vrijdag 10 januari 2014

Oud

bron: historianet.nl
Kinderen die nu geboren worden kunnen 100 tot 135 jaar leven. Dit schrijft Rudi Westendorp in zijn nieuwe boek Oud worden zonder het te zijn. Het lijkt mij een geweldig vooruitzicht, nog lang en goed te kunnen leven. Toch denk ik soms nu al; wat kan de dood een bevrijding zijn om eens van alle zorgen af te zijn.

Wij worden ouder en doen dit ook steeds intensiever. Voor velen geldt dit zeker,  niet voor iedereen. De mensen die langduriger en intensiever leven zien een langer leven zeker als een wenselijke optie. De passieve mens zal het worst zijn of ze ergens in de zeventig of tachtig komen te overlijden. Nou ja, wat is passief? De oude Grieken hadden als hoogste doel van het leven de vrije tijd. Met andere woorden, ze deden het liefst niets. Rustig leven en genieten. Genieten kan een hele levendige beleving zijn. De Grieken leefden eigenlijk optimaal en het vervelende van het leven lieten zij graag aan anderen over. Dat waren de slaven natuurlijk. Hier tekent zich een tweespalt af; de werker en de genieter. Wanneer wij langer zouden leven, wat zal er dan aan verschil zijn tussen die werker en de genieter? Voor de genieter... Daar maak ik mij geen zorgen over. Voor de werker... Moet hij dan langer werken of moet de werker leren genieter te worden? En kan dat? Kortom, zijn wij er wel klaar voor om zo veel ouder te worden?
bron: LUMC

Wanneer ik mijn leventje bezie wil ik absoluut de maximum speeltijd. Toch is er altijd die schaduwzijde. In het leven zijn altijd zo veel niet leuke zaken. Problemen die telkens terug komen, of chronisch aanwezig zijn. Ook daar leef je langer mee. Of ik dát wil? Nu ben ik werkloos, en wie weet hoe lang het duurt of ik weer iets heb om in mijn levensonderhoud te voorzien? Dat soort problemen, en alles wat dat met zich mee neemt, ben ik eigenlijk zat. Ik heb al meer dan dertig jaar gewerkt en als ik niet op pas eindig straks in een kartonnen doos op straat. Zo ver zal het wel niet komen, maar het geeft wel een beetje mijn huidige situatie weer. En ja, ik geloof er wel uit te komen. Ik ben er zelfs van overtuigd. Maar het zijn de vervelende dingen van het leven. En wanneer je ouder wordt, heb ja daar ook allemaal meer last van. Met de wens langer te willen leven doen wij of het leven zo rooskleurig is. Of er geen aftakeling is.
Het leven op zich is al een klus. Een mooie klus, absoluut, al deelt niet iedereen dit. In tegenstelling, veel mensen zijn helemaal niet gelukkig. In Nederland leven wij in een relatief bevoorrechte situatie, maar de wereld is groter dan Nederland. Groter dan de westerse wereld. Kijk eens naar al die oorlogen om ons heen, alle conflicten, alle criminaliteit en drugsoorlogen, zoals bijvoorbeeld in Mexico. De andere kant is het aantal mensen dat de maatschappij niet meer aan kan. Mensen stappen er uit en plegen zelfmoord, anderen raken in zware psychische problemen.

Fysiek zijn we vast goed te repareren, tot de auto zo oud is dat reparatie niet meer mogelijk is. Hoe wij er ook tegen strijden; het leven is en blijft eindig. Dat de mens zich inzet dit leven optimaal te verlengen en de enge dood uit te stellen kan ik mij voorstellen, maar de dood moeten we vroeg of laat onder ogen zien. Dan is de vraag wat de meerwaarde van nog langer leven is. Reina heeft kanker overleeft. Gelukkig want ik ben nu heel blij dat ik met haar samen leef. Wanneer zij het niet gered had was zij echt te jong gestorven. Ik gun haar ook nog een goed leven. Ik gun mijzelf een goed leven. Allebei hebben we de instelling dat wij een goed en intens leven willen, waarbij de kwaliteit belangrijker is dan de duur. Dat klinkt misschien wat fatalistisch alhoewel ik dat toch anders zie. En daar kom ik op de essentie van de discussie rond levensverlenging. Natuurlijk wil ik zo lang mogelijk leven, maar dan wel met kwaliteit van leven.
Fysiek zijn we te repareren. Psychisch is toch een ander verhaal. Hoe staat het met onze mentale kwaliteit? Straks is er medicatie tegen Alzheimer. Toch ken ik mensen die dementie zien als een veilig en natuurlijk uitdoven van het leven. Het is maar hoe je er tegenaan kijkt. Een feit is dat wij mensen vanuit onze psyche vermoeid raken. Ook hier echter weer sterke onderlinge verschillen. Nu zie je al eenzaamheid optreden bij mensen op relatief jonge leeftijd. Enerzijds zijn er meer ouderen actief, anderzijds neemt de eenzaamheidsproblematiek toe.
Door alle wetenschappelijke ontwikkelingen leven wij langer onder redelijk normale omstandigheden. Op natuurlijke wijze zal de leeftijdsgrens wel iets stijgen. Nu gaat de wetenschap echter een stukje verder en ontwikkelen zij een soort technisch leven. Of je nu vanaf je zeventigste oud wordt, of straks op je honderdste, we zullen altijd een soort bejaardenleven kennen. En dat is het leven waar wij vanaf willen. Zo ook ik. Het liefst leef ik optimaal en intens tot ik er (letterlijk) bij neer val. Ik wil geen bejaarde worden die aan alle kanten verzorgd moet worden, de zelfstandigheid moet opgeven en de tijd letterlijk uit zit. Dat is ook net het stukje wat ik mis in het hele verhaal van Westendorp. Westendorp stelt misschien ook niet voor niets de vraag of wij er mentaal wel aan toe zijn zo veel ouder te worden.

