heeft de juiste regels te kennen, laat staan de gevolgen. Dat een auto met buitenlands kenteken een half jaar in het land mag zijn weet men over het algemeen wel. Goed, ook daarover bleek ik in eerste instantie verkeerd over geïnformeerd, maar daar ben ik zelf ook vrij laks mee omgegaan. En dat is niet echt het probleem. Het ware probleem is de tijd ná het halve jaar. Wat dan de mogelijkheden zijn. Een auto invoeren blijkt een haast onmogelijke klus. Wanneer ik een werkvergunning heb zou het kunnen. Zou, want ook dan spelen er diverse aspecten nog een rol. Wanneer ik met pensioen zou zijn, kan het..., maar voor maximaal een jaar. De optie van verkopen is ook boeiend, aan een Turk verkopen is uitgesloten. Dus moet het aan een buitenlander. Dat moet er dan een met een werkvergunning, iemand met een eigen bedrijf of een gepensioneerde zijn. Overigens moet dat überhaupt binnen de termijn van drie maanden, na het halve jaar. Voor ik hier echter achter was, waren ook die drie maanden voorbij. Volgende probleem. Twee mogelijkheden bleken er over te zijn. De eerste was het inleveren van de auto bij de douane met als mogelijk gevolg een juridische weg. De andere was naar Rhodos en daar de auto minimaal drie maanden parkeren. In het eerste geval was de kans van de celstraf het grootst, omdat ik dan als smokkelaar gezien zou worden. Overigens, onjuist, kans op celstraf was het grootst bij een verkeerscontrole, waar paspoort gevraagd zou worden en de computer geraadpleegd. Dán was ik écht smokkelaar en riskeerde ik dus vijf jaar tralies. Via de juridische weg zou het maximaal drie maanden zijn en een flinke boete. Zelfs voor Turkse begrippen.
Mijn soms uitermate inventieve eega kwam met optie drie. "Verkoop" de auto in Nederland. Dat gaat eenvoudig, want in Nederland kan dat gewoon op het postkantoor. Dus, de papieren naar Nederland en een gegadigde gevonden, die de auto wel gratis wilde ophalen. Met de nieuwe papieren kwam hij hier, om "zijn" auto te halen. De volgende stap was naar de grens de rijden. De dichtstbijzijnde grensovergang is die (over de weg) bij Ipsala, niet ver van Alexandropolis, maar wel bijna 800 kilometer van hier. Om te beginnen zijn wij op weg gegaan met twee auto's. Ik in de nieuwe Dacia en hij in de BMW. Negen uur in de ochtend vertrokken. Onderweg geen problemen, alleen voor de pont in Canakale een grote verkeerscontrole. Je zal het mee maken, maar we werden geen van beide zelfs tot stoppen gemaand. Ze moesten eens weten...
Effe half elf parkeerde ik de Dacia aan de Turkse zijde van de grens en nam plaats in de BMW. Bij het eerste loket werden we direct door verwezen naar het tweede, daar naar het derde. De nieuwe eigenaar is gelukkig de Turkse taal machtig, en hield een heel verhaal. We mochten aan de kant en de boel werd geregeld. Dat heeft al met al bijna ander half uur geduurd. We gingen er van uit dat er flink gelapt moest worden, maar het op die wijze wel opgelost zou worden. Het tweede klopte. Het eerste geheel niet. De boete was wat dat betreft (en alle verhalen in acht nemende) een lachertje. Goed, je moet er een rit voor over hebben, geduld bij de douane en heel wat keer tussen alle hokjes heen en weer lopen. Ook moest ik het land uit. Ik ontving een prachtig officieel document en onze wegen konden zich scheiden. Lopend naar het vierde loket, alwaar men er niets van begreep, maar daarna kon ik terug lopen. Neen, de Griekse territoria behoefde ik niet te betreden. Ik kreeg mijn stempel weer en mocht even later eindelijk zitten in mijn (Turkse) Dacia... Blij dat ik gekozen had voor eigen vervoer. De grenspost Ipsala is in de middle of nowhere en ik had heel wat moeite moeten doen om daar om half één 's nachts weg te komen. Nu kon ik de krap vijftig kilometer naar Kesan in alle rust overbruggen om in hotel Linda een kamer te krijgen. De kamer naast die wij vorig jaar op onze heenreis hadden.
