Vriendschap is een illusie..., een fragment uit het lied "vriendschap", van het Goede Doel (de band van Henk Westbroek). Een leuke meezinger, dacht ik altijd, de waarheid van de tekst liet ik aan mij voorbij gaan. Inmiddels ben ik ouder, wijzer en tors ik wat meer levenservaring met mij. Vriendschap, het houd mij bezig. Voorheen was het geen item, echter sinds mijn vertrek uit Driehuis begint het langzaam meer en meer te spelen.
Je vertrekt. Met regelmaat mail je. Met vrienden, met bekenden. Je ontvangt reacties. Soms krijg je spontaan een bericht. Na enige tijd schrijf je minder met als gevolg minder reacties. Sommigen reageren nog minder dan voorheen. Van een enkeling hoor je echter heel weinig. Niets soms. Zo gaan die dingen. Mensen komen in je leven, en mensen verdampen uit je leven. Verdampen in een soort vergetelheid. Ik ken dat. Van collega's, van buren. Mensen waar je soms heel intens mee om gaat. Je doet dat omdat er iets gezamenlijk is. Maar verhuis je, of je krijgt een andere baan, versmelten de meeste contacten. In feite ook wel logisch, omdat wat je bindt verdwijnt. Toch blijven er altijd contacten voort bestaan. Een zeldzaamheid, maar het gebeurt. Soms verdwijnt iemand uit je leven. Niet omdat jij vertrekt of jou leven verandert, maar dat van de ander. Niet zonder uitzondering om redenen waardoor verder contact ongewenst is, niet meer mogelijk is, of dergelijke.
Persoonlijk ben ik een trouwe lobbes. Vriendschap is voor mij zeer waardevol en ik onderhoud de contacten. Niet altijd even goed of even intensief, maar wel zo goed als mogelijk. Dat betekent ook dat het voor komt dat mijn vriendschap, mijn trouw, door de ander niet gewaardeerd wordt. Dat kan en is een risico. Een enkele keer leidt dat tot beëindiging, dan wel verkoeling, van het contact. Iets wat je moet accepteren. Immers vriendschap, of het hebben van goede kennissen, dient toch een wederzijds gebeuren te zijn. Van mijn kant is het een uitzondering een dergelijke relatie te verbreken.
Buren, kennissen, collega's zijn van andere orde dan vriendschap. Althans volgens mijn opvattingen en naar mijn normen. Vriendschap gaat verder. Hen die ik tot mijn echte (en hechte) vriendenkring beschouw ken ik veelal al vele jaren. Mijn beste vriend echter ben ik kwijt geraakt, doordat de dood ons scheidde. Dat was een bijzondere vriendschap. Soms zagen we elkaar een tijd niet, ik kende zijn gebreken en zijn karakter. Daarvan uitgaande hebben we jaren een heel goed contact gehad. We konden altijd op elkaar bouwen.
Andere vriendschappen hebben ook een ander karakter. Wat dat betreft komt het liedje van Henk Westbroek weer naar boven; "een pakketje schroot, met een dun laagje chroom"... Dat is niet direct gerelateerd aan de vriendschappen zelf, maar het feit dat ik mij zelden nog in de kring van mijn vrienden bevind. Langzaam ontstaat er een teleurstelling. De interesse in hen blijf ik tonen, maar de respons is laag. Belazerd laag misschien. De vraag waar dat aan ligt zal nimmer concreet beantwoord worden. Reacties zullen enigszins ontwijkend zijn. Het chroom barst los, het schroot wordt zichtbaar, of blijft over. Misschien ben ik niet aardig genoeg, of beschik ik onvoldoende over zaken die aantrekkelijk genoeg zijn voor anderen. Geld bezit ik niet, beroemd ben ik even in. Mijn netwerken zijn niet bijzonder. Vriendschap blijkt regelmatig een gecalculeerde relatie. Of je elkaar nu echt aardig vindt of niet lijkt soms secondair aan de belangen die een contact voor iemand biedt. Ontbreken die belangen in zekere mate, dan is afstand een drempel geworden. Een leven dat toch vooral van dichtbij af speelt. Ik val buiten het "dichtbij", behalve wanneer ik fysiek "dichtbij" ben. Dan lijkt er ook helemaal niets aan de hand. Maar ben ik weer uit zicht, lijkt het ook uit het hart te zijn. Bij de een is dat sterker dan bij de ander. Het is ook afhankelijk van de verwachtingen welke ik heb. Het is niet zo dat je bij iedereen dezelfde verwachtingen koestert. Nee, bij ieder individueel pas je de verwachtingen aan. Generaliseren is niet aan de orde.
Dat wil overigens niet zeggen dat de betekenis van vriendschap toch tot enige twijfel leidt. Zoals Westbroek zingt is het wellicht een illusie. Niet altijd. Er zijn absoluut uitzonderingen, maar dat de meeste vriendschappen toch een illusie blijken is een onderdeel van de realiteit van het leven. Ergens een deprimerende gedachte. Aan de andere kant een realiteit die je ook sterk kan maken. Wetend hoe het zit, maakt je immers minder broos.
Tja, het leven is soms teleurstellend. Realisme is het middel tot overleven. Vriendschap is een illusie, maar sommige vriendschappen zijn misschien heel waardevol, heel echt. Misschien ben ik een beetje teleurgesteld. Toch zie ik het positief in. Gewoon, omdat ik realistisch ben en mijzelf niet voor de gek houd. Wat ik van vriendschap verwacht kan (en mag) ik de ander niet opleggen. Ik heb hierin mijn visie. Ik zal daar in ieder geval heel zorgvuldig mee om blijven gaan. Er zijn immers vast vriendschappen, waar edelmetaal onder het chroom zit....
dinsdag 14 juni 2016
woensdag 1 juni 2016
Als je kind voor de deur staat...
De bel gaat. Onbevangen open ik de deur. Daar staat een persoon. Ik ken de persoon niet, maar er lijkt iets waardoor ik het gevoel heb de persoon wel te kennen.
Nee, geen droom, geen losse fantasie, wellicht een mogelijke realiteit. Nee, en ik schaam mij er niet voor. De zojuist beschreven persoon zal dit jaar 39 worden. Of het een man is, of vrouw, is mij onzeker. Voor zover ik mij herinner heb ik echter vernomen dat het om een manspersoon zou moeten gaan.
Hoe kom ik er bij? Ach, soms kijk ik naar Spoorloos (van de KRO). Veel verhalen zijn hetzelfde, edoch allen uniek. Het maakt ook iets in mij los. Neen, ik ben geen zoekende. Iemand zou mij kunnen zoeken. Hoe zal ik reageren, wat zal ik doen? Wat doet het mij? Sinds 1977 is het een vraag, een onzekerheid, welke mij op onregelmatige basis bezig houdt.
Om verdere cryptische woorden en zinnen te voorkomen ga ik terug naar de zomer van 1976, veertig jaar terug.
Met de Renault 4, van mijn moeder, was ik op vakantie in Frankrijk. Mijn geld was op, maar wist waar mijn ouders met hun KIP caravan verbleven. De reactie van mijn vader was helder. Hij gaf mij geen geld, maar ik moest maar vragen of ik op de camping kon werken. De camping was van een Nederlander. Het jaar er voor was ik er al geweest. Met mijn ex, die net mijn ex was toen wij afreisden. Volgens mij heette hij Guido. Zowaar, ik mocht van Guido op de camping werken. Een week schoonmaak, een week onderhoud, een week zwembad, dat was het ritme. De camping lag in Boisson, vlak bij Saint Ambroix, een vijftig kilometer onder de Ardèche. Een leuke camping, leuke gasten.
Wanneer je op een camping werkt heb je op de een of andere wijze aanzien, waardoor het amoureuze leven hoogtij vierde. Vriendinnen wisselden elkaar dan ook in een hoog tempo af. Vreemd gegaan ben ik nooit, maar de gasten bleven ook niet altijd lang, waardoor regelmatig van partner wisselde, maar nimmer bedroog. Wat later in het seizoen waren er twee Franse meisjes, uit de buurt van Amiens. Met een van beiden bedreef ik de liefde. Echter, voordat zij weer verder trokken kregen wij een onenigheid. Het gevolg was dat wij uiteindelijk in onmin uit elkaar gingen, toen de meisjes weer huiswaarts keerden.
Een jaar later kwam ik wederom op de camping. Tweede maal als gast. Minder spectaculair als het voorgaande jaar, maar toch wel weer een leuke tijd. De tweede week kwam een van de meisjes uit Amiens. Niet het meisje waar ik wat mee had gehad. Haar houding was afstandelijk, lichtelijk vijandelijk zelfs. Pas na enkele dagen was er sprake van enige communicatie. Zij was boos op mij. Over het feit van de ruzie, van het voorgaande jaar, en het feit dat haar vriendin een kind had gekregen. Volgens haar was dat kind uit mijn zaad ontsproten, en betrof het een jongetje. Na deze verwijtende reactie liep zij weg en heb ik haar nooit meer gesproken. Zij bleef mij mijden, gedurende de dagen dat wij beiden op de camping verbleven.
