Afgelopen week zag ik een actualiteitenrubriek, ik meen 1Vandaag, met een item over politieoptreden in een isoleercel in een kliniek van de BavoRnoGroep (onderdeel van de Parnassiagroep) en deze uitzending verbijsterde mij...
In 1977 werkte ik op PZ (Provinciaal Ziekenhuis Santpoort), als stagiaire. Soms gingen we met meer man een isoleercel in, dan er überhaupt in paste, om een patiënt in toom te krijgen en vooral medicatie toe te dienen. In een dergelijke commotie heb ik ooit een collega plat gespoten. Lullig, maar we hebben er later een hoop lol om gehad. Maar in feite mocht ik die spuit helemaal niet vast houden. Eigenlijk niet eens daarbij zijn,min de isoleer. Het was een gesloten mannenafdeling. Behalve een loodzware alcoholist oppikken bij de Kijkgrijp (tegenwoordig Deka), die zich binnen een half uur in coma had gezopen, moest ik ook een paar keer mannen identificeren, die het gelukt was een eind aan hun leven te maken. Ook dat mocht helemaal niet, maar het gebeurde gewoon.
In 1984 begon ik bij de Sint Bavo (later dus BavoRnoGroep). Ook een gesloten afdeling. Ik was therapeut en had mijn werkplek een honderd meter van de afdeling verwijderd. Iedere keer liep ik met de patiënten naar therapie. Ik had de deur niet op slot, geen alarmsysteem. Wanneer iemand 'm peerde ging ik er met de auto snel achteraan. Ik haalde ze terug. Altijd en soms hadden de andere patiënten niet eens door dat ik er even niet was. In die tijd heb ik soms behoorlijk moeten "knokken", had ik zwaar automutilerende gasten en ander leed. Maar, je loste het gewoon op. Alleen als er iemand zelfmoord had gepleegd. Dan werd ik (thuis) gebeld en moesten we groepsgesprekken houden en personeelsvergaderingen. Toen ik een keer, op een zaterdag weigerde te komen, waren de rapen gaar. Drie keer ben ik (op staande voet) ontslagen, maar ben uiteindelijk 26 jaar in dienst geweest.
Van Noordwijkerhout verhuisden we naar Capelle aan den IJssel. De therapieruimte werd nu gedeeld met collega's. Een krap gebouw met diverse kleine ruimtes. Een patiënt vertrok door het raam. Ik mocht er niet meer achteraan. De ramen werden gebarricadeerd. Later flinke discussies over het wel of niet dragen van alarmsystemen. Ik weigerde. Heb altijd geweigerd.
In al die jaren heb ik wel wat directe agressie mogen ervaren. Een keer wilde iemand mij van achteren met een mes aanvallen, een paar keer fysieke gevechten gehad en de nodige bedreigingen, al dan niet met gereedschappen/wapens. Nooit heb ik letsel opgelopen en altijd gezegd dat dit een risico van het vak was.
Een keer was er politie op de afdeling. Een patiënt, waar ik een halve minuut vooraf nog een geintje mee stond te maken had een collega neergestoken.
Ik merkte wel dat de regels aangescherpt werden en dat je als hulpverlener ook meer en meer met handen en voeten geboeid werd. De angstcultuur werd groter en daarmee kwam de beheerscultuur nog sterker op gang. Ik heb mij wel afgevraagd hoe dit kon komen. Ik had daar mijn opvatting over; de hulpverlener werd minder en minder beroeps vanuit een zeker idealisme. Goed, ik ben ook bij toeval in de psychiatrie terecht gekomen. Maar als ik iets doe, dan ga ik er ook voor. Nu zien meer werkers het als een beroep, een inkomstenbron... Bovendien wil men geen enkel risico meer lopen. En dan kan het zijn dat de hulpverlening afstompt. Men neemt geen verantwoordelijkheid meer en belt de politie. Dus, tegenwoordig komt dan de politie. En nu gebruiken ze de taser, want ook de politieman wil zijn gezicht tegenwoordig gaaf houden. Geen risico jongens!