Het gevoel geen crimineel meer te zijn was geen slecht gevoel. Ondertussen was duidelijk dat in heel Turkije niemand weet hoe het zit. De overheid niet, de wet niet, Turken niet, internet niet,... Niemand. Niemand, behalve de douane, op het moment dat je voor hun deur staat. Dan is plots alles duidelijk, alhoewel er ook de nodige boekjes geopend moesten worden, alvorens men alle kennis weer paraat had. In ieder geval weet ik dat de BMW in Turkije nog ruim 6000 euro waard is. In Nederland blijkt hij 800 euro waard te zijn. Volgens mij overigens wel een paar honderd meer, maar het verschil is groot en verklaart wellicht ook de wat krampachtige houding van de Turkse overheid. En toch blijf ik vol verbazing achter. Was dit nu zo een uitzonderlijke situatie, of is de communicatie hier zo gebrekkig, dat werkelijk niemand exact wist te vertellen hoe het zit.
Het is wel een illustratieve casus inzake de Turkse wetgeving en de overheid alhier. Het is niet verwonderlijk dat veel Turken er niets van begrijpen en hun eigen gang gaan. Ook voor buitenlanders die hier verblijven (in ieder geval zo'n maand of acht per jaar) worden frequent getrakteerd op verrassingen. Veel Turken die zelf klagen, dat de regels volgende maand weer anders kunnen zijn. En dat terwijl de regels van nu nog amper bekend zijn. Niemand weet wat iets waard is, welke regels gelden en hoe je jezelf er aan moet houden. Toch is het een dynamieke samenleving, waar ongelofelijk veel kan, maar waar soms ook niets kan, dus iedereen een eigen weg zoekt. Desondanks kan hier veel in tegenstelling tot de enorme bureaucratie, de vele formulieren, loketten en massa's handtekeningen en stempels. Misschien hier en daar corrupt, maar op een, voor de burgers, heel acceptabele manier. Uiteindelijk geeft dat ook heel veel vrijheid. Haast paradoxaal, maar dat blijkt dus geen probleem. Iets wat Turken sowieso veel uitspreken; " Yok problem" (geen probleem). Nee, dat klopt. Naast de bureaucratie is er in Turkije geen probleem. En wanneer ik morgen weer formeel crimineel ben, omdat ik volgens de wet blijkbaar weer fouten heb gemaakt..., dan draai ik mij lekker om, rek mij even uit en slaap heel ontspannen verder.
Labels:
Alexandropolis,
auto,
BMW,
Cannakale,
celstraf,
crimineel,
Dacia,
douane,
Griekenland,
hotel Linda,
invoeren,
Ipsala,
Keçan,
Linda,
niemandsland,
pensioen,
regels,
Turkije,
wet
dinsdag 9 juni 2015
Gökceovaçık
Langzaam minderde de auto vaart. De bocht naar links was scherp en smal. Bovendien was juist deze bocht bezaaid met los liggende steenslag. Zoals meestal ondervond de auto geen tegenliggend verkeer. Nog een honderd meter asfalt, en even zo vele gaten, dan sloeg de auto rechts het grindpad op. Nu ging het stapvoets. De wind tochtte door de opengedraaide ramen. Verder was er het geluid van niks, behalve het zacht ronken van de motor. Bij de ingang van de tuin moest nog een kuil genomen worden. Eindelijk doemde het huis op. Verscholen tussen het groen en verstopt achter grote oude druivenstruiken. Nadat de motor uitgeschakeld werd was er stilte. Een natuurlijke stilte. Het zacht ruizen van blaadjes, een kraaiende haan op afstand.
Hij bleef nog even zo zitten. Genieten van de omgeving, maar vooral de vocale rust. Nee, uitstappen maakte nu even te veel lawaai. Het blik van de autoportieren zou de rust van dit moment verstoren. Ook al zou diezelfde rust na het sluiten der portieren weer aanwezig zijn, en zelfs alle harde mechanische geluiden doen vergeten, dit moment moest even gepakt worden.
