vrijdag 3 juli 2020

Politieke Corona


2020 staat in het teken van een pandemie. Een pandemie waar in eerste instantie weinig bekendheid mee was en geen medicijnen tegen waren, noch een vaccinatie. Inmiddels is er veel meer bekend. Het is een serieuze pandemie en er dient wel degelijk ernstige rekening mee gehouden te worden.
We zijn nu enkele maanden verder en inmiddels zijn vele maatregelen de revue gepasseerd. In grote lijn zijn deskundigen het met elkaar eens, maar per land blijken de verschillen ook groot en staat al die deskundigen niet op een lijn. De vraag reist dan ook in welke mate de deskundigen nog onafhankelijk zijn, wanneer je kijkt naar de politieke besluitvorming. Regeringsleiders die een grote invloed hebben op de bestrijding, zoals in de USA en Brazilië. Ontkenning is hier het beleid, al wordt dit binnen de naties zelf ook tegengesproken. Toch hoeft het niet ver van huis gezocht te worden om duidelijk te krijgen dat de pandemie een politiek pandemie is geworden. De tegenstrijdigheden in beleid tonen dit aan. Er worden regels opgelegd en de onduidelijkheid neemt hierdoor alleen maar toe. De vraag wat is waar en wat niet speelt bij steeds meer individuen een grote rol en tegenbewegingen staan steeds meer op om de pandemie zelfs grotendeels te ontkennen. Een voorbeeld zijn de reisbeperkingen. Als eerste wordt er nauwelijks gekeken naar gebieden, maar naar landen. Portugal is momenteel een uitzondering, met een code oranje voor Porto en Lissabon. Turkije daarentegen is geheel code oranje… Niet te bevatten. Per hoofd van de bevolking staat Nederland op plaats acht met de meeste doden per 1000 inwoners. Een land als Turkije staat veel lager, zelfs met (politieke) correcties. Nee, er is iets anders aan de hand. De Europese Unie geeft de deelnemende landen sneller code geel of groen, dan landen daar buiten. Het simpele feit lijkt te zijn dat men de economie binnen de EU weer op gang wil helpen, dus het toerisme moet binnen de Europese grenzen blijven. De strook tussen Bodrum en Antalya is een van de veiligste gebieden, met de minste besmettingen. Maar Turkije is code oranje. Politiek nuanceert niet (of nauwelijks). Italië is code groen… zeer twijfelachtig. Van Nieuwenhuizen stelde zelfs dat het onverantwoordelijk is om naar Turkije te gaan… Misschien is het juist onverantwoordelijk om in Nederland te zijn.
Een ander punt is de anderhalve meter samenleving… In het ene land is het een meter, in sommige zelfs twee meter. Aangetoond is dat buiten besmettingen veel minder voorkomen, dan binnen vier muren. Maar welke afstand is nu de juiste?  Of zou je verschillende afstanden moeten hanteren? Nee, Rutte blijft bij de anderhalve meter. Punt uit.
Ook de mondkapjes is zo’n politieke discussie. In het Duitse Jena is aangetoond dat mondkapjes zorgen voor 60% minder besmettingen. In Nederland wordt het dragen van mondkapjes volledig weggewoven. Het helpt niet, wordt door Rutte gezegd. Toch moest met, plots, in het OV mondkapjes dragen. Maar ze helpen toch niet? Of zit hier ook weer een politieke reden achter? Het gaat er steeds meer op lijken.  Nee, een mondkapje helpt geen 100%, maar wel een hoop. Ach ja, Nederland had al zijn mondkapjes verkocht aan China… ja, dan heb je ze niet en ontken je maar.
Enkele voorbeelden van hoe de politiek met de pandemie om gaat en manipuleert. In bijna alle landen zie je vergelijkbare politieke invloed, vaak tegenstrijdig met beleid in andere landen, maar zeker ook regelmatig in strijd met het eigen beleid.  Niet vreemd, dat men het niet meer begrijpt, regels worden overtreden en weerstand ontstaat. De politiek maakt de mens angstig. Natuurlijk, de pandemie is serieus en iedereen moet alert zijn. Net als bij griep vallen er vele doden, en inderdaad vaccinaties en medicatie zijn er nog niet, dan wel onvoldoende, maar alle verantwoordelijkheid wordt bij de individu weggehaald. De politiek grijpt haar macht, we zijn onze vrijheid kwijt aan niet een onzichtbare vijand, maar aan de politiek.
Een wereldwijde pandemie zou een wereldwijd beleid moeten tonen met een wereldwijde duidelijkheid… in plaats van al dat gekloot waar de mens nu aan overgeleverd is.

