Posts tonen met het label Mies Bouwman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mies Bouwman. Alle posts tonen

dinsdag 23 oktober 2018

Waaldrecht

Wie kent het nog: Waaldrecht, de dramaserie van de VARA uit 1973 en 1974? Het speelde zich af in het denkbeeldige rivierdorp Waaldrecht. Iedere aflevering stond op zich, maar toch was het een geheel. Veel sociale onderwerpen, toch kan ik mij weinig meer herinneren van de inhoud van de serie. Het gevoel heb ik er nog steeds wel bij...
Telkens wanneer ik muziek van Ekseption draai komt het gevoel van Waaldrecht boven. Een heerlijk nostalgisch gevoel moet ik zeggen. Veel draai ik de muziek niet, maar als ik het hoor krijg ik een bijna verliefd gevoel in mijn buik.

Ekseption is een Haarlemse band. Rik van der Linden, de bandleider, kwam uit Haarlem. Hij woonde bij zijn moeder in de buurt, of aan, het Kenaupark. Ook zat hij op het Lorentz lyceum, waar ik ook op kwam, maar net nadat hij de school verlaten had. Rik van der Linden is geboren in 1946 en overleden zo'n vijftig jaar later in 2006. In de periode van 1971 tot 1983 is hij getrouwd geweest met Penny de Jager. Zij was vooral bekend van haar dansen tijdens AVRO's TOPPOP. Op de een of andere manier had ik wel wat met Ekseption, die vooral bekend zijn geworden met hun nummer "The 5th".

Maar Ekseption was ook het intronummer van Waaldrecht. Vandaag de link, wanneer ik hun muziek draai. Maar er is meer. In die voorbije jaren was ik helemaal weg van Waaldrecht. Zo erg, dat ik op mijn 17e een aflevering van de serie schreef. Een dikke stapel papier, getypt op mijn vaders oude reis-typemachine. In een dikke enveloppe alles opgestuurd naar de VARA. Later kreeg ik nog een berichtje, dat ze het niet voldoende vonden. Tot ik de laatste uitzending zag... Ik keek en al snel viel mij op, dat het vrijwel "mijn" aflevering was! Ja, ze hadden mij afgewezen, maar toch de hele tekst en het verhaal bewerkt. Zo, dat het voor mij nog zeer herkenbaar was. Vanaf dat moment droeg ik het als een trots geheim bij mij. En, ik moet zeggen, zo heel veel had de VARA niet eens veranderd. Overduidelijk was mijn inbreng te herkennen. Dat zijn toch absoluut prachtige herinneringen!

Zo heel veel denk ik niet aan vroeger, maar op dit soort momenten komt toch van alles weer boven. Wij hadden geen televisie thuis. Als kind keek ik bij de achterburen naar Pipo en Zwiebertje. In 1970 kocht mijn jongste broer (zo'n beetje van zijn eerst verdiende geld) een kleine zwart-wit televisie. Die stond op zijn kamer. Een uitermate goed chantagemiddel, maar we zaten regelmatig bij hem op de kamer te kijken. Veel VPRO programma's volgenden we fanatiek, zoals de Fred Haché Show. Maar ook de vroege Koot en Bie, destijds nog in Hadimassa. Ook vrijwel alle programma's van Mies Bouwman volgden we, waaronder "1 van de 8". Het meest lastige was op goede voet met mijn broer te blijven, want wanneer er ruzie was kwam ik echt zijn kamer niet in. Hetzelfde gold trouwens voor mijn vader, wat ik achteraf wel humoristisch vind.

Je kan het je tegenwoordig niet meer voorstellen, een huis zonder televisie en later een huis met een televisie op de kamer van je broer, maar niet in de huiskamer. Die kwam pas in 1976, toen mijn vader met pensioen ging. Van zijn werk kreeg hij een kleuren televisie. Maar goed, dat jaar ging ik ook het huis uit.
De tijd, dat er nog maar twee zenders waren. Toch keken we vrij selectief, vooral de wat alternatieve programma's. Ik meen dat ik Waaldrecht ook op de kamer van mijn broer heb bekeken, want ik zou niet weten wat de alternatieven moesten zijn, in die tijd.  Alhoewel, bij de familie Samson keek ik altijd TOPPOP. Zij hadden een kleuren televisie, nog voor dat zo'n apparaat bij ons in de woonkamer prijkte.
Grappig, tegenwoordig moet ik het doen met maar een zender: BVN. Ook leuk, maar soms ook stomvervelend. Een beetje terug naar vroeger, maar tegenwoordig hebben we wel internet. Dat bestond toen nog niet eens in ons denken, noch in onze fantasie...

zaterdag 6 december 2014

in den vreemde: orkest (23)


 
Sinds mijn hernia begonnen is ben ik gewend net enige regelmaat mijn nachtelijke rust te onderbreken. Dan kan ik niet op bed blijven liggen. Soms is een half uur genoeg, andermaal heb ik zeker een uur nodig. Dat was in Haarlem, hetzelfde in Driehuis en niet anders, nu, in Göcek.