Het duurde een tijd, wellicht een kwartier, alvorens hij het portier opende en de auto verliet, zonder het portier weer te sluiten. Een kleine kat lag kronkelen aan zijn voeten te mauwen. Vogels zongen in de verte. Met trage bewegingen verroerde hij zich. Eerst richting het huis, dan naar het overgroeide terras. De druivenbladeren hielden vrijwel alle zon tegen, wat het zeer aangenaam maakte. Zijn ogen tuurden de struik af. De plant droeg een onnavolgbare hoeveelheid trossen. De druiven begonnen zich voorzichtig te vormen. Dan ging hij zitten. Ondanks dat het een bank van steen was, zat deze aangenaam. Met bijna vertraagde beweging volgden zijn ogen en hoofd de omgeving. Van de oprit, tot het hele huis. Zijn mondhoeken vormden een bescheiden, echter zeer tevreden glimlach.
Het was niet de eerste keer dat hij hier was. Vele keren waren voor gegaan. Telkens voor korte duur. Dit keer zou hij blijven. Dit werd zijn nieuwe thuis. Een plek die al als zodanig voelde, nog voor dit moment. Vol ongeloof wandelde hij nog rond het huis, door de tuin, over het land. Nog voor de verhuizing had hij hier en daar al wat sporen achter gelaten. Ter voorbereiding van de verhuizing. Op enkele plaatsen groeide groente uitbundig. Hier en daar had hij al een aantal bloeiende planten aan de grond toevertrouwd. Inmiddels was het van het hek tot de woning een oase van bloemen en planten. Verder zou het land het landelijke karakter behouden. Dat had hij met haar besproken. De woning toonde zich een woonhuis, maar de omgeving gaf het meer het etiket van een hoeve. Het kon hem niet schelen. Het was zoals hij zich wenste.
De kippen scharrelden in hun nieuwe onderkomen. Ja, ze hadden zelfs een nieuw nachthok gebouwd. Het oude, wat er reeds stond (en half vervallen was) hadden zij geïntegreerd in het nieuwe hok. Het schuine pannendak domineerde het beeld. Achter het huis graasden de twee nieuwe geiten. In de oude schuur vonden zij het nachthok, en verder konden zij relatief vrij grazen. De poes rekte zich uit in de schaduw, inmiddels vriendschap gesloten met de kleine kat. De honden lagen in de zon te slapen... De zinderende hitte kon hen blijkbaar niet deren. Alleen de ezel was er nog niet. Ja, een ezel hoorde er ook bij.
Hij vond het wel storend dat het nieuwe hekwerk er nog zo nieuw uit zag. Te veel glans, te strak gezet. Toch snel zo'n honderd meter had hij geplaatst. Dan konden de honden zich vrij bewegen, zonder de kippen en schapen van de buurman op stang te jagen.
De waranda, het terras waren sfeervol ingericht en aangekleed. Eenvoudig, maar dat was hun keuze. Eenvoud kan juist zo veel warmte bieden. Ook in het huis was alles zonder overdaad, maar sfeervol. Nee, de echte uitbundigheid was buiten te vinden. De vele planten, groente, natuur... Bloemen.
Voorheen wilde hij blijven, telkens wanneer hij hier was. Iedere keer vertrok hij toch weer spoedig. Ook dan had hij meestal wel een poosje gezeten. Zitten en genieten. Met tegenzin vertrok hij dan. Hij wilde wel blijven, maar behalve de groenten was er niets van hem. Hij was te gast. Nu niet meer. Alles was over. Ja, bijna alles stond en lag er al bij of zij er reeds een poos woonden. Daar hadden zij de voorgaande weken dan ook, in alle rust, hard aan gewerkt. Het ongeloof achtervolgde hem nog over het feit dat hij nu kon blijven. Samen.
De volgende ochtend ontwaakte hij door de mauwende kat, blaffende honden, kakelende kippen en blèrende geiten. Het was een geweldige nacht geweest. Diep had hij geslapen, mooi gedroomd. Op weg naar de keuken werd hij gezelschap gehouden door zijn huisdieren. Eerst voeren, daarna de restjes naar de kippen brengen om vervolgens bij de geiten te kijken. Pas daarna zette hij zich op de waranda, achter een groot glas koele melk. Vroeger had hij inmiddels al een stuk of vier sigaretten weg gewerkt... Nu genoot hij van zijn eerste tabak. Ja, hij bleef roken, maar sporadisch. Dat ging eigenlijk van zelf. Zelfs wanneer hij zat, of zich ontspande was hij druk te genieten. Hij dacht veel minder aan het opsteken van een sigaret. Bovendien had hij, op zich, een vrij vaste structuur. Na het voeten van de dieren las hij een uurtje, dan boog hij zich over de boeken om (nu eindelijk) de taal van het land te leren. Tussendoor was hij door de tuin gegaan. Onkruid kreeg geen kans meer, daar waar het niet gewenst was.