vrijdag 24 april 2020

Ongeduld


We leven in een onwaarschijnlijke wereld. Er is een vijand, een onzichtbare. Er rijden geen tanks door de straten. Geen geluid van ontploffende munitie. Er is geen sprake van tsunami’s of alles verzengende branden. Het is stil. De wereld ligt stil. Er waart een spook over de wereld. We zien hem niet, maar is er wel. Het spook beïnvloed ons totale leven.
Je moet je beschermen tegen iets wat je niet ziet, wat je in feite niet kan vatten. Veel mensen begrijpen het niet. De media berichten er constant over. Sociale contacten kennen nauwelijks nog een ander onderwerp. Soms mag je helemaal niet naar buiten. Anderen mogen wel, maar zo beperkt mogelijk. Werk ligt grotendeels stil. Op straat lopen mensen rond in een sciencefiction achtige outfit, mondkapje voor het gezicht. In sommige landen iedereen. In andere naties een enkeling. We ween niet goed hoe we deze vijand moeten bestrijden. Dat zaait twijfel. Mensen die angst hebben, anderen gewoon voorzichtig. Lui, die de ontkenning schreeuwen, of gasten er echt niet in geloven tegenover de eikels die alleen aan zichzelf blijven denken. De vijand verdeeld de wereld. Doemdenkers versus complottheoriedenkers. Dagelijks worden ons de cijfers voorgeschoteld; zieken, opnames en doden. Het zijn er veel, maar genoeg om het te kunnen bagatelliseren. Deskundigen die een gelijk verhaal vertellen, maar ondertussen elkaar ook tegenspreken. Soms vanuit overtuiging, andermaal vanuit andere belangen. Er wordt gehoopt op een andere wereld na deze oorlog, terwijl anderen denken dat straks alles op de oude voet door zal gaan. We weten het nu niet, we kennen de toekomst niet.
Inmiddels duurt het al geruime tijd. De wereld ligt stil en we zien onze vijand nog steeds niet. Meer en meer mensen worden de maatregelen moe. Ze denken dat het wel mee valt. Niemand weet hoelang het gaat duren. Wanneer de bommen vallen, of militairen angstaanjagend door straten paraderen denk je alleen aan het jezelf in veiligheid brengen. Dan ga je niet op een gegeven moment naar buiten, omdat het lang genoeg heeft geduurd. Wanneer je de vijand niet kan zien wordt je wel moet van de maatregelen. Dan ga je er makkelijker mee om, raakt je geduld op, daar je immers niets ziet. De cijfers geven hoop, maar hoe vals is deze? Men kijkt alleen naar de hoop in deze doodogende wereld.
Steeds harder gaan de geluiden dat de economie moet door gaan. Dat er meer slachtoffers vallen, dan de vijand maakt. Faillissementen, werkloosheid, armoede. Ondertussen blijft een groep rijken zich verrijken. Niemand weet het, niemand weet de vijand adequaat te bestrijden, maar iedereen heeft een mening. We weten het ondertussen beter dan de deskundigen. Ongeduld slaat toe. Complottheorieën worden sterker. Onbegrip groeit. Cijfers worden honend afgedaan als dat het maar zo’n klein percentage is, wat slachtoffer wordt van deze vijand. Welke maatregelen ook genomen worden. Misschien juist door de maatregelen dat het aantal slachtoffers beperkt blijft. Misschien ook niet. Het is het grote onbekende. De een houdt zich keurig aan de quarantaine, terwijl de ander er steeds meer lak aan heeft. Zich niet aan de regels houdt en vervolgens zegt: ik ben toch niet ziek? Zij die het wel worden hoor je nauwelijks.
Tien weken, acht weken, zes weken. Soms duurt het al heel lang, soms is het amper begonnen. We worden ongeduldig, moe en willen weer de draad op pakken. Wanneer er een soldaat met een geweer voor je staat heb je al deze gedachten niet… wel, er staat een soldaat met een geweer voor je, alleen je ziet hem niet. Geduld is moeilijk, maar breng het toch maar op. Zelfs die onzichtbare soldaat kan je neerschieten. Zwaar verwonden of zelfs doden. Heb geduld…