Dat nu, in die zelfde BavoRnoGroep een jonge gast (Victor) in de isoleercel getaserd is doet me pijn. Zo ver is de hulpverlening dus al afgezakt. Goed, ik zag de aftakeling al langer. Ook in andere takken van de zorg. Alles wordt gecalculeerd en geld is de regerende factor. Het gaat niet meer om de patiënt. Het ziekenhuis is een commercieel instituut geworden.
Nederlandse zorg is duur. Erg duur. Zo duur dat we straks weer meer premie moeten betalen en het eigen risico wordt verhoogd. Ondertussen wordt de zorg slechter en zwakker. Waar gaat al dat geld heen? Meer grootverdieners in de zorg (management), meer overhead en wat te denken van de kosten van medische apparatuur? En de kosten van medicamenten. En beseft men wel hoe veel duurder de zogenaamde zorgvuldigheid kost? De kwaliteitsinstrumenten bijvoorbeeld. En alle overtollige administratie... Er zal wel meer op te sommen zijn. En ondertussen wordt de zorg erbarmelijk. De vraag van de patiënt/ cliënt wordt genegeerd. Men kan daar niet op anticiperen en bieden de zorg die de hulpverlener zelf (met alle beperkingen) wil bieden. Kortom, de individu wordt in feite niet geholpen, waardoor veelal weer nieuwe behandeling/begeleiding nodig is, die dan weer duurder uitkomt ook. Kortom, in Nederland zitten we in een afglijdende schaal.
Nodig is het niet. In diverse landen is de zorg wél goedkoper. En ook veel efficiënter/beter. Laatst was ik bij een tandarts. Alle voorzieningen,mals in Nederland..., maar de stoel was wat ouder, de slangetjes en elektra wat minder gladjes weggewerkt en de ruimte zelf schoon, maar eenvoudig. Het kan dus best... En daarmee kan de zorg ook beter. Naar mijn idee is de bodem in de Nederlandse zorg bereikt. Derde wereld niveau in een prachtig jasje. Ik kan mij er nog steeds over op te winden... En ik ben boos!
Posts tonen met het label gek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gek. Alle posts tonen
woensdag 6 september 2017
woensdag 3 februari 2016
Tellen
Vroeger had je die spiegelstickers met de tekst: ooit een normaal mens ontmoet? Natuurlijk niet. En zelf, zelf spoor ik ook niet op alle vlakken. Schamen voor mijn tekortkomingen die ik niet. Erg veel last heb ik er overigens ook niet van. Het stoort mij niet in mijn dagelijkse bezigheden, noch in mijn sociale contacten. Nou ja, niet voor zover ik mij realiseer. Dat kunnen anderen wellicht beter beoordelen.
Ik heb last van hallucinaties. Dat klinkt heftig, maar valt best mee. Vooral soms lastig, alhoewel meestal zie ik er de humor van in. Mijn hallucinaties zijn geur hallucinaties. Ik ruik dingen, die ik écht ruik, maar wat in feite niet kan. Een hallucinatie beleef je als waarheid. Bij mij is dat gekomen door muizen. Al weer heel wat jaartjes geleden rook ik een dode muis. Niet even, maar weken. Het lijk kon ik maar niet vinden. De geur rook ik. Pas na vele weken trof ik het halfvergane lijk aan..., tussen mijn borden in het dressoir. Na het ruimen bleef ik de geur ruiken. Dat duurde nog weken. Langzaam verdween de rotte lucht uit mijn neus. Toch keerde deze met enige regelmaat terug. Alleen, ondanks dat ik dooie beessies rook, wist ik ook dat ze er niet waren. Bijvoorbeeld tijdens een autorit, ergens in Duitsland op de snelweg. Plots rook ik die rotte lucht. Ook een keer op een bootje. Nog meer op vreemde plaatsen. Plots komt het op, langzaam ebt het weer weg. De muizengeur ruik ik nauwelijks meer, maar een andere geur is er voor in de plaats gekomen. Brandlucht. Op de meest vreemde plaatsen ruik ik brand. En soms komen er ook andere geuren mijn neus binnen, die er helemaal niet zijn. Het zijn niet de plezierigste geuren. Dat is vervelend. Het lastigste is echter dat ik mijn eigen geur vermogen niet meer vertrouw. Is het er echt, of is het er niet? In de meeste gevallen is het er niet...
