Posts tonen met het label vriendschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vriendschap. Alle posts tonen

dinsdag 6 augustus 2019

vriendschap een illusie?




25 augustus 2019 verblijven wij 5 jaar in Turkije. Destijds vertrokken met auto en aanhanger, drie honden, een kat, en een minimum aan huisraad. Een economische vlucht uit ons eigen land, om toch een enigszins menswaardig bestaan te kunnen leiden.
Dat is gelukt. Nu vijf jaar verder, in onze derde Turkse woning, hebben we alles redelijk op orde. Daarnaast een klein appartement in Nederland, waar vooral mijn vrouw zeer regelmatig verblijft. Kijkend naar de Turkse woning, welke wij momenteel huren, geeft dit de indruk dat we rijk zijn. Ja, rijk van binnen, maar niet in de knip. Van die rijkdom genieten we. We hebben er hard voor gewerkt. Er is een zwembad met en mooi terras en de tuin heeft een geweldige uitstraling. Kortom, het mag best een paradijsje genoemd worden, wat wij hier gecreëerd hebben,
En toch ben ik verdrietig. Natuurlijk, het leven in Turkije biedt niet wat onze voorkeuren heeft. We missen cultuur, een stuk gezelligheid en afwisseling. Desalniettemin is dat niet wat mij verdrietig maakt. Er speelt een liedje door mijn hoofd: Vriendschap is een illusie, een pakketje schroot met een dun laagje chroom…van Het Goede Doel, uit 1982.
Sinds wij hier “wonen” zijn er maar weinig mensen, uit Nederland, langs geweest. De dochters, een aanvankelijke kennis (wier vrouw wij met hun eerste komst nog niet eens kenden), die inmiddels wel een vriend geworden is en de vrouw van een ex-collega. Verder een  vriendin, die in Turkije was en even langs geweest is, evenals de ex van mijn vrouw. Maar vrienden, of mijn familie…
Redenen kan ik niet echt verzinnen. En wat ik aan redenen heb vernomen zijn, in mijn ogen, vooral drogredenen.  Om te beginnen, een retourtje Turkije is rechtstreeks en relatief goedkoop (voor 250 euro kan je, met een beetje slimheid, een retour hebben).We halen en brengen van het vliegveld, hier 30 km verderop.  Hier zijn in principe geen extra kosten, wanneer je dat niet wilt, of kan betalen. De genoemde redenen kan ik dan ook niet als plausibel labelen. Meestal zijn het vage reacties of blijft men gehuld in stilte, maar altijd is er een (onderhuidse) sfeer van: bekijk het maar, ik kom niet. Dat doet mij veel pijn. Als vrienden van mijn vrouw mij niet mogen, of omgekeerd, is dat geen reden. Iets dergelijks mag een echte vriendschap niet in de weg staan. In Nederland ga je ook om met de relaties van je vrienden. Een vriend van mij woonde op Curaçao. Ik mocht zijn vrouw niet en het klikte ook niet. Toch ben ik blijven komen. Ik kwam voor hem, niet voor haar. Wanneer ik bij hen was zorgde ik er voor dat het gezellig bleef. Daarbij ben ik van mening dat de relatie van jou vriend absoluut niet ook jou vriend(in) hoeft te zijn. Bij een goed vriendschap accepteer je de partner.
Eén vriendenstel zou komen en hadden het al in hun meer jaarlijkse planning gezet. Nog een jaar, dan zouden ze komen… Het heeft niet zo mogen zijn, daar beiden voordien overleden. Een andere vriend hadden we zelfs een ticket aangeboden… We hebben hem niet gezien. Mijn familie stelt mij evenzeer teleur. Alleen van mijn oudste broer kan ik mij indenken, waarom hij niet komt.
Iedereen is natuurlijk vrij te gaan en te staan waar ze willen, maar wanneer ik hoor dat vrienden wel naar Griekenland gaan of zijn geweest, en soms zelfs Rhodos, hier 100 km vandaan, dan doet dat toch zeer.
Hier hebben wij niemand gezien. Niemand heeft bij ons gelogeerd, niemand  in een logement dicht bij ons (wanneer je het niet prettig vindt bij iemand in huis te zitten). Zon, zee en oude cultuur is hier genoeg. Wandelen en ritten maken is allemaal mogelijk. Allemaal omstandigheden waar men zo graag naar op vakantie gaat en wat men opzoekt. Maar hier blijft het  stil. Mijn verdriet is ook gebaseerd op een forse teleurstelling. Wat stelt familie voor, wat stelt vriendschap voor? Is het echt uit het zicht, uit het hart? Gaan we zo fragmentarisch met elkaar om tegenwoordig? Is vriendschap dan inderdaad een illusie? Heb ik wel vrienden, en is het niet zo dat mijn vrienden mij op de een of andere manier gedogen? Of ben ik zo’n eikel, dat ik wel zo trouw aan vriendschap hecht. Dat ik wel met regelmaat van mij laat horen…  Ik kan er de vinger niet opleggen. Maar dat kutliedje blijft de laatste tijd maar door mijn hoofd spelen. En ja, het zou gewoon heel tof zijn wanneer mijn (onze) vrienden eens langs komen. Hier logeren, of even verderop. Dat ik het gevoel heb dat men mij ook als vriend ziet. Je hoeft elkaar niet iedere dag te bellen of te schrijven, maar laat überhaupt eens wat van je horen uit eigen beweging. Mijn familie is klein. Van een broer hoor ik af en toe wat, maar verder blijft het stil. Mijn neef en nicht laten ook niets horen. Ben ik dan zo een enorme lul? Je zou het haast gaan denken…  Mijn verdriet brengt twijfel. Twijfel in de mens, vooral in hen waarvan je denkt dat ze dicht bij je staan. Vriendschap… inderdaad een illusie?