 

De tijden van ontwaken liggen globaal tussen half één en vier uur. Wanneer ik er vroeg in duik, meestal na een uurtje. Ik ga uit bed, rook er eentje en drink een glaasje. In Nederland zat ik binnen en was het vrijwel altijd stil. Zelfs de honden bewogen niet voor me, wanneer ik de kamer in kwam. Nu is het anders. Twee van die mormels slapen op bed. Geheel tegen onze zin, maar sinds de reis zijn ze niet meer weg te houden. We hebben het een paar keer geprobeerd, maar of er is luidkeels protest of de deuren worden beschadigd door hevig krabben. En honden kunnen behoorlijk drammen... Dus, we hebben ons opgeofferd.

 

Ventje ligt aan de buitenzijde, strak tegen mij aan, op schouderhoogte. Noah bij de benen en aan de binnenzijde. Samen weten ze mij aardig in een nachtelijke houdgreep te houden. Blijkbaar wil, vooral, Ventje in mij kruipen. Wanneer ik wakker word lig ik in een onmogelijke houding, half in de spleet tussen beide matrassen. Wellicht kan ook een gezonde rug dat niet verdragen. Uit pure ellende trek ik dan maar mijn lange onderbroek en ochtendjas aan en druip ik af naar beneden. In het begin zat ik gewoon binnen, maar omdat ik binnen niet meer mag roken slof ik naar de waranda. Van de oorverdovende Hollandse stilte is hier echter geen sprake. En het leuke, ik geniet er van.

Nu gaat de fabel rond dat hanengekraai het ochtendgloren inluiden. Welnu, de Turkse hanen hebben geen besef van tijd. Niet lang na middennacht begint het eerste gekraai. Aan de overkant is een haan. Hij klappert even fors met de vleugels op iets wat een holle buik lijkt om vervolgens een strot op te zetten, die tegen de bergen aan echoot. Gevolg is dat buurhaan reageert en binnen de kortste keren is het een kakofonie van gekraai. In diverse toonaarden en volumes. Vergelijk het met de violen van een orkest.

Ook het slagwerk is aanwezig; de hond. Even verderop zit een exemplaar die de ganse tijd door een blaf laat horen. Drie korte blaffen, met een even zo kort intermezzo, gevolgd door twee snelle blaffen. Eigenlijk triest, want die hond zal wel in een klein hokje zitten en vooral angst koesteren, in plaats van de stoere waakhond te spelen. Indien er een, voor mensenoren niet waar te nemen, onregelmatigheid plaats vindt gaan de andere honden blaffen. Heftig, hoge tonen, lage tonen, met een snelle maat, of met een rustig tempo. Naast het viool geluid is er dus ook een volledig slagwerk bezig.

 

Ook vogels houden zich hier niet aan de regels. Gedurende de nacht fluiten en kwetteren zij. U kunt wel raden dat hier het koperwerk aan de slag is gegaan. Wat zij doen is mij onbekend, maar veelal is het een drukte van jewelste. Vanuit de bossen klinkt de trombone van de uil. Als een roffel een zachte windvlaag door de bladeren van de bananenplant.

 

Als een harp beklimmen zwaarbeladen vrachtauto's de grote weg naar Fethiye. Een steile, bochtige helling. Je hoort ze kruipen, schakelen en per bocht verandert het geluid tot ze bij de top zijn. Een paar katten strijden ondertussen luidkeels om hun territorium, waarna Ventje naar buiten stormt met iets wat hangt tussen hijgen en blaffen.  Uit de sinaasappelboom valt een overrijpe vrucht, als een pauk slag, dof op de taaie aarde. De egel ritselt, bijna triangel achtig, door het dode bladerdek. Een brommer scheurt over de weg voorbij, gevolgd (na een intermezzo) door twee auto's. Beiden met een andere snelheid, ander geluid.

 

Kortom geen oorverdovende stilte, maar een orkest met een verhaal wat mij sterk doet denken aan "Peter en de Wolf" van Sergej Prokofjov. Ik mis alleen wel de warme verhalende stemmen van Mies Bouwman en (volgens mij ook) Willem Duys (dat is de versie die ik tenminste ken). Ondanks de nachtelijke onderbrekingen is dit geen straf. En altijd met dezelfde finale: gehoest en gerochel van mijn kant. Heb ik toch weer twee of drie peuken weg gepaft....