Natuurlijk hield het bericht mij bezig. Als twintig jarige wist ik niet goed wat ik er mee aan moest. Een adres had ik niet. Haar naam was mij toen al haast ontschoten. Mijn leven ging door.
De jaren er na verdween het voorval uit mijn hoofd. Druk met van alles. Een eigen leven. Dat duurde even. Soms kwam het wel aan de orde en dan vertelde ik het verhaal. Ik schaam mij er niet voor. Ik heb nergens spijt van. Het is zo gelopen, ingegeven door de naïviteit van twee jongeren. Het zij zo.
Toch, naarmate de jaren verstrijken, ben ik er wel meer mee bezig, zij het met perioden. Stel, dat er inderdaad iemand voor je deur staat en zegt; ik ben je zoon. Op een gegeven moment realiseerde ik mij, dat die persoon dan al dertig zou zijn. En nu dus 39. Stel dat... Stel dat alles echt waar is, stel dat er een zoon is en stel dat deze zoon mij een keer zal zoeken. Zoals velen via Spoorloos de zoektocht naar hun biologische oorsprong ondernemen. Stel dat..., nou, dan ben ik er! Dan héb ik echt een zoon. Ondanks nooit eerder van betekenis te zijn geweest, nooit van het bestaan geweten te hebben, het is dan mijn zoon. Ik zal er zijn, hem ontvangen en alsnog een vader zijn, wanneer dat de vraag is.
Misschien komt die dag, misschien nooit. Ik zie wel. In ieder geval ben ik er klaar voor. Ik zal er, vanaf dat moment, zijn. Mijn verantwoordelijkheid en mijn rol nemen. Ik zal hem in mijn armen nemen....
Nee, geen droom, geen losse fantasie, wellicht een mogelijke realiteit. Nee, en ik schaam mij er niet voor. De zojuist beschreven persoon zal dit jaar 39 worden. Of het een man is, of vrouw, is mij onzeker. Voor zover ik mij herinner heb ik echter vernomen dat het om een manspersoon zou moeten gaan.
Hoe kom ik er bij? Ach, soms kijk ik naar Spoorloos (van de KRO). Veel verhalen zijn hetzelfde, edoch allen uniek. Het maakt ook iets in mij los. Neen, ik ben geen zoekende. Iemand zou mij kunnen zoeken. Hoe zal ik reageren, wat zal ik doen? Wat doet het mij? Sinds 1977 is het een vraag, een onzekerheid, welke mij op onregelmatige basis bezig houdt.
Om verdere cryptische woorden en zinnen te voorkomen ga ik terug naar de zomer van 1976, veertig jaar terug.
Met de Renault 4, van mijn moeder, was ik op vakantie in Frankrijk. Mijn geld was op, maar wist waar mijn ouders met hun KIP caravan verbleven. De reactie van mijn vader was helder. Hij gaf mij geen geld, maar ik moest maar vragen of ik op de camping kon werken. De camping was van een Nederlander. Het jaar er voor was ik er al geweest. Met mijn ex, die net mijn ex was toen wij afreisden. Volgens mij heette hij Guido. Zowaar, ik mocht van Guido op de camping werken. Een week schoonmaak, een week onderhoud, een week zwembad, dat was het ritme. De camping lag in Boisson, vlak bij Saint Ambroix, een vijftig kilometer onder de Ardèche. Een leuke camping, leuke gasten.
Wanneer je op een camping werkt heb je op de een of andere wijze aanzien, waardoor het amoureuze leven hoogtij vierde. Vriendinnen wisselden elkaar dan ook in een hoog tempo af. Vreemd gegaan ben ik nooit, maar de gasten bleven ook niet altijd lang, waardoor regelmatig van partner wisselde, maar nimmer bedroog. Wat later in het seizoen waren er twee Franse meisjes, uit de buurt van Amiens. Met een van beiden bedreef ik de liefde. Echter, voordat zij weer verder trokken kregen wij een onenigheid. Het gevolg was dat wij uiteindelijk in onmin uit elkaar gingen, toen de meisjes weer huiswaarts keerden.
Een jaar later kwam ik wederom op de camping. Tweede maal als gast. Minder spectaculair als het voorgaande jaar, maar toch wel weer een leuke tijd. De tweede week kwam een van de meisjes uit Amiens. Niet het meisje waar ik wat mee had gehad. Haar houding was afstandelijk, lichtelijk vijandelijk zelfs. Pas na enkele dagen was er sprake van enige communicatie. Zij was boos op mij. Over het feit van de ruzie, van het voorgaande jaar, en het feit dat haar vriendin een kind had gekregen. Volgens haar was dat kind uit mijn zaad ontsproten, en betrof het een jongetje. Na deze verwijtende reactie liep zij weg en heb ik haar nooit meer gesproken. Zij bleef mij mijden, gedurende de dagen dat wij beiden op de camping verbleven.
Natuurlijk hield het bericht mij bezig. Als twintig jarige wist ik niet goed wat ik er mee aan moest. Een adres had ik niet. Haar naam was mij toen al haast ontschoten. Mijn leven ging door.
De jaren er na verdween het voorval uit mijn hoofd. Druk met van alles. Een eigen leven. Dat duurde even. Soms kwam het wel aan de orde en dan vertelde ik het verhaal. Ik schaam mij er niet voor. Ik heb nergens spijt van. Het is zo gelopen, ingegeven door de naïviteit van twee jongeren. Het zij zo.
Toch, naarmate de jaren verstrijken, ben ik er wel meer mee bezig, zij het met perioden. Stel, dat er inderdaad iemand voor je deur staat en zegt; ik ben je zoon. Op een gegeven moment realiseerde ik mij, dat die persoon dan al dertig zou zijn. En nu dus 39. Stel dat... Stel dat alles echt waar is, stel dat er een zoon is en stel dat deze zoon mij een keer zal zoeken. Zoals velen via Spoorloos de zoektocht naar hun biologische oorsprong ondernemen. Stel dat..., nou, dan ben ik er! Dan héb ik echt een zoon. Ondanks nooit eerder van betekenis te zijn geweest, nooit van het bestaan geweten te hebben, het is dan mijn zoon. Ik zal er zijn, hem ontvangen en alsnog een vader zijn, wanneer dat de vraag is.
Misschien komt die dag, misschien nooit. Ik zie wel. In ieder geval ben ik er klaar voor. Ik zal er, vanaf dat moment, zijn. Mijn verantwoordelijkheid en mijn rol nemen. Ik zal hem in mijn armen nemen....
zondag 29 mei 2016
Vriendelijke websites en eenvoudige contactmanieren....
Klantmanager, client contact centrum, klantvriendelijkheid, noem maar op. Termen van bedrijven en overheidsinstellingen om aan te geven hoe klantvriendelijk zij zich hebben ontwikkeld. De Belastingdienst, gemeenten, UWV bijvoorbeeld, maar ook banken en bovenal de vele internet en communicatiebedrijven en alles gaat tegenwoordig digitaal. Nou ja, alles.het grappige is dat je veel bedrijven digitaal niet kan bereiken. Nee, dat moet op de ouderwetse wijze: per telefoon. Nee, zelfs briefjes mogen niet meer. Er kan alleen gebeld worden. Dat is best lastig, daar al die bedrijven zich vooral met 0900 nummers bedienen. Iemand die geen telefoon heeft, geen GSM, of zeer beperkte belmogelijkheden kan dit soort bedrijven niet bereiken. En vertoef je wat langere tijd in het buitenland..., wel dan kan je het schudden.
Telefoniebedrijven (Tele2) en het UWV spannen de kroon. Bij de laatste kan je alleen een mail sturen, wanneer je doof of slechthorend bent. En dan nog alleen, wanneer je bij hen zo te boek staat. En bij internet en telefoonbedrijven zijn uitgebreide websites, maar voor contact kan je alleen maar bellen. Wat dat betreft doen de banken het overigens wonderbaarlijk goed. Wel, eindelijk een positief bericht over het bankwezen!
Redenen om te bellen, en niet te communiceren via mail of brief kan je wel bedenken. Ik schrijf graag. Zowel mijn schrijven, als het antwoord staan zwart op wit. Dat kan je zien als een bedreiging, daar het geschreven woord tegen je gebruikt kan worden. Ook kan je er vanuit gaan, dat het geschreven woord in ieder geval duidelijkheid geeft.
Inderdaad heb ik ervaringen dat telefonisch alles ontkent werd, en schrijven niet tot de mogelijkheden behoorde. Het ergste, tot nu toe, was Tele2. Het is mij niet gelukt rechtstreeks met ze te communiceren, behalve per telefoon. De telefonische reactie was niet vastgelegd en het bedrijf ontkende later de toezeggingen, welke zij gedaan hebben. Mijn enige wens was een persoonlijk contact. Eerst het incassobureau, daarna de deurwaarder, maar nimmer rechtstreeks. Telkens gaf ik aan rechtstreeks contact te willen, via mail (of brief). Niet gelukt. Het ging naar de rechter. Ook hier heb ik mijn eis tot contact neergelegd. Inmiddels is het al een tijdje stil. Het bedrag, waar het aanvankelijk om ging is inmiddels vertienvoudigd... Slim dus, om rechtstreekse communicatie uit de weg te gaan.