Een huisje in Italië (of elders) en lekker veel schilderen, lekker leven en bezig zijn. Zorgeloos. Dan wil ik nog heel lang leven. Samen met mijn Reina natuurlijk. En wanneer ik fysiek op dit niveau blijf is dat uitstekend te doen. Ik wil dan wel tot mijn laatste adem kunnen blijven schilderen en leven. Moeten we wel zo veel ouder worden? Onder voorwaarden: ja!
 
bron: isgeschiedenis.nl


dinsdag 7 januari 2014

Omvallen

bron: studio dvo
Bij toeval las ik een artikel in het Noord Hollands Dagblad; Reakt heeft surseance van betaling aangevraagd. Er dreigt ontslag voor alle medewerkers en vooral de cliënten zijn natuurlijk weer de dupe.

Drie jaar geleden nam Reakt (een organisatie voor dagbesteding en arbeid in de GGZ) de externe poot van Dijk en Duin over. Een half jaar heb ik dit proces mogen ondersteunen, voordat Reakt niet meer met mij verder wilde. Ik paste immers niet in hun plaatje. Voor dat ik werkzaam was bij Reakt werkte in bij de Parnasia Bavogroep, in Rotterdam. Maar de extramurale dagbesteding en arbeid was geen corps business meer van de organisatie, waardoor wij over gedaan werden naar Reakt. Al langer had ik contacten met Reakt en had ik vernomen van een volgende overname, die van Dijk en Duin (Castricum). Naar mijn idee een stap te ver. Een organisatie als Reakt moet mijn inziens nooit te groot worden, want dan werkt het niet. Nu, drie jaar na de overname, lijk ik helaas mijn gelijk te krijgen. Al eerder heb ik een soort gelijk advies gegeven aan Roads. Roads deed het goed in Zuid Kennemerland en Amstellanden. Daar hadden ze het bij moeten houden. Ook hier heb ik mijn gelijk gekregen en Roads raakte failliet.
Beide organisaties leunden heel sterk op een persoon. Kijkend naar de organisatie durf ik hen oligarchen te noemen. Zij bepaalden te veel en bonden mensen aan zich met weinig kritiek en erg mee gaand. Alles wat wel erg kritisch was werd er snel uitgewerkt. Zo is ook mijn einde bij Reakt te labelen. Dat gaat veelal middels nare machtsspelletjes, maar de grote jongens winnen altijd. Wat dat betreft zijn er vergelijken te trekken naar de politiek.

Zelf win ik er niets bij. Mijn adviezen zijn uitgekomen, en dat doet pijn. Nogmaals, de cliënt is de dupe. Maar ook ik. Ik heb mijn baan verloren, mijn politieke carrière wordt afgebroken en al mijn inkomsten zijn weggevallen. Soms vraag ik mij af waarom men niet een keer goed wil luisteren. Misschien heb ik de juiste kwalificaties niet op papier. Zou kunnen. Het kan ook zijn dat ik te eerlijk en oprecht ben. Eerlijkheid (en integriteit) worden in deze maatschappij niet als sterke punten gelabeld. Vreemd, want we hebben allemaal onze mond vol over eerlijkheid en integriteit. Het werkt dus anders.
Ik vrees dan ook dat het mis gaat met Reakt. Een kleine doorstart van de commerciële tak misschien. En dan staat personeel naast de cliënten op straat. In de tijd van onze transities van AWBZ (waar dagbesteding en arbeid nog onder vallen) naar de WMO.  De landelijke overheid zorgt niet meer voor haar mensen. Nu moeten de gemeenten het gaan doen. Onhandig en ondeskundig probeert men het goede te doen,maar er moet ook nog bezuinigd gaan worden. 
Vanmiddag was ik nog even bij Kansen & Zo (een lokaal initiatief voor Velsen dagbesteding en arbeid op te zetten). De deelnemers gaven aan mij te missen, maar ook waren er enkelen, die direct angstig vroegen of ze nog wel mogen komen. Voor Kansen & Zo is geen geld, waardoor ik momenteel voor hen niet inzetbaar ben. Jammer, want ook hier houd ik mijn hart vast. In dit geval niet vanwege de expansiedrift, maar nu vooral vanwege de deskundigheid. Straks staan ook deze cliënten wellicht op straat.
Ook de profilering van organisaties staat goede samenwerking in de weg. Logisch, want andere organisaties moeten zich wel profileren, want anders gaat voor hen de deur dicht.

Komend jaar wordt een jaar van de waarheid. Veel aandacht gaat uit naar de transitie van de jeugdzorg. De dagbesteding en arbeid wordt vergeten. Sterker, er wordt te gemakkelijk gedacht dat al deze mensen wel weer aan de bak kunnen. Met de huidige regeltjes is het lastig met deze uitzonderingen om te gaan. Toch is dat nodig. Gemeenten moeten echt wakker worden, organisaties het algemene belang dienen. Gebeurt dit niet dit jaar wordt 2015 een rampjaar. Duurdere zorg door meer decompenserende cliënten, meer mensen in de zorg werkloos (zonder reëel perspectief op nieuw werk) en vooral heel slordig omgaan met onze medemens.

Misschien dat mensen en organisaties wel vertrouwen in mijn kunne hebben. Ik sta klaar. Ik wil mij hiervoor inzetten. Maar houdt het klein. Lokaal (niveau gemeente) of hooguit regionaal, maar zeker niet bovenregionaal. Bewezen lijkt nu dat dit niet werkt en de kracht uit de sterke initiatieven weg ebt. In tegenstelling tot de politiek geloof ik hier wel in de gemeende gedrevenheid van de beide individuen (Over, Roads, en van Strien, Reakt). Ze wilden het alleen te goed doen en waren te veel overtuigd van hun eigen kunne en kwaliteiten. Verdomd jammer. Het brengt zo veel leed en schade, terwijl dit niet nodig is. Ach, misschien waardeert iemand mij ooit wel op mijn oordeel.




maandag 6 januari 2014

Ouders


Als knulletje van acht werd ik af en toe naar café Bartje (Santpoort Noord) gestuurd, om in de slijterij achter de bar een fles jenever voor mijn vader te halen. De fles werd in een groezelig papiertje gewikkeld. Schuchter en bedolven onder stoer mannenpraat verliet ik de kroeg dan weer. Wanneer het voor kwam was het meestal op de tweede helft van de zondagmiddag.

