Bomen... Ik hou van bomen en bosrijke landschappen. Als kind vond ik het bos vaak eng en gaf mij vaak zelfs een depressief gevoel. Inmiddels is dat volledig omgekeerd. Bos, bomen, om mij heen geven mij juist een geluksgevoel.
Normaal sta je er niet zo bij stil. In Nederland staat de televisie veel aan. Dat heeft een reden, waardoor ik veelal niet kijk. Desondanks staat het apparaat overdag meestal op ARTE afgesteld. Veel natuur en cultuur. Soms trekt dat mijn aandacht. Of ik kijk tijdens de koffie, lunch, of tijdens korte pauzes. Wanneer ik kijk geniet ik van de documentaires, vooral wanneer het natuur betreft. Dan zie je programma's over landen en culturen over de gehele wereld. Ook Antarctische gebieden komen met regelmaat aan bod. Mooi hoor, die sneeuw en bergen. Net als documentaires over de Schotse eilanden, IJsland of bijvoorbeeld Spitsbergen. Toch worden die series snel wat eentonig en ik mis daar telkens iets heel essentieels, voor mij. Juist dit soort programma's doen je dat realiseren; op al die gebieden zie je geen enkele boom!
Het ontbreken van bomen en bos komt bij mij over als kil, ongezellig en "leeg". Ondanks de vaak schitterende en schilderachtige beelden denk ik bij ieder beeld hoe ik (bij het zien al) het gevoel krijg van die kilheid.
Daarentegen, zie ik een docu over Cuba, de tropen, India, of zelfs Europa en de Mediterrane landen bekruipt een warm gevoel mij. Bij woestijnen ontstaat er natuurlijk een dubbel gevoel. Ook daar in eerste instantie een afstandelijke reactie, maar bij de eerste oase klopt mijn hart al sneller en kan ik mijzelf daar in dat plaatje voorstellen. Bij groene, boomachtige, docu's mét dieren word ik helemaal warm van binnen.
In eerste instantie is het niet eens direct afhankelijk van het klimatologisch appèl wat op mij gedaan word, alhoewel hoe warmer (tropischer) de beelden, des te meer het mij aanspreekt. Nee, blijkbaar roepen beelden iets in een mens op, en wanneer je er goed naar luistert leer je jezelf beter kennen. Het vreemde is dat ik vroeger een soort angst voor bos had, terwijl het mij juist aantrekt. Daar zit natuurlijk een verhaal achter. Door te erkennen dat juist bomen een aantrekkingskracht op mij hebben heb ik ook mijn (aangeprate) angst een plaats kunnen geven. Mijn angst is verdwenen en een innerlijke rijkdom is daarvoor terug gekomen. Dit realiserend merk ik meer aloude angsten te hebben overwonnen. Intense angst voor honden en hoogtevrees. Van beide had ik veel last, blijk ik juist enorm van honden te houden en te genieten van hoogtes. Misschien omdat ik de angst nooit uit de weg gegaan ben. Ook omdat ik naar mijzelf durf te kijken en durf te leren van mijn angsten. Daardoor heeft mijn leven een hoop kwaliteit gekregen. Angst en afkeer, ik ben het niet uit de weg gegaan, heb mijzelf er veel beter door leren kennen. Ja, daardoor sta ik met veel meer tevredenheid in het leven... en geniet van al die mooie dingen!
Posts tonen met het label bos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bos. Alle posts tonen
dinsdag 21 november 2017
Bomen
Labels:
angst,
bomen,
bos,
Costa Rica,
Cuba,
documentaire,
fobie,
India,
kil,
Mediterranee,
Schotland,
Spitsbergen,
woestijn
dinsdag 31 oktober 2017
Paradijs!
Ik zit hier op de flat en bedenk mij dat de omvang van het appartement vrijwel gelijk is aan de omvang van het zwembad (plus zonneterras er omheen) van de woning in Turkije....
In 2014 vertrokken we, in feite noodgedwongen, naar Turkije. Na een periode her en der logeren hebben we inmiddels een kleine stek, waar wij onze vier Nederlandse maanden kunnen doorbrengen. In Turkije huurden we eerst een kil huis in het kustdorpje Göcek. Na bijna een jaar vertrokken we acht kilometer verderop, naar een hoogte van 420 meter. Een traditioneel Turks huis in het centrum van het dorp. Leuk, maar de nadelen stapelden zich op. Dat maakte dat er al plannen lagen een andere huurwoning te zoeken. Nadat de huisbaas 35% huurverhoging wenste ging het verkeerd. We moesten het huis uit.
