In 1975 heb ik zelf mijn rijbewijs behaald. Op een zaterdagochtend, met een kater, in pak en letterlijk op mijn sloffen (in verband met mijn voeten). Ik ben in een keer geslaagd, wat voor die tijd vrij uniek was. Op een ongeval na, in 1976, rijd ik sindsdien schadevrij, zoals dat zo mooi heet.
Mijn schoonzus en de broer van mijn zwager hebben gisteren afgereden. Hier in Turkije. Zij zitten bij de laatste lichting "oude stijl". Beiden zijn gezakt, wat hier toch vrij uniek is.
Het afrijden hier gebeurt op vaste data, het traject is vooraf bekend. Er is een (bescheiden) hellingproef en je moet inparkeren. Tijdens het examen hoef je niet hoger te schakelen, dan de derde versnelling.
Niet vreemd, dat het verkeer niet van gevaren gespeend is. Maar het is niet alleen het examen. Ook het voortraject is erg Turks. In feite hoef je maar een paar lessen te hebben. Mijn schoonzus heeft er twaalf gehad. Nu kan je blijkbaar hier ook zonder rijbewijs een auto huren, wat zij gedaan hadden, om nog extra te oefenen. Oefenen, wel binnen de regels en kaders van het af te nemen examen.
Zelf heb ik ook een keer met haar geoefend. Enkele dagen voor het examen. Wat ik mee maakte was dat ik niet kon geloven dat zij kon slagen, of beter gezegd, dat je onder deze condities in Turkije kan slagen. Toegegeven, ze is de jongste niet meer, en dan is leren autorijden sowieso een stuk lastiger. Dat de auto een vreemd voorwerp bleek was duidelijk. Bij meer dan een handeling ging er wel iets niet goed. Voorsorteren gebeurde op de linker weghelft en voorsorteren op een vierbaansweg gebeurde juist rechts. Iets wat je overigens dagelijks hier in het verkeer tegen komt. Doorschakelen was een probleem en af en toe kreeg ik het gevoel dat de tandwielen mij om de oren konden vliegen.
Op zich ook een beetje vreemd, want mijn schoonzus rijdt al enkele jaren op een motor. Je zou dan denken dat er wat "verkeersgevoel" aanwezig is. Nu reed zij al die tijd wel zonder rijbewijs, maar het is altijd goed gegaan. De inzichten lijken met het autorijden volkomen verdwenen. Toen een motor op meer dan honderd meter uit een zijstraat kwam, ging zij al snelheid in houden, terwijl die motorfiets duidelijk stopte (en wachtte). Volgens mij oefenende chauffeur had hij misschien wel kunnen doorrijden.
Dat zij haar examen dus niet gehaald heeft kan ik mij goed indenken. De reden is wel erg lullig. Ze kon de auto tweemaal toe niet starten... Ze mocht direct uitstappen.
In tegenstelling tot het praktijkgedeelte is de theorie een heel ander verhaal. Daar bij ons de theorie zich toch voornamelijk beperkt tot het hebben van kennis van de verkeersregels is het hier een gedegen, bijna technische, cursus. Je moet verplicht lessen volgen en die lessen bestaan uit diverse onderdelen. Zo moet je enige technische kennis bezitten, een beetje EHBO leren, natuurlijk de regels en nog iets, maar dat is mij inmiddels ontschoten. Het theorie examen bestaat uit vijftien vragen (dus veel minder dan bij ons) en je mag er maximaal vijf fout hebben. De vragen zijn overigens niet eenvoudig. Hiervoor slaagde mij lieve schoonzus echter met vlag en wimpel, door alle vragen goed te hebben.
Na de eerste praktijkmisser mag ze nog drie keer in de herkansing. Lukt dat niet, dan moet ze voor het nieuwe examen op. En dat is naar Europese normen. Straks is het nieuwe Turkse rijbewijs ook overal geldig in West Europa. Met het huidige Turkse rijbewijs is dat niet het geval. Het is inmiddels vast wel duidelijk waarom.
Buitenlanders worden niet voor niets gewaarschuwd voor het verkeer in Turkije. Er gebeuren hier ook veel ongelukken. Maar ja, het mag niet, maar er wordt veel rijdend gebeld. De verkeerscontroles hier zijn eigenlijk heel beperkt. Drank kom je hier veel tegen in het verkeer. Ondanks wat strengere controles is het absoluut niet onmogelijk behoorlijk beschonken van Fethiye naar, bijvoorbeeld, Dalaman te rijden (ongeveer een afstand van 50 kilometer).
En dan de rest. Het voorsorteren heb ik reeds benoemd, maar spookrijden is hier bijna dagelijkse kost. Wordt er veel te hard gereden, de andere helft weet amper het gaspedaal te vinden. Waar je niet af mag slaan doe je het gewoon. Verboden te keren, wel dan doe je dat en buiten de steden is de waarde van eenrichtingsverkeer ook uitermate beperkt. In de steden wel, maar dat heeft meer te maken met de drukte...
Sinds kort moeten buitenlanders, die langer in Turkije verblijven en over een Ikamet beschikken ook een Turks rijbewijs bezitten. Tot juni dit jaar kan je het om laten zetten. Het Nederlandse rijbewijs wordt dan ingetrokken. Ook een internationale regel, want dat geldt voor ieder land, waar je naar toe gaat, onder dezelfde omstandigheden. Gelukkig is dat rijbewijs wél geldig in andere landen (mits je het natuurlijk ook in het land van herkomst hebt gehaald).
Omdat ik formeel langer dan zes maanden per jaar in dit land ben (ik hoef maar vier maanden in Nederland te zijn) moet ik er dus ook aan. Aan de ene kant heb ik daar geen probleem mee, maar anderzijds is het (emotioneel) toch een barrière die ik moet nemen. Gelukkig heb ik er al velen genomen en overwonnen.
In ieder geval blijft het de komende tijd nog flink opletten op de Turkse wegen. En zelfs paden, dan wel de onverharde wegen....
zondag 27 maart 2016
zondag 13 maart 2016
Noah
De lucht is licht bewolkt, de temperatuur zacht. Ik sta voor het raam en staar gedachteloos naar het bed van stenen. Ik kijk naar het graf van ons hondje. Kort geleden hebben we hem in laten slapen. De eerste dagen worstelde ik met verdriet en schuld. Noah, het hondje, was niet zelf overleden. Nee, ik heb de dierenarts gevraagd langs te komen. Toen hij arriveerde wandelde Noah over het gras voor de deur. Hij zag er bijna tevreden uit. Hij werd op schoot genomen. Een slaapmiddel ingespoten. Heel rustig, bijna gerustgesteld viel hij in een diepe slaap, waarna de tweede injectie het leven definitief beëindigde... Vredig trok het leven uit Noah. We hebben het overschot op een tafeltje gelegd. De andere honden roken er even aan en vervolgden hun spel. Vervolgens hebben we Noah op bed gelegd. Tot het eind van de avond. Daarna is hij tot de volgende dageraad op het logeerbed neergelegd.
Verdriet en schuld. Verscheurd door twee tegenstrijdige gevoelens. Je, ik heb mee gewerkt aan de dood van het dier. Hij liep nog rond. Wat een schoft ben ik. Maar hij was ziek. De laatste, bijna, drie maanden was het onze Noah niet meer. Zijn buik dik en toenemend gespannen. De eetlust daalde tot een dieptepunt. Drinken ging matig en meneer weigerde steeds meer zijn medicatie. Soms kon hij tijden apathisch staan. Dan weer zag je heel kort het oude beessie. Kort, maar verder lag hij veel. Trappen waren een obstakel geworden. Zwaar ademend lag hij te slapen. Nee, ik ben geen moordenaar. Noah leed en er zou geen eind aan komen. We hebben hem geholpen, zijn rust te vinden
Ons twee hondje, in iets meer dan een jaar. Peppa die plotseling verlamd raakte. Nee, ik moet accepteren dat hij leed. Peppa was ouder. Waarschijnlijk een attaque gehad, of zo iets. Bij haar hebben we het besluit veel sneller genomen. Het was ook duidelijker, want Peppa kon echt niets meer. In drie dagen kon zij niet meer lopen tot niet eens meer zichzelf voort slepen. Zij overleed op 10 november, 09:05 uur, de dag en tijd dat Atatürk destijds overleed. Peppa hebben wij in de tuin van mijn schoonzus begraven. Toen kon het ook nog niet bij ons in de tuin. Gelukkig ligt Noah wel dicht bij ons.
Vroeger heb ik katten gehad. Drie stuks: Bolle, Dikke en later ook Roodje. Als eerste was Roodje weg. Later hoorden wij dat hij op de Leidsevaart was aangereden. Het lijkje hebben we nooit gezien. Dikke verdween als tweede. De laatste keer dat ik hem zag renden er twee Dobermann Pinchers achter hem aan. En Bolle..., die kon niet meer aarden. Mijn meest trouwe kat kwam niet meer binnen, behalve wanneer ik alleen was. Uiteindelijk heb ik hem drie maanden op mijn werk gehad. Gelukkig vond hij een tehuis bij de vader van een collega. De laatste keer dat ik Bolle zag reed hij weg met mijn collega. Ik heb nog wel gehoord dat hij een goed keven had op de boerderij en goede maatjes is geworden met de herdershond aldaar. God, wat heb ik Bolle vreselijk gemist. Ik heb nooit afstand van hem willen doen, ware het dat de situatie echt niet meer toestond dat ik hem hield. Nee, dat zou heel dieronvriendelijk zijn geweest. Ondanks dat Bolle niet dood was heb ik zo veel verdriet gehad. Het was mijn eerste kat. Een geweldige lobbes. Gelegen op mijn schouders, gewrongen om mijn nek, deed ik boodschappen bij Albert Heijn, in Overveen. Bolle bleef zitten. Het was nauwelijks een kat, maar leek soms veel meer op een hond. Ik nam Bolle regelmatig mee.
