Soms blijft de geschiedenis de mens achtervolgen. Eerder dit jaar schreef ik een blog (Vallen en opstaan) over mijn fysieke problemen. Inmiddels heb ik hier een enkele reactie op mogen krijgen. Het gaat over kinderen, die nog jong waren, geopereerd de orthopedisch chirurg dr. van Delft (in het Sint Joannes de Deo te Haarlem) en waarbij de resultaten enigszins catastrofaal genoemd kunnen worden. Juist die generatie is nu ouder en worden de gevolgen van de misstappen van de betreffende chirurg duidelijker, pijnlijker en soms ook traumatischer. Maar het betreft niet alleen fysieke ongemakken, ook blijkt het handelen van de orthopeed nog steeds traumatische ervaringen te geven.
In een reactie van Alexandra schrijft zij over de boosaardigheid van de man. Zijn onvriendelijkheid. In mijn blog heb ik niet veel over hem gesproken, alleen in grote lijn. Ja, mijn moeder was gecharmeerd van hem, en ik was onder de indruk van zijn verhalen uit Nederlands Indie, waar hij (volgens zijn zeggen) onder Spartaanse omstandigheden moeilijke orthopedische ingrepen heeft verricht. Misschien heeft dat het andere beeld van hem verdrongen, in de loop der jaren. Inderdaad, naar mij toe was hij niet vriendelijk, onbeschoft zelfs. Los van zijn verhalen was het eigenlijk een nare vent, en niet vreemd dat hij bekend staat als de "slager van Haarlem". De reactie van Alexandra maakt weer een hoop los. Vooral ook, omdat mijn klachten, en dus pijn, langzaam steeds meer toenemen. Een periode heb ik morfine tot mij genomen. Omdat dit niet meer echt hielp, moest ik er vanaf kicken. De medicatie welke ik nu heb werkt matig. Ondanks dat ik er weinig over vertel, ziet mijn omgeving duidelijk wanneer ik pijn heb, en soms ook in welke mate.
Dat had allemaal niet gehoeven. Ik had een gezonde man kunnen zijn, van bijna zestig. Geen rare voeten, geen hernia. Immers, steeds duidelijker wordt dat mijn zware rugklachten in verbinding staan met mijn volledig vergroeide voeten. En natuurlijk, tegen alle verwachtingen in, zit ik niet in een rolstoel. Nee, maar dat maakt niet dat ik minder klachten heb. En omdat ik ook nog eens een persoon ben die niet blijft hangen in het lijden, maar actief blijft, heb ik wellicht ook meer pijn. dan maar pijn, echter ik verdom het om mijn leven als een halve invalide in te richten. Dan leef ik niet meer. Dan liever de pijn, al is het dagelijks, al heb ik pijnlijke nachten.
Van Alexandra begrijp ik, dat zij ook fysieke beperkingen heeft. Ook bij haar zal het toenemen, naarmate de leeftijd vordert. Ook schrijft zij over een vriendin, die haar arm niet meer kan gebruiken. Zo zullen er meer slachtoffers zijn van van Delft, die als kind door hem behandeld zijn. Toen waren wij nog niet mondig, daarna druk met het leven en ging het nog wel, maar nu wij ouder worden krijgen wij meer en meer last van onze handicaps. Door toe doen van een man... Een man, die ooit uit zijn ambt als arts gezet is. Ik kan mijn nog herinneren, een uitzending van KRO Brandpunt, ergens in de jaren tachtig. Een persoon had van Delft openbaar aan de schandpaal genageld. Een (toen) volwassene. Ik heb daarna nog een poging gedaan er iets aan te doen. Van Delft was onvindbaar en het ziekenhuis zei geen dossiers meer te hebben. Daarmee was de boel afgedaan.
Maar hoe ingrijpend waren zijn fysieke mishandeling? Anders kan ik het niet noemen. En nu is er een generatie die met de gebakken peren zit en niets meer kan doen. Dat mag toch niet de waarheid zijn? Zelf heb ik altijd gewerkt, tot ik op straat kwam in 2010. Sindsdien tel ik niet meer mee. Ik ontvang geen enkele uitkering, of wat dan ook. We leven van een kleine uitkering van mijn partner. Mijn fysieke beperking speelt hier ongetwijfeld een rol in. Wederom met dank aan, maar machteloosheid slaat toe. Er is niets meer aan te doen. Of toch wel? Juridisch is het een en ander verjaard, van Delft zal inmiddels wel overleden zijn en het ziekenhuis is opgegaan in het Kennemer Gasthuis. Alle sporen gewist, behalve de slachtoffers.
Vandaag heb ik de KRO een mail gestuurd. Ik ben ook wel benieuwd naar de uitzending van toen. Ook zag ik dat de Leeuwarder Courant op 1 januari 1985 een artikel aan van Delft heeft besteed, al kan ik de inhoud van het artikel niet vinden. Door mistvlagen omgeven... een bizarre geschiedenis. Kunnen wij, de slachtoffers, nog ergens een beroep op doen? Kunnen wij nog ergens genoegdoening halen? Naarmate de tijd vordert, groeit de behoefte. Dat zal wel een biologische achtergrond hebben. Geen idee, maar de boosheid laait weer eens op.
En het is niet alleen wat ons fysiek is aangedaan. Van delft was, op zijn zachtst gezegd, niet aardig naar kinderen. Alexandra weet dat haarfijn te verwoorden. En ja, we zitten naast onze fysieke problemen ook met onze jeugdtrauma's. Want, dat is duidelijk, van Delft heeft ons ook psychische trauma's aangedaan. Dit realiseerde ik mij in de jaren tachtig nog niet zo. Toen was ik vooral strijdvaardig. Destijds zei ik: met mijn veertigste zit ik niet in een rolstoel. Die strijd heb ik, voor mijzelf, gewonnen.
Normaal ben ik nooit zo bezig met mijn verleden. Met het verre verleden zeker niet. Maar mijn heden heeft zo met dat verleden te maken, dat ik het niet kan negeren. Maar, wat wil ik er mee? Geen idee. Misschien een vorm van genoegdoening, erkenning. Door mijn strijd zit ik nu niet in de WAO. Dat was wel een reële mogelijkheid geweest, maar dat soort dingen overschreeuwde ik. Mijn leven moest zo normaal mogelijk verlopen. Dat lijkt blijkbaar niet, in ieder geval onvoldoende. Ja, misschien wil ik in contact komen met lotgenoten. Mensen die in de jaren zestig en zeventig nog kind waren en door van Delft geopereerd zijn. Waar de operaties nutteloos en verkeerd van waren en wie nu kampt met de gevolgen.
In de jaren tachtig kon van Delft, maar ook Sint Joannes de Deo, nog weg komen. Toen konden dossiers blijkbaar nog verdwijnen. Tegenwoordig is dat niet meer mogelijk. Gelukkig, enerzijds, pech voor ons, anderzijds. In ieder geval wil ik vragen of mensen die zich in dit verhaal herkennen willen melden. Of wanneer je iemand kent, waarbij dit een herkenbaar verhaal is, benader ze, en vraag ze zich te melden. Alleen dan kunnen we kijken of er iets te doen is. Of er nog ergens een open deurtje is, zodat we een pleister op onze wonden kunnen krijgen, zodat ons leed op de een of andere manier verzacht kan worden. Fysieke en traumatische gevolgen zullen ons blijven achtervolgen. Enige genoegdoening, of zelfs erkenning, kan zo iets mogelijk wel verzachten. Mail me: ernstmer@gmail.com, wanneer je ook een slachtoffer bent van deze slager!
maandag 30 november 2015
maandag 16 november 2015
Parijs....
De westerse wereld is van slag door de aanslagen in Parijs. Ja, het is verschrikkelijk wat daar is gebeurd. Maar hoe bijzonder is dat nu eigenlijk? Vragen we ons dt wel eens af, of gaan we uit van ons individuele onschuldigheid? En waarom krijgt Parijs zo ontiegelijk veel aandacht, terwijl in Beiroet ook een aanslag was, door ISIS, met veel doden? Is een dode in de Arabische wereld minder erg dan een dode westerling? Vraagt men zich dat wel af? Of is het alleen aangrijpend wanneer het bij ons voor de deur afspeelt? De aanslagen in Parijs zijn verschrikkelijk, maar niet meer er dan al die andere aanslagen. Leuk dat op Facebook men en masse de Franse vlag over hun profiel plaatst, maar wat is dit voor massaal gedrag. Wil men er bij horen? Waarom zie ik geen Libanese vlaggen op Facebook? In sommige reacties krijg ik te horen dat het zo erg is, omdat we niet in oorlog zijn. Dat is de vraag. In moderne tijden worden immers moderne oorlogen gevoerd. Misschien is dit onze moderne oorlog. Machtswellustelingen die zwak geïntegreerde jongeren zo gek krijgen dit soort aanslagen te plegen. Jongeren die toch al geen perpectief hebben. Misschien zelfs al suïcidaal rondlopen. Jongens die zo gehersenspoeld worden dat ze zich lenen voor aanslagen en zelfmoordaanslagen. Gekken noemen wij ze, wat dat zijn ze. Dan moeten we ook eens heel erg naar ons zelf kijken. Hebben wij niet een verantwoordelijkheid ons bezig te houden met onze eigen omgeving? Hoe kan het in hemelsnaam zo uit de hand gelopen zijn in Molenbeek? In het westen zijn we te veel bezig met ons persoonlijk welzijn, onze rijkdom, de tweede auto en alles rond het uiterlijk vertoon. We leven in het westen in een individualistische maatschappij, en reageren verontwaardigt op wat er in onze achtertuin gebeurt. Want we kijken nauwelijks meer in die achtertuin. Alle aandacht gaat uit naar de voorgevel. Je ziet dit fenomeen op tal van gebieden. Alleen al in de politiek. Onze regering neem tal van slechte maatregelen, de sociale welvaartsstaat wordt uitgekleed, de scheiding arm en rijk wordt groter, werkloosheid en armoede onder ouderen groeit, etc. En, niemand die daadwerkelijk iets onderneemt. Een enkele vakbond doet nog wat waterige pogingen, maar eenheid is er over het algemeen niet bij. Dan opeens, een grote aanslag. Men voelt zich weer verenigd. Net als voetbal ons verenigd. Maar wat ons werkelijk verenigd is volledig uit zicht verdwenen. Het feit dat Wilders zo een grote populariteit kent is iets om heel erg zorgen om te maken. Toch kan hij nog steeds rustig zijn gang gaan. En natuurlijk heeft iedereen altijd overal een mening over. Maar ga je het gesprek aan, blijkt zo vaak dat de meningen eenzijdig gevormd zijn. Dat meningen onwrikbaar zijn geworden. Ik denk zo, dus ik denk niet anders. Zelfs goede argumenten kan de mens niet meer op een ander standpunt brengen. Komplot theorieën en stigma's sturen onze samenleving. Niet vreemd dat het dan zo een puinhoop wordt.
De aanslagen zijn verschrikkelijk. In Parijs, In London, in Madrid, in Beiroet, op al die Amerikaanse scholen. Alle aanslagen zijn verschrikkelijk, omdat er altijd zoveel onschuldige mensen het slachtoffer zijn. En hoe verschrikkelijker de aanslagen, of hoe dichterbij zij komen, hoe ongenuanceerder men reageert. Primaire reacties noemt men dat in de psychologie. Alleen blijft men tegenwoordig erg in de primaire reacties hangen. De woorden van Aboutaleb (in Buitenhof, 15 november 2015) waren zeer goede en weloverwogen woorden. De opmerking van iemand daarna kon ik niet plaatsen: "Die Aboutaleb is een geweldige gast. Ik vind het een wijze man. Ik vind alleen wel dat die moslims weg moeten uit ons land..." Deze persoon "vindt" van alles, maar begrijpt er geen snars van. Ik poogde de discussie aan te gaan, maar dat was een zinloze onderneming. Meneer (het was een meneer in dit geval) luisterde niet eens naar mij, maar zijn uitspraken werden feller en harder. Ja, zelfs de N-bom werd door hem als humane oplossing aangedragen om de Arabische wereld in te tomen. Het kippenvel stond op mijn armen.
