Posts tonen met het label kippen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kippen. Alle posts tonen

vrijdag 25 augustus 2017

Wilde en gevaarlijke dieren

Van de steek van een schorpioen kan je flink ziek worden. Op sommige plaatsen op de wereld kan een dergelijke steek zelfs dodelijk zijn.hetzelfde geldt voor slangen, maar bij slangen is het ook dat niet iedere slang giftig is.

Hoe noordelijker des te minder gevaarlijk deze dieren zijn, dan wel minder vaak voor komen. In de Mediterranee, waar ik een aantal maanden per jaar woon, zijn meer slangen en schorpioenen, dan in bijvoorbeeld Nederland. Daarbij zijn ze hier giftig,maar maakt dat je er behoorlijk ziek van kan worden.

Nu geldt voor zowel de slang als de schorpioen dat ze zich vooral goed verstoppen. Wanneer ik bij een berg stenen sta en ik pak er vluchtig een vanaf, dan is het niet ondenkbaar dat ik geconfronteerd wordt met of een slang, of een schorpioen. De kans op een schorpioen is vele malen groter.

Een paar keer per jaar hebben we een schorpioen op het terras. Recent hadden we problemen met de wasmachineafvoer.  Op een gegeven moment zat er een joekelse schorpioen op de muur.

Gemiddeld hebben we (zien we) drie schorpioenen per jaar op het terras, of in het huis. Dat maakt alertheid wat lastiger. Wanneer ik een schoen uit het schoenenrek neem, moet ik absoluut checken op schorpioenen. Ook met andere zaken is enige alertheid een vereiste.

Een vriendin van ons heeft het een stuk zwaarder. Inmiddels heeft zijn meer dan honderd schorpioenen naar de andere kant geholpen, die zich in of direct rond haar huis ophielden. Het dier mag dan tot de verbeelding spreken, maar in dit geval absoluut niet. Ik benijd haar dan ook niet. Waar ze vandaan komen en waarom daar zo veel en hier zo weinig is een raadsel. De schorpioen houdt zich vooral op bij steen, op een warme dan wel behaaglijke plek en bij voorkeur met een zekere vochtigheid. Naast het huis van onze vriendin staan geiten. En daar ligt mest, wellicht een reden.



Muggen, muskieten en wespen zijn de volgende groep stekende dieren. Minder gevaarlijk, alhoewel van de muskiet (paardevlieg) en wesp kan een steek ook zeer ziek maken. Muggen zijn alleen maar lastige etters. In het noorden van Europa zijn de mug en wesp alom vertegenwoordigd. In het zuiden (en midden) is ook de paardevlieg meer prominent aanwezig. Maar er zijn ook meer soorten wespen. Een soort is wel twee keer zo groot als de Nederlandse wesp. Een steek van deze wesp is zeldzaam, maar gaat het mis, dan ook goed.



Stekende en bijtende reptielen en insecten zijn vervelend. En wanneer mensen allergisch zijn kan het zelfs gevaarlijk worden. Daarbij, dit soort dieren is klein, en slaat onverwacht toe. Meestal zie je het niet aankomen, maar ook preventief is niet veel te doen. Goed tegen de mug heb je DEET, maar ook dat is niet altijd afdoende.



Makkelijker zijn de grotere gevaren. Om te beginnen zijn deze net zo bang voor de mens, als de mens voor hen. Bovendien kan je jezelf er beter tegen beschermen. Let wel, ik praat nog steeds over Europa. In de tropische gebieden wordt het een stuk lastiger gevaarlijke dieren te ontwijken. Zeker in de regenwouden of andere tropische oerwouden. In Europa, inclusief de Mediterranee, zijn de gevaren wel beperkt. Hier, waar ik nu zit, komen beren voor. Toch zal ik er niet snel eentje zien, laat staan dat deze beer dan zal aanvallen. De beer leeft vrij geïsoleerd en zal je niet snel in een dorp tegen komen. De beer is de grootste en gevaarlijkste, die we in Europa kennen. Daarna volgt de wolf. Wolven komen wijder verspreidt in Europa voor, maar zijn de mensen uiterst zelden tot last. De mens zelf, want de mensen hebben soms veel last van deze roedels roofdieren, omdat vee (schapen en geiten) wel veelvuldig slachtoffer blijken te zijn. Verder spreekt de wolf vooral tot de verbeelding, maar ook de wolf (net als de beer) zal zich eerder verstoppen of terugtrekken dan vol in de aanval op mensen gaan. Een slagje kleiner is de lynx. Een individueel georiënteerd dier. Schuw, maar toch eentje die wel een risico aan durft te gaan. Ik heb er een maal een gezien, vlak buiten ons erf, en meerdere keren gehoord. Dit laatste na uitgebreide geluidsanalyses op internet. Voor de mens vormt de lynx eigenlijk geen bedreiging, maar voor ons kleine hondje kan het wel eens heel anders zijn. Toch zijn voornamelijk kippen en hazen de prooi van de lynx. In Nederland komt dit dier (naar alle waarschijnlijkheid) niet voor. In meerdere andere delen van Europa wel.

Misschien wel de laatste exoot in het rijtje roofdieren is de jakhals. Een soort hond, wat groter dan de vos. In Nederland onbekend, maar hier zien we hem regelmatig lopen. In de nacht en voornamelijk in de berm van de weg.