Toeval, of niet, we vonden een woning. Iets buiten het dorp, 570 meter hoogte, en geheel vrij. De buitenmuren opgetrokken van rotsblokken, evenals de buitenste binnen muren. Een redelijke lap grond er omheen. Daarna rondom bos. Drie jaar geleden koesterde ik de angst dat dit een te stille omgeving was. Inmiddels weet ik beter. We horen hier zelfs de oproep voor gebed van de moskee niet eens. Het huis staat de gehele dag in de zon, maar door de dikke muren is het binnen aangenaam. De stilte is verrukkelijk en de meeste geluiden natuurlijk. In feite een min of meer perfecte omgeving. Maar ook binnen... Het is een echt huis. Geen hokjes, waar we niemand durfden uit te nodigen. Dat deden we wel, maar dan alleen indien het op de waranda nog aangenaam vertoeven was. Nu een "echt" huis. De woonkamer is hoog, tot de onderzijde van het dak. De binnenmuren wit gestuukt. Een open trap leidt naar de eerste etage, een balkon doet je van bovenaf op het woongedeelte turen. Het lijkt op een Franse vakantiewoning..., met dien verstande dat wij hier zeer lange "vakanties" hebben. De sfeer is warm en aangenaam. De oude meubels blijken opvallend treffend in het huis te passen. De muziekinstallatie verzorgt hemelse geluiden. Hard, zowel zacht. Helder en de vibratie doet je denken in een concertzaal te zijn. Voor het storende televisie kijken beschikken wij over een aparte ruimte, naast de woonkamer. Een bescheiden, maar uiterst sfeervol half open kamer. Ruimte voor mijn atelier, twee badkamers, waarvan eentje met jacuzzi. Een giga grote bovenruimte met mogelijkheden te slapen, atelierruimte voor mijn vrouw en een opslaghok (al dan niet tevens "walk-in closed").
Omgerekend betalen wij de iets minder dan de helft aan huur, vergeleken met de huur van de postzegel in IJmuiden. Volgens mij mag je, na een dergelijke opsomming, spreken van het Paradijs. Zeker wanneer 's avonds het open vuur knappert bij het schijnsel van onze ruim drie meter lange (stoere) hanglamp en met de drie slapende honden, waar alle tevredenheid van af straalt.
Hier, in het IJmuidens appartement realiseer ik het Paradijslijke gevoel nóg sterker. De grijze luchten buiten, gordijnen de gehele dag vrijwel gesloten, de koude natte wind tegen de pui. Twee totaal verschillende werelden, als het verschil van dag en nacht. Zit ik het ene moment in de zo'n, met ontbloot bovenlichaam, buiten koffie te drinken, is het volgende moment een bakkie binnen bij de aangename warmte van de cv. Met het laatste ben ik niet ontevreden, zeker niet met dat Turkse paradijs op drieduizend kilometer afstand.
Misschien ook juist daardoor dat ik hier de tevredenheid kan opbrengen...; straks mag en kan ik weer terug naar dat Paradijs.
Er is wel een voorwaarde verbonden aan de Turkse woning. We dienen het huis in goede staat te houden..., en daar waar nodig te brengen. Het zwembad ligt er leeg, zonder pomp en toebehoren met vieze tegels. Het zonneterras moet (deels opnieuw) voorzien worden van tegels. De terrein moet het aanzien van een tuin krijgen en hier en daar moeten verbeteringen aangebracht worden (bijvoorbeeld een waranda creëren op het huidige terras). Nee, de woning is niet "af". Het klinkt wellicht wat vreemd, maar dat stemt ons juist nog vrolijker. We kunnen en mogen er los, iets wat we graag willen; klussen. Zo hebben we een van de douches, die lekte, vervangen voor een nette douchecabine. Overige lekkages aangepakt en de buitendeuren voorzien van een klink aan de buitenkant.
Klinkt daar het geluid van de natuur, balkende ezels, kwetterend vogels, spelende eekhoorns, hier klinken geluiden van industrie, stad en schepen. Ja, we mogen ons zeer gelukkig prijzen met onze Mediterrane woning. Echt een waar geluk, serieus een Paradijselijk gevoel. Bijzonder, want wanneer we geen ellende gekend zouden hebben, waren wij nooit in dat Paradijs terecht gekomen....
In 2014 vertrokken we, in feite noodgedwongen, naar Turkije. Na een periode her en der logeren hebben we inmiddels een kleine stek, waar wij onze vier Nederlandse maanden kunnen doorbrengen. In Turkije huurden we eerst een kil huis in het kustdorpje Göcek. Na bijna een jaar vertrokken we acht kilometer verderop, naar een hoogte van 420 meter. Een traditioneel Turks huis in het centrum van het dorp. Leuk, maar de nadelen stapelden zich op. Dat maakte dat er al plannen lagen een andere huurwoning te zoeken. Nadat de huisbaas 35% huurverhoging wenste ging het verkeerd. We moesten het huis uit.
