Ja, ik weet niet, maar volgens mij wonen die mensen hier nog niet zo lang. Blèr. Maar goed, het is goed toeven. Goed gras, mooi hok. Hout met voor de ingang een vrij lange overkapping. Goed voor de schaduw, maar ook als het regent kunnen we schuilen. Ja, we. Blèr. Er is ook nog een schaap en sinds kort een ezel. Leuke meid, die ezel. Het schaap is wat meer in zichzelf. Niet onaardig hoor, maar gaat een beetje d'r eigen gang. Blèr. We hebben een aardige wei, met een hek d'r omheen. Maar goed ook, want d'r lopen twee van die witte keffertjes rond. Die hebben altijd een grote bek. Die iele zegt dat hij van de baas zelf is. Blèr. Die krullebol is meer een meeloper, maar schijnt wel de pa van die iele te zijn. Ik denk dat als het hek er niet omheen stond, die gasten ons behoorlijk kunnen treiteren. Ook loopt d'r nog aan kat. Een grijze. Oud wijffie. Totaal niet bang voor ons en loopt rustig tussen ons door. Soms gaat ze languit in ons hooi liggen. Nee, die doet echt geen vlieg kwaad. Blèr. Verder zijn er nog kippen. Een stuk of wat. Die staan meer aan de andere kant van het huis. Ook achter een hek. Zeker ook voor die blafkezen. We kunnen elkaar goed zien, al zit er best nog een stuk land tussen. Daar staan allemaal fruitbomen. Allemaal verschillend. Tussen het huis en de stenen schuur hebben die mensen water gemaakt. Daar springen ze in. Lijkt me ook wel lekker met die warme dagen. Maar goed, dat mens, die man, de baas, heeft voor ons een soort douche gemaakt. Lekker hoor, ik ga d'r wel es effe onder staan. Schaap doet nooit, de ezel wel. Dat schaap is zo stom als een ezel. Blèr.
De mensen noemen mij Bram. Stom, want ik ben een vrouwtje. Ik denk dat ze mij voor mijn melk hebben. Vrij kort nadat mijn kinderen weggehaald werden kwam ik hier. En iedere dag zitten ze aan mijn uiers. Als die vrouw dat doet, is dat best opwindend. Ik weet niet, maar die pakt mijn tepels op een manier die gewoon wel lekker is. Die man, dat is meer een kluns. Het lukt hem ook lang niet altijd mijn melk er uit te wringen. Soms pest ik hem ook lekker. Dan schop ik de emmer om. Blèr. Wat ze met die melk doen weet ik niet. Hij is trouwens verder wel aardig. Hij zorgt goed voor ons hok, het hooi, eten en water. Hij geeft ons ook vrij veel aandacht. Staat soms met ons te knuffelen. Ja, een voor een hoor. Blèr. Volgens mij is die vent een mietje. Maar hij werkt wel hard en zorgt echt perfect voor ons.
Het schaap hebben ze ook een naam gegeven; Bep. En de ezel heet Beethoven. Dat zegt me niks dus, maar het is wel een lange naam. Beethoven heeft het goed, want hij vertelde me eens dat de meeste ezels hier hard moeten werken. Beethoven kan het rustig aan doen. Soms komt er een jonge vrouw. Zij gaat af en toe met Beethoven lopen. Ik heb de baas een keer horen zeggen dat ze Beethoven voor die jonge vrouw hebben aangeschaft en zij heeft die naam verzonnen. Blèr. Als de mensen bij het water zijn (ze zijn dan bijna helemaal bloot) praten ze over van alles. Ja, en zo hoor je nog es wat. Die stenen schuur is trouwens net klaar. Daar hebben ze hard aan gewerkt en dat is me een mooi huisje geworden. Chapeau! Blèr. Als er andere mensen zijn, dan de baas en bazin, worden die in dat hok gezet. 's Nachts alleen hoor. Nou, soms zijn overdag ook in dat hok. Die vreemde mensen doen nooit wat. Ze hangen veel bij dat water, of zijn weg. Dat water noemen ze een zwembad... Zal wel. Ja, het is wel gezellig hier. Goed toeven. Mij hebben ze dus alleen voor de melk. Ik heb horen zeggen dat ze er geitenkaas van proberen te maken. Volgens mij is het alleen nooit gelukt. Van Bep heb ik gehoord dat ze haar hebben vanwege de wol. Bep wordt twee keer per jaar geschoren. Daar komt iemand voor langs. Dat doen onze baas en bazin niet zelf. Maar waarom ze Beethoven hebben... Geen flauw benul. Blèr. Trouwens ik snap dat ook niet van die honden. Wat hebben die nou voor nut? Toch geen enkele? Het zijn alleen maar schijters en herrieschoppers. Die kat, okay, die moet de muizen wegjagen. De kippen geven eieren aan de mensen, maar wat ze met Beethoven moeten. Ze laten hem niet eens werken. En dat beest kan een hoop herrie maken. Oordoppen. Trouwens over oordoppen gesproken. Even verderop staat een toren. Bovenop een blauwe punt. Ik weet niet hoe vaak per dag staat er een vanaf te schreeuwen. Een hoop kabaal, maar tjonge wat is dat geluid slecht. Pijn aan je oren gewoon. Hopeloos. Het kraakt en er zit een hoge piep in, dat je bijna niet hoort wat de stem zegt. Niet erg hoor, want ik versta hem toch niet. Ik zou niet weten waarom die man van de toren blaast. Soms hoor ik ook een vrouw. Die stem komt uit palen. Daar staan er meer van in het dorp. Ze praat heel netjes en vertelt de mensen allemaal dingen over het dorp. Wel grappig, want je hoort haar een paar keer vlak achter elkaar. De ene paal is sneller dan de andere. Blèr.
Soms mag ik op stap, zal ik maar zeggen. Meestal word ik dan aan een lang touw gezet, dat ze met een stuk ijzer in de grond pluggen. Dan heb ik een stukje vers gras. Ja, die mensen hebben een hoop gras hoor. Meer dan het stuk waar wij staan. En als ik dan aan het touw mag, mag Bep vaak ook. Een enkele keer mag ik zelfs zonder touw. Ja, ik heb het veel te goed hier, dus ik kijk wel uit om weg te lopen. Blèr. Bep ziet dat geloof ik anders. Alhoewel. Ik weet eigenlijk niet waarom ze niet zonder touw buiten ons veldje mag. Nou, misschien toch wel. Als we buiten zijn kunnen die keffertjes bij ons. Ik reageer er niet meer op. Ze gaan hun gang maar. Bep daarentegen blijft maar reageren. Het lijkt wel of ze bang voor die gassies is. Wanneer die witte honden op haar af rennen wil ze alle kanten opschieten. Ik heb wel eens gehoord dat een kudde schapen, verderop, ook bij elkaar gehouden wordt door honden. Wij geiten blijven vanzelf wel bij elkaar in de buurt. Ach, zo is ieder dier weer anders, blèr.
Mijn leventje is wel goed hier. Ik kan het met iedereen goed vinden. