Posts tonen met het label Duin en Kruidberg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Duin en Kruidberg. Alle posts tonen

vrijdag 8 november 2019

Strand

In mijn jonge jaren togen wij strandwaarts op de fiets, zwetend door de duinen. In principe werden hier zonnige zomerse dagen voor uitgekozen, alhoewel het grillige Hollandse weer regelmatig onverwacht roet in het eten wist te gooien.



Het strandbezoek was telkens weer een onderneming, welke een goede voorbereiding behoefte. De banden werden opgepompt, de pomp en het bandenreparatiesetje diende ingepakt te worden. Handdoeken, het plastic emmertje, de nodige versnaperingen en zonodig een windscherm. Bepakt en beladen trapten we de Naaldkerk voorbij. Voor mijn gevoel was het naar de ingang van het duingebied al een stevig eind trappen. Duin en Kruidberg vermeldde het bordje, genaamd naar het naastgelegen buitengoed. Een stukje recht, langs een klein agrarisch veldje, scherp naar rechts en alras met een zelfde hoek van 90 graden naar links. Daar begon het echt. Onder de hoge en statige beukenbomen. Bij terugkeer werd hier later kort geparkeerd om het welkome water uit het fonteintje te drinken. Soms was mijn behoefte op de heenweg al een korte adempauze in te lassen.

Dan begon de tocht echt. Langzaam ging het loof over in naaldbomen en het typische, wat kale, duingebied. De verharding van het pad veranderde even zo ongemerkt in een mul schelpenpad. Dan kwamen de eerste duinen. Het pad maakte een bocht om de helling van de klim minder stijl te laten verlopen. Vol vaart en met alle kracht poogde ik de top van de duin als pedalerend te behalen. Zeer regelmatig een hopeloze poging, naarmate ik meerdere lentes telde echter wel met een toezend gemak. De eerste duin wist ik al snel de baas te zijn, maar de volgende toppen behaalde ik lopend en hijgend met de fiets in mijn hand. Er waren minstens drie van die duinen, die "genomen" moesten worden vooreer de laatste duin bereikt was. Mijn jeugd was nog voor de grote konijnenziekte. Overal wipten de witte kontstaartjes als kleine balletjes weg. Konijnen zag je altijd, herten waren een zeldzaamheid. Soms kon je een vos, op grote afstand, waarnemen.de reis tot de laatste duin heb ik altijd ervaren als een marteling van het kleine kind, echter blij wanneer de stalen ros tegen het dennenhouten hek gezet kon worden om vervolgens gebogen onder alle bagage die laatste barricade lopend aan mijn wil te onderwerpen. Wegglijdend door het mulle zand bereikte ik de top waarop mijn stemming direct omsloeg in een ondefinieerbaar gevoel van genot. Het strand van Santpoort lag vrijwel precies tussen Bloemendaal aan Zee en het strand van IJmuiden. Een ondefinieerbaar stukje strand, waar plots een tal van handdoeken en windschermen uitgestald waren. Enige voorzieningen ontbraken. Het deerde ons niet. Met het emmertje toog ik naar de rand van de zee om krampachtig vele emmertjes te vullen in de irreële drift de zee tegen te houden. Meegebrachte Dinky Toys werden ingezet op de in zand aangegeven wegen.

Niet zonder weemoed gaan mijn gedachten soms terug naar mijn kindertijd. Vreugde en verdriet wisselden elkaar continu af. Afzien en genieten. Tegenwoordig hoef ik niet af te zien het strand te bezoeken. Ondanks dat het oude stukje strand weinig door verandering is aangetast is de wereld veranderd. Richting de kim zijn met een goed oog tientalle windmolens te ontdekken. Grote tankers liggen in een groep te wachten de sluizen te mogen passeren... Hè, de tankers zijn weg. Het strand van IJmuiden komt steeds naderbij dat verlaten strandje van Santpoort. Sinds de zuiderpier verlengd is groeit het strand. Toch, verder lijkt er weinig veranderd. En dat na zo'n 50 jaar. De wereld zo aanschouwend lijkt alles vredig. Echter, bij het verlaten van het strand overrompeld alle drukte mij, lawaai, het volle land. De konijnen zie ik niet meer, je struikelt over de herten, rundersoorten of semi wilde paarden. Waar ik ook ben, er is geluid. Achter die duinen realiseer ik mij hoe de wereld langzaam ten onder gaat, vernietigd door de mens. Ondanks de wrede herinnering aan de zomerse fietstochten koester ik mijn stukje strand...

