1967
Meester Pels, van de Adolf van Nassauschool, staat voor de klas. Met de rust welke hij altijd uitstraalde sprak hij over wanneer wij groot zouden zijn.
"Wat wil je later worden?", was de vraag waarmee hij de klas rond ging.
"Piloot meester," was het antwoord van Roelof, Wim, en nog wat anderen.
"Politie agent," reageerden Jan, Wouter, Stef, en misschien wel de helft van de jongens.
"Automonteur," zeiden drie jongens.
"Brandweerman."
"Burgermeester, meneer Pels," sprak ik.
Meneer Pels was duidelijk in een lichte staat in verwarring. De rest van de klas ontstak in een licht rumoer. Zo iets had men nog nooit gehoord en ik was duidelijk van "lotje getikt". Sindsdien werd ik niet alleen als half leproos aangezien en benaderd, ook werd ik overal "burgermeester" genoemd, vol spot en kinderlijke ironie.
De grootvader van mijn achterbuur (Jan Wiebe van Veen) was burgermeester geweest. Hij woonde inmiddels ook bij ons in het dorp en met Jan Wiebe kwam ik er regelmatig over de vloer. Ik had ontzag voor die man. Het was een echte notabele, een man met charisma en uitstraling. Zo wilde ik later ook worden. Wat het burgermeesterschap inhield was mij volledig onbekend. Maar het hebben van uitstraling en gezag sprak mij aan. Alleen al omdat ik dan niet meer gepest zou worden. Dat mijn uitspraak juist leidde tot toenemend pestgedrag van anderen had ik bepaald niet voorzien.
2002
Maatschappelijke onvrede en mijn kritiek op het kabinet Balkenende besloot dat ik niet meer langs de lijn kon blijven schreeuwen en mokken. Neen, ik moest actief worden de wereld te verbeteren. Wellicht was ik al wat oud om mij zo als idealist op te stellen, maar ik ben nou eenmaal een laatbloeier. De zoektocht naar een politieke partij waar ik mij zowel politiek als persoonlijk betrokken bij voelde was best nog een hele opgaaf. Uiteindelijk sloot ik mij bij een partij aan. Binnen de kortste keren was ik niet alleen lid van de partij, maar zat ik ook in het bestuur van de lokale afdeling. Vanaf dat moment heb ik mij ook actief en vol overgave ingezet. Politiek boeide mij en ik was (nog) in de stellige overtuiging dat je in de politiek zelf op integere wijze als individu invloed kon hebben op het beleid. Het was geen naïviteit, maar een overtuiging, tot veel later bleek dat je toch een zekere schofterigheid in je moet hebben wil je daadwerkelijk politiek iets kunnen veranderen, of invloed hebben. Daarnaast speelt een groot ego ook een essentiële rol, iets waar ik niet over beschik. Ik neig wat dat betreft meer tot bescheidenheid en onzekerheid.
Maar goed, na een verhuizing kwam ik zo waar in de gemeenteraad. Bijna met een schuldgevoel mocht ik mij op het pluche hijsen. Keihard werkte ik om op eerlijke, integere wijze, oprechte politiek te bedrijven. Vol energie zette ik mij in om met heel veel mensen in contact te komen en op basis van wat er in de gemeenschap leefde en mijn eigen politieke overtuiging tot besluitvorming te komen. De vier jaar raadswerk was vier jaar strijd. Strijd, welke ik op zich niet ambieerde. Ik wilde politiek niet zien als strijd, maar als een spel van argumenten. Duidelijk werd dat mijn beeld bijgesteld diende te worden. En bijgesteld, en bijgesteld. Toch wilde ik nog wel een termijn. Immers, voor mijn eigen gevoel en mijn verantwoordelijkheid naar de gemeenschap was ik nog niet klaar en moest ik verder. Ook kreeg ik de vraag of ik het wethouderschap ambieerde. Mijn antwoord was duidelijk: neen, maar wanneer ik het belang daar mee dien ben ik wel bereid het wethouderschap op mij te nemen. Achteraf een veel te bescheiden opstelling. Al met al maakt dat niet veel meer uit. Rattenstreken en hufterigheid hebben inderdaad mijn politieke ondergang ingeluid. Ik was blijkbaar te eerlijk en te beschaafd politiek stand te houden.
