Van de steek van een schorpioen kan je flink ziek worden. Op sommige plaatsen op de wereld kan een dergelijke steek zelfs dodelijk zijn.hetzelfde geldt voor slangen, maar bij slangen is het ook dat niet iedere slang giftig is.
Hoe noordelijker des te minder gevaarlijk deze dieren zijn, dan wel minder vaak voor komen. In de Mediterranee, waar ik een aantal maanden per jaar woon, zijn meer slangen en schorpioenen, dan in bijvoorbeeld Nederland. Daarbij zijn ze hier giftig,maar maakt dat je er behoorlijk ziek van kan worden.
Nu geldt voor zowel de slang als de schorpioen dat ze zich vooral goed verstoppen. Wanneer ik bij een berg stenen sta en ik pak er vluchtig een vanaf, dan is het niet ondenkbaar dat ik geconfronteerd wordt met of een slang, of een schorpioen. De kans op een schorpioen is vele malen groter.
Een paar keer per jaar hebben we een schorpioen op het terras. Recent hadden we problemen met de wasmachineafvoer. Op een gegeven moment zat er een joekelse schorpioen op de muur.
Gemiddeld hebben we (zien we) drie schorpioenen per jaar op het terras, of in het huis. Dat maakt alertheid wat lastiger. Wanneer ik een schoen uit het schoenenrek neem, moet ik absoluut checken op schorpioenen. Ook met andere zaken is enige alertheid een vereiste.
Een vriendin van ons heeft het een stuk zwaarder. Inmiddels heeft zijn meer dan honderd schorpioenen naar de andere kant geholpen, die zich in of direct rond haar huis ophielden. Het dier mag dan tot de verbeelding spreken, maar in dit geval absoluut niet. Ik benijd haar dan ook niet. Waar ze vandaan komen en waarom daar zo veel en hier zo weinig is een raadsel. De schorpioen houdt zich vooral op bij steen, op een warme dan wel behaaglijke plek en bij voorkeur met een zekere vochtigheid. Naast het huis van onze vriendin staan geiten. En daar ligt mest, wellicht een reden.
Muggen, muskieten en wespen zijn de volgende groep stekende dieren. Minder gevaarlijk, alhoewel van de muskiet (paardevlieg) en wesp kan een steek ook zeer ziek maken. Muggen zijn alleen maar lastige etters. In het noorden van Europa zijn de mug en wesp alom vertegenwoordigd. In het zuiden (en midden) is ook de paardevlieg meer prominent aanwezig. Maar er zijn ook meer soorten wespen. Een soort is wel twee keer zo groot als de Nederlandse wesp. Een steek van deze wesp is zeldzaam, maar gaat het mis, dan ook goed.
Stekende en bijtende reptielen en insecten zijn vervelend. En wanneer mensen allergisch zijn kan het zelfs gevaarlijk worden. Daarbij, dit soort dieren is klein, en slaat onverwacht toe. Meestal zie je het niet aankomen, maar ook preventief is niet veel te doen. Goed tegen de mug heb je DEET, maar ook dat is niet altijd afdoende.
