Scheveningen, 1 januari 2019. Twee giga stapels pallets op het strand. De vlam gaat er in... In feite gaat het mis...
Een stapel van 43 meter hoog. Vorig jaar was de stapel 13 meter lager. Destijds was men van mening dat dit de max was. Desondanks ging het toch hoger. Een vergunning hoefde niet. Er waren duidelijke afspraken. De limiet was overschreden, toch mocht het aangestoken worden. Een lekker windje, van zee, stak op. Een enorme vonkenregen sloeg over de boulevard de wijk in. Fietsen verbranden en versmolten. In de wijk ontstonden fikkies en overal lagen zwarte roetvlokken... En nu maar naar elkaar wijzen, waar de fout zat.
Tot de jaren negentig, van de vorige eeuw, waren er forse rellen in diverse Haagse wijken. Hierop kwam men op het lumineuze idee de strandvuren te organiseren. Op zich geen verkeerde gedachte, tot het uiteindelijk écht over de grens heen ging. Het is ook nooit goed. Nee, daar zijn wij Nederlanders erg goed in; dat het nooit goed is.
Los van alle ellende zit er nog een vreemde kant aanbidt soort vuren, en trouwens de hele nieuwjaarsnacht. Hoeveel pallets liggen er alleen al op die twee brandstapels. Op de foto's te zien heel erg veel. In deze tijd hebben we het over recyclen. Nou, van al die pallets had je een hoop mooie dingen kunnen maken. Meubels, wandjes, of andere (bijvoorbeeld kunstzinnige) objecten. Maar nee, ter glorie van het nieuwe jaar mag de fik er in. Opeens zijn we even het recyclen kompleet vergeten...
Voorts is er een discussie over het milieu. We moeten minder CO2 uitstoten. Afgelopen jaar leidde dit tot een discussie over open haarden. Dat zou eigenlijk niet meer mogen. We vergeten voor het gemak even dat de verbrandingen in één nacht meer milieuvervuiling met zich mee brengen, dan alle open haarden in een jaar tezamen vervuilen... Meten met twee maten, vanuit hele dogmatische oogpunten, daar is Nederland toch wel heel goed in.
Wat mij opviel, op Facebook, was het grote aantal foto's (vooral met honden) met de mededeling, of vraag, bij hen in de buurt geen vuurwerk afgestoken mocht worden. De beestjes zouden bang worden. Wel, onze honden hebben nooit echt problemen met knallen (en vuurwerk) gehad. Het ligt er meestal hoe je met je huisdier om gaat. Natuurlijk zijn er ook angstige dieren, die vanuit zichzelf bang zijn, maar dat zijn er relatief weinig. Nee, in feite zie ik het als dat het baasje eigenlijk tegen vuurwerk is. Prima, maar gebruik dan niet het sentiment van je huisdier. Zeg gewoon ronduit, dat je tegen de knallen en vooral de milieuvervuiling bent. Nee, over het milieu mag je niet praten met Oud en Nieuw. Dat is immers traditie... Ja, wel felle discussies over Zwarte Piet en geweld rondom, maar vuurwerk moeten we blijven afsteken. Tjonge, wat een dubbele moraal...
Ga eens echt de discussie aan rond vuurwerk. Tuurlijk, het is mooi. Wel laat iedere gemeente dan een centraal vuurwerk organiseren. Dan kan je er toch nog van genieten, maar is veel minder belastend voor het milieu. En bovendien zullen er ook vele malen minder slachtoffers te betreuren zijn. Win win situatie heet dat.
Op het Journaal zag ik een man die voor €2000 vuurwerk had gekocht. Zo'n vent dient een zelfde bedrag als boete ( of noem het milieubelasting) te moeten betalen. Toch niet normaal meer?
Wat mij betreft hebben we het hier over een "aangeprate" traditie. Gewoon vuurwerkverkoop aan particulieren verbieden! En die vuren, beperk het in alle opzichten. Open haarden... Van mij mag het. Wel op voorwaarde dat er goed hout wordt verbrand. Droog bijvoorbeeld, iets wat heel erg scheelt in de milieubelasting. Laten we gewoon iets consequenter met onze aarde omgaan. Je zorgen uitspreken, maar dit soort tradities daar boven stellen..., wel heel paradoxaal eigenlijk.....
Posts tonen met het label dierenleed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dierenleed. Alle posts tonen
donderdag 3 januari 2019
zaterdag 15 december 2018
Vuurwerk en dierenleed
Feestdagen. Gezelligheid met Kerst en feest met de jaarwisseling. Naast alle wensen die over en weer gaan, ook alle zorgen die uitgesproken worden. En natuurlijk, naar Nederlandse traditie, ontstaan ook weer de nodige discussies. Vele maatschappelijke onderwerpen drommen in rijen aan onze gespreksstof voorbij.
Momenteel zijn de dieren nogal onderwerp. Op Facebook diverse plaatjes met de opmerking dat men graag wil dat er, op bepaalde plaatsen, geen vuurwerk afgestoken moet worden, in verband met de angst van de dieren. Ik ben daar nogal ambivalent in. Vuurwerk is mooi, maar ben tegen het afsteken en de vervuiling daarvan. Om die reden ben ik voor een algemeen verbod, met (per wijk, dorp, of buurt) centrale vuurwerk afsteekplaatsen. En het liefst ook centraal geregeld. Dat er ieder jaar voor miljoenen, misschien wel miljarden de lucht in wordt geblazen vind ik persoonlijk schandalig. En ondanks dat ik redelijk van de tradities ben, mag deze overboord! Hebben we de klimaattop in Katowice in Polen, speelt Nederland een beetje het beste jongetje van de klas en vervolgens vervuilen we het milieu in een paar uurtjes met een ongekende omvang...
Maar, om nu je huisdier als argument te gebruiken tegen vuurwerk..., ik weet het niet. Sommige dieren hebben inderdaad een aangeboren angst voor knallen, alhoewel in de meeste gevallen deze angst is aangeleerd. Natuurlijk schrikken dieren van een knal, maar meestal bepaalt de reactie van het "baasje" hoe het dier er mee omgaat. Wanneer je, na een knal, een dier omarmd en troost, zal het gevoeliger worden voor knallen en angst ontwikkelen. Indien je de reactie min of meer negeert zullen de meeste dieren (honden en katten) minder angst ontwikkelen. In mijn leven heb ik nu zes honden gehad (drie heb ik er nog, drie zijn overleden). Geen enkele van onze honden heeft ooit angst gehad voor vuurwerk, noch voor harde knallen. We hebben er dan ook nooit aandacht aan gegeven.
