Ik zit hier op de flat en bedenk mij dat de omvang van het appartement vrijwel gelijk is aan de omvang van het zwembad (plus zonneterras er omheen) van de woning in Turkije....
In 2014 vertrokken we, in feite noodgedwongen, naar Turkije. Na een periode her en der logeren hebben we inmiddels een kleine stek, waar wij onze vier Nederlandse maanden kunnen doorbrengen. In Turkije huurden we eerst een kil huis in het kustdorpje Göcek. Na bijna een jaar vertrokken we acht kilometer verderop, naar een hoogte van 420 meter. Een traditioneel Turks huis in het centrum van het dorp. Leuk, maar de nadelen stapelden zich op. Dat maakte dat er al plannen lagen een andere huurwoning te zoeken. Nadat de huisbaas 35% huurverhoging wenste ging het verkeerd. We moesten het huis uit.
Toeval, of niet, we vonden een woning. Iets buiten het dorp, 570 meter hoogte, en geheel vrij. De buitenmuren opgetrokken van rotsblokken, evenals de buitenste binnen muren. Een redelijke lap grond er omheen. Daarna rondom bos. Drie jaar geleden koesterde ik de angst dat dit een te stille omgeving was. Inmiddels weet ik beter. We horen hier zelfs de oproep voor gebed van de moskee niet eens. Het huis staat de gehele dag in de zon, maar door de dikke muren is het binnen aangenaam. De stilte is verrukkelijk en de meeste geluiden natuurlijk. In feite een min of meer perfecte omgeving. Maar ook binnen... Het is een echt huis. Geen hokjes, waar we niemand durfden uit te nodigen. Dat deden we wel, maar dan alleen indien het op de waranda nog aangenaam vertoeven was. Nu een "echt" huis. De woonkamer is hoog, tot de onderzijde van het dak. De binnenmuren wit gestuukt. Een open trap leidt naar de eerste etage, een balkon doet je van bovenaf op het woongedeelte turen. Het lijkt op een Franse vakantiewoning..., met dien verstande dat wij hier zeer lange "vakanties" hebben. De sfeer is warm en aangenaam. De oude meubels blijken opvallend treffend in het huis te passen. De muziekinstallatie verzorgt hemelse geluiden. Hard, zowel zacht. Helder en de vibratie doet je denken in een concertzaal te zijn. Voor het storende televisie kijken beschikken wij over een aparte ruimte, naast de woonkamer. Een bescheiden, maar uiterst sfeervol half open kamer. Ruimte voor mijn atelier, twee badkamers, waarvan eentje met jacuzzi. Een giga grote bovenruimte met mogelijkheden te slapen, atelierruimte voor mijn vrouw en een opslaghok (al dan niet tevens "walk-in closed").
Omgerekend betalen wij de iets minder dan de helft aan huur, vergeleken met de huur van de postzegel in IJmuiden. Volgens mij mag je, na een dergelijke opsomming, spreken van het Paradijs. Zeker wanneer 's avonds het open vuur knappert bij het schijnsel van onze ruim drie meter lange (stoere) hanglamp en met de drie slapende honden, waar alle tevredenheid van af straalt.
Hier, in het IJmuidens appartement realiseer ik het Paradijslijke gevoel nóg sterker. De grijze luchten buiten, gordijnen de gehele dag vrijwel gesloten, de koude natte wind tegen de pui. Twee totaal verschillende werelden, als het verschil van dag en nacht. Zit ik het ene moment in de zo'n, met ontbloot bovenlichaam, buiten koffie te drinken, is het volgende moment een bakkie binnen bij de aangename warmte van de cv. Met het laatste ben ik niet ontevreden, zeker niet met dat Turkse paradijs op drieduizend kilometer afstand.
Misschien ook juist daardoor dat ik hier de tevredenheid kan opbrengen...; straks mag en kan ik weer terug naar dat Paradijs.
