Een week of zes ben ik nu. Mijn naam is Gerad. Ja, debiel hoor. Die mensen hebben mij Gerard genoemd, terwijl ik een kip ben, geen haan. Ik heb een zusje, Sproet en twee broertjes; Willem en Reinout. We zijn veel dicht bij elkaar, met z'n viertjes. Nu helemaal. Onze moeder, Uli, heeft eergisteren weer een ei gelegd. Daarmee is onze opvoeding klaar. Zo ziet ze dat en zo gaat dat in de kippenwereld. Tot eergisteren liet ze ons vrijwel nooit in de steek. We waren altijd samen, op die keer, drie dagen geleden. We liepen lekker door het veld tot er opeens een grote hond aan kwam. Een vrolijk ding, maar erg speels en zeer groot. Een jonge Golden Retriever. Mamma gaf een noodkreet. We waren best ver van onze ren. Mams spurtte naar de ren. Ik was de enige, die kon volgen. De andere drie niet en hielden zich heel stil tot ze door hadden dat ze veilig terug konden. Stomme Sproet kon de ingang niet vinden, maar die meneer hier hielp haar. Dan kwam Reinout en met z'n viertjes zaten we in het hok. Mams zat te kakelen en deed heel onrustig. Waar was Wilma? De meneer en mevrouw gingen het veld in. En ja hoor, na een poosje was ook Wilma weer terug. Gelijk was er ook weer rust in de tent. Dat was voor het eerst dat mamma ons aan ons lot over liet.
Wel, de dag er na legde ze dus een ei. Een hoop gekakel. We begrepen er niks van. De meneer eerst ook niet, tot hij met een ei kwam, het in het hok legde, en mamma haar ei kwijt kon.
Sindsdien gaat ze vooral haar eigen gang. 's Ochtends vliegt ze de ren uit. Wij kunnen dat nog niet. Wanneer de meneer komt (die zien we in de ochtend altijd eerder dan de mevrouw) doet hij het luikje van de ren open. Meestal komt mams dan weer even terug. Snel daarna vertrekt ze weer. Ze geeft aan dat ze alleen gaat. Wij moeten in de ren blijven. Soms geeft ze aan dat we met haar mee mogen. Dan gaan we niet meer zo ver als eerst. Die hond is er soms opeens weer, en dan moeten we weer snel naar binnen kunnen.
Als mams op pad is zitten we meestal bij elkaar. Alleen Reinout zit alleen op een tak, aan de andere kant van het hok. Niet altijd hoor, maar Reinout is wat eigenzinnig. Zelf ben ik dat ook. Ondanks dat ik een kip ben, ben ik haantje de voorste van ons. Ik ben vrij avontuurlijk ingesteld. Reinout is de meest afhankelijke en voorzichtige van het stel. Met elkaar kunnen we het uitstekend vinden. Gelukkig komen meneer en mevrouw regelmatig naar ons toe. Dat geeft vertrouwen en dan durven we wat makkelijker te scharrelen. Maar vooral geven meneer en mevrouw ons eten. In de ochtend een bakje met allemaal verschillende dingen. Ook iedere dag weer anders. Later krijgen we kaas. Daar zijn we dol op, maar tegenwoordig probeert mams alle kaas zelf te pikken. Dat lukt gelukkig niet. Lekker puh.
Wanneer we met mamma aan de wandel gaan, gaan we ook steeds meer onze eigen gang en verder van mamma af. Als er onraad is geeft ze een seintje en zien wij het al, dan schieten we naar de ren. Ik moet zeggen, ondanks dat het best eng is, voel ik mij eigenlijk al een beetje volwassen. En mijn zusje en broertjes ook.
Een enkele keer maakt mamma het wel heel erg dol. Zoals net. Wij waren in de ren, omdat het een beetje regende. Komt zij binnen en jaagt ze ons weg... De laatste dagen eet ze ook opeens heel veel. Misschien wel voor haar eieren, maar om ons daarvoor de regen in te jagen... Dat gaat wel erg ver hoor. Dus nu lopen we maar wat te scharrelen op het veld. Tja, wat moet je anders?