maandag 6 april 2015

De ruïne van Santpoort

Natuurlijk had ik ook de ruïne van Brederode getekend. Er is dus nog wel een herinnering op te halen aan een tekening. Soms ontbreekt even aan het overzicht. Geruime tijd geleden heb ik overigens al een uitgebreide blog geschreven over Velserend. Uit reacties blijkt deze blog nog steeds gelezen te worden, dus bij mijn herinneringen aan de ruïne van Brederode zal ik niet verder over dit zwembad uitweiden.

Als eerste de ruïne. In mijn jeugd een gesloten bolwerk, wat je alleen vanaf afstand kon aanschouwen. Toen (en nu nog steeds natuurlijk) prijkte de onwrikbare stenen pontificaal tussen de bomen, aan de achterzijde van een groene weide. Grazende koeien. Ook dat beeld is nog steeds niet volledig geschiedenis. Tegenwoordig is de ruïne opengesteld voor publiek en in en om het oude kasteel vinden diverse activiteiten plaats.

Als kind alleen dus de blik op afstand. Je zag die hopen steen en fantaseerde hoe het er uit moet hebben gezien. Doordat ik als kind al in het buitenland kwam had ik al enkele oude kastelen bezocht waardoor enig idee bestond over de leefwijze en inrichting. Ook het Muiderslot had ik, als toonbeeld van de Middeleeuwen, al een keer bezocht. Na het zwemmen gingen we dan thuis riddertje spelen. In mijn jeugd was koninginnedag nog een spektakel met een echte kinderoptocht. Een keer hebben we (ik heb mee geholpen!) een ridder gemaakt. Van kippengaas een geraamte. Dit werd overspannen met jute en er werd een hoofd op gemaakt. Aan de zijkant hingen twee met stro gevulde benen. Zelf droeg ik een cape van jute en een zwarte hoed. In het paard zat een gat. Daar ging ik doorheen en droeg het paard met banden, als men een rugzak torst. Diverse mensen vroegen aan Alfred (mijn jongste broer die met mij mee liep) hoe dat nou in elkaar zat. Mijn voeten zag je namelijk niet. En hij maar uitleggen. Ondertussen ging de optocht maar door. Het paard werd zwaarder en zwaarder en de banden sneden in mij schouders. Sommige mensen reageerden verontwaardigd dat ik niet de eerste prijs had gewonnen, met deze creatie. Voor zover ik herinner had ik de zevende prijs (en een eervolle vermelding). Bij het kolenhok, achter in de tuin, heeft mijn vader foto's gemaakt. Naast mij Jan Wiebe van Veen, die als ridder te voet de optocht mee liep. Ja, in die tijd maakte men nog veel werk van de verkleed optocht van de kinderen. Een paar weken werk was geen uitzondering. Tegenwoordig wordt er nauwelijks meer echt iets van gemaakt. Makkelijk en snel met hoog resultaat is wat de klok luidt. Ook worden de optochten minder en minder, soms heeft het muziekkorps (dat voorop paradeert) meer mensen. Gelukkig lopen tegenwoordig de ouders mee (vroeger overigens niet), waardoor de optocht tenminste nog op iets lijkt.

Dus een keer was ik de ridder van Brederode...



De ruïne prikkelde de fantasie. Bleef boeien, wellicht door de grote afstand die letterlijk geschapen was. Overigens was de ruïne een enkele keer wel geopend. Ik ben er als kind dan ook een keer binnen geweest. Nou, mijn fantasie kreeg de vrije loop en sloeg volledig op hol.