dinsdag 14 juni 2016

Vriendschap

Vriendschap is een illusie..., een fragment uit het lied "vriendschap", van het Goede Doel (de band van Henk Westbroek). Een leuke meezinger, dacht ik altijd, de waarheid van de tekst liet ik aan mij voorbij gaan. Inmiddels ben ik ouder, wijzer en tors ik wat meer levenservaring met mij. Vriendschap, het houd mij bezig. Voorheen was het geen item, echter sinds mijn vertrek uit Driehuis begint het langzaam meer en meer te spelen.

Je vertrekt. Met regelmaat mail je. Met vrienden, met bekenden. Je ontvangt reacties. Soms krijg je spontaan een bericht. Na enige tijd schrijf je minder met als gevolg minder reacties. Sommigen reageren nog minder dan voorheen. Van een enkeling hoor je echter heel weinig. Niets soms. Zo gaan die dingen. Mensen komen in je leven, en mensen verdampen uit je leven. Verdampen in een soort vergetelheid. Ik ken dat. Van collega's, van buren. Mensen waar je soms heel intens mee om gaat. Je doet dat omdat er iets gezamenlijk is. Maar verhuis je, of je krijgt een andere baan, versmelten de meeste contacten. In feite ook wel logisch, omdat wat je bindt verdwijnt. Toch blijven er altijd contacten voort bestaan. Een zeldzaamheid, maar het gebeurt. Soms verdwijnt iemand uit je leven. Niet omdat jij vertrekt of jou leven verandert, maar dat van de ander. Niet zonder uitzondering om redenen waardoor verder contact ongewenst is, niet meer mogelijk is, of dergelijke.

Persoonlijk ben ik een trouwe lobbes. Vriendschap is voor mij zeer waardevol en ik onderhoud de contacten. Niet altijd even goed of even intensief, maar wel zo goed als mogelijk. Dat betekent ook dat het voor komt dat mijn vriendschap, mijn trouw, door de ander niet gewaardeerd wordt. Dat kan en is een risico. Een enkele keer leidt dat tot beëindiging, dan wel verkoeling, van het contact. Iets wat je moet accepteren. Immers vriendschap, of het hebben van goede kennissen, dient toch een wederzijds gebeuren te zijn. Van mijn kant is het een uitzondering een dergelijke relatie te verbreken.

Buren, kennissen, collega's zijn van andere orde dan vriendschap. Althans volgens mijn opvattingen en naar mijn normen. Vriendschap gaat verder. Hen die ik tot mijn echte (en hechte) vriendenkring beschouw ken ik veelal al vele jaren. Mijn beste vriend echter ben ik kwijt geraakt, doordat de dood ons scheidde. Dat was een bijzondere vriendschap. Soms zagen we elkaar een tijd niet, ik kende zijn gebreken en zijn karakter. Daarvan uitgaande hebben we jaren een heel goed contact gehad. We konden altijd op elkaar bouwen.

Andere vriendschappen hebben ook een ander karakter. Wat dat betreft komt het liedje van Henk Westbroek weer naar boven; "een pakketje schroot, met een dun laagje chroom"... Dat is niet direct gerelateerd aan de vriendschappen zelf, maar het feit dat ik mij zelden nog in de kring van mijn vrienden bevind. Langzaam ontstaat er een teleurstelling. De interesse in hen blijf ik tonen, maar de respons is laag. Belazerd laag misschien. De vraag waar dat aan ligt zal nimmer concreet beantwoord worden. Reacties zullen enigszins ontwijkend zijn. Het chroom barst los, het schroot wordt zichtbaar, of blijft over. Misschien ben ik niet aardig genoeg, of beschik ik onvoldoende over zaken die aantrekkelijk genoeg zijn voor anderen. Geld bezit ik niet, beroemd ben ik even in. Mijn netwerken zijn niet bijzonder. Vriendschap blijkt regelmatig een gecalculeerde relatie. Of je elkaar nu echt aardig vindt of niet lijkt soms secondair aan de belangen die een contact voor iemand biedt. Ontbreken die belangen in zekere mate, dan is afstand een drempel geworden. Een leven dat toch vooral van dichtbij af speelt. Ik val buiten het "dichtbij", behalve wanneer ik fysiek "dichtbij" ben. Dan lijkt er ook helemaal niets aan de hand. Maar ben ik weer uit zicht, lijkt het ook uit het hart te zijn. Bij de een is dat sterker dan bij de ander. Het is ook afhankelijk van de verwachtingen welke ik heb. Het is niet zo dat je bij iedereen dezelfde verwachtingen koestert. Nee, bij ieder individueel pas je de verwachtingen aan. Generaliseren is niet aan de orde.

Dat wil overigens niet zeggen dat de betekenis van vriendschap toch tot enige twijfel leidt. Zoals Westbroek zingt is het wellicht een illusie. Niet altijd. Er zijn absoluut uitzonderingen, maar dat de meeste vriendschappen toch een illusie blijken is een onderdeel van de realiteit van het leven. Ergens een deprimerende gedachte. Aan de andere kant een realiteit die je ook sterk kan maken. Wetend hoe het zit, maakt je immers minder broos.

Tja, het leven is soms teleurstellend. Realisme is het middel tot overleven. Vriendschap is een illusie, maar sommige vriendschappen zijn misschien heel waardevol, heel echt. Misschien ben ik een beetje teleurgesteld. Toch zie ik het positief in. Gewoon, omdat ik realistisch ben en mijzelf niet voor de gek houd. Wat ik van vriendschap verwacht kan (en mag) ik de ander niet opleggen. Ik heb hierin mijn visie. Ik zal daar in ieder geval heel zorgvuldig mee om blijven gaan. Er zijn immers vast vriendschappen, waar edelmetaal onder het chroom zit....

maandag 22 juni 2015

In den vreende: de Turkse mentaliteit (43)

Tja, voordat ik wellicht beticht word van generalisatie wil ik aangeven dat ik in termen van "algemeen" spreek. Er zijn zo veel uitzinderingen op mijn woorden als feiten welke ze onderschrijven. Ik scheer dus echt niet alle schapen over een kam.



Vanmiddag kwam de meubelmaker onze tafel brengen. Twee weken geleden, bijna, besteld, vorige week beloofd, vandaag gebracht. Als kompaan werd hij vergezeld door een klein Amerikaans sprekend mannetje. Wanneer er gesproken wordt over een kwestie van mentaliteit brengt alleen de vorige volzin al diverse kwesties aan het daglicht.