Net als iedereen wordt ik ziek van al het geweld. Vooral omdat het zo zinloos is, dan wel zinloos lijkt. Maar helaas zit er achter al dit geweld zo veel meer, dan de uiterlijke zinloosheid. Wij, gewone mensen, zien dat niet. Wij zien de machtspelletjes niet. De lobby's, van onder andere de wapenindustrie, kennen wij niet. Hooguit hoor je er af en toe van. Wel merk ik op dat al dit gedrag steeds weer bevestigt hoe primitief wij mensen eigenlijk nog zijn. Onze samenleving mag dan modern zijn, de technologie op zeer hoog niveau, de mens blijft achter bij deze ontwikkelingen. We blijven elkaar de hersen in slaan. Met onze ellebogen bevechten we goede posities, door anderen neer te slaan. Letterlijk of figuurlijk. Was onze politieke ervaring er geen voorbeeld van? Ene Westerman die de macht wilde behouden en mij met leugens en bedrog neerzette tijdens eenvergadering. Regels overtrad om zelfs zijn macht te houden? Een klein voorbeeld in deze grote wereld, maar wel illustratief. En wat inzake ons verkeersgedrag. Ruzies ten over, puur gebaseerd op asociaal gedrag. Ruzies die niet zelden leiden tot geweld. De vechtpartijen in de weekenden in het uitgaansleven. Allemaal heel primitief. Maar ook verbaal en in de gedachten van mensen uit dit zich. Men hoort een half verhaal en maakt hun conclusie. Vragen naar de andere helft van het verhaal is er vaak niet bij.
Het gaat niet goed in de wereld. Maar dat is niet nieuws. Het is nog nooit echt goed gegaan. De tijd nu, is niet veel anders dan honderd jaar geleden, driehonderd jaar geleden, of duizend jaar geleden. Het enige wat veranderd is dat onze (zakelijk) kennis zich ontwikkelt. In de Romaanse tijd had je nog geen auto's, geen vliegtuigen. Nu hebben we technologie. Hoogstaand zelfs, maar ook dat heeft zo zijn nadelen. Woonde je tweehonderd jaar geleden in Amsterdam en werd er in Rome zinloos gemoord, hoorde je dat eens na een week. Wanneer dit nu voor komt zie je het bijna live in je huiskamer. Via de media, televisie en internet, worden we niet alleen direct geïnformeerd, maar ook direct geconfronteerd. Tijdens de warme hap trekken de bloederige lijken aan je ogen voorbij. Niets ontgaat ons meer. Met een snelheid die niet te bevatten is. En eigelijk is die ontwikkeling heel slecht voor de mens. Omdat we alles nu zo snel horen en zien, gaan we ons er ook die primaire reacties permitteren. Maar omdat we over te weinig kennis beschikken blijven we daar in hangen. En zo verandert er helemaal niets, helaas. Ondanks dat de wereld er zo anders lijkt uit te zien. En iedere keer zeggen we en masse: "dit nooit meer", maar morgen gebeurt het weer.
De aanslagen zijn verschrikkelijk. In Parijs, In London, in Madrid, in Beiroet, op al die Amerikaanse scholen. Alle aanslagen zijn verschrikkelijk, omdat er altijd zoveel onschuldige mensen het slachtoffer zijn. En hoe verschrikkelijker de aanslagen, of hoe dichterbij zij komen, hoe ongenuanceerder men reageert. Primaire reacties noemt men dat in de psychologie. Alleen blijft men tegenwoordig erg in de primaire reacties hangen. De woorden van Aboutaleb (in Buitenhof, 15 november 2015) waren zeer goede en weloverwogen woorden. De opmerking van iemand daarna kon ik niet plaatsen: "Die Aboutaleb is een geweldige gast. Ik vind het een wijze man. Ik vind alleen wel dat die moslims weg moeten uit ons land..." Deze persoon "vindt" van alles, maar begrijpt er geen snars van. Ik poogde de discussie aan te gaan, maar dat was een zinloze onderneming. Meneer (het was een meneer in dit geval) luisterde niet eens naar mij, maar zijn uitspraken werden feller en harder. Ja, zelfs de N-bom werd door hem als humane oplossing aangedragen om de Arabische wereld in te tomen. Het kippenvel stond op mijn armen.
Net als iedereen wordt ik ziek van al het geweld. Vooral omdat het zo zinloos is, dan wel zinloos lijkt. Maar helaas zit er achter al dit geweld zo veel meer, dan de uiterlijke zinloosheid. Wij, gewone mensen, zien dat niet. Wij zien de machtspelletjes niet. De lobby's, van onder andere de wapenindustrie, kennen wij niet. Hooguit hoor je er af en toe van. Wel merk ik op dat al dit gedrag steeds weer bevestigt hoe primitief wij mensen eigenlijk nog zijn. Onze samenleving mag dan modern zijn, de technologie op zeer hoog niveau, de mens blijft achter bij deze ontwikkelingen. We blijven elkaar de hersen in slaan. Met onze ellebogen bevechten we goede posities, door anderen neer te slaan. Letterlijk of figuurlijk. Was onze politieke ervaring er geen voorbeeld van? Ene Westerman die de macht wilde behouden en mij met leugens en bedrog neerzette tijdens eenvergadering. Regels overtrad om zelfs zijn macht te houden? Een klein voorbeeld in deze grote wereld, maar wel illustratief. En wat inzake ons verkeersgedrag. Ruzies ten over, puur gebaseerd op asociaal gedrag. Ruzies die niet zelden leiden tot geweld. De vechtpartijen in de weekenden in het uitgaansleven. Allemaal heel primitief. Maar ook verbaal en in de gedachten van mensen uit dit zich. Men hoort een half verhaal en maakt hun conclusie. Vragen naar de andere helft van het verhaal is er vaak niet bij.
Het gaat niet goed in de wereld. Maar dat is niet nieuws. Het is nog nooit echt goed gegaan. De tijd nu, is niet veel anders dan honderd jaar geleden, driehonderd jaar geleden, of duizend jaar geleden. Het enige wat veranderd is dat onze (zakelijk) kennis zich ontwikkelt. In de Romaanse tijd had je nog geen auto's, geen vliegtuigen. Nu hebben we technologie. Hoogstaand zelfs, maar ook dat heeft zo zijn nadelen. Woonde je tweehonderd jaar geleden in Amsterdam en werd er in Rome zinloos gemoord, hoorde je dat eens na een week. Wanneer dit nu voor komt zie je het bijna live in je huiskamer. Via de media, televisie en internet, worden we niet alleen direct geïnformeerd, maar ook direct geconfronteerd. Tijdens de warme hap trekken de bloederige lijken aan je ogen voorbij. Niets ontgaat ons meer. Met een snelheid die niet te bevatten is. En eigelijk is die ontwikkeling heel slecht voor de mens. Omdat we alles nu zo snel horen en zien, gaan we ons er ook die primaire reacties permitteren. Maar omdat we over te weinig kennis beschikken blijven we daar in hangen. En zo verandert er helemaal niets, helaas. Ondanks dat de wereld er zo anders lijkt uit te zien. En iedere keer zeggen we en masse: "dit nooit meer", maar morgen gebeurt het weer.
Labels:
aanslagen,
Aboutaleb,
Bataclan,
Beiroet,
Buitenhof,
doden,
indoctrinatie,
ISIS,
Islam,
Moerbeek,
onschuldigen,
oorlog,
Parijs,
slachtoffers,
vlag,
westerse wereld,
zelfmoord
maandag 2 november 2015
Kunst, kan je dat eten?
Het zit er weer op. Overvoerd kijk ik terug op de dertigste editie van de Kunstlijn Haarlem, 's lands oudste kunstroute. Rond de 200 kunstenaars overal in Haarlem en directe omgeving hebben hun werk tentoongesteld, atelierdeuren geopend, of leuke manifestaties georganiseerd. Te veel om alles te bekijken, gedwongen tot het maken van keuzes. Mijn geluk, dit jaar, was dat ik bij veel collega's langs kon gaan en ben geweest. Het leuke van een evenement als de Kunstlijn is de enorm grote diversiteit aan creatieve uitingen.
Wandelend langs alle werken ontstaan veel contacten. Dus eveneens veel uitwisselingen. Tussen kunstenaars onderling en tussen kunstenaar en kijker. De laatste dagen heb ik heel veel gepraat. De stilte, welke mij nu omringt, is een welkome afwisseling.
Een van de regelmatig terugkerende onderwerpen was de positie van de teken en schilderkunst, fotogratie, het creëren van beelden en objecten, maken van sierraden ten opzichte van andere kunstvormen als muziek en film. Los van de discussie hoeveel kunstenaars van hun werk in hun levensonderhoud kunnen voorzien werd er gesproken over de ongelijkheid in deze wereld. De bezoeker betaald voor een concert, koopt eenvoudig muziek en betaald voor het kijken naar een film. Ook worden boeken een stuk makkelijker aangeschaft. Een schilderij, of tekening, kopen is echter in zekere mate een unicum. En overal waar de kunstenaar het werk ten toonstelt kan de bezoeker gratis kijken. Alhoewel voor de grote musea is men wel weer bereid in de knip te duiken. De 200 deelnemende kunstenaars aan de Kunstlijn zijn veelal hard werkende mensen. Er wordt hoge kwaliteit aan producten geleverd, maar ze zijn veelal afhankelijk van de gemeentelijke sociale dienst of een andere uitkerende instantie. Muziek, een boek, je kan het in veelvoud reproduceren, zonder de intentie van het werk aan te tasten. In de beeldende kunst is het werk uniek. In veruit de meeste gevallen is er een exemplaar. Bij sommige technieken zijn er meerdere oplagen mogelijk, alhoewel de productiekosten dan vaak weer erg hoog zijn.
Wellicht zit hier een reden verborgen in het feit dat het prijskaartje in de beeldende kunst enorm uiteen kan lopen. De een vraagt enkele duizenden euro's voor een werk, de ander hooguit enkele honderden euro's. Maar wie bepaald het verschil? Er zijn kunstenaars met een arrogantie, die veel vragen. Andere vragen veel, omdat een "goed" netwerk hebben en tot slot zijn er een klein aantal kunstenaars die heel veel vragen, omdat ze "bekend" of zelfs "beroemd" zijn. Waag het niet een kunstenaar aan te spreken op zijn hoge prijzen... Reëel is het natuurlijk niet. Dat een voetballer zo veel geld kan verdienen is ook niet reëel. Maar het gebeurt. Het zal waarschijnlijk blijven gebeuren. Natuurlijk is het de kunstenaar gegund. De andere kant is dat het een slecht signaal is naar de collega's. Vooral omdat niet de kwaliteit de prijs bepaalt, maar de juiste netwerken en het plaatje.
Ook tijdens de Kunstlijn zag je de grote verschillen. Vergelijkende werken met een prijsverschil van 300% is niet eens een echte uitzondering.
Waarop baseer je een prijs? Uitgaande van een (overigens vrij laag) uurloon worden de werken soms onbetaalbaar, of blijkt dat het uurtarief juist exorbitant hoog ligt. Je kijkt in de omgeving, hoe je zelf het werk ervaart en soms wat feedback, voordat je een kaartje naast je werk hangt. Daarbij speelt ook mee of je het zelf direct verkoopt,mof via een galerie. Daar een galerie al snel tussen de 20 en 30 commissie rekent moet je de prijs wel verhogen, daar je het anders echt zo goed als weg kan geven.