In Turkije zie je veel loslopende honden. Onverschrokken dieren zijn het en ik heb nog nooit hier een hond gezien, die angst heeft voor harde knallen, of vuurwerk. Natuurlijk zit die angst in de genen van enkele hondenmerken, maar ik geloof er heilig in dat die angst in zekere mate is aangeleerd. Om die reden vind ik het een misleidend argument om de angst van het dier te "gebruiken" om tegen vuurwerk te zijn... En op die manier neem je ook geen stelling in tegen deze geldverspillende en desastreuze traditie.
Nu valt mij op, dat tegenwoordig de mens sterker de neiging lijkt te hebben valse sentimenten te hebben jegens dier en dierenleed. Ik druk mij voorzichtig uit, maar het ligt ook heel gevoelig. Het lijkt of het sentiment steeds belangrijker wordt dan de ratio. Daarbij wordt de mens ook steeds hypocrieter. We eten vlees (nog steeds te veel!), maar het afschieten van herten mag niet. De onrusten rond de Oostvaardersplassen, winter 17/18, is hier een voorbeeld van. Even los van de discussie of het hier wel of niet over "natuur" gaat. Door ondervoeding stierven dieren. Dit werd niet geaccepteerd door een hele groep mensen. Nu willen ze de wildstand beperken, voor het dierenwelzijn, waardoor wel veel herstel afgeschoten moeten worden. Absoluut lullig, maar wanneer we ons een beetje, met historisch besef, verdiepen in de natuur is dit toch iets waar een logica in zit. Maar de mens blijft zich roeren. Van al die mensen is maar een heel klein deel veganist en een iets groter deel vegetariër. De meesten vreten varkensvlees uit grote fokkerijen en dierenflats. Daar heb ik toch wat meer moeite mee...
Voor mijn idee lijkt het mij geweldig, wanneer we in 2019 het dier eens op een ander voetstuk plaatsen. Het huisdier als dier en niet als een surrogaat mens en de "wilde" dieren in de context van de natuur. En voorts dat we in 2019 dieren niet meer gebruiken voor valse sentimenten. Ik ben tegen algemeen afsteken van vuurwerk. Ik ben voor een zo natuurlijk mogelijk evenwicht in de Oostvaardersplassen. Voor het laatste geldt; haal natuurlijke vijanden binnen! En dan kan ik iedereen ook alleen maar een "dier-reëel" 2019 wensen.
Momenteel zijn de dieren nogal onderwerp. Op Facebook diverse plaatjes met de opmerking dat men graag wil dat er, op bepaalde plaatsen, geen vuurwerk afgestoken moet worden, in verband met de angst van de dieren. Ik ben daar nogal ambivalent in. Vuurwerk is mooi, maar ben tegen het afsteken en de vervuiling daarvan. Om die reden ben ik voor een algemeen verbod, met (per wijk, dorp, of buurt) centrale vuurwerk afsteekplaatsen. En het liefst ook centraal geregeld. Dat er ieder jaar voor miljoenen, misschien wel miljarden de lucht in wordt geblazen vind ik persoonlijk schandalig. En ondanks dat ik redelijk van de tradities ben, mag deze overboord! Hebben we de klimaattop in Katowice in Polen, speelt Nederland een beetje het beste jongetje van de klas en vervolgens vervuilen we het milieu in een paar uurtjes met een ongekende omvang...
Maar, om nu je huisdier als argument te gebruiken tegen vuurwerk..., ik weet het niet. Sommige dieren hebben inderdaad een aangeboren angst voor knallen, alhoewel in de meeste gevallen deze angst is aangeleerd. Natuurlijk schrikken dieren van een knal, maar meestal bepaalt de reactie van het "baasje" hoe het dier er mee omgaat. Wanneer je, na een knal, een dier omarmd en troost, zal het gevoeliger worden voor knallen en angst ontwikkelen. Indien je de reactie min of meer negeert zullen de meeste dieren (honden en katten) minder angst ontwikkelen. In mijn leven heb ik nu zes honden gehad (drie heb ik er nog, drie zijn overleden). Geen enkele van onze honden heeft ooit angst gehad voor vuurwerk, noch voor harde knallen. We hebben er dan ook nooit aandacht aan gegeven.
In Turkije zie je veel loslopende honden. Onverschrokken dieren zijn het en ik heb nog nooit hier een hond gezien, die angst heeft voor harde knallen, of vuurwerk. Natuurlijk zit die angst in de genen van enkele hondenmerken, maar ik geloof er heilig in dat die angst in zekere mate is aangeleerd. Om die reden vind ik het een misleidend argument om de angst van het dier te "gebruiken" om tegen vuurwerk te zijn... En op die manier neem je ook geen stelling in tegen deze geldverspillende en desastreuze traditie.
Nu valt mij op, dat tegenwoordig de mens sterker de neiging lijkt te hebben valse sentimenten te hebben jegens dier en dierenleed. Ik druk mij voorzichtig uit, maar het ligt ook heel gevoelig. Het lijkt of het sentiment steeds belangrijker wordt dan de ratio. Daarbij wordt de mens ook steeds hypocrieter. We eten vlees (nog steeds te veel!), maar het afschieten van herten mag niet. De onrusten rond de Oostvaardersplassen, winter 17/18, is hier een voorbeeld van. Even los van de discussie of het hier wel of niet over "natuur" gaat. Door ondervoeding stierven dieren. Dit werd niet geaccepteerd door een hele groep mensen. Nu willen ze de wildstand beperken, voor het dierenwelzijn, waardoor wel veel herstel afgeschoten moeten worden. Absoluut lullig, maar wanneer we ons een beetje, met historisch besef, verdiepen in de natuur is dit toch iets waar een logica in zit. Maar de mens blijft zich roeren. Van al die mensen is maar een heel klein deel veganist en een iets groter deel vegetariër. De meesten vreten varkensvlees uit grote fokkerijen en dierenflats. Daar heb ik toch wat meer moeite mee...
Voor mijn idee lijkt het mij geweldig, wanneer we in 2019 het dier eens op een ander voetstuk plaatsen. Het huisdier als dier en niet als een surrogaat mens en de "wilde" dieren in de context van de natuur. En voorts dat we in 2019 dieren niet meer gebruiken voor valse sentimenten. Ik ben tegen algemeen afsteken van vuurwerk. Ik ben voor een zo natuurlijk mogelijk evenwicht in de Oostvaardersplassen. Voor het laatste geldt; haal natuurlijke vijanden binnen! En dan kan ik iedereen ook alleen maar een "dier-reëel" 2019 wensen.
maandag 16 mei 2016
Dierenleed
Ben ik een schijtebak, of valt het wel mee... Het gaat over dieren. Huisdieren, wel te verstaan. Om het terrein staan diverse (veelal wat gammele) hekken, zodat onze honden geacht worden op het terrein te blijven. Vooralsnog mislukt dit de laatste tijd. Voordien was het eveneens hopeloos, toen Ventje de ster was zwakke plekken te ontdekken. Gaandeweg werden alle ontsnappingsmogelijkheden teniet gedaan. Inmiddels is onze Loulou groter geworden. Met gemak springt zij over de lage hekjes, bedoelt voor de kleine witte hondjes. Her en der verstevigd en verhoogd. Uiteindelijk heeft Loulou een vaste ontsnappingsplek, en weet ook via dat zelfde stukje weer terug te komen. Loulou doet dat braaf en laat zichzelf van tijd tot tijd uit. Het enige nadeel is dat er langzaam een verzameling bouwmaterialen en gereedschappen over ons terrein verspreid ligt. Met name werkhandschoenen blijken erg populair.