Toeval, of niet, we vonden een woning. Iets buiten het dorp, 570 meter hoogte, en geheel vrij. De buitenmuren opgetrokken van rotsblokken, evenals de buitenste binnen muren. Een redelijke lap grond er omheen. Daarna rondom bos. Drie jaar geleden koesterde ik de angst dat dit een te stille omgeving was. Inmiddels weet ik beter. We horen hier zelfs de oproep voor gebed van de moskee niet eens. Het huis staat de gehele dag in de zon, maar door de dikke muren is het binnen aangenaam. De stilte is verrukkelijk en de meeste geluiden natuurlijk. In feite een min of meer perfecte omgeving. Maar ook binnen... Het is een echt huis. Geen hokjes, waar we niemand durfden uit te nodigen. Dat deden we wel, maar dan alleen indien het op de waranda nog aangenaam vertoeven was. Nu een "echt" huis. De woonkamer is hoog, tot de onderzijde van het dak. De binnenmuren wit gestuukt. Een open trap leidt naar de eerste etage, een balkon doet je van bovenaf op het woongedeelte turen. Het lijkt op een Franse vakantiewoning..., met dien verstande dat wij hier zeer lange "vakanties" hebben. De sfeer is warm en aangenaam. De oude meubels blijken opvallend treffend in het huis te passen. De muziekinstallatie verzorgt hemelse geluiden. Hard, zowel zacht. Helder en de vibratie doet je denken in een concertzaal te zijn. Voor het storende televisie kijken beschikken wij over een aparte ruimte, naast de woonkamer. Een bescheiden, maar uiterst sfeervol half open kamer. Ruimte voor mijn atelier, twee badkamers, waarvan eentje met jacuzzi. Een giga grote bovenruimte met mogelijkheden te slapen, atelierruimte voor mijn vrouw en een opslaghok (al dan niet tevens "walk-in closed").
Omgerekend betalen wij de iets minder dan de helft aan huur, vergeleken met de huur van de postzegel in IJmuiden. Volgens mij mag je, na een dergelijke opsomming, spreken van het Paradijs. Zeker wanneer 's avonds het open vuur knappert bij het schijnsel van onze ruim drie meter lange (stoere) hanglamp en met de drie slapende honden, waar alle tevredenheid van af straalt.
Hier, in het IJmuidens appartement realiseer ik het Paradijslijke gevoel nóg sterker. De grijze luchten buiten, gordijnen de gehele dag vrijwel gesloten, de koude natte wind tegen de pui. Twee totaal verschillende werelden, als het verschil van dag en nacht. Zit ik het ene moment in de zo'n, met ontbloot bovenlichaam, buiten koffie te drinken, is het volgende moment een bakkie binnen bij de aangename warmte van de cv. Met het laatste ben ik niet ontevreden, zeker niet met dat Turkse paradijs op drieduizend kilometer afstand.
Misschien ook juist daardoor dat ik hier de tevredenheid kan opbrengen...; straks mag en kan ik weer terug naar dat Paradijs.
Er is wel een voorwaarde verbonden aan de Turkse woning. We dienen het huis in goede staat te houden..., en daar waar nodig te brengen. Het zwembad ligt er leeg, zonder pomp en toebehoren met vieze tegels. Het zonneterras moet (deels opnieuw) voorzien worden van tegels. De terrein moet het aanzien van een tuin krijgen en hier en daar moeten verbeteringen aangebracht worden (bijvoorbeeld een waranda creëren op het huidige terras). Nee, de woning is niet "af". Het klinkt wellicht wat vreemd, maar dat stemt ons juist nog vrolijker. We kunnen en mogen er los, iets wat we graag willen; klussen. Zo hebben we een van de douches, die lekte, vervangen voor een nette douchecabine. Overige lekkages aangepakt en de buitendeuren voorzien van een klink aan de buitenkant.
Klinkt daar het geluid van de natuur, balkende ezels, kwetterend vogels, spelende eekhoorns, hier klinken geluiden van industrie, stad en schepen. Ja, we mogen ons zeer gelukkig prijzen met onze Mediterrane woning. Echt een waar geluk, serieus een Paradijselijk gevoel. Bijzonder, want wanneer we geen ellende gekend zouden hebben, waren wij nooit in dat Paradijs terecht gekomen....
zondag 15 maart 2015
Stekeligheden
Dribbel dribbel, daar loop ik. Door het nachtelijke landschap. Mijn silhouet in het schijnsel van de lantaarns. In een rechte lijn, maar toch gebogen volg ik mij weg. Zoekend en ruikend. Het liefst ben ik alleen. Toch zoek ik elke nacht mijn partner op. Ben iedere keer lang onderweg. Overdag slaap ik. Ergens heb ik mijn nest. Ergens, maar waar, dat houd ik geheim. Andere dieren zien mij nauwelijks, maar ik zie alles. Scherp met ogen, alert met mijn gehoor. Vrijwel geruisloos beweeg ik mij soepeltjes voort. Overdag laat ik mij het liefst niet zien. Men noemt mij een nachtdier. Zelf heb ik het liever over een nacht braker. En iedere ochtend ga ik naar mijn geheime plek. Gedurende de dag slaap ik, droom en kijk terug op de dag. Nou, de nacht dus eigenlijk.