In Turkije is een afspraak een afspraak. Dat staat buiten kijf. Je kan rustig iets vooruit betalen, of een flink voorschot betalen, er wordt geleverd. Wat dat betreft ben ik hier nog geen enkele keer genaaid, ondanks in het begin de angst zeer prominent aanwezig was. Er is alleen wel een andere kant... Je weet nooit wanneer. Bij iedere afspraak over een leverdatum gaat het mis. Een datum voor een afspraak gaat ook mis. Vrijdag belde de man van Turk Telecom, dat hij vandaag in de namiddag zou komen. Vooraf is de kans al zeer groot, dat je hem vandaag niet ziet. We zagen hem dus niet. Waarschijnlijk morgen, of overmorgen. Hij zal hoe dan ook wel komen.

Met onze bedden hadden we een leverbon, met datum. Uiterst netjes (en een beetje bijzonder) werden wij tijdig gebeld, dat de levering vertraagd was. Daarna bleef het stil na een telefoontje van onze kant kwamen ze wel op de afgesproken dag. Aan het eind van de dag, wel te verstaan. Net als onze satelliet antenne. Er werd beloofd, dat hij die dag nog geïnstalleerd zou worden. Inderdaad, dat is gebeurd, maar het was al donker toen de heren klaar waren.

Aan de ene kant zijn Turken uiterst betrouwbaar. Anderzijds zijn ze absoluut niet te vertrouwen. Dat laatste maakt gelukkig weer dat ze je vaker blij weten te verrassen. En, zoals aangegeven, zijn er zeker uitzonderingen. In ons nieuwe huis loopt alles perfect op schema. De waterleiding is weer in orde en het hele elektranet  wordt vervangen. Het kan dus wel..., maar zie het als een mazzeltje.

Overigens geeft de een na laatste zin nog zo'n mentaliteitskwestie bloot. Dat straks. Zoals ik reeds aangaf kwam de meubelmaker met een secondant. Qua uiterlijk, en spraak, een Amerikaan. Het was echter een Turk, die in Amerika had gewoond. Nu terug in zijn vaderland werkt hij helemaal niet bij onze meubelmaker. Het zijn vrienden en vrienden helpen elkaar. Onze schotelman kwam ook met een maatje. Die werkte bij Aidem (de Turkse versie van... Nuon en dat soort bedrijven). Na zijn werk liep hij met zijn vriend mee en hielp dus. Turken zijn wat dat betreft ontzettend loyaal. En wanneer je een baan hebt dat je eerder klaar bent, ga je door je vrienden bij te staan. Wanneer je in Nederland een vriend een dienst vraagt moet het vooral een privé karakter hebben. En zelfs dan nog moeten de kinderen naar hockey, is men moe, krijgt visite, of wat dan ook. In Nederland helpen we elkaar, in vergelijking, maar heel sporadisch en zeker niet iemand op zijn werk, al heeft ie een eigen bedrijfje.

Hier help je elkaar. Ook op de straat voor onze deur valt het op. Zeer frequent stopt er een auto. Kort daarna stapt iemand in. Immers, wanneer je een bekende ziet lopen, stop je en neem je hem (of haar) mee. In Nederland moet het of je eigen vrouw zijn, of je kinderen. Verder toeter je gewoon ter groet.

Als beloofd even terug naar de elektra. Niet de elektra zelf, maar het bijzondere stukje mentaliteit. Wanneer je in Nederland een huis huurt moet het perfect zijn en anders spreek je de huiseigenaar er op aan dat het perfect moet. Hooguit kan je zelf je muren schilderen. Wij hebben een poging gedaan onze woning te verhuren. Eerlijk gezegd kreeg ik enkele keren kots neigingen over de eisen die potentiële huurders stelden, wellicht de reden dat verhuren niet lukte. Hier is het anders. Je huurt voor een schappelijke prijs en je zorgt zelf maar dat alles wordt zoals je zelf wenst. Hoe groot de verbouwing of investering ook is. Overigens zorg er voor dat je wel altijd overlegt en toestemming krijgt. Maar zelf ben je overal voor verantwoordelijk. De uitzonderingen hierop zijn primair de huisjesmelkers en rijken. Die vragen dan ook buitensporige huren, vergelijkbaar met centrum Parijs of een andere wereldstad. Zij verhuren niet, of aan buitenlanders. In Nederland vallen zij overduidelijk in de categorie graaiers. Een enkele huisbaas is geneigd te investeren. Onze huidige huisbaas had vooraf toegezegd enkele reparaties uit te voeren. Had het niet gedaan. Uiteindelijk heeft hij er aan tie gegeven. Hij probeerde wel een deel van de kosten op ons te verhalen. Zonder succes.