Ook zijn er nog enkele breed voorkomende roofdieren; de vos, de marter en het wilde zwijn. Alleen de laatste kan nog wel eens echt gevaarlijk zijn. Het zwijn komt veel meer op de mens af. Hier is de aanwezigheid, in het najaar, goed te aanschouwen. Dan is de grond rond de olijfbomen helemaal omgewoeld. Dan zijn de zwijnen langs geweest. Soms is het zwijn alleen, wat dan een mannetje is. Een dier wat weinig gesteld is op de aanwezigheid van andere zoogdieren, inclusief de mens. De beer (naam van een mannetje zwijn) valt snel aan, met als doel je weg te jagen. Dit gebeurt echter met veel geweld en agressie, wat hem zo gevaarlijk maakt. De vrouwtjes zwijnen zijn vooral gevaarlijk wanneer er jongen in de roedel zijn. Blijf dan vooral uit hun buurt.



Mensen in Nederland reageren altijd ligt geschokt wanneer ik vertel over het dierenrijk hier. Uit de reacties valt op te maken dat men het "eng" vindt, al die Mediterrane "roofdieren" en ongediertes. Maar wel beschouwd is er nauwelijks verschil. Hooguit een kleine verschuiving. En hier moet je iets meer opletten misschien. Bij sommigen kan er sprake zijn van een plaag. Toch, de diversiteit hier ervaar ik juist als boeiend. Ik geniet hier van zoveel natuur en zoveel dieren, die net weer anders zijn. Meer soorten sprinkhanen, dan in Nederland. Meer soorten en vooral andere spinnen. Kleurrijkere hagedisjes. Maar ach, in de Weerribben word je zomers immers ook volledig lek geprikt door de talloze muggen. Nee, dan ik. In de nachtelijke uren sta ik graag in het donker te turen in de hoop zo'n roofdier te mogen zien. Eigenlijk net zoals ik tussen Bloemendaal en Driehuis altijd geniet wanneer ik toch weer een ree,mof hert, spot....

maandag 4 januari 2016

In den vreemde; animal story (59)

Wij vertrokken uit Nederland met drie honden en een kat. Moeder Peppa, een West Highland Terriër (Westy), Noah de vader (kwart Maltheser) en de zoon Ventje. Kato was de kat. Zowel Peppa als Kato waren al redelijk op leeftijd. Peppa was ruim 13 en Kato 16. Katten worden nu eenmaal ouder dan honden. We werden een hecht gezinnetje. Ook Kato maakte er weer deel van uit, wellicht door de reis. In ieder geval waren we erg blij dat de poes niet meer separaat van de honden leefde en zelfs goed met de honden samen bleek te kunnen. Alleen Kato en Peppa boterde niet zo.

Begin november 2014 zakte Peppa plots door haar pootjes. Het begin van het einde en op 10 november om 09:05 uur hebben wij haar in laten slapen (het zelfde moment en zelfde dag overleed Atatürk, jaren geleden).



Voor Kato was de deur naar de andere honden nu helemaal open en ze werden vriendjes. Alleen Kato is een oude kat. Nog voor het overlijden van Peppa was zij ziek. Wat het was is tot op vandaag niet duidelijk, maar ze kwam er bovenop. Het voorjaar van 2015 werd Kato weer ziek. Weer naar de dierenarts en weer kwam de kat er bovenop. Kato leidt een goed leventje, eet fors, maar is graatmager geworden. Ouderdom en lichamelijke gebreken. Inmiddels zijn we begonnen met een speciaal dieet voor oude katten. Omdat hartproblemen een rol spelen bij Kato moet het nieuwe voedsel de juiste voedingswaarden geven, waardoor ze minder hoeft te eten en toch weer wat steviger wordt. Inmiddels gaat Kato echter wel naar de 18 toe.



Vorige voorjaar had Wilma vier kuikens, van haar kip Uli. Wij wilden wel kippen en Wilma wilde de kuikens niet. Snel een hok getimmerd en daar kwam Uli met de vier kleintjes. Na een poosje deed Uli echter zeer onaardig naar haar kroost en brachten we haar snel terug naar Wilma. Ondertussen groeiden de twee Hanen en twee kippen op. De eieren kwamen en het was een leuk koppel.



Omdat wij niet tevreden waren met onze woning zichten wij iets anders. Eind maart (2015) vonden we een leuk huis, maar daar konden we pas in juni terecht. Wel mocht ik alvast een groentetuin onderhouden. Nu werd dat dit jaar een fiasco, maar iedere keer wanneer ik kwam liep dat een leuke kleine poes rond. Het leek er op dat de buren regelmatig eten gaven, wat ik deels van hen over nam. Later vernamen wij dat de poes van de vorige bewoner was, die een jaar daarvoor overleden was. Het diertje kwam mij altijd tegemoet, wanneer ik aan de ontginning van het stukje grond kwam werken. Eindelijk konden we in de woning. Bij de overdracht verzocht de weduwe of wij het poesje over wilde nemen. Vrij snel moet je dan beslissen en wij gingen akkoord. Dus, na de verhuizing, hadden we er echt een poes bij; Jennah (haar originele naam was Diana, maar dat klinkt niet voor een poes).

De integratie met de andere dieren verliep vrij soepel. Zelfs Kato toonde een zekere acceptatie, maar regelmatig haalt ze nog steeds uit naar Jennah, alhoewel ze ook vrij dicht naast elkaar op de bank kunnen liggen.

Eindelijk wat rust. De honden, katten, kippen, het leefde allemaal rustig met en naast elkaar. Wel vond ik het aantal kippen, op twee hanen, wat mager. Met mijn verjaardag vroeg ik er dus kippen bij. En ja, ik kreeg twee kippen. Een grijze en een bijna zwarte. Hebben de eerste vier namen (Willem, Reinout, Sproet en Gerard), de nieuwe lichting zal naamloos door het leven gaan en in principe ook al het toekomstige pluimvee. En dat toekomstige bleek geheel niet ze ver verwijderd te zijn. Begin november begon Gerard serieus te broeden en op 25 november liepen er vier schattige kuikens door het hok. Twee dagen later waren het er opeens drie en dat is het aantal tot de dag van vandaag. Het spul groeit als kool en op de kippenwei begin het een aardig gezelschap te worden.