Soms dan ben ik wakker als de nacht nog niet is gevallen.dan scharrel in wat door het gras. Wanneer mensen mij zien.... Ik begrijp het niet helemaal. Ik ben een dier met stekels, maar toch lijkt het dat de mensen mij zien als een zacht lief diertje. Vaak zetten ze een bakje melk neer. Daar ben ik dol op, maar ik krijg er ook altijd last van. Melk is niet goed voor egels, maar de meeste mensen weten dat niet. Mensen vinden egels vertederend. Vreemde gasten, die mensen. Wij, egels hebben toch dikke stekels? Dat is toch niet zacht? Aaien kunnen ze ons niet. Goed, onze pootjes, buik en snuit zijn zacht roze. Een betje doorzichtig zelfs. Wanneer we lopen staan we hoog op onze pootjes en we bewegen ons heel soepel en vlot. Maar waarom de mensen nu zo dol op ons zijn... Geen idee. Maar goed, het belangrijkste is dat we niet bang voor ze hoeven te zijn. Anders is het met de dieren, die ze soms hebben. Sommigen zien ons als speeltje, anderen zijn vooral nieuwsgierig. Honden zijn dat. Wanneer ze naar ons toe komen rollen we ons op tot een bolletje. Pas als zo een hond echt denkt dat we een bal zijn zet ik mijn stekels op. Nou, dan zijn ze dus zo vertrokken. Mijn stekels hebben scherpe punten. Een kleine aanraking is wel voldoende om mijn vijanden af te schrikken. Een egel heeft best veel vijanden, omdat wij toch vrij klein zijn. Toch gebeurt het zelden dat zo een vijand ons te pakken krijgt. Dat we ons kunnen oprollen en we onze stekels op kunnen zetten is onze redding, maar daarom kunnen we dat ook vast.
Als ik een nest heb, ben ik wel alert. Meestal bouw ik een veilig nest, een nest wat geen mens of dier makkelijk kan vinden. Moet ook wel, want wanneer ik kleintjes heb, die nét geboren zijn... Zijn ze echt heel klein en naakt. In het felle zonlicht kan je er zelfs bijna door heen kijken. Goed voor je anatomie. Egels zijn dan ook goed op de hoogte van de anatomie. De kleintjes moet ik goed warm houden. Door hun naaktheid vatten ze snel kou. Pas na korte tijd ontwikkelen zij hun stekels, die eerst als veren zo zacht zijn. Ik kan me nog herinneren, van toen ik jong was, die nieuwe stekels nog wel eens kriebelden. Niet die van mijzelf, maar wel die van mijn broertjes en zusjes.
Als kleine egel heb je een goed leven. Er wordt goed voor je gezorgd, maar dan komt een dag, dat je het nest moet verlaten. Niet dat je weg gestuurd wordt. Nee, je moet dan zelf op zoek naar voedsel en voor je het beseft ben je alleen. Gelukkig weet je tegen die tijd wat het leven van een egel in houdt. Tja, en zo red ik het alweer een aantal jaartjes. Je bent veel alleen. Niet erg. Daarnaast kom ik ook vaak genoeg andere egels tegen. We weten elkaar te vinden. Op die manier informeren wij ons ook over de actuele sta d van zaken. Meestal wat broddelpraat, maar wel gezellig. Soms is de informatie heel essentieel. Dat er koude aan komt, of veel regen. Daarover informeren we elkaar, zodat we ons er op kunnen voorbereiden. Wel prettig, wanneer je op tijd een goed nest kan maken. Vooral tegen de winter. Voordat het echt koud wordt wil je toch je nest voor elkaar hebben. Onze winterslaap duurt toch zo een drie tot vier maanden. Dan wil je én genoeg eten in je buik hebben en goed (en rustig) kunnen slapen. Overigens slapen we lang niet aan een stuk door. Af en toe worden we even wakker. Soms eet ik dan iets uit mijn voorraad, die ik op tijd heb aangelegd. In de winter zijn dat zaden en kleine nootjes. Anders dan mijn voedsel in de zomer. Dan eet ik ook heel veel insecten. Nee, een egel is niet vegetarisch. We eten alles, maar onze voorkeur gaat uit naar kleine insecten, vooral wormen en maden, omdat die lekker vet zijn. Ik hou wel van vet, dat is goed om de winter door te komen.
In de winter heeft iedere egel zijn eigen nest. Maar wanneer we uit onze winterslaap komen zoeken we elkaar op. Dan gaan we feesten en hebben we veel seks. Egelseks is best lekker hoor. Van die stekels heb je geen last. En de mannetjes zijn heel voorzichtig en lief. Bij andere dieren gaat de seks nog wel eens een stuk ruwer. Bij kippen bijvoorbeeld. Mijn hemel, ruige gasten zijn dat. Na de seks verdwijnen de mannetjes weer. We houden wel contact, maar vooral 's nachts en pas weer wanneer de kleintjes zelfstandig geworden zijn. Heel soms komt het mannetje even langs, als de kleintjes nog in het nest zijn. Maar het mannetje zorgt niet voor het grut. Daar zijn ze ook veel te onhandig voor.
Wij egels zijn eigenlijk best wel vreemde beesten. En zeker voor de mens zijn wij een groot mysterie. Heerlijk om dat vooral zo te houden... Egeltjes plagen graag. Verder zijn we heel zorgzaam en houden van knusheid. We zoeken graag warme plaatsen op, niet alleen voor onze winterslaap. Maar goed, meer moet ik maar niet openbaren.... Een beetje mysterie houd ik er graag in, dan blijven de mensen ook vertederd naar ons kijken....
