Posts tonen met het label gif. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gif. Alle posts tonen

vrijdag 25 augustus 2017

Wilde en gevaarlijke dieren

Van de steek van een schorpioen kan je flink ziek worden. Op sommige plaatsen op de wereld kan een dergelijke steek zelfs dodelijk zijn.hetzelfde geldt voor slangen, maar bij slangen is het ook dat niet iedere slang giftig is.

Hoe noordelijker des te minder gevaarlijk deze dieren zijn, dan wel minder vaak voor komen. In de Mediterranee, waar ik een aantal maanden per jaar woon, zijn meer slangen en schorpioenen, dan in bijvoorbeeld Nederland. Daarbij zijn ze hier giftig,maar maakt dat je er behoorlijk ziek van kan worden.

Nu geldt voor zowel de slang als de schorpioen dat ze zich vooral goed verstoppen. Wanneer ik bij een berg stenen sta en ik pak er vluchtig een vanaf, dan is het niet ondenkbaar dat ik geconfronteerd wordt met of een slang, of een schorpioen. De kans op een schorpioen is vele malen groter.

Een paar keer per jaar hebben we een schorpioen op het terras. Recent hadden we problemen met de wasmachineafvoer.  Op een gegeven moment zat er een joekelse schorpioen op de muur.

Gemiddeld hebben we (zien we) drie schorpioenen per jaar op het terras, of in het huis. Dat maakt alertheid wat lastiger. Wanneer ik een schoen uit het schoenenrek neem, moet ik absoluut checken op schorpioenen. Ook met andere zaken is enige alertheid een vereiste.

Een vriendin van ons heeft het een stuk zwaarder. Inmiddels heeft zijn meer dan honderd schorpioenen naar de andere kant geholpen, die zich in of direct rond haar huis ophielden. Het dier mag dan tot de verbeelding spreken, maar in dit geval absoluut niet. Ik benijd haar dan ook niet. Waar ze vandaan komen en waarom daar zo veel en hier zo weinig is een raadsel. De schorpioen houdt zich vooral op bij steen, op een warme dan wel behaaglijke plek en bij voorkeur met een zekere vochtigheid. Naast het huis van onze vriendin staan geiten. En daar ligt mest, wellicht een reden.



Muggen, muskieten en wespen zijn de volgende groep stekende dieren. Minder gevaarlijk, alhoewel van de muskiet (paardevlieg) en wesp kan een steek ook zeer ziek maken. Muggen zijn alleen maar lastige etters. In het noorden van Europa zijn de mug en wesp alom vertegenwoordigd. In het zuiden (en midden) is ook de paardevlieg meer prominent aanwezig. Maar er zijn ook meer soorten wespen. Een soort is wel twee keer zo groot als de Nederlandse wesp. Een steek van deze wesp is zeldzaam, maar gaat het mis, dan ook goed.



Stekende en bijtende reptielen en insecten zijn vervelend. En wanneer mensen allergisch zijn kan het zelfs gevaarlijk worden. Daarbij, dit soort dieren is klein, en slaat onverwacht toe. Meestal zie je het niet aankomen, maar ook preventief is niet veel te doen. Goed tegen de mug heb je DEET, maar ook dat is niet altijd afdoende.



Makkelijker zijn de grotere gevaren. Om te beginnen zijn deze net zo bang voor de mens, als de mens voor hen. Bovendien kan je jezelf er beter tegen beschermen. Let wel, ik praat nog steeds over Europa. In de tropische gebieden wordt het een stuk lastiger gevaarlijke dieren te ontwijken. Zeker in de regenwouden of andere tropische oerwouden. In Europa, inclusief de Mediterranee, zijn de gevaren wel beperkt. Hier, waar ik nu zit, komen beren voor. Toch zal ik er niet snel eentje zien, laat staan dat deze beer dan zal aanvallen. De beer leeft vrij geïsoleerd en zal je niet snel in een dorp tegen komen. De beer is de grootste en gevaarlijkste, die we in Europa kennen. Daarna volgt de wolf. Wolven komen wijder verspreidt in Europa voor, maar zijn de mensen uiterst zelden tot last. De mens zelf, want de mensen hebben soms veel last van deze roedels roofdieren, omdat vee (schapen en geiten) wel veelvuldig slachtoffer blijken te zijn. Verder spreekt de wolf vooral tot de verbeelding, maar ook de wolf (net als de beer) zal zich eerder verstoppen of terugtrekken dan vol in de aanval op mensen gaan. Een slagje kleiner is de lynx. Een individueel georiënteerd dier. Schuw, maar toch eentje die wel een risico aan durft te gaan. Ik heb er een maal een gezien, vlak buiten ons erf, en meerdere keren gehoord. Dit laatste na uitgebreide geluidsanalyses op internet. Voor de mens vormt de lynx eigenlijk geen bedreiging, maar voor ons kleine hondje kan het wel eens heel anders zijn. Toch zijn voornamelijk kippen en hazen de prooi van de lynx. In Nederland komt dit dier (naar alle waarschijnlijkheid) niet voor. In meerdere andere delen van Europa wel.