Na het taaluurtje tekende of schreef hij tot aan de lunch. Alleen de middag varieerde van dag tot dag. De avonden waren niet minder veranderlijk. Soms zat hij even te genieten van zijn omgeving. Over het algemeen was hij in beweging. Bezig. Bezig met van alles. En altijd onder het genot van de rust. Zelfs het gebed, vanaf de moskee gesproken, stoorde hem niet. Geluid hier was anders. Het praten van de buren, het passeren van verkeer. Hier klonk het aangenaam. De eerste weken dacht hij bij vrijwel iedere auto dat deze het pad naar hun woning was opgedraaid. Geluid klonk ver weg en toch ook zo nabij. Het gevoel of hij levend in de hemel gekomen was. De dagen kende hij niet meer, tijd was niet van belang. Toch was iedere dag anders. Dit was de plaats waar hij oud wilde worden. Deze omgeving omarmde hem.
Gezeten op een grote kei, achter op het land, mijmerde hij over zijn geluk. Het geluk wat hij zo lang gezocht had, en nu, juist door het ongeluk, op zijn pad was gekomen. Zachtjes streelden vingers door zijn haar. Van zijn haar naar zijn rug. Hij opende de ogen, draaide het hoofd schalks naar op zij. Geruisloos was zij naast hem komen zitten. De kers op de pit van zijn geluk; zijn vrouw. En samen, innig omarmd zaten zij daar, tevreden en gelukkig tot ook die dag de zon achter de bergen onderging en de sterren de hemel vulden.
Hij bleef nog even zo zitten. Genieten van de omgeving, maar vooral de vocale rust. Nee, uitstappen maakte nu even te veel lawaai. Het blik van de autoportieren zou de rust van dit moment verstoren. Ook al zou diezelfde rust na het sluiten der portieren weer aanwezig zijn, en zelfs alle harde mechanische geluiden doen vergeten, dit moment moest even gepakt worden.
Het duurde een tijd, wellicht een kwartier, alvorens hij het portier opende en de auto verliet, zonder het portier weer te sluiten. Een kleine kat lag kronkelen aan zijn voeten te mauwen. Vogels zongen in de verte. Met trage bewegingen verroerde hij zich. Eerst richting het huis, dan naar het overgroeide terras. De druivenbladeren hielden vrijwel alle zon tegen, wat het zeer aangenaam maakte. Zijn ogen tuurden de struik af. De plant droeg een onnavolgbare hoeveelheid trossen. De druiven begonnen zich voorzichtig te vormen. Dan ging hij zitten. Ondanks dat het een bank van steen was, zat deze aangenaam. Met bijna vertraagde beweging volgden zijn ogen en hoofd de omgeving. Van de oprit, tot het hele huis. Zijn mondhoeken vormden een bescheiden, echter zeer tevreden glimlach.
Het was niet de eerste keer dat hij hier was. Vele keren waren voor gegaan. Telkens voor korte duur. Dit keer zou hij blijven. Dit werd zijn nieuwe thuis. Een plek die al als zodanig voelde, nog voor dit moment. Vol ongeloof wandelde hij nog rond het huis, door de tuin, over het land. Nog voor de verhuizing had hij hier en daar al wat sporen achter gelaten. Ter voorbereiding van de verhuizing. Op enkele plaatsen groeide groente uitbundig. Hier en daar had hij al een aantal bloeiende planten aan de grond toevertrouwd. Inmiddels was het van het hek tot de woning een oase van bloemen en planten. Verder zou het land het landelijke karakter behouden. Dat had hij met haar besproken. De woning toonde zich een woonhuis, maar de omgeving gaf het meer het etiket van een hoeve. Het kon hem niet schelen. Het was zoals hij zich wenste.
