Natuurlijk had ik ook de ruïne van Brederode getekend. Er is dus nog wel een herinnering op te halen aan een tekening. Soms ontbreekt even aan het overzicht. Geruime tijd geleden heb ik overigens al een uitgebreide blog geschreven over Velserend. Uit reacties blijkt deze blog nog steeds gelezen te worden, dus bij mijn herinneringen aan de ruïne van Brederode zal ik niet verder over dit zwembad uitweiden.
Als eerste de ruïne. In mijn jeugd een gesloten bolwerk, wat je alleen vanaf afstand kon aanschouwen. Toen (en nu nog steeds natuurlijk) prijkte de onwrikbare stenen pontificaal tussen de bomen, aan de achterzijde van een groene weide. Grazende koeien. Ook dat beeld is nog steeds niet volledig geschiedenis. Tegenwoordig is de ruïne opengesteld voor publiek en in en om het oude kasteel vinden diverse activiteiten plaats.
Als kind alleen dus de blik op afstand. Je zag die hopen steen en fantaseerde hoe het er uit moet hebben gezien. Doordat ik als kind al in het buitenland kwam had ik al enkele oude kastelen bezocht waardoor enig idee bestond over de leefwijze en inrichting. Ook het Muiderslot had ik, als toonbeeld van de Middeleeuwen, al een keer bezocht. Na het zwemmen gingen we dan thuis riddertje spelen. In mijn jeugd was koninginnedag nog een spektakel met een echte kinderoptocht. Een keer hebben we (ik heb mee geholpen!) een ridder gemaakt. Van kippengaas een geraamte. Dit werd overspannen met jute en er werd een hoofd op gemaakt. Aan de zijkant hingen twee met stro gevulde benen. Zelf droeg ik een cape van jute en een zwarte hoed. In het paard zat een gat. Daar ging ik doorheen en droeg het paard met banden, als men een rugzak torst. Diverse mensen vroegen aan Alfred (mijn jongste broer die met mij mee liep) hoe dat nou in elkaar zat. Mijn voeten zag je namelijk niet. En hij maar uitleggen. Ondertussen ging de optocht maar door. Het paard werd zwaarder en zwaarder en de banden sneden in mij schouders. Sommige mensen reageerden verontwaardigd dat ik niet de eerste prijs had gewonnen, met deze creatie. Voor zover ik herinner had ik de zevende prijs (en een eervolle vermelding). Bij het kolenhok, achter in de tuin, heeft mijn vader foto's gemaakt. Naast mij Jan Wiebe van Veen, die als ridder te voet de optocht mee liep. Ja, in die tijd maakte men nog veel werk van de verkleed optocht van de kinderen. Een paar weken werk was geen uitzondering. Tegenwoordig wordt er nauwelijks meer echt iets van gemaakt. Makkelijk en snel met hoog resultaat is wat de klok luidt. Ook worden de optochten minder en minder, soms heeft het muziekkorps (dat voorop paradeert) meer mensen. Gelukkig lopen tegenwoordig de ouders mee (vroeger overigens niet), waardoor de optocht tenminste nog op iets lijkt.
Dus een keer was ik de ridder van Brederode...
De ruïne prikkelde de fantasie. Bleef boeien, wellicht door de grote afstand die letterlijk geschapen was. Overigens was de ruïne een enkele keer wel geopend. Ik ben er als kind dan ook een keer binnen geweest. Nou, mijn fantasie kreeg de vrije loop en sloeg volledig op hol.
Een heel andere herinnering, voortkomend uit het plaatje van de ruïne is de gang naar het strand. Op de fiets door Duin en Kruidberg. In die tijd waren er nog veel konijnen in de duinen. Bij de boerderij ging je naar binnen. Eerst fietste je door een mooi bos, dan werd de begroeiing dunner. Struikgewas afgewisseld met dennenbomen luidde het duinlandschap in. Zeven duinen moest je over op de fiets. Soms een helse tocht. Aks kind waren sommige duinen stijl, maar de grootste vijand was het fietspad, geplaveid met schelpen. Krakend fietste je er over heen, maar bij een klim schoten de schelpen onder je banden weg. De uitdaging was alle duinen in een keer te "halen". Natuurlijk iets wat op een gegeven moment ook daadwerkelijk lukte. Bij de laatste duin werd de fiets geparkeerd en te voet door het mulle zand de laatste, stijle, duin over. Dan was je op het Santpoortse strand. Een zonnebader ben ik eigenlijk nooit geweest. Ik was aan het graven, bouwde kastelen, en hoopte dat ze bij de opkomende vloed zouden weerstaan. Iets wat nooit lukte. Bij iedere golf brokkelde er weer een stukje van mijn kasteelmuren af. Ieder strandbezoek weer werd een poging gedaan. Telkens de teleurstelling. Met handen gegraven, heel soms hadden we een schep mee, maar de zee won altijd.