Na de raadsperiode heb ik grote afstand van de politiek genomen. Uit zelfbehoud, maar ook uit frustratie dat politiek inderdaad is wat ik voorheen vermoedde; een spel van veel oneerlijkheid, ego's, en eigenbelang. Wel bleef ik mij druk maken inzake mijn gevoelens van machteloosheid als burger. Mijn confrontaties, grote frustraties, met de bureaucratie en regelgeving. Tegen onrecht kan ik nog steeds niet. De afgelopen jaren heb ik heel wat onrecht en foute regelgeving en verkeerde bureaucratie aan mij voorbij zien gaan.
Inmiddels heeft die zelfde bureaucratie er mede toe geleid dat ik nu in Turkije zit. En eindelijk heb ik een zekere rust en balans in mijn leven.
2015
Een berichtje op Facebook: " Ernst, er is een vacature voor je in Velsen." Het beticht vatte ik niet helemaal. Via Messenger las ik nog een paar korte berichtjes van een gelijke strekking. Daarna pas las ik dat Franc Weerwind naar alle waarschijnlijkheid burgervader van Almere wordt, de opvolger van Annemarie Jorritsma. Velsen is dus op zoek naar een nieuwe burgermeester... Ik moest weer denken aan 1967. Ik moet er niet aan denken. Tien jaar eerder misschien, maar ik heb mijn politieke tijd voorlopig wel gehad. Ja, ik ben meer bestuurder dan uitvoerend politicus. Zo veel is mij wel duidelijk geworden. En ja, mijn minderwaardigheidscomplex is in grote mate afgenomen. Echter, ik moet er niet aan denken dat mijn leven weer geregisseerd en ingevuld wordt door de buitenwereld. Bewijsdrang voel ik ook niet erg sterk. Laat mij maar genieten van het leven, waarin de dagen geen belang meer kennen. Een wekker mij niet doet ontwaken en plicht mij niet roept.
Bovendien, welke gemeente wacht op een dakloze en werkloze burgervader? En beide feiten heb ik te danken aan de politiek. Nee, het politieke beleid heeft mij veel ellende gebracht. Gelukkig heeft al die ellende er toe geleid dat ik nu eindelijk een fijn en plezierig leven heb. Over een paar maanden ben ik een schilderend keuterboertje... Bijna 60. De VUT bestaat niet meer. Nee, tegenwoordig wordt je ontslagen, financieel gemangeld en uiteindelijk mag je zonder uitkering overleven. Dat de uitkering van mijn vrouw op zich onvoldoende is voor twee, maakt niet uit. Nee, wanneer ik vanuit deze situatie burgermeester van Velsen word zal de gemeente de nar van politiek Nederland worden. Natuurlijk wordt het een hele klus na zo'n goeie als Franc een nieuwe sterke burgermeester te vinden, zeker wanneer ik ook bedank, maar Velsen vindt vast en zeker een oplossing. In ieder geval wens ik de gemeente succes. Ik ga vandaag eens informeren naar de prijs van een ezel en de prijs van een geit. En heb ik weer een woning in Velsen, ga ik vast nog wel eens vanaf de publieke tribune het theater aanzien. In mijn boerenkiel......
Posts tonen met het label raadslid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label raadslid. Alle posts tonen
vrijdag 12 juni 2015
zondag 16 februari 2014
Functie eisen!
![]() |
| Raad Ettenleur |
Nederland staat aan de
vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen. Lijsten zijn weer samengesteld.
Soms buitelden de kandidaten over elkaar heen om een goede plek op de lijst te
bemachtigen. In de media wordt aangegeven dat er weinig belangstelling voor dit
ambt is. Dus, wie zijn nu al die kandidaten?
Uitgaan
van de democratie kan iedere Nederlander raadslid worden. Veel partijen maken
gebruik van kandidatencommissies,maar er zijn partijen waar dit niet gebeurt,
of nauwelijks enige waarde kent. Op al die gemeentelijke lijsten staan een
groot aantal nieuwkomers en zittende politici. In de laatste groep veel
kandidaten met lokale netwerken, bekendheid en lokale lobby.