Eind december werd Noah duidelijk niet goed. Wij wisten al enkele jaren dat hij een hartruis had. Dit leek eigenlijk iets anders. Hij blafte heel erg. Bij de dierenarts kregen wij een antibioticum kuur. Het ging echter niet beter. Bovendien dijde Noah erg uit, terwijl hij steeds minder at. Bijna om de dag vertoonden wij ons wel bij de dierenarts. Uiteindelijk is er een röntgenfoto gemaakt. Een vergroot hart en enorm veel vocht. Het hart functioneert duidelijk inmiddels nóg slechter. Noah is nu de oude niet meer. Morgen hopen wij dat de hartpillen arriveren, alhoewel wij vrezen dat het toch het langzame einde van Noah in luidt. Nog maar 9, bijna 10. We zien wel en ondertussen vertroetelen wij het lieve dier.

Dit bracht ons er wel toe een krappe week geleden te discussiëren over de toekomst. Ventje alleen..., het is eigenlijk geen hondje om alleen te zijn. De gedachte aan een nieuwe hond was er. We dachten te zijner tijd een middelmaatje aan te schaffen. In ieder geval iets groter. Vorige week kwam Wilma langs met een logeer hondje, en dat soort leek ons helemaal geschikt. Maar, voor de toekomst...



Gisteren, in de loop van de dag, belde Wilma op. De tandarts (tevens zoon van de huisbaas) heeft een vier maanden oude Golden Retriever. Die had hij aangeschaft voor de kinderen, maar de ruimte en tuin (hinden wonen en keven hier buiten, behalve die van ons) was echt te klein. Het ging niet goed. Hij had wel aan ons zitten denken, maar legde de vraag bij Wilma neer; wil je een hond? Dus overleg. De conclusie was dat ze dat vooral niet moet doen, omdat zo een hond (of nu überhaupt een hond) niet in haar leven past. Daarop werd de vraag ons gesteld. Druk overleg, doch wij waren er spoedig uit. We doen het. Wilma gebeld en zij zou ons besluit door geven.

Begin van de avond gaat de telefoon. Musafer wil de hond komen brengen. Een half uur later was hij er, met zijn twee zoontjes. Die mogen altijd langs komen en met hun hond, nu de onze, komen spelen. De hond is een teefje en een van de jongetjes had de naam Poppy al toebedacht, dus die houden we.

Wederom is ons dierenrijk tijdelijk uit balans, moeten posities weer bevestigd en veroverd worden, maar op zich gaat het prima, al hebben we de komende tijd natuurlijk wel veel werk om dat kleintje goed op te voeden... Nacht een mislukte overigens al. Van zijn dekentje was hij op bed gekropen. Ventje vond dat niet leuk, wij eigenlijk ook niet, maar Poppy is zo lief en net bij ons... Ik moet er niet aan denken dat we straks met twee kleine hondjes én een Golden Retriever op bed slapen.



Tja. We kwamen met vier dieren. Nu zitten we met 14 dieren... En het maakt ons alleen maar gelukkiger, ondanks alle snelle veranderingen en beslissingen. Het begint al echt een boerderijtje te lijken....

dinsdag 9 juni 2015

Gökceovaçık

Langzaam minderde de auto vaart. De bocht naar links was scherp en smal. Bovendien was juist deze bocht bezaaid met los liggende steenslag. Zoals meestal ondervond de auto geen tegenliggend verkeer. Nog een honderd meter asfalt, en even zo vele gaten, dan sloeg de auto rechts het grindpad op. Nu ging het stapvoets. De wind tochtte door de opengedraaide ramen. Verder was er het geluid van niks, behalve het zacht ronken van de motor. Bij de ingang van de tuin moest nog een kuil genomen worden. Eindelijk doemde het huis op. Verscholen tussen het groen en verstopt achter grote oude druivenstruiken. Nadat de motor uitgeschakeld werd was er stilte. Een natuurlijke stilte. Het zacht ruizen van blaadjes, een kraaiende haan op afstand.

Hij bleef nog even zo zitten. Genieten van de omgeving, maar vooral de vocale rust. Nee, uitstappen maakte nu even te veel lawaai. Het blik van de autoportieren zou de rust van dit moment verstoren. Ook al zou diezelfde rust na het sluiten der portieren weer aanwezig zijn, en zelfs alle harde mechanische geluiden doen vergeten, dit moment moest even gepakt worden.

Het duurde een tijd, wellicht een kwartier, alvorens hij het portier opende en de auto verliet, zonder het portier weer te sluiten. Een kleine kat lag kronkelen aan zijn voeten te mauwen. Vogels zongen in de verte. Met trage bewegingen verroerde hij zich. Eerst richting het huis, dan naar het overgroeide terras. De druivenbladeren hielden vrijwel alle zon tegen, wat het zeer aangenaam maakte. Zijn ogen tuurden de struik af. De plant droeg een onnavolgbare hoeveelheid trossen. De druiven begonnen zich voorzichtig te vormen. Dan ging hij zitten. Ondanks dat het een bank van steen was, zat deze aangenaam. Met bijna vertraagde beweging volgden zijn ogen en hoofd de omgeving. Van de oprit, tot het hele huis. Zijn mondhoeken vormden een bescheiden, echter zeer tevreden glimlach.