Gelukkig gaat de echte discussie toch het meest over het werk zelf en de kwaliteit. Maar hoe bepaal je of iets Kunst, of pulp? Definities zijn er niet voor. Bovendien laat men zich leiden door smaak. Of iemand iets mooi vindt of niet, zegt totaal niets over de kwaliteit. Daar moet je echt andere criteria voor aanwenden. Smaak is immers uitermate subjectief, ondanks dat smaak ook een collectieve subjectiviteit kan zijn. Zelf hanteer ik de volgende definitie om iets Kunst te kunnen noemen;
" Kunst is een emotionele uitingsvorm gebaseerd op ambachtelijke kennis van zaken"
Met ander woorden, ik ben van mening dat een kunstenaar kennis moet bezitten over zijn vak. Dat houdt in; materiaalkennis én ook technische kennis én kunne. Je moet weten wat perspectief is en in juist perspectief kunnen tekenen. Je moet een mens kunnen tekenen, zoals je een mens leert in verhoudingen, waardoor het (in theorie) een soort fotogelijkenis is. De mens die je maakt, moet voor iedereen een acceptabel mens zijn. Dat gaat op voor ieder onderwerp wat je tekent. Dat geld voor beeldhouders, tekenaars, schilders en zelfs kunstenaars die objecten maken. Vanuit die basiskennis is het een vak iets "eigens" toe te kunnen voegen. Vervolgens heeft een goede kunstenaar een "handtekening". Anderen zien aan het werk wie de kunstenaar is. De grote valkuil is dat er kunstenaars zijn die in feite aan al die criteria voldoen, maar toch discutabel zijn. Dat is in het geval wanneer de kunstenaar eindeloos in het zelfde thema blijft hangen. Dan wordt het geen kunst, maar us het "oefening baart kunst". Een voorbeeld zie ik bij Ans Markus. Zij maakt prachtig werk, maar vrijwel alles (wat ik ken) betreft in verband gewikkelde vrouwen. In mijn optiek wordt de Kunst dan ambacht. Een voorbeeld van een echt professionele kunstenaar is Picasso. In zijn begin jaren heeft hij figuratief geschilderd, laten zien dat hij het vak (technisch) verstaat. Daar vanuit is hij zijn kunne gaan ombuigen naar abstract. Daardoor is zijn werk ook zo enorm sterk en goed. Een goed oog is in staat te zien, bij abstract werk, of de kunstenaar beschikt over de basis vakkennis of abstract werk maakt, juist vanuit onkunde. Ook bij impressionistisch werk en specifieke vormen is dat goed te zien. Bij veel portretschilders zie je juist of het ambachtslieden zijn, of mensen die heel goed een portret kunnen maken, maar alle portretten in feite weinig variatie hebben. Ooit heb ik een jongetje op tekenles gehad, waarvan de moeder zei dat hij zo enorm goed kon tekenen. Ik zag een portret en dat zag er inderdaad erg goed uit. Tijdens de tekenles bleek die jongen in feite altijd het zelfde te tekenen, en door licht te variëren baarde oefening kunst. Toen hij iets anders moest tekenen en wij met techniek begonnen bleek die jongen niets te presteren. Perpectief lukte niet, een mens tekenen niet, eigenlijk niets.
Over Kunst wordt nogal eens met erg veel poeha gesproken. Ja, je kan ook verbaal nog een waarde toevoegen. Dat zie je terug in alle kunstvormen. Dat maakt ook de kunstkijker natuurlijk weer belangrijker. En daar niemand kunst echt definieert en er geen basis definitie is kan je er alle kanten mee op. Dat keert zich echter ook weer tegen de kunstwereld en maakt ook snel dat men kunst als elitair beschouwt.
In de Kunstkelder (Haarlem) hangt mijn werk de hele maand november (2015). Opvallend is dat er veel belangstelling is voor mijn serie Santpoort. Tekeningen van oude panden in het dorp. Leuk en realistisch getekend. Ambachtelijk correct. Toch is het geen kunst, want er zit eigenlijk niets van mijzelf in. De bezoeker lijkt dus te vallen op de herkenbaarheid en ziet dit werk (ook in het kader geplaatst) als kunst. Een kleine serie insecten trekt ook. Hier heb ik al meer mee gedaan. Een serie, van vier, met zwart-wit blokjes en dieren roept bij velen commentaar op:" lijkt wel iets op Escher", waarna men door loopt. En mijn olieverfwerken worden óf genegeerd, óf uitermate intens bestudeerd (en dan overigens ook meestal gewaardeerd).
Ja, kunst, het is een wat ongrijpbaar fenomeen. Je kan er heel wat kanten mee op. Het leidt tot, soms, eindeloze discussies. In ieder geval ben ik blij dat ik dit lustrum bij was en hoop er volgend jaar weer te zijn. Wel hoop ik dat de echte kwaliteit iets omhoog gaat, daar mijn indruk was dat er soms echte hobbyisten en zondagsschilders tussen zaten.
Wandelend langs alle werken ontstaan veel contacten. Dus eveneens veel uitwisselingen. Tussen kunstenaars onderling en tussen kunstenaar en kijker. De laatste dagen heb ik heel veel gepraat. De stilte, welke mij nu omringt, is een welkome afwisseling.
Een van de regelmatig terugkerende onderwerpen was de positie van de teken en schilderkunst, fotogratie, het creëren van beelden en objecten, maken van sierraden ten opzichte van andere kunstvormen als muziek en film. Los van de discussie hoeveel kunstenaars van hun werk in hun levensonderhoud kunnen voorzien werd er gesproken over de ongelijkheid in deze wereld. De bezoeker betaald voor een concert, koopt eenvoudig muziek en betaald voor het kijken naar een film. Ook worden boeken een stuk makkelijker aangeschaft. Een schilderij, of tekening, kopen is echter in zekere mate een unicum. En overal waar de kunstenaar het werk ten toonstelt kan de bezoeker gratis kijken. Alhoewel voor de grote musea is men wel weer bereid in de knip te duiken. De 200 deelnemende kunstenaars aan de Kunstlijn zijn veelal hard werkende mensen. Er wordt hoge kwaliteit aan producten geleverd, maar ze zijn veelal afhankelijk van de gemeentelijke sociale dienst of een andere uitkerende instantie. Muziek, een boek, je kan het in veelvoud reproduceren, zonder de intentie van het werk aan te tasten. In de beeldende kunst is het werk uniek. In veruit de meeste gevallen is er een exemplaar. Bij sommige technieken zijn er meerdere oplagen mogelijk, alhoewel de productiekosten dan vaak weer erg hoog zijn.
Wellicht zit hier een reden verborgen in het feit dat het prijskaartje in de beeldende kunst enorm uiteen kan lopen. De een vraagt enkele duizenden euro's voor een werk, de ander hooguit enkele honderden euro's. Maar wie bepaald het verschil? Er zijn kunstenaars met een arrogantie, die veel vragen. Andere vragen veel, omdat een "goed" netwerk hebben en tot slot zijn er een klein aantal kunstenaars die heel veel vragen, omdat ze "bekend" of zelfs "beroemd" zijn. Waag het niet een kunstenaar aan te spreken op zijn hoge prijzen... Reëel is het natuurlijk niet. Dat een voetballer zo veel geld kan verdienen is ook niet reëel. Maar het gebeurt. Het zal waarschijnlijk blijven gebeuren. Natuurlijk is het de kunstenaar gegund. De andere kant is dat het een slecht signaal is naar de collega's. Vooral omdat niet de kwaliteit de prijs bepaalt, maar de juiste netwerken en het plaatje.
Ook tijdens de Kunstlijn zag je de grote verschillen. Vergelijkende werken met een prijsverschil van 300% is niet eens een echte uitzondering.
Waarop baseer je een prijs? Uitgaande van een (overigens vrij laag) uurloon worden de werken soms onbetaalbaar, of blijkt dat het uurtarief juist exorbitant hoog ligt. Je kijkt in de omgeving, hoe je zelf het werk ervaart en soms wat feedback, voordat je een kaartje naast je werk hangt. Daarbij speelt ook mee of je het zelf direct verkoopt,mof via een galerie. Daar een galerie al snel tussen de 20 en 30 commissie rekent moet je de prijs wel verhogen, daar je het anders echt zo goed als weg kan geven.
Gelukkig gaat de echte discussie toch het meest over het werk zelf en de kwaliteit. Maar hoe bepaal je of iets Kunst, of pulp? Definities zijn er niet voor. Bovendien laat men zich leiden door smaak. Of iemand iets mooi vindt of niet, zegt totaal niets over de kwaliteit. Daar moet je echt andere criteria voor aanwenden. Smaak is immers uitermate subjectief, ondanks dat smaak ook een collectieve subjectiviteit kan zijn. Zelf hanteer ik de volgende definitie om iets Kunst te kunnen noemen;
" Kunst is een emotionele uitingsvorm gebaseerd op ambachtelijke kennis van zaken"
Met ander woorden, ik ben van mening dat een kunstenaar kennis moet bezitten over zijn vak. Dat houdt in; materiaalkennis én ook technische kennis én kunne. Je moet weten wat perspectief is en in juist perspectief kunnen tekenen. Je moet een mens kunnen tekenen, zoals je een mens leert in verhoudingen, waardoor het (in theorie) een soort fotogelijkenis is. De mens die je maakt, moet voor iedereen een acceptabel mens zijn. Dat gaat op voor ieder onderwerp wat je tekent. Dat geld voor beeldhouders, tekenaars, schilders en zelfs kunstenaars die objecten maken. Vanuit die basiskennis is het een vak iets "eigens" toe te kunnen voegen. Vervolgens heeft een goede kunstenaar een "handtekening". Anderen zien aan het werk wie de kunstenaar is. De grote valkuil is dat er kunstenaars zijn die in feite aan al die criteria voldoen, maar toch discutabel zijn. Dat is in het geval wanneer de kunstenaar eindeloos in het zelfde thema blijft hangen. Dan wordt het geen kunst, maar us het "oefening baart kunst". Een voorbeeld zie ik bij Ans Markus. Zij maakt prachtig werk, maar vrijwel alles (wat ik ken) betreft in verband gewikkelde vrouwen. In mijn optiek wordt de Kunst dan ambacht. Een voorbeeld van een echt professionele kunstenaar is Picasso. In zijn begin jaren heeft hij figuratief geschilderd, laten zien dat hij het vak (technisch) verstaat. Daar vanuit is hij zijn kunne gaan ombuigen naar abstract. Daardoor is zijn werk ook zo enorm sterk en goed. Een goed oog is in staat te zien, bij abstract werk, of de kunstenaar beschikt over de basis vakkennis of abstract werk maakt, juist vanuit onkunde. Ook bij impressionistisch werk en specifieke vormen is dat goed te zien. Bij veel portretschilders zie je juist of het ambachtslieden zijn, of mensen die heel goed een portret kunnen maken, maar alle portretten in feite weinig variatie hebben. Ooit heb ik een jongetje op tekenles gehad, waarvan de moeder zei dat hij zo enorm goed kon tekenen. Ik zag een portret en dat zag er inderdaad erg goed uit. Tijdens de tekenles bleek die jongen in feite altijd het zelfde te tekenen, en door licht te variëren baarde oefening kunst. Toen hij iets anders moest tekenen en wij met techniek begonnen bleek die jongen niets te presteren. Perpectief lukte niet, een mens tekenen niet, eigenlijk niets.
Over Kunst wordt nogal eens met erg veel poeha gesproken. Ja, je kan ook verbaal nog een waarde toevoegen. Dat zie je terug in alle kunstvormen. Dat maakt ook de kunstkijker natuurlijk weer belangrijker. En daar niemand kunst echt definieert en er geen basis definitie is kan je er alle kanten mee op. Dat keert zich echter ook weer tegen de kunstwereld en maakt ook snel dat men kunst als elitair beschouwt.
In de Kunstkelder (Haarlem) hangt mijn werk de hele maand november (2015). Opvallend is dat er veel belangstelling is voor mijn serie Santpoort. Tekeningen van oude panden in het dorp. Leuk en realistisch getekend. Ambachtelijk correct. Toch is het geen kunst, want er zit eigenlijk niets van mijzelf in. De bezoeker lijkt dus te vallen op de herkenbaarheid en ziet dit werk (ook in het kader geplaatst) als kunst. Een kleine serie insecten trekt ook. Hier heb ik al meer mee gedaan. Een serie, van vier, met zwart-wit blokjes en dieren roept bij velen commentaar op:" lijkt wel iets op Escher", waarna men door loopt. En mijn olieverfwerken worden óf genegeerd, óf uitermate intens bestudeerd (en dan overigens ook meestal gewaardeerd).