Ook onze nieuwe huisbaas is van de buiten categorie. Mustafa Kabak is ook al wat ouder, maar vooral een warm persoon. Dat geeft ook wel weer andere problemen (die eigenlijk helemaal geen problemen zijn), maar hij zorgt ook voor zijn huis. Al het bestaande water en alle bestaande elektra laat hij vernieuwen. Dat wij aanvullingen willen is prima, maar die kosten zijn wel voor onze rekening. Dat is voor de Turkse normen en waarden meer dan schappelijk!

 Onze ontmoeting met Baş is ook een voorbeeld van de Turkse mentaliteit. Men kan wel zeggen dat het hier zo toeristisch is en de zaak van het mooie en authentieke verstiert, maar aan de andere kant kom je heel wat Turken tegen die vaak langere tijd in een West Europees land hebben gewerkt. Baş is erg vernederlandst. Hij is de enige Turk die ik ken die zijn richtingaanwijzer gebruikt, zelfs bij het inhalen én wanneer hij weer naar de rechterbaan gaat. Verder is hij Turks. We kwamen aan de praat, het klikte, en nu hebben we regelmatig contact. Ook helpt hij, zoals met de auto, wanneer hij informeert bij de douane, of vrienden van hem. Ik moet zeggen, het is een leuk contact en kan nog wel eens tot een echte vriendschap leiden. En of een goede vriend nu ook je huisbaas is maakt niet uit. Als huisbaas is hij niet anders dan de meeste Turken, op natuurlijk de nodige uitzondering na.



De Turk is vriendelijk, maar kan ook erg afstandelijk en hautain zijn. Een Turk is een doener, een helper. Al lijkt het dat zij de hele dag alleen in het Theehuis zitten en roken, ondertussen werken ze vaak ook hard. Lui is een Turk namelijk niet. Nee, de meeste zijn harde werkers. Het beeld voor  "gewone" toerist  is duidelijk anders. Die zien en begrijpen heel veel niet, denken nog teveel vanuit de eigen cultuur die zien vooral alle zittende en hangende Turken. Maar toch, die mensen beginnen wel om een uur of acht en gaan door tot de wijzers weer net zo staan. Juist door je erin te verdiepen en te vragen kom je er meestal wel achter hoe de zaken werken. Een heel ander beeld ontstaat. Een boeiend beeld ook!

Voor de westerling is het niet altijd gemakkelijk de cultuur te doorgronden en de kwestie van mentaliteit te begrijpen. Een mentaliteit waar de mensen er nog echt voor elkaar zijn. Ook mij kost het soms moeite, zeker wanneer ik hier met de onbegrijpelijke bureaucratie van doen heb. Toch, zeker in het algemeen, geniet ik van deze mentaliteit. De Turk geeft om zijn medemens, ze zijn uiterst gastvrij en wars van een door de overheid gereguleerd leven. Hier kan de Nederlander nog iets van leren. Persoonlijk voel ik hier rijkdom. Die koester ik!

vrijdag 1 februari 2013

De Beer van Koblenz




Deel 2

In de wind bij Dachenhausen. Kou en kilheid. Een naar wit gebouw, tussen de bomen. Gras en ergens een tafeltje. Daarop een urn. Met een hele sobere bijeenkomst werd de urn de grond in gelaten. Vier meter naast de urn van Anne. De grote man in een kleine doos, een meter onder de grond. Het definitieve afscheid.