Er is wel een voorwaarde verbonden aan de Turkse woning. We dienen het huis in goede staat te houden..., en daar waar nodig te brengen. Het zwembad ligt er leeg, zonder pomp en toebehoren met vieze tegels. Het zonneterras moet (deels opnieuw) voorzien worden van tegels. De terrein moet het aanzien van een tuin krijgen en hier en daar moeten verbeteringen aangebracht worden (bijvoorbeeld een waranda creëren op het huidige terras). Nee, de woning is niet "af". Het klinkt wellicht wat vreemd, maar dat stemt ons juist nog vrolijker. We kunnen en mogen er los, iets wat we graag willen; klussen. Zo hebben we een van de douches, die lekte, vervangen voor een nette douchecabine. Overige lekkages aangepakt en de buitendeuren voorzien van een klink aan de buitenkant.
Klinkt daar het geluid van de natuur, balkende ezels, kwetterend vogels, spelende eekhoorns, hier klinken geluiden van industrie, stad en schepen. Ja, we mogen ons zeer gelukkig prijzen met onze Mediterrane woning. Echt een waar geluk, serieus een Paradijselijk gevoel. Bijzonder, want wanneer we geen ellende gekend zouden hebben, waren wij nooit in dat Paradijs terecht gekomen....
Posts tonen met het label ezel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ezel. Alle posts tonen
dinsdag 31 oktober 2017
vrijdag 12 juni 2015
Burgermeester
1967
Meester Pels, van de Adolf van Nassauschool, staat voor de klas. Met de rust welke hij altijd uitstraalde sprak hij over wanneer wij groot zouden zijn.
"Wat wil je later worden?", was de vraag waarmee hij de klas rond ging.
"Piloot meester," was het antwoord van Roelof, Wim, en nog wat anderen.
"Politie agent," reageerden Jan, Wouter, Stef, en misschien wel de helft van de jongens.
"Automonteur," zeiden drie jongens.
"Brandweerman."
"Burgermeester, meneer Pels," sprak ik.
Meneer Pels was duidelijk in een lichte staat in verwarring. De rest van de klas ontstak in een licht rumoer. Zo iets had men nog nooit gehoord en ik was duidelijk van "lotje getikt". Sindsdien werd ik niet alleen als half leproos aangezien en benaderd, ook werd ik overal "burgermeester" genoemd, vol spot en kinderlijke ironie.
De grootvader van mijn achterbuur (Jan Wiebe van Veen) was burgermeester geweest. Hij woonde inmiddels ook bij ons in het dorp en met Jan Wiebe kwam ik er regelmatig over de vloer. Ik had ontzag voor die man. Het was een echte notabele, een man met charisma en uitstraling. Zo wilde ik later ook worden. Wat het burgermeesterschap inhield was mij volledig onbekend. Maar het hebben van uitstraling en gezag sprak mij aan. Alleen al omdat ik dan niet meer gepest zou worden. Dat mijn uitspraak juist leidde tot toenemend pestgedrag van anderen had ik bepaald niet voorzien.
2002
Maatschappelijke onvrede en mijn kritiek op het kabinet Balkenende besloot dat ik niet meer langs de lijn kon blijven schreeuwen en mokken. Neen, ik moest actief worden de wereld te verbeteren. Wellicht was ik al wat oud om mij zo als idealist op te stellen, maar ik ben nou eenmaal een laatbloeier. De zoektocht naar een politieke partij waar ik mij zowel politiek als persoonlijk betrokken bij voelde was best nog een hele opgaaf. Uiteindelijk sloot ik mij bij een partij aan. Binnen de kortste keren was ik niet alleen lid van de partij, maar zat ik ook in het bestuur van de lokale afdeling. Vanaf dat moment heb ik mij ook actief en vol overgave ingezet. Politiek boeide mij en ik was (nog) in de stellige overtuiging dat je in de politiek zelf op integere wijze als individu invloed kon hebben op het beleid. Het was geen naïviteit, maar een overtuiging, tot veel later bleek dat je toch een zekere schofterigheid in je moet hebben wil je daadwerkelijk politiek iets kunnen veranderen, of invloed hebben. Daarnaast speelt een groot ego ook een essentiële rol, iets waar ik niet over beschik. Ik neig wat dat betreft meer tot bescheidenheid en onzekerheid.