Het was niet de eerste keer dat hij hier was. Vele keren waren voor gegaan. Telkens voor korte duur. Dit keer zou hij blijven. Dit werd zijn nieuwe thuis. Een plek die al als zodanig voelde, nog voor dit moment. Vol ongeloof wandelde hij nog rond het huis, door de tuin, over het land. Nog voor de verhuizing had hij hier en daar al wat sporen achter gelaten. Ter voorbereiding van de verhuizing. Op enkele plaatsen groeide groente uitbundig. Hier en daar had hij al een aantal bloeiende planten aan de grond toevertrouwd. Inmiddels was het van het hek tot de woning een oase van bloemen en planten. Verder zou het land het landelijke karakter behouden. Dat had hij met haar besproken. De woning toonde zich een woonhuis, maar de omgeving gaf het meer het etiket van een hoeve. Het kon hem niet schelen. Het was zoals hij zich wenste.

De kippen scharrelden in hun nieuwe onderkomen. Ja, ze hadden zelfs een nieuw nachthok gebouwd. Het oude, wat er reeds stond (en half vervallen was) hadden zij geïntegreerd in het nieuwe hok. Het schuine pannendak domineerde het beeld. Achter het huis graasden de twee nieuwe geiten. In de oude schuur vonden zij het nachthok, en verder konden zij relatief vrij grazen. De poes rekte zich uit in de schaduw, inmiddels vriendschap gesloten met de kleine kat. De honden lagen in de zon te slapen... De zinderende hitte kon hen blijkbaar niet deren. Alleen de ezel was er nog niet. Ja, een ezel hoorde er ook bij.

Hij vond het wel storend dat het nieuwe hekwerk er nog zo nieuw uit zag. Te veel glans, te strak gezet. Toch snel zo'n honderd meter had hij geplaatst. Dan konden de honden zich vrij bewegen, zonder de kippen en schapen van de buurman op stang te jagen.



De waranda, het terras waren sfeervol ingericht en aangekleed. Eenvoudig, maar dat was hun keuze. Eenvoud kan juist zo veel warmte bieden. Ook in het huis was alles zonder overdaad, maar sfeervol. Nee, de echte uitbundigheid was buiten te vinden. De vele planten, groente, natuur... Bloemen.

Voorheen wilde hij blijven, telkens wanneer hij hier was. Iedere keer vertrok hij toch weer spoedig. Ook dan had hij meestal wel een poosje gezeten. Zitten en genieten. Met tegenzin vertrok hij dan. Hij wilde wel blijven, maar behalve de groenten was er niets van hem. Hij was te gast. Nu niet meer. Alles was over. Ja, bijna alles stond en lag er al bij of zij er reeds een poos woonden. Daar hadden zij de voorgaande weken dan ook, in alle rust, hard aan gewerkt. Het ongeloof achtervolgde hem nog over het feit dat hij nu kon blijven. Samen.



De volgende ochtend ontwaakte hij door de mauwende kat, blaffende honden, kakelende kippen en blèrende geiten. Het was een geweldige nacht geweest. Diep had hij geslapen, mooi gedroomd. Op weg naar de keuken werd hij gezelschap gehouden door zijn huisdieren. Eerst voeren, daarna de restjes naar de kippen brengen om vervolgens bij de geiten te kijken. Pas daarna zette hij zich op de waranda, achter een groot glas koele melk. Vroeger had hij inmiddels al een stuk of vier sigaretten weg gewerkt... Nu genoot hij van zijn eerste tabak. Ja, hij bleef roken, maar sporadisch. Dat ging eigenlijk van zelf. Zelfs wanneer hij zat, of zich ontspande was hij druk te genieten. Hij dacht veel minder aan het opsteken van een sigaret. Bovendien had hij, op zich, een vrij vaste structuur. Na het voeten van de dieren las hij een uurtje, dan boog hij zich over de boeken om (nu eindelijk) de taal van het land te leren. Tussendoor was hij door de tuin gegaan. Onkruid kreeg geen kans meer, daar waar het niet gewenst was.

Na het taaluurtje tekende of schreef hij tot aan de lunch. Alleen de middag varieerde van dag tot dag. De avonden waren niet minder veranderlijk. Soms zat hij even te genieten van zijn omgeving. Over het algemeen was hij in beweging. Bezig. Bezig met van alles. En altijd onder het genot van de rust. Zelfs het gebed, vanaf de moskee gesproken, stoorde hem niet. Geluid hier was anders. Het praten van de buren, het passeren van verkeer. Hier klonk het aangenaam. De eerste weken dacht hij bij vrijwel iedere auto dat deze het pad naar hun woning was opgedraaid. Geluid klonk ver weg en toch ook zo nabij. Het gevoel of hij levend in de hemel gekomen was. De dagen kende hij niet meer, tijd was niet van belang. Toch was iedere dag anders. Dit was de plaats waar hij oud wilde worden. Deze omgeving omarmde hem.

Gezeten op een grote kei, achter op het land, mijmerde hij over zijn geluk. Het geluk wat hij zo lang gezocht had, en nu, juist door het ongeluk, op zijn pad was gekomen. Zachtjes streelden vingers door zijn haar. Van zijn haar naar zijn rug. Hij opende de ogen, draaide het hoofd schalks naar op zij. Geruisloos was zij naast hem komen zitten. De kers op de pit van zijn geluk; zijn vrouw. En samen, innig omarmd zaten zij daar, tevreden en gelukkig tot ook die dag de zon achter de bergen onderging en de sterren de hemel vulden.

maandag 13 april 2015

In de vreemde; verbazing (34)

Eigenlijk zit ik vol verbazing. Voor de tweede keer ben ik hier alleen. Alleen in dit huis. Een half jaar geleden ongeveer, dat Reina in het ziekenhuis lag. Nu, dat Reina in Nederland is. In die, relatief, korte tijd is er veel veranderd. Meer, dan het dagelijks leven zich aan laat zien. Het zit vooral in kleine dingen, alles bij elkaar best groot.