Een enkele keer gingen we met mijn moeder. Dat mijn vader mee ging was een uitzondering. Het meeste ging ik met de familie van Veen mee, en later ook met mijn broers. De familie van Veen was een actief gezin. Regelmatig trokken zij er in het weekend op uit. Alfred (mijn broer) en ik gingen met regelmaat mee. In de zwarte Mercedes, met een snelheidsmeter die als een balk opzij schoof en van kleur veranderde. Een wonder in mijn ogen. Pa van Veen was ook actief lid van de PvdA (mijn nest was overigens erg liberaal; VVD). Een keer ben ik mee geweest met campagne. Landelijk of lokaal, dat was een te grote nuance voor die leeftijd. Bovendien was dat oninteressant. Nee, dat de auto volgeplakt was met posters en op het dak luidsprekers muziek in de rondte schalde, dát was pas interessant.
Jan Wiebe en ik deden veel samen. Door hem ben ik zelfs een blauwe maandag gaan voetballen bij de Terrasvogels. De bal raakte ik nooit, wel andermans benen. Verder vond ik het altijd veel te koud. Lang heb ik die sport niet uitgeoefend. Wel ben ik de enige keer van mijn leven naar een echte voetbalwedstrijd geweest. Met van Veen natuurlijk. Een wedstrijd van Telstar, met keeper Heinz Stuy. Ook vanaf de tribune had ik weinig op met die sport. Daarna ben ik gaan hockeyen. Eerst bij Strawberries en later bij HBS (Houdt Braaf Stand). De korstte weg naar HBS was over de Brederodelaan. Toch nam ik zeer regelmatig de omweg lang de ruïne. Meer op de terugweg, dan op de heenweg. De reden was voornamelijk dat ik mij normaliter haastte om op tijd te komen.
Vrij letterlijk is het rondje kompleet en ben ik weer bij de ruïne uitgekomen. De verleiding toch iets over Velserend te zeggen kan ik niet weerstaan. In de bocht, bij het weiland voor de ruïne was de fietsenstalling. Op mooie dagen barstens vol. Dan, waar ongeveer nu de entré van de sauna is, was de ingang. Rechts de kassa. De doorgang was open, maar overdekt. Rechts was dan de snoeptent. Naast het zwemmen was de snoep erg belangrijk. De voorkant zag er aantrekkelijk uit, waarschijnlijk ook vanwege de levendigheid die er regelmatig was. De hele omgeving paste. De ruïne, Velserend met haar entree en het hotel restaurant, naast het zwembad. Een mooi plaatje. Tegenwoordig is dat beeld helemaal weg. Soms is het jammer, de dingen die voorbij gaan. Het hotel restaurant heeft lang stilgestaan en uiteindelijk door brand verwoest. Een teloorgang, welke mij nog steeds aan het hart gaat.
Het is de verste uithoek van de gemeente en evenzo van Santpoort. Wellicht ook de belangrijkste. In ieder geval speelde het in mijn jeugd een prominente rol. Een baken van mijn jeugd. In gedachte roep ik de beelden van weleer op. Met de ogen gesloten tekent zich een flauwe glimlach op mijn gezicht. Santpoort was een goede plaats geboren en opgegroeid te zijn. Als Santpoorter mag ik trots, of blij, zijn in dat dorp op te mogen groeien. Dat ben ik ook, al wil ik van mijn levensdagen niet meer in Santpoort wonen. Mogelijk omdat het dorp te veel aan herinneringen oproept. Zo geslaagd was mijn jeugd niet. Dat zal ongetwijfeld een rol spelen.