Ik ben benieuwd hoe het verder gaat. Ik vraag me af of de meneer en mevrouw straks wel twee hanen willen houden. Aan de overkant zijn een hoop hanen. Die vliegen elkaar constant in de haren. Sproet en ik mogen vast wel blijven. Wij gaan, als we echt groot zijn ook eieren leggen. Dat vinden de mensen leuk. En misschien krijgen Sproet en ik ook kuikens. Dan krijgen de mensen nóg meer eieren. In ieder geval zorgen de meneer en mevrouw wel goed voor ons. Dat staat buiten kijf. Ik heb ook gehoord dat we over een poosje gaan verhuizen. De meneer (mevrouw ook) wil dan een nog mooier hok voor ons maken, en ook een grotere ren. Met legbakken, waar we onze eieren in kunnen leggen.
Wanneer we op stok gaan ligt er ook iedere dag wat lekker voer in het hok. Een soort snoepje voor ons. Lekker voor het slapen gaan. Dan kruipen we bij mamma in het zaagsel. Er ligt een dikke laag zaagsel in het hok. Lekker zacht en ook heel warm. Ik vind het heerlijk vroeg op stok te gaan. Uitslapen doen wij, kippen, eigenlijk nooit. Dan hebben we de drang naar buiten te gaan. En net als mams vliegen we straks ook de ren 's ochtends uit. Lekker in de grond wroeten en wormen zoeken. Van die lekkere, dikke, vette, wormen. Ik krijg er water van in mijn snavel, als ik daar aan denk. En op het veld zijn een hoop wormen. Ik hoop straks dat er een nieuw veld us en dat daar dan ook veel wormen zitten. Ja, zo slecht is het keven van een kip niet. En zo langzamerhand begin ik al een echte kip te worden. Een mooie donkere kip. Zullen mijn eieren dan wit of bruin worden? Spannend... Wit lijkt me wel mooi. Maar dat is pas voor later.. Nu ben ik geen kuiken meer, nu ben ik een kriel. Bij mensen heet dat puber. Nog een paar maanden, dan ben ik echt een kip. Kriel blijf je best lang, kuiken zijn is zo voorbij. Als kriel ga je het echte leven leren. Lang niet altijd gemakkelijk hoor, maar, ik heb er zin in!
Posts tonen met het label kip. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kip. Alle posts tonen
dinsdag 24 maart 2015
maandag 2 maart 2015
Bram
Ja, ik weet niet, maar volgens mij wonen die mensen hier nog niet zo lang. Blèr. Maar goed, het is goed toeven. Goed gras, mooi hok. Hout met voor de ingang een vrij lange overkapping. Goed voor de schaduw, maar ook als het regent kunnen we schuilen. Ja, we. Blèr. Er is ook nog een schaap en sinds kort een ezel. Leuke meid, die ezel. Het schaap is wat meer in zichzelf. Niet onaardig hoor, maar gaat een beetje d'r eigen gang. Blèr. We hebben een aardige wei, met een hek d'r omheen. Maar goed ook, want d'r lopen twee van die witte keffertjes rond. Die hebben altijd een grote bek. Die iele zegt dat hij van de baas zelf is. Blèr. Die krullebol is meer een meeloper, maar schijnt wel de pa van die iele te zijn. Ik denk dat als het hek er niet omheen stond, die gasten ons behoorlijk kunnen treiteren. Ook loopt d'r nog aan kat. Een grijze. Oud wijffie. Totaal niet bang voor ons en loopt rustig tussen ons door. Soms gaat ze languit in ons hooi liggen. Nee, die doet echt geen vlieg kwaad. Blèr. Verder zijn er nog kippen. Een stuk of wat. Die staan meer aan de andere kant van het huis. Ook achter een hek. Zeker ook voor die blafkezen. We kunnen elkaar goed zien, al zit er best nog een stuk land tussen. Daar staan allemaal fruitbomen. Allemaal verschillend. Tussen het huis en de stenen schuur hebben die mensen water gemaakt. Daar springen ze in. Lijkt me ook wel lekker met die warme dagen. Maar goed, dat mens, die man, de baas, heeft voor ons een soort douche gemaakt. Lekker hoor, ik ga d'r wel es effe onder staan. Schaap doet nooit, de ezel wel. Dat schaap is zo stom als een ezel. Blèr.