Op zondag was bij ons thuis het ritueel om vijf uur een borreluurtje te houden. Zoutjes op tafel en regelmatig vrienden en vriendinnen over de vloer. Er was niets lekkerders het laatste restje van het citroenjenever, van mijn moeder, leeg te mogen lepelen.
Ouderen kijken altijd met enig sentiment naar vroeger dagen. Het leek toen allemaal veel mooier en beter. Ik weet dondersgoed dat schijn hier bedriegt. En ook nu is er wezenlijk niet veel veranderd. Maar de maatschappij is wel veranderd.
Zo kan ik mij nog een voorval herinneren dat ik van mijn achterbuurvrouw een mep kreeg, nadat ik iets geheel verkeerds gedaan had. Wat het was weet ik niet meer, maar die tik vergeet ik nooit meer. En mijn ouders?... Die gaven de achterbuurvrouw groot gelijk. 

Nix18... Onder de 18 kan je nergens drank of tabak kopen. Volgens de regels. Ouders mogen kinderen geen corrigerende tik meer geven en wanneer een buur het kind terecht wijst zullen de ouders wel even verhaal halen. Bij de buur natuurlijk. Het kind is een soort heilig voorwerp geworden, waar ouders kritiekloos blind op varen. De maatschappij is geïndividualiseerd. Daarbij leven wij in een geglobaliseerde maatschappij met moderne en snelle communicatietechnieken. Was er vroeger een relletje bleef dit lokaal bekend. Is er nu een relletje geniet de hele wereld mee. Werd je vroeger een keer in elkaar geslagen, tegenwoordig ontvang je doodsbedreigingen via de sociale media. 
De overheid probeert steeds de antwoorden te vinden. Ouders mogen kinderen niet meer slaan. De leeftijdsgrens voor tabak en alcohol wordt opgetrokken van zestien naar achttien. Kortom, daar waar de overheid met beheersmaatregelen kan komen zullen ze het niet na laten en wordt onze vrijheid en vooral die van onze kinderen steeds meer beperkt en betutteld. Maar verder gebeurt er niets...
Afgelopen week zag ik een cartoon. Links ouders, kind en juf. De ouders waren boos op het kind. Rechts het zelfde plaatje, maar nu is iedereen boos op de juf. De boosheid van de ouders is blijkbaar gebleven en ook worden zij nog in het midden getekend. En daar gaat het juist om; de rol van de ouders.
In alle wetten, regels en discussies lijkt de ouder geen rol meer te hebben. Nix18 bevestigt dit. Een paar passieve ouders, meer zie je niet. De kinderen, die maken de belofte en de ouders reageren of de kous daar mee is afgedaan. Kinderen moeten leuk zijn, je moet ze vertroetelen en beschermen, maar verder gaat je verantwoordelijkheid niet.
Vroeger speelde ik buiten, bouwde hutten in het zand. Wanneer ik thuis kwam moest ik mijn broek laten zakken; wormeninspectie. Vaak met succes. Tegenwoordig mag een kind amper buiten spelen (en dan het liefst nog op een veilige kinderspeelplaats) en daarna drie keer je handen wassen. Niet gek dat allergie zo ontiegelijk veel voorkomt bij de jeugd. O ja, en daarna zet je ze voor de tv. Lekker rustig.
En wanneer het kind gaat puberen wordt het dus veelal erg lastig. Ouders verliezen vat op het kind, die juist nu de wereld gaat ontdekken. Waren de ouders er niet, nu haken ze helemaal af. De overheid is verantwoordelijk.
Wat er in Veen gebeurde is niet nieuw. Het comazuipen is niet nieuw. Alleen vroeger bleef het klein en pakte je het binnen het gezin op. Nu gaat het de wereld over en de ouder probeert alleen nog het kind te redden. Te beschermen, wat juist averechts werkt omdat de ouders nog steeds de voorbeeldrol vervullen, de steunpaal is die de kinderen richting moeten geven. Daar moet je investeren en dit is wat er juist aan ontbreekt. Ja, het kind kiest toch zijn eigen weg. Net als vroeger, maar nu veel stuurlozer.
 
bron: NRC
Alcohol en tabak is niet goed voor de mens, voor het kind. Toch zullen er altijd verslaafden zijn. Daarom is het niet goed een leeftijdsgrens zo maar op te trekken. Je sluit hiermee je ogen voor het echte probleem, ja zelfs voor de realiteit.
De rol van de ouder moet weer in ere hersteld worden als voorbeeld, opvoeder en verantwoordelijke voor het kind. De discussie moet eens wat minder over het kind gaan, maar juist meer over de ouders. Help ze bij het opvoeden, help ze de nieuwe tijd in. Het vroegere saamhorigheidsgevoel is veranderd in individualisme en egocentrisme. Hoe moeten ouders met deze verandering om gaan? Leer het ze en spreek ze er op aan! En stop met het naïeve gedoe kinderen via de wet en overheid te vertellen wat wel en niet mag. Leg die rol terug bij de ouders en laten wij het dáár komend jaar eens goed over hebben!





vrijdag 3 januari 2014

De Createur

foto: Reinder Weidijk
Denk aan jezelf, want niemand denkt aan jou. Jaren heb ik vooral aan anderen gedacht. Daarmee ben ik door het stof gegaan en nu inderdaad merk ik dat niemand aan mij denkt. Het wordt tijd voor mijzelf op te komen en mijn eigen belangen te dienen.

Ooit ben ik in de politiek gegaan, als schreeuwer aan de wal. Het moest beter en ik ben mij actief gaan inzetten. Aan de kant gezet, bijna als oud vuil. Jarenlang heb ik mij ingezet voor mijn werk, geen rekening gehouden met werktijden, of wat dan ook, maar gewoon mijn best gedaan. Een lullige fusie/overname, en ik werd als oud vuil buiten gezet.
Ik ben er graag voor de ander. Nu heb ik de ander even heel hard nodig. Geen inkomsten, geen geld en mijn huis moet donderssnel in de verkoop. Het opstarten van een eigen bedrijf is lastig in deze tijd. Werk voor oudjes als ik als een speld in de hooiberg. Nog even en ik kan naar de voedselbank. Het klinkt als iets wat ver weg ligt, maar de realiteit hiervan loert wel heel dicht om de hoek.
Ik kijk naar het aantal uitgestoken handen om mij heen. Betreurenswaardig weinig.

