Nooit zo bij stil gestaan, tot het opeens duidelijk wordt. Inmiddels leven wij drie jaar het grootste deel van het jaar in Turkije. Dat betekent ook nieuwe contacten, nieuwe vrienden. Onze contacten is vooral met pensionado's. Daarbij is een opvallend groot aantal vrouwen. Niet dat het aantal vrouwen opvallend is, maar wel het aantal vrouwen wat hier alleen woont. Het aantal buitenlandse stellen is in de minderheid en zelfs na diep nadenken ken ik geen enkele man, van buitenlandse originaliteit, die hier alleen woont. De dames zijn dus een interessante groep om eens nader te analyseren.
Het overgrote deel van de alleenstaande dames is getrouwd geweest met een Turk, of ligt nog in scheiding. Bij de Engelse vrouwen is opvallend dat juist een minderheid getrouwd is geweest met een Turk. De Engelse dames zijn meestal met partner gekomen, wie inmiddels is overleden. Een aantal Engelse vrouwen is zonder partner gekomen en met name onder deze groep zie je dames die zich de Turkse nationaliteit hebben laten aanmeten. Vrouwen van overige nationaliteiten beschikken ook frequent over de Turkse nationaliteit, maar dat is veelal het gevolg van een eerder huwelijk. De leeftijd van de dames is veelal 60 plus. Vooral de uit Engeland afkomstige tantes zijn gemiddeld ouder. De jongere zijn hier voornamelijk door de liefde beland.
De vrouwen zijn in meerderheid dierenliefhebbers, ja zelfs dierenredders. Nu kan dit voortkomen uit een gekleurd beeld, omdat de meeste buitenlandse vrouwen die ik ken, ik ken vanwege mijn vrijwilligerswerk voor Animal Aid Fethiye. Toch is het iets wat ik ook hoor van dames die ik op andere wijze heb leren kennen. Tussen de liefde voor honden en katten is een redelijk evenwicht. Het hebben van veel katten en veel honden is niet uitzonderlijk, maar is iets wat je ook heel erg bij de expat stellen ziet.
Naast de dierenliefde is er nog een opvallende overeenkomst. Twee in feite. De eerste geldt voor jonge en oudere vrouwen. In heel veel gevallen beschikken de dames over zeer beperkte financiele middelen. Beperkte inkomens staat op nummer één, en op nummer twee staat het rentenieren (al dan niet vanuit alimentatie).
Daarnaast is de lichamelijke toestand enigszins opvallend. Een relatief groot percentage heeft (zware) rugklachten en veruit een meerderheid is überhaupt zwak, ziek en misselijk.
Kortom, een buitengewone samenstelling van buitenlanders die in Turkije wonen. Natuurlijk zijn er ook veel stellen. Gemengd (Turks met andere nationaliteit) dan wel geheel samengesteld uit buitenlandse (niet Turkse) nationaliteiten. De meerderheid heeft zich hier gevestigd een plezierige oude dag te genieten, een relatief kleine groep vanwege uiteenlopende omstandigheden en redenen en de kleinste groep om te werken (in de meeste gevallen een eigen bedrijfje).
In de "gemeente" Mugla staan ruim 19000 buitenlanders ingeschreven. Buitenlanders die hier alleen een verblijf bezitten voor vakantie doeleinden vallen hier niet onder. Vooral langs de Turkse kust zijn grote aantallen buitenlanders te vinden, die hier min of meer permanent wonen.
Opvallend ook is de afkeer, welke men toont ten aanzien van het land van herkomst. Men zegt niet meer te kunnen wonen in het "eigen" land. De redenen zijn uiteenlopend, maar het weer en de hectiek/(sociale) druk staan bovenaan het lijstje. De meesten staan dan ook niet meer ingeschreven in het "eigen" land. Het aantal mensen, zoals wij, die minimaal vier maanden in het eigen land wonen en daar ook gewoon staan ingeschreven is sterk in de minderheid.
Ik vraag mij af of dit Turkije specifiek is, of dergelijke bevindingen ook voor andere landen gelden. Spanje staat vooral bekend als overwinter land. Feit is dat het mij opvalt. En ja, wat wil ik met deze antropologische/psychologische benadering kwijt? Eigenlijk niets. Zoals ik aangaf, het viel mij gewoon op. Ik filosofeer er maar een beetje op los. Bovendien schrijf ik vanuit mijn eigen beperkte waarneming. Dit slaat allemaal nergens op. Of misschien zit er toch een kern van waarheid in... Dan is het misschien echt een leuk onderwerp voor de antropologen.
Posts tonen met het label hernia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hernia. Alle posts tonen
donderdag 31 augustus 2017
woensdag 15 juni 2016
Slaap lekker
Hypersomnie...een prachtwoord.wat het is? Een aandoening, naar het schijnt.
Vanmiddag zat ik te schilderen. Niet moe, geconcentreerd, en vrij plots overvalt de slaap mij enorm. Zo sterk dat ik mijn ogen niet open kan houden. Een enkele poging nog. Met als gevolg verf op plaatsen, waar ik het niet bedoeld heb. Dat repareer ik wel weer. Ik leg mijn penseel neer, loop naar de bank om even te liggen en vervolgens lig ik bijna anderhalf uur diep te pitten. Bij het ontwaken enigszins verward; wat doe ik 's ochtends op de bank? Het was bijna half zes in de middag....
De afgelopen weken, of maanden, heb ik dat een paar keer eerder gehad. Tijdens het schilderen, maar alleen wanneer ik in de middag schilder. Volgens mijn vrouw ben ik gewoon moe en is er niks aan de hand. Nee, ik was helemaal niet moe, maar inderdaad, er is niks aan de hand. Het is iets waar ik al heel lang, van tijd tot tijd, last van heb.
Ook toen ik nog in Rotterdam werkte, en vroeg in de ochtend op weg ging. Het was geen uitzondering dat ik achter het stuur min of meer in slaap viel. Soms redde ik het net aan bij de tijd te blijven, alhoewel ik diverse keren naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats reed en daar een tukje maakte. Met autorijden, net als net schilderen, ben je fysiek niet actief bezig. Je bent wek inspannend bezig, maar niet fysiek. Wanneer ik echt fysiek bezig ben heb ik het nog nooit gehad, dat ik spontaan in slaap val.
Evenmin zie ik een verband met goede, dan wel minder goede, nachtrust.
In de jaren tachtig hadden we vrienden, waar wij 's avonds nog wel eens langs gingen. Bij die vrienden ben ik een aantal keren tijdens het praten in slaap gesukkeld. Bij andere vrienden heb ik dat overigens nooit of zelden gehad. Een vreemd fenomeen.
Ook op mijn werk speelde de slaap nog wel eens parten. Tijdens vergaderingen en vooral tijdens lezingen. Op het autoritje naar mijn werk na, eigenlijk altijd in de middag en soms in de avond.
Het "in slaap vallen" is geheel anders, dan wanneer ik moe ben. Dan kan ik prima even op de bank, of op bed, liggen knorren. Wanneer ik ontwaak is er ook geen probleem met oriëntatie in tijd en plaats. Dat heb ik wel regelmatig wanneer de slaap mij echt overvalt.
Het is iets waar ik al last van heb sinds mijn kindertijd. Ik heb ooit de ziekte van Pfeiffer gehad, en sindsdien speelt dit op. Het komt niet al te vaak voor, soms met periodes. Met autorijden is het natuurlijk wel gevaarlijk, maar in alle andere situaties onschuldig. Alhoewel, ooit kwam ik laat op een lezing, waardoor ik vooraan kwam te zitten. Het hele bedrijf sprak er over, dat ik gedurende de (overigens zeer interessante) lezing zat te pitten. Was toch niet leuk.
Tot mijn hernia heb ik eigenlijk nooit slaap problemen gehad. Sindsdien zijn nachten onrustiger en ben ik er zeer frequent een of meerdere keren uit. Voordien zelden. Ik sliep snel in, sliep goed door, maar ben vanaf mijn twintigste nooit een langslaper geweest. Dat compenseerde ik meestal door aan het eind van de dag/middag even op de bank te gaan liggen. Meestal sliep ik dan tien minuten, of een kwartiertje. Zelden langer. Inmiddels heb ik mijn middagslaapje afgeschaft. Vrij onbewust, door een andere manier van leven. Met de nachtelijke onrust slaap ik gemiddeld zo'n vijf tot zes uur per nacht. Niet meer dan ik mijn leven gewend ben. Vroeger ging ik later naar bed en stond vroeg op. Nu ga ik er meestal eerder in, sta zelfs later op, maar de nachten worden dan ook ruw onderbroken. Van augustus 2014 tot november 2015 heb ik geen enkele nacht door geslapen... Tegenwoordig slaap ik een op de drie nachten gelukkig wel door. En wanneer ik wakker word kan ik niet blijven liggen, vanwege mijn rugpijn.
Een wellicht wat bizar slaapritme. Maar, ik heb het in de hand. Het is lastig, doch ervaar het niet als een probleem. Het overdag in slaap vallen overigens evenmin. Hooguit lastig wat verkeerde verfstreken te moeten corrigeren. Of het hypersomnie is wat ik heb boeit me eigenlijk niet. Ik heb wel even gekeken op Wikipedia, maar kan ernstige zaken uitsluiten. Dan mag een mens toch tevreden zijn, niet waar?
Zo bezig met mijn eigen slaapperikelen realiseer ik mij dat er meer mensen problemen hebben rond de slaap. Ik vraag mij echter af of het een probleem is, of men er een probleem van maakt. Naar mijzelf kijkend, ik maak er geen probleem van. Ik stel het wel vast. Ook neem ik soms een Diazepam in, wanneer ik een aantal slechte nachten heb gehad. Maar dat is in feite meer in relatie tot mijn hernia (en de daarmee gepaarde pijn) dan het feit dat ik een wat verstoord slaapritme heb. Bovendien geniet ik wel van alle nachtelijke geluiden...
Vanmiddag zat ik te schilderen. Niet moe, geconcentreerd, en vrij plots overvalt de slaap mij enorm. Zo sterk dat ik mijn ogen niet open kan houden. Een enkele poging nog. Met als gevolg verf op plaatsen, waar ik het niet bedoeld heb. Dat repareer ik wel weer. Ik leg mijn penseel neer, loop naar de bank om even te liggen en vervolgens lig ik bijna anderhalf uur diep te pitten. Bij het ontwaken enigszins verward; wat doe ik 's ochtends op de bank? Het was bijna half zes in de middag....