Ja, kunst, het is een wat ongrijpbaar fenomeen. Je kan er heel wat kanten mee op. Het leidt tot, soms, eindeloze discussies. In ieder geval ben ik blij dat ik dit lustrum bij was en hoop er volgend jaar weer te zijn. Wel hoop ik dat de echte kwaliteit iets omhoog gaat, daar mijn indruk was dat er soms echte hobbyisten en zondagsschilders tussen zaten.
donderdag 15 oktober 2015
Boek
In 2000 heb ik mijn eerste echte boek geschreven; de fan van Simon Ritzler. Vijf maanden heb ik er aan gewerkt. Nadien heb ik het hele werk geprint en zelfs voorzien van een harde kaft. Vervolgens heb ik het vrienden en kennissen laten lezen. De reacties waren wisselend en zeer uiteenlopend. Jongeren waren met name erg enthousiast, terwijl een aantal ouderen nogal wat kanttekeningen hadden. Over het algemeen was de kritiek absoluut positief. Nadat ik het zelf had gelezen zag ik de nodige missers. Taaltechnisch rammelde het, maar ook de verhaallijn verdiende een flinke bijstelling. In feite moet ik het boek een keer herschrijven. Daar ben ik nog steeds niet aan toe gekomen. De verhaallijn, daar sta ik nog steeds achter, dus de tijd komt zeker dat ik er voor ga zitten en tot een definitieve afronding kom.
De reden van het schrijven was dat ik mijzelf wilde bewijzen in staat te zijn een echt boek te schrijven. Mijn hele leven schrijf ik al veel, voornamelijk betreft het korte verhalen. Verhalen en artikelen. De laatste paar jaar natuurlijk de blog. Ook daarvan zit ik inmiddels boven de driehonderd. Het schrijven van een blog vergt hele andere kwaliteiten. Natuurlijk zijn er uit al die blogs misschien voldoende te halen om een boek van te maken, maar het is niet wat ik er mee voor ogen heb.
In mijn leven heb ik op diverse manieren leren schrijven. Verschillende stijlen. Diverse doelgroepen, maar vooral ook diverse boodschappen. Voor mijn werk heb ik veel moeten schrijven. Als puber schreef ik al. Echter, altijd bleef het beperkt tot korte verhalen. Soms een scenario. Ook heb ik veel artikelen geschreven in periodieken. Over filmanimatie, over mijn werk en de branche waarin ik werkte.
Schrijven; het verzetten van je zinnen, roepen in de woestijn, uiten van gevoelens, geven van een mening. Met schrijven, het geschreven woord, kan men zo veel. Ook verhalen. Verhalen van fantasieën bijvoorbeeld, of het vertellen van een geschiedenis. Als persoon ben ik eigenlijk vrij introvert. Ik ben geen echt mensen mens. Misschien daarom dat ik mijn hele leven bezig ben mij op indirecte wijze te uiten. Daarom wellicht teken en schilder ik. Daarom schrijf ik misschien, alhoewel ik ook natuurlijk heel veel functioneel geschreven heb.
Schrijven is voor mij ook altijd het aangaan van uitdagingen geweest. Vijftig artikelen over animatiefilm, terwijl ik zelf nog maar twee filmpjes had gekunsteld. Afgelopen jaar 52 blogs "in den vreemde", over onze gang naar Turkije. Een belofte aan mij zelf was de achterblijvers een jaar lang met één blog gemiddeld per week informeren. Het is gelukt. De uitdaging, in 2000, een volledig boek te schrijven. Ik heb het gedaan.
In het verleden heb ik wel pogingen ondernomen geschreven teksten via een uitgever uit te laten brengen. Altijd zonder succes. Of ik had de verkeerde uitgeverijen uitgezocht, of ik viel niet op tussen de vrachtwagenladingen kopij van mensen, die zich ook auteur wilden noemen. Het gaat er mij niet om beroemd te worden. Immers, ik ben eigenlijk zeer introvert. Nee, mijn kick is door de stad te lopen en in de etalage mijn boek te zien liggen. Wat de bevrediging daarvan is, of de lol, geen idee. Het zit in mijn kop. Het lijkt mij gewoonweg te gek. Ook in dit digitale tijdperk blijft die wens overeind. Ik ben alleen niet meer op zoek geweest naar een uitgever. Ik weet toch niet binnen welk fonds ik val, waardoor ik nooit de juiste uitgever zal vinden. Dat een uitvinder mij vindt is in deze tijd gelijk aan hopen op de hoofdprijs in de Staatsloterij.
Mijn schrijfdrang zal dus altijd blijven bestaan. Evenals de uitdagingen. Mijn volgende uitdaging is mijn politieke handvest; het Sokatisme. Ik koester de hoop hier komende winter tijd en energie in te kunnen leggen en het statement af te kunnen schrijven. Wanneer dat lukt hoop ik daarvan inderdaad dat ik een uitgever vind. Immers een politiek statement wil je delen en uitdragen. Wat dat betreft gaat het mij ook echt om de inhoud.
Laatst heb ik op mijn E-reader een aantal boeken van Joost Zwagerman gelezen. op zich las alles lekker weg. Tussen de werken ervoer ik overigens wel vrij grote kwaliteitsverschillen. Zwagerman kon inderdaad ook heel goed schrijven. Maar ook erg belabberd. Ach, mij schrijfkunsten zullen ongetwijfeld ook kwalitatieve hoogtepunten en dieptepunten kennen. Het kan altijd beter.
Een week of twee geleden kreeg ik plots de geest. Voor het skapen gaan zat ik half te dromen en ontstond een roman. De volgende dag ben ik direct aan de slag gegaan en sindsdien schrijf ik met regelmaat aan mijn roman. Het gaat lekker. De verhaallijn zit goed in mijn hoofd. En ja, ik ga dit boek afschrijven en het zal dus mijn tweede roman worden. Dit keer is de behoefte het uit te geven groter dan voorheen. Misschien speelt de leeftijd mee, misschien omdat we over tien jaar geen boekwinkel meer hebben en boeken alleen nog digitaal uitgegeven worden. Het kan mij allemaal eigenlijk bal schelen. Net als met mijn tekeningen en schilderijen ben ik de createur, niet de verkoper. Ik maak, vanuit de drang tot maken, tot creëren. Dat ik nu mijn werk wat vaker aan de buitenwereld toon, door bijvoorbeeld exposities te houden is eigenlijk aan mij niet besteed. Geef mij maar een agent, die alles regelt en voor mij de boer op gaat. Toch wil ik mijn nieuwe werk schrijven om het uit te laten geven. Met mijn tekeningen en schilderijen treed ik nu ook naar buiten. Vooral via de digitale media, zoals Exto en Kunstmarktplaats. Ook toon ik vrijwel al mijn werk op Facebook. Af en toe verkoop ik een werk via dit medium. Bovendien is het een goede manier een vorm van feedback te krijgen. En reacties op Facebook zijn lang niet allemaal leuk.
Mijn nieuwe boek gaat over Henk Jan. Het verhaalt over zijn leven, zijn zijn. Daarnaast is deze roman ook een detective of een thriller. Ruim zesduizend woorden staan er reeds opgeslagen op mijn iPad. Verder houd ik de inhoud en verloop vooralsnog voor mijzelf. Ik geloof erin. Misschien niet het hoogste niveau binnen de wereld van auteurs, toch zeker een boeiend en leesbaar geheel.
Voorlopig ben ik dus weer bezig.. Ik ga weer een resultaat boeken. Nu maar hopen dat er een uitgever is die er heil in ziet.
Ondertussen blijf ik het gewone schrijven, bijvoorbeeld mijn blogs, gewoon voort zetten. Ook al weet ik vooraf dat mijn komende roman nooit via de ouderwetse weg uitgegeven zal worden. Desalniettemin ben ik benieuwd hoe het mensen lukt hun werk wel uit te laten geven. Dus, indien iemand tips kan geven, graag. En natuurlijk realiseer ik mij dat half Nederland schrijft. Los van de kwalitatieve kant durf ik te zeggen, dat ik het wel degelijk kan. Ik houd mij dus aanbevolen voor goede tips. Mijn kwaliteiten steken boven het maaiveld uit. Boven het gemiddelde van al die duizenden mensen, die denken dat zij ook kunnen schrijven.
De reden van het schrijven was dat ik mijzelf wilde bewijzen in staat te zijn een echt boek te schrijven. Mijn hele leven schrijf ik al veel, voornamelijk betreft het korte verhalen. Verhalen en artikelen. De laatste paar jaar natuurlijk de blog. Ook daarvan zit ik inmiddels boven de driehonderd. Het schrijven van een blog vergt hele andere kwaliteiten. Natuurlijk zijn er uit al die blogs misschien voldoende te halen om een boek van te maken, maar het is niet wat ik er mee voor ogen heb.
In mijn leven heb ik op diverse manieren leren schrijven. Verschillende stijlen. Diverse doelgroepen, maar vooral ook diverse boodschappen. Voor mijn werk heb ik veel moeten schrijven. Als puber schreef ik al. Echter, altijd bleef het beperkt tot korte verhalen. Soms een scenario. Ook heb ik veel artikelen geschreven in periodieken. Over filmanimatie, over mijn werk en de branche waarin ik werkte.
Schrijven; het verzetten van je zinnen, roepen in de woestijn, uiten van gevoelens, geven van een mening. Met schrijven, het geschreven woord, kan men zo veel. Ook verhalen. Verhalen van fantasieën bijvoorbeeld, of het vertellen van een geschiedenis. Als persoon ben ik eigenlijk vrij introvert. Ik ben geen echt mensen mens. Misschien daarom dat ik mijn hele leven bezig ben mij op indirecte wijze te uiten. Daarom wellicht teken en schilder ik. Daarom schrijf ik misschien, alhoewel ik ook natuurlijk heel veel functioneel geschreven heb.
Schrijven is voor mij ook altijd het aangaan van uitdagingen geweest. Vijftig artikelen over animatiefilm, terwijl ik zelf nog maar twee filmpjes had gekunsteld. Afgelopen jaar 52 blogs "in den vreemde", over onze gang naar Turkije. Een belofte aan mij zelf was de achterblijvers een jaar lang met één blog gemiddeld per week informeren. Het is gelukt. De uitdaging, in 2000, een volledig boek te schrijven. Ik heb het gedaan.
In het verleden heb ik wel pogingen ondernomen geschreven teksten via een uitgever uit te laten brengen. Altijd zonder succes. Of ik had de verkeerde uitgeverijen uitgezocht, of ik viel niet op tussen de vrachtwagenladingen kopij van mensen, die zich ook auteur wilden noemen. Het gaat er mij niet om beroemd te worden. Immers, ik ben eigenlijk zeer introvert. Nee, mijn kick is door de stad te lopen en in de etalage mijn boek te zien liggen. Wat de bevrediging daarvan is, of de lol, geen idee. Het zit in mijn kop. Het lijkt mij gewoonweg te gek. Ook in dit digitale tijdperk blijft die wens overeind. Ik ben alleen niet meer op zoek geweest naar een uitgever. Ik weet toch niet binnen welk fonds ik val, waardoor ik nooit de juiste uitgever zal vinden. Dat een uitvinder mij vindt is in deze tijd gelijk aan hopen op de hoofdprijs in de Staatsloterij.
Mijn schrijfdrang zal dus altijd blijven bestaan. Evenals de uitdagingen. Mijn volgende uitdaging is mijn politieke handvest; het Sokatisme. Ik koester de hoop hier komende winter tijd en energie in te kunnen leggen en het statement af te kunnen schrijven. Wanneer dat lukt hoop ik daarvan inderdaad dat ik een uitgever vind. Immers een politiek statement wil je delen en uitdragen. Wat dat betreft gaat het mij ook echt om de inhoud.
Laatst heb ik op mijn E-reader een aantal boeken van Joost Zwagerman gelezen. op zich las alles lekker weg. Tussen de werken ervoer ik overigens wel vrij grote kwaliteitsverschillen. Zwagerman kon inderdaad ook heel goed schrijven. Maar ook erg belabberd. Ach, mij schrijfkunsten zullen ongetwijfeld ook kwalitatieve hoogtepunten en dieptepunten kennen. Het kan altijd beter.