Een heel andere herinnering, voortkomend uit het plaatje van de ruïne is de gang naar het strand. Op de fiets door Duin en Kruidberg. In die tijd waren er nog veel konijnen in de duinen. Bij de boerderij ging je naar binnen. Eerst fietste je door een mooi bos, dan werd de begroeiing dunner. Struikgewas afgewisseld met dennenbomen luidde het duinlandschap in. Zeven duinen moest je over op de fiets. Soms een helse tocht. Aks kind waren sommige duinen stijl, maar de grootste vijand was het fietspad, geplaveid met schelpen. Krakend fietste je er over heen, maar bij een klim schoten de schelpen onder je banden weg. De uitdaging was alle duinen in een keer te "halen". Natuurlijk iets wat op een gegeven moment ook daadwerkelijk lukte. Bij de laatste duin werd de fiets geparkeerd en te voet door het mulle zand de laatste, stijle, duin over. Dan was je op het Santpoortse strand. Een zonnebader ben ik eigenlijk nooit geweest. Ik was aan het graven, bouwde kastelen, en hoopte dat ze bij de opkomende vloed zouden weerstaan. Iets wat nooit lukte. Bij iedere golf brokkelde er weer een stukje van mijn kasteelmuren af. Ieder strandbezoek weer werd een poging gedaan. Telkens de teleurstelling. Met handen gegraven, heel soms hadden we een schep mee, maar de zee won altijd.

Een enkele keer gingen we met mijn moeder. Dat mijn vader mee ging was een uitzondering. Het meeste ging ik met de familie van Veen mee, en later ook met mijn broers. De familie van Veen was een actief gezin. Regelmatig trokken zij er in het weekend op uit. Alfred (mijn broer) en ik gingen met regelmaat mee. In de zwarte Mercedes, met een snelheidsmeter die als een balk opzij schoof en van kleur veranderde. Een wonder in mijn ogen. Pa van Veen was ook actief lid van de PvdA (mijn nest was overigens erg liberaal; VVD). Een keer ben ik mee geweest met campagne. Landelijk of lokaal, dat was een te grote nuance voor die leeftijd. Bovendien was dat oninteressant.  Nee, dat de auto volgeplakt was met posters en op het dak luidsprekers muziek in de rondte schalde, dát was pas interessant.

Jan Wiebe en ik deden veel samen. Door hem ben ik zelfs een blauwe maandag gaan voetballen bij de Terrasvogels. De bal raakte ik nooit, wel andermans benen. Verder vond ik het altijd veel te koud. Lang heb ik die sport niet uitgeoefend. Wel ben ik de enige keer van mijn leven naar een echte voetbalwedstrijd geweest. Met van Veen natuurlijk. Een wedstrijd van Telstar, met keeper Heinz Stuy. Ook vanaf de tribune had ik weinig op met die sport. Daarna ben ik gaan hockeyen. Eerst bij Strawberries en later bij HBS (Houdt Braaf Stand). De korstte weg naar HBS was over de Brederodelaan. Toch nam ik zeer regelmatig de omweg lang de ruïne. Meer op de terugweg, dan op de heenweg. De reden was voornamelijk dat ik mij normaliter haastte om op tijd te komen.



Vrij letterlijk is het rondje kompleet en ben ik weer bij de ruïne uitgekomen. De verleiding toch iets over Velserend te zeggen kan ik niet weerstaan. In de bocht, bij het weiland voor de ruïne was de fietsenstalling. Op mooie dagen barstens vol. Dan, waar ongeveer nu de entré van de sauna is, was de ingang. Rechts de kassa. De doorgang was open, maar overdekt. Rechts was dan de snoeptent. Naast het zwemmen was de snoep erg belangrijk. De voorkant zag er aantrekkelijk uit, waarschijnlijk ook vanwege de levendigheid die er regelmatig was. De hele omgeving paste. De ruïne, Velserend met haar entree en het hotel restaurant, naast het zwembad. Een mooi plaatje. Tegenwoordig is dat beeld helemaal weg. Soms is het jammer, de dingen die voorbij gaan. Het hotel restaurant heeft lang stilgestaan en uiteindelijk door brand verwoest. Een teloorgang, welke mij nog steeds aan het hart gaat.



Het is de verste uithoek van de gemeente en evenzo van Santpoort. Wellicht ook de belangrijkste. In ieder geval speelde het in mijn jeugd een prominente rol. Een baken van mijn jeugd. In gedachte roep ik de beelden van weleer op. Met de ogen gesloten tekent zich een flauwe glimlach op mijn gezicht. Santpoort was een goede plaats geboren en opgegroeid te zijn. Als Santpoorter mag ik trots, of blij, zijn in dat dorp op te mogen groeien. Dat ben ik ook, al wil ik van mijn levensdagen niet meer in Santpoort wonen. Mogelijk omdat het dorp te veel aan herinneringen oproept. Zo geslaagd was mijn jeugd niet. Dat zal ongetwijfeld een rol spelen.