Ondanks de pijn van Bolle heb ik nooit echt de dood van een huisdier mee gemaakt. En ergens in mijn achterhoofd had ik ook het gevoel dat zo iets ook niet zo erg was. Dieren leven immers korter. Dieren zijn geen mensen. Tot de dood van Peppa, ruim een jaar geleden. Zonder schaamte durf ik te zeggen, dat ik gehuild heb. Vol verdriet heb ik een kistje gemaakt en waardig hebben wij afscheid genomen. Daarna werd Kato, onze kat ziek. Ik voelde dat mijn rouw toch minder zou zijn, gelukkig leeft Kato nog steeds. Oud, maar rustig en tevreden. Dat er alweer een dierenleven zou eindigen had ik niet verwacht. Althans, niet zo snel. Noah was een stronteigenwijs dier, luisterde slecht, stal al het eten wat ie kon stelen en lange tijd piste ie binnen. Maar het was een geweldige hond. Een knuffel, een teddybeer in hondenuitvoering. Een vrijdoos en je kon echt alles met Noah doen.
We wisten dat Noah een hartruis had, maar het besef van de consequentie was nauwelijks aanwezig. Het was een levendig beest en niets wees er op dat ie iets onder de leden had.
Tot half december vorig jaar. Hij begon enorm te hoesten, werd opeens een stuk passiever en zijn buik leek licht opgezwollen. De eerste diagnose was Kennelkuf. Na twee weken bleek duidelijk dat het iets anders was. Een röntgenfoto gaf uiteindelijk de duidelijkheid. Het duurde even voordat de juiste medicatie gevonden was. De dierenarts overlegde met de huisarts en later met een gepensioneerde hartspecialist. Na een periode dagelijks een injectie kwam er een pil. Verstopt in gehakt nam Noah dat tot zich, tot hij door had wat er in dat bolletje gehakt zat. Ondertussen werd het nauwelijks beter. De buik leek wel een strak opgepompte voetbal. Verder werd hij magerder en magerder. Ook de haren op zijn neus vielen uit. Op het laatst leek hij wel een neusaap in een hondenjasje. En lange tijd kon hij stil staan. Als een levend beeld. De oude Noah was weg. Er was een rustig hondje, wat apathisch. Ondanks alle zorg en medicatie werd het niet beter. Uiteindelijk heeft Reina de knoop door gehakt en heb ik de dierenarts gehaald.
En dan lag hij daar... Dood. Het verdriet van Reina was groot, maar ook mijn verdriet was flink. Ondanks dat ik in dat soort situaties vooral praktisch word en handel, verstomde ik steeds weer even.
Het is vreemd wanneer zo'n trouw huisdier overlijdt. Dan merk je hoe het een deel van je leven uit maakt. Zeker bij ons, de beestjes sliepen op bed bijvoorbeeld (niet dat we dat wilden, maar ze hadden het gewoon afgedwongen, wat wel iets zegt over hun positie binnen het gezin). Op een maand na tien jaar. We hebben Ventje nog, en Loulou, Kato en Jennah. Ik hoop dat ze oud worden en vredig aan hun eind komen. Ik wil niet meer dat ik de dierenarts moet halen voor de levensbeëindiging. Dat voelt niet goed, als was het beide keren het beste.
Noah, rust zacht. Je was een gek en te gek hondje!.....
Verdriet en schuld. Verscheurd door twee tegenstrijdige gevoelens. Je, ik heb mee gewerkt aan de dood van het dier. Hij liep nog rond. Wat een schoft ben ik. Maar hij was ziek. De laatste, bijna, drie maanden was het onze Noah niet meer. Zijn buik dik en toenemend gespannen. De eetlust daalde tot een dieptepunt. Drinken ging matig en meneer weigerde steeds meer zijn medicatie. Soms kon hij tijden apathisch staan. Dan weer zag je heel kort het oude beessie. Kort, maar verder lag hij veel. Trappen waren een obstakel geworden. Zwaar ademend lag hij te slapen. Nee, ik ben geen moordenaar. Noah leed en er zou geen eind aan komen. We hebben hem geholpen, zijn rust te vinden
Ons twee hondje, in iets meer dan een jaar. Peppa die plotseling verlamd raakte. Nee, ik moet accepteren dat hij leed. Peppa was ouder. Waarschijnlijk een attaque gehad, of zo iets. Bij haar hebben we het besluit veel sneller genomen. Het was ook duidelijker, want Peppa kon echt niets meer. In drie dagen kon zij niet meer lopen tot niet eens meer zichzelf voort slepen. Zij overleed op 10 november, 09:05 uur, de dag en tijd dat Atatürk destijds overleed. Peppa hebben wij in de tuin van mijn schoonzus begraven. Toen kon het ook nog niet bij ons in de tuin. Gelukkig ligt Noah wel dicht bij ons.
Vroeger heb ik katten gehad. Drie stuks: Bolle, Dikke en later ook Roodje. Als eerste was Roodje weg. Later hoorden wij dat hij op de Leidsevaart was aangereden. Het lijkje hebben we nooit gezien. Dikke verdween als tweede. De laatste keer dat ik hem zag renden er twee Dobermann Pinchers achter hem aan. En Bolle..., die kon niet meer aarden. Mijn meest trouwe kat kwam niet meer binnen, behalve wanneer ik alleen was. Uiteindelijk heb ik hem drie maanden op mijn werk gehad. Gelukkig vond hij een tehuis bij de vader van een collega. De laatste keer dat ik Bolle zag reed hij weg met mijn collega. Ik heb nog wel gehoord dat hij een goed keven had op de boerderij en goede maatjes is geworden met de herdershond aldaar. God, wat heb ik Bolle vreselijk gemist. Ik heb nooit afstand van hem willen doen, ware het dat de situatie echt niet meer toestond dat ik hem hield. Nee, dat zou heel dieronvriendelijk zijn geweest. Ondanks dat Bolle niet dood was heb ik zo veel verdriet gehad. Het was mijn eerste kat. Een geweldige lobbes. Gelegen op mijn schouders, gewrongen om mijn nek, deed ik boodschappen bij Albert Heijn, in Overveen. Bolle bleef zitten. Het was nauwelijks een kat, maar leek soms veel meer op een hond. Ik nam Bolle regelmatig mee.
Ondanks de pijn van Bolle heb ik nooit echt de dood van een huisdier mee gemaakt. En ergens in mijn achterhoofd had ik ook het gevoel dat zo iets ook niet zo erg was. Dieren leven immers korter. Dieren zijn geen mensen. Tot de dood van Peppa, ruim een jaar geleden. Zonder schaamte durf ik te zeggen, dat ik gehuild heb. Vol verdriet heb ik een kistje gemaakt en waardig hebben wij afscheid genomen. Daarna werd Kato, onze kat ziek. Ik voelde dat mijn rouw toch minder zou zijn, gelukkig leeft Kato nog steeds. Oud, maar rustig en tevreden. Dat er alweer een dierenleven zou eindigen had ik niet verwacht. Althans, niet zo snel. Noah was een stronteigenwijs dier, luisterde slecht, stal al het eten wat ie kon stelen en lange tijd piste ie binnen. Maar het was een geweldige hond. Een knuffel, een teddybeer in hondenuitvoering. Een vrijdoos en je kon echt alles met Noah doen.
We wisten dat Noah een hartruis had, maar het besef van de consequentie was nauwelijks aanwezig. Het was een levendig beest en niets wees er op dat ie iets onder de leden had.
Tot half december vorig jaar. Hij begon enorm te hoesten, werd opeens een stuk passiever en zijn buik leek licht opgezwollen. De eerste diagnose was Kennelkuf. Na twee weken bleek duidelijk dat het iets anders was. Een röntgenfoto gaf uiteindelijk de duidelijkheid. Het duurde even voordat de juiste medicatie gevonden was. De dierenarts overlegde met de huisarts en later met een gepensioneerde hartspecialist. Na een periode dagelijks een injectie kwam er een pil. Verstopt in gehakt nam Noah dat tot zich, tot hij door had wat er in dat bolletje gehakt zat. Ondertussen werd het nauwelijks beter. De buik leek wel een strak opgepompte voetbal. Verder werd hij magerder en magerder. Ook de haren op zijn neus vielen uit. Op het laatst leek hij wel een neusaap in een hondenjasje. En lange tijd kon hij stil staan. Als een levend beeld. De oude Noah was weg. Er was een rustig hondje, wat apathisch. Ondanks alle zorg en medicatie werd het niet beter. Uiteindelijk heeft Reina de knoop door gehakt en heb ik de dierenarts gehaald.
En dan lag hij daar... Dood. Het verdriet van Reina was groot, maar ook mijn verdriet was flink. Ondanks dat ik in dat soort situaties vooral praktisch word en handel, verstomde ik steeds weer even.
Het is vreemd wanneer zo'n trouw huisdier overlijdt. Dan merk je hoe het een deel van je leven uit maakt. Zeker bij ons, de beestjes sliepen op bed bijvoorbeeld (niet dat we dat wilden, maar ze hadden het gewoon afgedwongen, wat wel iets zegt over hun positie binnen het gezin). Op een maand na tien jaar. We hebben Ventje nog, en Loulou, Kato en Jennah. Ik hoop dat ze oud worden en vredig aan hun eind komen. Ik wil niet meer dat ik de dierenarts moet halen voor de levensbeëindiging. Dat voelt niet goed, als was het beide keren het beste.
Noah, rust zacht. Je was een gek en te gek hondje!.....
Labels:
Albert Hein,
Bolle,
dieren,
dierenarts,
Haarlem,
hond,
kat,
Leidsevaart,
liefde,
Noah,
Peppa,
Ventje,
ziek
vrijdag 4 maart 2016
Blogblock
Sommigen zullen ze een beetje missen, terwijl anderen het wel prima vinden. Het aantal blogs, van mijn hand, is nogal afgenomen. Niet dat ik geen pogingen heb gedaan, integendeel. Er staan er een paar in de steigers. Alweer een tijdje, om de simpele reden, dat ik ze niet tot een einde kan breien. Inmiddels word het mij ook duidelijk wat de reden, ondermeer, is. Mijn blogs vallen in herhaling. Oud zeer blijft pijn doen, de frustratie in de Nederlandse maatschappij neemt maar niet af. Maar er over blijven schrijven voegt in feite niets meer toe. Hooguit worden mijn woorden cynischer. Daarnaast heb ik over dit land al veel geschreven en ook hier zal ik in herhalingen vallen. Met andere onderwerpen worden mijn teksten sarcastisch op een wijze die niet de mijne is. Vreemd is het natuurlijk allemaal niet, inmiddels heb ik ruim meer dan driehonderd blogs geschreven. Over diverse onderwerpen, ja een heel breed scala, maar ook veel onderwerpen die telkens terug komen. Anders belicht, in een ander kader geplaatst. Het blijft meer van het zelfde. Bij mij zelf merk ik dat ik dat wel genoeg vind. Ik wil daar niet op voort borduren.