De afgelopen weken, of maanden, heb ik dat een paar keer eerder gehad. Tijdens het schilderen, maar alleen wanneer ik in de middag schilder. Volgens mijn vrouw ben ik gewoon moe en is er niks aan de hand. Nee, ik was helemaal niet moe, maar inderdaad, er is niks aan de hand. Het is iets waar ik al heel lang, van tijd tot tijd, last van heb.
Ook toen ik nog in Rotterdam werkte, en vroeg in de ochtend op weg ging. Het was geen uitzondering dat ik achter het stuur min of meer in slaap viel. Soms redde ik het net aan bij de tijd te blijven, alhoewel ik diverse keren naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats reed en daar een tukje maakte. Met autorijden, net als net schilderen, ben je fysiek niet actief bezig. Je bent wek inspannend bezig, maar niet fysiek. Wanneer ik echt fysiek bezig ben heb ik het nog nooit gehad, dat ik spontaan in slaap val.
Evenmin zie ik een verband met goede, dan wel minder goede, nachtrust.
In de jaren tachtig hadden we vrienden, waar wij 's avonds nog wel eens langs gingen. Bij die vrienden ben ik een aantal keren tijdens het praten in slaap gesukkeld. Bij andere vrienden heb ik dat overigens nooit of zelden gehad. Een vreemd fenomeen.
Ook op mijn werk speelde de slaap nog wel eens parten. Tijdens vergaderingen en vooral tijdens lezingen. Op het autoritje naar mijn werk na, eigenlijk altijd in de middag en soms in de avond.
Het "in slaap vallen" is geheel anders, dan wanneer ik moe ben. Dan kan ik prima even op de bank, of op bed, liggen knorren. Wanneer ik ontwaak is er ook geen probleem met oriëntatie in tijd en plaats. Dat heb ik wel regelmatig wanneer de slaap mij echt overvalt.
Het is iets waar ik al last van heb sinds mijn kindertijd. Ik heb ooit de ziekte van Pfeiffer gehad, en sindsdien speelt dit op. Het komt niet al te vaak voor, soms met periodes. Met autorijden is het natuurlijk wel gevaarlijk, maar in alle andere situaties onschuldig. Alhoewel, ooit kwam ik laat op een lezing, waardoor ik vooraan kwam te zitten. Het hele bedrijf sprak er over, dat ik gedurende de (overigens zeer interessante) lezing zat te pitten. Was toch niet leuk.
Tot mijn hernia heb ik eigenlijk nooit slaap problemen gehad. Sindsdien zijn nachten onrustiger en ben ik er zeer frequent een of meerdere keren uit. Voordien zelden. Ik sliep snel in, sliep goed door, maar ben vanaf mijn twintigste nooit een langslaper geweest. Dat compenseerde ik meestal door aan het eind van de dag/middag even op de bank te gaan liggen. Meestal sliep ik dan tien minuten, of een kwartiertje. Zelden langer. Inmiddels heb ik mijn middagslaapje afgeschaft. Vrij onbewust, door een andere manier van leven. Met de nachtelijke onrust slaap ik gemiddeld zo'n vijf tot zes uur per nacht. Niet meer dan ik mijn leven gewend ben. Vroeger ging ik later naar bed en stond vroeg op. Nu ga ik er meestal eerder in, sta zelfs later op, maar de nachten worden dan ook ruw onderbroken. Van augustus 2014 tot november 2015 heb ik geen enkele nacht door geslapen... Tegenwoordig slaap ik een op de drie nachten gelukkig wel door. En wanneer ik wakker word kan ik niet blijven liggen, vanwege mijn rugpijn.
Een wellicht wat bizar slaapritme. Maar, ik heb het in de hand. Het is lastig, doch ervaar het niet als een probleem. Het overdag in slaap vallen overigens evenmin. Hooguit lastig wat verkeerde verfstreken te moeten corrigeren. Of het hypersomnie is wat ik heb boeit me eigenlijk niet. Ik heb wel even gekeken op Wikipedia, maar kan ernstige zaken uitsluiten. Dan mag een mens toch tevreden zijn, niet waar?
Zo bezig met mijn eigen slaapperikelen realiseer ik mij dat er meer mensen problemen hebben rond de slaap. Ik vraag mij echter af of het een probleem is, of men er een probleem van maakt. Naar mijzelf kijkend, ik maak er geen probleem van. Ik stel het wel vast. Ook neem ik soms een Diazepam in, wanneer ik een aantal slechte nachten heb gehad. Maar dat is in feite meer in relatie tot mijn hernia (en de daarmee gepaarde pijn) dan het feit dat ik een wat verstoord slaapritme heb. Bovendien geniet ik wel van alle nachtelijke geluiden...
vrijdag 4 december 2015
In den vreemde: onnozel (54)
Soms voel ik mij, als buitenlander, heel onnozel. Dat is zeker gerelateerd aan de taal, maar ook dat er zoveel zaken hier anders gaan. Gisteravond was er geen stroom. Alleen bij ons. Onder de hoofdstop zit een digitale elektrometer. Deze gaf ook niets meer aan. Ik dacht aan een technisch probleem.
Hedenochtend ging ik naar de elektricien en vroeg langs te komen. Weer thuis sprak ik Mustafa, de huisbaas. Volgens hem was de rekening niet betaald en waren we afgesloten. Ik moest maar naar het postkantoor om te betalen. Nu weten we vaak niet wanneer er een rekening komt. Niet zo maar een keer per maand, op een vaste dag, maar wanneer het uit komt. Twee dagen geleden kwam de meteropnemer. In de tussenliggende twee maanden hebben we niemand gezien. Dat kan, want de meteropnemer laat niets achter, waardoor je weet dat er een nieuwe rekening is. Hier is geen mobiel internet, dus moet je de rekening bij de Muhtar opvissen. Daar was ik twee weken geleden al, maar niets te zien. Ook Ibrahim (zwager van Mustafa en goed Duits sprekend) gaf aan dat er nog helemaal niets was. Maar door de woorden van Mustafa voelde ik mij toch wat onnozel.
Dus, weer naar het dorp. Bij het postkantoor konden zij mij niet helpen. Internet lag er uit. Kom over een uurtje maar. Ondertussen ben ik naar de bank gegaan, om automatische betaling te regelen. Omdat het uur nog niet om was nog even thee gaan drinken en vervolgens terug naar de PTT. Ja hoor, de computer deed het. Alleen, er was geen openstaande rekening te vinden. Ga maar naar de bank om te betalen. Geen goed idee. Via een omweg hoorde ik dar Caner thuis was. En jawel, hij kijkt op internet en er staat niets open. Conclusie: toch een technisch probleem. Ook dan voel je jezelf weer onnozel. Enfin, hij belt met de huisbaas en vervolgens de elektricien. Die komt morgen, tussen een en twee..
In ieder geval kon ik weer huiswaarts. Ik de berg weer kom. Onderweg claxonneerde nog een scooter heel enthousiast... Echter door de helm kon ik niet zien wie. Thuis komt mijn vrouw naar buiten en ontsteekt het licht! De elektricien was net geweest. Binnen vijf minuten was het geregeld: de hoofdstop is vervangen...
Het heeft mijn dag gekost, terwijl ik eindelijk weer wat voor mijzelf wilde doen én nog wat klussen. Reina, mijn vrouw, had ondertussen van de deur in de badkamer een schuifdeur gemaakt. Ik had mijn tijd verdaan. Ook dan voel ik mij toch weer even onnozel. Maar goed, alles is weer in orde. Ik wil Caner bellen, om te zeggen dat het geregeld is. Lukt niet. Een Turkse stem ratelt een bericht af, maar bellen gaat niet... We hadden toch al geregeld dat telefoon én internet automatisch betaald zouden worden? Weer iets niet goed geregeld? Ik word er wel een beetje moe van, doch het sterkste gevoel is dat ik mij telkens de onnozele buitenlander voel. Want dat is het toch een beetje. Omdat je de taal onvoldoende machtig bent, de regels anders zijn en het systeem ons vreemd weet je niet of je voor verrassingen komt te staan en welke. Best spannend natuurlijk, alhoewel soms ook wel lastig.
De andere kant zijn er ook positieve verrassingen. Zoals gisteren in het ziekenhuis. Reina moest een röntgen foto laten maken, daar een MRI (kon ook met een uurtje) en we zijn drie keer bij de arts geweest. Daar het geen noodgeval was moesten we voorschieten; € 120 alles bij elkaar... Niet te geloven! Behalve het financiele verrassinkje ook het feit dat er eigenlijk binnen tien minuten werd geconcludeerd dat er sprake was van een nekhernia. In dit geval ging mijn gevoel van onnozelheid linea recta naar de Nederlandse zorg en met name het Kennemer Gasthuis.
Vele malen zijn we langs geweest, meerdere specialisten bezocht en niemand die ook maar op het idee kwam dat het een nekhernia kon zijn. Hoe vreselijk achterlijk. De zorg in Nederland is duur. De zorg in Nederland is traag. De zorg in Nederland schiet te kort. Er wordt veel te veel vanuit oogkleppen en portemonnee naar de patiënt gekeken. Nee, ook dat is hier anders. Maar wel deskundiger, efficiënter en stukken goedkoper.
De wereld zit vreemd in elkaar. Ach en dan heb ik er niet zo heel veel moeite mee, wanneer ik af en toe de onnozele buitenlander mag uithangen....
Hedenochtend ging ik naar de elektricien en vroeg langs te komen. Weer thuis sprak ik Mustafa, de huisbaas. Volgens hem was de rekening niet betaald en waren we afgesloten. Ik moest maar naar het postkantoor om te betalen. Nu weten we vaak niet wanneer er een rekening komt. Niet zo maar een keer per maand, op een vaste dag, maar wanneer het uit komt. Twee dagen geleden kwam de meteropnemer. In de tussenliggende twee maanden hebben we niemand gezien. Dat kan, want de meteropnemer laat niets achter, waardoor je weet dat er een nieuwe rekening is. Hier is geen mobiel internet, dus moet je de rekening bij de Muhtar opvissen. Daar was ik twee weken geleden al, maar niets te zien. Ook Ibrahim (zwager van Mustafa en goed Duits sprekend) gaf aan dat er nog helemaal niets was. Maar door de woorden van Mustafa voelde ik mij toch wat onnozel.