Natuurlijk heb ik mij nooit voor anderen ingezet om er zelf beter van te worden. Daar heb ik zelfs nooit bij stil gestaan. De ervaringen van de afgelopen jaren hebben mij echter wel doen inzien wat je waard bent als individu. Tot op het laatst heb ik mijn hand uitgestoken gehouden, maar zonder enig succes.
Wat zal ik mij nog druk maken over de slachtpartijen in Syrië, Soedan, Irak, Somalië, of waar dan ook? Het klinkt erg egocentrisch en feitelijk past het niet bij mij, maar nu moet ik maar eens echt aan mijzelf denken. Werken aan mijn eigen geluk en toekomst. Ben ik te goed, of is het naïviteit waar ik aan lijd? Geen idee, maar het water staat mij nu wel tot de lippen, waardoor ik blijkbaar wakker ben geworden. Hé, hallo wereld! Hier, hier ben ik! Ik ben goed, ik ben belangrijk en ik kan hele goede dingen. Voor mijzelf, ik als mens. Ik ga mij niet inzetten voor de maatschappij, maar voor mijn eigen kwaliteiten. En ik weet zeker dat er een tijd komt dat menigeen achter zijn/haar oor krabt en zegt: shit, met die gozer hadden wij misschien wel eens anders om moeten gaan. Al zal het na mijn dood zijn…, stiekem zal ik in mijn vuistje lachen.


Gisteren heb ik ruim vijf uur aan een stuk door geschilderd. De gelukkigste dag van het jaar, goed, dat jaar is nog heel erg kort. Ik weet wel, dat als ik zo hard werk en schilder, ik mij prima voel. Dan ben ik, zeker voor mijzelf, iets waard. En of de mensen nu van mijn schilderingen houden, het zijn knappe werkjes. Het plaatje, het verhaal, de kronkel die ik aan het doek toevertrouw. Op die manier word ik weer echt mens. Natuurlijk weet ik dat ik moet gaan verkopen. Brood op de plank. Vertrouwen heb ik er voorlopig nog niet in. Wie betaald er in deze tijd duizend of tweeduizend euro voor een plaatje aan de wand? En dan mijn stijl. Die past niet echt in deze tijd. Ooit heb ik gezegd dat een kunstenaar die zijn werk niet verkoopt zich geen kunstenaar mag noemen. Inmiddels ben ik ouder en wijzer. En ik noem mij misschien geen kunstenaar, omdat ik de term createur veel mooier (en breder) vind.
Het nieuwe jaar is begonnen en de teleurstelling(en) zet ik om in constructieve ideeën, al hangt het zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Waar woon ik straks? Wat is er te eten? Hoe gaat het met mijn hondjes? Mijn maag draait zich om bij die gedachten, waar ik dagelijks regelmatig last van heb. Maar inmiddels weet ik; niemand denkt aan mij. Daarom ben ik niet langer teleurgesteld. Letterlijk met verve ga ik mijn toekomst tegemoet. Rijkdom die van binnen zit en die ik koester.


Noortje Dressing was in haar laatste aflevering afgereisd naar Nieuw Zeeland. Naar een man en een vrouw, die twee dagen lopen van de bewoonde wereld leven. Al vele jaren. Zij hebben voor zichzelf gekozen en overleven. Ja, zoals ik zag meer dan overleven. Zij leven! Dat is wat ik nu ook ga doen: leven. Al lang genoeg heb ik het leven van anderen en voor anderen geleid. Nu, eindelijk, is het de beurt aan mijzelf. Samen met Reina wil ik eenvoudig gelukkig worden. Dat gaat lukken, al blijf ik hopen dat er ergens nog wel wat helpende handen reiken. Immers, het begin zal even verdomd lastig worden, maar zelfs wanneer niemand mij helpt zal ik het redden. En nu stop ik. Nog even boodschappen doen en dan: schilderen!

donderdag 2 januari 2014

Voorbij

Na de traditionele televisie van het Nieuwjaarsconcert en Garmisch Partenkirchen (vier schansen toernooi) wordt alles weer helemaal normaal. De boom en alle kerstversiering is de kamer uit. Sint Maarten, Sinterklaas, kerst en de jaarwisseling… we hebben het weer allemaal achter de rug. Alleen al die stomme nieuwjaarswensen overal staan nog te wachten. Maar ook dat is veelal snel voorbij.

De jaarwisseling is het enige uit het rijtje wat mij wel aan staat. Verder ben ik vooral blij dat alles weer voorbij is. Natuurlijk, ik heb best genoten van alle sfeer, gezelligheid en de donkere dagen, maar de daarbij behorende irritaties zijn nu ook weer weg. De grootste overigens is het vuurwerk. De afgelopen weken hoorde je ze overal; de knallen. Groepjes jongetjes, met veelal wat domme en uitdrukkingloze koppies, stonden bij elkaar en verhulden zich telkens in de blauwe rook. Goh, wat een lol. Niet alleen zonde van al dat geld, maar ook gewoon heel vervelend. Siervuurwerk kan ik prima zien, maar die knallen, daar heb ik niets mee. Zelfs houd ik overigens jaarlijks een Nieuwjaarsvuur. In een grote korf op straat.