Heb ik een writersblock? Beter gezegd, een blogsblock? Waarschijnlijk. Ik schrijf al met al nog zeer regelmatig. Vooral brieven, in de vorm van mail. Ik verwacht dat een nieuwe blog een tijdje op zich kan laten wachten. Wanneer er gerede aanleiding toe is, zal ik zeker weer op de iPad gaan rammen en nieuwe teksten de wereld in slingeren. Alleen nu even niet.
Ik kan over mijn schilderijen (en tekeningen) schrijven. Echter, daar heb ik nog geen goede verhalen bij. Wel ben ik enorm druk bezig met schilderen. Wanneer het mee zit ga ik in Den Bosch exposeren, in het kader van het Jeroen Bosch jaar. Sinds ik het schilderij "het Circus Jeroen Bosch" ben gaan schilderen zit mijn hoofd vol nieuwe ideeën. Niet om te schrijven, maar om te schilderen. Ondanks dat Jeroen Bosch niet mijn inspiratiebron was (Margriet en Delvaux zijn dat bij uitstek wel) had mijn werk er wel al elementen van. En nu, plots, merk ik dat het schilderen in zijn stijl mijn ongelofelijk inspireert. Daar kan ik zeker een blog over schrijven..., in de toekomst. Het verhaal achter de schilderijen, mijn gestoorde geest, die het mij mogelijk maakt de meest vreemde schilderijen te creëren. In eerste instantie wil ik zelf van mijn "plaatjes" genieten. De kijker wil ik ook laten genieten, maar vooral in staat stellen zijn (of haar) eigen verhaal te maken, bij mijn werk. Dat uitgangspunt beperkt mij in de stof er over te schrijven. Toch zal er wellicht een keer wel voldoende materiaal zijn er een blog over te schrijven. En misschien een blog over wat het schilderen mij brengt/doet. Over is het dus niet, maar ik vrees dat er wel sprake is van een pauze moment. Moet kunnen, toch?
Sommige lezers vrezen dat er iets met mij is, mijn gezondheid mij in de steek laat,mof anders. Niets van dat alles. Het gaat goed met mij, althans niet beter of slechter dan normaal het geval is. Wees dus gerust, dat is het niet.
Bovendien ben ik op een ander niveau nog voldoende te volgen. Met regelmaat vertoon ik mij op Facebook, vooral met schilderen. Ook beschik ik inmiddels over een eigen website. Daar zal ik straks ook meer activiteiten vertonen. Op Exto is werk van mij te zien. Dat moet ik binnenkort ook weer updaten. Ook zonder de blogs heb ik ruim voldoende om handen. Op digitaal gebied bedoel ik. Al beperk ik mijn tijd, welke ik dagelijks in de digitale wereld, het kost veel tijd. Tijd, welke ik feitelijk met voorkeur in andere zaken wil stoppen. De dag blijft immers beperkt tot 24 uur én de fysieke beperkingen. Tijd vliegt dus voorbij. Ik poog dat goed te verdelen, maar niets is minder menselijk dat van het dagelijkse organiseren veelal geen bal terecht komt. Nu alweer uren een elektrische storing. Een andere keer onverwachte visite en dan weer niet geplande activiteiten in dorp of stad. Best lastig voor een halve autist als ik ben, een wat dwangmatige perfectionist. Ik lijd er niet onder hoor, het beperkt hooguit in een aantal mogelijkheden, en activiteiten.
Van de wereld ben ik dus echt niet. Wanneer er weer voldoende stof is, of een andere aanleiding zal ik graag weer een blog schrijven. Wel zal ik pogen oude herhalingen te voorkomen. Dat alleen al zal een verdomd lastige klus worden. Ik houd echter van uitdagingen.
De toenemende dakloosheid en onze eigen Nederlandse situatie/status ga ik dus niet meer bekritiseren noch beschrijven. De overheid en haar onvriendelijke politiek jegens de burger die net buiten de regeltjes valt wil ik niet meer aanvallen of aan de kaak stellen. Zaken van onrecht heb ik nu wel voldoende aangehaald en zeker ook voldoende gerefereerd aan mijn eigen situatie in deze.
Misschien lukt het mij nu wel mijn boek af te schrijven, wat het midden heeft tussen een roman en en thriller. Misschien lukt het mij nu wel eens mijn politieke visie in het Sokatisme op te schrijven en uit te schrijven. Alhoewel ik eerst flink ga schilderen en andere klussen doen.
Toch zijn er best wat onderwerpen, waarover ik een blog zou willen of kunnen schrijven, helaas ontbreekt het mij op dit moment aan de goede woorden er een verhaal van te maken, waar van enige samenhang sprake in is. Vandaag mag ik wauwelen, maar verder wil ik wel dat een blog ook een geheel vormt. Dat die tijd er weer komt, daar ben ik van overtuigd. Op voorhand wil ik de geïnteresseerde lezer wel teleurstellen, door aan te geven dat de frequentie niet meer zo fors zal zijn als in 2015 en het tweede deel van 2014. We doen het voortaan rustig aan.
Afgelopen week heb ik nog even stil gestaan bij het feit een blog te schrijven over Noah, die wij dinsdag hebben laten inslapen. Wat doet het je, wanneer je een dierbaar huisdier last inslapen en wat betekende het dier tijdens zijn leven? Niet het vrolijkste onderwerp misschien, maar wel een goed onderwerp voor een blog. Misschien komt die blog er snel, misschien gaat het nog even duren. Verwacht in ieder geval niet te veel van mij. Wacht gewoon rustig af en laat u verrassen...
Tot een volgende keer, whenever....
Heb ik een writersblock? Beter gezegd, een blogsblock? Waarschijnlijk. Ik schrijf al met al nog zeer regelmatig. Vooral brieven, in de vorm van mail. Ik verwacht dat een nieuwe blog een tijdje op zich kan laten wachten. Wanneer er gerede aanleiding toe is, zal ik zeker weer op de iPad gaan rammen en nieuwe teksten de wereld in slingeren. Alleen nu even niet.
Ik kan over mijn schilderijen (en tekeningen) schrijven. Echter, daar heb ik nog geen goede verhalen bij. Wel ben ik enorm druk bezig met schilderen. Wanneer het mee zit ga ik in Den Bosch exposeren, in het kader van het Jeroen Bosch jaar. Sinds ik het schilderij "het Circus Jeroen Bosch" ben gaan schilderen zit mijn hoofd vol nieuwe ideeën. Niet om te schrijven, maar om te schilderen. Ondanks dat Jeroen Bosch niet mijn inspiratiebron was (Margriet en Delvaux zijn dat bij uitstek wel) had mijn werk er wel al elementen van. En nu, plots, merk ik dat het schilderen in zijn stijl mijn ongelofelijk inspireert. Daar kan ik zeker een blog over schrijven..., in de toekomst. Het verhaal achter de schilderijen, mijn gestoorde geest, die het mij mogelijk maakt de meest vreemde schilderijen te creëren. In eerste instantie wil ik zelf van mijn "plaatjes" genieten. De kijker wil ik ook laten genieten, maar vooral in staat stellen zijn (of haar) eigen verhaal te maken, bij mijn werk. Dat uitgangspunt beperkt mij in de stof er over te schrijven. Toch zal er wellicht een keer wel voldoende materiaal zijn er een blog over te schrijven. En misschien een blog over wat het schilderen mij brengt/doet. Over is het dus niet, maar ik vrees dat er wel sprake is van een pauze moment. Moet kunnen, toch?
Sommige lezers vrezen dat er iets met mij is, mijn gezondheid mij in de steek laat,mof anders. Niets van dat alles. Het gaat goed met mij, althans niet beter of slechter dan normaal het geval is. Wees dus gerust, dat is het niet.
Bovendien ben ik op een ander niveau nog voldoende te volgen. Met regelmaat vertoon ik mij op Facebook, vooral met schilderen. Ook beschik ik inmiddels over een eigen website. Daar zal ik straks ook meer activiteiten vertonen. Op Exto is werk van mij te zien. Dat moet ik binnenkort ook weer updaten. Ook zonder de blogs heb ik ruim voldoende om handen. Op digitaal gebied bedoel ik. Al beperk ik mijn tijd, welke ik dagelijks in de digitale wereld, het kost veel tijd. Tijd, welke ik feitelijk met voorkeur in andere zaken wil stoppen. De dag blijft immers beperkt tot 24 uur én de fysieke beperkingen. Tijd vliegt dus voorbij. Ik poog dat goed te verdelen, maar niets is minder menselijk dat van het dagelijkse organiseren veelal geen bal terecht komt. Nu alweer uren een elektrische storing. Een andere keer onverwachte visite en dan weer niet geplande activiteiten in dorp of stad. Best lastig voor een halve autist als ik ben, een wat dwangmatige perfectionist. Ik lijd er niet onder hoor, het beperkt hooguit in een aantal mogelijkheden, en activiteiten.
Van de wereld ben ik dus echt niet. Wanneer er weer voldoende stof is, of een andere aanleiding zal ik graag weer een blog schrijven. Wel zal ik pogen oude herhalingen te voorkomen. Dat alleen al zal een verdomd lastige klus worden. Ik houd echter van uitdagingen.
De toenemende dakloosheid en onze eigen Nederlandse situatie/status ga ik dus niet meer bekritiseren noch beschrijven. De overheid en haar onvriendelijke politiek jegens de burger die net buiten de regeltjes valt wil ik niet meer aanvallen of aan de kaak stellen. Zaken van onrecht heb ik nu wel voldoende aangehaald en zeker ook voldoende gerefereerd aan mijn eigen situatie in deze.