Dus, weer naar het dorp. Bij het postkantoor konden zij mij niet helpen. Internet lag er uit. Kom over een uurtje maar. Ondertussen ben ik naar de bank gegaan, om automatische betaling te regelen. Omdat het uur nog niet om was nog even thee gaan drinken en vervolgens terug naar de PTT. Ja hoor, de computer deed het. Alleen, er was geen openstaande rekening te vinden. Ga maar naar de bank om te betalen. Geen goed idee. Via een omweg hoorde ik dar Caner thuis was. En jawel, hij kijkt op internet en er staat niets open. Conclusie: toch een technisch probleem. Ook dan voel je jezelf weer onnozel. Enfin, hij belt met de huisbaas en vervolgens de elektricien. Die komt morgen, tussen een en twee..
In ieder geval kon ik weer huiswaarts. Ik de berg weer kom. Onderweg claxonneerde nog een scooter heel enthousiast... Echter door de helm kon ik niet zien wie. Thuis komt mijn vrouw naar buiten en ontsteekt het licht! De elektricien was net geweest. Binnen vijf minuten was het geregeld: de hoofdstop is vervangen...
Het heeft mijn dag gekost, terwijl ik eindelijk weer wat voor mijzelf wilde doen én nog wat klussen. Reina, mijn vrouw, had ondertussen van de deur in de badkamer een schuifdeur gemaakt. Ik had mijn tijd verdaan. Ook dan voel ik mij toch weer even onnozel. Maar goed, alles is weer in orde. Ik wil Caner bellen, om te zeggen dat het geregeld is. Lukt niet. Een Turkse stem ratelt een bericht af, maar bellen gaat niet... We hadden toch al geregeld dat telefoon én internet automatisch betaald zouden worden? Weer iets niet goed geregeld? Ik word er wel een beetje moe van, doch het sterkste gevoel is dat ik mij telkens de onnozele buitenlander voel. Want dat is het toch een beetje. Omdat je de taal onvoldoende machtig bent, de regels anders zijn en het systeem ons vreemd weet je niet of je voor verrassingen komt te staan en welke. Best spannend natuurlijk, alhoewel soms ook wel lastig.
De andere kant zijn er ook positieve verrassingen. Zoals gisteren in het ziekenhuis. Reina moest een röntgen foto laten maken, daar een MRI (kon ook met een uurtje) en we zijn drie keer bij de arts geweest. Daar het geen noodgeval was moesten we voorschieten; € 120 alles bij elkaar... Niet te geloven! Behalve het financiele verrassinkje ook het feit dat er eigenlijk binnen tien minuten werd geconcludeerd dat er sprake was van een nekhernia. In dit geval ging mijn gevoel van onnozelheid linea recta naar de Nederlandse zorg en met name het Kennemer Gasthuis.
Vele malen zijn we langs geweest, meerdere specialisten bezocht en niemand die ook maar op het idee kwam dat het een nekhernia kon zijn. Hoe vreselijk achterlijk. De zorg in Nederland is duur. De zorg in Nederland is traag. De zorg in Nederland schiet te kort. Er wordt veel te veel vanuit oogkleppen en portemonnee naar de patiënt gekeken. Nee, ook dat is hier anders. Maar wel deskundiger, efficiënter en stukken goedkoper.
De wereld zit vreemd in elkaar. Ach en dan heb ik er niet zo heel veel moeite mee, wanneer ik af en toe de onnozele buitenlander mag uithangen....
zondag 16 augustus 2015
In den vreemde: warmte (51)
Vroeger smachtte ik met enige regelmaat naar warmte. De Hollandse zomers konden niet warm genoeg zijn en de winters duurde mij veel te lang. Als het aan mij lag was ik zo veel mogelijk buiten. Alleen stelde ik wel de voorwaarde dat de temperatuur hoog genoeg was. Wellicht een van de redenen dat ik in het verleden meermalen afgereisd ben naar mediterrane landen en vooral tropische oorden.
In feite heb ik het zeer zelden (zeg nooit; nooit) te warm. Warmte doet mij letterlijk leven. Zo was ik in 1980 in Egypte, mijn hoogste temperatuur ervaring ooit; 51 graden Celsius. Ik bezocht Luxor en deed een boottrip op een feloeka. Iedereen lag op apegapen, lag bewegingsloos op een zo koel (minst warme) plaats, waar het evenmin uit te houden was. Naast mijn wandeling in de historische omgeving zorgde ik op de boot voor lichte beweging. Natuurlijk was het bloedheet, maar het was duidelijk dat ik minder last van de warmte had, dan de passievelingen. Dat bleek ook, nadat een enkeling mijn voorbeeld volgde en zich duidelijk prettiger voelde.
Met name tijdens mijn tropische reizen en verblijf ben ik veelal redelijk actief gebleven. Daarbij overdreef ik wel eens door iets té actief te zijn. In Gambia ging dat bijna mis, nadat ik een wandeltocht van bijna 18 km maakte, grotendeels in de volle zon, zonder enige vorm van drinken. Dat was een onverwachte omstandigheid, maar bij de eerste gelegenheid dronk ik wel direct liters vocht.
Het leven in Turkije kan dan ook niet anders dan bij mij passen, ten aanzien van de weersomstandigheden. En ja, een terugblik op het afgelopen jaar toont dat ik nauwelijks echt binnen ben geweest. Zeker overdag. In totaal (op een heel jaar) heb ik mij tien, hooguit twintig dagen binnen opgehouden. Eerder tien, denk ik, en dan nog ook die dagen bevond ik mij regelmatig buiten, omdat we binnen niet roken. En ik ben best een stevige roker... De avonden heb ik wel vaker binnen door gebracht, maar dat is op zich minder erg. Destijds hadden we nog geen tv, maar ik las veel en we deden spelletjes of hadden visite.
Een leven wat mij in dat opzicht dus al bevalt. En buiten kan je vrijwel alles doen wat je anders binnen doet, maar het voelt wat frisser. Frisser in de zin van frisse lucht, niet in de zin van koude. Daarbij merk je dat je lichaam binnen het jaar zich aan de omstandigheden aan lijkt te passen. Op Curacao kan ik mij herinneren dat we al een keer zaten te rillen toen het tijdens een regenbui 24 graden is. In deze tijd hebben we het soms al kil bij 27 graden.
De andere kant is dat ik het afgelopen jaar de werkelijke betekenis van de "gevoelstemperatuur" heb leren ervaren. Op zich zegt het streepje op de thermometer geen drol. Het kan zelfs boven de dertig aan wijzen en toch niet lekker voelen, terwijl bij 25 graden op de meter je loopt te puffen. De gevoelstemperatuur kan met gemak meer dan tien graden verschil geven, dan de thermometer aan geeft. Ook in de winter is er verschil, alhoewel het dan wel minder extreem is. En juist die gevoelstemperatuur maakt dat we zo makkelijk buiten kunnen leven. Immers, zelfs in januari hebben we al koffie in het zonnetje gedronken.
Toch heeft Turkije een voordeel ten opzichte van tropische oorden. Ik betrapte mij er, wonder boven wonder op, dat ik iets had van; het mag nu wel even een dagje wat frisser zijn (nu wel wat betreft de temperatuur). Tot begin juni koelt het 's avonds af. Niet veel, maar genoeg om iets aan te trekken. Daarna, tot begin september, blijft het ook in de avonduren warm en zelfs 's nachts zit ik vaak in mijn naakte reet op het terras (wanner bijvoorbeeld mijn rugpijn mij het bed uit jaagt) zonder het koud te hebben. Het is dan wel net lekker. Mijn gedachte is iets waarvan ik mij nooit heb kunnen voorstellen, dat dit in mij op zou komen. Het verbaast mij enigszins. Misschien heeft het te maken met dat ik gisteren een keuken gesloopt en geplaatst heb. Of dat ik pas om elf uur mijn bed uit kwam, vandaag. Normaliter sta ik op tussen half zeven en acht uur... Hoe dan ook, ik ervaar deze gedachte aks frappant. Past niet bij mij.
De andere kant is, dat wanneer ik in tropisch gebied zou leven, dergelijke gedachten spinsels wellicht vaker door het hoofd zouden gaan. Hier en nu denk ik; ach, nog een maandje en de avonden worden weer iets koeler. Af en toe weer een vestje aan. Een gedachte die je op de been houdt.
Bovendien zijn juli en augustus de warmste maanden hier. En behalve dat, er valt ook geen enkele druppel regen. Het dreigt wel, maar op de een of andere manier gaat het telkens om ons heen. Donkere wolken, bliksemflitsen, we zien het, maar het komt in deze periode niet naderbij. Toch, enkele kilometers landinwaarts kan een stevige bui wel los barsten. Ook, vorige week, in Izmir, brak er een geweldig onweer los. Ik reed daar overigens net aan voor uit, maar kreeg toch al enkele druppels mee.
Het laatste jaar in Nederland volgde ik de weerberichten van Turkije met boven gemiddelde interesse. Niet omdat we tien het plan hierheen hadden al geopperd hadden, maar omdat mijn schoonzus zei dat het hier een van de zonnigste steken van het land is. Inderdaad is opgevallen dat de weerkaarten van het Journaal wel wolken en regen aan gaven in Turkije, maar deze locatie er vrijwel altijd nét buiten viel. Haar woorden waren dus niet gelogen en inmiddels ervaren wij het aan den lijve. Morgen een jaar geleden zijn we uit Driehuis vertrokken. Komend weekend zijn we hier de kalender rond. Inmiddels kunnen we er over mee praten. Alleen, of we nu (voor hier) een extreem koude en natte winter hadden zullen we nog moeten vergelijken, komende winter.
Een mens zit vreemd in elkaar. En ieder mens is daarin uniek. We kunnen zeggen dat het warm is, of koud, maar niemand beleeft het op gelijke wijze. Neem nou die Ice-man. Voor geen goud zou ik met hem willen ruilen en hij denk ik evenmin met mij.
Iedere ochtend sta ik op, kijk naar buiten en concludeer: het is mooi weer. Qua weer ben ik er niet meer zo mee bezig, zoals ik in Nederland alles bij hield. Wel ben ik veel meer bezig met de temperatuur en de gevoelstemperatuur. Tja, ik blijf Nederlander natuurlijk....