maandag 30 maart 2020

#Corona en de zorg


Het Nederlandse zorgsysteem is volgens mij uit zijn context gerukt. Dit valt nu duidelijk op, met de uitbraak van het corona virus (Covid-19). Op zich staat de zorg als kwalitatief goed te boek, maar qua efficiëntie en kosten is het een heel ander verhaal.
Het duidelijkst hierin is het aantal IC-bedden. Ruim duizend. Maar kijken we naar België, dan zie we dat ze daar bijna een dubbele hoeveelheid IC-bedden hebben, bij een lager aantal inwoners. Bij een vergelijk met Duitsland moet Nederland zelfs beschamend toezien. De bedden zijn nu hard nodig. Na deze pandemie zullen er ongetwijfeld meerdere volgen, met onze overbevolkte wereld en belasting van het klimaat.
In Nederland is de zorg verschrikkelijk duur. De maandelijkse premie voor de ziektekostenverzekering is hoger dan de ons omringende landen, waarbij nog een stevige eigen bijdrage kan komen. We zijn gewoon erg duur uit. Krijgen we daar nu ook meer voor? Ten aanzien van de kwaliteit kan dit zo zijn, maar wat efficiëntie betreft valt het vies tegen. Voor de meeste behandelingen (mits niet urgent) zijn wachttijden. Zelfs voor een MRI zijn wachttijden. Daarbij zijn de zorgverleningen ook relatief erg duur. Neem een MRI. In Nederland kost deze al snel zo’n 300 euro. In Turkije bijvoorbeeld betaal je ongeveer 30 euro en dan nog in een particulier ziekenhuis ook. In Nederland wacht je gemiddeld een paar weken op een MRI, in Turkije kan je dezelfde dag terecht, én heb je dezelfde dag uitslag. Verdienen de medewerkers in de zorg dan zoveel? Absoluut niet. Alle kosten gaan duidelijk niet naar personeel. Vreemd, vrijwel de hoogste kosten en toch onderbetaald personeel. Er zit iets goed scheef in het Nederlandse zorgsysteem. Wat? Ik ben geen deskundige en kan er de vinger ook niet echt op leggen, wat niet wegneemt dat ik er wel ideeën over heb.
Om te beginnen kennen we het DBC (Diagnose Behandel Contract). Ga ik een keer naar het ziekenhuis voor een kleine aandoening, moet er betaald worden voor een hele behandeling. Zeg maar een behandeling van drie consulten en de nodige bijkomende kosten (verband, foto’s, etc.). Al kom ik maar die ene keer, ik moet voor het hele traject betalen. Vanuit dit oogpunt is de zorg al zeer duur. Daarnaast is de invloed van de zorgverzekeraars dermate, dat zij veel te veel invloed hebben op het hele systeem. Zo veel, dat dit het systeem al inefficiënt maakt. De rol van de zorgverzekeraars moet dus compleet anders.
Maar waar blijft dat vele geld wat in die zorg gestopt wordt? Een vraag die duidelijk is, maar een antwoord wat voor de leek absoluut vaag is. Dat wordt dus suggereren… Wel wat opvalt is dat vele producenten op het gebied van de zorg per land andere prijzen (kunnen) berekenen. Het zelfde medicijn in Turkije is soms 60% goedkoper (of meer) dan in Nederland. Ook schijnt het dat medische apparatuur niet overal dezelfde prijzen kent. Ik ga er wel vanuit, dat de verschillen in West-Europa wat dit betreft allemaal niet zoveel uiteen lopen. Maar, dan komen er energiekosten, belastingen en verzekeringen bij, alsmede tal van andere vaste lasten. Het kan bijna niet anders, dan dat deze in Nederland erg hoog zijn.
De schuld bij de sector leggen is onvoldoende. Ook de overheid dient de stoute schoen aan te trekken. Ze bezuinigen op de zorg, en vooral het personeel. Overigens is het verschil van beloning tussen specialisten en verpleegkundigen ook wel erg groot. Maar het lijkt erop dat de overheid verder te weinig grip op de zorg heeft (de verzekeraars te veel), waardoor nu met de Corona duidelijk wordt dat er zaken scheef zitten. Natuurlijk is dit allemaal suggestief en vanuit een onderbuik gevoel. Een tipje van een hele grote sluier, maar wel iets waar nu wel eens flink aandacht aan gegeven mag worden. Bovendien, iedereen heeft het nu zo hoog op met het medisch personeel, maar is het niet veel beter dit ook daadwerkelijk handen en voeten te geven? Kortom, wanneer de crisis voorbij is moet de zorg een flink geherstructureerd worden, meer invloed vanuit de overheid, 10% salarisverhoging voor medisch personeel (op de werkvloer) en zorg dragen voor een meer efficiënte en goedkope zorg. En geef die verpleegkundigen en schoonmakers en al dat personeel ook maar eens een eenmalige netto bonus… van zo’n 2000 euro per persoon. Dan laat je zien wat je waardeert en waar je voor gaat. Maar zoals nu… dat mag eigenlijk niet langer…

maandag 2 maart 2020

Als ik sterven zal....