Bij Ventje is het toch wat anders. Laatst waren beiden aan de loop. Lang en ver waren zij weg. Natuurlijk kwam het span op een gegeven moment weer aangelopen. Toch ben ik er niet gerust op. Mijn partner ziet dat anders. Nergens is een betere plaats de honden vrij te laten lopen. Verkeer is er nauwelijks. Kans op vergif is hier beperkt en ze komen altijd terug. Nu is Ventje over het algemeen vrij eigenwijs en luistert slecht. Loulou blijft bij Ventje. Maar, tijdens de nachtelijke uren lopen hier wilde zwijnen. Geen partij voor ons kleine witte mormel. Ook zijn er andere gevaren, vooral voor zo'n klein beestje, die ook veel minder goed zelf weet terug te komen. Loulou rent wel, en is snel genoeg de gevaren voor te zijn.
Overdag is het misschien anders. E zou zeggen, laat ze maar gaan. Probleem is wel dat de werklui soms erg bang zijn, vooral voor de kleinste, en de honden begrijpen niet dat ze niet door groentetuinen mogen rennen, laat staan het sappige groen tot zich nemen.
Noah ging destijds achter kippen en kuikens aan. Eigenlijk heb ik geen idee hoe dat met Loulou en Ventje werkt. Naar onze eigen kippen staan ze glazig te kijken, zonder er echt op te reageren. Maar dat geldt ook voor de katten. Onze katten horen bij de roedel, iedere andere kat wordt stevig achter de vodden gezeten. Vrije kippen en katten lopen er in de buurt genoeg rond. En voor een dooie kip moet je hier betalen, al doet je hond het. Ik wil dat gesodemieter dus eigenlijk niet. Mijn partner haalt haar schouders op en zegt dat het zich allemaal wel regelt. Vast wel, maar ik zie toch wat beperkingen, die je als eigenaar van het dier als verantwoordelijkheid dient te nemen. Zoals dat ook in Nederland geldt. Trouwens, in Nederland mag je hond überhaupt alleen op hiertoe aangewezen plaatsen los lopen. Daar buiten loop je het risico op een boete, afhankelijk van de gemeente kan deze boete aardig op lopen. Van het ene uiterste naar het andere. Zo lijkt het althans. Dan ben ik maar een schijtebak...
Katten zijn anders. Die kan je niet vast binden, maar zijn ook veel bescheidener wat gedrag betreft. Die rennen niet op iedereen af, knuffelen niet en er is nog nooit een kat met een onbekende werkhandschoen aan komen dragen. Soms, misschien wel vrij regelmatig, worden we opgeschrikt door enorm katten gekrijs. De vechtpartijen kunnen hevig zijn. Telkens zoeken we direct onze twee poesjes. Tot nu toe lagen zij altijd heerlijk rustig. Dus om te vechten hebben wij bepaald niet de goede exemplaren. Een hele geruststelling.
Kippen verblijven op een ruim terrein, achter een vrij hoog hek. Toch hebben er al enkele ontsnappingen plaats gevonden. Als redder in nood heb ik ze steeds terug gegooid, over het hek. De kippen bij de buren lopen geheel los, net als elders in het dorp. Toch willen wij dat hier niet. Met de honden, en katten, zal het vast wel gaan. Maar, ik wil geen schijtende kippen pal voor de deur. Lesje van mijn schoonzus.
Heel wat werk hoor, al dat huisvee. Net kinderen, en alsof het echt over kinderen gaat vullen we elkaar soms aan en soms staan we tegenover elkaar (tot op heden overigens nog niet lijnrecht). Dieren, wat kunnen ze je bezig houden. En wat lijken ze soms op kinderen, en wij als echte ouders. En wat ben ik blij met ze. Die honden hier, ze hebben behoorlijk de ruimte, maar willen altijd meer. Waar leggen wij onze grenzen? Het blijven wel huisdieren...
Bij Ventje is het toch wat anders. Laatst waren beiden aan de loop. Lang en ver waren zij weg. Natuurlijk kwam het span op een gegeven moment weer aangelopen. Toch ben ik er niet gerust op. Mijn partner ziet dat anders. Nergens is een betere plaats de honden vrij te laten lopen. Verkeer is er nauwelijks. Kans op vergif is hier beperkt en ze komen altijd terug. Nu is Ventje over het algemeen vrij eigenwijs en luistert slecht. Loulou blijft bij Ventje. Maar, tijdens de nachtelijke uren lopen hier wilde zwijnen. Geen partij voor ons kleine witte mormel. Ook zijn er andere gevaren, vooral voor zo'n klein beestje, die ook veel minder goed zelf weet terug te komen. Loulou rent wel, en is snel genoeg de gevaren voor te zijn.
Overdag is het misschien anders. E zou zeggen, laat ze maar gaan. Probleem is wel dat de werklui soms erg bang zijn, vooral voor de kleinste, en de honden begrijpen niet dat ze niet door groentetuinen mogen rennen, laat staan het sappige groen tot zich nemen.
Noah ging destijds achter kippen en kuikens aan. Eigenlijk heb ik geen idee hoe dat met Loulou en Ventje werkt. Naar onze eigen kippen staan ze glazig te kijken, zonder er echt op te reageren. Maar dat geldt ook voor de katten. Onze katten horen bij de roedel, iedere andere kat wordt stevig achter de vodden gezeten. Vrije kippen en katten lopen er in de buurt genoeg rond. En voor een dooie kip moet je hier betalen, al doet je hond het. Ik wil dat gesodemieter dus eigenlijk niet. Mijn partner haalt haar schouders op en zegt dat het zich allemaal wel regelt. Vast wel, maar ik zie toch wat beperkingen, die je als eigenaar van het dier als verantwoordelijkheid dient te nemen. Zoals dat ook in Nederland geldt. Trouwens, in Nederland mag je hond überhaupt alleen op hiertoe aangewezen plaatsen los lopen. Daar buiten loop je het risico op een boete, afhankelijk van de gemeente kan deze boete aardig op lopen. Van het ene uiterste naar het andere. Zo lijkt het althans. Dan ben ik maar een schijtebak...