Soms dan ben ik wakker als de nacht nog niet is gevallen.dan scharrel in wat door het gras. Wanneer mensen mij zien.... Ik begrijp het niet helemaal. Ik ben een dier met stekels, maar toch lijkt het dat de mensen mij zien als een zacht lief diertje. Vaak zetten ze een bakje melk neer. Daar ben ik dol op, maar ik krijg er ook altijd last van. Melk is niet goed voor egels, maar de meeste mensen weten dat niet. Mensen vinden egels vertederend. Vreemde gasten, die mensen. Wij, egels hebben toch dikke stekels? Dat is toch niet zacht? Aaien kunnen ze ons niet. Goed, onze pootjes, buik en snuit zijn zacht roze. Een betje doorzichtig zelfs. Wanneer we lopen staan we hoog op onze pootjes en we bewegen ons heel soepel en vlot. Maar waarom de mensen nu zo dol op ons zijn... Geen idee. Maar goed, het belangrijkste is dat we niet bang voor ze hoeven te zijn. Anders is het met de dieren, die ze soms hebben. Sommigen zien ons als speeltje, anderen zijn vooral nieuwsgierig. Honden zijn dat. Wanneer ze naar ons toe komen rollen we ons op tot een bolletje. Pas als zo een hond echt denkt dat we een bal zijn zet ik mijn stekels op. Nou, dan zijn ze dus zo vertrokken. Mijn stekels hebben scherpe punten. Een kleine aanraking is wel voldoende om mijn vijanden af te schrikken. Een egel heeft best veel vijanden, omdat wij toch vrij klein zijn. Toch gebeurt het zelden dat zo een vijand ons te pakken krijgt. Dat we ons kunnen oprollen en we onze stekels op kunnen zetten is onze redding, maar daarom kunnen we dat ook vast.
Als ik een nest heb, ben ik wel alert. Meestal bouw ik een veilig nest, een nest wat geen mens of dier makkelijk kan vinden. Moet ook wel, want wanneer ik kleintjes heb, die nét geboren zijn... Zijn ze echt heel klein en naakt. In het felle zonlicht kan je er zelfs bijna door heen kijken. Goed voor je anatomie. Egels zijn dan ook goed op de hoogte van de anatomie. De kleintjes moet ik goed warm houden. Door hun naaktheid vatten ze snel kou. Pas na korte tijd ontwikkelen zij hun stekels, die eerst als veren zo zacht zijn. Ik kan me nog herinneren, van toen ik jong was, die nieuwe stekels nog wel eens kriebelden. Niet die van mijzelf, maar wel die van mijn broertjes en zusjes.
Als kleine egel heb je een goed leven. Er wordt goed voor je gezorgd, maar dan komt een dag, dat je het nest moet verlaten. Niet dat je weg gestuurd wordt. Nee, je moet dan zelf op zoek naar voedsel en voor je het beseft ben je alleen. Gelukkig weet je tegen die tijd wat het leven van een egel in houdt. Tja, en zo red ik het alweer een aantal jaartjes. Je bent veel alleen. Niet erg. Daarnaast kom ik ook vaak genoeg andere egels tegen. We weten elkaar te vinden. Op die manier informeren wij ons ook over de actuele sta d van zaken. Meestal wat broddelpraat, maar wel gezellig. Soms is de informatie heel essentieel. Dat er koude aan komt, of veel regen. Daarover informeren we elkaar, zodat we ons er op kunnen voorbereiden. Wel prettig, wanneer je op tijd een goed nest kan maken. Vooral tegen de winter. Voordat het echt koud wordt wil je toch je nest voor elkaar hebben. Onze winterslaap duurt toch zo een drie tot vier maanden. Dan wil je én genoeg eten in je buik hebben en goed (en rustig) kunnen slapen. Overigens slapen we lang niet aan een stuk door. Af en toe worden we even wakker. Soms eet ik dan iets uit mijn voorraad, die ik op tijd heb aangelegd. In de winter zijn dat zaden en kleine nootjes. Anders dan mijn voedsel in de zomer. Dan eet ik ook heel veel insecten. Nee, een egel is niet vegetarisch. We eten alles, maar onze voorkeur gaat uit naar kleine insecten, vooral wormen en maden, omdat die lekker vet zijn. Ik hou wel van vet, dat is goed om de winter door te komen.
In de winter heeft iedere egel zijn eigen nest. Maar wanneer we uit onze winterslaap komen zoeken we elkaar op. Dan gaan we feesten en hebben we veel seks. Egelseks is best lekker hoor. Van die stekels heb je geen last. En de mannetjes zijn heel voorzichtig en lief. Bij andere dieren gaat de seks nog wel eens een stuk ruwer. Bij kippen bijvoorbeeld. Mijn hemel, ruige gasten zijn dat. Na de seks verdwijnen de mannetjes weer. We houden wel contact, maar vooral 's nachts en pas weer wanneer de kleintjes zelfstandig geworden zijn. Heel soms komt het mannetje even langs, als de kleintjes nog in het nest zijn. Maar het mannetje zorgt niet voor het grut. Daar zijn ze ook veel te onhandig voor.