Makkelijker zijn de grotere gevaren. Om te beginnen zijn deze net zo bang voor de mens, als de mens voor hen. Bovendien kan je jezelf er beter tegen beschermen. Let wel, ik praat nog steeds over Europa. In de tropische gebieden wordt het een stuk lastiger gevaarlijke dieren te ontwijken. Zeker in de regenwouden of andere tropische oerwouden. In Europa, inclusief de Mediterranee, zijn de gevaren wel beperkt. Hier, waar ik nu zit, komen beren voor. Toch zal ik er niet snel eentje zien, laat staan dat deze beer dan zal aanvallen. De beer leeft vrij geïsoleerd en zal je niet snel in een dorp tegen komen. De beer is de grootste en gevaarlijkste, die we in Europa kennen. Daarna volgt de wolf. Wolven komen wijder verspreidt in Europa voor, maar zijn de mensen uiterst zelden tot last. De mens zelf, want de mensen hebben soms veel last van deze roedels roofdieren, omdat vee (schapen en geiten) wel veelvuldig slachtoffer blijken te zijn. Verder spreekt de wolf vooral tot de verbeelding, maar ook de wolf (net als de beer) zal zich eerder verstoppen of terugtrekken dan vol in de aanval op mensen gaan. Een slagje kleiner is de lynx. Een individueel georiënteerd dier. Schuw, maar toch eentje die wel een risico aan durft te gaan. Ik heb er een maal een gezien, vlak buiten ons erf, en meerdere keren gehoord. Dit laatste na uitgebreide geluidsanalyses op internet. Voor de mens vormt de lynx eigenlijk geen bedreiging, maar voor ons kleine hondje kan het wel eens heel anders zijn. Toch zijn voornamelijk kippen en hazen de prooi van de lynx. In Nederland komt dit dier (naar alle waarschijnlijkheid) niet voor. In meerdere andere delen van Europa wel.
Misschien wel de laatste exoot in het rijtje roofdieren is de jakhals. Een soort hond, wat groter dan de vos. In Nederland onbekend, maar hier zien we hem regelmatig lopen. In de nacht en voornamelijk in de berm van de weg.
Ook zijn er nog enkele breed voorkomende roofdieren; de vos, de marter en het wilde zwijn. Alleen de laatste kan nog wel eens echt gevaarlijk zijn. Het zwijn komt veel meer op de mens af. Hier is de aanwezigheid, in het najaar, goed te aanschouwen. Dan is de grond rond de olijfbomen helemaal omgewoeld. Dan zijn de zwijnen langs geweest. Soms is het zwijn alleen, wat dan een mannetje is. Een dier wat weinig gesteld is op de aanwezigheid van andere zoogdieren, inclusief de mens. De beer (naam van een mannetje zwijn) valt snel aan, met als doel je weg te jagen. Dit gebeurt echter met veel geweld en agressie, wat hem zo gevaarlijk maakt. De vrouwtjes zwijnen zijn vooral gevaarlijk wanneer er jongen in de roedel zijn. Blijf dan vooral uit hun buurt.
Mensen in Nederland reageren altijd ligt geschokt wanneer ik vertel over het dierenrijk hier. Uit de reacties valt op te maken dat men het "eng" vindt, al die Mediterrane "roofdieren" en ongediertes. Maar wel beschouwd is er nauwelijks verschil. Hooguit een kleine verschuiving. En hier moet je iets meer opletten misschien. Bij sommigen kan er sprake zijn van een plaag. Toch, de diversiteit hier ervaar ik juist als boeiend. Ik geniet hier van zoveel natuur en zoveel dieren, die net weer anders zijn. Meer soorten sprinkhanen, dan in Nederland. Meer soorten en vooral andere spinnen. Kleurrijkere hagedisjes. Maar ach, in de Weerribben word je zomers immers ook volledig lek geprikt door de talloze muggen. Nee, dan ik. In de nachtelijke uren sta ik graag in het donker te turen in de hoop zo'n roofdier te mogen zien. Eigenlijk net zoals ik tussen Bloemendaal en Driehuis altijd geniet wanneer ik toch weer een ree,mof hert, spot....
Posts tonen met het label Europa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Europa. Alle posts tonen
vrijdag 25 augustus 2017
vrijdag 19 september 2014
in de vreemde; dromen (8)
Al
eerder gaf ik aan middels mijn dromen zaken uit het verleden te verwerken,
sinds wij onderweg zijn. Het lijkt of de herleidbare verwerkingsdromen nu wel
voorbij zijn, maar ik droom stevig en herinner mij met enige regelmaat de
dromen. Vannacht had ik een droom, die ik vorige week ook droomde...