In feite heb ik het zeer zelden (zeg nooit; nooit) te warm. Warmte doet mij letterlijk leven. Zo was ik in 1980 in Egypte, mijn hoogste temperatuur ervaring ooit; 51 graden Celsius. Ik bezocht Luxor en deed een boottrip op een feloeka. Iedereen lag op apegapen, lag bewegingsloos op een zo koel (minst warme) plaats, waar het evenmin uit te houden was. Naast mijn wandeling in de historische omgeving zorgde ik op de boot voor lichte beweging. Natuurlijk was het bloedheet, maar het was duidelijk dat ik minder last van de warmte had, dan de passievelingen. Dat bleek ook, nadat een enkeling mijn voorbeeld volgde en zich duidelijk prettiger voelde.
Met name tijdens mijn tropische reizen en verblijf ben ik veelal redelijk actief gebleven. Daarbij overdreef ik wel eens door iets té actief te zijn. In Gambia ging dat bijna mis, nadat ik een wandeltocht van bijna 18 km maakte, grotendeels in de volle zon, zonder enige vorm van drinken. Dat was een onverwachte omstandigheid, maar bij de eerste gelegenheid dronk ik wel direct liters vocht.
Het leven in Turkije kan dan ook niet anders dan bij mij passen, ten aanzien van de weersomstandigheden. En ja, een terugblik op het afgelopen jaar toont dat ik nauwelijks echt binnen ben geweest. Zeker overdag. In totaal (op een heel jaar) heb ik mij tien, hooguit twintig dagen binnen opgehouden. Eerder tien, denk ik, en dan nog ook die dagen bevond ik mij regelmatig buiten, omdat we binnen niet roken. En ik ben best een stevige roker... De avonden heb ik wel vaker binnen door gebracht, maar dat is op zich minder erg. Destijds hadden we nog geen tv, maar ik las veel en we deden spelletjes of hadden visite.
Een leven wat mij in dat opzicht dus al bevalt. En buiten kan je vrijwel alles doen wat je anders binnen doet, maar het voelt wat frisser. Frisser in de zin van frisse lucht, niet in de zin van koude. Daarbij merk je dat je lichaam binnen het jaar zich aan de omstandigheden aan lijkt te passen. Op Curacao kan ik mij herinneren dat we al een keer zaten te rillen toen het tijdens een regenbui 24 graden is. In deze tijd hebben we het soms al kil bij 27 graden.
De andere kant is dat ik het afgelopen jaar de werkelijke betekenis van de "gevoelstemperatuur" heb leren ervaren. Op zich zegt het streepje op de thermometer geen drol. Het kan zelfs boven de dertig aan wijzen en toch niet lekker voelen, terwijl bij 25 graden op de meter je loopt te puffen. De gevoelstemperatuur kan met gemak meer dan tien graden verschil geven, dan de thermometer aan geeft. Ook in de winter is er verschil, alhoewel het dan wel minder extreem is. En juist die gevoelstemperatuur maakt dat we zo makkelijk buiten kunnen leven. Immers, zelfs in januari hebben we al koffie in het zonnetje gedronken.
Toch heeft Turkije een voordeel ten opzichte van tropische oorden. Ik betrapte mij er, wonder boven wonder op, dat ik iets had van; het mag nu wel even een dagje wat frisser zijn (nu wel wat betreft de temperatuur). Tot begin juni koelt het 's avonds af. Niet veel, maar genoeg om iets aan te trekken. Daarna, tot begin september, blijft het ook in de avonduren warm en zelfs 's nachts zit ik vaak in mijn naakte reet op het terras (wanner bijvoorbeeld mijn rugpijn mij het bed uit jaagt) zonder het koud te hebben. Het is dan wel net lekker. Mijn gedachte is iets waarvan ik mij nooit heb kunnen voorstellen, dat dit in mij op zou komen. Het verbaast mij enigszins. Misschien heeft het te maken met dat ik gisteren een keuken gesloopt en geplaatst heb. Of dat ik pas om elf uur mijn bed uit kwam, vandaag. Normaliter sta ik op tussen half zeven en acht uur... Hoe dan ook, ik ervaar deze gedachte aks frappant. Past niet bij mij.
De andere kant is, dat wanneer ik in tropisch gebied zou leven, dergelijke gedachten spinsels wellicht vaker door het hoofd zouden gaan. Hier en nu denk ik; ach, nog een maandje en de avonden worden weer iets koeler. Af en toe weer een vestje aan. Een gedachte die je op de been houdt.
Bovendien zijn juli en augustus de warmste maanden hier. En behalve dat, er valt ook geen enkele druppel regen. Het dreigt wel, maar op de een of andere manier gaat het telkens om ons heen. Donkere wolken, bliksemflitsen, we zien het, maar het komt in deze periode niet naderbij. Toch, enkele kilometers landinwaarts kan een stevige bui wel los barsten. Ook, vorige week, in Izmir, brak er een geweldig onweer los. Ik reed daar overigens net aan voor uit, maar kreeg toch al enkele druppels mee.
Het laatste jaar in Nederland volgde ik de weerberichten van Turkije met boven gemiddelde interesse. Niet omdat we tien het plan hierheen hadden al geopperd hadden, maar omdat mijn schoonzus zei dat het hier een van de zonnigste steken van het land is. Inderdaad is opgevallen dat de weerkaarten van het Journaal wel wolken en regen aan gaven in Turkije, maar deze locatie er vrijwel altijd nét buiten viel. Haar woorden waren dus niet gelogen en inmiddels ervaren wij het aan den lijve. Morgen een jaar geleden zijn we uit Driehuis vertrokken. Komend weekend zijn we hier de kalender rond. Inmiddels kunnen we er over mee praten. Alleen, of we nu (voor hier) een extreem koude en natte winter hadden zullen we nog moeten vergelijken, komende winter.
Een mens zit vreemd in elkaar. En ieder mens is daarin uniek. We kunnen zeggen dat het warm is, of koud, maar niemand beleeft het op gelijke wijze. Neem nou die Ice-man. Voor geen goud zou ik met hem willen ruilen en hij denk ik evenmin met mij.
Iedere ochtend sta ik op, kijk naar buiten en concludeer: het is mooi weer. Qua weer ben ik er niet meer zo mee bezig, zoals ik in Nederland alles bij hield. Wel ben ik veel meer bezig met de temperatuur en de gevoelstemperatuur. Tja, ik blijf Nederlander natuurlijk....
Labels:
buiten leven,
Curacao,
Driehuis,
Egypte,
feloeka,
Gambia,
gevoelstemperatuur,
hernia,
Ikea,
Izmir,
tropen,
Turkije,
tv,
zon
vrijdag 1 mei 2015
Vallen en opstaan
Mensen, die mij kennen, zijn bekend met de problemen rond mijn voeten. De een in detail, de ander meer globaal. Nu ik ouder word merk ervaar ik het steeds meer als handicap, zonder dat ik daar nu echt onder gebukt ga. Het is alleen wel lastig; ik val vaker en sneller.
Mijn twee volle broers en ik hadden als kind te korte achillespezen. De oudste minimaal, de jongste redelijk fors. Een ieder begrijpt vast, dat ik de jongste ben. En in mijn jeugd ben ik daar op zich niet zo mee bezig geweest. Tot mijn moeder zag hoe vreemd ik liep. Dus ook met mij ging ze naar het ziekenhuis, toen nog Sint Joannes de Deo, in Haarlem. Aldaar kwamen wij bij dokter van Delft. Een kleine drukke man van Indonesische afkomst. Woorden ratelden uit zijn mond, maar ik vond vooral zijn verhalen indrukwekkend, zoals hij vertelde hoe hij in de bush operaties uitvoerde. Mijn moeder was gecharmeerd van hem. Steeds vaker ging de gang naar het hospitaal. Ik werd van school gehaald en twee tot drie uur wachten leek normaal. Uiteindelijk vrijwel tweemaandelijks. Het mag duidelijk zijn dat ik in die periode een "wachttrauma" heb opgelopen. Dat terzijde.
Net als mijn broer kreeg ik steunzolen aangemeten. Keer op keer bezocht ik de gipskamer voor nieuw afdrukken. Eerst zachte steunzolen, die ik in korte tijd plat liep, later metalen. Wel drie millimeter dik hard metaal... Ik presteerde het om binnen drie maanden dat zware staal te breken onder het gewicht van mijn voeten. Ook het staal verloor bovendien vorm.
Kort nadat ik naar de middelbare school mocht kwam ik weer bij van Delft. Zorgelijk schudde hij het hoofd. Een operatie leek niet af te wenden. Een uitgebreide uitleg over hoe hij mijn achillespezen zou verlengen. Het zou een zware operatie worden (gezien mijn leeftijd; pubertijd), maar daarna zou alles binnen twee jaar goed komen. De operatie zou tijdens de zomervakantie van 1970 plaats vinden. Ondertussen ontving ik verhalen dat ik de operatie misschien niet zou overleven, zwaar gehandicapt zou worden, enzovoort. Toen nog vrij angstig aangelegen trok ik mij alle somberheid sterk aan. Het eerste gevolg was dat ik mijn eerste middelbare school jaar volledig verprutste. Vervolgens zakten mijn sportieve activiteiten (hockey destijds) als een plumpudding in elkaar. In toenemende mate groeide de angst. Uiteindelijk zou ik na het huwelijk van mijn (half)broer geopereerd worden. Alles ging snel. Ik was blijven zitten, maar was ook nauwelijks in staat te lopen. Dat deed pijn en mijn benen waren stram.
Begin juli werd ik opgenomen. Een afdeling met broeders, zoals een goed (toen nog) katholiek ziekenhuis betaamde. Eerst werd mijn eerst voet geopereerd, een week later de andere. Mijn onderbenen zaten in dik verband, en na twee weken in nog dikker (en zwaarder) gipsverband. Lopen was absoluut verboden. Ondertussen onderging ik veel pijn, maar was opgelucht levend de operaties te zijn door gekomen. Overigens bij het uit de tweede narcose komend ben ik een dag lang kompleet de weg kwijt geweest. Ik was zo gek als een deur. Na drie weken mocht ik naar huis. Beneden in de huiskamer was een groot bed neergezet, ernaast een rolstoel. Zo een met vier kleine dikke grijze rubberen wieltjes. Om zelfstandigheid in zo'n stoel te ontwikkelen was enige fysieke inzet en behendigheid vereist. Al snel lukte het mij zelfstandig naar het dorp te rollen. Waarom ik nooit een stoel heb gekregen met grote achterwielen is mij nog onduidelijk.