Misschien wel de laatste exoot in het rijtje roofdieren is de jakhals. Een soort hond, wat groter dan de vos. In Nederland onbekend, maar hier zien we hem regelmatig lopen. In de nacht en voornamelijk in de berm van de weg.

Ook zijn er nog enkele breed voorkomende roofdieren; de vos, de marter en het wilde zwijn. Alleen de laatste kan nog wel eens echt gevaarlijk zijn. Het zwijn komt veel meer op de mens af. Hier is de aanwezigheid, in het najaar, goed te aanschouwen. Dan is de grond rond de olijfbomen helemaal omgewoeld. Dan zijn de zwijnen langs geweest. Soms is het zwijn alleen, wat dan een mannetje is. Een dier wat weinig gesteld is op de aanwezigheid van andere zoogdieren, inclusief de mens. De beer (naam van een mannetje zwijn) valt snel aan, met als doel je weg te jagen. Dit gebeurt echter met veel geweld en agressie, wat hem zo gevaarlijk maakt. De vrouwtjes zwijnen zijn vooral gevaarlijk wanneer er jongen in de roedel zijn. Blijf dan vooral uit hun buurt.



Mensen in Nederland reageren altijd ligt geschokt wanneer ik vertel over het dierenrijk hier. Uit de reacties valt op te maken dat men het "eng" vindt, al die Mediterrane "roofdieren" en ongediertes. Maar wel beschouwd is er nauwelijks verschil. Hooguit een kleine verschuiving. En hier moet je iets meer opletten misschien. Bij sommigen kan er sprake zijn van een plaag. Toch, de diversiteit hier ervaar ik juist als boeiend. Ik geniet hier van zoveel natuur en zoveel dieren, die net weer anders zijn. Meer soorten sprinkhanen, dan in Nederland. Meer soorten en vooral andere spinnen. Kleurrijkere hagedisjes. Maar ach, in de Weerribben word je zomers immers ook volledig lek geprikt door de talloze muggen. Nee, dan ik. In de nachtelijke uren sta ik graag in het donker te turen in de hoop zo'n roofdier te mogen zien. Eigenlijk net zoals ik tussen Bloemendaal en Driehuis altijd geniet wanneer ik toch weer een ree,mof hert, spot....