Behalve getekend heb ik de ruïne ook geschilderd. In beide materiaal technieken heb ik mij door Santpoort laten inspireren. De ruïne is een relatief alom vertegenwoordigd onderwerp in mijn schilderijen. Ik raak er niet over uitgepraat en uitgedacht.
Nu wordt de ruïne weer bedreigd. Er is sprake van een mogelijke sluiting. Dan is het weer dat gesloten, levenloze, bolwerk achter het weiland, tussen de bonen. Vorige zomer heb ik er nog een poosje gestaan. Vanaf het hek is het zicht op het massieve gebouw. Net als toen ik klein was stond ik hier. En toch is er veel veranderd,
Posts tonen met het label hockey. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hockey. Alle posts tonen
maandag 6 april 2015
De ruïne van Santpoort
Labels:
Duin en Kruidberg,
fietsen,
HBS,
Heinz Stuy,
hockey,
Jan Wiebe van Veen,
konijnen,
mixamortose,
Ruïne van Brederode,
Santpoort,
strand,
Strawberries,
Telstar,
Velserend
maandag 7 juli 2014
Tour de France
Sport is niet mijn ding.
Niet om het te doen en niet om naar te kijken. De laatste jaren is er wel een
uitzondering; de Tour de France.
Als
kind was ik sportief. Ik deed aan diverse sporten, waarbij bij de ene sport
redelijk tot goed was en bij de andere sport matig tot slecht. Voetballen kon
ik niet. Wanneer ik in het veld stond sloopte ik meer tegenstanders, dan dat ik
de bal raakte. Bij hockey waren mijn kwaliteiten wisselend, maar de derde helft
was voor mij altijd het hoogtepunt. De diverse sporten heb ik redelijk fanatiek
en frequent beoefend, tot mijn 18e/19e jaar. Daarna ging het niet meer.
Als
jongetje had ik te korte achillespezen. In 1970 werd ik aan beide voeten
geopereerd, maar dit bleek niet zo een succes. Nu zijn mijn voeten te klein
(voor mijn lengte) en volledig vergroeid. Dat laatste is in hoog tempo gebeurt,
waardoor het actieve sporten mij niet meer lukte.
Een
second opinion gaf aan dat ik voor mijn veertigste niet meer zou kunnen lopen.
Reparatie operaties zouden een kans van minder dan 50% opleveren op stabiliteit
en/ of verbetering. Ook nu zijn de prognoses niet veel beter.
Destijds
was er een uitkering, waardoor ik aanspraak maakte op een auto, omdat ik immers
mindervalide was. Omdat ik keuze had tussen en DAF of een DAF heb ik bedankt.
Ja, eind jaren zeventig leek het de overheid nog een eer wanneer men je kon
bijstaan (zo werd ik ook benaderd om gebruik te maken van de BKR, maar was niet
van plan voor de kelder te werken). Nee, ondanks de negatieve prognoses wilde
ik mijn leven zo normaal mogelijk voortzetten.
Wel
zonder sport dus. Toch, eind jaren tachtig, heb ik nog een periode badminton
gespeeld. Ik speelde goed, maar de tol op mijn lichaam bleek toch te groot.
Bovendien was de derde helft niet gezellig genoeg...
![]() |
| zo ging ik op weg in 2007 |
Sport
werd beperkt tot een kijk gebeurtenis. Dat beviel mij niet zo goed, waardoor ik
mij eigenlijk alleen nog beperkte tot voetbal, en dit weer alleen EK en WK.
Voornaamste reden was het kijken met maten en de gezelligheid. Toch zakte ook
hiervoor mijn aandacht meer en meer weg.
Via
de geleidende schaal werd ik ouder. Op mijn veertigste liep ik nog. Wel merkte
ik diverse klachten te krijgen. Inderdaad, in 2004 werd een niet operabele
hernia vastgesteld. Na al enkele jaren met forse pijn, dus wellicht liep ik er
al langer mee. Maar ik liep nog steeds. Bij warm weer heb ik zelfs lange
wandelingen gemaakt, met mijn vriend Gerard. Door de Duitse wouden en door
kloven. Boven de twintig kilometer werd het wel slooptochten. Ook Gerard kreeg
meer klachten, dus ook het wandelen verdween op de achtergrond.
Gelukkig
ontdekte ik dat je ook buiten de sport om op tal van manieren kon bewegen en zo
conditie behield. En vooral niet dichtgroeide vanwege fysieke passiviteit. Mijn
leventje viel in dat opzicht dus best mee.