Gedurende de tijd dat we elkaar hebben gekend is hij zeker elf keer verhuisd. Eerst in de buurt van Bonn, via Aegienburg naar Mülheim Kärlich. Daar woonde hij in het familiehuis van de familie van Anne. Eerst in het voorhuis, daarna achter en later in het huis van de (overleden) buurvrouw. Ik kan mij nog herinneren dat wij samen naar Koblenz gingen. We hadden flink gezopen en namen een taxi terug. Die gast reed zeer snel, wat ons (met alle drank) niet goed viel. Thuis was Gerard het eerste bij de wc. Daarna mocht ik. Ondanks mijn kennelijke staat merkte ik dat er iets niet goed was. De volgende dag werd duidelijk dat Gerard in zijn dronken bui de wc-pot van zijn plaats had getrokken en ik had er, midden in de badkamer, in gepist… Dat waren wij samen… een stel belhamels, op zijn tijd. Na Mülheim Kärlich verhuisde hij naar de stad zelf: Koblenz.
 
In al die jaren hebben wij grote wandelingen gemaakt. Het gebied verkend per trein en vele kilometers met de auto gemaakt. Overal zijn we geweest van Bonn tot Frankfurt en van Trier tot Sauerland. De Eiffel en Hünzrück waren populair, maar ons bezoek aan Drachenfelse zijn we nooit vergeten. Onder, bij het treintje, is een reptielenhuis. Wij daar naar toe en die slangen sarren. In een van die bakken sloegen opeens vijf zwarte slangen toe. Ondanks de ruit ertussen sloeg ons hart flink op hol. Het dierenpark bij Bonn en de dierentuin bij Neuwied, de vlindertuin, vele kastelen, Sloss Ehrenburg was een van de populaire burchten.

Later werd het wandelen minder. Gerard kreeg erg veel last van zijn knieën. Wat zijn lijf was het een eigenwijze man. Op alle fronten. Het wandelen en autorijden werd meer een meer de trein. Kleine boemeltjes en grote ritten. Even naar Spreyer, de dom bekijken, met de ICE naar Frankfurt, of de trein naar Trier. Maar vaker zaten we thuis, of gingen we de stad in. Vorig jaar bezochten wij nog de Bunga, afsluitend  met een bezoek aan de Biergarten, aan de oevers van de Mosel. Ook daar hebben we veel tijd doorgebracht. Gerard was een stevige man, en kon drinken als geen ander. Liters bier, wat ik nooit bij heb kunnen houden.

Een tijdje heeft Gerard een wel heel andere hobby gehad. Muziek was altijd wel een beetje zijn passie, maar na het ontdekken van de Drehlier was hij verkocht. Na eerst eentje gekocht te hebben (daar hebben we ruim 700 kilometer voor gereden om hem op te halen) heeft hij er ook eentje zelf gemaakt. En natuurlijk zijn wij naar een Drehlierfestival geweest, ergens bij een burcht in de buurt van de oude DDR. Wanneer Gerard bij mij logeerde werd ik gewekt door dat vreselijk irritante geluid, maar mijn buurvrouw vond het geweldig. Dus Gerard bleef spelen. Tot de Drehlier niet meer van de muur kwam. Want zo was Gerard.

Een leven is niet in woorden te vangen. Onze vriendschap is niet in woorden te vatten. Samen met Herbert was hij mijn beste vriend. Ik was van hem zijn beste vriend. In al die jaren heb ik vrienden zien komen… en weer gaan. Ik bleef, want Gerard was een geweldige gozer. En ik ben tot het einde gebleven. Hij gaf zelf wel aan hoeveel ik voor hem betekende. En anders deed Anne dat wel en nu zijn kinderen. Ik was onderdeel geworden van de familie met Don Gerardo aan het hoofd. Een hele eer. En heel bijzonder zo’n vriend te moeten missen.