dinsdag 22 november 2016

Hondenleven

Twee gevaarlijk uitziende bekken betasten elkaar met de grootste voorzichtigheid. Scherpe tanden, een rij snijtandjes. De lippen iets opgetrokken, maar aan de achterzijde kwispelen twee staarten ten teken van het grootste plezier.
Ademloos kan ik lange tijd dit tedere spel aanschouwen. Onze hond Loulou heeft sinds kort een maatje, Emma. Loulou is een Golden Retriever. Wij hebben haar nu bijna en jaar. Toen zij kwam was ze vier maanden oud en aangeschaft als maatje voor Ventje. De reden was best triest, omdat ons andere hondje, Noah, erg ziek was en ook niet meer beter zou worden. Gelukkig konden Ventje en Loulou het uitstekend vinden, ondanks dat de formaten van beide meer en meer verschilden. Ventje is immers zo’n klein hondje, terwijl de Golden wel drie keer zo groot wordt.
Loulou is nog jong en gedraagt zich jong, terwijl Ventje alweer 9 jaar oud wordt. De grote hond wordt wat te wild en te enthousiast voor die kleine knul. Dat stelden we wel vast, doch zonder verdere consequenties. Tot het moment dat wij eindelijk weer een woning in Nederland kregen. Een bejaardenflat in IJmuiden. Vanaf nu kunnen we met gemak voldoen aan de eis vier maanden per jaar in Nederland te zijn. Maar om elkaar nu altijd af te wisselen… In dat geval zouden we nog maar vier maanden per jaar samen zijn. Natuurlijk houdt zoiets het huwelijk vast en zeker goed in stand, maar het is niet wat onze voorkeur heeft. Daar de flat zo ontiegelijk klein is en buitenruimte ontbreekt is het geen ruimte om Loulou mee naar toe te nemen. Ventje wel, die kan daar wel rond banjeren. Een ander voordeel, Ventje mag in de tas mee in het vliegtuig. Daardoor kunnen wij samen naar Nederland. Misschien niet altijd, maar wel zo veel mogelijk. Alleen, wat doen we dan met Loulou? Lullig om die hond alleen te laten en ergens onder te brengen. Dan is al snel één plus één twee. Een maatje voor Loulou! Dan wordt én Ventje iets ontlast inzake de aandrang van dat grote dier, én Loulou heeft een maatje waar zij samen mee ondergebracht kan worden, zodat er altijd sprake is van een blijvend roedel. Afgezwakt weliswaar, maar niet zielig alleen. Nee, samen uit logeren. En logeeradressen hebben we al gevonden.
Dus, op zoek. Een telefoontje gaf aan dat er een Golden, ongeveer even oud als Loulou, los rondloopt. Geen eigenaar en een lief dier. Dus wij afspreken en naar het strand, waar de andere hond zich dagelijks schijnt te melden. Alleen niet de dag dat wij er waren. Na vier uur onverrichter zake terug naar ons dorp. Onderweg besloten we bij de kennel te kijken. Daar zitten rond de 170 honden, terwijl er plaats is voor een kleine 120. Na een eerste rondgang belden we een van de vrijwilligsters voor een afspraak. De volgende dag gingen we terug. Na enige tijd vonden we Helena. Ook een Golden Retriever, en een dame. Lief, aardig en fors. Mee in de auto en thuis kennismaken met de andere honden, en kat. Dat leek goed te gaan, ware het niet dat de hond zich zeer solistisch opstelde, wel heel erg gefixeerd was op eten en uiteindelijk lelijk deed tegen de kat, en… Ventje. En met Loulou was niet echt een klik.
Met enig lood in he schoeisel zijn we terug gegaan naar de kennel en hebben wij afscheid genomen van Helena. Vervolgens weer de kooien langs. Bij een van de kooien, waar wij overigens nog niet eerder gekeken hadden, stond een klein licht bruin hondje. Los van de groep, van tien anderen, en de staart tussen de benen. Met een alleraardigs kopje. Onze harten werden direct gestolen. Het hondje werd in de loopren gelaten en dook direct een hoek in, waar het (met de staart tussen de poten)ging liggen. Reina ging er naar toe en kreeg contact. Ja, dit hondje moest het worden.
Met de hond op schoot gingen we naar huis. Onderweg besloten we haar Emma te noemen. Emma is rond de acht maanden oud en een vuilnisbakkie. Rank, mooi hoog op de poten en prachtige gele ogen. Uit de auto snuffelde ze rond. Bij iedere beweging merkte je dat het hondje erg angstig was, maar ze reageerde goed op onze honden en omgekeerd. Als een timide baby’tje lag ze op de bank, tot het etenstijd was. Na het avondmaal was daar opeens een heel ander hondje; vrolijk, geïnteresseerd in Loulou en liefde halen bij ons. Vanaf dat moment ging het beter en beter. Inmiddels zijn we een aantal dagen later en Emma is echt onderdeel van het gezin geworden. En, Loulou en Emma spelen heel wat af. Soms hee wild, dan weer teder. Ze pakken elkaars poten beet, bijten in nek en borst, maar alles heel zacht. Zelfs met de speeltjes spelen zij samen, zodat wij niet steeds met Loulou meer hoeven te spelen om de attributen uit haar bek proberen te trekken. Onze opzet is vooralsnog geslaagd en hier loopt een blijde (kleine) roedel. En wij kunnen met een gerust hart de nodige tijd in Nederland verblijven.
De eerste hond liep (loopt) los. Krijgt voer, maar heeft zijn vrije leven. Achteraf gezien bedachten we ons dat die hond misschien nu gelukkiger is, dan wanneer het dier bij ons zou zijn. Het enige nadeel is dat er met regelmatig gif wordt gestrooid. Maar verder schijnt die een goed leven te hebben.

Nu hebben we een hond uit de kennel. De honden uit de kennel gaan veelal naar Nederland, of Duitsland. In principe voor een beter leven, maar wel beperkter in vrijheid. En zijn de kennels in Nederland ook al niet vol? Eigenlijk staan wij daar heel dubbel n. Ook dat maakt ons blij, want we hebben nu twee honden, die hier afgedankt waren, maar bij ons een goed huis hebben. Onze Nederlandse mentaliteit (wij zijn geen dier liefhebbers, maar dier ouders) en ruimte en vrijheid. Ik hoop dat we onze dieren Ventje, Loulou en Emma) een goed, lang en gelukkig hondenleven kunnen geven.