Behalve mijn geur hallucinaties heb ik ook nog last van een neurose. Ook hier heb ik niet echt last van en moet er soms zelf om lachen, omdat ik mij er weer op betrap mij er aan schuldig te maken. Ik tel. Ik tel van alles. Dat gaat automatisch. Ik moet het doen, zeker wanneer ik mij er niet echt bewust van ben het te doen. Dagelijks haal ik brandhout naar boven. Ik die dat in een emmertje. Bij het vullen tel ik de houtjes, die ik in de emmer doe. Toen er twee ton hout werd gebracht en ik moest dat ordenen heb ik mij kapot geteld. Het sloeg volkomen nergens op, maar ik bleef maar tellen. Nu valt het tellen van het hout nog relatief mee. Ik teken ook en teken onder andere met stipjes. Vele stipjes. Ik plaats ze in noodtempo. Ik tel in noodtempo. Ik tel nooit door. Na iedere pauze begin ik opnieuw, bij ieder emmertje begin ik opnieuw. Wanneer ik streepjes zet, tel ik. Kortom, bij iedere repeterende handeling gaat mijn telraam aan. Het is ongelofelijk hoeveel repeterende handelingen een mens dagelijks verricht. Bestek uit de vaatwasmachine halen; vorken tellen, messen tellen, en ga maar door. Ik verbaas mij er over wat je allemaal kan tellen. Steeds weer opnieuw. Het is een onschuldige dwangneurose, en ik zie er de humor van in. Regelmatig betrap ik mij er op en spreek mijzelf luid aan te stoppen met tellen. Dat werkt soms. Aan de andere kant, waarom mag ik niet tellen? Laat me lekker, niemand heeft er last van. Anderen merken het niet. Ik tel niet hardop. Nou ja, zelden, en zeker niet in gezelschap.
Ik heb nog wel een paar van die afwijkingen. Laten we het gewoon maar afwijkingen noemen. Behalve de de geur hallucinaties zijn het allemaal dwangneurotische afwijkingen. Klein en onschuldig van aard. Alhoewel sommige uiterlijke kenmerken hebben en mijn vrouw mij er soms op aanspreekt. Of zij door heeft dat het soms mijn dwangneuroses zijn weet ik niet. Kan me ook niet zo veel schelen. Nee hoor, het is zelfs heerlijk iets dergelijks te mankeren en het jezelf ook te realiseren. Laat me maar lekker, met mijn eigen bescheiden gekten. Ik voel mij er heel gelukkig mee, of ondanks dat ben wik gelukkig. Gek hè?
Ik heb last van hallucinaties. Dat klinkt heftig, maar valt best mee. Vooral soms lastig, alhoewel meestal zie ik er de humor van in. Mijn hallucinaties zijn geur hallucinaties. Ik ruik dingen, die ik écht ruik, maar wat in feite niet kan. Een hallucinatie beleef je als waarheid. Bij mij is dat gekomen door muizen. Al weer heel wat jaartjes geleden rook ik een dode muis. Niet even, maar weken. Het lijk kon ik maar niet vinden. De geur rook ik. Pas na vele weken trof ik het halfvergane lijk aan..., tussen mijn borden in het dressoir. Na het ruimen bleef ik de geur ruiken. Dat duurde nog weken. Langzaam verdween de rotte lucht uit mijn neus. Toch keerde deze met enige regelmaat terug. Alleen, ondanks dat ik dooie beessies rook, wist ik ook dat ze er niet waren. Bijvoorbeeld tijdens een autorit, ergens in Duitsland op de snelweg. Plots rook ik die rotte lucht. Ook een keer op een bootje. Nog meer op vreemde plaatsen. Plots komt het op, langzaam ebt het weer weg. De muizengeur ruik ik nauwelijks meer, maar een andere geur is er voor in de plaats gekomen. Brandlucht. Op de meest vreemde plaatsen ruik ik brand. En soms komen er ook andere geuren mijn neus binnen, die er helemaal niet zijn. Het zijn niet de plezierigste geuren. Dat is vervelend. Het lastigste is echter dat ik mijn eigen geur vermogen niet meer vertrouw. Is het er echt, of is het er niet? In de meeste gevallen is het er niet...