Vanaf eind dit jaar ontvang ik pensioen. Ik ontving een brief van het pensioenfonds om aan te geven of ik van dit (Flex) pensioen gebruik wens te maken. Om het te regelen werd ik verwezen naar de website. Niet uit te komen. Dus, een mailtje. Ja, of ik wilde bellen. Neen dus en zowaar werden de juiste formulieren toegezonden. In feite hadden ze diezelfde formulieren al met de eerste brief mee kunnen zenden, daar bij het pensioenfonds bekends blijkt dat ik geen inkomen heb.
Hoe ingewikkeld en vooral omslachtig kunnen bedrijven het communiceren maken... Een gewoon bedrijf doet het over het algemeen betreft stukken beter. De websites zijn helderder en alles werkt sneller en efficiënter
Voor de overheid en nutsbedrijven lijkt de werkelijkheid anders. Websites waar je gestoord van wordt, zelden vind wat je zoekt en ingewikkelde (en ongewenste) communicatiekanalen vergroten de afstand. Ondertussen ben je behoorlijk afhankelijk van dat soort bedrijven... Hé, zou dat het zijn? Hoe afhankelijker, hoe moeilijker te communiceren? En wanneer het omgekeerd is kan het wel goed geregeld worden.
Natuurlijk hebben de overheden de beste,men vooral duurste, organisaties in de hand genomen om een website te ontwikkelen en de communicatie te regelen. Mij is nog bekend uit mijn politiek actieve tijd, dat de gemeente astronomische bedragen uitgaf voor een verbeterde website... Maar uiteindelijk bleken alle verbeteringen zeer relatief...
Een digibeet ben ik niet, maar de slimste in de digitale wereld ben ik zeker niet. Dat roept nogal eens frustraties bij mij op, om de simpele reden dat ik er regelmatig niet uit kom, en helemaal niet het beoogde resultaat bereik. Wat dat betreft kost de digitale wereld een hoop tijd en extra energie.
Wat dat betreft is onze voorsprong en ontwikkeling in veel gevallen een stap terug in de tijd. En alles wordt ook nog eens ondoorgrondelijker. Iedereen weet van alles van je, maar ze vergeten het een goed te combineren met het andere. Met name de Belastingdienst is daar een ster in. Leuker kunnen ze het niet maken, maar makkelijker lukt eigenlijk ook niet echt. Sterker, het resultaat is zelfs nog minder leuk...
Communicatie is een vak. Bereikbaarheid is een kunde. Alle opgeleverde frustratie is niet hun probleem. Nee, alles is jou probleem. We zien wel, wie aan het langste eind trekt. Ik blijf gewoon mijn eigen gang gaan. Op het laatst hebben de instanties meer een probleem, dan dat ik dat heb. Vast goed voor de werkgelegenheid. En wat staat er nu op dat papiertje in de prullenbak?; ah, "efficiëntie"....
Telefoniebedrijven (Tele2) en het UWV spannen de kroon. Bij de laatste kan je alleen een mail sturen, wanneer je doof of slechthorend bent. En dan nog alleen, wanneer je bij hen zo te boek staat. En bij internet en telefoonbedrijven zijn uitgebreide websites, maar voor contact kan je alleen maar bellen. Wat dat betreft doen de banken het overigens wonderbaarlijk goed. Wel, eindelijk een positief bericht over het bankwezen!
Redenen om te bellen, en niet te communiceren via mail of brief kan je wel bedenken. Ik schrijf graag. Zowel mijn schrijven, als het antwoord staan zwart op wit. Dat kan je zien als een bedreiging, daar het geschreven woord tegen je gebruikt kan worden. Ook kan je er vanuit gaan, dat het geschreven woord in ieder geval duidelijkheid geeft.
Inderdaad heb ik ervaringen dat telefonisch alles ontkent werd, en schrijven niet tot de mogelijkheden behoorde. Het ergste, tot nu toe, was Tele2. Het is mij niet gelukt rechtstreeks met ze te communiceren, behalve per telefoon. De telefonische reactie was niet vastgelegd en het bedrijf ontkende later de toezeggingen, welke zij gedaan hebben. Mijn enige wens was een persoonlijk contact. Eerst het incassobureau, daarna de deurwaarder, maar nimmer rechtstreeks. Telkens gaf ik aan rechtstreeks contact te willen, via mail (of brief). Niet gelukt. Het ging naar de rechter. Ook hier heb ik mijn eis tot contact neergelegd. Inmiddels is het al een tijdje stil. Het bedrag, waar het aanvankelijk om ging is inmiddels vertienvoudigd... Slim dus, om rechtstreekse communicatie uit de weg te gaan.
Vanaf eind dit jaar ontvang ik pensioen. Ik ontving een brief van het pensioenfonds om aan te geven of ik van dit (Flex) pensioen gebruik wens te maken. Om het te regelen werd ik verwezen naar de website. Niet uit te komen. Dus, een mailtje. Ja, of ik wilde bellen. Neen dus en zowaar werden de juiste formulieren toegezonden. In feite hadden ze diezelfde formulieren al met de eerste brief mee kunnen zenden, daar bij het pensioenfonds bekends blijkt dat ik geen inkomen heb.
Hoe ingewikkeld en vooral omslachtig kunnen bedrijven het communiceren maken... Een gewoon bedrijf doet het over het algemeen betreft stukken beter. De websites zijn helderder en alles werkt sneller en efficiënter
Voor de overheid en nutsbedrijven lijkt de werkelijkheid anders. Websites waar je gestoord van wordt, zelden vind wat je zoekt en ingewikkelde (en ongewenste) communicatiekanalen vergroten de afstand. Ondertussen ben je behoorlijk afhankelijk van dat soort bedrijven... Hé, zou dat het zijn? Hoe afhankelijker, hoe moeilijker te communiceren? En wanneer het omgekeerd is kan het wel goed geregeld worden.
Natuurlijk hebben de overheden de beste,men vooral duurste, organisaties in de hand genomen om een website te ontwikkelen en de communicatie te regelen. Mij is nog bekend uit mijn politiek actieve tijd, dat de gemeente astronomische bedragen uitgaf voor een verbeterde website... Maar uiteindelijk bleken alle verbeteringen zeer relatief...
Een digibeet ben ik niet, maar de slimste in de digitale wereld ben ik zeker niet. Dat roept nogal eens frustraties bij mij op, om de simpele reden dat ik er regelmatig niet uit kom, en helemaal niet het beoogde resultaat bereik. Wat dat betreft kost de digitale wereld een hoop tijd en extra energie.
Wat dat betreft is onze voorsprong en ontwikkeling in veel gevallen een stap terug in de tijd. En alles wordt ook nog eens ondoorgrondelijker. Iedereen weet van alles van je, maar ze vergeten het een goed te combineren met het andere. Met name de Belastingdienst is daar een ster in. Leuker kunnen ze het niet maken, maar makkelijker lukt eigenlijk ook niet echt. Sterker, het resultaat is zelfs nog minder leuk...
Communicatie is een vak. Bereikbaarheid is een kunde. Alle opgeleverde frustratie is niet hun probleem. Nee, alles is jou probleem. We zien wel, wie aan het langste eind trekt. Ik blijf gewoon mijn eigen gang gaan. Op het laatst hebben de instanties meer een probleem, dan dat ik dat heb. Vast goed voor de werkgelegenheid. En wat staat er nu op dat papiertje in de prullenbak?; ah, "efficiëntie"....
dinsdag 24 mei 2016
Publieke veroordeling wordt pure discriminatie
Met grote regelmaat bevind ik mij in een land, waar ik niet alles mag zeggen. Sterker, zelfs bepaalde uitspraken, die ik in Nederland die kunnen (wanneer ik in dat land ben) tegen mij gebruikt worden. In Nederland daarentegen hebben we wel vrijheid van meningsuiting. Maar waar loop ik meer tegen aan? Dat ik sommige dingen beter niet kan zeggen, of geconfronteerd worden met mensen die de grenzen van vrije meningsuiting niet kunnen hanteren.
Het optreden van Sylvana Simons in DWDD heeft wel heel erg veel stof doen opwaaien. Veel kritiek is inhoudelijk, maar valt inmiddels in het niet in de kritieken, die geen kritiek meer zijn, maar pure discriminatie! Ik schaam mij daar eigenlijk wel voor. Het feit dat Nederlanders nog steeds zó (grof) discrimineren, zo ongezouten en primair reageren en mensen op een dergelijke manier neerzetten als dat zij een wild dier zijn, waarop men mag jagen.
Mijn mening ten opzichte van het gedachtegoed van mevrouw Simons en de partij/beweging Denk is niet veranderd, maar de tonnen stront die Simons over haar heen krijgt gun ik niemand. Het gaat mij niet om de hoeveelheid stront, daar heeft zij immers min of meer naar gevraagd, maar het gaat mij wel om de soort stront. Zeer afkeurenswaardig vind ik dat.