In
2007 heb ik een belachelijke daad verricht. Een gevolg van mijn grote bek.
Iedereen was het al vergeten, maar ik niet. In 2005 heb ik gezegd; over twee
jaar kom ik naar jullie toe fietsen. Dat naar jullie toe was Interlaken in
Zwitserland.
En
ik ging! Met fietsaanhanger en aangepaste kleding (ik weigerde de reis in
visueel zichtbare wielrenneroutfit te volbrengen). Over vijf weken verspreidt
heb ik de tocht in 17 fietsdagen gedaan. 'S Avonds, in mijn tentje, propte ik
mij vol met morfine, om de reis dragelijk te houden. In Koblenz vind ik het
niet meer dragelijk, maar Gerard heeft mij gedurende een week gemotiveerd... en
ik ging weer verder. Vreselijk afzien, veel pijn, en mijn benen bleven zwak. Op
wilskracht heb ik diverse hellingen weten te nemen. Trappend kwam ik telkens
boven, om gedurende enige tijd stevig te recupereren voordat ik verder
kwam. En ik kwam in Interlaken, helemaal fietsend!
![]() |
| Alpe D'Uzes bron: marketingfacts.nl |
Eenmaal
terug raakte ik vreselijk geïrriteerd. In de krant stonden enkele (grote)
artikelen van mensen (gezonde mensen) die (voor het goede doel) naar Parijs
gefietst waren. Een ander koppel had een dergelijk tochtje gemaakt. Sindsdien
ben ik tegen alle sponsor sportactiviteiten (zoals de Alpe d'Uzes). De kift?
Misschien, maar ik vind het pure onzin je eigen (vaak relatief gewone
prestaties) op te blazen tot iets groots in het kader van het goede doel. Ik
ben daar echt wars van. Fiets, of fiets niet, maar doe het voor jezelf!
Overigens geldt dit ook voor hardlopen (Roprarun) en dergelijke.
Voor
mij was duidelijk nooit meer zo een idiote onderneming op mij te nemen. Maar,
tijdens het fietsen, stuiteren je gedachten alle kanten op. En zo kom ik bij de
Tour. Die jongens fietsen zonder bagage op de lichtste fietsen, tegenover mij.
Fiets van tien kilo en een zware bagegekar. Zij zijn beroeps, ik amateur. Maar
inmiddels kon ik mijn wel indenken wat dat fietsen psychisch met iemand doet.
Er gebeurt nogal wat in je kop. Dat moet bij die jongens ook zo zijn.
Sinds
2008 volg ik dus de Tour en nog redelijk fanatiek ook. Ik begrijp die jongens
wat beter. Los van de gewichten (van de fietsen) fietsen zij twee keer zo hard,
tot drie keer, en minstens twee keer zo ver. Dat doet je toch wat. De
innerlijke strijd het einddoel te halen. Had ik honden achter mij aan, zij
moeten zich door drommen opdringerige supporters fietsen. Iedere keer, wanneer
ik naar de Tour kijk, beleef ik ook mijn eigen reis. Een mooie manier je eigen
herinnering te koesteren.
![]() |
| op de camping langs de Rijn, kort voorbij Basel |
Inmiddels
loop ik nog steeds. Hard lopen is mij zeer stellig ontraden (zelfs een paar
meter). Fietsen lukt mij niet meer. De kracht is nu helemaal uit de benen.
Dagelijks beleef ik mijn hernia. Maar, in ben ooit van Haarlem naar Interlaken
gefietst! Drie weken lang herbeleef ik dat met de Tour. Genieten.
Naar
het WK voetbal heb ik nog geen minuut gekeken. Hooguit als Nederland in de
finale staat zal ik kijken. Maar verder; die voetballers zijn maar een stel
watjes, die daar nog zeer rijkelijk voor beloond worden. Nee, dan voel ik mij
een echte vent. Zonder (financiële) waardering. Maar ik haal mijn persoonlijke
waardering wel uit andere waarden! Ik hoop stiekem dat Nederland faalt in de
halve finale. Dan kan ik mij lekker richten op het verloop van de Tour de
France... en mijn eigen herinneringen.
Abonneren op:
Posts (Atom)