De mensen noemen mij Bram. Stom, want ik ben een vrouwtje. Ik denk dat ze mij voor mijn melk hebben. Vrij kort nadat mijn kinderen weggehaald werden kwam ik hier. En iedere dag zitten ze aan mijn uiers. Als die vrouw dat doet, is dat best opwindend. Ik weet niet, maar die pakt mijn tepels op een manier die gewoon wel lekker is. Die man, dat is meer een kluns. Het lukt hem ook lang niet altijd mijn melk er uit te wringen. Soms pest ik hem ook lekker. Dan schop ik de emmer om. Blèr. Wat ze met die melk doen weet ik niet. Hij is trouwens verder wel aardig. Hij zorgt goed voor ons hok, het hooi, eten en water. Hij geeft ons ook vrij veel aandacht. Staat soms met ons te knuffelen. Ja, een voor een hoor. Blèr. Volgens mij is die vent een mietje. Maar hij werkt wel hard en zorgt echt perfect voor ons.
Het schaap hebben ze ook een naam gegeven; Bep. En de ezel heet Beethoven. Dat zegt me niks dus, maar het is wel een lange naam. Beethoven heeft het goed, want hij vertelde me eens dat de meeste ezels hier hard moeten werken. Beethoven kan het rustig aan doen. Soms komt er een jonge vrouw. Zij gaat af en toe met Beethoven lopen. Ik heb de baas een keer horen zeggen dat ze Beethoven voor die jonge vrouw hebben aangeschaft en zij heeft die naam verzonnen. Blèr. Als de mensen bij het water zijn (ze zijn dan bijna helemaal bloot) praten ze over van alles. Ja, en zo hoor je nog es wat. Die stenen schuur is trouwens net klaar. Daar hebben ze hard aan gewerkt en dat is me een mooi huisje geworden. Chapeau! Blèr. Als er andere mensen zijn, dan de baas en bazin, worden die in dat hok gezet. 's Nachts alleen hoor. Nou, soms zijn overdag ook in dat hok. Die vreemde mensen doen nooit wat. Ze hangen veel bij dat water, of zijn weg. Dat water noemen ze een zwembad... Zal wel. Ja, het is wel gezellig hier. Goed toeven. Mij hebben ze dus alleen voor de melk. Ik heb horen zeggen dat ze er geitenkaas van proberen te maken. Volgens mij is het alleen nooit gelukt. Van Bep heb ik gehoord dat ze haar hebben vanwege de wol. Bep wordt twee keer per jaar geschoren. Daar komt iemand voor langs. Dat doen onze baas en bazin niet zelf. Maar waarom ze Beethoven hebben... Geen flauw benul. Blèr. Trouwens ik snap dat ook niet van die honden. Wat hebben die nou voor nut? Toch geen enkele? Het zijn alleen maar schijters en herrieschoppers. Die kat, okay, die moet de muizen wegjagen. De kippen geven eieren aan de mensen, maar wat ze met Beethoven moeten. Ze laten hem niet eens werken. En dat beest kan een hoop herrie maken. Oordoppen. Trouwens over oordoppen gesproken. Even verderop staat een toren. Bovenop een blauwe punt. Ik weet niet hoe vaak per dag staat er een vanaf te schreeuwen. Een hoop kabaal, maar tjonge wat is dat geluid slecht. Pijn aan je oren gewoon. Hopeloos. Het kraakt en er zit een hoge piep in, dat je bijna niet hoort wat de stem zegt. Niet erg hoor, want ik versta hem toch niet. Ik zou niet weten waarom die man van de toren blaast. Soms hoor ik ook een vrouw. Die stem komt uit palen. Daar staan er meer van in het dorp. Ze praat heel netjes en vertelt de mensen allemaal dingen over het dorp. Wel grappig, want je hoort haar een paar keer vlak achter elkaar. De ene paal is sneller dan de andere. Blèr.