Het leven is een collectieve droom en bestaat helemaal niet. Het is een zijn tussen toekomst en verleden, want het “nu” is er niet. Wanneer je overleden bent weet je niet meer dat je ooit geleefd hebt. Wel, een drietal uitspraken die, lijkt mij, vrij duidelijk zijn.

Heeft het leven dan wel zin? Wat is een “zinvol bestaan” eigenlijk, wanneer je uitgaat van een droom, die feitelijk niet bestaat en je na de droom geen enkel besef meer van hebt. Veel mensen hangen daartoe een religie aan, als een soort reddingsboei van het leven, met vooral diverse gedachten over de periode na de dood. Maar behoeft de mens echt een religie, om het leven “zinvol” te ervaren? Mijn mening is dat ieder mens zelf de zin van het leven bepaalt. Dat kan in hele kleine zaken, maar ook in een groter goed. Het leven heeft immers zin, zolang je er van mag genieten. In grote context bekeken is de vraag veel boeiender en zal de eerste conclusie moeten zijn dat het leven totaal zinloos is. Misschien is dat ook zo, wellicht ook niet. Naar het schijnt verliest de mens bij het overlijden een niet nader te duiden hoeveelheid gewicht. Het is maar klein, maar schijnt er te zijn. Gelovigen noemen het de ziel. Mijn leven wordt bepaalt door mijn biologische bewustzijn. Mijn hersenen werken en maken mijn identiteit. De omstandigheden in het leven maken wie ik ben, en ook hier is een zeker hiaat. Stel, dat er een ziel is, waar gaat dat naar toe, na de dood, en wat in hemelsnaam houdt dat eigenlijk in?
In mijn visie is die ziel een complex stukje techniek, wat wij mensen niet kunnen bevatten. Ik noem het een “floppy” (voor de jongeren onder ons, dat was de voorloper van de CD-ROM). De ziel is een floppy, die wij niet kunnen zien en ergens is, waar wij geen vat op hebben.
Die floppy zweeft door tijd en ruimte en vindt telkens weer een computer, een levend organisme. Een vorm van reïncarnatie, echter geen levend wezen is bekend en bewust van de inhoud van die floppy. Die floppy is er altijd al en voor de eerste keer in een zeer eenvoudige levensvorm gestopt. Via meerdere levensvormen is die floppy nu in mij. Afhankelijk van hoe je leeft, wat je er mee doet, gaat de floppy na jou dood in een ander levend organisme. Dit kan iets op een lager niveau zijn, hetzelfde, of hoger. Er zijn ook omstandigheden dat de floppy stuk gaat, waarna alle vormen van leven voorbij zijn. Het idee is echter, dat de floppy steeds meer data krijgt. Overigens kunnen de levensvormen op alle locaties zijn, waar leven mogelijk is. Het hoeft dus niet aan de aarde gekoppeld te zijn. Wanneer een floppy heel blijft en uiteindelijk alle goede data bevat komt er een levensvorm, waarbij je bewust bent van alle levensvormen, welke jou gepasseerd zijn. Dat is een perfect leven en met name een leven waarin het “nu” wel bestaat, mede omdat de hoogste levensvorm geen tijd kent.
Zelf geloof ik stellig in de eerste regels van deze blog. Maar, omdat de totale zinloosheid er bij mij niet in kan heb ik dus toch een gedachte over een ”eindpunt”. Ik, zoals ik nu ben wie ik ben, zal mogelijk nooit beseffen dat het er is. Toch is er een hele kleine kans wel dat punt te bereiken. In ieder geval reden genoeg voor mij om mij leven zo goed en integer mogelijk te leiden. En wie weet blijkt deze, voor velen ogenschijnlijke onzin, ooit de bewaarheid…


maandag 17 februari 2020

somberheid

Nee, ik ben nog geen oude man. Ik voel mij nog fit en fier, droom dagelijks mijn idealen en wensen. Toch draag ik het gevoel van een man die er niet meer toe doet. Geen perspectief meer heeft, gebukt blijft gaan onder de eeuwig lijkende problemen. Recent vernam ik weer enige berichtgeving over "voltooid"leven. Soms krijg ik dat gevoel en denk dan; het hoeft niet meer. Een spagaat tussen mijn levenslust en moedeloosheid.