Maar goed, na een verhuizing kwam ik zo waar in de gemeenteraad. Bijna met een schuldgevoel mocht ik mij op het pluche hijsen. Keihard werkte ik om op eerlijke, integere wijze, oprechte politiek te bedrijven. Vol energie zette ik mij in om met heel veel mensen in contact te komen en op basis van wat er in de gemeenschap leefde en mijn eigen politieke overtuiging tot besluitvorming te komen. De vier jaar raadswerk was vier jaar strijd. Strijd, welke ik op zich niet ambieerde. Ik wilde politiek niet zien als strijd, maar als een spel van argumenten. Duidelijk werd dat mijn beeld bijgesteld diende te worden. En bijgesteld, en bijgesteld. Toch wilde ik nog wel een termijn. Immers, voor mijn eigen gevoel en mijn verantwoordelijkheid naar de gemeenschap was ik nog niet klaar en moest ik verder. Ook kreeg ik de vraag of ik het wethouderschap ambieerde. Mijn antwoord was duidelijk: neen, maar wanneer ik het belang daar mee dien ben ik wel bereid het wethouderschap op mij te nemen. Achteraf een veel te bescheiden opstelling. Al met al maakt dat niet veel meer uit. Rattenstreken en hufterigheid hebben inderdaad mijn politieke ondergang ingeluid. Ik was blijkbaar te eerlijk en te beschaafd politiek stand te houden.
Na de raadsperiode heb ik grote afstand van de politiek genomen. Uit zelfbehoud, maar ook uit frustratie dat politiek inderdaad is wat ik voorheen vermoedde; een spel van veel oneerlijkheid, ego's, en eigenbelang. Wel bleef ik mij druk maken inzake mijn gevoelens van machteloosheid als burger. Mijn confrontaties, grote frustraties, met de bureaucratie en regelgeving. Tegen onrecht kan ik nog steeds niet. De afgelopen jaren heb ik heel wat onrecht en foute regelgeving en verkeerde bureaucratie aan mij voorbij zien gaan.
Inmiddels heeft die zelfde bureaucratie er mede toe geleid dat ik nu in Turkije zit. En eindelijk heb ik een zekere rust en balans in mijn leven.
2015
Een berichtje op Facebook: " Ernst, er is een vacature voor je in Velsen." Het beticht vatte ik niet helemaal. Via Messenger las ik nog een paar korte berichtjes van een gelijke strekking. Daarna pas las ik dat Franc Weerwind naar alle waarschijnlijkheid burgervader van Almere wordt, de opvolger van Annemarie Jorritsma. Velsen is dus op zoek naar een nieuwe burgermeester... Ik moest weer denken aan 1967. Ik moet er niet aan denken. Tien jaar eerder misschien, maar ik heb mijn politieke tijd voorlopig wel gehad. Ja, ik ben meer bestuurder dan uitvoerend politicus. Zo veel is mij wel duidelijk geworden. En ja, mijn minderwaardigheidscomplex is in grote mate afgenomen. Echter, ik moet er niet aan denken dat mijn leven weer geregisseerd en ingevuld wordt door de buitenwereld. Bewijsdrang voel ik ook niet erg sterk. Laat mij maar genieten van het leven, waarin de dagen geen belang meer kennen. Een wekker mij niet doet ontwaken en plicht mij niet roept.
Bovendien, welke gemeente wacht op een dakloze en werkloze burgervader? En beide feiten heb ik te danken aan de politiek. Nee, het politieke beleid heeft mij veel ellende gebracht. Gelukkig heeft al die ellende er toe geleid dat ik nu eindelijk een fijn en plezierig leven heb. Over een paar maanden ben ik een schilderend keuterboertje... Bijna 60. De VUT bestaat niet meer. Nee, tegenwoordig wordt je ontslagen, financieel gemangeld en uiteindelijk mag je zonder uitkering overleven. Dat de uitkering van mijn vrouw op zich onvoldoende is voor twee, maakt niet uit. Nee, wanneer ik vanuit deze situatie burgermeester van Velsen word zal de gemeente de nar van politiek Nederland worden. Natuurlijk wordt het een hele klus na zo'n goeie als Franc een nieuwe sterke burgermeester te vinden, zeker wanneer ik ook bedank, maar Velsen vindt vast en zeker een oplossing. In ieder geval wens ik de gemeente succes. Ik ga vandaag eens informeren naar de prijs van een ezel en de prijs van een geit. En heb ik weer een woning in Velsen, ga ik vast nog wel eens vanaf de publieke tribune het theater aanzien. In mijn boerenkiel......