In 2007 ben ik op de fiets naar Zwitserland gegaan. Halverwege ben ik gestrand in Koblenz. Maar Gerard heeft mij zover gekregen verder te gaan. Hij is zelfs nog een stuk meegefietst, om mij op weg te helpen. Dat was Gerard. Zonder hem was ik nooit in Interlaken aan gekomen.
En dan kwam de ziekte van Anne. Alweer een aantal jaren geleden. Anne had kanker en het was duidelijk dat zij het niet zou overleven. Het kon twee jaar duren, maar ook tien jaar. Volgens mij heeft het nog een jaar of zeven geduurd. Eigenlijk kon Gerard niet zonder Anne. Ze waren een twee-eenheid. Hij zorgde voor haar en verzorgde haar. Hoe zwaar het hem ook viel. Maar, hij was er voor Anne. Samen hebben ze nog het huwelijk van Gert Jan en Steffi mee mogen maken. Daarna ging het slecht met Anne, tot zij in oktober stierf. Voor Gerard was dat zwaar, maar hij wilde toch door. Hij maakte plannen en probeerde de draad weer op te pakken. Maar hij bleef stronteigenwijs. Een griepje, nekte de 55 jarige grote man. Ja, dat klotegriepje heeft de beer van Koblenz omgestoten. Het is niet eerlijk, zo’n lullig griepje. En dan is het voorbij. Gerard is niet meer. Ik hoop mijn vriendschap met Anneke, Gert Jan en Steffi een vervolg te kunnen geven. Een klein beetje die leegte niet te voelen. Die twee kinderen zijn voor mij ook zo belangrijk geworden.

Een boek kan ik over onze dertig jaren schrijven, maar voor niemand anders zou dat verhaal de impact hebben, die het verdiend. Velen hebben hem ervaren als een moeilijke man. Dat was hij, maar zijn andere kant was zo puur, oprecht en deskundig. Eigenlijk is het niet te bevatten. Die grote man was stoer? Nu is hij niet meer.
Ik ben blij het verdriet en verlies met zijn kinderen te mogen bijwonen. Klinkt wat dubbel, maar het is een waardige manier afscheid van hem te nemen. Ja, hier rond ik het af. Afscheid van Gerard... Koblenz is Koblenz niet meer, en die beer.... Die zit niet meer aan de tafel (buiten) te roken... Rust zacht...




zondag 14 oktober 2012

Anne


Met het puntje van mijn tong veeg ik een zoute druppel van mijn wang. Ik huil niet de hele tijd, maar het verdriet komt in golven. Niet onverwacht, maar nu wel definitief. Anne is niet meer.

In 1982 kwamen er drie Duitsers aan de deur. Gemaskerd, want er was een feestje. Jürgen, Gerard en Anne. Het waren niet mijn vrienden, maar Gerard en Anne zouden het snel worden. Mijn beste vrienden zelfs, naast Herbert en Jan.
Gerard en Anne woonden bij Bonn, in Duitsland. Een alternatief stel. Beiden werkzaam in de verpleging. Rustige mensen, waar ik graag kwam. Altijd even gastvrij. Mijn band met Gerard groeide. Gerard was immers mijn vriend. Anne zijn vrouw. Maar op die manier nam Anne een steeds grotere rol in. En Anne toonde altijd haar blijheid, wanneer ik hen weer zag. Een warme vrouw. Enthousiast. Ze probeerde Nederlands te praten en ik heb ook altijd Nederlands naar haar gesproken. Ze wilde mij begrijpen, alhoewel we soms dingen wel nog even extra moesten uitleggen.
Zichzelf cijferde zij altijd weg. Anne was er voor de ander en zelf was zij eigenlijk onopvallend aanwezig. Zo onopvallend dat Anne er altijd was. En nooit, nee nooit, was er iets verkeerd.

Gert Jan werd geboren en een paar jaar later kwam Anneke. Anne werd moeder, maar eigenlijk was ze het al. Zelden zo een krachtige moeder gezien. Anne was iemand om ontzag voor te hebben. Anne was Anne. Was, want sinds vanmiddag is Anne niet meer. Anne is dood.