Misschien lukt het mij nu wel mijn boek af te schrijven, wat het midden heeft tussen een roman en en thriller. Misschien lukt het mij nu wel eens mijn politieke visie in het Sokatisme op te schrijven en uit te schrijven. Alhoewel ik eerst flink ga schilderen en andere klussen doen.
Toch zijn er best wat onderwerpen, waarover ik een blog zou willen of kunnen schrijven, helaas ontbreekt het mij op dit moment aan de goede woorden er een verhaal van te maken, waar van enige samenhang sprake in is. Vandaag mag ik wauwelen, maar verder wil ik wel dat een blog ook een geheel vormt. Dat die tijd er weer komt, daar ben ik van overtuigd. Op voorhand wil ik de geïnteresseerde lezer wel teleurstellen, door aan te geven dat de frequentie niet meer zo fors zal zijn als in 2015 en het tweede deel van 2014. We doen het voortaan rustig aan.
Afgelopen week heb ik nog even stil gestaan bij het feit een blog te schrijven over Noah, die wij dinsdag hebben laten inslapen. Wat doet het je, wanneer je een dierbaar huisdier last inslapen en wat betekende het dier tijdens zijn leven? Niet het vrolijkste onderwerp misschien, maar wel een goed onderwerp voor een blog. Misschien komt die blog er snel, misschien gaat het nog even duren. Verwacht in ieder geval niet te veel van mij. Wacht gewoon rustig af en laat u verrassen...
Tot een volgende keer, whenever....
woensdag 10 februari 2016
Ach, opa lief...
Het liedje "je wordt ouder pappa" zong ik vroeger uit volle borst mee. Ik herkende mijn vader er in. Voor mij is hij altijd een oude man geweest. Als puber en adolescent had ik het nooit zo op oudere mensen. Oude mensen waren lelijk, zuur en serieus. Geen van deze drie dingen deelde ik.
En dan loop je zelf tegen de zestig. Niet dat ik mij dit dagelijks realiseer. Absoluut niet. Sterker, ik voel me juist nog jong. Misschien nog wel een puber. Ja, ik merk wel dat er zaken veranderd zijn. Misschien ben ik iets milder geworden, alhoewel ik nog steeds neig tot mijn puberale uitingen. Het komt er op neer, dat ik mij geestelijk nog steeds jong voel. Eenmaal voor een spiegel, zie ik een oude man. Oud,... een man op leeftijd kan ik beter zeggen. Iedere keer heb ik met deze confrontatie, tussen mijn psyche en lichaam, het gevoel in een shock te verkeren. Het klopt niet, ik ben dat niet. Of ik ben dat wel, maar ken mijzelf niet. Verwarring.
Wanneer ik een leuke jonge meid zie, fantaseer ik wel eens over een prettige intieme avond..., en nacht. Op het zelfde moment realiseer ik mij dat voor zo'n pittig ding ik over kom als een oude viezerik. Een volledig oninteressante figuur, wat dat betreft. Eigenlijk zoals ik zelf vroeger naar ouderen keek. Nu is fantaseren overigens een wel erg groot woord. Het denken gaat zo snel, dat ik (voordat ik überhaupt aan fantaseren toe kom) vrijwel direct beeld heb van het grote leeftijdsverschil, maar vooral hoe ik gezien word. En dat er wat verandert is vooral een fysieke confrontatie. Afgelopen week ben ik gevallen. Een val die ik ook op mijn twintigste had kunnen maken. Ik had slechter kunnen vallen. Toch een paar flinke wonden. Erger nog, na enkele dagen heb ik nog steeds veel last, word ik enorm stijf en trekt de pijn als een nomade door mijn lichaam. Kijk, dat was toch echt anders, toen ik twintig was. Destijds had ik hooguit een dagje een beetje last. Zo zijn er legio voorbeelden van wat vroeger fysiek geen probleem was, maar nu toch wel iets om bij stil te staan.
De klachten nemen toe. Grote en kleintjes. Al sinds mijn jeugd zijn mijn voeten een probleem. Er werd mij ooit verteld op mijn veertigste niet meer te kunnen lopen. Goed, het is wel wat minder, maar ik loop nog steeds. En dit jaar hoop ik mijn zestigste verjaardag te vieren.
De slijtage, de veroudering, de teerheid van het lichaam. Bij de een meer, de ander is er helemaal niet mee bezig. Toch zal de tijd ons inhalen. Iedereen gaat het merken. Veel mensen groeien psychisch met hun lichaam mee. Veel, maar lang niet iedereen. Een kleine categorie, die nog steeds psychisch "jong" blijft, maar zich niet het oudere lijf realiseert. Op televisie was er zelfs een serie over: hotter dan mijn dochter... Maar goed, ik heb geen behoefte onsmakelijke voorbeelden te noemen, dus laat dat soort maar even voor wat het is.
Zelf ben ik mening dat ik mij moet vertonen, zoals mijn leeftijd in grote lijn in geeft. Op dat vlak zijn er nog mogelijkheden te over. Overigens, mijn hele leven heb ik altijd stil gestaan met hoe ik naar buiten toe over kom en of dit (naar mijn normen) verantwoord is. Ik kan er inderdaad bij lopen als een oude zak, maar ook als een vlotte linkse intellectueel. Wat dat betreft is er in al die jaren geen reet veranderd, de mode daarentegen wel.
Hoe wrang ook. Er zit niks anders op dan mijn lot met trots te dragen. Het lijf van een oude vent. Ik mijn hoofd zal ik zo veel, en lang, als mogelijk dat jochie blijven. Een combinatie die ik helaas niet altijd naar buiten toe kan tentoon spreiden. Maar goed, weer ruim 600 worden. Ik ben er een beetje moe van. Mijn ideeën groeien de pan uit, maar mijn blogs worden langzaam steeds korter. Op zich ook wel weer een uitdaging...
En dan loop je zelf tegen de zestig. Niet dat ik mij dit dagelijks realiseer. Absoluut niet. Sterker, ik voel me juist nog jong. Misschien nog wel een puber. Ja, ik merk wel dat er zaken veranderd zijn. Misschien ben ik iets milder geworden, alhoewel ik nog steeds neig tot mijn puberale uitingen. Het komt er op neer, dat ik mij geestelijk nog steeds jong voel. Eenmaal voor een spiegel, zie ik een oude man. Oud,... een man op leeftijd kan ik beter zeggen. Iedere keer heb ik met deze confrontatie, tussen mijn psyche en lichaam, het gevoel in een shock te verkeren. Het klopt niet, ik ben dat niet. Of ik ben dat wel, maar ken mijzelf niet. Verwarring.
Wanneer ik een leuke jonge meid zie, fantaseer ik wel eens over een prettige intieme avond..., en nacht. Op het zelfde moment realiseer ik mij dat voor zo'n pittig ding ik over kom als een oude viezerik. Een volledig oninteressante figuur, wat dat betreft. Eigenlijk zoals ik zelf vroeger naar ouderen keek. Nu is fantaseren overigens een wel erg groot woord. Het denken gaat zo snel, dat ik (voordat ik überhaupt aan fantaseren toe kom) vrijwel direct beeld heb van het grote leeftijdsverschil, maar vooral hoe ik gezien word. En dat er wat verandert is vooral een fysieke confrontatie. Afgelopen week ben ik gevallen. Een val die ik ook op mijn twintigste had kunnen maken. Ik had slechter kunnen vallen. Toch een paar flinke wonden. Erger nog, na enkele dagen heb ik nog steeds veel last, word ik enorm stijf en trekt de pijn als een nomade door mijn lichaam. Kijk, dat was toch echt anders, toen ik twintig was. Destijds had ik hooguit een dagje een beetje last. Zo zijn er legio voorbeelden van wat vroeger fysiek geen probleem was, maar nu toch wel iets om bij stil te staan.
De klachten nemen toe. Grote en kleintjes. Al sinds mijn jeugd zijn mijn voeten een probleem. Er werd mij ooit verteld op mijn veertigste niet meer te kunnen lopen. Goed, het is wel wat minder, maar ik loop nog steeds. En dit jaar hoop ik mijn zestigste verjaardag te vieren.
De slijtage, de veroudering, de teerheid van het lichaam. Bij de een meer, de ander is er helemaal niet mee bezig. Toch zal de tijd ons inhalen. Iedereen gaat het merken. Veel mensen groeien psychisch met hun lichaam mee. Veel, maar lang niet iedereen. Een kleine categorie, die nog steeds psychisch "jong" blijft, maar zich niet het oudere lijf realiseert. Op televisie was er zelfs een serie over: hotter dan mijn dochter... Maar goed, ik heb geen behoefte onsmakelijke voorbeelden te noemen, dus laat dat soort maar even voor wat het is.
Zelf ben ik mening dat ik mij moet vertonen, zoals mijn leeftijd in grote lijn in geeft. Op dat vlak zijn er nog mogelijkheden te over. Overigens, mijn hele leven heb ik altijd stil gestaan met hoe ik naar buiten toe over kom en of dit (naar mijn normen) verantwoord is. Ik kan er inderdaad bij lopen als een oude zak, maar ook als een vlotte linkse intellectueel. Wat dat betreft is er in al die jaren geen reet veranderd, de mode daarentegen wel.
Hoe wrang ook. Er zit niks anders op dan mijn lot met trots te dragen. Het lijf van een oude vent. Ik mijn hoofd zal ik zo veel, en lang, als mogelijk dat jochie blijven. Een combinatie die ik helaas niet altijd naar buiten toe kan tentoon spreiden. Maar goed, weer ruim 600 worden. Ik ben er een beetje moe van. Mijn ideeën groeien de pan uit, maar mijn blogs worden langzaam steeds korter. Op zich ook wel weer een uitdaging...