Meester Pels, van de Adolf van Nassauschool, staat voor de klas. Met de rust welke hij altijd uitstraalde sprak hij over wanneer wij groot zouden zijn.
"Wat wil je later worden?", was de vraag waarmee hij de klas rond ging.
"Piloot meester," was het antwoord van Roelof, Wim, en nog wat anderen.
"Politie agent," reageerden Jan, Wouter, Stef, en misschien wel de helft van de jongens.
"Automonteur," zeiden drie jongens.
"Brandweerman."
"Burgermeester, meneer Pels," sprak ik.
Meneer Pels was duidelijk in een lichte staat in verwarring. De rest van de klas ontstak in een licht rumoer. Zo iets had men nog nooit gehoord en ik was duidelijk van "lotje getikt". Sindsdien werd ik niet alleen als half leproos aangezien en benaderd, ook werd ik overal "burgermeester" genoemd, vol spot en kinderlijke ironie.
De grootvader van mijn achterbuur (Jan Wiebe van Veen) was burgermeester geweest. Hij woonde inmiddels ook bij ons in het dorp en met Jan Wiebe kwam ik er regelmatig over de vloer. Ik had ontzag voor die man. Het was een echte notabele, een man met charisma en uitstraling. Zo wilde ik later ook worden. Wat het burgermeesterschap inhield was mij volledig onbekend. Maar het hebben van uitstraling en gezag sprak mij aan. Alleen al omdat ik dan niet meer gepest zou worden. Dat mijn uitspraak juist leidde tot toenemend pestgedrag van anderen had ik bepaald niet voorzien.
2002
Maatschappelijke onvrede en mijn kritiek op het kabinet Balkenende besloot dat ik niet meer langs de lijn kon blijven schreeuwen en mokken. Neen, ik moest actief worden de wereld te verbeteren. Wellicht was ik al wat oud om mij zo als idealist op te stellen, maar ik ben nou eenmaal een laatbloeier. De zoektocht naar een politieke partij waar ik mij zowel politiek als persoonlijk betrokken bij voelde was best nog een hele opgaaf. Uiteindelijk sloot ik mij bij een partij aan. Binnen de kortste keren was ik niet alleen lid van de partij, maar zat ik ook in het bestuur van de lokale afdeling. Vanaf dat moment heb ik mij ook actief en vol overgave ingezet. Politiek boeide mij en ik was (nog) in de stellige overtuiging dat je in de politiek zelf op integere wijze als individu invloed kon hebben op het beleid. Het was geen naïviteit, maar een overtuiging, tot veel later bleek dat je toch een zekere schofterigheid in je moet hebben wil je daadwerkelijk politiek iets kunnen veranderen, of invloed hebben. Daarnaast speelt een groot ego ook een essentiële rol, iets waar ik niet over beschik. Ik neig wat dat betreft meer tot bescheidenheid en onzekerheid.
Maar goed, na een verhuizing kwam ik zo waar in de gemeenteraad. Bijna met een schuldgevoel mocht ik mij op het pluche hijsen. Keihard werkte ik om op eerlijke, integere wijze, oprechte politiek te bedrijven. Vol energie zette ik mij in om met heel veel mensen in contact te komen en op basis van wat er in de gemeenschap leefde en mijn eigen politieke overtuiging tot besluitvorming te komen. De vier jaar raadswerk was vier jaar strijd. Strijd, welke ik op zich niet ambieerde. Ik wilde politiek niet zien als strijd, maar als een spel van argumenten. Duidelijk werd dat mijn beeld bijgesteld diende te worden. En bijgesteld, en bijgesteld. Toch wilde ik nog wel een termijn. Immers, voor mijn eigen gevoel en mijn verantwoordelijkheid naar de gemeenschap was ik nog niet klaar en moest ik verder. Ook kreeg ik de vraag of ik het wethouderschap ambieerde. Mijn antwoord was duidelijk: neen, maar wanneer ik het belang daar mee dien ben ik wel bereid het wethouderschap op mij te nemen. Achteraf een veel te bescheiden opstelling. Al met al maakt dat niet veel meer uit. Rattenstreken en hufterigheid hebben inderdaad mijn politieke ondergang ingeluid. Ik was blijkbaar te eerlijk en te beschaafd politiek stand te houden.