Behalve getekend heb ik de ruïne ook geschilderd. In beide materiaal technieken heb ik mij door Santpoort laten inspireren. De ruïne is een relatief alom vertegenwoordigd onderwerp in mijn schilderijen. Ik raak er niet over uitgepraat en uitgedacht.

Nu wordt de ruïne weer bedreigd. Er is sprake van een mogelijke sluiting. Dan is het weer dat gesloten, levenloze, bolwerk achter het weiland, tussen de bonen. Vorige zomer heb ik er nog een poosje gestaan. Vanaf het hek is het zicht op het massieve gebouw. Net als toen ik klein was stond ik hier. En toch is er veel veranderd,

woensdag 18 september 2013

dierenleed


De vereniging van Natuurmonumenten inventariseert hoe de Nederlander er over denkt om de dieren de Oostvaardersplassen bij te voeren. De gemeente Amsterdam heeft het besluit genomen herten in de Waterleidingduinen af te mogen schieten. Nederland spreekt over te veel dieren in het wild.

Waar moet dit heen? Op Facebook heb ik al aangegeven dat wij het wel hebben over te veel dieren en dieren afschieten, maar dat wij het nooit over het feit hebben om mensen af te schieten, omdat er teveel mensen zijn. Velen zullen zeggen dat ik hier een waanzinnige vergelijking trek. Maar is dat zo? Wat zijn wij als mensen meer? Alleen omdat wij slimmer, en ontwikkelder zijn? Ja, zelfs zo sterk dat wij het dieren leven in dezelfde lijn trekken als het leven van de mens.
Nee, daar waar wij dieren hebben die in een relatieve wildernis en vrijheid leven moet je het leven met rust laten. Voor ons, mens, is het hard dieren te zijn lijden of zelfs van honger te zien sterven. Toch is dát de natuur. Nee, de dieren in de Oostvaardersplassen moeten wij niet bij voeren. Maar ook moeten wij ze niet afschieten. Natuurlijk, er ontbreken voldoende natuurlijke vijanden, zoals de wolf. Nou, laat de wolf maar komen!


Ook in onze regio (Kennemerland) is het een flink onderwerp van discussie. Hier zitten te veel herten. Afschieten en inperken is de reactie. Waarom? Tja, je kan een ongeluk krijgen, wanneer je met je auto door de bossen en duinen rijdt. Sorry, maar dat is life! Afgelopen zaterdag reed ik langs de duinen, bij Duin en Kruidberg. Op een kruising zag ik een hert. Midden op de weg. Prachtig. Het dier bleef staan, keek ons aan en wandelde rustig naar de berm, om daarna een sprintje uit het zicht te trekken. Ik sta dan stil, en kijk, en geniet. Ik weet dat hier dieren in het wild kunnen lopen. Ja, dat is opletten, maar die tol betaal ik graag.
bron: eenvandaag
Gaat het nu om de herten, als gevaar voor het verkeer, of de hongerlijdende stervende paarden in Flevoland? Wel nee.in onze hoogconjunctuur zijn wij veel te veel vervreemd van de natuur. De mens ziet niet dat de welvaart onze wereld doet verschrompelen. Het gaat niet alleen over de regenwouden. Het begint klein, het begint in onze eigen omgeving.
Ik heb het al eens gehad over het feit dat we geen hanen in woonkernen meer horen. Overlast. Gelul, de krijsende kinderen van de buren is pas overlast. De eeuwige competitie tussen mens en dier. We kennen de vos, de beer, de wolf. Ze mogen ons niet meer lastig vallen... Ach, ik zou willen dat ze ons lastig vallen. We moeten niet zi spastisch en vals sentimenteel doen. Wanneer mensen dieren mishandelen, ja dan mag je hard ingrijpen. Maar laat de natuur zo veel als mogelijk de natuur!


Natuurlijk, in het kader van meer welvaart kunnen we de hele wereld volbouwen, asfalteren en cultiveren. Vooral door gaan, dan creëren we zo veel welvaart, dat de mens over een paar eeuwen  zichzelf heeft doen uitsterven. En al die generaties die het beste voor hun kinderen (en kleinkinderen) willen helpen onze aardkloot daarmee alleen maar verder naar de gallemiezen. Ja, jammer wanneer een hert je begonia's uit de tuin opvreet, maar zo is het nu eenmaal. Zet dan een goed hek neer. Nee, wat mij betreft blijven we met onze poten van de wilde dieren af, en laat de natuur z'n gang gaan, daar waar het even kan. Geen valse sentimenten meer. Sterker, misschien moeten we de natuur iets meer helpen de natuur weer te zijn.  



dinsdag 12 maart 2013

Reerug of hertenbiefstuk

damhert


De regio is vol over de overlast van herten. In hoeverre het woord overlast van toepassing is, is de vraag. Tegenwoordig heeft de westerse, Nederlandse, mens al snel last van de natuur. Rond de hertenproblematiek maakt men zich momenteel heel erg druk.