Mijn jongste broer maakte af en toe een wandelingetje met mij. Opvallend dat vrijwel iedereen tegen mijn broer over mij begon, of ik een zware hersenoperatie had ondergaan en volledig verstandelijk beperkt was geworden. Jong als wij waren hebben wij dat natuurlijk ook weer uitgebuit.
Na een periode rolstoel kreeg ik loopgips. Oude gympen werden open geknipt en onder gebonden. Enige tijd pendelde ik met loopgips tussen een voortschrijden met krukken en voortgeduwd worden in de rolstoel.
Langzaam werd mij duidelijk dat mijn pezen geheel niet verlengd waren. Omdat ik een manier had gevonden mijn voeten plat neer te zetten had ik hele (te) brede voeten. Nu had hij mij onder narcose zien liggen en had besloten mijn spieren langs de buitenkant van mijn voeten op te trekken en aan te passen. Met beide voeten had hij hetzelfde gedaan. Iets wat nu ondenkbaar is: een arts die, zonder enig overleg, op een operatietafel besluit een andere operatie uit te voeren dan afgesproken. En levensbedreigend was deze ingreep bepaald niet.
Mijn moeder gaf iedere keer weer blijk van alle begrip. Nu was zij ook bijzonde gecharmeerd van deze rap sprekende Indonesiër. Het gips ging er af... Mijn benen schoten iedere keer de lucht in, wel twee weken lang, daar de hersenen de krachtsinspanning zo op het zware gips gewend waren, en toen soms al traag werkten. Onze "silly walks" van Monty Python is hier vast en zeker van afgeleid, want ik was daar wel het eerste mee!
De tijd vorderde. Ik bleef zeer regelmatig uren in de wachtkamer door brengen. Mijn moeder altijd trouw aan mijn zijde. Het lopen bleef echter een probleem. Steunzolen bleven splijten. Een jaar of twee na de operatie gaf de arts aan nu toch de pezen te willen verlengen. Eindelijk ontwaakte mijn moeder uit haar adoratie. Zij wilde een second opinion.
Ondertussen werden ook wat zaken duidelijk. Inmiddels was ik 16 en ruim 1 meter 86 lang. Mijn schoenmaat was echter maat 40. Met mijn lengte zou ik op zeker vier tot zes maten groter moeten zitten. Mijn bewegen was er niet beter op geworden en ik had meer pijn dan voorheen. Ook leken mijn voeten anders van vorm. Een second opinion leek na de boodschap van de arts dus zeker op z'n plaats.
In een ander ziekenhuis werd ik uitgebreid onderzocht. Om te beginnen was de wachttijd daar in normale proporties, iets meer dan een half uur. Vervolgens kregen we een paar mededelingen, welke wij niet eerder zo helder hebben mogen ontvangen. Als eerste had deze operatie nooit zo mogen worden uitgevoerd. Eerst hadden de pezen moeten worden verlengd. Daarna eventueel de spieren opgetrokken. Ik had de operatie op een verkeerd moment ondergaan; tijdens een enorme groeischeut (ik blij dat ik aan beide voeten geholpen ben...). Bovendien hadden we te lang gewacht en waren mijn voeten nu vergroeid. Mede door de groeischeut en de leeftijd waren mijn botten samengegroeid en was de groei een eigen weg gegaan, waardoor ik een bobbel onder mijn voeten had gekregen aks ook een bobbel aan de binnenzijde. Pure bot groei.
Opereren durfde hij niet. Per voet waren zeker vijf operaties nodig om de boel te herstellen. De kans op stabiliteit of verbetering was inmiddels ver onder de vijftig procent. Mijn moeder bleek nog ergens sympathieke gevoelens voor van Delft te hebben en sleepte mij mee naar nog een andere orthopeed. Zelfde verhaal. Nu zelfs met een nogal concrete boodschap: zo rond mijn veertigste zou ik niet meer kunnen lopen en mijn leven in een rolstoel slijten.
Nog een krap jaar heb ik gesport, tot ook dat niet meer lukte. Ziekenhuizen meed ik als de pest en probeerde mijn leven op mijn manier in te richten. Angst had zich nu nog meer in mijn "zijn" genesteld.
Pas nadat ik het ouderlijk huis had verlaten ben ik zelf naar een orthopeed gegaan. De boodschap was niet veel anders dan zijn voorganger ons had mee gegeven. Ondertussen was mijn moeder overleden en werd van Delft publiekelijk aan de schandpaal genageld, via KRO Brandpunt. Van Delft had meer leven geruïneerd en er werd een forse schadeclaim uitgekeerd. Echter, eenmaal wakker geschud, meer volwassen en assertiever, toen ik mijn best deed mijn "gram" te halen was mijn hele dossier onvindbaar... Evenals van Delft...
Wel werd erkent dat ik fysiek beperkt was. Ondanks dat ik er geen uitkering voor kreeg had ik wel recht op een aangepaste auto (werd mij ut het niets aangeschreven). Ik kon inderdaad een DAF krijgen van de overheid, maar ook daar voelde ik mij te jong, te zelfstandig en echt te weinig gehandicapt voor.
Je leert met de dingen leven. Zo is het mij ook vergaan. Vanaf mijn dertigste kreeg ik vaker onverklaarbare pijnen en "restless legs". Regelmatige rugklachten dezen zich ook voor. Mijn onderbenen bleven iele pootjes. Vanaf mijn veertigste ging ik regelmatig door mijn rug en ontwikkelde zich onverklaarbare pijnen, ergens diep in mijn benen. Maar een streven leek ik te hebben overwonnen: op mijn veertigste liep ik nog! En dat steven zal ik zo lang als mogelijk houden.
Op mijn 48e werd een zware hernia vastgesteld. Niet operabel bovendien. Het zou nog geruime tijd duren voor de link werd gelegd tussen mijn hernia en de belabberde staat van mijn voeten. Negen jaar, om wel te zijn. En dan nog met dank aan de vechtlust en het doorzettingsvermogen van mijn vrouw. Inmiddels draag ik orthopedisch schoeisel (of slippers), maar blijven de klachten. Soms meer, soms minder. Door de vergroeiing in de botten aan de onderkant is ieder stap die ik zet alsof ik een tik met een zware hamer krijg, aldus een arts die ook graag metaforen gebruikt. In ieder geval is de boodschap duidelijk.
Na 12 jaar raak ik gewend aan de vele pijn. Pijn is niet leuk, maar het ergste vind ik altijd dat pijn zo vermoeiend is. Ik word er letterlijk bekaf van. Medicatie verzacht, maar ontlast beperkt. Ik heb zelfs een periode morfine gebruikt, maar ook daarvan verminderde de uitwerking, terwijl de fysieke verslaving wel toe nam.
Langzaam loop ik tegen de zestig. Letterlijk, want ik loop nog steeds. Alleen een nieuw fenomeen duikt steeds meer de kop op. Tegenwoordig val ik sneller en vaker. Ik wankel soms. Laatst struikelde ik over een randje van amper twee centimeter. Gisteren nog ging ik languit. De grooste schade was glasschade van drie (van de zestien!) lijstjes die ik in mijn hand droeg. Soms zullen mensen denken dat ik half bezopen rond loop, maar ik word gewoon iets instabieler. Gelukkig heb ik goed geleerd mijn val te breken. Die schade blijft fysiek dus beperkt. Wat mijn voeten betreft ga ik blijkbaar een nieuwe periode in: vallen en opstaan. Dat laatste zal ik nog zo lang mogelijk blijven doen. Opstaan.... en verder lopen!
Mijn twee volle broers en ik hadden als kind te korte achillespezen. De oudste minimaal, de jongste redelijk fors. Een ieder begrijpt vast, dat ik de jongste ben. En in mijn jeugd ben ik daar op zich niet zo mee bezig geweest. Tot mijn moeder zag hoe vreemd ik liep. Dus ook met mij ging ze naar het ziekenhuis, toen nog Sint Joannes de Deo, in Haarlem. Aldaar kwamen wij bij dokter van Delft. Een kleine drukke man van Indonesische afkomst. Woorden ratelden uit zijn mond, maar ik vond vooral zijn verhalen indrukwekkend, zoals hij vertelde hoe hij in de bush operaties uitvoerde. Mijn moeder was gecharmeerd van hem. Steeds vaker ging de gang naar het hospitaal. Ik werd van school gehaald en twee tot drie uur wachten leek normaal. Uiteindelijk vrijwel tweemaandelijks. Het mag duidelijk zijn dat ik in die periode een "wachttrauma" heb opgelopen. Dat terzijde.
Net als mijn broer kreeg ik steunzolen aangemeten. Keer op keer bezocht ik de gipskamer voor nieuw afdrukken. Eerst zachte steunzolen, die ik in korte tijd plat liep, later metalen. Wel drie millimeter dik hard metaal... Ik presteerde het om binnen drie maanden dat zware staal te breken onder het gewicht van mijn voeten. Ook het staal verloor bovendien vorm.
Kort nadat ik naar de middelbare school mocht kwam ik weer bij van Delft. Zorgelijk schudde hij het hoofd. Een operatie leek niet af te wenden. Een uitgebreide uitleg over hoe hij mijn achillespezen zou verlengen. Het zou een zware operatie worden (gezien mijn leeftijd; pubertijd), maar daarna zou alles binnen twee jaar goed komen. De operatie zou tijdens de zomervakantie van 1970 plaats vinden. Ondertussen ontving ik verhalen dat ik de operatie misschien niet zou overleven, zwaar gehandicapt zou worden, enzovoort. Toen nog vrij angstig aangelegen trok ik mij alle somberheid sterk aan. Het eerste gevolg was dat ik mijn eerste middelbare school jaar volledig verprutste. Vervolgens zakten mijn sportieve activiteiten (hockey destijds) als een plumpudding in elkaar. In toenemende mate groeide de angst. Uiteindelijk zou ik na het huwelijk van mijn (half)broer geopereerd worden. Alles ging snel. Ik was blijven zitten, maar was ook nauwelijks in staat te lopen. Dat deed pijn en mijn benen waren stram.