Na de raadsperiode heb ik grote afstand van de politiek genomen. Uit zelfbehoud, maar ook uit frustratie dat politiek inderdaad is wat ik voorheen vermoedde; een spel van veel oneerlijkheid, ego's, en eigenbelang. Wel bleef ik mij druk maken inzake mijn gevoelens van machteloosheid als burger. Mijn confrontaties, grote frustraties, met de bureaucratie en regelgeving. Tegen onrecht kan ik nog steeds niet. De afgelopen jaren heb ik heel wat onrecht en foute regelgeving en verkeerde bureaucratie aan mij voorbij zien gaan.
Inmiddels heeft die zelfde bureaucratie er mede toe geleid dat ik nu in Turkije zit. En eindelijk heb ik een zekere rust en balans in mijn leven.
2015
Een berichtje op Facebook: " Ernst, er is een vacature voor je in Velsen." Het beticht vatte ik niet helemaal. Via Messenger las ik nog een paar korte berichtjes van een gelijke strekking. Daarna pas las ik dat Franc Weerwind naar alle waarschijnlijkheid burgervader van Almere wordt, de opvolger van Annemarie Jorritsma. Velsen is dus op zoek naar een nieuwe burgermeester... Ik moest weer denken aan 1967. Ik moet er niet aan denken. Tien jaar eerder misschien, maar ik heb mijn politieke tijd voorlopig wel gehad. Ja, ik ben meer bestuurder dan uitvoerend politicus. Zo veel is mij wel duidelijk geworden. En ja, mijn minderwaardigheidscomplex is in grote mate afgenomen. Echter, ik moet er niet aan denken dat mijn leven weer geregisseerd en ingevuld wordt door de buitenwereld. Bewijsdrang voel ik ook niet erg sterk. Laat mij maar genieten van het leven, waarin de dagen geen belang meer kennen. Een wekker mij niet doet ontwaken en plicht mij niet roept.
Bovendien, welke gemeente wacht op een dakloze en werkloze burgervader? En beide feiten heb ik te danken aan de politiek. Nee, het politieke beleid heeft mij veel ellende gebracht. Gelukkig heeft al die ellende er toe geleid dat ik nu eindelijk een fijn en plezierig leven heb. Over een paar maanden ben ik een schilderend keuterboertje... Bijna 60. De VUT bestaat niet meer. Nee, tegenwoordig wordt je ontslagen, financieel gemangeld en uiteindelijk mag je zonder uitkering overleven. Dat de uitkering van mijn vrouw op zich onvoldoende is voor twee, maakt niet uit. Nee, wanneer ik vanuit deze situatie burgermeester van Velsen word zal de gemeente de nar van politiek Nederland worden. Natuurlijk wordt het een hele klus na zo'n goeie als Franc een nieuwe sterke burgermeester te vinden, zeker wanneer ik ook bedank, maar Velsen vindt vast en zeker een oplossing. In ieder geval wens ik de gemeente succes. Ik ga vandaag eens informeren naar de prijs van een ezel en de prijs van een geit. En heb ik weer een woning in Velsen, ga ik vast nog wel eens vanaf de publieke tribune het theater aanzien. In mijn boerenkiel......
maandag 2 maart 2015
Bram
Ja, ik weet niet, maar volgens mij wonen die mensen hier nog niet zo lang. Blèr. Maar goed, het is goed toeven. Goed gras, mooi hok. Hout met voor de ingang een vrij lange overkapping. Goed voor de schaduw, maar ook als het regent kunnen we schuilen. Ja, we. Blèr. Er is ook nog een schaap en sinds kort een ezel. Leuke meid, die ezel. Het schaap is wat meer in zichzelf. Niet onaardig hoor, maar gaat een beetje d'r eigen gang. Blèr. We hebben een aardige wei, met een hek d'r omheen. Maar goed ook, want d'r lopen twee van die witte keffertjes rond. Die hebben altijd een grote bek. Die iele zegt dat hij van de baas zelf is. Blèr. Die krullebol is meer een meeloper, maar schijnt wel de pa van die iele te zijn. Ik denk dat als het hek er niet omheen stond, die gasten ons behoorlijk kunnen treiteren. Ook loopt d'r nog aan kat. Een grijze. Oud wijffie. Totaal niet bang voor ons en loopt rustig tussen ons door. Soms gaat ze languit in ons hooi liggen. Nee, die doet echt geen vlieg kwaad. Blèr. Verder zijn er nog kippen. Een stuk of wat. Die staan meer aan de andere kant van het huis. Ook achter een hek. Zeker ook voor die blafkezen. We kunnen elkaar goed zien, al zit er best nog een stuk land tussen. Daar staan allemaal fruitbomen. Allemaal verschillend. Tussen het huis en de stenen schuur hebben die mensen water gemaakt. Daar springen ze in. Lijkt me ook wel lekker met die warme dagen. Maar goed, dat mens, die man, de baas, heeft voor ons een soort douche gemaakt. Lekker hoor, ik ga d'r wel es effe onder staan. Schaap doet nooit, de ezel wel. Dat schaap is zo stom als een ezel. Blèr.