Wij egels zijn eigenlijk best wel vreemde beesten. En zeker voor de mens zijn wij een groot mysterie. Heerlijk om dat vooral zo te houden... Egeltjes plagen graag. Verder zijn we heel zorgzaam en houden van knusheid. We zoeken graag warme plaatsen op, niet alleen voor onze winterslaap. Maar goed, meer moet ik maar niet openbaren.... Een beetje mysterie houd ik er graag in, dan blijven de mensen ook vertederd naar ons kijken....
Labels:
blog,
bos,
broddelpraat,
dieren,
dierenblog,
egel,
melk,
oprolln,
stekels,
teder,
tuin,
vegetarisch
dinsdag 3 februari 2015
In den vreemde: wanneer de bergen branden (29)
Wanneer de bergen branden zit ik loom, iets onderuit gezakt, op het terras. De regen heeft haar laatste druppels op het pad uiteen laten spatten. Bladeren fonkelen van de dikke druppels in het vaal schijnende zonlicht. Ik tuur voor mij uit. Ik zit droog, onder de overkapping van het terras. Steeds feller branden de zonnestralen door het dunne wolkendek. Voor mij begint de berg te branden. Pluimen stijgen traag op. Hier en daar, dik en dun. Het lijkt of overal de bomen schroeien van vuur. Vlammen zijn er niet. Vuur ontbreekt. Brand zonder vuur. Hoe feller de zon, des te dikker dansen de wolken het bos ontstijgend. Ik draai mijn hoofd naar links, de bergen daar. Dikke pluimen dwalen boven de kronen. De wolken stijgen op uit het niets. Sommige houden op te stijgen en verdwijnen traag in het niets. Andere zoeken elkaar op om samen te smelten tot een ondoorzichtig dikke brei van waterdeeltjes. Langzaam stijgend en uiteindelijk op te gaan in de wolken die eerder hun druppels op de aarde hebben laten vallen. Ik buig naar voren en steek een sigaret op. Een kringetje dwarrelt omhoog en lost snel op. Sneller dan waar ik naar kijk. Ik sluit mijn ogen, koesterend in de zon. Mijn oren horen. Het gekwetter van vogeltjes. Overal zijn kleine vogeltjes met diverse uiterlijken. Al weken pogen wij te achterhalen tot welke soorten en families de kleine fladderaars gehoren. Wij komen er niet uit. De soorten komen niet overeen met de soorten op de iPad. De geluiden klinken anders. Het prachtige gezang echter streelt mijn oren, keer op keer. Zuivere noten, levendige melodieën. Vrolijk gekwetter. Ondertussen is de zon weer schuil gegaan achter een grijze massa. De eerste druppels spatten alweer op het stenen pad naar de weg. Grijs zijn nu de bergen, verscholen achter een gestage regenval. Ondertussen zingen de vogels of de zon de aarde nog steeds verwarmt. In rijen valt de regen gestaag, vrijwel loodrecht, naar beneden. Het geluid van opspattend water onder de wielen van de passerende auto's.
Een lichte koude trekt van de stenen vloer door mijn sokken omhoog. Het is niet onaangenaam buiten, evenmin uitnodigend. Het weer zit er tussen in. De temperatuur danst op en neer, afhankelijk van de dikte van het wolkendek. Mijn bovenlichaam voelt behaaglijk en blijf het gezang van de vogels aan horen. Het intrigeert, het streelt het gehoor. Soms wil ik wel zo een gevleugelde vriend zijn. Onbezorgd. Vrij. Is dat een vink, een mees, mus of ander soort?
Wederom breekt de zon door het wolkendek. Desondanks is het nog niet geheel gestopt met regenen, maar de bergen beginnen weer voorzichtig te branden. Op de zachte wind verschuift de rook zich zonder haast opzij. Bij de bergen, links van mij, ontbreekt de wind en klimmen de pluimen langzaam hemelwaarts. Een nauwelijks waarneembare schaduw. Do zon twijfelt haar stralen in volle glorie op de aarde te laten stralen. Dan worden de schaduwen scherp en contrasten groot. De bergen links zijn uit beeld. Een dikke massa pakt zich samen om het bos te verlaten. Hoger en hoger, tot zij zich weer samenvloeien met de wolken van de regen. De vogels worden stiller onder de snel brandende zon. Niet voor lang. De schaduwen worden milt, contouren vervagen. Het gekwetter neemt direct weer toe. Overal schieten de kleine diertjes van tak naar tak. Snel, of ze haast hebben. De schaduwranden zijn verdwenen, maar regendruppels blijven zich in het wolkendek nestelen. Steeds meer kleine vogels. Het lijkt of de mussen in de vijg wachten tot wij hen weer voer brengen, zoals de afgelopen dagen. De zon schijnt nu weer krachtig. In de bergen wordt het helder. Hier en daar stijgt nog een klein plukje op om snel te verdampen en te verdwijnen in het niets. Geamuseerd kijk ik toe hoe twee duiven elkaar verleiden. Een auto passeert met hoge snelheid. Water spat al niet meer op. Snel was het water verdwenen. Van het wegdek, uit de bergen. Of de tekenaar met zijn potlood de lijnen opnieuw trekt. De randen van de bergen, de contouren van de bomen. De schilder brengt kleur terug en maakt de bomen weer groen, schildert de lucht blauw. Te weinig verf, het blauw verdwijnt. Het nieuw water verbleekt het groen. Nauwelijks merkbaar daalt het water in haast nevel zo fijn. Het hele spel herhaalt zich. Opnieuw en opnieuw. Telkens branden de bergen, kwetteren de vogels en doen auto's het water weer opspatten. Snel achtereenvolgend van droog naar nat, van nat naar droog. Ik rek mij uit. Als geplakt aan het terras blijf ik zitten. Mijn voeten versteend, mijn torso warm. Wanneer de bergen branden zit ik graag op het terras en geniet van de natuur om mij heen. Genot....