De droom ging over het mausoleum waar
de as van mijn schoonmoeder lag, terwijl wij haar met vereende krachten in de
duinen van Zandvoort verstrooid hebben. Beide keren begon het met een lange
reis. Naast een gevangenis (waar je alle gedetineerden door een hek kon zien).
Het eerste deel was een langgerekt heuvelende begraafplaats. De eerste keer
waren Reina en ik samen. In de tweede droom waren we met Lina en Anna. De
eerste droom was de begraafplaats verlaten, maar bij de tweede keer was er bij
ieder graf grote drukte. Er waren alleen maar vrouwen, gehuld in glimmende
lichte stoffen. Een beetje de kledingstijl uit oost Europa (Roemenië,
Hongarije), maar in een feestelijke versie. Iedereen was druk bezig en het leek
meer op een picknick plek, dan een begraafplaats. Bijna met open mond wandelden
we er langs en keken toe. Anna niet, zij nam het lage pad en keek telkens licht
getergd naar boven, opdat wij wel genoeg door liepen. Na de lange begraafplaats
was er een soort plein. Met een pendelbusje werd het laatste stuk afgelegd. Tot
het loket. Daar stapte iedereen uit. In de eerste droom waren we vrijwel alleen
in het busje, in de tweede was het druk. Een wat oudere vrouw maakte een hoop
stennis om als eerste uit te mogen stappen. Daarna volgden wij. Beide keren
moesten wij ons paspoort tonen, alvorens verder te mogen. Lina (de tweede
versie) kon in eerste instantie haar document niet vinden. Vervolgens mochten
we door lopen. Een heel lang en breed pad. Het eerste gedeelte was een lange,
hoge en pompeuze muur van marmer. Na een paar honderd meter hield de muur op en
was er een brede trap. Zo breed als het gebouw (achter de muur). Lage treden.
De eerste keer wilde we daar heen, echter we werden tegen gehouden. Bloemen
mochten op de onderste treden gelegd worden, verder mocht je niet komen. De
eerste droom eindigde hier. In de tweede droom liepen Reina en ik door, langs
een cederbos met lichte naalden. De meisjes bij de trap achterlatend. Helemaal
aan het eind van het brede pad stond een hokje. Het blauwe gordijntje stond
open. Reina ging naar binnen. Ze werd jolig en de man, in witte kleding, was
afhoudend en uitdagend gelijktijdig. Het schouwspel aanstarend stopte te droom.
Voor deskundigen in dromen is hier
misschien wel iets uit te halen. Zelf kan ik de droom nauwelijks plaatsen. En
waarom ik dezelfde droom nu twee keer langs heb zien gaan is een raadsel. Wel
had ik vroeger dat dromen zich herhaalden. Jarenlang had ik tijdens vakanties
mijn vakantiedroom. Een soort enorme berg van Babel, waar van alles gebeurde.
Iedere keer verschillend, maar de basis omstandigheid was het zelfde. Die droom
heb ik nu al jaren niet meer gehad.
Een andere, deze week. Ergens in een dorpje, met veel groen
en hoge bomen word ik verliefd op een meisje. Ik heb wel wat contact, maar
dring niet echt tot haar door. Ik weet niet hoe ik het aan moet pakken en ga op
zoek naar mijn atelier. Ergens in een bos een verlaten fabrieksterrein. Her en
der verwaarloosde panden rond een groot stuk grond. Overal mensen. De wereld
hier heeft iets weg van een hippie stad, of commune (een beetje als Ruigoord).
Ik ga op Herbert af, die in een vale beige werkmansbroek staat (met bandjes
over de schouders en een borstvak). Hij legt mij de weg uit en gaat naar
binnen. Even later volg ik hem. Herbert is nergens meer te zien en ik ga dwalen
door het gebouw. Een wirwar van gangen en trappen. Over het algemeen vrij
donker, wat het tot een waar doolhof maakt. Ik voel steeds verder in de goede
richting te komen. In mijn ooghoeken zie in achter openstaande deuren overal
ateliers, waarvan de meeste een bedompte indruk maken. Aan het eind van een
gang treed ik een ruimte binnen. Het is hier een grote miniatuur treinbaan.