De website van GroenLinks heeft 80.000 klachten opgeleverd. Zonder veel moeite heb ik er wel vijftig aan kunnen toevoegen. Ik ben daar echter te lui voor. Velen waarschijnlijk met mij… Van mij mag het vuurwerk aan banden gelegd worden. In de lokale politiek is in Velsen geen enkele oor voor te vinden, ondanks dat landelijk ieder jaar meer geluiden op gaan met de jaarwisseling het vuurwerk op centrale plaatsen af te steken, en de losse knallen gewoon te verbieden. Daar denk ik dan aan, op zo een nieuwjaarsdag. Ja, in 2013 heb ik heel wat verloren. Letterlijk en figuurlijk. Maar, het is het leven. Je gaat door, je moet door. Hoe, dat weet ik alleen even niet. Een soort omgekeerde verliefdheid rommelt door mijn maag; zorgen. Hoe kom ik aan werk, geld… hoe wordt mijn toekomst dit jaar (en verder)? Het voelt niet goed en ik heb er last van. Toch blijf ik de optimist en ga er van uit dat het nu alleen nog maar beter kan. Laat ik dat gevoel vooral vast houden.


Ieder jaar wensen we elkaar weer het beste. Wat houden wij ons zelf eigenlijk voor ogen? Afgelopen jaar was niet leuk. Natuurlijk waren er absoluut hele fijne en mooie momenten. We hebben een goede zomer gehad, ben veel in de tuin geweest, ben weer als een trein gaan schilderen, is Lina op zichzelf gaan wonen, en veel meer. Daarnaast hebben wij Gerard verloren. Nu al bijna een jaar geleden. Het politieke debacle en de pijn daarvan. Het werk, wat nu over is. Ik wil niet stil blijven staan bij het negatieve. Nog een keer zal ik schrijven over de lokale politiek en hoop daarmee ook hier een punt achter het verhaal te kunnen zetten.

Er is weer veel voorbij, maar voor mij ligt een toekomst. Met beide handen moet ik die aanpakken. Misschien wat stuurloos, maar ik ga er wel voor. Straks ga ik naar beneden, en weer flink schilderen. Lekker.
Soms vraag ik mij af, waarom het leven zo ingewikkeld is, waarom mensen het elkaar zo moeilijk maken en waarom organisaties het allemaal zo moeilijk maken. De wereld is niet zwart-wit. De jeugd van 16 en 17 is twee jaar lang de pineut. Ze mogen opeens niet drinken. Althans geen alcohol. Kon dat niet iets genuanceerder ingevoerd worden? 2013 heeft gevoeld als een soort keurslijf. In 2014 wil ik dat afgooien. Ik wil daar niets meer mee te maken hebben. Alle regeltjes waar ik vorig jaar weer tegenaan gelopen ben. Eigenlijk is het de moeite niet waard. Vorig jaar heb ik misschien wel begrepen dat wat het leven wel waard is. Dat gevoel neem ik mee dit jaar.


Over 264 dagen zit ik hier misschien weer. Dan kijk ik op dezelfde wijze terug. Wat zal 2014 mij dan gebracht hebben? Ja, er zijn goede jaren en minder goede jaren. 2010, dat was een top jaar. Vorig jaar was duidelijk een van die mindere jaren. Ik ben voor het eerst sinds lange tijd maar een keer de grens over geweest. Dat was voor de crematie van Gerard. En dat voor een toch wel reislustig typje als ik. Maar goed, dat is allemaal voorbij. Of er gisteren een nieuw leven begonnen is. Eind van dit jaar staan die jongetjes er weer. Dagen voor het einde van het jaar. Bij elkaar. Lege bleke koppies. Zonder mimiek worden de rotjes op straat gegooid. Een leuke dag. Zelfs zo bekeken heb ik een goed jaar achter de rug. Misschien is het helemaal niet zo een slecht jaar geweest en moet ik mij vooral op de positieve dingen focussen. Mijn goede witte wijn. Mijn werk. Het schilderen. Ach, het maakt allemaal niet zo veel uit. 2013 is immers voorbij!

zondag 22 december 2013

Participerende samenleving en tegenprestatie

donderslag bij heldere hemel
Chronisch zieken, mensen met stress, veel psychiatrisch patiënten, lijders aan trauma’s… en nog veel meer groepen mensen die er een probleem mee hebben. Een probleem om die eerste stap te zetten. Vanaf uit de bank komen, tot helemaal niets meer doen en alles wat er tussen zit.

De overheid wil streven naar een participerende maatschappij en mensen met een (WWB) uitkering moeten een tegenprestatie gaan leveren. Het streven is nobel en zeer begrijpelijk. De uitvoering is aanstootgevend en verachtelijk. Deze twee zaken lijken niet alleen te botsen, ze botsen ook in grote mate. Dat is het nadeel wanneer je een ideaal in een politieke context wil plaatsen. Een goed streven plaats je in regels en regels zijn per definitie star. Mensen zijn niet star. Een mens is geen computer. En juist op dit vlak zien wij dan ook de enorme spanningsvelden tussen regelgeving en menselijkheid. Het gevolg is dat de regelgeving het wint en de mens, de individu weer een opdonder krijgt.

De maatschappij gaat uit van gezond functionerende mensen. Een grote meerderheid voldoet hieraan… tenminste, wanneer alles goed gaat. Wie loopt er niet met een probleem, frustratie of trauma? Velen van ons, maar in het kader van het overleven hebben wij geleerd dit weg te schreeuwen, duwen, te werken. Heel veel mensen zijn bang de confrontatie met zichzelf aan te gaan. Dat is namelijk de confrontatie met onze zwakheden, waar wij niet mee om kunnen gaan. En daar is de maatschappij op georganiseerd.
Maar hoe broos is het lijntje… Soms hoeft er maar een klein iets te gebeuren en een maatschappelijk succesvol persoon vervalt tot een nietig hoopje zieligheid. Kijk om je heen, in je eigen omgeving… we kennen allemaal wel iemand, die behoort tot de zwakkeren in onze samenleving. Van sommigen zagen wij het al aan komen. Van anderen kwam het als een donderslag bij heldere hemel. In de jaren dat ik in de psychiatrie heb gewerkt heb ik ze gezien. Ja, zelfs topmannen van Shell, die van de ene op de andere dag volledig decompenseerden. Hun wereld werd kompleet anders.