En
toch is dit allemaal heel vreemd. De landelijke overheid gooit steeds meer over
de schutting van de gemeenten. Raadsleden dienen te besluiten over een steeds
grotere budgetten, maar vooral moeten zij zich voor het lokale belang inzetten.
Veel partijen onderschatten deze verantwoordelijkheden om maar aan de
verkiezingen mee te doen en een lijst in te leveren.
Zelf
heb ik nu vier jaar het raadswerk mogen ervaren en daarmee ook de kwaliteit van
raadsleden. Inmiddels heb ik door dat er in feite volledig onbekwame lieden een
zetel innemen. Vaak niet voor de eerste keer en soms staan ze op de nominatie
weer terug te komen. De eigendunk is nogal eens vele malen hoger dan de
kwaliteit.
De
gemeente probeert hier wel iets aan te doen. Een oriëntatiecursus vooraf
en na de verkiezingen ontvangen de nieuwe raadsleden ook meerdere trainingen.
En goede poging, maar wanneer je het niet in je hebt komt het ook nooit goed.
In principe gaat het al mis bij de voordeur.
Bij
de selectie van raadsleden wordt onvoldoende rekening gehouden met de
kwaliteit. De opstellers of kandidatencommissies worden in veel gevallen
onvoldoende geïnstrueerd. Ook de kwaliteit van de leden van de
kandidatencommissie zelf is eigenlijk nooit een item. Het lidmaatschap van de
partij is het belangrijkste criterium. En dan is er nog de partijdemocratie.
Vrijwel alle partijen hanteren het uitgangspunt dat de algemene
ledenvergadering de bepalende factor is. Subjectiviteit, onderlinge sympathie
winnen het hier van kwaliteit.
Het
geluk is dat er op deze wijze ook goede kandidaten op de kieslijst terecht
komen. Dit is meer toeval, dan een bewuste keuze, een enkel geval uitgezonderd.
Het
lokale bestuur wordt onderschat. Dat geldt niet alleen voor de raadsleden zelf
en de lokale politiek, echter dit geldt voornamelijk in de aanloop.
![]() |
| Raad Wassenaar |
![]() |
| Raad Capelle aan den IJssel |
Het
bewustzijn van de inhoudelijke kennis en de continuering (en overdracht)
hiervan in een nieuwe periode leeft nauwelijks. Sommige partijen gaan er wel
vanuit dat een kandidaat al iets heeft moeten laten zien. Hetzij als
steunraadslid, hetzij binnen het lokale bestuur. Een goed instrument en zeker
een begin.
Mijn
mening is dat het allemaal anders moet. Zeker nu het werk zwaarder wordt en de
verantwoordelijkheden groter. Misschien moet er toch een opleiding komen. Met
diploma. En alleen met dat diploma kan je dan op de kieslijst. Iedereen moet in
de gelegenheid gesteld worden de opleiding te volgen. Criteria het diploma te
halen moeten duidelijk zijn. Een assessment is naast zo een diploma een mogelijk
goede aanvulling. Dat iedereen raadslid kan worden is natuurlijk democratisch
gezwets. Omdat er toch selectiemomenten zijn is het deels een farce en kan je
best eens gaan werken aan functie-eisen. In principe blijf je even
democratisch. Nu wel met oog op kwaliteit (en verantwoordelijkheid). Ook
criteria voor kandidatencommissies leveren een bijdrage aan verbetering van de
kwaliteit. Ook een (korte) verplichte cursus? Ach, en wethouderskandidaten
zouden niet van de kieslijst af moeten komen. Dat geeft inteelt en stimuleert
het dualisme niet. Een wethouder mag bet uit eigen gelederen komen, maar laat
men vooraf een keuze maken; kandidaat of eventueel wethouder. Volgens mij wordt
het hart tijd de lokale politiek te professionaliseren. Dat voorkomt een hoop
gezeik en veel uitglijders. Hopen dat iets in die geest gerealiseerd wordt....
Vóór 2018!
Abonneren op:
Posts (Atom)