In Nederland hebben wij vrijheid van meningsuiting, maar blijkbaar wordt onvoldoende geleerd wat dit in houdt. Daarbij hebben we een man als Wilders. Hij stekt zich beledigend en zelfs discriminerend op, maar verschuilt zich achter zijn politieke status. Nederland pikt zijn uitspraken, dus ik kan mij voorstellen dat de gemiddelde Nederlander dergelijke uitspraken ziet als toegestaan. Onder het mom van zijn politieke status en de vrijheid van meningsuiting wordt Wilders onvoldoende aangepakt.
Daarnaast hebben wij de sociale media en internet. Dat maakt de wereld niet kleiner en sneller, je zet zaken op het net, voordat je er goed, of überhaupt, over hebt nagedacht. Via internet ontstaat op die wijze een afvalput van uitspraken. Het is zo eenvoudig iets "even neer te kwakken" op Twitter, Facebook, of dergelijke.
Zelf merk ik het ook, als vrij actieve Facebook gebruiker. Regelmatig komt het voor dat ik iets publiceer, waar fouten in zitten. Om te beginnen is het typen op zo'n iPad al zeer "foutgevoelig", maar wanneer je even niet oplet zijn je berichten ook geplaatst. Er zit geen controle tussen, waardoor het plaatsen van berichten veelal te snel gaat. Ik ben er van overtuigd dat veel mensen pas achteraf realiseren wat zij geplaatst hebben en een deel van hen zich daar (later) misschien zelfs voor schaamt.
Al met al is absoluut niet goed te praten wat voor discriminerende bagger over Simons op het net is verschenen. De Facebook pagina "uitzwaaien" gaat op zich al veel te ver, maar de reacties op die pagina zijn van dien aard, dat politie en justitie heel wat werk heeft om dat soort gasten strafrechtelijk te vervolgen. En daar moet Nederland ook maar eens z'n kloten mee laten zien. Immers, de vervolging voor discriminatie pakt maar een klein percentage aan van het hele probleem. Discriminatie moet harder worden aangepakt, maar daarnaast moet de overheid nadrukkelijker gaan uitleggen wat vrijheid van meningsuiting is en wat discriminatie is. Want ook op dat gebied bestaat zeer veel onwetendheid bij de gemiddelde Nederlanders.
Ja, ik vrees dat Denk niet een partij is die saamhorigheid en eensgezindheid brengt in Nederland. De reacties bevestigen in feite ook het gecreëerde schisma. Voor de politiek mag dit wel eens een signaal zijn, dat we er nog niet zijn en flink geïnvesteerd moet worden Nederland tot een geheel te smeden en discriminatie eens écht aan te pakken.
Rond het optreden van Simons blijkt maar weer dat er heel wat schuldigen zijn aan te wijzen. Op dat vlak heeft ze gelijk, alhoewel ik ook direct de term "uitlokking" aan haar optreden wil koppelen. Nee, zo eenvoudig ligt het allemaal niet.
Misschien, en ik hoop dat, is deze nare explosie een aanzet eens echt iets aan discriminatie te doen en te werken naar saamhorigheid. Niemand is gelijk, maar wij zijn allen gelijkwaardig! Leer leven, met die paradox!
Het optreden van Sylvana Simons in DWDD heeft wel heel erg veel stof doen opwaaien. Veel kritiek is inhoudelijk, maar valt inmiddels in het niet in de kritieken, die geen kritiek meer zijn, maar pure discriminatie! Ik schaam mij daar eigenlijk wel voor. Het feit dat Nederlanders nog steeds zó (grof) discrimineren, zo ongezouten en primair reageren en mensen op een dergelijke manier neerzetten als dat zij een wild dier zijn, waarop men mag jagen.
Mijn mening ten opzichte van het gedachtegoed van mevrouw Simons en de partij/beweging Denk is niet veranderd, maar de tonnen stront die Simons over haar heen krijgt gun ik niemand. Het gaat mij niet om de hoeveelheid stront, daar heeft zij immers min of meer naar gevraagd, maar het gaat mij wel om de soort stront. Zeer afkeurenswaardig vind ik dat.
In Nederland hebben wij vrijheid van meningsuiting, maar blijkbaar wordt onvoldoende geleerd wat dit in houdt. Daarbij hebben we een man als Wilders. Hij stekt zich beledigend en zelfs discriminerend op, maar verschuilt zich achter zijn politieke status. Nederland pikt zijn uitspraken, dus ik kan mij voorstellen dat de gemiddelde Nederlander dergelijke uitspraken ziet als toegestaan. Onder het mom van zijn politieke status en de vrijheid van meningsuiting wordt Wilders onvoldoende aangepakt.
Daarnaast hebben wij de sociale media en internet. Dat maakt de wereld niet kleiner en sneller, je zet zaken op het net, voordat je er goed, of überhaupt, over hebt nagedacht. Via internet ontstaat op die wijze een afvalput van uitspraken. Het is zo eenvoudig iets "even neer te kwakken" op Twitter, Facebook, of dergelijke.
Zelf merk ik het ook, als vrij actieve Facebook gebruiker. Regelmatig komt het voor dat ik iets publiceer, waar fouten in zitten. Om te beginnen is het typen op zo'n iPad al zeer "foutgevoelig", maar wanneer je even niet oplet zijn je berichten ook geplaatst. Er zit geen controle tussen, waardoor het plaatsen van berichten veelal te snel gaat. Ik ben er van overtuigd dat veel mensen pas achteraf realiseren wat zij geplaatst hebben en een deel van hen zich daar (later) misschien zelfs voor schaamt.
Al met al is absoluut niet goed te praten wat voor discriminerende bagger over Simons op het net is verschenen. De Facebook pagina "uitzwaaien" gaat op zich al veel te ver, maar de reacties op die pagina zijn van dien aard, dat politie en justitie heel wat werk heeft om dat soort gasten strafrechtelijk te vervolgen. En daar moet Nederland ook maar eens z'n kloten mee laten zien. Immers, de vervolging voor discriminatie pakt maar een klein percentage aan van het hele probleem. Discriminatie moet harder worden aangepakt, maar daarnaast moet de overheid nadrukkelijker gaan uitleggen wat vrijheid van meningsuiting is en wat discriminatie is. Want ook op dat gebied bestaat zeer veel onwetendheid bij de gemiddelde Nederlanders.
Ja, ik vrees dat Denk niet een partij is die saamhorigheid en eensgezindheid brengt in Nederland. De reacties bevestigen in feite ook het gecreëerde schisma. Voor de politiek mag dit wel eens een signaal zijn, dat we er nog niet zijn en flink geïnvesteerd moet worden Nederland tot een geheel te smeden en discriminatie eens écht aan te pakken.
Rond het optreden van Simons blijkt maar weer dat er heel wat schuldigen zijn aan te wijzen. Op dat vlak heeft ze gelijk, alhoewel ik ook direct de term "uitlokking" aan haar optreden wil koppelen. Nee, zo eenvoudig ligt het allemaal niet.
Misschien, en ik hoop dat, is deze nare explosie een aanzet eens echt iets aan discriminatie te doen en te werken naar saamhorigheid. Niemand is gelijk, maar wij zijn allen gelijkwaardig! Leer leven, met die paradox!
vrijdag 20 mei 2016
Het zwart van Sylvana Simons en Denk
Tenenkrommend keek ik, afgelopen week, naar de uitzending van de Wereld Draait Door over de nieuwe politieke partij Denk en Sylvana Simons. Het gedachtengoed van Denk was al iets wat mij bijna deed huiveren. In plaats van een samenleving tot een geheel te bouwen, lijkt Denk juist te werken aan een schisma tussen autochtone en allochtone Nederlanders. Hun boodschap is dan ook, in mijn ogen, uitermate paradoxaal.
Het meest ergerend vond ik echter mevrouw Simons. Ze zat er een beetje zielig te doen over al die negatieve mails, Twitters en berichtjes. Met haar Don Quichotte achtige stijl roep je dat toch ook over je af... Ze vecht tegen windmolens; vermeende discriminatie. Even werd een fragment met Simek aangehaald. Hij spreekt over zwartjes. Goed, zelfs zal ik een verkleining van het woord niet gebruiken, maar hoeveel mensen hebben het niet over "vrouwtjes". Voor mij het zelfde. Feit is dat duidelijk werd dat Simek gewoon een term ter duiding gebruikte. Feit, veel mensen zijn donker, zwart. Wij zijn blank, wit. Misschien niet de meest vriendelijke termen, maar géén discriminatie! Namelijk er spreekt geen enkele waardeveroordeling in uit. Simons ziet dat blijkbaar anders en gaat daar dan ook vol tegenin. Natuurlijk, ook ik ben fel tegen discriminatie, maar je moet wel weten wát discriminatie is. Simons beschikt niet over die kennis, maar vanuit een zeker minderwaardigheidsgevoel (althans dat neem ik voor het gemak maar aan) schiet ze op alle opmerkingen, die maar even rieken naar een andere huidskleur. Een Wilders achtig populisme, maar gebracht met een lief smoeltje, betere termen en wat zielig doen. Natuurlijk dat veel mensen haar adoreren en gelijk geven, maar het stijgt absoluut niet uit boven het niveau van de aanhangers van Wilders.