Edelhert
In de winter en het vroege voorjaar laaien de discussies het meeste op. In de duinen zijn te veel hertachtigen en die trekken, om voedsel te zoeken, buiten hun territoria… de bewoonde wereld in. Ze staan op de rijbaan en lopen zelfs door onze tuinen. Dat mag niet, want de automobilist dient ongestoord de 50 kilometer per uur vast te houden om zich van A naar B te verplaatsen. Zelf rijd ik graag wat langzamer en menig nacht heb ik al een poosje stil gestaan, een kleine roedel gadeslaande. Mij maakt het blij, want de natuur wordt weer langzaam onderdeel van ons leven. Vanaf de jaren zestig en zeventig zijn we door tal van oorzaken (allen gelegen bij de mens) vervreemd van de natuur om ons heen. Typisch een Hollands verschijnsel overigens.
Nu bestaan er ook een aantal misverstanden. In de media, en op straat spreekt men van hertenoverlast. In principe heeft men gelijk, maar een nuance is zeker op zijn plaats. We kennen hier namelijk een drietal ondersoorten: de ree, damhert en edelhert. Alle drie de soorten hebben redelijk specifieke eigenschappen. Zeker vanuit het perspectief van de overlast zeer belangrijk.
Ree
In de Amsterdamse Waterleidingduinen en het duingebied bij Zandvoort zitten vooral de edelherten. Ten noorden van de Zeeweg, in Bloemendaal neemt dit aantal af en in Duin en Kruidberg vindt een vermenging plaats. Dat betekent dat in de gemeente Velsen vooral sprake is van reeën.
Al langere tijd zijn de edelherten aanwezig in de Waterleidingduinen. Doordat er geen natuurlijk vijanden zijn en de omstandigheden goed waren hebben zij zich goed kunnen vermenigvuldigen. Dat maakte dat de ruimte te beperkt werd en de dieren gingen op zoek naar nieuw terrein. De ree kwam al wat minder frequent voor en wordt deels door de edelherten verdreven. Daardoor gaan de reeën richting het noorden.

Nieuw is het probleem niet. In de jaren tachtig heb ik al ontmoetingen gehad met edelherten bij de woningen aan de Hoogenduinendaalseweg in Bloemendaal. Ik geef toe, dat was zeker even schrikken. Joekelse dieren, en vreselijk snel.
tegenover de ruine van Brederode
Door onze bevolkingsdichtheid zijn de wegen in de regio druk. Daarbij hebben wij nogal wat wegen langs de duinen en door de bossen langs de duinen. Juist de plaatsen waar je hertachtigen tegen kan komen. Ook de wegen waar een confrontatie tussen auto en dier nogal eens voor komt.  En natuurlijk is verkeersveiligheid een groot belang. Echter… dat kan op meerdere manieren; het aanpassen van de rijstijl, of het aanpassen van het dierenbestand. Dat laatste kan door het plaatsen van goede hekken, of afschieten. Aangezien ons sentiment nog een belangrijke rol speelt zijn wij tegen het natuurlijke verloop, zoals enkele jaren geleden flink in het nieuws was bij de Oostvaardersplassen. Dieren stierven in de winter door gebrek aan voedsel en overbevolking. Dat vonden wij mensen zielig. Het zelfde geldt in feite in het duingebied. We laten de natuur zijn gang niet gaan, maar willen deze regelen.