Begin juli werd ik opgenomen. Een afdeling met broeders, zoals een goed (toen nog) katholiek ziekenhuis betaamde. Eerst werd mijn eerst voet geopereerd, een week later de andere. Mijn onderbenen zaten in dik verband, en na twee weken in nog dikker (en zwaarder) gipsverband. Lopen was absoluut verboden. Ondertussen onderging ik veel pijn, maar was opgelucht levend de operaties te zijn door gekomen. Overigens bij het uit de tweede narcose komend ben ik een dag lang kompleet de weg kwijt geweest. Ik was zo gek als een deur. Na drie weken mocht ik naar huis. Beneden in de huiskamer was een groot bed neergezet, ernaast een rolstoel. Zo een met vier kleine dikke grijze rubberen wieltjes. Om zelfstandigheid in zo'n stoel te ontwikkelen was enige fysieke inzet en behendigheid vereist. Al snel lukte het mij zelfstandig naar het dorp te rollen. Waarom ik nooit een stoel heb gekregen met grote achterwielen is mij nog onduidelijk.
Mijn jongste broer maakte af en toe een wandelingetje met mij. Opvallend dat vrijwel iedereen tegen mijn broer over mij begon, of ik een zware hersenoperatie had ondergaan en volledig verstandelijk beperkt was geworden. Jong als wij waren hebben wij dat natuurlijk ook weer uitgebuit.
Na een periode rolstoel kreeg ik loopgips. Oude gympen werden open geknipt en onder gebonden. Enige tijd pendelde ik met loopgips tussen een voortschrijden met krukken en voortgeduwd worden in de rolstoel.
Langzaam werd mij duidelijk dat mijn pezen geheel niet verlengd waren. Omdat ik een manier had gevonden mijn voeten plat neer te zetten had ik hele (te) brede voeten. Nu had hij mij onder narcose zien liggen en had besloten mijn spieren langs de buitenkant van mijn voeten op te trekken en aan te passen. Met beide voeten had hij hetzelfde gedaan. Iets wat nu ondenkbaar is: een arts die, zonder enig overleg, op een operatietafel besluit een andere operatie uit te voeren dan afgesproken. En levensbedreigend was deze ingreep bepaald niet.
Mijn moeder gaf iedere keer weer blijk van alle begrip. Nu was zij ook bijzonde gecharmeerd van deze rap sprekende Indonesiër. Het gips ging er af... Mijn benen schoten iedere keer de lucht in, wel twee weken lang, daar de hersenen de krachtsinspanning zo op het zware gips gewend waren, en toen soms al traag werkten. Onze "silly walks" van Monty Python is hier vast en zeker van afgeleid, want ik was daar wel het eerste mee!
De tijd vorderde. Ik bleef zeer regelmatig uren in de wachtkamer door brengen. Mijn moeder altijd trouw aan mijn zijde. Het lopen bleef echter een probleem. Steunzolen bleven splijten. Een jaar of twee na de operatie gaf de arts aan nu toch de pezen te willen verlengen. Eindelijk ontwaakte mijn moeder uit haar adoratie. Zij wilde een second opinion.
Ondertussen werden ook wat zaken duidelijk. Inmiddels was ik 16 en ruim 1 meter 86 lang. Mijn schoenmaat was echter maat 40. Met mijn lengte zou ik op zeker vier tot zes maten groter moeten zitten. Mijn bewegen was er niet beter op geworden en ik had meer pijn dan voorheen. Ook leken mijn voeten anders van vorm. Een second opinion leek na de boodschap van de arts dus zeker op z'n plaats.
In een ander ziekenhuis werd ik uitgebreid onderzocht. Om te beginnen was de wachttijd daar in normale proporties, iets meer dan een half uur. Vervolgens kregen we een paar mededelingen, welke wij niet eerder zo helder hebben mogen ontvangen. Als eerste had deze operatie nooit zo mogen worden uitgevoerd. Eerst hadden de pezen moeten worden verlengd. Daarna eventueel de spieren opgetrokken. Ik had de operatie op een verkeerd moment ondergaan; tijdens een enorme groeischeut (ik blij dat ik aan beide voeten geholpen ben...). Bovendien hadden we te lang gewacht en waren mijn voeten nu vergroeid. Mede door de groeischeut en de leeftijd waren mijn botten samengegroeid en was de groei een eigen weg gegaan, waardoor ik een bobbel onder mijn voeten had gekregen aks ook een bobbel aan de binnenzijde. Pure bot groei.
Opereren durfde hij niet. Per voet waren zeker vijf operaties nodig om de boel te herstellen. De kans op stabiliteit of verbetering was inmiddels ver onder de vijftig procent. Mijn moeder bleek nog ergens sympathieke gevoelens voor van Delft te hebben en sleepte mij mee naar nog een andere orthopeed. Zelfde verhaal. Nu zelfs met een nogal concrete boodschap: zo rond mijn veertigste zou ik niet meer kunnen lopen en mijn leven in een rolstoel slijten.
Nog een krap jaar heb ik gesport, tot ook dat niet meer lukte. Ziekenhuizen meed ik als de pest en probeerde mijn leven op mijn manier in te richten. Angst had zich nu nog meer in mijn "zijn" genesteld.
Pas nadat ik het ouderlijk huis had verlaten ben ik zelf naar een orthopeed gegaan. De boodschap was niet veel anders dan zijn voorganger ons had mee gegeven. Ondertussen was mijn moeder overleden en werd van Delft publiekelijk aan de schandpaal genageld, via KRO Brandpunt. Van Delft had meer leven geruïneerd en er werd een forse schadeclaim uitgekeerd. Echter, eenmaal wakker geschud, meer volwassen en assertiever, toen ik mijn best deed mijn "gram" te halen was mijn hele dossier onvindbaar... Evenals van Delft...
Wel werd erkent dat ik fysiek beperkt was. Ondanks dat ik er geen uitkering voor kreeg had ik wel recht op een aangepaste auto (werd mij ut het niets aangeschreven). Ik kon inderdaad een DAF krijgen van de overheid, maar ook daar voelde ik mij te jong, te zelfstandig en echt te weinig gehandicapt voor.
Je leert met de dingen leven. Zo is het mij ook vergaan. Vanaf mijn dertigste kreeg ik vaker onverklaarbare pijnen en "restless legs". Regelmatige rugklachten dezen zich ook voor. Mijn onderbenen bleven iele pootjes. Vanaf mijn veertigste ging ik regelmatig door mijn rug en ontwikkelde zich onverklaarbare pijnen, ergens diep in mijn benen. Maar een streven leek ik te hebben overwonnen: op mijn veertigste liep ik nog! En dat steven zal ik zo lang als mogelijk houden.
Op mijn 48e werd een zware hernia vastgesteld. Niet operabel bovendien. Het zou nog geruime tijd duren voor de link werd gelegd tussen mijn hernia en de belabberde staat van mijn voeten. Negen jaar, om wel te zijn. En dan nog met dank aan de vechtlust en het doorzettingsvermogen van mijn vrouw. Inmiddels draag ik orthopedisch schoeisel (of slippers), maar blijven de klachten. Soms meer, soms minder. Door de vergroeiing in de botten aan de onderkant is ieder stap die ik zet alsof ik een tik met een zware hamer krijg, aldus een arts die ook graag metaforen gebruikt. In ieder geval is de boodschap duidelijk.
Na 12 jaar raak ik gewend aan de vele pijn. Pijn is niet leuk, maar het ergste vind ik altijd dat pijn zo vermoeiend is. Ik word er letterlijk bekaf van. Medicatie verzacht, maar ontlast beperkt. Ik heb zelfs een periode morfine gebruikt, maar ook daarvan verminderde de uitwerking, terwijl de fysieke verslaving wel toe nam.
Langzaam loop ik tegen de zestig. Letterlijk, want ik loop nog steeds. Alleen een nieuw fenomeen duikt steeds meer de kop op. Tegenwoordig val ik sneller en vaker. Ik wankel soms. Laatst struikelde ik over een randje van amper twee centimeter. Gisteren nog ging ik languit. De grooste schade was glasschade van drie (van de zestien!) lijstjes die ik in mijn hand droeg. Soms zullen mensen denken dat ik half bezopen rond loop, maar ik word gewoon iets instabieler. Gelukkig heb ik goed geleerd mijn val te breken. Die schade blijft fysiek dus beperkt. Wat mijn voeten betreft ga ik blijkbaar een nieuwe periode in: vallen en opstaan. Dat laatste zal ik nog zo lang mogelijk blijven doen. Opstaan.... en verder lopen!
woensdag 22 april 2015
Zo maar
Zo maar. Wat lodderig tuur ik in het donker. Onder de verlichting op straat volg ik de voorbijgangers. Ik voel mijn lijf en mijn gedachten associeren op van alles. De voorbijgangers neem ik nauwelijks waar. Een beweging, een groeiende en krimpende schaduw. Een slok, een peuk. Geen zin te lezen. Het laatste half jaar heb ik al zo veel gelezen. Effe niet. Nergens heb ik zin in. Had ik maar een televisie. Dan zette ik nu een DVD op. Normaal mis ik die beeldbuis niet. Tot mijn eigen verbazing overigens. Op dit soort momenten echter wel. Ik zit zo maar. Die zo maar niets. Een lome moeheid, ik voel mijn spieren en vraag mij af; voel ik, of is het pijn? De afleiding ontbreekt. Twee weken ben ik nu alleen. Er komt nog zeker een halve week bij. Naast ons is het huis in donker gehuld. Om toch wat afleiding te hebben draai ik een oude CD van The Four Tops. Wel lekker, maar het is geen televisie. Dat apparaat leid me af, zet mijn gedachten even uit. Nu ketsen de gedachten als een flipperbal door mijn grijze massa. Alle hersendelen worden aangedaan. Ik kan mijn eigen tempo niet bij houden. Ik verveel mij niet. Er us ook genoeg te dien. Daar hief ik niet eens iets voor te verzinnen. Op dit moment wil ik gewoon even niks. Dus ik zit zo maar. Te vroeg om naar bed te gaan, te moe nog enige actie te ondernemen. Desondanks voel ik mij gelukkig. Ja, zelfs bevoorrecht. Gezellige verlichting, olielampen en een nog steeds aangename temperatuur. Ik geniet van mijn zijn hier. Op deze plek. Onder deze omstandigheden. Ik wil niks, zo maar zitten. Desondanks broeit en bruist het in mij. Schrijven, tekenen, schilderen. Verhalen en beelden ontspruiten in mijn chaotische geest. Het lijf speelt niet mee. Daarom zou ik nou die televisie willen. Dan heb ik mijn afleiding, terwijl het lichaam kan uitrusten. Ik kijk terug op de dag vandaag en zie uit naar de dag van morgen. Ik heb weer een tekening verkocht en denk aan de zaterdagmarkt. Ik hoor de muziek en zie beelden. Toch zit ik op de stoel. Tevreden kijk ik naar buiten, mijn gedachten enigszins negerend. Zo maar. Met een gevoel van genot kijk ik naar de rij bloeiende planten, op de rand van de waranda. Wanneer het minder koud was lag ik nu in mijn hangmat. Die tijd ligt op de loer om als dagelijkse kost de komende maanden . Ik zit buiten. Vier kagen kleding maken het aangenaam. Alleen mijn voeten voelen wat kil. Geen zin mijn slippers te verruilen voor de (uit Nederland meegenomen) sloffen. Het is zacht. Koud voor hier, maar vandaag kwam de maximum temperatuur in Nederland niet hoger dan de afgekoelde wereld op de thermometer aan geeft. Mijn benen doen pijn. Pijn tot onder in mijn rug, waar mijn hernia zit. Soms zou ik mijn benen willen afschroeven. Pijn went wel. Je wordt er alleen zo moe van. Mijn eerste lading pillen zitten alweer in mijn lichaam. Onvoldoende om een succesvol resultaat te geven. Daarvoor heb ik straks mijn tweede lading nodig. Straks. Nu zit ik. Een auto passeert in het donker, zonder verlichting. Er zijn nog Turken, die er in geloven dat wanneer je de lichten gedoofd laat je accu niet leeg raakt. Mijn accu is nu een beetje leeg. Vreemd, nergens zin in hebben en toch heel tevreden te zitten. Een relatief nieuwe ervaring. Eentje, die mij wel bevalt. Ook wanneer ik wel iets die, beweeg ik mij rustig. "Haast" is uit mijn woordenboek geschraapt. Ook "stress" valt nu onder de kleine lettertjes.