Met de zwarte Pieten discussie viel het mij al op en bemerkte ik haar Calimero houding al. Wanneer zij zich eens goed in de wereld culturen verdiept moeten heel wat culturen afgeschaft worden, omdat het discriminatoir is. Cultuur en discriminatie... Misschien kwam het er ooit uit voort, maar culturen zijn gesetteld en dergelijke gebruiken zijn wat dat betreft verwoorden tot een onschuldig festijn. Behalve voor gefrustreerde personen, of mensen die willen scoren in de media. Ach, dat is het natuurlijk, Simons wil scoren!
Zo waar vond ik dit keer Matthijs van Nieuwkerk scherp en goed. Zelfs Chiel kreeg mijn waardering, deze aflevering. De antwoorden waren om te huilen. Wat dat betreft onderscheidt Denk zich niet van de gevestigde orde. Ik heb geen concreet antwoord gehoord. Antwoorden werden gegeven, die juist meer vragen op riepen, of de antwoorden spraken zich fel tegen met eerdere uitspraken van de mensen van Denk. Heel, heel erg triest.
Een voorbeeld, de afschuw ten aanzien van de termen en uitspraken van Wilders. Ze doen het zelf, terwijl ze aangaven dit niet te willen, een andere politiek te willen. Maar, uitzonderingen bevestigen de regel, en dan moet ze wel met scherp terug schieten. Dan moet je ook niet zeggen, dat je aan een dergelijke woordenstrijd niet mee doet.
Ook ten aanzien van de in Turkije opgepakte journaliste, van Turkse komaf. Zegt die Simons dat je je aan moet passen aan het land waar je bent. Weet Simons dan niet eens dat deze journaliste haar uitspraken op de Nederlandse Twitter heeft gedaan? Misschien weet ze het wel, maar dan had ze een ander antwoord moeten geven. Voor kliklijnen is Denk niet, maar ze reageerden niet op de kliklijn van het Turkse consulaat, wat werd afgedaan met het feit dat dit later terug gedraaid werd. Denk vergeet blijkbaar dat er dus wel al schade was berokkend. De gehele beargumentatie hierover van Denk sloeg de spijker volledig mis. Het argument van de parlementaire voor stemmers (bij een motie een poos geleden) publiekelijk te tonen viel bij mij volledig verkeerd; ouderwets aan de schandpaal nagelen. Het feit dat de Turkse politiek afgedaan werd als buitenlands beleid miste de context geheel, want het betrof juist de invloed van die politiek op de Nederlandse samenleving. Dan kan en mag je dit niet negeren, laat staan zo weg wuiven als Denk doet.
Het is niet moeilijk nog heel wat argumenten te benoemen over Simons en Denk om aan te geven hoe verkeerd deze club is. Verkeerd en misschien wel bedreigend voor de samenleving. Ik hoop dat veel allochtone Nederlanders wakker genoeg zijn om vooral niet in de valkuil van Denk te lopen. We moeten er met zijn allen aan werken om één samenleving te worden, zijn, of blijven. Ik kan maar op een manier afsluiten; pas alsjeblieft op voor Denk!
Het meest ergerend vond ik echter mevrouw Simons. Ze zat er een beetje zielig te doen over al die negatieve mails, Twitters en berichtjes. Met haar Don Quichotte achtige stijl roep je dat toch ook over je af... Ze vecht tegen windmolens; vermeende discriminatie. Even werd een fragment met Simek aangehaald. Hij spreekt over zwartjes. Goed, zelfs zal ik een verkleining van het woord niet gebruiken, maar hoeveel mensen hebben het niet over "vrouwtjes". Voor mij het zelfde. Feit is dat duidelijk werd dat Simek gewoon een term ter duiding gebruikte. Feit, veel mensen zijn donker, zwart. Wij zijn blank, wit. Misschien niet de meest vriendelijke termen, maar géén discriminatie! Namelijk er spreekt geen enkele waardeveroordeling in uit. Simons ziet dat blijkbaar anders en gaat daar dan ook vol tegenin. Natuurlijk, ook ik ben fel tegen discriminatie, maar je moet wel weten wát discriminatie is. Simons beschikt niet over die kennis, maar vanuit een zeker minderwaardigheidsgevoel (althans dat neem ik voor het gemak maar aan) schiet ze op alle opmerkingen, die maar even rieken naar een andere huidskleur. Een Wilders achtig populisme, maar gebracht met een lief smoeltje, betere termen en wat zielig doen. Natuurlijk dat veel mensen haar adoreren en gelijk geven, maar het stijgt absoluut niet uit boven het niveau van de aanhangers van Wilders.
Met de zwarte Pieten discussie viel het mij al op en bemerkte ik haar Calimero houding al. Wanneer zij zich eens goed in de wereld culturen verdiept moeten heel wat culturen afgeschaft worden, omdat het discriminatoir is. Cultuur en discriminatie... Misschien kwam het er ooit uit voort, maar culturen zijn gesetteld en dergelijke gebruiken zijn wat dat betreft verwoorden tot een onschuldig festijn. Behalve voor gefrustreerde personen, of mensen die willen scoren in de media. Ach, dat is het natuurlijk, Simons wil scoren!
Zo waar vond ik dit keer Matthijs van Nieuwkerk scherp en goed. Zelfs Chiel kreeg mijn waardering, deze aflevering. De antwoorden waren om te huilen. Wat dat betreft onderscheidt Denk zich niet van de gevestigde orde. Ik heb geen concreet antwoord gehoord. Antwoorden werden gegeven, die juist meer vragen op riepen, of de antwoorden spraken zich fel tegen met eerdere uitspraken van de mensen van Denk. Heel, heel erg triest.
Een voorbeeld, de afschuw ten aanzien van de termen en uitspraken van Wilders. Ze doen het zelf, terwijl ze aangaven dit niet te willen, een andere politiek te willen. Maar, uitzonderingen bevestigen de regel, en dan moet ze wel met scherp terug schieten. Dan moet je ook niet zeggen, dat je aan een dergelijke woordenstrijd niet mee doet.
Ook ten aanzien van de in Turkije opgepakte journaliste, van Turkse komaf. Zegt die Simons dat je je aan moet passen aan het land waar je bent. Weet Simons dan niet eens dat deze journaliste haar uitspraken op de Nederlandse Twitter heeft gedaan? Misschien weet ze het wel, maar dan had ze een ander antwoord moeten geven. Voor kliklijnen is Denk niet, maar ze reageerden niet op de kliklijn van het Turkse consulaat, wat werd afgedaan met het feit dat dit later terug gedraaid werd. Denk vergeet blijkbaar dat er dus wel al schade was berokkend. De gehele beargumentatie hierover van Denk sloeg de spijker volledig mis. Het argument van de parlementaire voor stemmers (bij een motie een poos geleden) publiekelijk te tonen viel bij mij volledig verkeerd; ouderwets aan de schandpaal nagelen. Het feit dat de Turkse politiek afgedaan werd als buitenlands beleid miste de context geheel, want het betrof juist de invloed van die politiek op de Nederlandse samenleving. Dan kan en mag je dit niet negeren, laat staan zo weg wuiven als Denk doet.
Het is niet moeilijk nog heel wat argumenten te benoemen over Simons en Denk om aan te geven hoe verkeerd deze club is. Verkeerd en misschien wel bedreigend voor de samenleving. Ik hoop dat veel allochtone Nederlanders wakker genoeg zijn om vooral niet in de valkuil van Denk te lopen. We moeten er met zijn allen aan werken om één samenleving te worden, zijn, of blijven. Ik kan maar op een manier afsluiten; pas alsjeblieft op voor Denk!
maandag 16 mei 2016
Dierenleed
Ben ik een schijtebak, of valt het wel mee... Het gaat over dieren. Huisdieren, wel te verstaan. Om het terrein staan diverse (veelal wat gammele) hekken, zodat onze honden geacht worden op het terrein te blijven. Vooralsnog mislukt dit de laatste tijd. Voordien was het eveneens hopeloos, toen Ventje de ster was zwakke plekken te ontdekken. Gaandeweg werden alle ontsnappingsmogelijkheden teniet gedaan. Inmiddels is onze Loulou groter geworden. Met gemak springt zij over de lage hekjes, bedoelt voor de kleine witte hondjes. Her en der verstevigd en verhoogd. Uiteindelijk heeft Loulou een vaste ontsnappingsplek, en weet ook via dat zelfde stukje weer terug te komen. Loulou doet dat braaf en laat zichzelf van tijd tot tijd uit. Het enige nadeel is dat er langzaam een verzameling bouwmaterialen en gereedschappen over ons terrein verspreid ligt. Met name werkhandschoenen blijken erg populair.