Een half jaar geleden zat ik in een kaal huis. In de avond soms ook een kil huis. Overal tegelvloer, ongezellig en weinig licht, niet echt veel sfeer. Ik maakte er het beste van, maar er ontbrak heel duidelijk iets. Ik kocht toen een laag rond rafeltje. In een andere winkel kocht ik een kleedje, zodat er in ieder geval een tafeltje in huis was. Inmiddels staat het tafeltje op de werkkamer. De werkkamer, toen nog een kille slaapkamer. Slapen doen we nu in een andere kamer. Nog steeds op de grond, maar rond de matrassen liggen nu Turkse lopers. We hebben bedlampjes. Het ziet er gelijk heel anders uit.

De woonkamer heeft ook een zekere metamorfose ondergaan. Er staat nu een kachel, een bank, er ligt een kleed en drie nieuwe tafeltjes completeren de inrichting. Er hangt wat aan de muur, gaten zijn dicht. Er staan zelfs twee planten in huis. Kleine subtiele veranderingen. Sommige zaken aangeschaft, andere  zelf gecreëerd. Het ziet er zoveel beter uit, en dat voor een habbekrats. Gratis, tweedehands of goedkoop. Over de rode stoelen ligt nu een kleed.

Buiten... Een plastic kleed en vooral planten. Allemaal krijgertjes, op een duizendschoon van 50 cent na. Een paar olielampje en een bol van aan elkaar gelijmde bekertjes om wat eerst een kaal peertje was.

En dan de kippenren. Langs de warande lopen nu vier kuikens. Eerst klein, nu al echte krielkippen. Alleen Peppa, zij is niet meer.

Tot nu toe een opsomming van het praktische, materialistische, veranderingen. Absoluut een belangrijke bijdrage tot het levensgenot. Echter, ook op het immateriële vlak is de wereld zo totaal anders dan een half jaar geleden. Inmiddels kennen we de weg hier. We kennen mensen. Hebben een verblijfsvergunning en een bankrekening. Mensen komen langs en wanneer ik naar het dorp ga groeten diverse mensen mij, en omgekeerd.

Een half jaar geleden voelde ik mij eigenlijk best verloren, hier zo in mijn eentje. Nu heb ik mijn tijd goed gevuld. Ik heb van alles te doen. Mensen komen langs, ik bezoek anderen. Er liggen klussen te wachten, je zou haast zeggen, dat ik tijd te kort kom. Overdreven natuurlijk, ondanks dat ik mijn tijd gevuld heb is het niet correct te zeggen dat ik het ook druk heb. Het tempo ligt hier anders. Wachten is soms een bezigheid op zich. Het regelen van een geautoriseerde machtiging duurt een halve dag... Op z'n minst. En voor die halve dag ben je een aantal keer bezig, die halve dag voor te bereiden. Er zijn meer pauzes, de pauzes zijn langer. Het is een hele andere manier van leven. Ja, het verbaast mij hoe snel alles is gegaan. Ondanks dat we soms het gevoel hebben dat hier niks gebeurt, we nooit ergens komen, en het misschien allemaal wat eentonig is, hebben we misschien wel meer ondernomen dan het laatste half jaar in Nederland. Dalaman, Ortaca, Fethiye, we komen er met enige (on)regelmaat. We zijn in Muğla geweest, hebben wegen in de omgeving verkend. Twee keer mee gedaan aan een protestactie en het festival van Kaya Köy mee gemaakt. Huizen gekeken, makelaars bezocht en etalageruiten vet gemaakt met onze vingers. Heel glooiend is dit alles ons keven binnen gekomen. Fikret en Eminee die een avond heel gezellig langs zijn geweest en waar wij de jaarwisseling hebben doorgebracht. Janer, een jonge jongen die regelmatig spontaan even langs komt. De buren, anderen.  En dan kijken we elkaar soms aan, dat we het leven hier wat saai en eentonig vinden. Hoe saai wil je het hebben? In vergelijking was ons leven in Nederland een stuk saaier. Nee, niet saai, maar zoveel anders. Verbazing dat we zo geïntegreerd zijn, ons zo thuis voelen, het leven zo hebben aangepakt. Nu ik hier weer alleen zit realiseer ik mij dit alles. Maar de grootste verandering is wel die van het perspectief. Een half jaar geleden waren we nog moegestreden. We zagen niet echt een toekomst. Wel telkens de problemen, waar wij ook regelmatig mee geconfronteerd werden. Op diverse manieren. Een half jaar geleden hadden wij vooral hoop... Hoop dat de val enigszins beperkt zou blijven. En nu... Nu hebben we perspectieven. Huis verkocht, zorgen voor het meerendeel voorbij. Opluchting en nieuwe energie spelen ons parten. Positief! We hebben ideeën, zijn actief, zijn constructie. Behalve de directe geldzorgen die eindelijk voorbij zijn ook nieuwe plannen. We gaan naar het dorp in de bergen; Gökçeovacık. Een leuk huis, mooie lap grond en vooral: ideeën!