De mensen noemen mij Bram. Stom, want ik ben een vrouwtje. Ik denk dat ze mij voor mijn melk hebben. Vrij kort nadat mijn kinderen weggehaald werden kwam ik hier. En iedere dag zitten ze aan mijn uiers. Als die vrouw dat doet, is dat best opwindend. Ik weet niet, maar die pakt mijn tepels op een manier die gewoon wel lekker is. Die man, dat is meer een kluns. Het lukt hem ook lang niet altijd mijn melk er uit te wringen. Soms pest ik hem ook lekker. Dan schop ik de emmer om. Blèr. Wat ze met die melk doen weet ik niet. Hij is trouwens verder wel aardig. Hij zorgt goed voor ons hok, het hooi, eten en water. Hij geeft ons ook vrij veel aandacht. Staat soms met ons te knuffelen. Ja, een voor een hoor. Blèr. Volgens mij is die vent een mietje. Maar hij werkt wel hard en zorgt echt perfect voor ons.
Het schaap hebben ze ook een naam gegeven; Bep. En de ezel heet Beethoven. Dat zegt me niks dus, maar het is wel een lange naam. Beethoven heeft het goed, want hij vertelde me eens dat de meeste ezels hier hard moeten werken. Beethoven kan het rustig aan doen. Soms komt er een jonge vrouw. Zij gaat af en toe met Beethoven lopen. Ik heb de baas een keer horen zeggen dat ze Beethoven voor die jonge vrouw hebben aangeschaft en zij heeft die naam verzonnen. Blèr. Als de mensen bij het water zijn (ze zijn dan bijna helemaal bloot) praten ze over van alles. Ja, en zo hoor je nog es wat. Die stenen schuur is trouwens net klaar. Daar hebben ze hard aan gewerkt en dat is me een mooi huisje geworden. Chapeau! Blèr. Als er andere mensen zijn, dan de baas en bazin, worden die in dat hok gezet. 's Nachts alleen hoor. Nou, soms zijn overdag ook in dat hok. Die vreemde mensen doen nooit wat. Ze hangen veel bij dat water, of zijn weg. Dat water noemen ze een zwembad... Zal wel. Ja, het is wel gezellig hier. Goed toeven. Mij hebben ze dus alleen voor de melk. Ik heb horen zeggen dat ze er geitenkaas van proberen te maken. Volgens mij is het alleen nooit gelukt. Van Bep heb ik gehoord dat ze haar hebben vanwege de wol. Bep wordt twee keer per jaar geschoren. Daar komt iemand voor langs. Dat doen onze baas en bazin niet zelf. Maar waarom ze Beethoven hebben... Geen flauw benul. Blèr. Trouwens ik snap dat ook niet van die honden. Wat hebben die nou voor nut? Toch geen enkele? Het zijn alleen maar schijters en herrieschoppers. Die kat, okay, die moet de muizen wegjagen. De kippen geven eieren aan de mensen, maar wat ze met Beethoven moeten. Ze laten hem niet eens werken. En dat beest kan een hoop herrie maken. Oordoppen. Trouwens over oordoppen gesproken. Even verderop staat een toren. Bovenop een blauwe punt. Ik weet niet hoe vaak per dag staat er een vanaf te schreeuwen. Een hoop kabaal, maar tjonge wat is dat geluid slecht. Pijn aan je oren gewoon. Hopeloos. Het kraakt en er zit een hoge piep in, dat je bijna niet hoort wat de stem zegt. Niet erg hoor, want ik versta hem toch niet. Ik zou niet weten waarom die man van de toren blaast. Soms hoor ik ook een vrouw. Die stem komt uit palen. Daar staan er meer van in het dorp. Ze praat heel netjes en vertelt de mensen allemaal dingen over het dorp. Wel grappig, want je hoort haar een paar keer vlak achter elkaar. De ene paal is sneller dan de andere. Blèr.