Behalve een enorme tafel zijn ook de wanden en het plafond bedekt met rails,
huisjes en attributen. Twee forse mannen staan opgewonden voor de tafel. Beiden
in een min of meer Duits uniform, maar ook een beetje zo'n uniform als wat je
ziet in die films die afspelen van na het vergaan van de wereld, waar de
laatste overlevenden verder proberen te overleven. Eentje staat aan de knoppen
te draaien en op de tafel blijkt de miniatuurwereld een oorlogstafereel te
zijn. Treintje worden opgeblazen en de poppetje worden neergeschoten. Misselijk
verlaat ik de ruimte en dwaal verder door het donkere gebouw. Eindelijk kom ik
buiten. Mijn atelier heb ik nooit gevonden. Buiten, tussen de rookpotten,
ontwaar ik Herbert. Het staat met het meisje waar ik verliefd op ben... Ze
zoenen en zijn innig omstrengeld.
In al mijn dromen komen mensen voor
uit mijn kennissenkring. Vroeger droomde ik in al mijn dromen over huizen.
Meestal spelen mijn dromen in verre en onbestemde oorden af.
Zo is het oud en nieuwe, maar de zon
gaat niet onder. Het blijft vaal licht. Wij (Reina en ik) wonen in een geschakelde
woning van drie huizen. Aan de overkant van de straat baant zich een brede
rivier rustig haar weg zeewaarts. Er kwamen allerlei mensen binnen, waarvan
iedereen een bekende was, in meer of mindere mate. Ook twee kinderen kwamen
langs (de kinderen, hij heeft er volgens mij maar een, van onze schuine
overbuurman uit Driehuis). Overal klinkt geluid, en sfeervol geroezemoes.
Iemand roept Paul, maar er vindt geen
enkele reactie plaats. Ook ik ga nu het huis binnen. Ondanks het licht buiten
is het in de woning donker. Niemand beschikt over een zaklamp en de schaduwen
tasten elkaar een beetje af. Dan gaat de bel, bij de achterdeur. Daar staat
Jan. In een zwarte houtjestouwtjesjas. De bovenkant van zijn capuchon is wit
van een laagje sneeuw. Hij reikt mij speculaasjes aan. Vervolgens meldde ik Jan
dan alle gasten in Punk outfit waren gekomen. We lopen naar binnen. We zoeken
iets, maar ik heb geen idee wat. Vervolgens gaan we naar buiten, via de
achterkant, die aan een groot park grenst. De bomen zijn getooid in
herfstkleuren of dragen nog groene bladeren. In het park kom ik allemaal mensen
van GroenLinks Haarlem tegen. We praten en lopen met elkaar op. Er liggen
bootjes. We stappen in een van de bootjes. Het bootje wordt voller er voller.
De partner van Cora-Yfke (nu wethouder in Haarlem) kwam er ook bij, want wij
hadden iedereen uitgenodigd. Uiteindelijk gaan we varen. Het is een roeiboot,
echter het scheepje beweegt toch op eigen kracht. Het vaart door de in het park
aangelegde wateren. Uiteindelijk varen wij op de enorme brede rivier. Ik kan
ons huis niet meer vinden. Het moet ergens tussen de twee bombastisch grote
bruggen zijn. Dan weer terug het park in. Reina en ik gaan zwemmen in het
donkere water tot er op de deur gebonkt wordt. Martin Gaus staat er voor, met
zijn eeuwige grijns, maar toen de deur open ging, was nergens meer water te
bekennen. We liepen de kamer in, die vol zat en er volgde een serie complexe
vergaderingen. Vervolgens wandel ik naar mijn auto.