Katten zijn anders. Die kan je niet vast binden, maar zijn ook veel bescheidener wat gedrag betreft. Die rennen niet op iedereen af, knuffelen niet en er is nog nooit een kat met een onbekende werkhandschoen aan komen dragen. Soms, misschien wel vrij regelmatig, worden we opgeschrikt door enorm katten gekrijs. De vechtpartijen kunnen hevig zijn. Telkens zoeken we direct onze twee poesjes. Tot nu toe lagen zij altijd heerlijk rustig. Dus om te vechten hebben wij bepaald niet de goede exemplaren. Een hele geruststelling.
Kippen verblijven op een ruim terrein, achter een vrij hoog hek. Toch hebben er al enkele ontsnappingen plaats gevonden. Als redder in nood heb ik ze steeds terug gegooid, over het hek. De kippen bij de buren lopen geheel los, net als elders in het dorp. Toch willen wij dat hier niet. Met de honden, en katten, zal het vast wel gaan. Maar, ik wil geen schijtende kippen pal voor de deur. Lesje van mijn schoonzus.
Heel wat werk hoor, al dat huisvee. Net kinderen, en alsof het echt over kinderen gaat vullen we elkaar soms aan en soms staan we tegenover elkaar (tot op heden overigens nog niet lijnrecht). Dieren, wat kunnen ze je bezig houden. En wat lijken ze soms op kinderen, en wij als echte ouders. En wat ben ik blij met ze. Die honden hier, ze hebben behoorlijk de ruimte, maar willen altijd meer. Waar leggen wij onze grenzen? Het blijven wel huisdieren...
Labels:
dierenleed,
hekwerk,
hond,
kat,
ontsnappen,
roedel,
vechten,
vergif,
wandelen,
zwakke plekken.,
zwijnen
dinsdag 20 januari 2015
ADMOD
Recent is de vereniging van Alle Dieren tegen de Misplaatste Opvattingen over Dieren (ADMOD) opgericht. Natuurlijk heeft deze gebeurtenis plaats gevonden in een dierentuin. Waar anders immers zijn zo veel soorten dieren bijeen en was de gelegenheid het initiatief (afkomstig van een aap) te nemen. Aanvankelijk was er wel een probleem. Soortgenoten spreken over het algemeen dezelfde taal, maar de verschillende soorten begrepen elkaar niet altijd. Gelukkig was er een uil in het park, die een methode ontwikkelde, zodat de verschillende dieren goed met elkaar konden communiceren. En zo was er de oprichtingsvergadering. Een drukte van jewelste en een kakofonie aan woorden.
"In de aap gelogeerd, mensen geven aan dat je dan pech hebt. Nou, een aap heeft helemaal geen pech", sprak de initiatiefnemer.
"Ach wat. Ze zeggen ook zo dom als een varken, maar varkens zijn juist hele intelligente dieren", knorde een grote zeug uit de kinderboerderij.
"Nee, het is zo dom als een koe en zo lui als een varken", zei buurman koe.
"Varkens zijn ook niet lui. Maar, volgens mij zijn koeien wel dom hoor".
" Mooi niet. Wij zijn niet dom".
Het werd echt een heksenketel. Het duurde een tijdje alvorens de leeuw het voortouw nam. Hij wordt immers als koning van het dierenrijk bestempelt.
"Dieren, dieren.... Zo komen we nooit ergens," brulde de leeuw:" laten we het orderlijk houden. We hebben een voorzitter nodig. Wie is de voorzitter?"
Vrijwel alle dieren wezen naar de leeuw. Een enkeling maakte nog de opmerking dat hij het voor een keer prima vond de mensenopvatting te eren en de leeuw tot koning van de dieren te bombarderen, dus tot voorzitter.
Inderdaad verliep de vergadering vervolgens ordentelijk. Een voor een mochten de dieren hun bezwaren uiten tegen de opvattingen welke de mensen hen toebedeeld hadden.
" Zelfs een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, of wij zo stom zijn. Nou, ik ken geen ezel die zich überhaupt stoot aan een steen".
" En een slang is helemaal geen gemeen achterbaks beest. Mensen zijn bang voor ons door zelf angst te zaaien. Alleen om ons te verdedigen vallen we ze aan".
" En ik kijk dus schaapachtig.... Of ik een slome duikelaar ben. Daar word je toch niet goed van".
Zo veel dieren, zo veel opvattingen werden naar voren gebracht. De uil merkte op dat in bijna alle gevallen de mensen dit soort opvattingen hadden vanuit een negatief perspectief. Dieren deugen niet, zijn dom en niet te vertrouwen, was de conclusie van de uil, waarop weer een heleboel dieren reageerden; " ja, jij hebt mooi praten, uil. Jij bent juist het dier dat mensen wel positief benoemen... Zo slim als een uil...".
Applaus vanaf het plein. De uil droop af, met het schaamrood op de wangen. Tja, hij had gelijk, maar die andere dieren ook. De uil was vrijwel het enige dier dat juist positief genoemd werd.
" Alle opmerkingen met dom... Domme gans, domme ezel, domme hond, dom varken, domme koe, .... Nou, zo kan ik wel door gaan..." De geit sprong na zijn woorden weer op de grond, alwaar hij riep: " en met koppig kan ik ook een rijtje maken; koppig als een ezel, koppige geit, en noem maar op..."
" Mag ik er op wijzen dat het vooral boerderijdieren zijn, die op deze wijze zo gediscrimineerd worden! Reageerde de koe.
" Ja, en ook huisdieren," sneerde de kat er achteraan. De kat? Ja, die was uit de buurt en woonde bij mensen. Eigenlijk hoorde ie niet in de dierentuin. Maar hij hoorde van het initiatief en was ook gekomen. Net als een aantal vogels, insecten, en kleine dieren (waaronder enkele muizen en ratten).
De avond duurde al een tijdje, maar echt verder waren de dieren nog niet. Tot nu toe vielen ze over elkaar om uit te spreken in welk hokje de mensen ze plaatsten. Wanneer je daar goed bij stil stond bleken er vele verwijzingen van het menselijk gedrag gelinkt aan dieren te zijn.
Uiteindelijk nam de leeuw weer het woord. Dat iedereen het met elkaar eens was, leek nu wel duidelijk, maar wat wilden de dieren nu bereiken met hun vereniging, de ADMOD? Daarop werd het beduidend stiller. Ja, dat ze het met elkaar eens waren was al snel duidelijk, maar wat die je er mee? De dieren keken elkaar eens aan.