Bij Ventje is het toch wat anders. Laatst waren beiden aan de loop. Lang en ver waren zij weg. Natuurlijk kwam het span op een gegeven moment weer aangelopen. Toch ben ik er niet gerust op. Mijn partner ziet dat anders. Nergens is een betere plaats de honden vrij te laten lopen. Verkeer is er nauwelijks. Kans op vergif is hier beperkt en ze komen altijd terug. Nu is Ventje over het algemeen vrij eigenwijs en luistert slecht. Loulou blijft bij Ventje. Maar, tijdens de nachtelijke uren lopen hier wilde zwijnen. Geen partij voor ons kleine witte mormel. Ook zijn er andere gevaren, vooral voor zo'n klein beestje, die ook veel minder goed zelf weet terug te komen. Loulou rent wel, en is snel genoeg de gevaren voor te zijn.
Overdag is het misschien anders. E zou zeggen, laat ze maar gaan. Probleem is wel dat de werklui soms erg bang zijn, vooral voor de kleinste, en de honden begrijpen niet dat ze niet door groentetuinen mogen rennen, laat staan het sappige groen tot zich nemen.
Noah ging destijds achter kippen en kuikens aan. Eigenlijk heb ik geen idee hoe dat met Loulou en Ventje werkt. Naar onze eigen kippen staan ze glazig te kijken, zonder er echt op te reageren. Maar dat geldt ook voor de katten. Onze katten horen bij de roedel, iedere andere kat wordt stevig achter de vodden gezeten. Vrije kippen en katten lopen er in de buurt genoeg rond. En voor een dooie kip moet je hier betalen, al doet je hond het. Ik wil dat gesodemieter dus eigenlijk niet. Mijn partner haalt haar schouders op en zegt dat het zich allemaal wel regelt. Vast wel, maar ik zie toch wat beperkingen, die je als eigenaar van het dier als verantwoordelijkheid dient te nemen. Zoals dat ook in Nederland geldt. Trouwens, in Nederland mag je hond überhaupt alleen op hiertoe aangewezen plaatsen los lopen. Daar buiten loop je het risico op een boete, afhankelijk van de gemeente kan deze boete aardig op lopen. Van het ene uiterste naar het andere. Zo lijkt het althans. Dan ben ik maar een schijtebak...
Katten zijn anders. Die kan je niet vast binden, maar zijn ook veel bescheidener wat gedrag betreft. Die rennen niet op iedereen af, knuffelen niet en er is nog nooit een kat met een onbekende werkhandschoen aan komen dragen. Soms, misschien wel vrij regelmatig, worden we opgeschrikt door enorm katten gekrijs. De vechtpartijen kunnen hevig zijn. Telkens zoeken we direct onze twee poesjes. Tot nu toe lagen zij altijd heerlijk rustig. Dus om te vechten hebben wij bepaald niet de goede exemplaren. Een hele geruststelling.
Kippen verblijven op een ruim terrein, achter een vrij hoog hek. Toch hebben er al enkele ontsnappingen plaats gevonden. Als redder in nood heb ik ze steeds terug gegooid, over het hek. De kippen bij de buren lopen geheel los, net als elders in het dorp. Toch willen wij dat hier niet. Met de honden, en katten, zal het vast wel gaan. Maar, ik wil geen schijtende kippen pal voor de deur. Lesje van mijn schoonzus.
Heel wat werk hoor, al dat huisvee. Net kinderen, en alsof het echt over kinderen gaat vullen we elkaar soms aan en soms staan we tegenover elkaar (tot op heden overigens nog niet lijnrecht). Dieren, wat kunnen ze je bezig houden. En wat lijken ze soms op kinderen, en wij als echte ouders. En wat ben ik blij met ze. Die honden hier, ze hebben behoorlijk de ruimte, maar willen altijd meer. Waar leggen wij onze grenzen? Het blijven wel huisdieren...
Bij Ventje is het toch wat anders. Laatst waren beiden aan de loop. Lang en ver waren zij weg. Natuurlijk kwam het span op een gegeven moment weer aangelopen. Toch ben ik er niet gerust op. Mijn partner ziet dat anders. Nergens is een betere plaats de honden vrij te laten lopen. Verkeer is er nauwelijks. Kans op vergif is hier beperkt en ze komen altijd terug. Nu is Ventje over het algemeen vrij eigenwijs en luistert slecht. Loulou blijft bij Ventje. Maar, tijdens de nachtelijke uren lopen hier wilde zwijnen. Geen partij voor ons kleine witte mormel. Ook zijn er andere gevaren, vooral voor zo'n klein beestje, die ook veel minder goed zelf weet terug te komen. Loulou rent wel, en is snel genoeg de gevaren voor te zijn.
Overdag is het misschien anders. E zou zeggen, laat ze maar gaan. Probleem is wel dat de werklui soms erg bang zijn, vooral voor de kleinste, en de honden begrijpen niet dat ze niet door groentetuinen mogen rennen, laat staan het sappige groen tot zich nemen.
Noah ging destijds achter kippen en kuikens aan. Eigenlijk heb ik geen idee hoe dat met Loulou en Ventje werkt. Naar onze eigen kippen staan ze glazig te kijken, zonder er echt op te reageren. Maar dat geldt ook voor de katten. Onze katten horen bij de roedel, iedere andere kat wordt stevig achter de vodden gezeten. Vrije kippen en katten lopen er in de buurt genoeg rond. En voor een dooie kip moet je hier betalen, al doet je hond het. Ik wil dat gesodemieter dus eigenlijk niet. Mijn partner haalt haar schouders op en zegt dat het zich allemaal wel regelt. Vast wel, maar ik zie toch wat beperkingen, die je als eigenaar van het dier als verantwoordelijkheid dient te nemen. Zoals dat ook in Nederland geldt. Trouwens, in Nederland mag je hond überhaupt alleen op hiertoe aangewezen plaatsen los lopen. Daar buiten loop je het risico op een boete, afhankelijk van de gemeente kan deze boete aardig op lopen. Van het ene uiterste naar het andere. Zo lijkt het althans. Dan ben ik maar een schijtebak...
Katten zijn anders. Die kan je niet vast binden, maar zijn ook veel bescheidener wat gedrag betreft. Die rennen niet op iedereen af, knuffelen niet en er is nog nooit een kat met een onbekende werkhandschoen aan komen dragen. Soms, misschien wel vrij regelmatig, worden we opgeschrikt door enorm katten gekrijs. De vechtpartijen kunnen hevig zijn. Telkens zoeken we direct onze twee poesjes. Tot nu toe lagen zij altijd heerlijk rustig. Dus om te vechten hebben wij bepaald niet de goede exemplaren. Een hele geruststelling.
Kippen verblijven op een ruim terrein, achter een vrij hoog hek. Toch hebben er al enkele ontsnappingen plaats gevonden. Als redder in nood heb ik ze steeds terug gegooid, over het hek. De kippen bij de buren lopen geheel los, net als elders in het dorp. Toch willen wij dat hier niet. Met de honden, en katten, zal het vast wel gaan. Maar, ik wil geen schijtende kippen pal voor de deur. Lesje van mijn schoonzus.
Heel wat werk hoor, al dat huisvee. Net kinderen, en alsof het echt over kinderen gaat vullen we elkaar soms aan en soms staan we tegenover elkaar (tot op heden overigens nog niet lijnrecht). Dieren, wat kunnen ze je bezig houden. En wat lijken ze soms op kinderen, en wij als echte ouders. En wat ben ik blij met ze. Die honden hier, ze hebben behoorlijk de ruimte, maar willen altijd meer. Waar leggen wij onze grenzen? Het blijven wel huisdieren...
Labels:
dierenleed,
hekwerk,
hond,
kat,
ontsnappen,
roedel,
vechten,
vergif,
wandelen,
zwakke plekken.,
zwijnen
maandag 9 mei 2016
Zo maar een wat levensbeschouwelijke overweging
Is het omdat ik ouder word, of gaat het gewoon zo. Het is nu zes uur. Alweer zes uur. Of gisteren zes uur net voorbij is. Straks ga ik alweer koken, eten en alweer naar bed. Het begrip "alweer" lijkt het leven in toenemende mate te beheersen. Soms heb ik wel, dat een dag lang lijkt. Ook zijn er dagen dat ik nauwelijks overzie wat ik die dag allemaal gedaan heb.
Natuurlijk realiseerde ik mij vroeger ook dat de dagen weer voorbij waren, maar niet met de nadruk welke ik de laatste tijd zo sterk ervaar. Soms ook best vervelend, omdat alles zo snel voorbij gaat. Lijkt te gaan is misschien beter op z'n plaats. Is er iets veranderd in mijn biologische "ik"? Het voelt niet zo. Heb ik geen dromen meer... Ja, nog steeds, alhoewel ik mij wel realiseer dat de realiteit van de dromen steeds verder weg is. Vroeger kon ik dromen van een nieuw huis, misschien een nieuwe baan. Nu ik geen inkomen heb is het niet logisch dergelijke dromen (of idealen) te hebben. De kans, die al vrijwel nihil was, dat ik ergens een grote prijs win, een erfenis krijg, of groot geld maak is na mijn arbeidsproces sterk afgenomen. Maar, of dat in verband te brengen is met het gevoel van de voorbij racende dagen durf ik niet te zeggen. Ik was nooit zo heel erg bezig met de snelheid van de dagen. Waarom dan nu wel? Ik schilder, dan is er al snel een halve dag voorbij. Dan andere klussen, of boodschappen. De middag is er ook weer aan. Vroeger werkte je, kwam je thuis en begon je "eigen" leven. Maar dat kan toch dit effect niet hebben?