Labels:
fantaseren,
jong,
jong van geest,
klachten,
lichaam,
moe,
oud,
pijntjes,
puber,
slijtage,
veroudering
woensdag 3 februari 2016
Tellen
Vroeger had je die spiegelstickers met de tekst: ooit een normaal mens ontmoet? Natuurlijk niet. En zelf, zelf spoor ik ook niet op alle vlakken. Schamen voor mijn tekortkomingen die ik niet. Erg veel last heb ik er overigens ook niet van. Het stoort mij niet in mijn dagelijkse bezigheden, noch in mijn sociale contacten. Nou ja, niet voor zover ik mij realiseer. Dat kunnen anderen wellicht beter beoordelen.
Ik heb last van hallucinaties. Dat klinkt heftig, maar valt best mee. Vooral soms lastig, alhoewel meestal zie ik er de humor van in. Mijn hallucinaties zijn geur hallucinaties. Ik ruik dingen, die ik écht ruik, maar wat in feite niet kan. Een hallucinatie beleef je als waarheid. Bij mij is dat gekomen door muizen. Al weer heel wat jaartjes geleden rook ik een dode muis. Niet even, maar weken. Het lijk kon ik maar niet vinden. De geur rook ik. Pas na vele weken trof ik het halfvergane lijk aan..., tussen mijn borden in het dressoir. Na het ruimen bleef ik de geur ruiken. Dat duurde nog weken. Langzaam verdween de rotte lucht uit mijn neus. Toch keerde deze met enige regelmaat terug. Alleen, ondanks dat ik dooie beessies rook, wist ik ook dat ze er niet waren. Bijvoorbeeld tijdens een autorit, ergens in Duitsland op de snelweg. Plots rook ik die rotte lucht. Ook een keer op een bootje. Nog meer op vreemde plaatsen. Plots komt het op, langzaam ebt het weer weg. De muizengeur ruik ik nauwelijks meer, maar een andere geur is er voor in de plaats gekomen. Brandlucht. Op de meest vreemde plaatsen ruik ik brand. En soms komen er ook andere geuren mijn neus binnen, die er helemaal niet zijn. Het zijn niet de plezierigste geuren. Dat is vervelend. Het lastigste is echter dat ik mijn eigen geur vermogen niet meer vertrouw. Is het er echt, of is het er niet? In de meeste gevallen is het er niet...
Behalve mijn geur hallucinaties heb ik ook nog last van een neurose. Ook hier heb ik niet echt last van en moet er soms zelf om lachen, omdat ik mij er weer op betrap mij er aan schuldig te maken. Ik tel. Ik tel van alles. Dat gaat automatisch. Ik moet het doen, zeker wanneer ik mij er niet echt bewust van ben het te doen. Dagelijks haal ik brandhout naar boven. Ik die dat in een emmertje. Bij het vullen tel ik de houtjes, die ik in de emmer doe. Toen er twee ton hout werd gebracht en ik moest dat ordenen heb ik mij kapot geteld. Het sloeg volkomen nergens op, maar ik bleef maar tellen. Nu valt het tellen van het hout nog relatief mee. Ik teken ook en teken onder andere met stipjes. Vele stipjes. Ik plaats ze in noodtempo. Ik tel in noodtempo. Ik tel nooit door. Na iedere pauze begin ik opnieuw, bij ieder emmertje begin ik opnieuw. Wanneer ik streepjes zet, tel ik. Kortom, bij iedere repeterende handeling gaat mijn telraam aan. Het is ongelofelijk hoeveel repeterende handelingen een mens dagelijks verricht. Bestek uit de vaatwasmachine halen; vorken tellen, messen tellen, en ga maar door. Ik verbaas mij er over wat je allemaal kan tellen. Steeds weer opnieuw. Het is een onschuldige dwangneurose, en ik zie er de humor van in. Regelmatig betrap ik mij er op en spreek mijzelf luid aan te stoppen met tellen. Dat werkt soms. Aan de andere kant, waarom mag ik niet tellen? Laat me lekker, niemand heeft er last van. Anderen merken het niet. Ik tel niet hardop. Nou ja, zelden, en zeker niet in gezelschap.
Ik heb nog wel een paar van die afwijkingen. Laten we het gewoon maar afwijkingen noemen. Behalve de de geur hallucinaties zijn het allemaal dwangneurotische afwijkingen. Klein en onschuldig van aard. Alhoewel sommige uiterlijke kenmerken hebben en mijn vrouw mij er soms op aanspreekt. Of zij door heeft dat het soms mijn dwangneuroses zijn weet ik niet. Kan me ook niet zo veel schelen. Nee hoor, het is zelfs heerlijk iets dergelijks te mankeren en het jezelf ook te realiseren. Laat me maar lekker, met mijn eigen bescheiden gekten. Ik voel mij er heel gelukkig mee, of ondanks dat ben wik gelukkig. Gek hè?
Ik heb last van hallucinaties. Dat klinkt heftig, maar valt best mee. Vooral soms lastig, alhoewel meestal zie ik er de humor van in. Mijn hallucinaties zijn geur hallucinaties. Ik ruik dingen, die ik écht ruik, maar wat in feite niet kan. Een hallucinatie beleef je als waarheid. Bij mij is dat gekomen door muizen. Al weer heel wat jaartjes geleden rook ik een dode muis. Niet even, maar weken. Het lijk kon ik maar niet vinden. De geur rook ik. Pas na vele weken trof ik het halfvergane lijk aan..., tussen mijn borden in het dressoir. Na het ruimen bleef ik de geur ruiken. Dat duurde nog weken. Langzaam verdween de rotte lucht uit mijn neus. Toch keerde deze met enige regelmaat terug. Alleen, ondanks dat ik dooie beessies rook, wist ik ook dat ze er niet waren. Bijvoorbeeld tijdens een autorit, ergens in Duitsland op de snelweg. Plots rook ik die rotte lucht. Ook een keer op een bootje. Nog meer op vreemde plaatsen. Plots komt het op, langzaam ebt het weer weg. De muizengeur ruik ik nauwelijks meer, maar een andere geur is er voor in de plaats gekomen. Brandlucht. Op de meest vreemde plaatsen ruik ik brand. En soms komen er ook andere geuren mijn neus binnen, die er helemaal niet zijn. Het zijn niet de plezierigste geuren. Dat is vervelend. Het lastigste is echter dat ik mijn eigen geur vermogen niet meer vertrouw. Is het er echt, of is het er niet? In de meeste gevallen is het er niet...
Behalve mijn geur hallucinaties heb ik ook nog last van een neurose. Ook hier heb ik niet echt last van en moet er soms zelf om lachen, omdat ik mij er weer op betrap mij er aan schuldig te maken. Ik tel. Ik tel van alles. Dat gaat automatisch. Ik moet het doen, zeker wanneer ik mij er niet echt bewust van ben het te doen. Dagelijks haal ik brandhout naar boven. Ik die dat in een emmertje. Bij het vullen tel ik de houtjes, die ik in de emmer doe. Toen er twee ton hout werd gebracht en ik moest dat ordenen heb ik mij kapot geteld. Het sloeg volkomen nergens op, maar ik bleef maar tellen. Nu valt het tellen van het hout nog relatief mee. Ik teken ook en teken onder andere met stipjes. Vele stipjes. Ik plaats ze in noodtempo. Ik tel in noodtempo. Ik tel nooit door. Na iedere pauze begin ik opnieuw, bij ieder emmertje begin ik opnieuw. Wanneer ik streepjes zet, tel ik. Kortom, bij iedere repeterende handeling gaat mijn telraam aan. Het is ongelofelijk hoeveel repeterende handelingen een mens dagelijks verricht. Bestek uit de vaatwasmachine halen; vorken tellen, messen tellen, en ga maar door. Ik verbaas mij er over wat je allemaal kan tellen. Steeds weer opnieuw. Het is een onschuldige dwangneurose, en ik zie er de humor van in. Regelmatig betrap ik mij er op en spreek mijzelf luid aan te stoppen met tellen. Dat werkt soms. Aan de andere kant, waarom mag ik niet tellen? Laat me lekker, niemand heeft er last van. Anderen merken het niet. Ik tel niet hardop. Nou ja, zelden, en zeker niet in gezelschap.
Ik heb nog wel een paar van die afwijkingen. Laten we het gewoon maar afwijkingen noemen. Behalve de de geur hallucinaties zijn het allemaal dwangneurotische afwijkingen. Klein en onschuldig van aard. Alhoewel sommige uiterlijke kenmerken hebben en mijn vrouw mij er soms op aanspreekt. Of zij door heeft dat het soms mijn dwangneuroses zijn weet ik niet. Kan me ook niet zo veel schelen. Nee hoor, het is zelfs heerlijk iets dergelijks te mankeren en het jezelf ook te realiseren. Laat me maar lekker, met mijn eigen bescheiden gekten. Ik voel mij er heel gelukkig mee, of ondanks dat ben wik gelukkig. Gek hè?
woensdag 27 januari 2016
In den vreemde: Krommunicatie (60)
Sommige zaken blijven lastig. Vooral wanneer het draait om communicatie. Ik heb het dan niet over de taalbarrière, maar over de werking van de moderne communicatiemiddelen zoals internet en telefoon. Vandaag is er, laat in de middag, zo maar geen telefoon, geen internet. Gisteren kwam er een mail binnen van TTnet, maar als het goed is worden de rekeningen automatisch voldaan. Als het goed is. De mail kunnen we niet lezen..., immers in het Turks opgesteld. Uit bankmails maak ik op dat het geregeld is. Of dat zo is, moeten we maar ontdekken. Dat is nu eenmaal Turks. Het kan immers ook een ander soort storing zijn. Telefonie is hier een duister iets. In hoeverre de lijn "dood" is, is evenmin te achterhalen. De telefoon geeft geen signaal, maar bij eerdere onderbrekingen (destijds wel zeker in verband met betalingen) bleven wij wel bereikbaar. Of dat nu ook zo is... Laatst wel weer een bericht van de bank. Bovendien leek het er eerder op dat de automatische afschrijving van internet geregeld was. Ook hebben we indertijd wel internet en geen telefoon gehad. Dus wat er nu weer aan de hand is... Daar mogen we weer achter gaan komen.