" Wat bedoel je daarmee, leeuw, wat dien we er mee? Moeten we dan wat doen dan? Is het niet voldoende dat we de vereniging hebben? " Het nijlpaard sprak met enige verontwaardiging. Nou ja, volgens velen begreep het nijlpaard er niet zo veel van. Een van de dames uit de roedel wolven reageerde;" nee, stom Nijlpaard. Een vereniging heb je omdat je er wat mee wilt doen! En ik wil er wat mee doen. Wij worden uitgemaakt voor gevaarlijk en in de mensensprookjes zijn wij menseneters. Dat pik ik niet. Dan kan ik het niet pikken, of ik kan het niet pikken en er wat tegen doen! En wat kunnen we doen? Juist, met ons gedrag reageren op de mensen".
Je kon een speld horen vallen alsmede het kraken van de hersenen van alle dieren. Ja, actie, er moest actie komen. Maar hoe doe je dat? En vooral was het een uitdaging om juist zo te reageren, dat de mensen hun woord geen eer kon worden aangedaan. Kortom, gedrag vertonen wat de mensen niet van dieren verwachtten. Nou, daar komen de mensen zelf al niet uit, laat staan de dieren.
" Nou, we kunnen iedereen die zich negatief over ons uit, of ons op zo een manier hun opvattingen uit, negeren. Bijvoorbeeld met je rug naar hun toe gaan staan. Of je zo opstellen, dat zij je niet goed kunnen zien. Dan komen ze naar de dierentuin, maar zien alleen onze achterkanten", opperde een van de giraffen. Daar werd vrij eenstemmig op geknikt. Al snel deed een volgende vraag zich voor;" maar hoe herken je zo iemand, of weet je bij wie ja dat moet doen?"
" Zodra een van ons iets hoort van een mens moeten we onmiddellijk het signalement aan elkaar door geven. Er is dus altijd iemand poortwachter. Wie dat is... Dat is een kwestie van opletten. Als het lukt komt iemand naar de dierentuin zonder ook maar een dier goed te kunnen zien".
" Dan zou ik bijvoorbeeld doodstil moet blijven liggen," vroeg de alligator. Ja, niet iedere dier kon zich verstoppen, dus moest er ook andere manieren zijn om vooral geen interesse bij stomme mensen te wekken.
Inmiddels bestaat de ADMOD alweer een poosje. Mede door transporten is de ADMOD uitgegroeid tot een wereldwijde organisatie van dieren. Via vogels wordt onderling gecommuniceerd en afgestemd. Dat leidde tot grappige zaken. Een Amerikaan bijvoorbeeld. Die man bezocht altijd en overal dierentuinen. Ze kenden hem wel. Meestal droeg hij stomme shirts en hij had een hele brede snor. Voor de kooien deed hij altijd of de dieren gek waren en riep ook beledigingen. Tot hij te ver ging, in een dierentuin in Zweden. Sindsdien heeft geen dier hem meer aangekeken. Tenminste zo ver bekend. De man is nog in diverse dierentuinen op bezoek geweest. Hij werd steeds stiller en nu bleek hij al een tijdje niet te zijn gezien. Misschien was hij de eerste mens die was genezen. Dankzij ADMOD, dankzij dat kleine aapje in die grote dierentuin.
"In de aap gelogeerd, mensen geven aan dat je dan pech hebt. Nou, een aap heeft helemaal geen pech", sprak de initiatiefnemer.
"Ach wat. Ze zeggen ook zo dom als een varken, maar varkens zijn juist hele intelligente dieren", knorde een grote zeug uit de kinderboerderij.
"Nee, het is zo dom als een koe en zo lui als een varken", zei buurman koe.
"Varkens zijn ook niet lui. Maar, volgens mij zijn koeien wel dom hoor".
" Mooi niet. Wij zijn niet dom".
Het werd echt een heksenketel. Het duurde een tijdje alvorens de leeuw het voortouw nam. Hij wordt immers als koning van het dierenrijk bestempelt.
"Dieren, dieren.... Zo komen we nooit ergens," brulde de leeuw:" laten we het orderlijk houden. We hebben een voorzitter nodig. Wie is de voorzitter?"
Vrijwel alle dieren wezen naar de leeuw. Een enkeling maakte nog de opmerking dat hij het voor een keer prima vond de mensenopvatting te eren en de leeuw tot koning van de dieren te bombarderen, dus tot voorzitter.
Inderdaad verliep de vergadering vervolgens ordentelijk. Een voor een mochten de dieren hun bezwaren uiten tegen de opvattingen welke de mensen hen toebedeeld hadden.
" Zelfs een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, of wij zo stom zijn. Nou, ik ken geen ezel die zich überhaupt stoot aan een steen".
" En een slang is helemaal geen gemeen achterbaks beest. Mensen zijn bang voor ons door zelf angst te zaaien. Alleen om ons te verdedigen vallen we ze aan".
" En ik kijk dus schaapachtig.... Of ik een slome duikelaar ben. Daar word je toch niet goed van".
Zo veel dieren, zo veel opvattingen werden naar voren gebracht. De uil merkte op dat in bijna alle gevallen de mensen dit soort opvattingen hadden vanuit een negatief perspectief. Dieren deugen niet, zijn dom en niet te vertrouwen, was de conclusie van de uil, waarop weer een heleboel dieren reageerden; " ja, jij hebt mooi praten, uil. Jij bent juist het dier dat mensen wel positief benoemen... Zo slim als een uil...".
Applaus vanaf het plein. De uil droop af, met het schaamrood op de wangen. Tja, hij had gelijk, maar die andere dieren ook. De uil was vrijwel het enige dier dat juist positief genoemd werd.
" Alle opmerkingen met dom... Domme gans, domme ezel, domme hond, dom varken, domme koe, .... Nou, zo kan ik wel door gaan..." De geit sprong na zijn woorden weer op de grond, alwaar hij riep: " en met koppig kan ik ook een rijtje maken; koppig als een ezel, koppige geit, en noem maar op..."
" Mag ik er op wijzen dat het vooral boerderijdieren zijn, die op deze wijze zo gediscrimineerd worden! Reageerde de koe.
" Ja, en ook huisdieren," sneerde de kat er achteraan. De kat? Ja, die was uit de buurt en woonde bij mensen. Eigenlijk hoorde ie niet in de dierentuin. Maar hij hoorde van het initiatief en was ook gekomen. Net als een aantal vogels, insecten, en kleine dieren (waaronder enkele muizen en ratten).
De avond duurde al een tijdje, maar echt verder waren de dieren nog niet. Tot nu toe vielen ze over elkaar om uit te spreken in welk hokje de mensen ze plaatsten. Wanneer je daar goed bij stil stond bleken er vele verwijzingen van het menselijk gedrag gelinkt aan dieren te zijn.