Moet ik accepteren dat ik ouder word? Dat wil ik niet. In mijn hoofd voelt dat ook niet zo. Ja, mijn lichaam. Dat wordt wat zwaarder. Vandaag behoorlijk lopen slepen, hakken en graven. Dan moet ik een uurtje op de bank en ben ik niet meer in staat tot fysiek actieve dingen. Lichamelijk moet ik de boel wat meer verdelen. Maar in mijn hoofd... Verandert daar ook iets? Zonder het zelf te beseffen? Dat doet mij denken aan Altzheimer. Ook dan verandert er iets in je hersenen, zo der dat je het zelf echt beseft. Ja, je beseft wel dat er iets verandert, in het eerste stadium. Ik krijg overigens niet de indruk dat de veranderingen in mijn hoofd iets met dementie van doen hebben. Nee, dat moet anders aan voelen.
Echt last heb ik er niet van. Het is meer een conclusie. Ook een beetje een teleurstelling. Daar ik ook nog eens niet geloof in een hiernamaals ga je zo wel erg rap naar het eind. In overdrachtelijke zin dan. Leef ik nog dertig jaar, ben ik pas op tweederde van mijn leven. In dat kader is er nog voldoende tijd. Nee, het lijkt meer of de perspectieven veranderen. En dat doet lijkt wel iets met je hersenen. Gaat het sneller, omdat je fysiek minder aan kan? Ik ben geen psycholoog, dus ik kan daar niet over oordelen. Ach, en misschien is dat hele gevoel over een poosje alweer over.
Wat is het leven eigenlijk een vreemd fenomeen. Ik zeg wel eens: "het leven is een droom, als je wakker wordt ben je de droom kwijt". In dit geval, wanneer je overlijdt weet je het leven niet meer. Raar, daar wij onze geest zo ontwikkeld hebben en in ons keven zo veel mogelijkheden hebben en dingen om ons heen hebben het leven te veraangenamen. Vreemd, dat dit alles in feite totaal zinloos is. Waar maken we ons druk om? Misschien is dat het wel. Ik maak mij niet meer zo druk. Ik zie wel wat er op mijn weg komt, en hoe. Het maakt op zich niet uit. Wordt ik een bekend en befaamd schilder, of blijf ik mee kabbelen in de golven van de gemiddelde kunstenaar? Op zich maakt mij dat niets uit. Ik schilder gewoon. Ik vind dat leuk, het is een drang, dus doe ik het. Moet ik mij dan wel druk maken? Liever niet. Ik wil genieten van het leven en dat is iets waar ik het laatste jaar heel druk mee ben. Wellicht daardoor dat alles zo snel gaat.
En toch zit er een grote paradox in mijn gevoel. Wanneer ik terug kijk lijkt zelfs gisteren alweer lang geleden. Laat staan twee weken, een maand, een jaar... Wanneer ik terug kijk lijkt alles zo lang geleden en heb ik het gevoel al zo ongelofelijk lang te leven. Iets wat ik altijd al heb gehad, dus wat dat betreft functioneert mijn brein nog steeds het zelfde.
Het leven is vreemd... Ik neem maar weer een biertje,... net als gister rond deze tijd.
Natuurlijk realiseerde ik mij vroeger ook dat de dagen weer voorbij waren, maar niet met de nadruk welke ik de laatste tijd zo sterk ervaar. Soms ook best vervelend, omdat alles zo snel voorbij gaat. Lijkt te gaan is misschien beter op z'n plaats. Is er iets veranderd in mijn biologische "ik"? Het voelt niet zo. Heb ik geen dromen meer... Ja, nog steeds, alhoewel ik mij wel realiseer dat de realiteit van de dromen steeds verder weg is. Vroeger kon ik dromen van een nieuw huis, misschien een nieuwe baan. Nu ik geen inkomen heb is het niet logisch dergelijke dromen (of idealen) te hebben. De kans, die al vrijwel nihil was, dat ik ergens een grote prijs win, een erfenis krijg, of groot geld maak is na mijn arbeidsproces sterk afgenomen. Maar, of dat in verband te brengen is met het gevoel van de voorbij racende dagen durf ik niet te zeggen. Ik was nooit zo heel erg bezig met de snelheid van de dagen. Waarom dan nu wel? Ik schilder, dan is er al snel een halve dag voorbij. Dan andere klussen, of boodschappen. De middag is er ook weer aan. Vroeger werkte je, kwam je thuis en begon je "eigen" leven. Maar dat kan toch dit effect niet hebben?
Moet ik accepteren dat ik ouder word? Dat wil ik niet. In mijn hoofd voelt dat ook niet zo. Ja, mijn lichaam. Dat wordt wat zwaarder. Vandaag behoorlijk lopen slepen, hakken en graven. Dan moet ik een uurtje op de bank en ben ik niet meer in staat tot fysiek actieve dingen. Lichamelijk moet ik de boel wat meer verdelen. Maar in mijn hoofd... Verandert daar ook iets? Zonder het zelf te beseffen? Dat doet mij denken aan Altzheimer. Ook dan verandert er iets in je hersenen, zo der dat je het zelf echt beseft. Ja, je beseft wel dat er iets verandert, in het eerste stadium. Ik krijg overigens niet de indruk dat de veranderingen in mijn hoofd iets met dementie van doen hebben. Nee, dat moet anders aan voelen.
Echt last heb ik er niet van. Het is meer een conclusie. Ook een beetje een teleurstelling. Daar ik ook nog eens niet geloof in een hiernamaals ga je zo wel erg rap naar het eind. In overdrachtelijke zin dan. Leef ik nog dertig jaar, ben ik pas op tweederde van mijn leven. In dat kader is er nog voldoende tijd. Nee, het lijkt meer of de perspectieven veranderen. En dat doet lijkt wel iets met je hersenen. Gaat het sneller, omdat je fysiek minder aan kan? Ik ben geen psycholoog, dus ik kan daar niet over oordelen. Ach, en misschien is dat hele gevoel over een poosje alweer over.
Wat is het leven eigenlijk een vreemd fenomeen. Ik zeg wel eens: "het leven is een droom, als je wakker wordt ben je de droom kwijt". In dit geval, wanneer je overlijdt weet je het leven niet meer. Raar, daar wij onze geest zo ontwikkeld hebben en in ons keven zo veel mogelijkheden hebben en dingen om ons heen hebben het leven te veraangenamen. Vreemd, dat dit alles in feite totaal zinloos is. Waar maken we ons druk om? Misschien is dat het wel. Ik maak mij niet meer zo druk. Ik zie wel wat er op mijn weg komt, en hoe. Het maakt op zich niet uit. Wordt ik een bekend en befaamd schilder, of blijf ik mee kabbelen in de golven van de gemiddelde kunstenaar? Op zich maakt mij dat niets uit. Ik schilder gewoon. Ik vind dat leuk, het is een drang, dus doe ik het. Moet ik mij dan wel druk maken? Liever niet. Ik wil genieten van het leven en dat is iets waar ik het laatste jaar heel druk mee ben. Wellicht daardoor dat alles zo snel gaat.
En toch zit er een grote paradox in mijn gevoel. Wanneer ik terug kijk lijkt zelfs gisteren alweer lang geleden. Laat staan twee weken, een maand, een jaar... Wanneer ik terug kijk lijkt alles zo lang geleden en heb ik het gevoel al zo ongelofelijk lang te leven. Iets wat ik altijd al heb gehad, dus wat dat betreft functioneert mijn brein nog steeds het zelfde.
Het leven is vreemd... Ik neem maar weer een biertje,... net als gister rond deze tijd.
donderdag 5 mei 2016
4 en 5 mei
Vandaag vieren wij 5 mei, Bevrijdingsdag. Gisteren herdachten wij onze doden. De doden, gevallen in de Tweede Wereld oorlog en de strijd en vredesoperaties nadien. De Bevrijding, op 5 mei, is de bevrijding van het Duitse juk. In dat kader vieren wij de Bevrijding, vrede en vrijheid.
In de jaren zeventig was een van de eerste Bevrijdingspop festivals, Haarlem, Botermarkt. Ik was er bij met la Pat (Patty Trussel). Een geweldige dag, maar afgesloten met vechtpartijen. Zo eindigden nog vele festivals voor vrede met vechtpartijen aan het einde. Voor mij was altijd duidelijk hoe relatief het begrip vrede is en hoe de mensheid de waarde van de term vrede draagt.