Ik sta op. Ga lopen, gelijk een leeuw in een kooi; rondjes. Dan voel ik minder en zakt de pijn weer even. Vervolgens ga ik weer zitten. Zo maar. De avond gaat ook zo maar voorbij. Een sigaret en een slok. Eigenlijk spreekt een heel tevreden man. Nee, de tevredenheid is het euvel niet. Het zijn de kaatsballen in mijn kop. Niet dat ik aan problemen denk. O nee, mijn gedachten zijn juist positief. Gericht op de toekomst en het genieten van het nu. Inmiddels heb ik mijn "bomgordel" stevig om gedaan. Ik noem het mijn "bomgordel", omdat het strak om mijn middel zit. In het vliegtuig moet ik dat niet te hard zeggen. Dat zal vast en zeker tot problemen leiden, maar hier thuis is het gewoon mijn "bomgordel".
Ondertussen is de CD afgelopen. Ik heb muziek gehoord. Een kakofonie van geluid meer. De Four Tops heb ik er niet in herkent. Gewoon een brei prettig geluid. De kat slaapt buiten op de stoel, de hond binnen op de bank. Nummer drie ligt al op bed. Letterlijk. Slapen, ondanks dat mijn ogen half dicht vallen heb ik nog geen slaap. Geen zin naar bed te gaan. Ik geniet. Met half gesloten ogen loop ik of ik stevig geblinddoekt ben. Ik wankel. Loop tegen van alles aan. Ik ben er aan gewend. Zijn er dingen die je wel mag denken en denkt, maar niet mag doen of zeggen, vraag ik mij al rondjes draaiend af. Plegen wij niet de grootste misdaden in onze hersenen? Verfoeien, vermoorden we niet in onze gedachten? Natuurlijk, allemaal doen we dat. Onze eigen individuele wereld. Maar goed dat gedachten niet meer dan een hersenspel zijn. Een hersenspinsel. Zou ik het kunnen, vraag ik mijzelf af. Mijn bewegingen worden steeds spastischer. Ik zit. Zo maar, maar neem even zovele houdingen aan, als gedachten die door mijn kop schieten. Toch gaan mijn gedachten niet uit naar de pijn. Welnee, dat draag ik wel met mij mee. Gewenning. Kan ik twee parallelle gedachten hebben? Gezien het gestuiter vrees ik van wel.
Langzaam lijken mijn gedachten zich wat te ordenen. Dat zal zeker de toegeslagen moeheid zijn. Vandaag immers veel gedaan, zeker ook op fysiek gebied. Ik ben geen stil zitter. Met moeite gun ik mij de tijd te lezen, maar andermaal wil ik, nee moet ik, bezig zijn. Al zijn het alleen maar mijn vingertoppen, welke ik beweeg. Toch zijn er momenten dat ik zit. Rustig of onrustig. De wereld in mij opnemend, zonder daadwerkelijk op mijn harde schijf op te slaan. Passief genieten. Inmiddels denk ik zelfs niet meer aan de televisie. Zitten en genieten. Straks ga ik naar bed. Een mooi leven heb ik nu. Dat moet ik erkennen. Een egel rent wispelturig door de tuin, een vleermuis scheert met hoge snelheid langs tal van objecten. In de verte het geluid van een uil. Ik zit. Ik geniet. Zo maar....
Ik sta op. Ga lopen, gelijk een leeuw in een kooi; rondjes. Dan voel ik minder en zakt de pijn weer even. Vervolgens ga ik weer zitten. Zo maar. De avond gaat ook zo maar voorbij. Een sigaret en een slok. Eigenlijk spreekt een heel tevreden man. Nee, de tevredenheid is het euvel niet. Het zijn de kaatsballen in mijn kop. Niet dat ik aan problemen denk. O nee, mijn gedachten zijn juist positief. Gericht op de toekomst en het genieten van het nu. Inmiddels heb ik mijn "bomgordel" stevig om gedaan. Ik noem het mijn "bomgordel", omdat het strak om mijn middel zit. In het vliegtuig moet ik dat niet te hard zeggen. Dat zal vast en zeker tot problemen leiden, maar hier thuis is het gewoon mijn "bomgordel".
Ondertussen is de CD afgelopen. Ik heb muziek gehoord. Een kakofonie van geluid meer. De Four Tops heb ik er niet in herkent. Gewoon een brei prettig geluid. De kat slaapt buiten op de stoel, de hond binnen op de bank. Nummer drie ligt al op bed. Letterlijk. Slapen, ondanks dat mijn ogen half dicht vallen heb ik nog geen slaap. Geen zin naar bed te gaan. Ik geniet. Met half gesloten ogen loop ik of ik stevig geblinddoekt ben. Ik wankel. Loop tegen van alles aan. Ik ben er aan gewend. Zijn er dingen die je wel mag denken en denkt, maar niet mag doen of zeggen, vraag ik mij al rondjes draaiend af. Plegen wij niet de grootste misdaden in onze hersenen? Verfoeien, vermoorden we niet in onze gedachten? Natuurlijk, allemaal doen we dat. Onze eigen individuele wereld. Maar goed dat gedachten niet meer dan een hersenspel zijn. Een hersenspinsel. Zou ik het kunnen, vraag ik mijzelf af. Mijn bewegingen worden steeds spastischer. Ik zit. Zo maar, maar neem even zovele houdingen aan, als gedachten die door mijn kop schieten. Toch gaan mijn gedachten niet uit naar de pijn. Welnee, dat draag ik wel met mij mee. Gewenning. Kan ik twee parallelle gedachten hebben? Gezien het gestuiter vrees ik van wel.
Langzaam lijken mijn gedachten zich wat te ordenen. Dat zal zeker de toegeslagen moeheid zijn. Vandaag immers veel gedaan, zeker ook op fysiek gebied. Ik ben geen stil zitter. Met moeite gun ik mij de tijd te lezen, maar andermaal wil ik, nee moet ik, bezig zijn. Al zijn het alleen maar mijn vingertoppen, welke ik beweeg. Toch zijn er momenten dat ik zit. Rustig of onrustig. De wereld in mij opnemend, zonder daadwerkelijk op mijn harde schijf op te slaan. Passief genieten. Inmiddels denk ik zelfs niet meer aan de televisie. Zitten en genieten. Straks ga ik naar bed. Een mooi leven heb ik nu. Dat moet ik erkennen. Een egel rent wispelturig door de tuin, een vleermuis scheert met hoge snelheid langs tal van objecten. In de verte het geluid van een uil. Ik zit. Ik geniet. Zo maar....
zaterdag 6 december 2014
in den vreemde: orkest (23)
Sinds mijn hernia
begonnen is ben ik gewend net enige regelmaat mijn nachtelijke rust te
onderbreken. Dan kan ik niet op bed blijven liggen. Soms is een half uur
genoeg, andermaal heb ik zeker een uur nodig. Dat was in Haarlem, hetzelfde in
Driehuis en niet anders, nu, in Göcek.
De tijden van ontwaken liggen globaal tussen half één en vier uur. Wanneer
ik er vroeg in duik, meestal na een uurtje. Ik ga uit bed, rook er eentje en
drink een glaasje. In Nederland zat ik binnen en was het vrijwel altijd stil.
Zelfs de honden bewogen niet voor me, wanneer ik de kamer in kwam. Nu is het
anders. Twee van die mormels slapen op bed. Geheel tegen onze zin, maar sinds
de reis zijn ze niet meer weg te houden. We hebben het een paar keer
geprobeerd, maar of er is luidkeels protest of de deuren worden beschadigd door
hevig krabben. En honden kunnen behoorlijk drammen... Dus, we hebben ons
opgeofferd.
Ventje ligt aan de buitenzijde, strak tegen mij aan, op schouderhoogte.
Noah bij de benen en aan de binnenzijde. Samen weten ze mij aardig in een
nachtelijke houdgreep te houden. Blijkbaar wil, vooral, Ventje in mij kruipen.
Wanneer ik wakker word lig ik in een onmogelijke houding, half in de spleet
tussen beide matrassen. Wellicht kan ook een gezonde rug dat niet verdragen. Uit
pure ellende trek ik dan maar mijn lange onderbroek en ochtendjas aan en druip
ik af naar beneden. In het begin zat ik gewoon binnen, maar omdat ik binnen
niet meer mag roken slof ik naar de waranda. Van de oorverdovende Hollandse
stilte is hier echter geen sprake. En het leuke, ik geniet er van.