Ik verbaas mij over die omslag. Verbazing over het feit dat het een feit is, dat de jaren strijd, vooral het laatste jaar, voorbij zijn. Dat we vrij zijn en ons verlies met geheven hoofd dragen. Het had immers nog erger kunnen zijn. Nee, we hebben genoeg om met nieuw elan weer echt te gaan bouwen. Bouwen in de letterlijk betekenis van het woord, maar zeer zeker ook figuurlijk gesproken. Ik zal haast zeggen: we zijn weer terug bij wie wij waren.... Ongeloof dit positieve om ons heen waar te nemen. De schuchterheid deze realiteit te erkennen. Straks komt Reina weer terug. Net als een half jaar geleden, vertrok zij zonder bekend was wanneer ze terug zal komen. Nu komt ze terug in een andere wereld. Samen gaan wij die wereld een invulling geven. Ik ben heel erg blij verbaasd.....

woensdag 14 januari 2015

Hilde

De kip drentelde een beetje om de haan heen. Dan bleef ze staan, stak haar nek uit en sprak; "Haan, ik kan er niet meer tegen. Jij met al je vrouwen... Ik heb al een week geen ei meer gelegd." De haan bleef wat ongeïnteresseerd staan en keek de kip aan. Meewarig schudde hij zijn kop; "Hilde, wat zeur je nou. Ik heb acht vrouwen. En Ko hebben de mensen laatst weggehaald. Ik moet alles nu alleen doen."  Hilde, zoals de kip blijkbaar heette, zette haar poten op de rulle aarde en schraapte deze open door de poten een voor een naar achteren te bewegen. Meestal kwam er wel iets eetbaars boven. " Nou, je bent toch een grote haan? Jij moet acht vrouwen aan kunnen. Je bent gewoon een luie sodemieter. Je moet niet vergeten, Kees, dat ik je eerste kipje was." Kees, blijkbaar de naam van de haan, draaide zich om. Vervolgens sloeg hij even stevig met zijn vleugels op de borstkas om daarna even stevig te kraaien. Na het gekraai dribbelde Kees op Marietje af en dekte haar. Hilde stond op een afstandje te kijken en bewerkte nog wat rulle grond. Zonder succes, er was niks te vinden nu.

De dag ging voorbij als alle andere dagen. Kees bleef uit de buurt van Hilde en de kippen scharrelden wat rond het huis en door de tuin. Ook toen de vrouw van het huis etensresten neer gooide bleven Kees en Hilde uit elkaars buurt. Hilde bleef uit de buurt van alle kippen. Alleen kwam ze Greet steeds tegen. Greet scharrelde verderop in de tuin met haar vier kuikens. Hilde had niet zo veel met Greet. Wel met de kuikens, al vroeg zij zich af of alle kuikens wel van Greet waren. Er was een zwart kuiken, met van die "sokken" rond de poten. Die leek op geen van de andere kippen hier. Twee kuikens waren wit, ook verdacht. Greet zelf was overigens wel zwart, maar het bruine kuiken was het enige exemplaar dat nog een beetje op Greet leek. Volgens Hilde hadden de mensen stiekem andere eieren in het nest van Greet gelegd. Hilde had geen idee waarom mensen zo iets doen, maar het moest zeker zo gelopen zijn. De kuikens waren eigenlijk geen kuikens meer. Ze waren al zo groot, maar bleven nog steeds dicht bij Greet in de buurt. "Weet je zeker dat het jouw kuikens zijn?" Vroeg Hilde om te sarren. Dat deed ze vrijwel iedere dag. Greet reageerde er niet meer op. Ze lag nu onder de boom, haar buik lekker in de warme aarde gedraaid en de vleugels wat gespreid. In de boom zaten de kuikens. De witte tegen elkaar op dezelfde tak, de andere een takje verder. Hilde stond er maar wat bij. Zij vond het niet prettig in de boom en scharrelde wat verder. Een dikke pier kwam boven, waar zij zich tegoed aan deed.

Bij de etensresten was het nu druk. Kees en zes van zijn vrouwen waren druk bezig al het eetbare uit er te vissen. Niet gemakkelijk, omdat sommige restjes aan de grote kant waren. Tja, die mensen begrijpen ook maar weinig van de kippen. Zo van een afstandje leek het een vredig tafereel. Hilde sloeg het gade. Zij was net even in het hok geweest en had wat gewoon kippenvoer gegeten. Kees bolde zijn borstkas en liet een trotse kraai horen. Kees kraaide de hele dag door. Ook 's nachts trouwens. Hij kraaide maar door, waarmee hij de kippen telkens weer wakker maakte. Vanaf grote afstand werd zijn gekraai door een andere haan beantwoord, of Kees antwoordde een haan uit de verte. Ze kenden die hanen niet eens. En ze hadden het alleen maar over hun kippetjes. En over hoeveel en hoe vaak zij er die dag gedekt hadden. Hilde vond dat maar stom. Maar nu kraaide Kees zo maar, iets wat hij vooral overdag deed. "Ik ben hier," was eigenlijk het enige wat hij dan uitkraaide. Tokkend sjouwde Hilde verder. Tjonge, wat duren die dagen lang, zomers. Hilde had gehoord dat de mensen zeggen dat hanen alleen kraaien om de nieuwe dag aan te kondigen. Zodra het eerste licht over de horizon verschijnt. Hilde vond die mensen maar dom.