Het heeft wel iets dromen te onthouden
en op te schrijven. Een wereld van bizarre combinaties, duistere beelden en een
belichting die in werkelijkheid nimmer te realiseren is. Fantasie met telkens
hele reële aspecten in onmogelijke contexten. Ik ben dol op dromen. Ondanks dat
in veel dromen een teleurstelling verwerkt zit lijkt het mij geweldig, wanneer
het hiernamaals de wereld van mijn dromen is...
Een grote stad, Bohémien. Desondanks
heerste er een nazi bewind. De meeste mensen werden sterk beperkt in hun
vrijheden en handelen. Het was er heel druk en ik bevond mij op een plein. Het
was er vol terrasjes en ondanks het regime heerste er een gezellige enigszins
ontspannen sfeer. Een zijde van het plein werd omsloten door een groot chique
gebouw, aan de buitenzijde uitbundig versierd met marmer en gebeeldhouwde
ornamenten. Ik ging het gebouw binnen. Een imposante hal van enkele etages
hoog. Met de lift toog ik naar de hoogste verdieping. Ook hier hoge plafonds en
lange gangen. Via een deur kwam ik op het dakterras, bijna groter dan het plein
beneden, aangekleed met bakken vol exotische planten. Voor de rijen stoelen
speelde een orkest klassieke muziek. Alle stoelen waren bezet, waarop ik weer
naar binnen ging. Daar kwam ik mijn tante Edith tegen. En meer familie, vooral
van de zuidelijke tak. Ook Lia Merhottein ( ik heb haar nooit ontmoet, en na
haar overlijden heb ik ooit een foto van haar gezien) was er. Samen vertrokken
wij naar het station . Grote pleinen en brede lanen. Maar overal lag afval.
Bergen afval. Er werd afval opgehaald en met het zelfde tempo gedumpt. In een
hoek stonden alleen maar versleten meubels. Dan kwamen Lia en ik bij het
station. Mensen klampten mij aan en vroegen; ben jij Ernst? En iedere
keer dat ik bevestigend antwoordde volgde hele lulverhalen. Het werd mij teveel
en ik vluchtte het station uit en reed weg in de auto.de parkeerplaats, waar ik
vanaf moest, was groot. De lucht betrok tot donkere wolken. Na een foto van de
regenboog genomen te hebben reed ik snel naar mijn vrienden. Ik moest hen
helpen, daar zij onder het juk van de militairen een lijdensweg ondergingen. Om
daar te komen moest ik langs talloze boosaardige mannen in dreigende uniformen.
Mijn vrienden zaten verscholen in een soort zweefvliegtuig van groot formaat.
Via een zelfgecreëerde trap kwam ik binnen, waar overal luchtmatrassen lagen.
Om hun vlucht voor te bereiden moest ik
nog een boodschap doen. Ik reed door het bos. Op een specifieke plaats stopte
ik, omdat er honderden touwtjes aan de boomtakken bengelden. Er verscheen een
zwaar militair voertuig, waarop ik mij tussen de takken op de grond verschool.
Daarna kroop, rende en struikelde ik verder tot ik bij een groot militair
gebouw aan kwam. Er stond een geslachtsloze blote man. Een kennis van mij.
Overal zag ik het zelfde; geslachtsloze blote mannen. En militairen. Ik viel
niet op en maakte van de gelegenheid gebruik mijn vrienden en kennissen te
bevrijden. Ik had mijn taak uitgevoerd...
Mijn nachten zijn intensief. Ik houd
daar wel van. Er zijn nog meer dromen die ik mij herinner. Ik schrijf hier
echter een blog en geen boek der waanzinnige verhalen. Misschien dat het er
ooit nog van komt. Dat wordt dan vast het eerste boek voor schizofrenen...,
daar ik zelf mijn dromen niet kan duiden en veelal ook niet kan volgen.
zondag 6 april 2014
Europa!