Mijn mobiele telefoon had gisteren geen provider bereik. In principe betaal ik 20 lira voor een maand. Dat was echter na een week op. Zonder die telefoon überhaupt gebruikt te hebben. Wel bleef de telefoon geschikt om berichten te ontvangen, en telefoontjes. Tot gisteren dus. Of het nu inderdaad een kwestie is dat de provider niet te vinden was, of dat de telefoon nu helemaal geen bereik meer heeft. Eerst hadden we problemen met Vodafone. Nu met Turkcell leek het beter, maar is het dus het zelfde. Kortom, hopeloos. En hoe wij het wel goed kunnen regelen? Tot nu toe heeft niemand ons de juiste weg kunnen wijzen. Daarbij schijnt er een onderscheid gemaakt te worden tussen Turken en buitenlanders. Maar los van dat onderscheid moet het geregeld kunnen worden. Nu hebben we prepaid, maar misschien moeten we kijken of er een goedkoop abonnement is. Maar zelfs dan is het nog afwachten hoe het gaat. Immers, er is geen touw aan vast te knopen.
Dat internet er uit ligt is lastig. Deze blog kan dan ook pas gepost worden wanneer of wij weer over internet beschikken, of ik ergens bij een WiFi ben, waar ik internetconnectie mee heb. De andere kant is dat door het ontbreken van internet geen directe communicatie met Nederland mogelijk is. Voor ons is dat gewoon erg vervelend. Omdat we ook nog eens enigszins afgelegen wonen is het een extra last.
Nog meer geldt dat voor de telefoon. Wanneer er iets gebeurt kunnen we niet met de buitenwereld communiceren. Maar ook dingen regelen, per telefoon is lastig.
Hopen maar dat het zich snel op lost...
Mijn bankzaken liggen nu dus ook stil. Bij die bankzaken speelt ook nog iets anders. Ook wanneer ik wel connectie kan maken heb ik nog steeds niet ontdekt hoe (en of) ik dagafschriften naar boven kan halen. Post van de bank krijgen wij ook niet. Geen enkel idee wat nu wel en wat nu niet is afgeschreven. Dat geldt ook voor de automatische betalingen. Dat is weer extra lastig omdat je hier je automatische betalingen bij de bank regelt. In Nederland regel je de automatische afschrijving met je producent. Dat geeft een hoop onzekerheden, al kan ik er echt niet wakker van liggen. Vervelend is het. Dat is een feit. Een constatering.
Ach, en voor de volledigheid, op dit moment is er ook even geen stroom. Het went wel. En wanneer ik kijk naar het programma "Floortje reist naar het einde van de wereld", valt het hier nog wel mee. Zoals deze aflevering, dat een vrouw (die redelijk lang in de USA heeft gewoond) woont en leeft tussen de rendieren in Mongolië. Ver van de geciviliseerde wereld.
Klagen doe ik niet, mijn verbazing uitspreken blijf ik doen. Die verbazing geeft ook een beeld van dit land. De andere kant van de medaille, alhoewel ook die andere kant voor mij nog steeds glimt. Het is vooral een kwestie van wennen.
Onze verblijfsvergunning bijvoorbeeld. Keurig aangevraagd via internet. Aanvraag was goedgekeurd. Je stuurt de spullen in en wacht. Tot je een ons weegt. Dat er toch iets nog niet goed is zal je niet worden verteld. Dát is heel Turks. Je moet er zelf maar achter komen, maar dan is het ook wel te regelen. En de andere kant is dat we heel veel hulp van onze Turkse vrienden krijgen. Niet iedereen, maar zij die ons echt helpen doen dat ook erg goed en vol overgave.
Echt wennen zal het nooit, maar alles lost zich op en er is prima mee te leven!
Mijn mobiele telefoon had gisteren geen provider bereik. In principe betaal ik 20 lira voor een maand. Dat was echter na een week op. Zonder die telefoon überhaupt gebruikt te hebben. Wel bleef de telefoon geschikt om berichten te ontvangen, en telefoontjes. Tot gisteren dus. Of het nu inderdaad een kwestie is dat de provider niet te vinden was, of dat de telefoon nu helemaal geen bereik meer heeft. Eerst hadden we problemen met Vodafone. Nu met Turkcell leek het beter, maar is het dus het zelfde. Kortom, hopeloos. En hoe wij het wel goed kunnen regelen? Tot nu toe heeft niemand ons de juiste weg kunnen wijzen. Daarbij schijnt er een onderscheid gemaakt te worden tussen Turken en buitenlanders. Maar los van dat onderscheid moet het geregeld kunnen worden. Nu hebben we prepaid, maar misschien moeten we kijken of er een goedkoop abonnement is. Maar zelfs dan is het nog afwachten hoe het gaat. Immers, er is geen touw aan vast te knopen.
Dat internet er uit ligt is lastig. Deze blog kan dan ook pas gepost worden wanneer of wij weer over internet beschikken, of ik ergens bij een WiFi ben, waar ik internetconnectie mee heb. De andere kant is dat door het ontbreken van internet geen directe communicatie met Nederland mogelijk is. Voor ons is dat gewoon erg vervelend. Omdat we ook nog eens enigszins afgelegen wonen is het een extra last.
Nog meer geldt dat voor de telefoon. Wanneer er iets gebeurt kunnen we niet met de buitenwereld communiceren. Maar ook dingen regelen, per telefoon is lastig.
Hopen maar dat het zich snel op lost...
Mijn bankzaken liggen nu dus ook stil. Bij die bankzaken speelt ook nog iets anders. Ook wanneer ik wel connectie kan maken heb ik nog steeds niet ontdekt hoe (en of) ik dagafschriften naar boven kan halen. Post van de bank krijgen wij ook niet. Geen enkel idee wat nu wel en wat nu niet is afgeschreven. Dat geldt ook voor de automatische betalingen. Dat is weer extra lastig omdat je hier je automatische betalingen bij de bank regelt. In Nederland regel je de automatische afschrijving met je producent. Dat geeft een hoop onzekerheden, al kan ik er echt niet wakker van liggen. Vervelend is het. Dat is een feit. Een constatering.
Ach, en voor de volledigheid, op dit moment is er ook even geen stroom. Het went wel. En wanneer ik kijk naar het programma "Floortje reist naar het einde van de wereld", valt het hier nog wel mee. Zoals deze aflevering, dat een vrouw (die redelijk lang in de USA heeft gewoond) woont en leeft tussen de rendieren in Mongolië. Ver van de geciviliseerde wereld.
Klagen doe ik niet, mijn verbazing uitspreken blijf ik doen. Die verbazing geeft ook een beeld van dit land. De andere kant van de medaille, alhoewel ook die andere kant voor mij nog steeds glimt. Het is vooral een kwestie van wennen.
Onze verblijfsvergunning bijvoorbeeld. Keurig aangevraagd via internet. Aanvraag was goedgekeurd. Je stuurt de spullen in en wacht. Tot je een ons weegt. Dat er toch iets nog niet goed is zal je niet worden verteld. Dát is heel Turks. Je moet er zelf maar achter komen, maar dan is het ook wel te regelen. En de andere kant is dat we heel veel hulp van onze Turkse vrienden krijgen. Niet iedereen, maar zij die ons echt helpen doen dat ook erg goed en vol overgave.
Echt wennen zal het nooit, maar alles lost zich op en er is prima mee te leven!
Sensatie. Nieuws
Het NOS Journaal, van acht uur, besteedde aandacht aan de heer Wilders, wie in Spijkenisse, symbolische (lege) flesjes pepperspray uitdeelde. Het Journaal merkte zelf op dat het Wilders wederom gelukt was in het nieuws te komen. En natuurlijk ging dit met de mededeling gepaard dat hij wederom gestegen was in de peilingen. Vreemd, de verbazing van de nieuwslezeres te zien en in haar stem te horen. De media werken Wilders zelfs tot ongekende op door met nieuws te komen, wat helemaal geen nieuws is. Iedere keer komt Wilders weer met populistische holle zaken, want in feite komt hij met niks, laat staan met iets nieuws. En toch telkens weer zijn alle schijnwerpers op deze man gericht. In mindere mate geldt dat ook voor andere politici. Wanneer Rutte folders uitdeelt in Maastricht is dit voor mij geen nieuws, maar we zien, horen en lezen het wel. Dat de media van Spijkenisse het bijzonder vinden dat Wilders in hun dorp loopt kan ik mij wel een beetje voorstellen, maar nieuws is het niet. Simpelweg alleen al doordat dit de vaste strategie van Wilders is. Het NOS Journaal is niet de enige schuldige in de stijgende populariteit van de PVV. Alle media werken er hard aan mee en het lijkt er op dat er een soort wedstrijd gaande is, wie de meeste onzin van Wilders in het nieuw kan brengen. Kappen met die onzin!
Moet Wilders dan doodgezwegen worden? Genegeerd? Natuurlijk niet. Dat is ook heel erg Nederlands, of alle aandacht, of geen. Tussenwegen lijken niet te bestaan. Is ook lastig, want dan moet je jezelf kritisch opstellen. Dat is absoluut minder spectaculair. Toch is mijn opvatting, dat wanneer je Wilders in het nieuws haalt je moet kijken of het écht nieuwswaarde heeft. Inmiddels kennen we Wilders. Zijn oneliners zijn geen nieuws meer. Zijn opvattingen over buitenlanders, vluchtelingen en Moslims evenmin. Dus alles wat hij daarover brengt heeft geen nieuwswaarde meer. Zo zijn er heel wat onderwerpen waarbij Wilders als een geit loopt te blaten, maar eigenlijk totaal niets brengt. Mijn overtuiging is dat wanneer de pers uitgaat van nieuwswaarde (én inhoud) wij Wilders nauwelijks meer in het nieuws tegen komen. Partijen als Christen Unie en GroenLinks zullen juist meer in het nieuws komen, en wellicht de Partij voor de Dieren ook. Dan zal blijken hoe weinig Wilder te berde brengt en hij nauwelijks meer voorstelt als een vals repeterende wekker.