De kippen scharrelden in hun nieuwe onderkomen. Ja, ze hadden zelfs een nieuw nachthok gebouwd. Het oude, wat er reeds stond (en half vervallen was) hadden zij geïntegreerd in het nieuwe hok. Het schuine pannendak domineerde het beeld. Achter het huis graasden de twee nieuwe geiten. In de oude schuur vonden zij het nachthok, en verder konden zij relatief vrij grazen. De poes rekte zich uit in de schaduw, inmiddels vriendschap gesloten met de kleine kat. De honden lagen in de zon te slapen... De zinderende hitte kon hen blijkbaar niet deren. Alleen de ezel was er nog niet. Ja, een ezel hoorde er ook bij.
Hij vond het wel storend dat het nieuwe hekwerk er nog zo nieuw uit zag. Te veel glans, te strak gezet. Toch snel zo'n honderd meter had hij geplaatst. Dan konden de honden zich vrij bewegen, zonder de kippen en schapen van de buurman op stang te jagen.
De waranda, het terras waren sfeervol ingericht en aangekleed. Eenvoudig, maar dat was hun keuze. Eenvoud kan juist zo veel warmte bieden. Ook in het huis was alles zonder overdaad, maar sfeervol. Nee, de echte uitbundigheid was buiten te vinden. De vele planten, groente, natuur... Bloemen.
Voorheen wilde hij blijven, telkens wanneer hij hier was. Iedere keer vertrok hij toch weer spoedig. Ook dan had hij meestal wel een poosje gezeten. Zitten en genieten. Met tegenzin vertrok hij dan. Hij wilde wel blijven, maar behalve de groenten was er niets van hem. Hij was te gast. Nu niet meer. Alles was over. Ja, bijna alles stond en lag er al bij of zij er reeds een poos woonden. Daar hadden zij de voorgaande weken dan ook, in alle rust, hard aan gewerkt. Het ongeloof achtervolgde hem nog over het feit dat hij nu kon blijven. Samen.
De volgende ochtend ontwaakte hij door de mauwende kat, blaffende honden, kakelende kippen en blèrende geiten. Het was een geweldige nacht geweest. Diep had hij geslapen, mooi gedroomd. Op weg naar de keuken werd hij gezelschap gehouden door zijn huisdieren. Eerst voeren, daarna de restjes naar de kippen brengen om vervolgens bij de geiten te kijken. Pas daarna zette hij zich op de waranda, achter een groot glas koele melk. Vroeger had hij inmiddels al een stuk of vier sigaretten weg gewerkt... Nu genoot hij van zijn eerste tabak. Ja, hij bleef roken, maar sporadisch. Dat ging eigenlijk van zelf. Zelfs wanneer hij zat, of zich ontspande was hij druk te genieten. Hij dacht veel minder aan het opsteken van een sigaret. Bovendien had hij, op zich, een vrij vaste structuur. Na het voeten van de dieren las hij een uurtje, dan boog hij zich over de boeken om (nu eindelijk) de taal van het land te leren. Tussendoor was hij door de tuin gegaan. Onkruid kreeg geen kans meer, daar waar het niet gewenst was.
Na het taaluurtje tekende of schreef hij tot aan de lunch. Alleen de middag varieerde van dag tot dag. De avonden waren niet minder veranderlijk. Soms zat hij even te genieten van zijn omgeving. Over het algemeen was hij in beweging. Bezig. Bezig met van alles. En altijd onder het genot van de rust. Zelfs het gebed, vanaf de moskee gesproken, stoorde hem niet. Geluid hier was anders. Het praten van de buren, het passeren van verkeer. Hier klonk het aangenaam. De eerste weken dacht hij bij vrijwel iedere auto dat deze het pad naar hun woning was opgedraaid. Geluid klonk ver weg en toch ook zo nabij. Het gevoel of hij levend in de hemel gekomen was. De dagen kende hij niet meer, tijd was niet van belang. Toch was iedere dag anders. Dit was de plaats waar hij oud wilde worden. Deze omgeving omarmde hem.
Gezeten op een grote kei, achter op het land, mijmerde hij over zijn geluk. Het geluk wat hij zo lang gezocht had, en nu, juist door het ongeluk, op zijn pad was gekomen. Zachtjes streelden vingers door zijn haar. Van zijn haar naar zijn rug. Hij opende de ogen, draaide het hoofd schalks naar op zij. Geruisloos was zij naast hem komen zitten. De kers op de pit van zijn geluk; zijn vrouw. En samen, innig omarmd zaten zij daar, tevreden en gelukkig tot ook die dag de zon achter de bergen onderging en de sterren de hemel vulden.
donderdag 9 oktober 2014
in den vreemde: ik voel me kut (15)
Volkomen kut, dat is hoe ik mij nu voel.