Er woonden maar twee mensen in het huis. Een man en een vrouw. Die vrouw was heel aardig en zorgde vooral voor de kippen. Hilde vond alleen wel dat die vrouw soms erg druk was. De man deed minder voor ze, maar hij jatte wel bijna altijd de eieren. Dat vond Hilde nu wel leuk, want ze had toch al een week geen eieren gelegd. Trouwens, dat begreep Hilde niet, de man liet altijd een ei liggen. En dat ei lag er al een hele tijd, maar is nog nooit uitgekomen. Vreemd vond ze dat, maar een eenvoudige kip als zij buigt haar hoofd niet te lang over dat soort moeilijke zaken. Dus scharrelde Hilde weer door, tot ze opgeschrikt werd door luid getok van Rietje. Rietje was de een na oudste kip en ook al een poosje niet gedekt door Kees. Nee, Ko zat altijd bovenop haar. Rietje mocht Kees niet zo. Met snelle tred rende Hilde op het geluid af om te kijken wat er gebeurde. Ze kon haar ogen niet geloven; Kees zat bovenop Rietje. En Rietje protesteerde fel, maar tegen de haan kan je niet op. Als Kees je pakt heb je geen keuze, dan kan je alleen maar genomen worden. Hilde bleef staan. Hilde vond Kees eigenlijk wel leuk. Hilde mocht Rietje ook niet zo, " en Rietje, hoe is het met Kees bovenop je? Je was er zeker wel weer eens aan toe hè, na het vertrek van Ko." Hilde wist dondersgoed dat Kees Rietje dekte om haar te pesten. Maar haar antipathie naar Rietje was zo groot, dat ze niet eens begreep waar Kees mee bezig was. " Wat ben je nou voor een trut Hilde. Je weet heel goed dat ik dit niet wil," en bijna krijsend ging zij verder;" Kees, ga van me af, rot op, weg!" Nu is het voordeel dat een haan nooit zo veel tijd nodig heeft. Terwijl Rietje nog aan het gillen was dat Kees van d'r af moest liep ie alweer tussen zijn andere dames op zoek naar voedsel. Hilde moest daar wel om lachen en keerde zich ook weer van Rietje af.

Onder zacht getok scharrelde allen verder. De boosheid van Hilde naar Kees zakte wat weg. Eigenlijk vond Hilde Kees een geweldige haan. Hij was groot, had een schitterende verenpracht en kon geweldig kraaien. Bovendien waren haar eieren altijd groter geweest, dan wanneer ze door Ko gedekt werd. Dat gebeurde niet zo vaak. Ko zat het meeste op Rietje. Misschien wel omdat Ko ooit het kuiken was van Rietje. Hilde en Kees waren de eerste kippen hier. Rietje kwam pas daarna. Eerst had Hilde kuikens. Zes stuks wel, maar drie waren al snel dood. Eentje was opgegeten door die stomme hond van beneden. Een ander was verkeerd uit een boom gevallen en de derde lag gewoon dood in het hok, toen de ochtend aan brak. Het nest van Rietje was veel kleiner. Ko en Ingrid. De kuikens van Hilde waren op een dag weg gehaald door de mensen, maar Ko en Ingrid bleven. Als er niet zo veel ruzie was tussen Ko en Kees was ie er vast nog. Nu is alleen Ingrid er nog. Greet is een kuiken van Ingrid, net als de andere meiden nu. En alleen Greet heeft nu dus weer kuikens.

Naarmate de dag vorderde werden de kippen luier. Ook Hilde ontweek Kees niet meer zo. En Kees kwam naar Hilde toe, zonder dat zij weg liep. "Eigenlijk heb je wel gelijk. Je bent wel mijn eerste kip. We zijn hier wel samen gekomen. Ik heb je teveel verwaarloost. Sorry meissie."  Als een kip kon blozen stond Hilde nu te blozen. Maar een kip kan niet blozen, dus krapte Hilde driftig met een pootje in de grond. Ondertussen draaide ze haar rug richting Kees en ja hoor, Kees sprong op Hilde. Hilde hoorde je niet, wanneer Kees op haar zat. Maar, ze was Rietje ook niet. Hilde vond het wel prettig.

Tegen het avondschemer verdwenen alle kippen richting kippenhok. In het hok was voer, anders dan wat de mensen buiten legden. Dit was geel, en het waren allemaal zaden. In het hok was een hok. Daar ging Greet in met haar kroost. Hilde nam meestal de stok er boven. Ingrid kwam naast haar zitten. Kees zat op het dak van het dichte hok. De kippen werden stil. De mensenvrouw sloot het hok en de nacht viel.

Kees was vrij stil vannacht. Dit keer kondigde hij daadwerkelijk de komst van de nieuwe dag aan met een geweldig gekraai. Hilde werd langzaam wakker. Er kriebelde iets van binnen. Achter in het hok was een nestje van stro. Een goede plek om je eieren te leggen. Daar lag ook dat ene ei wat er altijd lag. Hilde hobbelde naar het hoekje. Riet zat in het hoekje. "Weg jij, ik moet even." Riet keek op. Ze wist dat Hilde sterker was. "Ik zit goed hoor... Maar goed, ik ga al". Er lagen nu twee eieren. Hilde streek neer. Zonder al te veel te persen legde ze er nog twee bij. Ze bleef op de warme eieren zitten. Eindelijk weer kuikens.

Dan kwam de mensenman binnen. Hilde rende snel weg. Lang bleef hij niet. Het hok liet hij nu open. De kippen konden weer naar buiten. Hilde niet, zij liep naar het hoekje met stro. Er lag nu nog maar een ei. Vast die van haar en ze nestelde zich tevreden op het ene ei. Ze had nog niet door dat dit het ei was, wat er altijd lag.

maandag 24 november 2014

in den vreemde: hokjesgeest (22)


In den vreemde: hokjesgeest (22)

 

De afgelopen dagen hebben we vele male door het dorp gefietst. In een rustig tempo. Niet door het centrum, maar door de wijken er om heen. Hier en daar staan groepjes huizen. Veel land ligt braak. Honden lopen wat heen en weer, kippen scharrelen overal rond en de katten inspecteren de vuilcontainers op resten eetbaar spul.

 

Een maand geleden was ik even in Nederland. Daar heb ik een blog over geschreven. De perfectie, het snelle en de hokjesgeest. Niets mag in Nederland en alles moet volgens strakke regels. Ondertussen hebben we het gevoel daar in een vrij land te leven. Nederland staat bekend om zijn tolerantie, maar nu zie ik hoe intolerant Nederland eigenlijk is. De bekrompenheid, die ik telkens na een vakantie signaleer. Normaal slijt dat binnen enkele dagen, omdat ik dan mijn Hollandse leven weer op pak. De afstand die ik nu heb, versterkt mijn beeld van het platte land.