Een week of twee geleden kreeg ik plots de geest. Voor het skapen gaan zat ik half te dromen en ontstond een roman. De volgende dag ben ik direct aan de slag gegaan en sindsdien schrijf ik met regelmaat aan mijn roman. Het gaat lekker. De verhaallijn zit goed in mijn hoofd. En ja, ik ga dit boek afschrijven en het zal dus mijn tweede roman worden. Dit keer is de behoefte het uit te geven groter dan voorheen. Misschien speelt de leeftijd mee, misschien omdat we over tien jaar geen boekwinkel meer hebben en boeken alleen nog digitaal uitgegeven worden. Het kan mij allemaal eigenlijk bal schelen. Net als met mijn tekeningen en schilderijen ben ik de createur, niet de verkoper. Ik maak, vanuit de drang tot maken, tot creëren. Dat ik nu mijn werk wat vaker aan de buitenwereld toon, door bijvoorbeeld exposities te houden is eigenlijk aan mij niet besteed. Geef mij maar een agent, die alles regelt en voor mij de boer op gaat. Toch wil ik mijn nieuwe werk schrijven om het uit te laten geven. Met mijn tekeningen en schilderijen treed ik nu ook naar buiten. Vooral via de digitale media, zoals Exto en Kunstmarktplaats. Ook toon ik vrijwel al mijn werk op Facebook. Af en toe verkoop ik een werk via dit medium. Bovendien is het een goede manier een vorm van feedback te krijgen. En reacties op Facebook zijn lang niet allemaal leuk.
Mijn nieuwe boek gaat over Henk Jan. Het verhaalt over zijn leven, zijn zijn. Daarnaast is deze roman ook een detective of een thriller. Ruim zesduizend woorden staan er reeds opgeslagen op mijn iPad. Verder houd ik de inhoud en verloop vooralsnog voor mijzelf. Ik geloof erin. Misschien niet het hoogste niveau binnen de wereld van auteurs, toch zeker een boeiend en leesbaar geheel.
Voorlopig ben ik dus weer bezig.. Ik ga weer een resultaat boeken. Nu maar hopen dat er een uitgever is die er heil in ziet.
Ondertussen blijf ik het gewone schrijven, bijvoorbeeld mijn blogs, gewoon voort zetten. Ook al weet ik vooraf dat mijn komende roman nooit via de ouderwetse weg uitgegeven zal worden. Desalniettemin ben ik benieuwd hoe het mensen lukt hun werk wel uit te laten geven. Dus, indien iemand tips kan geven, graag. En natuurlijk realiseer ik mij dat half Nederland schrijft. Los van de kwalitatieve kant durf ik te zeggen, dat ik het wel degelijk kan. Ik houd mij dus aanbevolen voor goede tips. Mijn kwaliteiten steken boven het maaiveld uit. Boven het gemiddelde van al die duizenden mensen, die denken dat zij ook kunnen schrijven.
dinsdag 6 oktober 2015
In den vreemde: de rekening (53)
Eerder heb ik al een uitleg gegeven over het betalen van de elektra rekening bij de pinautomaat. Immers in Göcek liet de meteropnemer altijd een print achter, zijnde de rekening.
Recent kwam ook op ons adres in Gökceovacik de meteropnemer. Maar, we ontvingen geen print. In mijn beste Turks dus om dat papiertje vragen. Het antwoord was kort: Muhtar. Nu wist ik dat Göcek over een muhtar beschikt, maar blijkbaar dit dorp ook. Gezien de hoofdbeweging bij het korte antwoord moest ik er vanuit gaan dat er namelijk hier ook zo een functie bestaat. En weg was de meteropnemer.
Enkele dagen later sprak ik de zwager van onze huisbaas; Ibrahim Bakak. Ibrahim heeft lang in Duitsland gewoond, wat voor de communicatie alhier een opsteker is. Ibrahim woont naast de moskee. Ibrahim vertaalde het woord muthar met Burgermeister. Ik denk dat wij het beter kunnen vertalen met dorpsoudste. En vanaf onze waranda woont de muhtar in het tweede huis. Is hij daar niet, is hij in zijn nieuwe huis, een stukje achter de moskee.
Ik, op het brommertje, op zoek naar het tweede huis. In de ruime voortuin stonden een paar grote zwarte ketels op rokende vuren. Twee vrouwen, in dorps dracht, liepen met hout te zeulen. Over het hek vroeg ik: "Muhtar?" De jongste vrouw, uitermate stevig gebouwd, gaf met een hoofdknik aan dat de andere vrouw de vrouw van de muhtar was; de muhtarin. Ik stap af, schuif het metalen hek opzij en wandel op beide dames af. Om te beginnen stelde ik mij voor als "nieuwe" bewoner van het huis van Mustafa. Nou, dat was al heel wat, een gebaar wat bijzonder gewaardeerd werd. Dat maak ik tenminste op uit de mimiek van beide vrouwen, die van een onweersblik naar een zonnige uitstraling over ging.
Met de hand gebaarde de oudste van de twee mee te lopen. Langs het huis een stukje de heuvel op. Het tweede huis, waar ik moest zijn, bleek in de rij erachter te staan. Een korte wandeling langs kippen, hout, hekjes, rommel, antiek, etc. Zelfs het Openlucht Museum in Arnhem vertoont niet zoveel bijzonderheden en bezienswaardigheden van het oude Nederland, als dat ik op deze vijftig meter tegen kwam.
Het huisje van de muhtar is een klein huisje. Een waranda, vanwaar je rechtstreeks in de woonkamer kijkt, volgepropt met grote, statige en kitscherige banken. Aan de buitenzijde van de overkapping een oude groene waslijn. Veel knijpers en onder een aantal knijpers een stapel papiertjes. Verder war doekjes en kleine rommel. Mevrouw nam een stapeltje van de lijn en overhandigde mij dit. Aangezien de papiertjes erg dun waren bleek het een forse stapel.zij verdween en ik stond buiten. Legde de stapel op de tafel en bladerde er doorheen. Tot ik een tweede stapel zag liggen, onder een losse watermeter. Deze velletjes zagen er nieuwer uit, dan de al half verbleekte rekeningen van de eerste stapel. Nu zag ik ook de datum. Inderdaad was het tweede hoopje de recente rekening. De stapel weer door. De muhtarin had inmiddels afscheid genomen en daar stond ik. Het nummer boven onze meter had ik op een papiertje geschreven, maar kwam ik nergens tegen. Op naam van mijn huisbaas, Mustafa Sandiroz, kwam ik een stuk of vijf rekeningen tegen, waarop bij eentje het nummer 95 genoteerd stond. Die nam ik uiteindelijk maar uit de stapel en schoof het in mijn broekzak. Behalve de naam van mijn huisbaas kwam ik nog enkele namen meerdere keren tegen, waarvan soms de voornaam verschilde, soms overeen kwam. Türkmen, Bakak waren de bekendste en meest voorkomende namen. Een heus imperium van een paar families dus, dat dorp waar wij wonen. Blijkbaar ook heel normaal, in Turkije. In de slipstream van alle rekeningen zag ik ook de naam van onze Nederlandse achterbuur. Ik ken hem als Ton. De naam op het papiertje toonde een chique Nederlandse naam en Ton bleek ook maar een afkorting.
Met mijn papiertje naar mijn brommertje en naar huis. Daar opende ik het deurtje van de elektrometer en jawel nu zag ik een overeenkomend nummer. Met enige trots kon ik de conclusie trekken dat ik de juiste er tussenuit heb weten te halen.
Op het brommertje naar Göcek. Sta ik bij de pinautomaat (niet bij iedere automaat kan je ook betalen), is deze buiten werking. Ook onze waterrekening kon ik niet voldoen. Alles buiten werking. Vandaag dus maar weer naar beneden, zodat ik misschien vandaag wél mijn rekeningen kan voldoen...
Recent kwam ook op ons adres in Gökceovacik de meteropnemer. Maar, we ontvingen geen print. In mijn beste Turks dus om dat papiertje vragen. Het antwoord was kort: Muhtar. Nu wist ik dat Göcek over een muhtar beschikt, maar blijkbaar dit dorp ook. Gezien de hoofdbeweging bij het korte antwoord moest ik er vanuit gaan dat er namelijk hier ook zo een functie bestaat. En weg was de meteropnemer.
Enkele dagen later sprak ik de zwager van onze huisbaas; Ibrahim Bakak. Ibrahim heeft lang in Duitsland gewoond, wat voor de communicatie alhier een opsteker is. Ibrahim woont naast de moskee. Ibrahim vertaalde het woord muthar met Burgermeister. Ik denk dat wij het beter kunnen vertalen met dorpsoudste. En vanaf onze waranda woont de muhtar in het tweede huis. Is hij daar niet, is hij in zijn nieuwe huis, een stukje achter de moskee.
Ik, op het brommertje, op zoek naar het tweede huis. In de ruime voortuin stonden een paar grote zwarte ketels op rokende vuren. Twee vrouwen, in dorps dracht, liepen met hout te zeulen. Over het hek vroeg ik: "Muhtar?" De jongste vrouw, uitermate stevig gebouwd, gaf met een hoofdknik aan dat de andere vrouw de vrouw van de muhtar was; de muhtarin. Ik stap af, schuif het metalen hek opzij en wandel op beide dames af. Om te beginnen stelde ik mij voor als "nieuwe" bewoner van het huis van Mustafa. Nou, dat was al heel wat, een gebaar wat bijzonder gewaardeerd werd. Dat maak ik tenminste op uit de mimiek van beide vrouwen, die van een onweersblik naar een zonnige uitstraling over ging.
Met de hand gebaarde de oudste van de twee mee te lopen. Langs het huis een stukje de heuvel op. Het tweede huis, waar ik moest zijn, bleek in de rij erachter te staan. Een korte wandeling langs kippen, hout, hekjes, rommel, antiek, etc. Zelfs het Openlucht Museum in Arnhem vertoont niet zoveel bijzonderheden en bezienswaardigheden van het oude Nederland, als dat ik op deze vijftig meter tegen kwam.
Het huisje van de muhtar is een klein huisje. Een waranda, vanwaar je rechtstreeks in de woonkamer kijkt, volgepropt met grote, statige en kitscherige banken. Aan de buitenzijde van de overkapping een oude groene waslijn. Veel knijpers en onder een aantal knijpers een stapel papiertjes. Verder war doekjes en kleine rommel. Mevrouw nam een stapeltje van de lijn en overhandigde mij dit. Aangezien de papiertjes erg dun waren bleek het een forse stapel.zij verdween en ik stond buiten. Legde de stapel op de tafel en bladerde er doorheen. Tot ik een tweede stapel zag liggen, onder een losse watermeter. Deze velletjes zagen er nieuwer uit, dan de al half verbleekte rekeningen van de eerste stapel. Nu zag ik ook de datum. Inderdaad was het tweede hoopje de recente rekening. De stapel weer door. De muhtarin had inmiddels afscheid genomen en daar stond ik. Het nummer boven onze meter had ik op een papiertje geschreven, maar kwam ik nergens tegen. Op naam van mijn huisbaas, Mustafa Sandiroz, kwam ik een stuk of vijf rekeningen tegen, waarop bij eentje het nummer 95 genoteerd stond. Die nam ik uiteindelijk maar uit de stapel en schoof het in mijn broekzak. Behalve de naam van mijn huisbaas kwam ik nog enkele namen meerdere keren tegen, waarvan soms de voornaam verschilde, soms overeen kwam. Türkmen, Bakak waren de bekendste en meest voorkomende namen. Een heus imperium van een paar families dus, dat dorp waar wij wonen. Blijkbaar ook heel normaal, in Turkije. In de slipstream van alle rekeningen zag ik ook de naam van onze Nederlandse achterbuur. Ik ken hem als Ton. De naam op het papiertje toonde een chique Nederlandse naam en Ton bleek ook maar een afkorting.