Een lichte koude trekt van de stenen vloer door mijn sokken omhoog. Het is niet onaangenaam buiten, evenmin uitnodigend. Het weer zit er tussen in. De temperatuur danst op en neer, afhankelijk van de dikte van het wolkendek. Mijn bovenlichaam voelt behaaglijk en blijf het gezang van de vogels aan horen. Het intrigeert, het streelt het gehoor. Soms wil ik wel zo een gevleugelde vriend zijn. Onbezorgd. Vrij. Is dat een vink, een mees, mus of ander soort?
Wederom breekt de zon door het wolkendek. Desondanks is het nog niet geheel gestopt met regenen, maar de bergen beginnen weer voorzichtig te branden. Op de zachte wind verschuift de rook zich zonder haast opzij. Bij de bergen, links van mij, ontbreekt de wind en klimmen de pluimen langzaam hemelwaarts. Een nauwelijks waarneembare schaduw. Do zon twijfelt haar stralen in volle glorie op de aarde te laten stralen. Dan worden de schaduwen scherp en contrasten groot. De bergen links zijn uit beeld. Een dikke massa pakt zich samen om het bos te verlaten. Hoger en hoger, tot zij zich weer samenvloeien met de wolken van de regen. De vogels worden stiller onder de snel brandende zon. Niet voor lang. De schaduwen worden milt, contouren vervagen. Het gekwetter neemt direct weer toe. Overal schieten de kleine diertjes van tak naar tak. Snel, of ze haast hebben. De schaduwranden zijn verdwenen, maar regendruppels blijven zich in het wolkendek nestelen. Steeds meer kleine vogels. Het lijkt of de mussen in de vijg wachten tot wij hen weer voer brengen, zoals de afgelopen dagen. De zon schijnt nu weer krachtig. In de bergen wordt het helder. Hier en daar stijgt nog een klein plukje op om snel te verdampen en te verdwijnen in het niets. Geamuseerd kijk ik toe hoe twee duiven elkaar verleiden. Een auto passeert met hoge snelheid. Water spat al niet meer op. Snel was het water verdwenen. Van het wegdek, uit de bergen. Of de tekenaar met zijn potlood de lijnen opnieuw trekt. De randen van de bergen, de contouren van de bomen. De schilder brengt kleur terug en maakt de bomen weer groen, schildert de lucht blauw. Te weinig verf, het blauw verdwijnt. Het nieuw water verbleekt het groen. Nauwelijks merkbaar daalt het water in haast nevel zo fijn. Het hele spel herhaalt zich. Opnieuw en opnieuw. Telkens branden de bergen, kwetteren de vogels en doen auto's het water weer opspatten. Snel achtereenvolgend van droog naar nat, van nat naar droog. Ik rek mij uit. Als geplakt aan het terras blijf ik zitten. Mijn voeten versteend, mijn torso warm. Wanneer de bergen branden zit ik graag op het terras en geniet van de natuur om mij heen. Genot....
donderdag 8 augustus 2013
Zomer zotheid
Dit jaar zit het er niet
in; op vakantie gaan. Spijtig... Aan de ene kant wel, maar verder maakt het
eigenlijk niet uit. Los van hoe mijn leven in elkaar zit en functioneert geniet
ik van deze mooie zomer en al het mooie om mij heen. Zou ik weg willen? Ja, dat
eigenlijk ook.
Maar
wat is vakantie nu in feite? Het belangrijkste daarvan is misschien wel even
los komen van onze dagelijkse beslommeringen. Even geen zorgen, andere
prikkels, de geest even schoon blazen. Wat dat betreft kan je het hele jaar
door op vakantie, maar toch gaan we het liefst in de zomer. Ja, warmte en zon
zijn wel ingrediënten om die geest even te zuiveren. Daarom kiezen we juist
voor die zomer. Je bent meer buiten, laat dingen toch makkelijker los en alles
is, of lijkt, ongedwongener.