Het leven is geen gebakje, zoals men wel eens placht te zeggen. Toch, voor sommigen is het meer een giftaart, terwijl anderen toch heel wat slagroom verorberen. Hen die het goed gaat wijzen altijd met een vingertje; je hebt het er zelf naar gemaakt. De vraag is of dat daadwerkelijk zo is. Ja, natuurlijk draag ik verantwoordelijkheid voor mijn eigen situatie, maar aan de andere kant is de samenloop van omstandigheden ook zo, dat ik het mijzelf echt niet kan aanrekenen. Ik had een goede job en een prima inkomen. Dat ik beiden verloor is een tegenslag. Misschien is daar wel iets aan mijzelf te wijten. Dat echter juist op dat moment een economische crisis was en het op geen enkele wijze lukte weer een baan te verkrijgen kan ik toch echt mijzelf niet verwijten.
Ik was (en ben soms nog) erg teleurgesteld in de medemens. Vooral zij die zich redelijk/relatief onbekommerd door het leven bewegen. Mensen met wijsvingers. Toch ben ik de persoon die zijn eigen leven in de hand heeft. Dat de invloed van buitenaf hier buiten valt is secundair. Ja, ik word ouder, mijn afstand tot het arbeidzame leven vergroot per jaar. Mijn inkomen is gekrompen. Vaker heb ik in dat soort situaties verkeerd, in mijn jonge jaren al. Maar altijd was er perspectief, kon je blijven dromen. Nu lijken de dromen loze films. De dromen worden leger.  Het ergste ervaar ik het toenemend ontbreken aan perspectief. Natuurlijk heeft dat ook te maken met mijn leven in Turkije en het feit dat ik eigenlijk terug wil naar het westen. Naar weer een gewone, normale, maatschappij. En dan ervaar je weer een nieuw gevoel. Nooit heb ik leren omgaan met geld. Thuis hadden wij het goed. Er werd nooit over geld gesproken en ik kreeg er niets van bij. Op een ding na: "Koop nooit iets tweedehands, maar nieuw" en "betaal altijd alles cash". Duidelijk mag zijn dat ik vanuit een redelijk gegoed nest kom, enigszins conservatief. En wanneer mijn leven volgens alle boekjes was verlopen had ik er waarschijnlijk ook niet veel moeite mee gehad. Helaas, ik ben wie ik ben en dat is niet iemand die geheel in het gareel loopt en duidelijk mijn eigen wensen en behoeftes heb. Dat heeft gevolgen. Ik heb in armoede geleefd, maar wist me eruit te redden. Ik heb zelfs rijkdom gekend, en spendeerde al mijn geld.
Mijn leven momenteel is een zekere herhaling. Toch ook anders. Ik leef niet in armoede, maar we moeten het doen met een zeer beperkt budget. Een groot deel van dat beperkte budget gaat op aan zaken, waar we verder weinig van zien als vaste lasten, huur, belastingen, verzekeringen. Ondanks dat we dit alles zoveel mogelijk beperken slaat het een overdadig gat in de maandelijkse begroting. Maar er is iets anders. We kunnen niet omgaan met ons beperkte leven. Althans onvoldoende. Het lukt niet te realiseren dat er in feite geen geld is, en toch willen we van alles. We doen dat deels, maar vooral met kleine dingen. Het probleem is dat de optelsom van kleine dingen heel erg veel kan zijn. Wat dat betreft moeten we hand in eigen boezem steken. Toch ben ik van mening dat de vorming van mij, mijn opvoeding en het leven in het algemeen debet zijn aan mijn huidige gedrag. Ik heb nooit goed geleerd met geld om te gaan en ben autodidact. Liever kwam ik uit een arm gezin, waardoor ik zeker en vast veel bewuster in het (financiële) leven zou staan.
En dan is er opeens een onvoorziene post. Iets wat wel erg vaak voorbij komt. Dan worden de problemen beklemmend. Dan wordt het verschil met vroeger duidelijk. Destijds had ik dromen, was er perspectief... momenteel zal er tot mijn dood weinig veranderen in mijn financiële situatie. Mijn grootste probleem is niet dat ik zuinig moet doen, maar dat er par maand zoveel (verhoudingsgewijs) gewoon verdwijnt. Waar je niets mee kan, en (in directe zin) niets aan hebt. Voorheen was de last ook groot, maar bleef er voldoende over. Dat is de grote verandering. Eentje waar we maar moeilijk mee kunnen handelen. Dat maakt mij zo somber. Somber, maar vooral ook moe. Altijd weer dat gezeik, altijd weer oplossen... En natuurlijk, de mensen in de derde wereld kennen echte armoede. Toch een vergelijk wat niet correct is. Armoede moet je zien in het perspectief van de maatschappij, waar je in leeft. Dan blijkt en blijft ook in het westen de situatie bepaald niet rooskleurig. Ben nu bijna half zestig. Misschien kan ik nog wel dertig jaar mee. Onder deze omstandigheden maakt mij dat moe. Moe en somber en begrijp steeds beter de discussie inzake het "voltooide" leven. Maar, mijn leven is nog niet voltooid. Nog lang niet. En ik blijf zoeken naar en hopen op perspectief, al heeft de maatschappij mij min of meer al afgeschreven....