Met mijn papiertje naar mijn brommertje en naar huis. Daar opende ik het deurtje van de elektrometer en jawel nu zag ik een overeenkomend nummer. Met enige trots kon ik de conclusie trekken dat ik de juiste er tussenuit heb weten te halen.
Op het brommertje naar Göcek. Sta ik bij de pinautomaat (niet bij iedere automaat kan je ook betalen), is deze buiten werking. Ook onze waterrekening kon ik niet voldoen. Alles buiten werking. Vandaag dus maar weer naar beneden, zodat ik misschien vandaag wél mijn rekeningen kan voldoen...
woensdag 30 september 2015
Verdomd bizar: 2!
Soms gaan de dingen snel. Amper mijn vorige blog opgetekend en nu al moet ik mijn vervolg schrijven. Om te beginnen wordt nu ook de bewindvoerder een stuk actiever. Er zijn twee dingen aan de hand (zie wel de vorige blog!).
Als eerste de SVB. De gemeente heeft geld over gemaakt naar de SVB. Dat is nu echt duidelijk. De SVB heeft inderdaad geld verder over gemaakt. Alleen in plaats van dit aan Emerhôt te voldoen hebben zij het op de rekening van de dagbestedingsorganisatie gestort. Zéér slordig!!!!
Dit was de kortste.
De tweede is echt om te huilen. Dat betreft het Zorgkantoor. Mijn klant ontving eerder begeleiding van een kleine organisatie. Deze organisatie rekende 56 euro per uur. Er werden alleen gesprekjes gehouden. Vanuit de organisatie mocht men niet meer. Ook waren de gesprekjes gepland. Mijn klant had duidelijk een andere begeleidingsbehoefte, maar de instelling kon en mocht dat niet leveren, zeiden ze. Een maandrekening was ruim 2300 euro. Geen enkel probleem voor het Zorgkantoor...
Nadat ik de zorg over had genomen en ook een hulpverleenster had gevonden waren er een aantal duidelijke leerelementen. Hieronder viel het invullen en omgaan van/met vrije tijd, leren koken en leren zelfstandig te wonen, inspringen bij calamiteiten en natuurlijk ook het voeren van gesprekken. Het Zorgkantoor vergoed nu van de destijds ingediende rekening maar ruim 500 euro, de rest (1200) moet worden terug betaald. We hebben het nu maar over een maand. Want wat zegt het Zorgkantoor: alle begeleiding naar winkels was een activiteit van de hulpverlener zelf. Om niet al te veel in details te treden is aangegeven dat bijna niets onder het PGB viel, behalve de enigszins zinloze gesprekken op vaste tijden. En daar betalen ze dus ook grif een fors hoger tarief voor! Het tweede half jaar wordt nog onderzocht. Ook was er onterecht BTW berekend (en afgedragen), wat vreemd is want op de rekening van de vorige organisatie stond óók BTW vermeld. Waarschijnlijk moet er rond de 13000 euro worden terugbetaald! Wegens onterecht gebruik van de PGB.
Mijn klomp breekt aan alle kanten. Juist op basis van de PGB én de vraagstelling van de klant is de zorg geleverd en nu worden er lijsten naar voren gehaald om aan te geven dat dit niet mag...
Kortom een verstandelijk gehandicapte moet dus of maar in een dure instelling zitten, of moet het zelfstandig redden met nutteloze dure begeleiding... Ik volg dit echt niet meer. En dan ook nog de dreiging dat alleen via de rechter nog bezwaar kan worden aangetekend. Een betalingsregeling is te maken. Noch de hulpverlener, noch ik zijn in staat terug te betalen, want het was inkomen. Voor mij geldt zelfs dat ik vorig jaar een bruto jaarinkomen had van 3700 euro.
Los daarvan, twee mensen hebben al die tijd arbeid geleverd! Twee mensen hebben zich ingezet voor het welzijn van een gehandicapte medemens. Maar nee, wanneer je integer zorg op maat levert word je gestraft in Nederland!
Zogenaamd om misbruik tegen te gaan? Krom! Dure zinloze zorg; geen probleem! Misbruik om zinloos dure middelen preventief te regelen? Geen probleem! Nee, een gehandicapte moet het maar redden of naar een tehuis! Te misselijk om te verwoorden. Te belangrijk om te verzwijgen. Het Zorgkantoor, dat laat reageert, of het niet van belang is dat er mensen zijn die afhankelijk zijn van dat inkomen. De SVB die er helemaal een onbeschrijfelijk zooitje van maakt. De indirecte communicatie en jazeker, ook de bewindvoerder had accurater moeten reageren. Dit is Nederland! Een sociale staat... Een welvarende samenleving... Een menselijke samenleving... Door regels en geld echter volledig de weg kwijt, waardoor wij alleen nog kunnen praten over een inhumane slecht communicerende samenleving. Zelfs de moderne media lijken hier geen verbetering in te geven. Nee, het wordt alleen allemaal nóg ondoorzichtiger! Ik zit nu al voor een paar duizend euro in het schip, heb nog geen cent vanaf juni ontvangen, maar mag straks wel 14000 euro terug betalen? Eerlijkheid en oprechtheid worden afgestraft. Ik denk dat ik de boel maar eens flink moet oplichten. Dan is er niets aan de hand. Immers de echte oplichters en dieven lijken ongemoeid gelaten te worden en de kleine eerlijke en harde werkers worden als criminelen bekeken. Helaas vrees ik dat hier nog niet de laatste blog over geschreven is. Alhoewel ik hoop dat de laatste blog over dit onderwerp een positieve kan zijn. Met name voor de zwakkeren en gehandicapten in onze samenleving.
Als eerste de SVB. De gemeente heeft geld over gemaakt naar de SVB. Dat is nu echt duidelijk. De SVB heeft inderdaad geld verder over gemaakt. Alleen in plaats van dit aan Emerhôt te voldoen hebben zij het op de rekening van de dagbestedingsorganisatie gestort. Zéér slordig!!!!
Dit was de kortste.
De tweede is echt om te huilen. Dat betreft het Zorgkantoor. Mijn klant ontving eerder begeleiding van een kleine organisatie. Deze organisatie rekende 56 euro per uur. Er werden alleen gesprekjes gehouden. Vanuit de organisatie mocht men niet meer. Ook waren de gesprekjes gepland. Mijn klant had duidelijk een andere begeleidingsbehoefte, maar de instelling kon en mocht dat niet leveren, zeiden ze. Een maandrekening was ruim 2300 euro. Geen enkel probleem voor het Zorgkantoor...
Nadat ik de zorg over had genomen en ook een hulpverleenster had gevonden waren er een aantal duidelijke leerelementen. Hieronder viel het invullen en omgaan van/met vrije tijd, leren koken en leren zelfstandig te wonen, inspringen bij calamiteiten en natuurlijk ook het voeren van gesprekken. Het Zorgkantoor vergoed nu van de destijds ingediende rekening maar ruim 500 euro, de rest (1200) moet worden terug betaald. We hebben het nu maar over een maand. Want wat zegt het Zorgkantoor: alle begeleiding naar winkels was een activiteit van de hulpverlener zelf. Om niet al te veel in details te treden is aangegeven dat bijna niets onder het PGB viel, behalve de enigszins zinloze gesprekken op vaste tijden. En daar betalen ze dus ook grif een fors hoger tarief voor! Het tweede half jaar wordt nog onderzocht. Ook was er onterecht BTW berekend (en afgedragen), wat vreemd is want op de rekening van de vorige organisatie stond óók BTW vermeld. Waarschijnlijk moet er rond de 13000 euro worden terugbetaald! Wegens onterecht gebruik van de PGB.
Mijn klomp breekt aan alle kanten. Juist op basis van de PGB én de vraagstelling van de klant is de zorg geleverd en nu worden er lijsten naar voren gehaald om aan te geven dat dit niet mag...
Kortom een verstandelijk gehandicapte moet dus of maar in een dure instelling zitten, of moet het zelfstandig redden met nutteloze dure begeleiding... Ik volg dit echt niet meer. En dan ook nog de dreiging dat alleen via de rechter nog bezwaar kan worden aangetekend. Een betalingsregeling is te maken. Noch de hulpverlener, noch ik zijn in staat terug te betalen, want het was inkomen. Voor mij geldt zelfs dat ik vorig jaar een bruto jaarinkomen had van 3700 euro.
Los daarvan, twee mensen hebben al die tijd arbeid geleverd! Twee mensen hebben zich ingezet voor het welzijn van een gehandicapte medemens. Maar nee, wanneer je integer zorg op maat levert word je gestraft in Nederland!
Zogenaamd om misbruik tegen te gaan? Krom! Dure zinloze zorg; geen probleem! Misbruik om zinloos dure middelen preventief te regelen? Geen probleem! Nee, een gehandicapte moet het maar redden of naar een tehuis! Te misselijk om te verwoorden. Te belangrijk om te verzwijgen. Het Zorgkantoor, dat laat reageert, of het niet van belang is dat er mensen zijn die afhankelijk zijn van dat inkomen. De SVB die er helemaal een onbeschrijfelijk zooitje van maakt. De indirecte communicatie en jazeker, ook de bewindvoerder had accurater moeten reageren. Dit is Nederland! Een sociale staat... Een welvarende samenleving... Een menselijke samenleving... Door regels en geld echter volledig de weg kwijt, waardoor wij alleen nog kunnen praten over een inhumane slecht communicerende samenleving. Zelfs de moderne media lijken hier geen verbetering in te geven. Nee, het wordt alleen allemaal nóg ondoorzichtiger! Ik zit nu al voor een paar duizend euro in het schip, heb nog geen cent vanaf juni ontvangen, maar mag straks wel 14000 euro terug betalen? Eerlijkheid en oprechtheid worden afgestraft. Ik denk dat ik de boel maar eens flink moet oplichten. Dan is er niets aan de hand. Immers de echte oplichters en dieven lijken ongemoeid gelaten te worden en de kleine eerlijke en harde werkers worden als criminelen bekeken. Helaas vrees ik dat hier nog niet de laatste blog over geschreven is. Alhoewel ik hoop dat de laatste blog over dit onderwerp een positieve kan zijn. Met name voor de zwakkeren en gehandicapten in onze samenleving.
Verdomd bizar
Om hopeloos van te worden is misschien nog zacht uitgedrukt. Gallisch word ik er zeker van. Soms brengt het mij in alle staten, alhoewel ik het over het algemeen gelukkig nog redelijk kan relativeren. Dat neemt niet weg dat mijn vermogens behoorlijk op de proef worden gesteld. En dit alles is gerelateerd aan de Nederlandse bureaucratie, dan wel regelgeving.
Toegegeven, de problemen met de gemeente met de PGB lijken deels opgelost. Deels, want er zijn meer partijen mee gemoeid, die nog steeds niets lijken te begrijpen. Mijn grootste frustratie blijft echter het Nederlandse zorgsysteem.
Sinds vorig jaar heb ik de begeleiding voor iemand op mij genomen. Alles keurig en formeel geregeld. Lopende de periode ging er vrijwel geen probleemloze maand voorbij. Of er was iets met de (juiste) administratie, of er was iets rond de uitbetaling. Vele uren heeft het mij telkens gekost het een en ander in goed banen te leiden. Ik moest dit alles doen via de (door de rechter aangestelde) bewindvoerder. Telkens heb ik mij vooraf optimaal proberen te informeren om mijn werk zo goed en correct mogelijk uit te voeren.
Dit voorjaar kwam er al een bericht van het Zorgkantoor, dat de administratie niet volgens de normen was. Niet ik kreeg dit bericht van het Zorgkantoor, maar het kwam tot mij via de bewindvoerder. Van de bewindvoerder begreep ik ook dat zij bezwaar hadden aangetekend... Zelf heb ik nooit iets van dit bezwaar, of de inhoud hiervan, gezien. De mentoren evenmin.