Dertig jaar lang hebben we elkaar gekend. Van Bonn verschoof de familie in stapjes richting Koblenz. In alle woningen ben ik geweest. Van alle woningen heb ik hun leven mee gekregen. Ze hebben bij een gehandicapte man gewoond. Niet om er alleen te wonen, maar ook om hem te verzorgen. Anne was zorgzaam. Heel zorgzaam. Maar ze had ook een probleem. Voor haar werk moest ze met de auto rijden. Dat lukte niet zo goed, en meerdere auto’s bereikten vroegtijdig de sloop. Anne bleef er kalm onder. In Zeeland kregen zij, tijdens een vakantie, een redelijk groot ongeluk. Anne bleef nuchter. Ze was altijd nuchter.

Een jaar of vier geleden werd Anne ziek. Ze werkte al een tijdje niet meer, omdat zij al psychische klachten had gekregen. Je merkte er weinig van. Alleen als je haar goed kende, maar het was zwaar voor haar. Ze ging niet bij de pakken neer zitten en werd actief bij de wereldwinkel in Koblenz. Dat zij hoorde dat zij kanker had nam zij vol kracht op, en bleef nuchter. Ze bleef door gaan. De ziekte sloopte haar heel langzaam. Dan ging het weer een stuk beter, en weer slechter. Hoe lang kon dit duren? Duidelijk was dat Anne niet meer te genezen was. Vanaf het begin vond ik daar erg moeilijk, maar het was Anne die er voor zorgde dat ik er wel mee om kon gaan.
Vorig jaar hoorde we dat Gert Jan zou gaan trouwen. In juni dit jaar. Zou Anne er nog bij zijn? De verwachtingen waren slecht. Dit voorjaar lag zij in het ziekenhuis en was palliatieve zorg aan de orde. Anne krabbelde weer overeind.

9 juni. Anne was er. Ze had de dag van haar leven. Ja, ze danste zelfs. Maanden ervoor had zij geruime tijd in de rolstoel gezeten, maar nu danste zij. Anne maakte harten blij, harten warm, dat was Anne.
Half september belde Gerard. Nu ging het echt snel met Anne. Ze lag al veel te slapen en wilden we haar nog zien en spreken moesten we snel komen. Aanvankelijk wilden we in de herfstvakantie gaan. Toch besloten we een week geleden te gaan. Niet een weekend, maar dit keer een dagje. Ja, Anne was heel erg ziek. Anne was Anne niet meer. Maar Anne berustte en gaf aan dat het zo wel goed was. Anne was klaar te sterven. Toen we vertrokken zeiden we snel nog een keer langs te komen. Misschien wel tegen beter weten in.
Vanmorgen zag ik het rode lampje knipperen van het antwoordapparaat. Gerard had ingesproken. Anne was gevallen, bleef bloeden en was nu naar het ziekenhuis gebracht. Vanavond, even over zessen, ging de telefoon. Ik zag de naam op de display… ik voelde het al. Inderdaad, vanmiddag is Anne ingeslapen. Vannacht waren haar zussen erbij geweest. Vanmiddag vertrokken en Gerard en Anneke waren bij haar. Een half uurtje later blies zij haar laatste adem uit. Het leek wel of Anne daar op had gewacht, dat haar man en dochter bij haar waren. Het lijkt wel of ze erop heeft gewacht, dat wij nog een keer naar Koblenz kwamen, om afscheid te nemen. Of ze erop had gewacht toch nog het huwelijk van haar zoon mee te maken.

Anne staat voor mij voor kracht. Een haast onzichtbare kracht. En nu heb ik veel verdriet. Heel veel. 53 jaar… toch geen leeftijd. Zo’n goed mens. Nee, alsjeblieft niet het cliché, dat zij het niet verdiend heeft en de wereld oneerlijk is. Het is een feit en met dit feit moeten we leven.
Maar, de herinnering aan Anne neemt niemand mij af. Nog veel zal ik aan haar denken. Anne zit in mij hart gekluisterd. Diep en warm. Anne heeft mijn leven verrijkt, puur door haar zijn. We moeten wennen aan een leven zonder Anne. Dat doet pijn en zal lang pijn blijven doen. De herinnering aan Anne geeft mij daarentegen een warm gevoel. Trots dat ik deel mocht uitmaken van haar leven. Anne… rust zacht.