![]() |
| Nederlandse strand |
Nu
beschik ik over een oase van een tuin. Het was hard werken en nog
dagelijks stop ik mijn energie er in. Ik heb mijn paradijsje aan huis. Ik prijs
mij gelukkig over deze enorme rijkdom en beschik blijkbaar over de capaciteiten
het zo nar mijn hand te zetten dat het mijn, ons beter gezegd, paradijsje is.
Wat dat betreft hoef ik absoluut niet weg en vier ik thuis mijn vakantie. Soms
kan dat een paar dagen, soms een paar uur. De weergoden spelen daar zeker een
rol in en zijn ons dit jaar goed gezind, maar ook als het wat minder is weet ik
de momenten van het genieten te pakken.
![]() |
| tropisch strand |
Ik
realiseer mij dat niet iedereen deze luxe voor handen heeft of de vermogens
heeft deze te creëren. Gelukkig zijn er dan goede alternatieven. We hebben de
duinen, bos, recreatieparken, feestweken, parades, en veel meer. Er is zomers
veel te doen het zomergevoel naar je toe te halen. En voor hen die toch iets
anders willen biedt de omgeving ook uitkomst. Ik ken IJmuidenaars die een
seizoensplaats hebben op de camping van Vogelenzang, Amsterdammers die zich
nestelen in Bakkum, en een deel die zich terugtrekken op hun volkstuincomplex.
Er zijn zo veel mogelijkheden, die tegemoet komen aan de zin van vakantie; even
de boel loslaten.
Toch
zijn er grote groepen die hier anders tegenover staan. Vakantie is twee, of
drie, weken naar andere oorden. Tent of hotel, als ze maar weg zijn. En vaak
gaat het alleen maar daarom. Weg zijn. En dat is de onzin van vakantie. Nou ja,
daar komt de onzin om de hoek kijken. Zo had ik ooit een kapper. Die ging twee
weken op vakantie. Waarheen? Naar Bali!
Naar
zijn vakantie vroeg ik hem naar zijn vakantie en wat hij allemaal van Bali had
gezien. Geen donder dus. Hij had een all-inclusive hotelreis en dat was daar
allemaal zo schitteren, hij was het terrein niet af geweest. Ja, een keer
hadden zij een bustochtje gemaakt. Maar dat had hem niet zo veel gedaan. Maar,
tegen iedereen kan hij wel vertellen dat hij op Bali is geweest. En zo had hij
meer exotische oorden aangedaan. Pure onzin van vakantie! Ook een insteek,
waarmee wij onze wereld verzieken. Toen ik vroeg of hij bomen voor zijn vlucht
had gekocht keek mijn kapper helemaal glazig.
De
onzin van vakantie is dat wij naar oorden willen voor een relatieve zekerheid
van zon, zee en strand en verder rust. Nou,dan kan ja naar Spanje, zuid
Frankrijk, Kroatië en als je heel avontuurlijk bent naar Griekenland. Maar ga
dan alsjeblieft niet verder. Daarvoor is de vakantie, met zo een insteek niet
bedoeld. Meer dan tachtig procent gaat echter wel met die insteek de hort op.
Vaak blijkt het nog in zekere mate een teleurstellende ervaring.
![]() |
| camping Vogelenzang |
Anders
is om vakantie te gebruiken om te reizen. Je te verdiepen in andere culturen,
schoonheden van de wereld te zien of te genieten van natuur, die wij niet
kennen. Dat doen ook een hoop mensen, maar van die groep merk je ook dat een
groot deel het vanuit status doet en niet vanuit interesse. Wat dat betreft
zitten wij, Nederlanders, raar in elkaar. We doen eigenlijk niet wat we zelf
écht willen, maar willen voldoen aan de status die wij ons toe bedelen. Ja, zin
en onzin van vakantie ligt heel erg dicht bij elkaar.
Weer
even terug naar mij zelf. Ja, ik ben nieuwsgierig, ik ben een reiziger. Ook ga
ik vaker niet op vakantie. Meestal omdat mij de middelen dan ontbreken. Zelf
zie ik er maar een nadeel aan; thuis kom je niet echt los van alles. Dat mis ik
wel eens, wanneer ik helemaal niet weg ga. Maar toch, ook deze zomer geniet ik
met volle teugen en heb ik een hele fijne vakantie, ondanks dat ik gewoon door
werk. Maar goed, in oktober wil ik misschien wel even een weekje weg. Om de
geest schoon te vegen. Waar ik dan heen wil? Kan mij niks schelen. Het enige is
dat de omgeving en omstandigheid maken dat die geest even leeg kan... Daarvoor
hief ik niet naar de andere kant van de wereld.
En
reizen? Dat doe ik wel, wanneer ik de middelen weer heb. Ik heb nog genoeg
doelen, en een ding speelt daar voor mij geen enkele rol; status. Nee, ik ga
dan om te ervaren, leren, te verrijken en helemaal bekaf terug te komen....
Tevreden. Maar nu ben ik ook heel erg tevreden, omdat ik reizen en vakantie
weet te scheiden, en mijn vakantiegevoel flink aanwezig is!
Abonneren op:
Posts (Atom)