Nu eens even het verschil. Ik begin daarmee met het damhert. De middelste van de drie, maar ook het bekendste. De u wel bekende Bambi behoort namelijk tot de soort van damherten, dezelfde soort die je veel in kinderboerderijen ziet. Dan is er de ree. De ree heeft een schofthoogte tot ongeveer 67 centimeter. De ree leeft in kleinen roedels of solitair. Een klein en behendig dier. Een ree kan heel snel zijn, maar is niet heel erg schrikachtig. Het edelhert daarentegen is de grootste met een schofthoogte tot wel 140 centimeter. En niet alleen groot, maar ook zeer snel en behendig. Edelherten heb ik gezien in de strook van Vogelenzang tot Bloemendaal. Ten noorden daarvan heb ik nog nooit, zelf, een edelhert waargenomen. Wel zie ik met regelmaat reeën, ten noorden van (globaal) het oude Velserend en de ruïne van Brederode.
Bambi; Walt Disney
Beide diersoorten lijken veel op elkaar. Toch zijn er belangrijke verschillen en zijn het juist de verschillen die effect hebben op de overlast. Het edelhert kan hoger springen, is sneller en vele malen schrikachtiger. Het is vooral dan ook het edelhert wat in aanvaring met gemotoriseerd verkeer komt. Bij reeën komt dit veel minder voor. Een mooi voorbeeld was een filmpje op Facebook. Een aantal reeën loopt door Driehuis, over de straat. Ze rennen wel, maar voor de auto uit. Een edelhert had allang gemaakt weg te zijn en gaat zeker niet voor een auto uit lopen.
Wat mij opvalt is dat veel observaties erg subjectief zijn. Dat komt door onwetendheid en geen verstand van de natuur te hebben. Dat maakt wel dat de zogenaamde overlast van herten groter gemaakt wordt dan de realiteit. Bovendien spreek ik niet van overlast, maar van het samen delen van een stukje aarde. En wij mensen zijn van mening dat alles en iedereen met ons rekening moet houden. Je weet, dat wanneer je in de avond of nacht in de regio rijdt er een risico is een hert te signaleren, dus ook op je auto te krijgen. Rijdt dus eens iets rustiger! Laat de dieren leven en hun habitat zoeken, verdedigen en vormen. Ga ook eens stil staan en kijk eens hoe deze dieren in het donker op, of naast, de weg staan. Geniet er eens van, in plaats van er constant over te zeiken.

Ach, en als wij echt weer meer natuur willen, dan moeten we de wolf naar de duinen halen; de natuurlijke vijand van het hert. Maar goed, bij dat idee stuitert half de Randstad… Dus laten we onze ranke viervoeters maar eens wat meer koesteren, in plaats van  het geweeklaag over hun aanwezigheid.
 
Kleine rectificatie: het betreft hier damherten in de regio. Edelherten komen hier niet voor. Wel zijn deze op en rond de Veluwe aanwezig. Ondanks dat ik zelf geen damherten heb waargenomen in ons dorp, zijn er wel waarnemingen. De waarnemingen van mijzelf, en die ik via social media heb gezien in Driehuis betreffen wel alleen reeen, in plaats van damherten. De IJmuider Courant roept beeldmateriaal op over reeen en herten in de regio. Ik hoop dat hier ook beeldmateriaal van het damhert tussen zal zitten.

zaterdag 4 februari 2012

Koning Winter, net als de rest..



Vandaag een positieve blog! We gaan nu even niet in op de erbarmelijke en verschrikkelijke uitspraken van Kamp (Radio 2, Spijkers met koppen), en we gaan niet in op de ellende in Syrie en hufterigheid van Assad, noch op de economische crisis en de financiele onzekerheden. Nee! Dit keer een leuke blog. Fotootjes van de sneeuw ion ons Nederland. Lief, mooi, zonnig en wit. Prachtig met de rijp in de bomen.
De geweldige stilt van de sneeuw, het zacht gedempte geluid. Het knisperen onder de schoenzolen van de verse sneeuw op onbelopen delen. Achter de struiken het gekras van schaatsen bij Duin en Kruidberg, op een van de vele kliene snel aangelegde schaatsbaantjes.
De kraaien, hoog in de boom in vergadering. Een reebok loopt gestaag door zijn eerder uyitgesleten spoor in de sneeuw. Alles lijkt vrede... een zachte wereld. Zelfs het verkeer haast zich niet meer in je achterbumper en houd je zelf voldoende afstand tot je voorganger. Een fiets laat je met rust, de wandelaar mag oversteken.
Mensen groeten, haast verdwijnt. Op straat staat iedereen ijverig de sneeuw voor de eigen deur en zelfs soms die van de ander schoon te vegen en onderwijl bruist het van de sociale contacten.
Zoals Campert ooit zei: het leven is verukkuluk!