Uiteindelijk nam de leeuw weer het woord. Dat iedereen het met elkaar eens was, leek nu wel duidelijk, maar wat wilden de dieren nu bereiken met hun vereniging, de ADMOD? Daarop werd het beduidend stiller. Ja, dat ze het met elkaar eens waren was al snel duidelijk, maar wat die je er mee? De dieren keken elkaar eens aan.
" Wat bedoel je daarmee, leeuw, wat dien we er mee? Moeten we dan wat doen dan? Is het niet voldoende dat we de vereniging hebben? " Het nijlpaard sprak met enige verontwaardiging. Nou ja, volgens velen begreep het nijlpaard er niet zo veel van. Een van de dames uit de roedel wolven reageerde;" nee, stom Nijlpaard. Een vereniging heb je omdat je er wat mee wilt doen! En ik wil er wat mee doen. Wij worden uitgemaakt voor gevaarlijk en in de mensensprookjes zijn wij menseneters. Dat pik ik niet. Dan kan ik het niet pikken, of ik kan het niet pikken en er wat tegen doen! En wat kunnen we doen? Juist, met ons gedrag reageren op de mensen".
Je kon een speld horen vallen alsmede het kraken van de hersenen van alle dieren. Ja, actie, er moest actie komen. Maar hoe doe je dat? En vooral was het een uitdaging om juist zo te reageren, dat de mensen hun woord geen eer kon worden aangedaan. Kortom, gedrag vertonen wat de mensen niet van dieren verwachtten. Nou, daar komen de mensen zelf al niet uit, laat staan de dieren.
" Nou, we kunnen iedereen die zich negatief over ons uit, of ons op zo een manier hun opvattingen uit, negeren. Bijvoorbeeld met je rug naar hun toe gaan staan. Of je zo opstellen, dat zij je niet goed kunnen zien. Dan komen ze naar de dierentuin, maar zien alleen onze achterkanten", opperde een van de giraffen. Daar werd vrij eenstemmig op geknikt. Al snel deed een volgende vraag zich voor;" maar hoe herken je zo iemand, of weet je bij wie ja dat moet doen?"
" Zodra een van ons iets hoort van een mens moeten we onmiddellijk het signalement aan elkaar door geven. Er is dus altijd iemand poortwachter. Wie dat is... Dat is een kwestie van opletten. Als het lukt komt iemand naar de dierentuin zonder ook maar een dier goed te kunnen zien".
" Dan zou ik bijvoorbeeld doodstil moet blijven liggen," vroeg de alligator. Ja, niet iedere dier kon zich verstoppen, dus moest er ook andere manieren zijn om vooral geen interesse bij stomme mensen te wekken.
Inmiddels bestaat de ADMOD alweer een poosje. Mede door transporten is de ADMOD uitgegroeid tot een wereldwijde organisatie van dieren. Via vogels wordt onderling gecommuniceerd en afgestemd. Dat leidde tot grappige zaken. Een Amerikaan bijvoorbeeld. Die man bezocht altijd en overal dierentuinen. Ze kenden hem wel. Meestal droeg hij stomme shirts en hij had een hele brede snor. Voor de kooien deed hij altijd of de dieren gek waren en riep ook beledigingen. Tot hij te ver ging, in een dierentuin in Zweden. Sindsdien heeft geen dier hem meer aangekeken. Tenminste zo ver bekend. De man is nog in diverse dierentuinen op bezoek geweest. Hij werd steeds stiller en nu bleek hij al een tijdje niet te zijn gezien. Misschien was hij de eerste mens die was genezen. Dankzij ADMOD, dankzij dat kleine aapje in die grote dierentuin.
Roodborstje
Wel leuk, mensen vinden mij vaak het meest vertederende vogeltje. Ze moesten eens weten hoe agressief ik eigenlijk ben. Maar ik laat mij vooral graag vertederen. Het is heerlijk de aandacht van de mensen op te eisen. Ik ga er meestal dan ook lekker dichtbij zitten, vooral wanneer ze in de tuin werken. Je ziet ze zweten, maar eigenlijk doen ze al het zware werk voor mij. Als iemand tuiniert dan is het eten voor mij gelijk voor het oprapen. Dan hoef ik niet zo moeilijk te doen. Ja, ik volg ze helemaal. Ik spring van takje op takje, maar zorg er voor wel altijd net een veilige afstand te bewaren. Je weet maar nooit, met die mensen. Misschien komt dat door hoe ik ben. Nee, ik ben zeker geen lieverdje. Maar, dat geldt alleen voor soortgenoten. Ik zal het uitleggen. Als roodborstje heb ik een territorium. Als het even kan een tuin, beter gezegd; tuinen. Ik heb toch al gauw een gebied van tweehonderd bij tweehonderd meter nodig. Dat is genoeg voor mij, om de periode te overleven. Dat gebied is dan ook wel mijn gebied. Ik tolereer daar geen enkel ander roodborstje. Om te beginnen is een eigenschap van mijn soort dat we heel erg op ons zelf zijn. We houden niet van bemoeizucht, pottenkijkerij en nieuwsgierigheid. Ik ben daar niet anders in. Iedere roodborst die het ook maar waagt om in mijn gebied te komen verjaag ik. Dat gaat niet altijd even gemakkelijk. Nee, soms liggen onze gebieden zo tegen elkaar, dat de grens niet geheel duidelijk is. Nou, ik maak hem duidelijk. Als die ander het niet pikt wordt het vechten. Reken maar dat ik een goeie straatvechter ben. Er vloeit nogal eens bloed, wanneer die ander niet snel genoeg op rot. Zelf bloed ik ook wel eens, naar in mijn gebied ben ik nog steeds de sterkste. Mijn buren (roodborst) weten dat wel. In het late voorjaar heb je veel vreemdgangers. Dat zijn vaak jonkies. Eenmaal uitgevlogen moeten ze een eigen territorium zoeken. Dan vliegen ze wel eens over jou grondgebied. Dat pik ik al niet. Die gasten jaag ik weg. Dan zijn er. roodborstjes die zelf een nieuw stukkie moeten vinden. Die laten zich minder goed wegjagen. Met hen heb ik hele stoeipartijen, waar de honden geen brood van lusten. Ik ga er keihard tegenin, want als ik dat niet die kan ik het schudden. Die ander gaat er namelijk ook hard in. Eigenlijk zijn we verschrikkelijke heethoofden. Niet onze borst, maar onze kop zou rood moeten zijn.
Rood is onze borst trouwens niet eens. Meer roestbruin. De mensen die ons onze naam hebben gegeven waren vast kleurenblind. Of ze vonden ons zo lief, dat ze rood aan ons toebedeelden, omdat rood ook staat voor de liefde. Ze moesten eens weten...