Weet u hoeveel mensen er leven met een postfobie? Meer dan wij weten, want uit schaamte is het een verborgen probleem. In het netwerk wordt het vaak opgevangen, maar in heel wat gevallen is dat netwerk er niet, of valt weg. Met name financiële problemen doen zich voor en het gaat van kwaad tot erger. In de meeste gevallen wordt zo een relatief klein probleem als een postfobie gebagatelliseerd; stel je niet aan.
Dat zien wij terug in de participerende maatschappij en de tegenprestatie: stel je niet aan. In de wet en regelgeving kan je moeilijk rekening houden met dat individuele drempeltje. Dus, iemand die niet mee werkt… stelt zich aan.

Wij denken in oude normen van de arbeidsethos. Alles is daarop gerelateerd. Zo wordt heel mooi omschreven dat een ieder moet participeren op het voor hem/haar hoogst haalbare niveau. Dat niveau wordt altijd gerelateerd aan arbeid. Veel mensen kunnen dat helemaal niet. En het wordt allemaal nog moeilijker, omdat het aan de buitenkant niet te zien is.
Zo ken ik mensen die op zich prima functioneren, maar wel op de basis van hun eigen condities. Verder is er misschien weinig aan de hand, maar reguliere arbeid zal nooit voor hen weggelegd zijn. En soms is de druk van het participeren en presteren al te veel.

Er wordt een steeds groter beroep op elkaar gedaan. We moeten meer voor elkaar zorgen, de overheid trekt zich terug. Natuurlijk moet je elkaar stimuleren. Misschien wel eindeloos, maar verplichten is iets heel anders. Daar haken velen op af. Op een enkele uitzondering na overigens niet omdat men er geen zin in heeft. Noem het verborgen onvermogens. En dat is lastig, want politiek niet in regels te vatten.
De maatschappij wordt sneller, ingewikkelder en groter. We vergeten het menselijke brein, die dit alles niet meer kan bij benen, of door een handicap überhaupt niet kan bij benen.

In een wereld van graaiers en groeiende verschillen tussen de armen en rijken wordt de ruimte voor de “verliezers” steeds meer beperkt. De ogen worden gesloten en het aantal “verliezers” wordt groter. Maar dat wil de welvarende mens niet zien. Nee, want het lijntje zelf verliezer te worden is erg dun. De politiek poogt dit alles te sturen. Slinks, slim, maar niet oprecht. Dat is politiek namelijk niet gewenst, daarvoor zijn wij niet sociaal genoeg. Afgelopen week las ik in de krant, dat het aantal banen af neemt, maar ook het aantal werklozen… Je zou het bijna als een goed bericht interpreteren, en je hoeft niet te denken wat het daadwerkelijk betekent. Jongeren… blijven misschien langer een opleiding volgen, omdat er geen baan is? Het aantal ouderen dat met pensioen gaat is wat groter, want de “babyboom” is aan de beurt. En dan de mensen tussen de vijftig en het pensioen… veelal na jarenlange dienstverbanden: werkloos. Maar na de periode van hun uitkering komen zij niet in aanmerking voor WWB. Te veel eigen vermogen, eigen huizen en verdienende partners. Velen schrijven zich in als ZZPer (Zelfstandige zonder personeel), maar verdienen er niet echt mee. Wanneer ik de krant lees mis ik deze interpretatie. Logisch, want dan wordt het plaatje vele malen somberder.

Natuurlijk moeten wij allemaal zo veel als mogelijk mee doen met deze maatschappij. Helemaal mee eens, maar ga daarbij niet over de normen en mogelijkheden van de individu… en dat gebeurt met de huidige regelgeving wel. Laat mensen in hun waarde, wat met de huidige regelgeving helaas nooit in voldoende omvang kan. Het is een lastig probleem, maar wel een die je politiek niet op lost.
Het is net als waterverf; de kleuren moeten op natuurlijke wijze in elkaar overvloeien, waardoor een schilderij ontstaat. Wanneer de economie beter wordt, het belastingstelsel humaner, de samenleving socialer, pas dan zal het probleem zich langzaam oplossen. Langzaam en nooit helemaal.


Het mag duidelijk zijn dat ik grote bezwaren heb tegen de participerende samenleving en tegenprestatie zoals deze wettelijk nu geregeld worden. Het is geen oplossing, maar het verstoppen van de echte problemen. Het toedekken van nieuwe problemen. Het wordt tijd dat er eens écht iets gaat veranderen. Hoe goed Jetta Klijnsma het ook bedoelt, hoe enthousiast en overtuigend zij het ook brengt… het werkt niet. Misschien dat zij zichzelf te veel als voorbeeld neemt, maar dat verhul ik in mijn betoog. Laten we in ieder geval eens, zonder alle regels, gewoon eens wat socialer met elkaar om gaan. Ons wat meer in elkaar verdiepen. Dan alleen al zal de wereld er een stuk mooier uit gaan zien!

dinsdag 3 december 2013

De Wajong van Klijnsma

Jetta Klijnsma... Ik kan er maar niet over uit. Een aandoenlijke allervriendelijkste politica. Zij brengt het verhaal vol overgave en aks iets war zij daadwerkelijk in geloofd. En iedere keer hoor ik het tenenkrommend aan. Haar verhaal rammelt en hoe je het went of keert, het is niet realistisch. Het is politiek.