Vrede is broos. Wij herdenken onze vrede, maar staat vrede alleen in relatie tot oorlog? De terroristische aanslagen en dreigingen dan? In mijn beleving tart dat de vrede. Maar ook intolerantie tart vrede. In de Eerste Wereldoorlog heeft Nederland ruim een miljoen Belgische vluchtelingen opgenomen. Maar nu worden voor een paar honderd Syrische vluchtelingen ruiten ingegooid en dode varkens opgehangen. Een daad van agressie, een tarten van de vrede. En wat is het verschil met de Belgen destijds? Geen, beiden ontvluchtten het oorlogsgeweld in eigen land. Dat men nu een ander geloof aan hangt speelt daar geen enkele rol in. Nee, dit geweld toont hoe intolerant de Nederlander is geworden. Intolerant, omdat wij te maken hebben met welvaart en globalisering. En daar schuilt het gevaar van de vrijheid.
Vrijheid, we vieren het. Maar hoeveel vrijheid hebben wij nog? We realiseren het ons niet. We vertalen vrijheid naar welvaart. We leven met veel mensen, op een relatief klein oppervlak. We worden individualistischer, intoleranter in een globaliserende maatschappij. Dat betekent dat er regels opgesteld worden, door de overheid. Regels en regels. Een enorme berg, maar wat wij ons niet realiseren is dat deze regels onze verantwoordelijkheid over nemen. Minder verantwoordelijkheid betekent minder vrijheid. Soms begint het simpel, bijvoorbeeld met verkeersregels. Onder het mom van veiligheid, worden verantwoordelijkheden afgenomen, en onze vrijheid beperkt. Ja, bellen in de auto is ook vrijheid. Niet goed, maar wel vrijheid. Op heel veel gebieden zijn er regels die onze vrijheid meer en meer beperken. Wel hebben we nog onze vrijheid van meningsuiting. Toch is dat ook relatief, want het kan letterlijk je kop kosten. Je mág alles zeggen, het is echter beter dit niet te doen. Ook oude vrijheden zijn nog steeds niet geïntegreerd. Hoe vaak is homoseksualiteit niet nog iets wat niet getolereerd wordt? Natuurlijk moeten er basis wetten zijn. Het is niet een vrijheid, die je moet accepteren, dat je iemand vermoord. Ook discriminatie zie ik niet als vrijheid. Maar de leeftijd van het drinken van alcohol terug brengen van 18 naar 16 zie ik wél als een beperking van onze vrijheid. En zo zijn er nog hele reeksen regels, die de vrijheid op subtiele wijze inperken.
En dan de vrijheid die wordt afgenomen door de overheden en banken... We staan daar niet bij stil, maar het leidt wel tot menselijk leed. Situaties dat men niet eens meer kán beschikken over vrijheid. "Daar heb je zelf voor gekozen", is een van de meest misselijkmakende opmerkingen, die je kam krijgen. Niemand kiest voor zo een situatie! Maar het zegt wel veel over onze vrijheden.
We realiseren niet wat het begrip vrijheid inhoudt. We staan niet écht stil bij wat vrijheid betekent. We hobbelen er maar over heen. Zolang we het goed hebben, welvaart kennen, zien wij dát als vrijheid. Maar vrijheid is zo veel meer.
We herdenken. Het einde van de Tweede Wereldoorlog. Onze doden. We vieren. De bevrijding, vrede en vrijheid. Aandacht gaat uit naar die oorlog, maar na 71 jaar hebben de begrippen wellicht een andere waarde, andere betekenis, of andere inhoud. We staan er niet bij stil. Wat dat betreft weten wij niet eens meer wat wij vieren. Wij realiseren niet eens hoe onze vrijheid is ingeperkt. Door de staat, de economie en door de multinationals... Wat is vrijheid? Wat willen we er mee? Hoe tolerant zijn we en hoeveel verantwoordelijkheid willen wij op ons nemen onze vrijheid zelf te dragen? Uitgebreid wordt stil gestaan bij het oorlogsleed. Gevierd wordt de bevrijding, maar nadenken, bezinnen gaat aan ons voorbij. Hoe relatief is onze vrede? Wát verstaan wij onder vrede? Maar een groter goed is misschien onze vrijheid. Vrijheid in alle toonaarden. Misschien moeten we volgend jaar 4 en 5 mei eens de bezinning laten zijn en stil staan bij onze vrijheid. Onze vrijheid, voor zo ver wij die nog wel, of niet, hebben.
In de jaren zeventig was een van de eerste Bevrijdingspop festivals, Haarlem, Botermarkt. Ik was er bij met la Pat (Patty Trussel). Een geweldige dag, maar afgesloten met vechtpartijen. Zo eindigden nog vele festivals voor vrede met vechtpartijen aan het einde. Voor mij was altijd duidelijk hoe relatief het begrip vrede is en hoe de mensheid de waarde van de term vrede draagt.
Vrede is broos. Wij herdenken onze vrede, maar staat vrede alleen in relatie tot oorlog? De terroristische aanslagen en dreigingen dan? In mijn beleving tart dat de vrede. Maar ook intolerantie tart vrede. In de Eerste Wereldoorlog heeft Nederland ruim een miljoen Belgische vluchtelingen opgenomen. Maar nu worden voor een paar honderd Syrische vluchtelingen ruiten ingegooid en dode varkens opgehangen. Een daad van agressie, een tarten van de vrede. En wat is het verschil met de Belgen destijds? Geen, beiden ontvluchtten het oorlogsgeweld in eigen land. Dat men nu een ander geloof aan hangt speelt daar geen enkele rol in. Nee, dit geweld toont hoe intolerant de Nederlander is geworden. Intolerant, omdat wij te maken hebben met welvaart en globalisering. En daar schuilt het gevaar van de vrijheid.
Vrijheid, we vieren het. Maar hoeveel vrijheid hebben wij nog? We realiseren het ons niet. We vertalen vrijheid naar welvaart. We leven met veel mensen, op een relatief klein oppervlak. We worden individualistischer, intoleranter in een globaliserende maatschappij. Dat betekent dat er regels opgesteld worden, door de overheid. Regels en regels. Een enorme berg, maar wat wij ons niet realiseren is dat deze regels onze verantwoordelijkheid over nemen. Minder verantwoordelijkheid betekent minder vrijheid. Soms begint het simpel, bijvoorbeeld met verkeersregels. Onder het mom van veiligheid, worden verantwoordelijkheden afgenomen, en onze vrijheid beperkt. Ja, bellen in de auto is ook vrijheid. Niet goed, maar wel vrijheid. Op heel veel gebieden zijn er regels die onze vrijheid meer en meer beperken. Wel hebben we nog onze vrijheid van meningsuiting. Toch is dat ook relatief, want het kan letterlijk je kop kosten. Je mág alles zeggen, het is echter beter dit niet te doen. Ook oude vrijheden zijn nog steeds niet geïntegreerd. Hoe vaak is homoseksualiteit niet nog iets wat niet getolereerd wordt? Natuurlijk moeten er basis wetten zijn. Het is niet een vrijheid, die je moet accepteren, dat je iemand vermoord. Ook discriminatie zie ik niet als vrijheid. Maar de leeftijd van het drinken van alcohol terug brengen van 18 naar 16 zie ik wél als een beperking van onze vrijheid. En zo zijn er nog hele reeksen regels, die de vrijheid op subtiele wijze inperken.
En dan de vrijheid die wordt afgenomen door de overheden en banken... We staan daar niet bij stil, maar het leidt wel tot menselijk leed. Situaties dat men niet eens meer kán beschikken over vrijheid. "Daar heb je zelf voor gekozen", is een van de meest misselijkmakende opmerkingen, die je kam krijgen. Niemand kiest voor zo een situatie! Maar het zegt wel veel over onze vrijheden.
We realiseren niet wat het begrip vrijheid inhoudt. We staan niet écht stil bij wat vrijheid betekent. We hobbelen er maar over heen. Zolang we het goed hebben, welvaart kennen, zien wij dát als vrijheid. Maar vrijheid is zo veel meer.
We herdenken. Het einde van de Tweede Wereldoorlog. Onze doden. We vieren. De bevrijding, vrede en vrijheid. Aandacht gaat uit naar die oorlog, maar na 71 jaar hebben de begrippen wellicht een andere waarde, andere betekenis, of andere inhoud. We staan er niet bij stil. Wat dat betreft weten wij niet eens meer wat wij vieren. Wij realiseren niet eens hoe onze vrijheid is ingeperkt. Door de staat, de economie en door de multinationals... Wat is vrijheid? Wat willen we er mee? Hoe tolerant zijn we en hoeveel verantwoordelijkheid willen wij op ons nemen onze vrijheid zelf te dragen? Uitgebreid wordt stil gestaan bij het oorlogsleed. Gevierd wordt de bevrijding, maar nadenken, bezinnen gaat aan ons voorbij. Hoe relatief is onze vrede? Wát verstaan wij onder vrede? Maar een groter goed is misschien onze vrijheid. Vrijheid in alle toonaarden. Misschien moeten we volgend jaar 4 en 5 mei eens de bezinning laten zijn en stil staan bij onze vrijheid. Onze vrijheid, voor zo ver wij die nog wel, of niet, hebben.
Abonneren op:
Posts (Atom)