donderdag 2 januari 2020

Hardleers 2020


Nu gaan we er vanuit dat wij een intelligente diersoort zijn, maar in feite valt dat best mee. En vooral, wat is ons soort toch verdomde hardleers.
Een nieuw jaar staat geheel open voor ons. Goed, op drie dagen na, want de jaarwisseling ligt weer achter ons en langzaam pakt een ieder weer het normale leven op. De feestdagen zijn achter de rug. Het was weer gezellig, of juist niet, maar de rest vervalt alweer snel in de vergetelheid. Een goede reden om komende jaarwisseling weer te vervallen in de herhaalde discussie, welke ook afgelopen keer weer een herhaling was van de vorige.
Velen zijn druk bezig met het milieu en vooral het klimaat. Politiek spreekt erover, de jeugd gaat de straat op en vele nuances zitten er tussen. De ruime meerderheid realiseert inmiddels dat het niet de goede kant op gaat met moedertje aarde, evenmin met ons soort. De populistische klimaatontkenners krijgen nog steeds veel ruggensteun. Niet zozeer gestoeld op de ontkenning als wel het feit dat men er zelf geen flikker aan wil doen. In feite wordt de westerse mens steeds anti-socialer. Let wel, hier wordt niet gezegd: asociaal, maar antisociaal. Men gedraagt zich uitermate sociaal, maar dan wel waar het zichzelf enigszins uitkomt. Een schitterend (triest) voorbeeld hiervan is dat wanneer je kijkt naar de gemiddelde mening van de mens over klimaat en dierenliefde is het niet te rijmen dat afgelopen jaarwisseling weer meer dan 10% meer vuurwerk is verkocht (€ 77 miljoen!). Dat de traditie vervuilend is, tot zeer veel overlast leidt en slecht is voor het welzijn van dieren, wordt breed onderschreven, maar toch wil ieder zijn eigen pijltjes de lucht in gooien. Tot een algemeen vuurwerkverbod komt het maar niet, want immers de traditie moet overeind blijven. Met de traditie van Zwarte Piet nemen we het minder nauw, daar er inmiddels steeds meer Roetveeg Pieten rondhuppelen. De traditie wordt, lijkt wel, meer aangewend om het eigen belang (bedachte algemeen belang) na te streven, dan dat hier een algehele filosofie achter zit.
Misschien moet in 2020 het algemeen afsteken toch maar in de gehele breedte verboden gaan worden. Het brengt zoveel schade en ellende. Wel lijkt het zinvol alternatieven te bieden. Je zou per woonkern een centraal vuurwerk kunnen organiseren. Per woonkern een pot neerzetten, waar men geld in kan doneren wat de omvang van de show gaat bepalen. De overheid mag dit alles verder wel organiseren natuurlijk, maar met een veel lagere inzet van hulpdiensten mag dat budgettair geen negatieve post opleveren.
De overlast beperken. Maar ook beter voor het milieu en het klimaat, waarbij men toch het feestje behoudt. Alhoewel, er is nog een groep waar mee gekampt wordt. Letterlijk. De jongeren en adolescenten. Voorbeeldje; Den Haag. Maar ook de brand in de flat, waarbij vier mensen in een flat vast kwamen te zitten, met alle ellendige gevolgen van dien. Wat heeft de jeugd weer een grote post schade aangericht. En volkomen nutteloos. Wat zegt dat over de jeugd? Wel, de neiging bestaat om vooral af te vragen wat het over de ouders zegt… Het gedrag van 14 en 15 jarige wat de spuigaten uitloopt. Daar mag je de ouders toch niet aan voorbij lopen? Tuurlijk wel. Ouders moeten werken, hebben het druk en zijn, net als de rest; antisociaal. Kinderen worden net zo en langzaam mag de jeugd meer ontsporen. Het gedrag van de adolescenten is dan ook geheel verklaarbaar. De jeugd mag wel weer eens harder aangepakt worden. Op school, op de club, maar vooral thuis. Wanneer we in 2020 hier nu eens aan gaan werken én het vuurwerkverbod gaan instellen, dan kan de volgende jaarwisseling eens wel beter verlopen. In tal van opzichten. Maar goed, velen zullen (vanuit eigenbelang) deze woorden natuurlijk onderschrijven en vervolgens diep in een prullenbak stoppen. Leuk voor een fikkie….