Soms mag ik op stap, zal ik maar zeggen. Meestal word ik dan aan een lang touw gezet, dat ze met een stuk ijzer in de grond pluggen. Dan heb ik een stukje vers gras. Ja, die mensen hebben een hoop gras hoor. Meer dan het stuk waar wij staan. En als ik dan aan het touw mag, mag Bep vaak ook. Een enkele keer mag ik zelfs zonder touw. Ja, ik heb het veel te goed hier, dus ik kijk wel uit om weg te lopen. Blèr. Bep ziet dat geloof ik anders. Alhoewel. Ik weet eigenlijk niet waarom ze niet zonder touw buiten ons veldje mag. Nou, misschien toch wel. Als we buiten zijn kunnen die keffertjes bij ons. Ik reageer er niet meer op. Ze gaan hun gang maar. Bep daarentegen blijft maar reageren. Het lijkt wel of ze bang voor die gassies is. Wanneer die witte honden op haar af rennen wil ze alle kanten opschieten. Ik heb wel eens gehoord dat een kudde schapen, verderop, ook bij elkaar gehouden wordt door honden. Wij geiten blijven vanzelf wel bij elkaar in de buurt. Ach, zo is ieder dier weer anders, blèr.
Mijn leventje is wel goed hier. Ik kan het met iedereen goed vinden. Mijn natje en mijn droogje wordt uitstekend verzorgd, dus wat wil nog meer? Ja... Dat weet ik wel hoor. Een lekkere bok! Ik hou wel van een goeie bokkensprong. En weer opnieuw jonge geitjes krijgen. Nu hoorde ik laatst dat de baas het er over had voor mij een goeie bok te laten komen. Nou, laat maar komen hoor, blèr blèr.
Een poos geleden hoorde ik een raar verhaal, dat mensen voor bok spelen. Die zijn gestoord! Laten ze het met hun eigen soort doen! Nee, ik wacht lekker op mijn bok. Het idee al... Blèr, blèr, blèr, blèr, blèr....
De mensen noemen mij Bram. Stom, want ik ben een vrouwtje. Ik denk dat ze mij voor mijn melk hebben. Vrij kort nadat mijn kinderen weggehaald werden kwam ik hier. En iedere dag zitten ze aan mijn uiers. Als die vrouw dat doet, is dat best opwindend. Ik weet niet, maar die pakt mijn tepels op een manier die gewoon wel lekker is. Die man, dat is meer een kluns. Het lukt hem ook lang niet altijd mijn melk er uit te wringen. Soms pest ik hem ook lekker. Dan schop ik de emmer om. Blèr. Wat ze met die melk doen weet ik niet. Hij is trouwens verder wel aardig. Hij zorgt goed voor ons hok, het hooi, eten en water. Hij geeft ons ook vrij veel aandacht. Staat soms met ons te knuffelen. Ja, een voor een hoor. Blèr. Volgens mij is die vent een mietje. Maar hij werkt wel hard en zorgt echt perfect voor ons.