De kans dat Wilders het nieuws daarna nog wel haalt is niet alleen kleiner, maar zal ook een stuk negatiever zijn. Immers, Wilders zal zijn handige trukendoos in zetten om maar media aandacht te blijven krijgen. Hoe meer dat op waarde wordt geschat, des te verder zal Wilders gaan met zijn strategie. Misschien wel zó ver dat hij uiteindelijk wél grenzen over gaat. Dan hebben we misschien nieuws. Tot nu toe blijft hij telkens aan de goede kant, al balanceert hij regelmatig óp die grens. Wanneer de aandacht verslapt moet hij met iets anders komen. Dat kan twee kanten op gaan. Hij gaat echt inhoud verkondigen, of hij gaat de grens over. Omdat hij zelden inhoudelijke argumenten heeft zal het zijn grensoverschrijding worden. Of hij is toch net slim genoeg. Alleen zal de PVV al snel gaan behoren tot de grauwe middenmoot. De populariteit van deze club zal ook zienderogen af nemen. Immers juist door zeer veel in de picture te zijn en veel oneliners te verkopen die angst inboezemen of inspelen op de vermeende angst van de mensen is de PVV, op papier, zo groot. Met Fortuin, destijds, zag je een beetje het zelfde mechanisme. We kennen ook allen het zinken en de ondergang van de LPF.
Wat weinig uitgelicht wordt, althans té weinig, is de partijstructuur van de PVV. Het is geen partij, zoals wij deze in een democratie kennen. De partij ís Wilders. De man die aan alle touwtjes trekt. Een Erdogan van Nederland. Uitermate slim, zeer hufterig en uit op persoonlijke macht, maar niets hebben met de burgers of democratie. Om de troon te bestijgen wordt populistisch gedaan, alsof zij de burger begrijpen, maar eenmaal op de troon verandert de toon gestaag. Iemand met een andere mening in Turkije wordt vrijwel direct opgezadeld met de term "landverrader". Wilders noemt het Nederlandse democratische bestuur een "farce". Dit soort lieden kunnen alleen maar schoppen en anderen (onterecht) zwart maken, wanneer zij hun zin niet krijgen. Nederland kan wel naar andere landen wijzen, maar in eigen land is in principe een soort gelijke dreiging. Met dank aan de media, die zo'n Wilders wel leuk en amusant vinden. Er gaat geen dag voorbij of ik zie, lees, of hoor iets over Wilders. Zelfs over Rutte is het soms dagen stil. Is er dan niemand, op een belangrijke positie (bijvoorbeeld in de media), die dit doorziet en dit alles eens flink aan de tand voelt? Is men blind, dom, of is iedereen zo geil op populisme. Heeft iedereen zij n ziel aan de Duivel verkocht? Wanneer dat zo is, laat Wilders gerust de grootste worden, stop nog een bos veren in zijn reet en Nederland groeit uit tot een vreemdsoortige autocratie of misschien wel dictatuur. Alleen moet niemand dan meer zeiken, en geen kritiek meer leveren op de politiek in landen als Rusland, Turkije, Polen en dat soort landen. Prima...
Eigenlijk niet dus, maar blijkbaar doorziet of niemand het, is met te veel met zijn eigen ik bezig, of wil men scoren. Trieste gedachte voor een ontwikkeld land in de Westerse wereld. Het denkniveau lijkt niet, of nauwelijks, uit te stijgen boven dat van de bevolking in veel minder ontwikkelde landen. Die Hollandse arrogantie mag dus wel eens aan de kaak gesteld worden. Wij zijn geen haar beter!
Over de inhoud van de PVV, of moet ik zeggen Wilders, heb ik tot nu toe niet echt gesproken. Deels omdat het aan echte inhoud ontbreekt, deels omdat de inhoud complex is. Natuurlijk, ook de PVV heeft een programma. Helaas zit er vrijwel geen onderbouwing in. Op geen enkel vlak. Dan is het makkelijk te roepen. Wat dat betreft onderscheidt de PVV zich weer niet van andere partijen. Er wordt veel geroepen, te veel. Kijk naar de PvdA. Hun programma en hun onderbouwingen..., regeren is blijkbaar belangrijker en men heeft haar ziel verkocht aan de VVD. Met een PVV zal het niet anders gaan. Behalve, wanneer de PVV een zeer absolute meerderheid krijgt. Dan wordt deze partij ronduit gevaarlijk. En een dergelijk resultaat kan de PVV alleen behalen met hulp en dank aan de media!
Kortom, geef nu eens alleen aandacht aan de PVV wanneer er sprake is van écht nieuws. Nederland zal er snel weer anders uit zien. En geef niet alleen aandacht aan dat nieuws, maar vooral ook de feitelijke effecten daarvan voor onze samenleving. De PVV zal weg kwijnen. Zoals recent die jongen van Pownieuws. Enkele kritische vragen aan Wilders, een confrontatie met de effecten van zijn uitspraken en Wilders loopt weg. Als een klein jongetje, die geen antwoorden heeft maar alleen hoort dat je hem niet aardig vindt. Helaas is Pownieuws de enige die hem, publiekelijk, op deze wijze aan pakt. Nu de rest nog... Of, straks zijn de poppen aan het dansen. Alle credits voor de PVV liggen bij (alle vormen van) de media. Zij maken, of breken....
Moet Wilders dan doodgezwegen worden? Genegeerd? Natuurlijk niet. Dat is ook heel erg Nederlands, of alle aandacht, of geen. Tussenwegen lijken niet te bestaan. Is ook lastig, want dan moet je jezelf kritisch opstellen. Dat is absoluut minder spectaculair. Toch is mijn opvatting, dat wanneer je Wilders in het nieuws haalt je moet kijken of het écht nieuwswaarde heeft. Inmiddels kennen we Wilders. Zijn oneliners zijn geen nieuws meer. Zijn opvattingen over buitenlanders, vluchtelingen en Moslims evenmin. Dus alles wat hij daarover brengt heeft geen nieuwswaarde meer. Zo zijn er heel wat onderwerpen waarbij Wilders als een geit loopt te blaten, maar eigenlijk totaal niets brengt. Mijn overtuiging is dat wanneer de pers uitgaat van nieuwswaarde (én inhoud) wij Wilders nauwelijks meer in het nieuws tegen komen. Partijen als Christen Unie en GroenLinks zullen juist meer in het nieuws komen, en wellicht de Partij voor de Dieren ook. Dan zal blijken hoe weinig Wilder te berde brengt en hij nauwelijks meer voorstelt als een vals repeterende wekker.
De kans dat Wilders het nieuws daarna nog wel haalt is niet alleen kleiner, maar zal ook een stuk negatiever zijn. Immers, Wilders zal zijn handige trukendoos in zetten om maar media aandacht te blijven krijgen. Hoe meer dat op waarde wordt geschat, des te verder zal Wilders gaan met zijn strategie. Misschien wel zó ver dat hij uiteindelijk wél grenzen over gaat. Dan hebben we misschien nieuws. Tot nu toe blijft hij telkens aan de goede kant, al balanceert hij regelmatig óp die grens. Wanneer de aandacht verslapt moet hij met iets anders komen. Dat kan twee kanten op gaan. Hij gaat echt inhoud verkondigen, of hij gaat de grens over. Omdat hij zelden inhoudelijke argumenten heeft zal het zijn grensoverschrijding worden. Of hij is toch net slim genoeg. Alleen zal de PVV al snel gaan behoren tot de grauwe middenmoot. De populariteit van deze club zal ook zienderogen af nemen. Immers juist door zeer veel in de picture te zijn en veel oneliners te verkopen die angst inboezemen of inspelen op de vermeende angst van de mensen is de PVV, op papier, zo groot. Met Fortuin, destijds, zag je een beetje het zelfde mechanisme. We kennen ook allen het zinken en de ondergang van de LPF.
Wat weinig uitgelicht wordt, althans té weinig, is de partijstructuur van de PVV. Het is geen partij, zoals wij deze in een democratie kennen. De partij ís Wilders. De man die aan alle touwtjes trekt. Een Erdogan van Nederland. Uitermate slim, zeer hufterig en uit op persoonlijke macht, maar niets hebben met de burgers of democratie. Om de troon te bestijgen wordt populistisch gedaan, alsof zij de burger begrijpen, maar eenmaal op de troon verandert de toon gestaag. Iemand met een andere mening in Turkije wordt vrijwel direct opgezadeld met de term "landverrader". Wilders noemt het Nederlandse democratische bestuur een "farce". Dit soort lieden kunnen alleen maar schoppen en anderen (onterecht) zwart maken, wanneer zij hun zin niet krijgen. Nederland kan wel naar andere landen wijzen, maar in eigen land is in principe een soort gelijke dreiging. Met dank aan de media, die zo'n Wilders wel leuk en amusant vinden. Er gaat geen dag voorbij of ik zie, lees, of hoor iets over Wilders. Zelfs over Rutte is het soms dagen stil. Is er dan niemand, op een belangrijke positie (bijvoorbeeld in de media), die dit doorziet en dit alles eens flink aan de tand voelt? Is men blind, dom, of is iedereen zo geil op populisme. Heeft iedereen zij n ziel aan de Duivel verkocht? Wanneer dat zo is, laat Wilders gerust de grootste worden, stop nog een bos veren in zijn reet en Nederland groeit uit tot een vreemdsoortige autocratie of misschien wel dictatuur. Alleen moet niemand dan meer zeiken, en geen kritiek meer leveren op de politiek in landen als Rusland, Turkije, Polen en dat soort landen. Prima...
Eigenlijk niet dus, maar blijkbaar doorziet of niemand het, is met te veel met zijn eigen ik bezig, of wil men scoren. Trieste gedachte voor een ontwikkeld land in de Westerse wereld. Het denkniveau lijkt niet, of nauwelijks, uit te stijgen boven dat van de bevolking in veel minder ontwikkelde landen. Die Hollandse arrogantie mag dus wel eens aan de kaak gesteld worden. Wij zijn geen haar beter!
Over de inhoud van de PVV, of moet ik zeggen Wilders, heb ik tot nu toe niet echt gesproken. Deels omdat het aan echte inhoud ontbreekt, deels omdat de inhoud complex is. Natuurlijk, ook de PVV heeft een programma. Helaas zit er vrijwel geen onderbouwing in. Op geen enkel vlak. Dan is het makkelijk te roepen. Wat dat betreft onderscheidt de PVV zich weer niet van andere partijen. Er wordt veel geroepen, te veel. Kijk naar de PvdA. Hun programma en hun onderbouwingen..., regeren is blijkbaar belangrijker en men heeft haar ziel verkocht aan de VVD. Met een PVV zal het niet anders gaan. Behalve, wanneer de PVV een zeer absolute meerderheid krijgt. Dan wordt deze partij ronduit gevaarlijk. En een dergelijk resultaat kan de PVV alleen behalen met hulp en dank aan de media!