Mijn gebied onderhoud ik keurig. Bijna net zo goed, als dat ik hem bewaak. Dat moet ook wel, want er zijn best veel roodborstjes. Dus, wil ik een vrouwtje, dan moet het wel aantrekkelijk voor haar zijn. Ieder jaar heb ik een ander vrouwtje. De vrouwtjes mogen wel in mijn gebied. Dat wil zeggen... In den beginne. Wanneer een vrouwtje in mijn territorium komt kijk ik eerst of ze leuk is en of ik denk haar charmes te kunnen winnen. Is dat niet zo, dan jaag ik het vrouwtje ook weg. Nooit meer dan een vrouwtje op mijn terrein! En of ik vecht tegen een mannetje of vrouwtje maakt niks uit. Het gaat even fel, vooral wanneer je van die dwingende dames hebt die niet weg willen, maar waar je absoluut de schurft aan hebt. Tot nu toe heb ik ieder jaar mijn vrouwtje gehad. Ze mag blijven tot de jongen zijn uitgevlogen. Dan moet ze ook weer weg. Vrouwtjes zijn een soort zwervers. Ik heb daar geen probleem mee. Ik plant mij voort en daarmee basta! Er gaan genoeg roodborstjes dood. Door allerlei redenen. Van al mijn kuikens wordt misschien 10% volwassen en van die 10% wordt nog niet de helft oud. Dat komt ook door de gevechten. Een roodborstje sneuvelt nooit in het gevecht, maar kan wel dood gaan door het gevecht.
Zelf ben ik al van middelbare leeftijd. Heb dus al veel groot gebracht.
Mensen weten dat niet, maar over het algemeen zijn wij, roodborstjes, heel erg slim. Dat komt omdat we solitair leven. Dan heb je alle tijd aan jezelf. En de mensen helpen ons makkelijk aan eten te komen, dus is er alle tijd onze hersens optimaal te gebruiken. Die hersens zijn klein, als een erwt zo groot, maar we gebruiken zeer intensief. Een mens heeft grote hersens, maar gebruikt ze bijna niet. Er zijn grote filosofen onder de roodborstjes. Rekenwonders, genieën. Jammer, dat we er niet zo veel mee kunnen. Eigenlijk niks... Wat maakt het uit. Wanneer we uitgaan van de evolutietheorie van Darwin zullen ook roodborstjes zich verder ontwikkelen. Uiteindelijk zullen we boven het niveau van de mens uitstijgen. We zullen leren onze vleugels als handen te gebruiken, terwijl we ook kunnen blijven vliegen. Kijk, en mens kan al niet vliegen. Langzaam zullen we groter worden, onze hersenen zullen meegroeien en bij dat intensieve gebruik van onze hersenen worden we uiteindelijk superdieren. Tja, dat zal je nu toch niet achter zo een lullig roodborstje zoeken. De mens doet dat in ieder geval niet. Die denkt alleen vertederd aan ons. Slimme mensen weten dat we ook heel agressief zijn. Dan houdt het op. Kijk, die agressiviteit van ons heeft een functie, maar bij onze verdere ontwikkeling hebben we straks die agressie niet meer nodig. Ja, ooit zullen wij ons misschien wel tot de meest vredelievende dieren hebben ontwikkeld. De mens was heel lang geleden immers ook een heel agressief dier. En de mens is dat nog. Zo slim is de mens dus helemaal niet. Nee, het grote verschil is dat de mens veel verder in de evolutie zit. Straks is de mens er niet meer. Ze zullen uitsterven, omdat ze te weinig van hun hersenen gebruiken. Ik ben er trots op een roodborstje te zijn, al lijk ik nu een nutteloos vogeltje. Een haast overbodige schakel in de voedselketen. Ach, soms worden we wel gepakt door een groter dier. Een snelle kat, of een roofvogel. Veel meer vijanden hebben we niet, die ons willen eten. En dat zo ons pakken is ook minimaal. Misschien nutteloos, maar mijn leven is prima hoor. Ik geniet er van. Daarbij leef ik in een goede tuin. Er is alles wat mijn hartje begeert. Die mensen hier houden van vogeltjes. Ze strooien zelfs voer voor ons. Niet dat we het nodig hebben, maar mooi makkelijk is het wel. De struiken hier zijn ook uitstekend. Ik kan ieder jaar een goed nest bouwen en er zijn zat plaatsen waar ik veilig kan zitten, of een tukje kan doen. Mij hoort niemand klagen. Zie het roodborstje maar als lachende derde... We hebben het goed voor elkaar.
Rood is onze borst trouwens niet eens. Meer roestbruin. De mensen die ons onze naam hebben gegeven waren vast kleurenblind. Of ze vonden ons zo lief, dat ze rood aan ons toebedeelden, omdat rood ook staat voor de liefde. Ze moesten eens weten...
Mijn gebied onderhoud ik keurig. Bijna net zo goed, als dat ik hem bewaak. Dat moet ook wel, want er zijn best veel roodborstjes. Dus, wil ik een vrouwtje, dan moet het wel aantrekkelijk voor haar zijn. Ieder jaar heb ik een ander vrouwtje. De vrouwtjes mogen wel in mijn gebied. Dat wil zeggen... In den beginne. Wanneer een vrouwtje in mijn territorium komt kijk ik eerst of ze leuk is en of ik denk haar charmes te kunnen winnen. Is dat niet zo, dan jaag ik het vrouwtje ook weg. Nooit meer dan een vrouwtje op mijn terrein! En of ik vecht tegen een mannetje of vrouwtje maakt niks uit. Het gaat even fel, vooral wanneer je van die dwingende dames hebt die niet weg willen, maar waar je absoluut de schurft aan hebt. Tot nu toe heb ik ieder jaar mijn vrouwtje gehad. Ze mag blijven tot de jongen zijn uitgevlogen. Dan moet ze ook weer weg. Vrouwtjes zijn een soort zwervers. Ik heb daar geen probleem mee. Ik plant mij voort en daarmee basta! Er gaan genoeg roodborstjes dood. Door allerlei redenen. Van al mijn kuikens wordt misschien 10% volwassen en van die 10% wordt nog niet de helft oud. Dat komt ook door de gevechten. Een roodborstje sneuvelt nooit in het gevecht, maar kan wel dood gaan door het gevecht.
Zelf ben ik al van middelbare leeftijd. Heb dus al veel groot gebracht.