Het schaap hebben ze ook een naam gegeven; Bep. En de ezel heet Beethoven. Dat zegt me niks dus, maar het is wel een lange naam. Beethoven heeft het goed, want hij vertelde me eens dat de meeste ezels hier hard moeten werken. Beethoven kan het rustig aan doen. Soms komt er een jonge vrouw. Zij gaat af en toe met Beethoven lopen. Ik heb de baas een keer horen zeggen dat ze Beethoven voor die jonge vrouw hebben aangeschaft en zij heeft die naam verzonnen. Blèr. Als de mensen bij het water zijn (ze zijn dan bijna helemaal bloot) praten ze over van alles. Ja, en zo hoor je nog es wat. Die stenen schuur is trouwens net klaar. Daar hebben ze hard aan gewerkt en dat is me een mooi huisje geworden. Chapeau! Blèr. Als er andere mensen zijn, dan de baas en bazin, worden die in dat hok gezet. 's Nachts alleen hoor. Nou, soms zijn overdag ook in dat hok. Die vreemde mensen doen nooit wat. Ze hangen veel bij dat water, of zijn weg. Dat water noemen ze een zwembad... Zal wel. Ja, het is wel gezellig hier. Goed toeven. Mij hebben ze dus alleen voor de melk. Ik heb horen zeggen dat ze er geitenkaas van proberen te maken. Volgens mij is het alleen nooit gelukt. Van Bep heb ik gehoord dat ze haar hebben vanwege de wol. Bep wordt twee keer per jaar geschoren. Daar komt iemand voor langs. Dat doen onze baas en bazin niet zelf. Maar waarom ze Beethoven hebben... Geen flauw benul. Blèr. Trouwens ik snap dat ook niet van die honden. Wat hebben die nou voor nut? Toch geen enkele? Het zijn alleen maar schijters en herrieschoppers. Die kat, okay, die moet de muizen wegjagen. De kippen geven eieren aan de mensen, maar wat ze met Beethoven moeten. Ze laten hem niet eens werken. En dat beest kan een hoop herrie maken. Oordoppen. Trouwens over oordoppen gesproken. Even verderop staat een toren. Bovenop een blauwe punt. Ik weet niet hoe vaak per dag staat er een vanaf te schreeuwen. Een hoop kabaal, maar tjonge wat is dat geluid slecht. Pijn aan je oren gewoon. Hopeloos. Het kraakt en er zit een hoge piep in, dat je bijna niet hoort wat de stem zegt. Niet erg hoor, want ik versta hem toch niet. Ik zou niet weten waarom die man van de toren blaast. Soms hoor ik ook een vrouw. Die stem komt uit palen. Daar staan er meer van in het dorp. Ze praat heel netjes en vertelt de mensen allemaal dingen over het dorp. Wel grappig, want je hoort haar een paar keer vlak achter elkaar. De ene paal is sneller dan de andere. Blèr.
Soms mag ik op stap, zal ik maar zeggen. Meestal word ik dan aan een lang touw gezet, dat ze met een stuk ijzer in de grond pluggen. Dan heb ik een stukje vers gras. Ja, die mensen hebben een hoop gras hoor. Meer dan het stuk waar wij staan. En als ik dan aan het touw mag, mag Bep vaak ook. Een enkele keer mag ik zelfs zonder touw. Ja, ik heb het veel te goed hier, dus ik kijk wel uit om weg te lopen. Blèr. Bep ziet dat geloof ik anders. Alhoewel. Ik weet eigenlijk niet waarom ze niet zonder touw buiten ons veldje mag. Nou, misschien toch wel. Als we buiten zijn kunnen die keffertjes bij ons. Ik reageer er niet meer op. Ze gaan hun gang maar. Bep daarentegen blijft maar reageren. Het lijkt wel of ze bang voor die gassies is. Wanneer die witte honden op haar af rennen wil ze alle kanten opschieten. Ik heb wel eens gehoord dat een kudde schapen, verderop, ook bij elkaar gehouden wordt door honden. Wij geiten blijven vanzelf wel bij elkaar in de buurt. Ach, zo is ieder dier weer anders, blèr.
Mijn leventje is wel goed hier. Ik kan het met iedereen goed vinden. Mijn natje en mijn droogje wordt uitstekend verzorgd, dus wat wil nog meer? Ja... Dat weet ik wel hoor. Een lekkere bok! Ik hou wel van een goeie bokkensprong. En weer opnieuw jonge geitjes krijgen. Nu hoorde ik laatst dat de baas het er over had voor mij een goeie bok te laten komen. Nou, laat maar komen hoor, blèr blèr.
Een poos geleden hoorde ik een raar verhaal, dat mensen voor bok spelen. Die zijn gestoord! Laten ze het met hun eigen soort doen! Nee, ik wacht lekker op mijn bok. Het idee al... Blèr, blèr, blèr, blèr, blèr....
Abonneren op:
Posts (Atom)