Behalve mijn geur hallucinaties heb ik ook nog last van een neurose. Ook hier heb ik niet echt last van en moet er soms zelf om lachen, omdat ik mij er weer op betrap mij er aan schuldig te maken. Ik tel. Ik tel van alles. Dat gaat automatisch. Ik moet het doen, zeker wanneer ik mij er niet echt bewust van ben het te doen. Dagelijks haal ik brandhout naar boven. Ik die dat in een emmertje. Bij het vullen tel ik de houtjes, die ik in de emmer doe. Toen er twee ton hout werd gebracht en ik moest dat ordenen heb ik mij kapot geteld. Het sloeg volkomen nergens op, maar ik bleef maar tellen. Nu valt het tellen van het hout nog relatief mee. Ik teken ook en teken onder andere met stipjes. Vele stipjes. Ik plaats ze in noodtempo. Ik tel in noodtempo. Ik tel nooit door. Na iedere pauze begin ik opnieuw, bij ieder emmertje begin ik opnieuw. Wanneer ik streepjes zet, tel ik. Kortom, bij iedere repeterende handeling gaat mijn telraam aan. Het is ongelofelijk hoeveel repeterende handelingen een mens dagelijks verricht. Bestek uit de vaatwasmachine halen; vorken tellen, messen tellen, en ga maar door. Ik verbaas mij er over wat je allemaal kan tellen. Steeds weer opnieuw. Het is een onschuldige dwangneurose, en ik zie er de humor van in. Regelmatig betrap ik mij er op en spreek mijzelf luid aan te stoppen met tellen. Dat werkt soms. Aan de andere kant, waarom mag ik niet tellen? Laat me lekker, niemand heeft er last van. Anderen merken het niet. Ik tel niet hardop. Nou ja, zelden, en zeker niet in gezelschap.
Ik heb nog wel een paar van die afwijkingen. Laten we het gewoon maar afwijkingen noemen. Behalve de de geur hallucinaties zijn het allemaal dwangneurotische afwijkingen. Klein en onschuldig van aard. Alhoewel sommige uiterlijke kenmerken hebben en mijn vrouw mij er soms op aanspreekt. Of zij door heeft dat het soms mijn dwangneuroses zijn weet ik niet. Kan me ook niet zo veel schelen. Nee hoor, het is zelfs heerlijk iets dergelijks te mankeren en het jezelf ook te realiseren. Laat me maar lekker, met mijn eigen bescheiden gekten. Ik voel mij er heel gelukkig mee, of ondanks dat ben wik gelukkig. Gek hè?
donderdag 24 januari 2013
Sluit de GGZ maar
Rond 1978 heeft Italië
al haar GGZ instellingen gesloten. De psychiatrie bestond er niet meer en moest
in eigen kring worden opgelost. Veel is er over de Italiaanse psychiatrie van
vandaag eigenlijk niet bekend. Dat de algehele sluiting (en ontkenning) van
destijds niet werkte is duidelijk.
Het
CVZ (College voor Zorgverzekeringen) wil nu een aantal psychiatrische, en
psychische aandoeningen uit de verzekering schrappen, of alleen als aanvullende
verzekering overeind houden. Wel, zoals de voorstellen er van het CVZ liggen
kan je net zo goed de hele GGZ sluiten. Net als in Italië... net als 35 jaar
geleden. Hoe dom kan je zijn, of regeert alleen het financieel denken? Een
beetje humaan denken lijkt hier immers ver te zoeken.