Kortom, geef nu eens alleen aandacht aan de PVV wanneer er sprake is van écht nieuws. Nederland zal er snel weer anders uit zien. En geef niet alleen aandacht aan dat nieuws, maar vooral ook de feitelijke effecten daarvan voor onze samenleving. De PVV zal weg kwijnen. Zoals recent die jongen van Pownieuws. Enkele kritische vragen aan Wilders, een confrontatie met de effecten van zijn uitspraken en Wilders loopt weg. Als een klein jongetje, die geen antwoorden heeft maar alleen hoort dat je hem niet aardig vindt. Helaas is Pownieuws de enige die hem, publiekelijk, op deze wijze aan pakt. Nu de rest nog... Of, straks zijn de poppen aan het dansen. Alle credits voor de PVV liggen bij (alle vormen van) de media. Zij maken, of breken....
maandag 11 januari 2016
Bye Bowie
Mijn, in 1980 overleden, moeder stofzuigde swingend op "Boys". Muziek was bij ons thuis iets wat aanwezig was, maar waar verder niet over gesproken werd. Er was een radio, meer niet. Pas in de jaren zeventig begon muziek een, bescheiden, plaats in te nemen. Julien Clerck was de opening. Mijn moeder vond het heerlijke muziek. Gerard Lenorman was er misschien nog voor. Toch, "Boys" bracht de muziek echt bij ons binnen. En inderdaad, mijn moeder was eigenlijk de persoon, die hier verantwoordelijk voor was.en Arbeidsvitaminen, natuurlijk.
Bij mijn moeders overlijden wilde ik "Boys" laten draaien op de crematie. Eerst moest ik dan de muziek op cassette aandragen. Een Elpee kon misschien ook, maar eigenlijk kon het niet. Terwijl juist deze muziek zo veel betekende. Mijn moeder fleurde er in feite door op, maar ook was haar motto zeer zeker; "Boys keep swinging", na haar ontvallen. Behalve dat was de inhoud van het lied ook van betekenis. Voor mijn moeder, maar ook mijzelf.
En nu, nu is David Bowie zelf overleden. 69 en twee dagen oud. De hele dag stond in het teken van zijn dood. De journaals openden er uitgebreid mee (we ontvangen hier BVN, dus Nederlands én Belgisch journaal), DDWD was er helemaal aan geweid. Veel aandacht voor zijn laatste album "Black Star", die op de dag van zijn verjaardag verscheen. Letterlijk een zwart album, doch helemaal Bowie. De bijbehorende clips zijn..., somber is te voorzichtig uitgedrukt. Ook dát is Bowie. Iedereen is op dat laatste album gedoken en inmiddels is duidelijk dat hij hiermee zijn afscheidsalbum lanceerde. Letterlijk, want hij wist dat hij zou sterven. Weinigen anderen wisten dat, waardoor de schok van zijn dood zo groot is. Het kenmerkt Bowie wel. Hij was niet zo maar een muzikant. Vele grote muzikanten zijn hem al voor gegaan in de dood. We kennen ze; Jimmy Hendriks, Bob Marley, Lou Reed, Herman Brood, Jim Morrison en natuurlijk John Lennon. Toch was geen van hen een Bowie. Bowie was muzikant, popartiest, acteur, regisseur, flamboyant, gentleman, schrijver, allround kunstenaar, dromer,.... Ach, hij was zo veel. Een bijna perfect mens. Dat is wellicht overdreven, maar wat mij betreft gaat hij als groot man de geschiedenisboeken in. Hij bracht veel, had veel invloed en was actueel, scherp en gevat. Een man met vele gezichten. In letterlijke zin. Dat was de acteur in hem. Als persoon waarschijnlijk geen man met vele gezichten. Een innemende, warmte, trouwe familieman, zo schat ik in. Geen idee, want ik heb hem nooit gekend. Voor mij was hij... Bowie.
Er wordt vooral gesproken over zijn muziek. "This is Major Thom to Ground Control" speelt al de hele dag door mijn hoofd. Zoals Patricia Paay zei, dat hij in 1969 de hele dat door die regel van dát nummer herhaalde. Zo snoeide ik vandaag bomen, schilderde ik, las ik, en met de teevee deed ik het mee. Geheel terecht, dat die muziek van hem de dag vulde. Toch is er die andere Bowie. De acteur. Geen idee meer hoe de film heette, maar ergens in de jaren tachtig (meen ik) was er een fantasie film met David Bowie in de hoofdrol. Lyrisch was ik van die film. Een absurde film, surrealistisch en sprookjesachtig. Ik genoot er van. Zo ook van andere rollen welke hij speelde. Natuurlijk werd hij gezien als mooie jongen, deed zelf daar ook zijn best voor, maar hij had gewoon weg een novel gelaat, een nobele uitstraling. Zelfs in 1969, bij zijn doorbraak. Een jonge jongen, lang haar, beetje saai gekleed, maar met de Arische kaaklijn.
Hij is niet meer. Hij kan (voorlopig) niet genoeg geëerd worden. Ieder doet dat op zijn, of haar, wijze. Zo doe ik het ook. In mijzelf, berichtjes op Facebook en nu met mijn blog. Toch zijn er nimmer genoeg en zelden de juiste woorden. Hij was volgens mij een perfectionist, een levenskunstenaar, want zelden heb ik gezien dat iemand zo zijn eigen dood onderdeel maakt van zijn carrière. Dat is niet alleen groots. Het is ook lef.
David Bowie. Hij is niet meer. Zijn werk blijft en zal nooit vergeten worden.zijn werk niet, noch zijn invloed. Soms groot, soms klein. Bowie; rust zacht man!
Bij mijn moeders overlijden wilde ik "Boys" laten draaien op de crematie. Eerst moest ik dan de muziek op cassette aandragen. Een Elpee kon misschien ook, maar eigenlijk kon het niet. Terwijl juist deze muziek zo veel betekende. Mijn moeder fleurde er in feite door op, maar ook was haar motto zeer zeker; "Boys keep swinging", na haar ontvallen. Behalve dat was de inhoud van het lied ook van betekenis. Voor mijn moeder, maar ook mijzelf.
En nu, nu is David Bowie zelf overleden. 69 en twee dagen oud. De hele dag stond in het teken van zijn dood. De journaals openden er uitgebreid mee (we ontvangen hier BVN, dus Nederlands én Belgisch journaal), DDWD was er helemaal aan geweid. Veel aandacht voor zijn laatste album "Black Star", die op de dag van zijn verjaardag verscheen. Letterlijk een zwart album, doch helemaal Bowie. De bijbehorende clips zijn..., somber is te voorzichtig uitgedrukt. Ook dát is Bowie. Iedereen is op dat laatste album gedoken en inmiddels is duidelijk dat hij hiermee zijn afscheidsalbum lanceerde. Letterlijk, want hij wist dat hij zou sterven. Weinigen anderen wisten dat, waardoor de schok van zijn dood zo groot is. Het kenmerkt Bowie wel. Hij was niet zo maar een muzikant. Vele grote muzikanten zijn hem al voor gegaan in de dood. We kennen ze; Jimmy Hendriks, Bob Marley, Lou Reed, Herman Brood, Jim Morrison en natuurlijk John Lennon. Toch was geen van hen een Bowie. Bowie was muzikant, popartiest, acteur, regisseur, flamboyant, gentleman, schrijver, allround kunstenaar, dromer,.... Ach, hij was zo veel. Een bijna perfect mens. Dat is wellicht overdreven, maar wat mij betreft gaat hij als groot man de geschiedenisboeken in. Hij bracht veel, had veel invloed en was actueel, scherp en gevat. Een man met vele gezichten. In letterlijke zin. Dat was de acteur in hem. Als persoon waarschijnlijk geen man met vele gezichten. Een innemende, warmte, trouwe familieman, zo schat ik in. Geen idee, want ik heb hem nooit gekend. Voor mij was hij... Bowie.
Er wordt vooral gesproken over zijn muziek. "This is Major Thom to Ground Control" speelt al de hele dag door mijn hoofd. Zoals Patricia Paay zei, dat hij in 1969 de hele dat door die regel van dát nummer herhaalde. Zo snoeide ik vandaag bomen, schilderde ik, las ik, en met de teevee deed ik het mee. Geheel terecht, dat die muziek van hem de dag vulde. Toch is er die andere Bowie. De acteur. Geen idee meer hoe de film heette, maar ergens in de jaren tachtig (meen ik) was er een fantasie film met David Bowie in de hoofdrol. Lyrisch was ik van die film. Een absurde film, surrealistisch en sprookjesachtig. Ik genoot er van. Zo ook van andere rollen welke hij speelde. Natuurlijk werd hij gezien als mooie jongen, deed zelf daar ook zijn best voor, maar hij had gewoon weg een novel gelaat, een nobele uitstraling. Zelfs in 1969, bij zijn doorbraak. Een jonge jongen, lang haar, beetje saai gekleed, maar met de Arische kaaklijn.
Hij is niet meer. Hij kan (voorlopig) niet genoeg geëerd worden. Ieder doet dat op zijn, of haar, wijze. Zo doe ik het ook. In mijzelf, berichtjes op Facebook en nu met mijn blog. Toch zijn er nimmer genoeg en zelden de juiste woorden. Hij was volgens mij een perfectionist, een levenskunstenaar, want zelden heb ik gezien dat iemand zo zijn eigen dood onderdeel maakt van zijn carrière. Dat is niet alleen groots. Het is ook lef.
David Bowie. Hij is niet meer. Zijn werk blijft en zal nooit vergeten worden.zijn werk niet, noch zijn invloed. Soms groot, soms klein. Bowie; rust zacht man!
Abonneren op:
Posts (Atom)