Soms mag ik op stap, zal ik maar zeggen. Meestal word ik dan aan een lang touw gezet, dat ze met een stuk ijzer in de grond pluggen. Dan heb ik een stukje vers gras. Ja, die mensen hebben een hoop gras hoor. Meer dan het stuk waar wij staan. En als ik dan aan het touw mag, mag Bep vaak ook. Een enkele keer mag ik zelfs zonder touw. Ja, ik heb het veel te goed hier, dus ik kijk wel uit om weg te lopen. Blèr. Bep ziet dat geloof ik anders. Alhoewel. Ik weet eigenlijk niet waarom ze niet zonder touw buiten ons veldje mag. Nou, misschien toch wel. Als we buiten zijn kunnen die keffertjes bij ons. Ik reageer er niet meer op. Ze gaan hun gang maar. Bep daarentegen blijft maar reageren. Het lijkt wel of ze bang voor die gassies is. Wanneer die witte honden op haar af rennen wil ze alle kanten opschieten. Ik heb wel eens gehoord dat een kudde schapen, verderop, ook bij elkaar gehouden wordt door honden. Wij geiten blijven vanzelf wel bij elkaar in de buurt. Ach, zo is ieder dier weer anders, blèr.
Mijn leventje is wel goed hier. Ik kan het met iedereen goed vinden. Mijn natje en mijn droogje wordt uitstekend verzorgd, dus wat wil nog meer? Ja... Dat weet ik wel hoor. Een lekkere bok! Ik hou wel van een goeie bokkensprong. En weer opnieuw jonge geitjes krijgen. Nu hoorde ik laatst dat de baas het er over had voor mij een goeie bok te laten komen. Nou, laat maar komen hoor, blèr blèr.
Een poos geleden hoorde ik een raar verhaal, dat mensen voor bok spelen. Die zijn gestoord! Laten ze het met hun eigen soort doen! Nee, ik wacht lekker op mijn bok. Het idee al... Blèr, blèr, blèr, blèr, blèr....
De mensen noemen mij Bram. Stom, want ik ben een vrouwtje. Ik denk dat ze mij voor mijn melk hebben. Vrij kort nadat mijn kinderen weggehaald werden kwam ik hier. En iedere dag zitten ze aan mijn uiers. Als die vrouw dat doet, is dat best opwindend. Ik weet niet, maar die pakt mijn tepels op een manier die gewoon wel lekker is. Die man, dat is meer een kluns. Het lukt hem ook lang niet altijd mijn melk er uit te wringen. Soms pest ik hem ook lekker. Dan schop ik de emmer om. Blèr. Wat ze met die melk doen weet ik niet. Hij is trouwens verder wel aardig. Hij zorgt goed voor ons hok, het hooi, eten en water. Hij geeft ons ook vrij veel aandacht. Staat soms met ons te knuffelen. Ja, een voor een hoor. Blèr. Volgens mij is die vent een mietje. Maar hij werkt wel hard en zorgt echt perfect voor ons.