Ongeveer de helft van de mensen met een Wajong uitkering kunnen volgens Klijnsma met een arbeidshandicap aan het werk. In reguliere bedrijven. Dat betekent in eerste instantie dat iedere persoon met een Wajong uitkering gekeurd wordt. Uitgangspunt is dat ongeveer tweederde in aanmerking komt voor de aangepaste arbeidsmarkt. Deze aanname is nergens op gebaseerd. Ja, globale aannames. Meer niet.
Met het verhaal van Jetta lopen ook enkele zaken door elkaar; de WMO, de Wajong, de WSW en de participatiemaatschappij. Maar, ondanks alle ontkenningen, lijken bezuinigingen toch de basale drijfveer. Nu eerst de Wajong. Wordt je gekeurd en men acht je geschikt aangepaste arbeid te verlenen wordt je Wajong omgezet in WWB. Een netto achteruitgang van ongeveer vierhonderd euro. Er is dan nog geen werk. Nu geeft de overheid aan dat werkgevers te vinden zijn deze arbeidsbeperkten te plaatsen. Ja, er is zelfs een convenant. Toch is dit voorbarig. Zeker zullen er bereidwillige werkgevers zijn, maar het aantal plaatsen voor arbeidsbeperkten en de omvang van het aanbod zullen niet in evenwicht zijn. De reden is ondermeer in de soort arbeid, die de werkgevers kunnen bieden. Daar zit een hiaat. Naar mijn inschatting mogen wij blij zijn indien de helft van deze groep afgekeurde Wajong gerechtigden een passende werkomgeving zullen vinden. Een groot deel zal dus inderdaad in de WWB terecht komen. Dat weer houdt in dat de gemeentelijke sociale diensten de druk op deze groep zullen verhogen. Voor de persoonlijke en psychische effecten durf ik niet in te staan.
Dan is er de WSW. We kennen dit beter als de sociale werkplaats. Hier wil Klijnsma van af. Dus al de WSW werkenden dienen overgeplaatst te worden naar reguliere arbeid, voor arbeidsbeperkten. Dus ook daarmee wordt al een groot beroep gedaan op de arbeidsmarkt. Dit gaat in eerste instantie ten koste van de hergekeurden. 
Een ander gevolg is het verdwijnen van reguliere arbeidsplaatsen binnen de WSW, maar er is nog iets. Bij de sociale werkplaatsen is sprake van wachtlijsten. Deze kunnen wel oplopen van twee tot vier jaar. Kan deze groep nu wel ergens terecht? Dat is de vraag, alhoewel ik ook hier mijn twijfels heb. Een ander probleem nu al is dat iemand die op de wachtlijst staat voor de WSW geen indicatie krijgt voor dagactivering. Ze mogen, of kunnen, gedurende hun wachttijd niets doen. Dat lijkt mij niet bevorderlijk voor het individuele welzijn. Bij mensen met psychische klanten zie je binnen deze groep een relatief hoog percentage decompensatie. Dat houdt weer in dat er een extra beroep gedaan moet worden op de, duurdere, reguliere zorg.
De plannen lijken mooi, maar het lijkt niet reëel, mede omdat de drempels niet met een mooi verhaaltje weg te nemen zijn. En straks met de WMO zal ook hier weer een groep tussen wal en schip vallen. Mede door de bezuinigingen van de gemeentelijke budgetten zie ik het niet gebeuren dat de gemeente nu wél iets gaat betekenen voor deze groep wachtenden (en gekeurden) voor aangepaste arbeid. Tot hier is al duidelijk dat er meer maatschappelijke uitvallers zijn, waarmee het effect averechts is.
Zou je deze mensen dan vrijwilligerswerk aan kunnen bieden? Neen, bij de meesten zal dat niet op gaan. Immers deze mensen hebben extra begeleiding nodig. Dat is vaak lastig te regelen, omdat vrijwilligerswerk veelal al plaatsvervangend voor reguliere arbeid georganiseerd wordt. 
Op dit moment bestaat de Onbenutte Kansen regeling. Vanuit de WWB worden mensen verplicht aan het werk gesteld en worden trajecten ingezet. Meer dan activering is het vaak niet, en het percentage wel geplaatste mensen (uit deze groep) is nog geen 10% (vormen van regulier arbeid of arbeidsplaatsen voor mensen met een arbeidsbeperking). En dan te bedenken dat 125.000 mensen met een beperking aan de bak moeten. 
De boete voor werkgevers die geen of onvoldoende arbeidsbeperkten in dienst nemen is een farce en slecht voor de economie.

Ik zou nog even terug komen op de groep met een Wajong uitkering. Iedereen wordt uitgenodigd voor een herkeuring. Op voorhand is er (blijkbaar) al sprake van een quotum. Dus hoe zuiver is de herkeuring? En op welke wijze wordt de herkeuring uitgevoerd? Enkele onduidelijkheden, maar wel de kern van het probleem.
Stel de herkeuring is een momentopname. Je hebt een goede dag, en je gaat naar de WWB. In feite is het een klant die wel goede momenten heeft, goed over komt, maar nooit in staat is tot beperkte arbeid. Want hoe beperkt is beperkt. Een verstandelijk beperkte klant komt op de keuring en spreekt heel positief over zijn arbeidsproject. Ieder dag gaat hij, drie keer per week en het gaat hartstikke goed. De feiten kloppen, maar daar achter zit een verhaal wat duidelijk maakt dat echte arbeid een illusie is. Woonomgeving, omgang met problemen, de beperkingen zelf, sociale componenten.... noem maar op. Wordt dat goed mee gewogen en uitgekristalliseerd bij de herkeuring? Dat is bijna niet te doen. Nee, het is zelfs niet reëel, wanneer de keuring niet onder hele strikte voorwaarden plaats vindt. En daar zal het hoe dan ook aan ontbreken.

Natuurlijk is maatschappelijke participatie goed. Of het in regels te gieten is betwijfel ik, want hier hebben wij het over maatwerk. Ja, stimuleer de individu om zo veel als mogelijk te laten participeren. Maar wel op zijn, of haar, niveau. En dat laatste kan alleen procesmatig duidelijk worden. Bij de een sneller, dan de ander. Bij de een zal het niveau hoger liggen, dan de ander. Nee, herkeuringen en arbeidstesten zijn onvoldoende, en hooguit een aanvullend middel.
Toch staat de klant nu al met de rug naar de muur. Activiteitenbegeleiders zie je steeds minder. De professional wordt in hoog tempo vervangen door vrijwilligers. En dan moet er nog verder bezuinigd worden. Dat kan eenvoudig niet werken en de verwachting is dat de groep "outcast" groter zal worden, het individuele geluk zal verminderen, dan wel onder druk komen te staan. Mogelijk dus met als effect een groter beroep op duurdere zorg.