Mensen weten dat niet, maar over het algemeen zijn wij, roodborstjes, heel erg slim. Dat komt omdat we solitair leven. Dan heb je alle tijd aan jezelf. En de mensen helpen ons makkelijk aan eten te komen, dus is er alle tijd onze hersens optimaal te gebruiken. Die hersens zijn klein, als een erwt zo groot, maar we gebruiken zeer intensief. Een mens heeft grote hersens, maar gebruikt ze bijna niet. Er zijn grote filosofen onder de roodborstjes. Rekenwonders, genieën. Jammer, dat we er niet zo veel mee kunnen. Eigenlijk niks... Wat maakt het uit. Wanneer we uitgaan van de evolutietheorie van Darwin zullen ook roodborstjes zich verder ontwikkelen. Uiteindelijk zullen we boven het niveau van de mens uitstijgen. We zullen leren onze vleugels als handen te gebruiken, terwijl we ook kunnen blijven vliegen. Kijk, en mens kan al niet vliegen. Langzaam zullen we groter worden, onze hersenen zullen meegroeien en bij dat intensieve gebruik van onze hersenen worden we uiteindelijk superdieren. Tja, dat zal je nu toch niet achter zo een lullig roodborstje zoeken. De mens doet dat in ieder geval niet. Die denkt alleen vertederd aan ons. Slimme mensen weten dat we ook heel agressief zijn. Dan houdt het op. Kijk, die agressiviteit van ons heeft een functie, maar bij onze verdere ontwikkeling hebben we straks die agressie niet meer nodig. Ja, ooit zullen wij ons misschien wel tot de meest vredelievende dieren hebben ontwikkeld. De mens was heel lang geleden immers ook een heel agressief dier. En de mens is dat nog. Zo slim is de mens dus helemaal niet. Nee, het grote verschil is dat de mens veel verder in de evolutie zit. Straks is de mens er niet meer. Ze zullen uitsterven, omdat ze te weinig van hun hersenen gebruiken. Ik ben er trots op een roodborstje te zijn, al lijk ik nu een nutteloos vogeltje. Een haast overbodige schakel in de voedselketen. Ach, soms worden we wel gepakt door een groter dier. Een snelle kat, of een roofvogel. Veel meer vijanden hebben we niet, die ons willen eten. En dat zo ons pakken is ook minimaal. Misschien nutteloos, maar mijn leven is prima hoor. Ik geniet er van. Daarbij leef ik in een goede tuin. Er is alles wat mijn hartje begeert. Die mensen hier houden van vogeltjes. Ze strooien zelfs voer voor ons. Niet dat we het nodig hebben, maar mooi makkelijk is het wel. De struiken hier zijn ook uitstekend. Ik kan ieder jaar een goed nest bouwen en er zijn zat plaatsen waar ik veilig kan zitten, of een tukje kan doen. Mij hoort niemand klagen. Zie het roodborstje maar als lachende derde... We hebben het goed voor elkaar.
woensdag 18 september 2013
dierenleed
De vereniging van
Natuurmonumenten inventariseert hoe de Nederlander er over denkt om de dieren
de Oostvaardersplassen bij te voeren. De gemeente Amsterdam heeft het besluit
genomen herten in de Waterleidingduinen af te mogen schieten. Nederland spreekt
over te veel dieren in het wild.
Waar
moet dit heen? Op Facebook heb ik al aangegeven dat wij het wel hebben over te
veel dieren en dieren afschieten, maar dat wij het nooit over het feit hebben
om mensen af te schieten, omdat er teveel mensen zijn. Velen zullen zeggen dat
ik hier een waanzinnige vergelijking trek. Maar is dat zo? Wat zijn wij als
mensen meer? Alleen omdat wij slimmer, en ontwikkelder zijn? Ja, zelfs zo sterk
dat wij het dieren leven in dezelfde lijn trekken als het leven van de mens.
Nee,
daar waar wij dieren hebben die in een relatieve wildernis en vrijheid leven
moet je het leven met rust laten. Voor ons, mens, is het hard dieren te zijn
lijden of zelfs van honger te zien sterven. Toch is dát de natuur. Nee, de
dieren in de Oostvaardersplassen moeten wij niet bij voeren. Maar ook moeten
wij ze niet afschieten. Natuurlijk, er ontbreken voldoende natuurlijke
vijanden, zoals de wolf. Nou, laat de wolf maar komen!
Ook
in onze regio (Kennemerland) is het een flink onderwerp van discussie. Hier
zitten te veel herten. Afschieten en inperken is de reactie. Waarom? Tja, je
kan een ongeluk krijgen, wanneer je met je auto door de bossen en duinen rijdt.
Sorry, maar dat is life! Afgelopen zaterdag reed ik langs de duinen, bij Duin
en Kruidberg. Op een kruising zag ik een hert. Midden op de weg. Prachtig. Het
dier bleef staan, keek ons aan en wandelde rustig naar de berm, om daarna een
sprintje uit het zicht te trekken. Ik sta dan stil, en kijk, en geniet. Ik weet
dat hier dieren in het wild kunnen lopen. Ja, dat is opletten, maar die tol
betaal ik graag.
![]() |
| bron: eenvandaag |
Gaat
het nu om de herten, als gevaar voor het verkeer, of de hongerlijdende
stervende paarden in Flevoland? Wel nee.in onze hoogconjunctuur zijn wij veel
te veel vervreemd van de natuur. De mens ziet niet dat de welvaart onze wereld
doet verschrompelen. Het gaat niet alleen over de regenwouden. Het begint
klein, het begint in onze eigen omgeving.
Ik
heb het al eens gehad over het feit dat we geen hanen in woonkernen meer horen.
Overlast. Gelul, de krijsende kinderen van de buren is pas overlast. De eeuwige
competitie tussen mens en dier. We kennen de vos, de beer, de wolf. Ze mogen
ons niet meer lastig vallen... Ach, ik zou willen dat ze ons lastig vallen. We
moeten niet zi spastisch en vals sentimenteel doen. Wanneer mensen dieren
mishandelen, ja dan mag je hard ingrijpen. Maar laat de natuur zo veel als
mogelijk de natuur!
Natuurlijk,
in het kader van meer welvaart kunnen we de hele wereld volbouwen, asfalteren
en cultiveren. Vooral door gaan, dan creëren we zo veel welvaart, dat de mens
over een paar eeuwen zichzelf heeft doen uitsterven. En al die generaties
die het beste voor hun kinderen (en kleinkinderen) willen helpen onze aardkloot
daarmee alleen maar verder naar de gallemiezen. Ja, jammer wanneer een hert je
begonia's uit de tuin opvreet, maar zo is het nu eenmaal. Zet dan een goed hek
neer. Nee, wat mij betreft blijven we met onze poten van de wilde dieren af, en
laat de natuur z'n gang gaan, daar waar het even kan. Geen valse sentimenten
meer. Sterker, misschien moeten we de natuur iets meer helpen de natuur weer te
zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)





.jpg)