Nu gaat de fabel rond dat hanengekraai het ochtendgloren inluiden. Welnu,
de Turkse hanen hebben geen besef van tijd. Niet lang na middennacht begint het
eerste gekraai. Aan de overkant is een haan. Hij klappert even fors met de
vleugels op iets wat een holle buik lijkt om vervolgens een strot op te zetten,
die tegen de bergen aan echoot. Gevolg is dat buurhaan reageert en binnen de
kortste keren is het een kakofonie van gekraai. In diverse toonaarden en
volumes. Vergelijk het met de violen van een orkest.
Ook het slagwerk is aanwezig; de hond. Even verderop zit een exemplaar die
de ganse tijd door een blaf laat horen. Drie korte blaffen, met een even zo
kort intermezzo, gevolgd door twee snelle blaffen. Eigenlijk triest, want die
hond zal wel in een klein hokje zitten en vooral angst koesteren, in plaats van
de stoere waakhond te spelen. Indien er een, voor mensenoren niet waar te
nemen, onregelmatigheid plaats vindt gaan de andere honden blaffen. Heftig,
hoge tonen, lage tonen, met een snelle maat, of met een rustig tempo. Naast het
viool geluid is er dus ook een volledig slagwerk bezig.
Ook vogels houden zich hier niet aan de regels. Gedurende de nacht fluiten
en kwetteren zij. U kunt wel raden dat hier het koperwerk aan de slag is
gegaan. Wat zij doen is mij onbekend, maar veelal is het een drukte van
jewelste. Vanuit de bossen klinkt de trombone van de uil. Als een roffel een
zachte windvlaag door de bladeren van de bananenplant.
Als een harp beklimmen zwaarbeladen vrachtauto's de grote weg naar Fethiye.
Een steile, bochtige helling. Je hoort ze kruipen, schakelen en per bocht
verandert het geluid tot ze bij de top zijn. Een paar katten strijden
ondertussen luidkeels om hun territorium, waarna Ventje naar buiten stormt met
iets wat hangt tussen hijgen en blaffen.
Uit de sinaasappelboom valt een overrijpe vrucht, als een pauk slag, dof
op de taaie aarde. De egel ritselt, bijna triangel achtig, door het dode
bladerdek. Een brommer scheurt over de weg voorbij, gevolgd (na een intermezzo)
door twee auto's. Beiden met een andere snelheid, ander geluid.
Kortom geen oorverdovende stilte, maar een orkest met een verhaal wat mij
sterk doet denken aan "Peter en de Wolf" van Sergej Prokofjov. Ik mis
alleen wel de warme verhalende stemmen van Mies Bouwman en (volgens mij ook) Willem
Duys (dat is de versie die ik tenminste ken). Ondanks de nachtelijke
onderbrekingen is dit geen straf. En altijd met dezelfde finale: gehoest en
gerochel van mijn kant. Heb ik toch weer twee of drie peuken weg gepaft....
maandag 7 juli 2014
Tour de France
Sport is niet mijn ding.
Niet om het te doen en niet om naar te kijken. De laatste jaren is er wel een
uitzondering; de Tour de France.
Als
kind was ik sportief. Ik deed aan diverse sporten, waarbij bij de ene sport
redelijk tot goed was en bij de andere sport matig tot slecht. Voetballen kon
ik niet. Wanneer ik in het veld stond sloopte ik meer tegenstanders, dan dat ik
de bal raakte. Bij hockey waren mijn kwaliteiten wisselend, maar de derde helft
was voor mij altijd het hoogtepunt. De diverse sporten heb ik redelijk fanatiek
en frequent beoefend, tot mijn 18e/19e jaar. Daarna ging het niet meer.
Als
jongetje had ik te korte achillespezen. In 1970 werd ik aan beide voeten
geopereerd, maar dit bleek niet zo een succes. Nu zijn mijn voeten te klein
(voor mijn lengte) en volledig vergroeid. Dat laatste is in hoog tempo gebeurt,
waardoor het actieve sporten mij niet meer lukte.
Een
second opinion gaf aan dat ik voor mijn veertigste niet meer zou kunnen lopen.
Reparatie operaties zouden een kans van minder dan 50% opleveren op stabiliteit
en/ of verbetering. Ook nu zijn de prognoses niet veel beter.
Destijds
was er een uitkering, waardoor ik aanspraak maakte op een auto, omdat ik immers
mindervalide was. Omdat ik keuze had tussen en DAF of een DAF heb ik bedankt.
Ja, eind jaren zeventig leek het de overheid nog een eer wanneer men je kon
bijstaan (zo werd ik ook benaderd om gebruik te maken van de BKR, maar was niet
van plan voor de kelder te werken). Nee, ondanks de negatieve prognoses wilde
ik mijn leven zo normaal mogelijk voortzetten.
Wel
zonder sport dus. Toch, eind jaren tachtig, heb ik nog een periode badminton
gespeeld. Ik speelde goed, maar de tol op mijn lichaam bleek toch te groot.
Bovendien was de derde helft niet gezellig genoeg...
![]() |
| zo ging ik op weg in 2007 |
Sport
werd beperkt tot een kijk gebeurtenis. Dat beviel mij niet zo goed, waardoor ik
mij eigenlijk alleen nog beperkte tot voetbal, en dit weer alleen EK en WK.
Voornaamste reden was het kijken met maten en de gezelligheid. Toch zakte ook
hiervoor mijn aandacht meer en meer weg.
Via
de geleidende schaal werd ik ouder. Op mijn veertigste liep ik nog. Wel merkte
ik diverse klachten te krijgen. Inderdaad, in 2004 werd een niet operabele
hernia vastgesteld. Na al enkele jaren met forse pijn, dus wellicht liep ik er
al langer mee. Maar ik liep nog steeds. Bij warm weer heb ik zelfs lange
wandelingen gemaakt, met mijn vriend Gerard. Door de Duitse wouden en door
kloven. Boven de twintig kilometer werd het wel slooptochten. Ook Gerard kreeg
meer klachten, dus ook het wandelen verdween op de achtergrond.
Gelukkig
ontdekte ik dat je ook buiten de sport om op tal van manieren kon bewegen en zo
conditie behield. En vooral niet dichtgroeide vanwege fysieke passiviteit. Mijn
leventje viel in dat opzicht dus best mee.
In
2007 heb ik een belachelijke daad verricht. Een gevolg van mijn grote bek.
Iedereen was het al vergeten, maar ik niet. In 2005 heb ik gezegd; over twee
jaar kom ik naar jullie toe fietsen. Dat naar jullie toe was Interlaken in
Zwitserland.
En
ik ging! Met fietsaanhanger en aangepaste kleding (ik weigerde de reis in
visueel zichtbare wielrenneroutfit te volbrengen). Over vijf weken verspreidt
heb ik de tocht in 17 fietsdagen gedaan. 'S Avonds, in mijn tentje, propte ik
mij vol met morfine, om de reis dragelijk te houden. In Koblenz vind ik het
niet meer dragelijk, maar Gerard heeft mij gedurende een week gemotiveerd... en
ik ging weer verder. Vreselijk afzien, veel pijn, en mijn benen bleven zwak. Op
wilskracht heb ik diverse hellingen weten te nemen. Trappend kwam ik telkens
boven, om gedurende enige tijd stevig te recupereren voordat ik verder
kwam. En ik kwam in Interlaken, helemaal fietsend!
![]() |
| Alpe D'Uzes bron: marketingfacts.nl |
Eenmaal
terug raakte ik vreselijk geïrriteerd. In de krant stonden enkele (grote)
artikelen van mensen (gezonde mensen) die (voor het goede doel) naar Parijs
gefietst waren. Een ander koppel had een dergelijk tochtje gemaakt. Sindsdien
ben ik tegen alle sponsor sportactiviteiten (zoals de Alpe d'Uzes). De kift?
Misschien, maar ik vind het pure onzin je eigen (vaak relatief gewone
prestaties) op te blazen tot iets groots in het kader van het goede doel. Ik
ben daar echt wars van. Fiets, of fiets niet, maar doe het voor jezelf!
Overigens geldt dit ook voor hardlopen (Roprarun) en dergelijke.
Voor
mij was duidelijk nooit meer zo een idiote onderneming op mij te nemen. Maar,
tijdens het fietsen, stuiteren je gedachten alle kanten op. En zo kom ik bij de
Tour. Die jongens fietsen zonder bagage op de lichtste fietsen, tegenover mij.
Fiets van tien kilo en een zware bagegekar. Zij zijn beroeps, ik amateur. Maar
inmiddels kon ik mijn wel indenken wat dat fietsen psychisch met iemand doet.
Er gebeurt nogal wat in je kop. Dat moet bij die jongens ook zo zijn.
Sinds
2008 volg ik dus de Tour en nog redelijk fanatiek ook. Ik begrijp die jongens
wat beter. Los van de gewichten (van de fietsen) fietsen zij twee keer zo hard,
tot drie keer, en minstens twee keer zo ver. Dat doet je toch wat. De
innerlijke strijd het einddoel te halen. Had ik honden achter mij aan, zij
moeten zich door drommen opdringerige supporters fietsen. Iedere keer, wanneer
ik naar de Tour kijk, beleef ik ook mijn eigen reis. Een mooie manier je eigen
herinnering te koesteren.
![]() |
| op de camping langs de Rijn, kort voorbij Basel |
Inmiddels
loop ik nog steeds. Hard lopen is mij zeer stellig ontraden (zelfs een paar
meter). Fietsen lukt mij niet meer. De kracht is nu helemaal uit de benen.
Dagelijks beleef ik mijn hernia. Maar, in ben ooit van Haarlem naar Interlaken
gefietst! Drie weken lang herbeleef ik dat met de Tour. Genieten.
Naar
het WK voetbal heb ik nog geen minuut gekeken. Hooguit als Nederland in de
finale staat zal ik kijken. Maar verder; die voetballers zijn maar een stel
watjes, die daar nog zeer rijkelijk voor beloond worden. Nee, dan voel ik mij
een echte vent. Zonder (financiële) waardering. Maar ik haal mijn persoonlijke
waardering wel uit andere waarden! Ik hoop stiekem dat Nederland faalt in de
halve finale. Dan kan ik mij lekker richten op het verloop van de Tour de
France... en mijn eigen herinneringen.
Abonneren op:
Posts (Atom)