En vandaag was een enorme klote dag. Ik kan wel janken. Wat kan er op een dag
een hoop mis gaan, of het lijkt zo. Ik zie er even helemaal geen gat meer in.
Een gevoel van hopeloosheid beklijft bij mij, maar het zal vast wel een
momentopname zijn. Nu is het in ieder geval zwaar shit.
Reina is de
afgelopen drie weken al niet lekker. Maandag hebben we de arts er bij gehaald
en hij constateerde een longontsteking. Medicatie gehaald, maar het ging niet
echt beter. Vandaag het advies gekregen om in Fethye naar het ziekenhuis te
gaan. Om half twee gingen we er naar toe. We werden naar een particulier
ziekenhuis verwezen. Een drukte van jewelste. Er moest een longfoto worden
gemaakt: 300 Lira betalen. Anders werd die foto zeker niet gemaakt. Gelukkig
had ik het. Ja, we kwamen via de Emercency binnen. Na de foto plaats nemen bij
de longarts. Reina zo ziek als een hond en maar wachten. Pas na half vijf waren
we aan de beurt en dan nog omdat Wilma stennis ging maken. En ja hoor, de
linkerlong was helemaal besmet. Dus moest Reina blijven. In een rolstoel naar
de opname receptie. Ja, 750 Lira per
nacht (de verwachting is dat Reina zeker drie nachten moet blijven). De indruk
werd gewekt dat er direct al betaald moest worden. Reina en ik naar buiten, en
Wilma druk aan de telefoon. Naderhand kwam ze naar buiten. We mogen betalen als
ze weg gaat… wel cash! Engelsen hebben dat probleem hier niet, maar
Nederlanders wel. We moeten het zelf maar van onze verzekering terug zien te
krijgen. Dat zal zeker lukken, maar hoe kom ik straks aan zoveel cash? We staan
al zo rood.
Enfin, wij
naar boven. Ik stel Reina haar mobieltje in voor Wi-Fi en er schiet een
berichtje aan mijn ogen voorbij van de mobiele telefoon compagnie dat de
rekening van 375 euro niet geïncasseerd kon worden. Ik schrok me de pleuris,
maar had gelijk zo iets als: dat kan toch niet? Ik heb het niet gezegd en snel
de Wi-Fi geïnstalleerd.
Voor we naar
het ziekenhuis gingen nog een ander geintje. Hassan vroeg of de auto op mijn
naam stond. Mijn reactie was ontkennend. Thuis toch nog even na gekeken. Nee,
de auto staat wel op mijn naam, maar de verzekering op de naam van Reina. Kut.
Dan moet ik de auto straks, als ik in Nederland, in Antalya achter de douane
parkeren, tot ik weer terug ben. Ik wilde in Nederland mijn paspoort verlengen,
maar dat wordt lastig, omdat in mijn paspoort staat dat mijn auto in Turkije
is. Dat staat weer niet in het nieuwe paspoort. Ik moet mijn paspoort wel
verlengen, omdat dit weer voor de verblijfsvergunning van belang is.
Daarbij
hebben we de afgelopen drie weken, dat Reina al ziek was, weinig zaken
geregeld, die eigenlijk al in gang gezet hadden moeten worden. Hoe we dit
moeten oplossen… geen idee op dit moment.
Omdat ik het
belangrijk vrienden en familie te informeren over het feit dat Reina in het
ziekenhuis ligt trek ik mijn IPad open. En mijn mailbox. Eerst zie ik een
mailtje van de makelaar (verhuur). De kijkers willen niet huren. Godverdomme.
Kopers haken ook al af. Hoezo trekt de markt aan? We willen van die kutwoning
af. Het is een last, maar die lijkt niet te slijten. Het huis staat maar leeg,
de gemeente wil zijn OZB innen, en we krijgen zowat geen cent binnen. Juist
door hier te zitten zouden we het net moeten kunnen rooien. Maar zelfs de
voorwaarden daarvoor lijken een onmogelijke opgave. Niets lijkt enig
perspectief te bieden. Nee, de stront wordt alleen maar stroperiger.