 

In de vier jaar dat ik in de politiek zat ben ik er druk mee bezig geweest. Aan de ene kant beschermde ik die hokjesgeest. Aan de andere kant zette ik mij in, zonder succes dus, wat meer de boel de boel te laten. De lege gaten in IJmuiden kwamen regelmatig als onderwerp op tafel. Dat kon niet. Lege gaten horen niet. Hier zijn veel lege gaten. Niet alleen in ons dorp, maar ook in de stad, verderop. Dat kan. Het onkruid groeit er. Kippen scharrelen. Het geeft een wat ongedwongen karakter aan het leven. Waarom kan dat niet in Nederland? Het gat van het oude postkantoor in IJmuiden ziet er niet uit. Nee, dat is een zandkuil. Maar stort daar aarde en plant er een aantal fruitbomen. Niet in rijtjes, maar door elkaar. Laat vervolgens de boel de boel een beetje. Laten de inwoners de rijpe vruchten plukken. Andere lege plekken groeien van zelf wel vol. Een mooi voorbeeld is de oude spoorlijn van Santpoort naar IJmuiden. Inmiddels is alles hier alweer gesloopt voor de aanleg van de nieuwe buslijn. Maar, wat groeide daar wel niet allemaal? Het was een prachtig stukje natuur geworden. Dat kan je overal in steden en dorpen laten gebeuren. Je maakt daarmee een land levendiger, maar brengt ook weer wat meer natuur bij de mens.

In mijn jonge jaren had je nog de boerderij in het dorp. Met koeien zelfs. Dat zie je niet meer. De kippen en hanen. De laatste is sowieso redelijk verbannen uit de bewoonde wereld, maar de kippen die gehouden worden hebben niet meer dan een paar vierkante meter tot hun beschikking. Het liefst met gaas aan alle kanten.

 

Loslopende en blaffende honden. Het is uit de boze. Scheve tegels kan je over vallen. Hoe perfect moet alles? Bovenal hebben we alles afgeschermd. Met hekken en andere symbolen. Daarmee wordt aangegeven wat niet van jou is, en waar je vooral niet mag komen. Dan heb ik het niet alleen over de tuin, maar ook buiten de bebouwde kom. Overal staan hekken, overal zijn regels over wat vooral niet mag. Zelfs in de duinen en bossen wordt het leven van mens en dier gereguleerd. Dat noemen we vrijheid in Nederland.

 

Wanneer ik hier door het dorp fiets, moet ik wel opletten. Er kan een kuil zijn, of een put, die ver naar boven uitsteekt. Je kan verkeer hebben, wat tegen het verkeer in rijdt. Het maakt allemaal niet uit. Je weet het en houdt er rekening mee.

Tuinen hebben soms een muur, meestal ook niet en soms is de afscheiding zelfs geheel onduidelijk. De afscheidingen zijn vooral bedoelt tegen inbrekers of zorg te dragen dat je honden niet zo maar de weg op schieten. Alhoewel de meeste honden los rond lopen en hun dagelijkse wandeling zelf bepalen. En hondenstront… ik kom het nauwelijks tegen.

 

Buiten het dorp ontbreken alle hekken. Zelfs bij landbouwgronden. Vee wordt deels gehoed langs de kant van de weg. Soms loopt er een koe op de rijbaan. Je weet dat je het kan verwachten. Is dat allemaal zo erg? Nee, het geeft zelfs een zekere charme. Alles wat losser en ongebonden.

Waar ik ook stop met de auto, bijna overal kan ik de natuur in lopen. Met of zonder huisdieren.  Hier is de natuur van iedereen en voor iedereen.

 

Ik hoor de hersenpan van de Nederlanders al kraken: het zal wel onhygiënisch zijn, daar in Turkije…. Natuurlijk is men bang voor vieze handen. Het is niet voor niets dat jonge kinderen steeds meer last krijgen van allergieën. Nederland is te schoon. En overal waar te voor staat is niet goed. Alleen, dat begrijpt de Hollander nog onvoldoende. En met de gezondheid zit het hier over het algemeen best goed. Het is zeker niet slechter gesteld, dan in Nederland. Ook de gezondheidszorg is prima op orde. Goed, er wordt alleen wel erg veel met antibiotica gesmeten, maar ik wil ook niet beweren dat het ook maar ergens perfect is. Het is nergens perfect, maar het kan wel beter. Beter is niet altijd meer, maar juist anders. Dat is wat je in landen als Turkije ziet. En niet alleen in Turkije. Ook in diverse Zuid Europese landen zie je (in meer of mindere mate) wat ik hier boven over het Turkse land beschrijf. Natuurlijk, in grote steden zal het anders zijn, maar daar buiten… Zelfs in Duitsland heb ik overal gelopen en ontbraken de hekwerken en verbodsborden. Nee, er is geen land wat ik ken, wat zo in een hokjesgeest gevangen zit, als Nederland.

Vandaag heb ik het niet over de regels en regelgeving, maar puur over het land, landschap en de aarde. De grond. Daar waar je als kind lekker in wil ploeteren om met modder bij je moeder thuis te komen; mamma, ik heb heerlijk gespeeld.

 

Ik geniet van de Turkse tolerantie en het rommelige leven. Zo kan ik ook in andere landen van hetzelfde genieten. De hele dag door hoor ik hier hanengekraai. Honden blaffen hele orkesten naar elkaar. Alleen het geluid van de kerkklokken mis ik hier, maar ook dat is in Nederland al steeds meer beperkt. Hier doe ik het met vijf maal daags een bandje van de imam, die oproept tot gebed. Een krakend geluid en een kras aan het eind; waarschijnlijk zit het “uit” knopje een beetje los.