Vanaf januari werd de zorg over genomen door de gemeente. Ook hiervan heb ik niets vernomen. Via de bewindvoerder begreep ik dat de sociale verzekeringsbank inmiddels de verantwoording droeg voor de uitbetalingen. Mij is het nooit gelukt zelf contact te krijgen met de SVB. Dit alles verliep puur en alleen via de bewindvoerder. Wel ben ik een maal gebeld door de SVB. Hierop heb ik keurig mijn huiswerk, natuurlijk via de bewindvoerder, gedaan en opgestuurd.
Zoals eerder gemeld werd er rond de zomerperiode geheel niet meer uitbetaald. In eerste instantie richtte ik mij tot...., de bewindvoerder. Zij had contact met de gemeente en ik kreeg de indruk dat er van alles mis was. Wat? Dat was onduidelijk. Naar mijn eer en geweten deed ik mijn huiswerk keurig en volledig binnen de regels. Tenminste, voor zover de regels mij bekend waren, waren gemaakt, of via internet opgezocht waren. Desalniettemin waren deze drie verkeersbronnen blijkbaar onvoldoende. Geld kwam niet. Ondertussen ontstonden er problemen met de hulpverleenster, want die kreeg inmiddels ook geen geld meer,mea want ik had geen reserves meer haar voor te schieten.
Uiteindelijk heb ik mij zelf tot de gemeente gewend. De reacties verbaasden mij. Zeer tegengestelde berichten, onjuiste informatie en maar door. Ondertussen bleef de gemeente (en de SVB) communiceren met de bewindvoerder. Nog steeds werden de mentoren (wettelijk vertegenwoordigers), noch ik persoonlijk benaderd. Wel kreeg ik op mijn eigen communicatie reactie vanuit de gemeente, maar keer op keer leek dit niet dezelfde informatie te zijn als welke de bewindvoerder ontving, dan wel door communiceerde. Het begint steeds meer op een Babylonische spraakverwarring te lijken. Ondertussen komt er via de bewindvoerder mij een bericht toe dat het Zorgkantoor niet akkoord gaat met de declaratie van mei en juni 2014. De tweede helft van 2014 wordt nog uitgezocht, maar dat zal wel via de rechter verder worden uitgevochten en betreft een waarschijnlijke naheffing van 13000 euro. Niemand zal verbaasd zijn wanneer ik aangeef dat mijn bek even letterlijk open viel... Maar ook nu, ik verneem het via de bewindvoerder, maar van het .Zorgkantoor zelf heb ik niets vernomen! Ik heb dus ook geen enkel idee wát er dan niet juist is.
Wel weet ik dat de vorige hulpverleners organisatie een hoger uurtarief berekende (wat ik nergens in de tabellen terug kon vinden) én werkte met een hogere indicatie, omdat zij nooit gemeld hadden dat hun klant zelfstandig was gaan wonen. Toch heeft dat nooit tot problemen geleid. Nu er (ook iets goedkopere) zorg op maat geleverd werd, wat ook nog binnen de kaders van de indicatie paste gaat het Zorgkantoor, via de bewindvoerder, dus wel opeens problemen maken.
Kortom, ik kan er geen touw meer aan vast knopen. Je probeert iemand zo goed als mogelijk te helpen, en je wordt alleen maar gestraft. De afgelopen anderhalf jaar heb ik er vele, vele, uren werk in gestopt, die niet declarabel waren. Het aantal uren wat ik wel heb kunnen declareren was zeer beperkt. Omgezet in een uurtarief misschien net even meer dan drie euro per uur (los van dus al die niet declarabele uren).
Ik ben zeer verbolgen over deze hele situatie. In eerste instantie omdat iemand die hulp absoluut nodig heeft wel eens zwaar de dupe kan zijn. In tweede instantie omdat ik (of eigenlijk mijn bedrijf) in het hele verhaal niet lijk te bestaan, behalve wanneer het niet goed gaat. Ten derde omdat de wettelijk vertegenwoordigers (mentoren) in het verhaal helemaal niet voor komen. Maar ook de rol van de bewindvoerder komt mij over als zeer dubieus. Niet dat zij de boel belazeren, maar wel omdat zij zeer onhandig te werk gaan, onvoldoende communiceren en met zaken worden geconfronteerd war zij blijkbaar onvoldoende kennis van zaken bij hebben, maar het wel regelen. Met name de "goedgelovigheid" welke ik regelmatig bij de bewindvoerder bespeur stoort mij. Daarbij ontstaat de indruk dat zij zich onvoldoende voor hun klant inzetten.
Een mysterie lijkt het wel. En wanneer ik dan weet dat iemand een traplift heeft laten installeren, omdat dat misschien binnen een jaar nodig zou kunnen zijn, maar binnen een half jaar dat pand al verliet (kosten wel meer dan tien mille) breekt er wat bij mij. Die traplift is nooit gebruikt. Maar blijkbaar kan men op die manier zonder problemen wel alles geregeld krijgen, maar wanneer je integer hulp verleend en verzorgd wordt je kop er af gehakt. Verdomd verdorven bureaucratie...., dat is waar ik keer op keer in Nederland op stuit. Ik schaam mij diep voor mijn eigen land!
Toegegeven, de problemen met de gemeente met de PGB lijken deels opgelost. Deels, want er zijn meer partijen mee gemoeid, die nog steeds niets lijken te begrijpen. Mijn grootste frustratie blijft echter het Nederlandse zorgsysteem.
Sinds vorig jaar heb ik de begeleiding voor iemand op mij genomen. Alles keurig en formeel geregeld. Lopende de periode ging er vrijwel geen probleemloze maand voorbij. Of er was iets met de (juiste) administratie, of er was iets rond de uitbetaling. Vele uren heeft het mij telkens gekost het een en ander in goed banen te leiden. Ik moest dit alles doen via de (door de rechter aangestelde) bewindvoerder. Telkens heb ik mij vooraf optimaal proberen te informeren om mijn werk zo goed en correct mogelijk uit te voeren.
Dit voorjaar kwam er al een bericht van het Zorgkantoor, dat de administratie niet volgens de normen was. Niet ik kreeg dit bericht van het Zorgkantoor, maar het kwam tot mij via de bewindvoerder. Van de bewindvoerder begreep ik ook dat zij bezwaar hadden aangetekend... Zelf heb ik nooit iets van dit bezwaar, of de inhoud hiervan, gezien. De mentoren evenmin.
Vanaf januari werd de zorg over genomen door de gemeente. Ook hiervan heb ik niets vernomen. Via de bewindvoerder begreep ik dat de sociale verzekeringsbank inmiddels de verantwoording droeg voor de uitbetalingen. Mij is het nooit gelukt zelf contact te krijgen met de SVB. Dit alles verliep puur en alleen via de bewindvoerder. Wel ben ik een maal gebeld door de SVB. Hierop heb ik keurig mijn huiswerk, natuurlijk via de bewindvoerder, gedaan en opgestuurd.
Zoals eerder gemeld werd er rond de zomerperiode geheel niet meer uitbetaald. In eerste instantie richtte ik mij tot...., de bewindvoerder. Zij had contact met de gemeente en ik kreeg de indruk dat er van alles mis was. Wat? Dat was onduidelijk. Naar mijn eer en geweten deed ik mijn huiswerk keurig en volledig binnen de regels. Tenminste, voor zover de regels mij bekend waren, waren gemaakt, of via internet opgezocht waren. Desalniettemin waren deze drie verkeersbronnen blijkbaar onvoldoende. Geld kwam niet. Ondertussen ontstonden er problemen met de hulpverleenster, want die kreeg inmiddels ook geen geld meer,mea want ik had geen reserves meer haar voor te schieten.
Uiteindelijk heb ik mij zelf tot de gemeente gewend. De reacties verbaasden mij. Zeer tegengestelde berichten, onjuiste informatie en maar door. Ondertussen bleef de gemeente (en de SVB) communiceren met de bewindvoerder. Nog steeds werden de mentoren (wettelijk vertegenwoordigers), noch ik persoonlijk benaderd. Wel kreeg ik op mijn eigen communicatie reactie vanuit de gemeente, maar keer op keer leek dit niet dezelfde informatie te zijn als welke de bewindvoerder ontving, dan wel door communiceerde. Het begint steeds meer op een Babylonische spraakverwarring te lijken. Ondertussen komt er via de bewindvoerder mij een bericht toe dat het Zorgkantoor niet akkoord gaat met de declaratie van mei en juni 2014. De tweede helft van 2014 wordt nog uitgezocht, maar dat zal wel via de rechter verder worden uitgevochten en betreft een waarschijnlijke naheffing van 13000 euro. Niemand zal verbaasd zijn wanneer ik aangeef dat mijn bek even letterlijk open viel... Maar ook nu, ik verneem het via de bewindvoerder, maar van het .Zorgkantoor zelf heb ik niets vernomen! Ik heb dus ook geen enkel idee wát er dan niet juist is.
Wel weet ik dat de vorige hulpverleners organisatie een hoger uurtarief berekende (wat ik nergens in de tabellen terug kon vinden) én werkte met een hogere indicatie, omdat zij nooit gemeld hadden dat hun klant zelfstandig was gaan wonen. Toch heeft dat nooit tot problemen geleid. Nu er (ook iets goedkopere) zorg op maat geleverd werd, wat ook nog binnen de kaders van de indicatie paste gaat het Zorgkantoor, via de bewindvoerder, dus wel opeens problemen maken.
Kortom, ik kan er geen touw meer aan vast knopen. Je probeert iemand zo goed als mogelijk te helpen, en je wordt alleen maar gestraft. De afgelopen anderhalf jaar heb ik er vele, vele, uren werk in gestopt, die niet declarabel waren. Het aantal uren wat ik wel heb kunnen declareren was zeer beperkt. Omgezet in een uurtarief misschien net even meer dan drie euro per uur (los van dus al die niet declarabele uren).
Ik ben zeer verbolgen over deze hele situatie. In eerste instantie omdat iemand die hulp absoluut nodig heeft wel eens zwaar de dupe kan zijn. In tweede instantie omdat ik (of eigenlijk mijn bedrijf) in het hele verhaal niet lijk te bestaan, behalve wanneer het niet goed gaat. Ten derde omdat de wettelijk vertegenwoordigers (mentoren) in het verhaal helemaal niet voor komen. Maar ook de rol van de bewindvoerder komt mij over als zeer dubieus. Niet dat zij de boel belazeren, maar wel omdat zij zeer onhandig te werk gaan, onvoldoende communiceren en met zaken worden geconfronteerd war zij blijkbaar onvoldoende kennis van zaken bij hebben, maar het wel regelen. Met name de "goedgelovigheid" welke ik regelmatig bij de bewindvoerder bespeur stoort mij. Daarbij ontstaat de indruk dat zij zich onvoldoende voor hun klant inzetten.
Een mysterie lijkt het wel. En wanneer ik dan weet dat iemand een traplift heeft laten installeren, omdat dat misschien binnen een jaar nodig zou kunnen zijn, maar binnen een half jaar dat pand al verliet (kosten wel meer dan tien mille) breekt er wat bij mij. Die traplift is nooit gebruikt. Maar blijkbaar kan men op die manier zonder problemen wel alles geregeld krijgen, maar wanneer je integer hulp verleend en verzorgd wordt je kop er af gehakt. Verdomd verdorven bureaucratie...., dat is waar ik keer op keer in Nederland op stuit. Ik schaam mij diep voor mijn eigen land!
Labels:
bewindvoerder,
CAV,
CIZ,
integer,
mentoren,
oplichting,
overheid,
PGB,
rechter,
SVB,
zorgkantoor,
zorgverleners
zaterdag 12 september 2015
Mag ik effe boos zijn?!; adres onbekend....
Nee, ik wil helemaal niet cynisch zijn. Ik wil niet negatief zijn...maar ik kan het niet laten. De overheid en Nederlandse regelgeving dwingen mij keer op keer...