vrijdag 8 november 2019

Strand

In mijn jonge jaren togen wij strandwaarts op de fiets, zwetend door de duinen. In principe werden hier zonnige zomerse dagen voor uitgekozen, alhoewel het grillige Hollandse weer regelmatig onverwacht roet in het eten wist te gooien.



Het strandbezoek was telkens weer een onderneming, welke een goede voorbereiding behoefte. De banden werden opgepompt, de pomp en het bandenreparatiesetje diende ingepakt te worden. Handdoeken, het plastic emmertje, de nodige versnaperingen en zonodig een windscherm. Bepakt en beladen trapten we de Naaldkerk voorbij. Voor mijn gevoel was het naar de ingang van het duingebied al een stevig eind trappen. Duin en Kruidberg vermeldde het bordje, genaamd naar het naastgelegen buitengoed. Een stukje recht, langs een klein agrarisch veldje, scherp naar rechts en alras met een zelfde hoek van 90 graden naar links. Daar begon het echt. Onder de hoge en statige beukenbomen. Bij terugkeer werd hier later kort geparkeerd om het welkome water uit het fonteintje te drinken. Soms was mijn behoefte op de heenweg al een korte adempauze in te lassen.

Dan begon de tocht echt. Langzaam ging het loof over in naaldbomen en het typische, wat kale, duingebied. De verharding van het pad veranderde even zo ongemerkt in een mul schelpenpad. Dan kwamen de eerste duinen. Het pad maakte een bocht om de helling van de klim minder stijl te laten verlopen. Vol vaart en met alle kracht poogde ik de top van de duin als pedalerend te behalen. Zeer regelmatig een hopeloze poging, naarmate ik meerdere lentes telde echter wel met een toezend gemak. De eerste duin wist ik al snel de baas te zijn, maar de volgende toppen behaalde ik lopend en hijgend met de fiets in mijn hand. Er waren minstens drie van die duinen, die "genomen" moesten worden vooreer de laatste duin bereikt was. Mijn jeugd was nog voor de grote konijnenziekte. Overal wipten de witte kontstaartjes als kleine balletjes weg. Konijnen zag je altijd, herten waren een zeldzaamheid. Soms kon je een vos, op grote afstand, waarnemen.de reis tot de laatste duin heb ik altijd ervaren als een marteling van het kleine kind, echter blij wanneer de stalen ros tegen het dennenhouten hek gezet kon worden om vervolgens gebogen onder alle bagage die laatste barricade lopend aan mijn wil te onderwerpen. Wegglijdend door het mulle zand bereikte ik de top waarop mijn stemming direct omsloeg in een ondefinieerbaar gevoel van genot. Het strand van Santpoort lag vrijwel precies tussen Bloemendaal aan Zee en het strand van IJmuiden. Een ondefinieerbaar stukje strand, waar plots een tal van handdoeken en windschermen uitgestald waren. Enige voorzieningen ontbraken. Het deerde ons niet. Met het emmertje toog ik naar de rand van de zee om krampachtig vele emmertjes te vullen in de irreële drift de zee tegen te houden. Meegebrachte Dinky Toys werden ingezet op de in zand aangegeven wegen.