Het schaap hebben ze ook een naam gegeven; Bep. En de ezel heet Beethoven. Dat zegt me niks dus, maar het is wel een lange naam. Beethoven heeft het goed, want hij vertelde me eens dat de meeste ezels hier hard moeten werken. Beethoven kan het rustig aan doen. Soms komt er een jonge vrouw. Zij gaat af en toe met Beethoven lopen. Ik heb de baas een keer horen zeggen dat ze Beethoven voor die jonge vrouw hebben aangeschaft en zij heeft die naam verzonnen. Blèr. Als de mensen bij het water zijn (ze zijn dan bijna helemaal bloot) praten ze over van alles. Ja, en zo hoor je nog es wat. Die stenen schuur is trouwens net klaar. Daar hebben ze hard aan gewerkt en dat is me een mooi huisje geworden. Chapeau! Blèr. Als er andere mensen zijn, dan de baas en bazin, worden die in dat hok gezet. 's Nachts alleen hoor. Nou, soms zijn overdag ook in dat hok. Die vreemde mensen doen nooit wat. Ze hangen veel bij dat water, of zijn weg. Dat water noemen ze een zwembad... Zal wel. Ja, het is wel gezellig hier. Goed toeven. Mij hebben ze dus alleen voor de melk. Ik heb horen zeggen dat ze er geitenkaas van proberen te maken. Volgens mij is het alleen nooit gelukt. Van Bep heb ik gehoord dat ze haar hebben vanwege de wol. Bep wordt twee keer per jaar geschoren. Daar komt iemand voor langs. Dat doen onze baas en bazin niet zelf. Maar waarom ze Beethoven hebben... Geen flauw benul. Blèr. Trouwens ik snap dat ook niet van die honden. Wat hebben die nou voor nut? Toch geen enkele? Het zijn alleen maar schijters en herrieschoppers. Die kat, okay, die moet de muizen wegjagen. De kippen geven eieren aan de mensen, maar wat ze met Beethoven moeten. Ze laten hem niet eens werken. En dat beest kan een hoop herrie maken. Oordoppen. Trouwens over oordoppen gesproken. Even verderop staat een toren. Bovenop een blauwe punt. Ik weet niet hoe vaak per dag staat er een vanaf te schreeuwen. Een hoop kabaal, maar tjonge wat is dat geluid slecht. Pijn aan je oren gewoon. Hopeloos. Het kraakt en er zit een hoge piep in, dat je bijna niet hoort wat de stem zegt. Niet erg hoor, want ik versta hem toch niet. Ik zou niet weten waarom die man van de toren blaast. Soms hoor ik ook een vrouw. Die stem komt uit palen. Daar staan er meer van in het dorp. Ze praat heel netjes en vertelt de mensen allemaal dingen over het dorp. Wel grappig, want je hoort haar een paar keer vlak achter elkaar. De ene paal is sneller dan de andere. Blèr.
Soms mag ik op stap, zal ik maar zeggen. Meestal word ik dan aan een lang touw gezet, dat ze met een stuk ijzer in de grond pluggen. Dan heb ik een stukje vers gras. Ja, die mensen hebben een hoop gras hoor. Meer dan het stuk waar wij staan. En als ik dan aan het touw mag, mag Bep vaak ook. Een enkele keer mag ik zelfs zonder touw. Ja, ik heb het veel te goed hier, dus ik kijk wel uit om weg te lopen. Blèr. Bep ziet dat geloof ik anders. Alhoewel. Ik weet eigenlijk niet waarom ze niet zonder touw buiten ons veldje mag. Nou, misschien toch wel. Als we buiten zijn kunnen die keffertjes bij ons. Ik reageer er niet meer op. Ze gaan hun gang maar. Bep daarentegen blijft maar reageren. Het lijkt wel of ze bang voor die gassies is. Wanneer die witte honden op haar af rennen wil ze alle kanten opschieten. Ik heb wel eens gehoord dat een kudde schapen, verderop, ook bij elkaar gehouden wordt door honden. Wij geiten blijven vanzelf wel bij elkaar in de buurt. Ach, zo is ieder dier weer anders, blèr.
Mijn leventje is wel goed hier. Ik kan het met iedereen goed vinden. Mijn natje en mijn droogje wordt uitstekend verzorgd, dus wat wil nog meer? Ja... Dat weet ik wel hoor. Een lekkere bok! Ik hou wel van een goeie bokkensprong. En weer opnieuw jonge geitjes krijgen. Nu hoorde ik laatst dat de baas het er over had voor mij een goeie bok te laten komen. Nou, laat maar komen hoor, blèr blèr.
Een poos geleden hoorde ik een raar verhaal, dat mensen voor bok spelen. Die zijn gestoord! Laten ze het met hun eigen soort doen! Nee, ik wacht lekker op mijn bok. Het idee al... Blèr, blèr, blèr, blèr, blèr....
Abonneren op:
Posts (Atom)