Vroeger
werden de gekken weggehouden en later weggestopt. Zo rond de late jaren zestig
kwam er een voorzichtige kentering en ging men anders kijken, en om, met
psychische stoornissen. Misschien zijn we daarin wat doorgeschoten, maar nu
lijkt alles weer door te schieten, wanneer je kijkt naar het CVZ. De gek moet
weer verstopt worden, weggehouden uit de maatschappij. Vreemd daar bijna al het
(veelal gedecentraliseerde) overheidsbeleid er op gericht is de individu juist
zo veel als mogelijk te laten participeren in de maatschappij.
Weten
wij niet meer wat we willen, of zijn wij inderdaad zo ver dat geld het
instrument is om onze waarden en normen te bepalen? Volgens mij hebben we het
nooit geweten, en daarom mag het geld nu de leading lady zijn...
Natuurlijk
heb ik daar moeite mee. Niet omdat ik dertig jaar in de GGZ heb gewerkt, maar
wel omdat ik al die jaren heb gewerkt in de arbeidstherapie en dagbesteding.
Dat laatste is de goedkoopste vorm van zorg, maar al jaren ligt de dagbesteding
onder vuur. De basis: financieel... Bezuinigingen. In al die jaren heb ik nog
nooit mee gemaakt dat er een degelijk onderzoek is geweest naar het effect en
belang van dagbesteding en activering. Dat ligt aan de sector zelf, maar ook in
de breedte is dit een gebrek. Een onderdeel daarvan betreft de politiek. Iedere
keer volgen zij de aanbevelingen van zogeheten deskundigen. Basis van onderzoek
om tot besluitvorming te komen ontbreekt. Ergens begin 2000 is het laatste
onderzoek gedaan, op dit gebied. Ook nog een onderzoek van andere strekking en
uitgevoerd door het Trimbos Instituut.
Knap
dat het CVZ uit gaat van de scheiding van lichaam en geest. Een nieuwe visie en
dus ontkennen maar. Toch is deze visie (en uitspraak) van het CVZ maar een
kleine illustratie over hoe wij tegen het (geestelijk) welzijn van onze
medemens aankijken. Op veel terreinen wordt de psychiatrie bediscussieerd. Niet
geheel onterecht, omdat de GGZ ook een sector is waar relatief veel plaats is
voor modeziekten. Ja, ADHD, is voor een deel een modeziekte. Niet omdat ik ADHD
ontken, maar omdat vele artsen deze ziekte zo hebben kunnen interpreteren dat
bijna ieder druk kind deze diagnose kan krijgen. Dat is er mis in de GGZ.
Inmiddels
komen de reacties uit het werkveld en cliëntenverenigingen. Felle reacties, en
terecht. De voorstellen van het CVZ gaan te ver, maar leveren ook geen bijdrage
om op constructieve wijze kritisch naar de sector te kijken. Net wat ik hier
boven aangeef, ontbreekt. En de reacties geven ook die richting niet in. Nee,
want men is boos en reageert op de voorstellen, en niet op eventuele
verbeteringen. Dat wordt ook niet uitgelokt. In die zin wel slim van het CVZ,
want de feitelijke discussie ga je uit de weg. Laten we daar eens met z’n allen
boven gaan staan en de wind uit de zeilen van het CVZ nemen.
Laten
wij de psychische problemen en psychische ziekten serieus nemen, en kritisch
zijn met diagnosticeren. Stoppen met het kort door de bocht denken,
linksom als rechtsom. Dan zal het CVZ ook vast niet meer met die waanzinnige
voorstellen komen en mag de GGZ open blijven......
Labels:
ADHD,
beleid,
bezuiniging,
CVZ,
dagbesteding,
gek,
GGZ,
Italië,
overheid,
psychiatrie,
PZ Santpoort,
Trimbos Instituut
Abonneren op:
Posts (Atom)