Jetta Klijnsma brengt het verhaal mooi. De politiek toont goede bedoelingen, maar het mag duidelijk zijn dat hier sprake is van diverse en botsende belangen. Dit beleid moet terug geschroefd worden. Heel overwogen moet er nieuw beleid ontwikkeld worden. De klant moet nu eens echt centraal staan. En reken maar, wanneer je het echt goed aan pakt zal het waarschijnlijk ook nog tot minder uitgaven leiden. Bij deze bied ik mij aan. Zoveel echte deskundigen zijn er namelijk niet...


zondag 3 november 2013

De Velser Affaire


Het onderzoek naar de Velser Affaire is afgerond en op 2 november 2013 is het boek feestelijk gepresenteerd en het eerste exemplaar overhandigd aan burgermeester Frank Weerwind. Het rapport/boek is geschreven door Bas von Benda-Beckmann.
bron: IJmuider Courant

De feestelijke presentatie vond plaats in de stadsschouwburg van IJmuiden. De presentatie lag in handen van Ad van Liempt, en naar de burgervader van Velsen zaten de heer Bernd Sneijders (burgermeester Haarlem), de heer Remkes (commissaris van de koning van Noord Holland) en nog meer regionale bobo's, en zelfs enkele landelijke toppers, vooral uit wetenschappelijke kring, waarvan er drie in een panel zitting namen. KRO Brandpunt was aanwezig. Dit allen ingrediënten om duidelijk te maken dat dit een historisch belangrijk onderwerp is. Ik zat als raadslid tussen de kleine vijfhonderd belangstellenden. In eerste instantie omdat enkele jaren geleden GroenLinks en de PvdA met een motie waren gekomen, welk dit onderzoek (en dus het boek) mede mogelijk heeft gemaakt. Politiek gezien maakt het niet veel uit of jezelf iets gerealiseerd hebt, of je voorgangers, je blijft er politiek voor verantwoordelijk.
Nu ben ik geboren in Santpoort Noord en zegt de Velser Affaire mij wel iets. Niet veel overigens. Mijn vader sprak eigenlijk nooit over de oorlog en ik weet bitter weinig van hem, gedurende die periode. Wel heb ik vernomen dat hij gedurende de bezetting werkzaam was bij de Hoogovens (thans Tata Steel). Van mijn moederskant heb ik wel meer gehoord. Zo ken ik het verhaal van de spanning in de familie, omdat een broer in het verzet zat, maar de ander tot de NSB toegetreden was. Ze hebben elkaar nooit verlinkt, maar soms vertelde mijn moeder over deze duistere periode.
Ad van Liempt, bron: Parool
Van vaderskant bleef het stil. Het werd duidelijk gemaakt dat het hier over een zeer gevoelig onderwerp ging. Eigenlijk een familie taboe. Met de jaren zakt dat weg. Je bent er niet meer mee bezig. Mijn leven gaat voort.

Weer terug als inwoner van Velsen gaan oude zaken toch weer leven. Soms indirect. Zo gaf ik mijn broer, enkele jaren geleden, het boek van Tessa de Loo; de tweeling. Hij was er niet, of pakte het niet uit. Dat weet ik niet meer, maar na korte tijd liet mijn schoonzus weten het boek niet aan mijn broer te hebben gegeven. Als reden gaf zij aan dat de oorlog té gevoelig voor mijn broer lag. Vreemd, omdat hij uit '43 is en de oorlog dus eigenlijk niet bewust meegemaakt kan hebben. Er moet dus iets aan de hand zijn. Daarbij dacht ik niet direct aan iets met mijn vader. Volgens mij was hij te laf, al heb ik mijn vraagtekens bij dat hij die hele periode bij de Hoogovens heeft gewerkt (op kantoor), wat op zich wel verdacht is. Nee, het moest iets te maken hebben met de vrouw van mijn vader.
Weer zakt zo iets weg. Maar dan zit je in de Schouwburg. Je ziet en hoort dat de voorzitter van de SOVA (stichting onderzoek Velser affaire), Cees Weij, nog vol emotie zit. Ik denk weer aan mijn broer, mijn vader, het vraagteken. 
Cees Weij, bron: You Tube/Seaport tv
Het is al zo lang geleden. Ik begrijp het niet, maar hoe sterk leeft het dus nog. En dan merk ik dat het mij ook weer bezig houd. En nu heb ik het boek. Hé, een namen index. Ik zoek... En vind een naam. Ik lees over de naam. Opeens wordt het mij duidelijk. Ja, heel veel wordt mij duidelijk. Ruim vijftig jaar een geheim voor mij. Nu heb ik een nieuw boek en binnen enkele minuten zijn de vragen over een periode van bijna vijftig jaar opgelost. Hoe simpel kan het zijn.

Connie Braam, bron: vandaag.nl
Zekerheid heb ik nog niet. Dan zou ik verder moeten zoeken. Maar het klopt me de lang gekoesterde twijfel. En eigenlijk is het een en ander bij deze bevestigd. Ja, het schijnt dat hier sprake is van lidmaatschap van de NSB. Ik weet hoe gevoelig het was. Uit mijn eigen jeugd ken ik de NSB kinderen nog, al werd dat al minder (ben toch van tien jaar na de oorlog). Als kind al heb ik hen nooit veroordeeld. Zij konden er niets aan doen. Ik vond het niet zo interessant. In mijn jonge jaren probeerde ook mij voor te stellen wat ik tijdens de oorlog gedaan zou hebben. Ik weet het waarlijk niet. Ik ben een held én een lafbek. Zo heb ik altijd gekeken naar mensen die fout waren, al had ik snel door dat er bij de fouten twee categorieën te onderscheidende weten: de lafbekken en de echte fouten. Voor die tweede groep heb ik geen enkel respect; de bewuste fouten.
Zou het m'n broer geholpen hebben wel over zijn probleem te hebben gesproken? Ik zou hem zeker gesteund hebben, ook al staan wij beiden zeer divers in het leven. Moet ik het nu toch zeker weten, en de bevestiging zoeken? Ik moet nog steeds een keer een borrel bij Connie Braam halen. Misschien is dat wel de reden dat wij de glazen nog niet geklonken hebben. Wellicht weet ik genoeg en is het nu echt tijd om het te laten zo.....