Hoi, in mei mogen wij
weer naar de stembus. Dit kiezen voor Europa. Waar moet ik voor kiezen? Wat
vind ik eigenlijk van Europa? Twijfels waar niet alleen ik mee loop en waar bij
politici de meningen nogal eens uiteen lopen.
In
principe ben ik voorstander van Europa. Echter, ook ben ik tegenstander. Een
sterke tweestrijd welke mij verscheurt en het maken van de uiteindelijke keuze
als en haast onneembare barrière voor mij zie.
Europa
als economische eenheid, daar ben ik voor. Het verleden heeft aangetoond dat
een samenwerking op dit vlak heeft geleid tot een sterk verbond. We spraken ook
van de EEG, Economische Europese Gemeenschap. Inmiddels is het de Europese
gemeenschap geworden. Juist het verdwijnen van die ene letter maakt dat de EU
een onoverzichtelijk instrument is geworden. Europa is een ondoorgrondelijk
bolwerk waar wij meer last dan lust van hebben. Hoe is dat zo ver gekomen? Was
er eerst sprake van een puur economisch beleid, vervolgens ging de bemoeienis
niet alleen naar de handel, maar ook naar het product. Van het product ging het
naar het "beschermen" van de consument om vervolgens beleid te
ontwikkelen die het nationale beleid overschaduwt.
Europa
geeft subsidie aan landen. Een voorbeeld.... In het binnenland van Portugal
reed ik over een smalle slechte weg. Plots stond er een groot blauw bord; met
dank aan Europa. Vervolgens werd de weg breed en schitterend van kwaliteit. Na
enkele kilometers hield het prachtige asfalt op en werd de weg smal. Voor het
mooie stuk kilometers geen bewoonde wereld. Erna evenzo. Kortom; pure
verspilling. Dit is verspilling waar vele voorbeelden van zijn. Dat Europa
landen subsidieert om tot een betere economie te komen prima. De controle op
een juiste besteding lijkt echter zwaar ondermaats te zijn. Europa kost erg
veel geld. Hooguit enkele welgestelden die er echt van profiteren. Naarmate de
EU groter wordt en complexer lijkt de controle deels te kort te schieten. Dit
neemt niet weg dat er veel goede zaken gebeuren. Met name de landbouw heeft er
wel bij gevaren.
Omdat
Europa haar beleidsterreinen verbreed heeft merken ij hier in ons dagelijks
leven nogal wat van. Heel veel zaken moeten voldoen aan Europese normen. In
Turkije wordt al heel lang op een bepaalde wijze tomaten gedroogd. Het
product mag Europa niet meer in. De tomaten worden in de zon gedroogd. Dat is
buitenlucht. De omstandigheid is niet hygiënisch, volgens Europese
richtlijnen. Dus mag het product niet in de lidstaten verkocht worden. En
Europa heeft er een handje van om middels richtlijnen en wetgeving heel veel
oude producten uit de schappen te laten verdwijnen. Er ontstaat een cultuurloze
en eenzijdige productenmarkt. Er wordt teveel geregeld en teveel voor de
individu ingevuld. Gaat u maar eens na hoe vaak u op een dag geconfronteerd
wordt met de EU. Dat kan nog wel eens tot een grote schrik leiden.
Europa
heeft twee kanten. De economische kant is een goede basis, zeker mits er goed
gecontroleerd wordt op zowel de functie als de aanvraag van economische steun.
Het is beter het apparaat uit te dunnen en de controles te verhogen. En daar
moet het maar bij blijven.
Ook
moet het apparaat toch echt eens doorgelicht worden. Een enorm parlement en
twee locaties (Brussel en Straatsburg), er gaat wel heel erg veel geld naar
toe.
Waar
moet ik straks op stemmen? En lastige keuze. Toch ben ik niet tegen Europa.
Mensen die zeggen uit Europa te willen stappen zijn vrij kortzichtig. Iets té.
Nee, we kunnen niet meer zonder, maar het moet wel anders!
Abonneren op:
Posts (Atom)