Niet zonder weemoed gaan mijn gedachten soms terug naar mijn kindertijd. Vreugde en verdriet wisselden elkaar continu af. Afzien en genieten. Tegenwoordig hoef ik niet af te zien het strand te bezoeken. Ondanks dat het oude stukje strand weinig door verandering is aangetast is de wereld veranderd. Richting de kim zijn met een goed oog tientalle windmolens te ontdekken. Grote tankers liggen in een groep te wachten de sluizen te mogen passeren... Hè, de tankers zijn weg. Het strand van IJmuiden komt steeds naderbij dat verlaten strandje van Santpoort. Sinds de zuiderpier verlengd is groeit het strand. Toch, verder lijkt er weinig veranderd. En dat na zo'n 50 jaar. De wereld zo aanschouwend lijkt alles vredig. Echter, bij het verlaten van het strand overrompeld alle drukte mij, lawaai, het volle land. De konijnen zie ik niet meer, je struikelt over de herten, rundersoorten of semi wilde paarden. Waar ik ook ben, er is geluid. Achter die duinen realiseer ik mij hoe de wereld langzaam ten onder gaat, vernietigd door de mens. Ondanks de wrede herinnering aan de zomerse fietstochten koester ik mijn stukje strand...

dinsdag 5 november 2019

Kedeng kedeng

Kedeng, kedeng... Vreemd eigenlijk, de overheid probeert mensen in de trein te kletsen en de NS maakt het weer duurder. Nu door de dalurenkaart voor de avondspits hiervoor uit te sluiten. En dat juist ten tijde van de milieudiscussies en het toenemende begrip inzake de klimaatopwarming. Een aantal reizigers geeft aan de auto te gaan pakken. Geweldig! Niet dus. Goed, de treinen in de spits schijnen overvol te zijn. Mooi toch, dat steeds meer mensen de trein nemen? Blijkbaar kan de NS die drukte niet aan. Ze maken de treinen langer en de treinen rijden toch ook veel intensiever. Dat allemaal is niet genoeg dus. Misschien is de infrastructuur te beperkt. Eigenlijk is het allemaal vaag, maar dat los je mijns inziens niet op door de kaartjes duurder te maken. Immers, door de korting van 750000 af te nemen wordt de trein duurder. En dan te bedenken dat het kaartje voor de NS al het duurste van Europa is. Dan wel hoog in de top staat. Ik zie hier een tegenstelling van belangen in. We moeten uit de auto, maar worden onvoldoende de trein, het openbaar vervoer, ingelokt.
Laatst was ik van Haarlem met de trein naar Den Bosch gereisd. Dat ritje, op een zondag, kostte mij 37 euro. Veel, want voor minder had ik met de auto kunnen gaan. Dus een verkeerd signaal in feite. Daarbij viel mij op hoe vol de treinen waren. Wat dat betreft pakt men de trein duidelijk vaker dan vroeger. En dat ondanks de lange reistijd. Heen kostte het me drie uur, terug ruim twee uur. Met de auto ben je er met ruim een uur. Ondanks in feite het niet stimuleren met het openbaar vervoer te reizen, doe ik (en vele anderen) het toch. Belangrijk voor het milieu en een bescheiden bijdrage tegen de klimaatopwarming.
Vermoeiend hoor, dat hele klimaat gedoe. Stikstof, PFAS, asbest, fijnstof, CO2, plastic, noem maar op. Daar moeten we met z'n allen iets aan doen. Ieder individu, maar de overheid heeft hier ook haar verantwoordelijkheid in! En daar rammelt het aan alle kanten. Ja, de treinen zijn vol, maar in feite is dat een goed signaal. Daarbij moet je doorpakken. En wanneer er niet meer treinen bij kunnen moeten andere maatregelen getroffen worden. Als politicus heb ik ooit een voorstel gedaan voor een lightrailverbinding. Is er niet door gekomen. Toch zou de overheid meer moeten en kunnen met andere vormen van openbaar vervoer. Meer lightrail, vooral regionaal. In deze regio is het R-net, snelle en frequente busverbindingen. Uitbouwen die handel. En meer creativiteit brengt ook meer (goede) oplossingen. Ook zou het openbaar vervoer goedkoper moeten. Gratis, of bijna gratis, zou ideaal zijn. Misschien paradoxaal, maar die overvolle treinen is in basis een heel goed teken. Ga daarmee aan de slag en jaag de mensen nu niet weer de trein uit!