Dan een
volgend mailtje. Van mevrouw bakker van de Rabobank. Of ik, naar aanleiding van
ons telefonisch onderhoud op 23 september direct contact met haar op wil
nemen. Wat verdomme is dat nu weer?
Of er meer
verkeerd kan gaan? Wel, de dag is nog niet om. Maar, ik heb het wel gehad.
Volgens mij als we het huis voor 490000 in de verkoop zetten wordt het nog niet
verkocht. Nee, alles zit tegen. En die klote honden blijven ook maar blaffen,
de kat dringt zich steeds op (Elif) en niets lijkt meer goed. Wat de fuck is
het dat het zo ontzettend tegen kan zitten? Wat is er dat wij dat naar ons toe
trekken? Echt, dat alles tegen kan zitten.
Ja, dan zit
je lekker in Turkije. God verhoede, nog iets wat niet helemaal ellende is.
Alhoewel ik op dit moment echt niet weet waar ik wel zou willen zitten.
Op dit moment
zie ik geen oplossing. Alleen maar grote beren op de weg en veel pijn in mijn
rug. Zal de stress wel zijn, die erin trekt.
En dan mijn
liefste. Die ligt alleen in dat vreemde ziekenhuis. Al weken voelt zij zich
niet goed en ik mij regelmatig machteloos. Omdat ik te stom ben om goed voor
haar te zorgen,, haar signalen niet op pik, maar ondertussen wel mijn best doe.
Ik vind het kut voor haar. Ik zie haar al die weken lijden. Van redelijk tot
erg. Maar ik kan er niets aan veranderen. Ik zou mij ziek willen voelen, opdat
het met haar goed gaat. Vandaag was zij een triest hoopje, wachtend in de gang
totdat de arts eens tijd had. Na het spreekuur.
Eenmaal op
het ziekenhuisbed zag ik de rust over haar heen komen. Het gevoel dat ze moest
hebben in goede handen te zijn. Zicht op het einde van haar ellendig lijden en
de pijn die zij al weken voelt. De start weer langzaam beter te worden.
We hadden
gedacht na het vertrek van Lina ons leven hier echt op te gaan bouwen. Er is
niets van terecht gekomen. Het lukte niet, want Reina werd ziek. We zijn niet
een keer gezellig samen een borrel gaan drinken aan het water, hebben de honden
’s avonds niet langs de haven uitgelaten… Nee, een lege sleur, waarbij we elkaar
met enige regelmaat een verwijt naar het hoofd slingerden. Niet omdat het
terecht was, maar omdat we het beiden eigenlijk anders wilden. Waarom moest ze
nu, juist nu, ziek worden? Al bijna twee jaar was ze niet meer in het
ziekenhuis. En nu ligt ze er weer. Kon het niet een half jaartje later, wanneer
we een aantal zaken wel geregeld hebben? Ik zit nu alleen thuis. Opeens is het
een vreemd huis. Wat doe ik hier eigenlijk? Ik ben hier, maar kan niet eens
doen wat ik wil. Reina ligt dertig kilometer verderop, de auto moet straks
achter de douane, mevrouw Rabo wil dat ik direct bel, en niemand wil ons huis
kopen of huren. Mag ik mij dan even kut voelen?
Wanneer er
niet iets wezenlijks gebeurt, dan weet ik het niet meer. Ik kan geen
oplossingen meer aandragen. Ik word alleen erg ziek. Ziek van de maatschappij. De
Hollandse mentaliteit en de regeltjes. Altijd maar regeltjes. Geen
menselijkheid te zien. Zakelijkheid is de nieuwe Nederlandse menselijkheid. Dan
komt dat ziekenhuisverhaal er nog eens bovenop. Hier toch niet ook al? Op dit
moment voel ik mij ongelofelijk verdwaald. Ik zit midden in het doolhof, maar
ik zal blijven vechten de uitgang te vinden. Alle hobbels en drempels zal ik
beslechten. Het moet alleen niet te lang meer duren. Ook mijn energie raakt nu
langzaam op. Ik neem een biertje. Ik heb nog twee halve liters. O ja, en het
gas is ook op…. En dan het positieve lichtpuntje van vandaag. In het ziekenhuis
kreeg ik ook eten. Dat is Turks!
Labels:
auto,
douane,
Fetiye,
huis,
huur,
longontsteking,
Nederland,
verkoop,
ziekenhuis
Abonneren op:
Posts (Atom)