Ik heb verdomme ruim 32 jaar gewerkt. Vrijwel geen beroep gedaan op instanties als ziektewet, WW, of dergelijke. Als indirect gevolg van overheidsbeleid word ik op straat gezet. Ik had mijn leven keurig op orde. Alleen het moment dat ik op straat kom is er een crisis. De crisis die ontstaan is door banken, speculanten, grootbedrijven en rijken. Honderden sollicitaties op diverse functies, maar ik word niet eens uitgenodigd; te oud en te duur (al is dat nooit hardop gezegd). Drie jaar WW. Een UWV die totaal niets voor je doet. Je probeert wat op te zetten,maar telkens maken de gevolgen van de crisis en alle bezuinigingen succes onmogelijk.
De WW stopt na drie jaar. Inkomen daalt..., tot nihil. Immers mijn vrouw heeft een uitkering. Dat deze netto zelfs lager is dat het bijstandsniveau voor echtparen (enkele euri's) maakt niet uit. Ondertussen worden wij als vermogend gezien. We hebben een eigen huis met overwaarde. Alleen het huis kunnen we maar niet verkopen en de overwaarde slinkt. De overheden zien ons echter als welgestelden...
Uiteindelijk verkopen we het huis. Niet met verlies, maar we houden er ook weinig aan over. Genoeg om financiële in het reine te komen en een aantal dingen te regelen, die waren blijven liggen.
Ondertussen konden we al niet meer in onze woning leven, te duur. Min of meer gedwongen zijn we naar Turkije gegaan. Vanwege familie en omdat het hier iets goedkoper is. In Nederland schreven wij ons in voor een sociale huurwoning. Het aanbod is schaars, en er reageren erg veel mensen per woning. De gemeente verwijt dat wij te weinig reageren. Blijkbaar moet je maar achteraan in de rij aansluiten. Urgentieverklaringen krijgen we niet voor elkaar. Ook dat we in het buitenland verblijven maakt het haast onmogelijk een sociale huurwoning te krijgen. Niet omdat we in het buitenland zitten, maar omdat je jezelf persoonlijk moet melden.
Bij vertrek hadden we een postadres. Voor zover ik nu begrijp (je wordt zelden zelf geïnformeerd) hebben we geen postadres meer en is het officieel: adres onbekend. De zorgverzekering hangt nu aan de lijn. Geen adres, geen verplichtte zorgverzekering. Daklozen zijn dus niet verzekerd? Immers, ondanks dat we nu in Turkije zitten en het op zich hier goed is willen wij een goedkope woning in Nederland. Wij willen Nederlands ingezetenen blijven. De realiteit lijkt de andere kant op te wijzen: in Nederland wordt er hard aan gewerkt ons als Nederlander te ontkennen. We bestaan nauwelijks meer in Nederland. We worden als Nederlander weggesaneerd uit eigen land. Dat na jaren gewerkt te hebben, altijd belasting en afdrachten (sociale zekerheid en verzekeringen) te hebben betaald. Het gaat even anders en je wordt een persona non grata.
In mijn vorige blog heb ik al over de misstanden ten aanzien van de WMO en PGB geschreven. Wanneer ik nú in Nederland zou zijn, had ik in een kartonnen doos gewoond, moest ik bij het Leger des Heils aankloppen en zat ik waarschijnlijk in het gekkenhuis. De optelsom wordt effe te groot...misschien ben ik te oud voor al dit gekloot. Ik weet het niet zo goed meer.
En altijd hoor je dat je een soort uitzondering bent. Anderen hebben al die problemen niet. Velsen gaf aan dat rond het WMO gezeur verder geen bekende dossiers spelen. Wij zijn een uitzondering dat het ons niet lukt een urgentieverklaring voor een woning te krijgen en noem maar op...
Ja, in zekere zin zijn wij een uitzondering, en daar kan Nederland duidelijk niet mee dealen. Wij hebben een keuze gemaakt te overleven, door weg te gaan. Tijdelijk. Omdat we niet nog dieper in de schulden wilden, omdat we een beetje een menswaardig bestaan wilden, omdat wij naar oplossingen zochten en niet in een slachtofferrol bleven hangen. En juist daarom, lijkt het, worden we langzaam uitgegomd. We passen niet in de juiste plaatjes.
Mag ik dan alsjeblieft cynisch en boos zijn?! Het is makkelijk te zeggen dat wij dit alles aan ons zelf te danken hebben, door de keuzes die we hebben gemaakt. Hadden we dan alles moeten laten varen, zwaar in de schulden komen en in feite geen waardig leven leiden, omdat de overheden en instanties dan alles volgens hun boekjes konden afhandelen? Moeten wij "dure" klanten worden, om steun te krijgen? Wij wilden het zelf doen, en dan wordt je dus gepakt.
Wanneer ik straks naar Nederland ga, ga ik naar een B&B. Ik wil niet als een clochard bij al mijn vrienden en kennissen langs om te kunnen overnachten. Heen en weer met mijn koffertje. Nee, ik wil een vaste plek, op mijzelf kunnen zijn en zelf bepalen wanneer ik mijn vrienden en kennissen bezoek. Tja, ik heb immers geen woning... Of moet ik tien dagen naar het Leger des Heils? Moet ik ook zeulen met mijn tasje.
Ik ben verdomme bijna zestig. Ik heb een lange carrière achter de rug, en niet eens een slechte. Maar nu sta ik bij het afval, en mijn Hollandse afvalbak wordt groter en groter en voller en voller. Ik besta bijna niet meer. En waarom? Omdat ik eigen keuzes maak! Omdat ik een persoonlijkheid ben en mij ook als zodanig wens op te stellen. Dat mag blijkbaar niet...
Mag ik dan alsjeblieft even heel erg boos zijn? Mag ik alsjeblieft even teleurgesteld zijn? Mag ik er alsjeblieft even heel erg moe van zijn?
Of mag dit allemaal niet, omdat ik niet volgens de vaste protocollen van de Nederlanders leef, niet eet om zes uur, niet opsta om acht uur, niet ontbijt, niet mijn familie iedere week bezoek etc.?
Sorry, ik weet het echt even niet meer. Ik ben gewoon boos en teleurgesteld in Nederland, en toch wil ik daar dolgraag weer m'n vaste stekkie!
Ik heb verdomme ruim 32 jaar gewerkt. Vrijwel geen beroep gedaan op instanties als ziektewet, WW, of dergelijke. Als indirect gevolg van overheidsbeleid word ik op straat gezet. Ik had mijn leven keurig op orde. Alleen het moment dat ik op straat kom is er een crisis. De crisis die ontstaan is door banken, speculanten, grootbedrijven en rijken. Honderden sollicitaties op diverse functies, maar ik word niet eens uitgenodigd; te oud en te duur (al is dat nooit hardop gezegd). Drie jaar WW. Een UWV die totaal niets voor je doet. Je probeert wat op te zetten,maar telkens maken de gevolgen van de crisis en alle bezuinigingen succes onmogelijk.
De WW stopt na drie jaar. Inkomen daalt..., tot nihil. Immers mijn vrouw heeft een uitkering. Dat deze netto zelfs lager is dat het bijstandsniveau voor echtparen (enkele euri's) maakt niet uit. Ondertussen worden wij als vermogend gezien. We hebben een eigen huis met overwaarde. Alleen het huis kunnen we maar niet verkopen en de overwaarde slinkt. De overheden zien ons echter als welgestelden...
Uiteindelijk verkopen we het huis. Niet met verlies, maar we houden er ook weinig aan over. Genoeg om financiële in het reine te komen en een aantal dingen te regelen, die waren blijven liggen.
Ondertussen konden we al niet meer in onze woning leven, te duur. Min of meer gedwongen zijn we naar Turkije gegaan. Vanwege familie en omdat het hier iets goedkoper is. In Nederland schreven wij ons in voor een sociale huurwoning. Het aanbod is schaars, en er reageren erg veel mensen per woning. De gemeente verwijt dat wij te weinig reageren. Blijkbaar moet je maar achteraan in de rij aansluiten. Urgentieverklaringen krijgen we niet voor elkaar. Ook dat we in het buitenland verblijven maakt het haast onmogelijk een sociale huurwoning te krijgen. Niet omdat we in het buitenland zitten, maar omdat je jezelf persoonlijk moet melden.
Bij vertrek hadden we een postadres. Voor zover ik nu begrijp (je wordt zelden zelf geïnformeerd) hebben we geen postadres meer en is het officieel: adres onbekend. De zorgverzekering hangt nu aan de lijn. Geen adres, geen verplichtte zorgverzekering. Daklozen zijn dus niet verzekerd? Immers, ondanks dat we nu in Turkije zitten en het op zich hier goed is willen wij een goedkope woning in Nederland. Wij willen Nederlands ingezetenen blijven. De realiteit lijkt de andere kant op te wijzen: in Nederland wordt er hard aan gewerkt ons als Nederlander te ontkennen. We bestaan nauwelijks meer in Nederland. We worden als Nederlander weggesaneerd uit eigen land. Dat na jaren gewerkt te hebben, altijd belasting en afdrachten (sociale zekerheid en verzekeringen) te hebben betaald. Het gaat even anders en je wordt een persona non grata.
In mijn vorige blog heb ik al over de misstanden ten aanzien van de WMO en PGB geschreven. Wanneer ik nú in Nederland zou zijn, had ik in een kartonnen doos gewoond, moest ik bij het Leger des Heils aankloppen en zat ik waarschijnlijk in het gekkenhuis. De optelsom wordt effe te groot...misschien ben ik te oud voor al dit gekloot. Ik weet het niet zo goed meer.
En altijd hoor je dat je een soort uitzondering bent. Anderen hebben al die problemen niet. Velsen gaf aan dat rond het WMO gezeur verder geen bekende dossiers spelen. Wij zijn een uitzondering dat het ons niet lukt een urgentieverklaring voor een woning te krijgen en noem maar op...
Ja, in zekere zin zijn wij een uitzondering, en daar kan Nederland duidelijk niet mee dealen. Wij hebben een keuze gemaakt te overleven, door weg te gaan. Tijdelijk. Omdat we niet nog dieper in de schulden wilden, omdat we een beetje een menswaardig bestaan wilden, omdat wij naar oplossingen zochten en niet in een slachtofferrol bleven hangen. En juist daarom, lijkt het, worden we langzaam uitgegomd. We passen niet in de juiste plaatjes.
Mag ik dan alsjeblieft cynisch en boos zijn?! Het is makkelijk te zeggen dat wij dit alles aan ons zelf te danken hebben, door de keuzes die we hebben gemaakt. Hadden we dan alles moeten laten varen, zwaar in de schulden komen en in feite geen waardig leven leiden, omdat de overheden en instanties dan alles volgens hun boekjes konden afhandelen? Moeten wij "dure" klanten worden, om steun te krijgen? Wij wilden het zelf doen, en dan wordt je dus gepakt.
Wanneer ik straks naar Nederland ga, ga ik naar een B&B. Ik wil niet als een clochard bij al mijn vrienden en kennissen langs om te kunnen overnachten. Heen en weer met mijn koffertje. Nee, ik wil een vaste plek, op mijzelf kunnen zijn en zelf bepalen wanneer ik mijn vrienden en kennissen bezoek. Tja, ik heb immers geen woning... Of moet ik tien dagen naar het Leger des Heils? Moet ik ook zeulen met mijn tasje.
Ik ben verdomme bijna zestig. Ik heb een lange carrière achter de rug, en niet eens een slechte. Maar nu sta ik bij het afval, en mijn Hollandse afvalbak wordt groter en groter en voller en voller. Ik besta bijna niet meer. En waarom? Omdat ik eigen keuzes maak! Omdat ik een persoonlijkheid ben en mij ook als zodanig wens op te stellen. Dat mag blijkbaar niet...
Mag ik dan alsjeblieft even heel erg boos zijn? Mag ik alsjeblieft even teleurgesteld zijn? Mag ik er alsjeblieft even heel erg moe van zijn?
Of mag dit allemaal niet, omdat ik niet volgens de vaste protocollen van de Nederlanders leef, niet eet om zes uur, niet opsta om acht uur, niet ontbijt, niet mijn familie iedere week bezoek etc.?
Sorry, ik weet het echt even niet meer. Ik ben gewoon boos en teleurgesteld in Nederland, en toch wil ik daar dolgraag weer m'n vaste stekkie!
Abonneren op:
Posts (Atom)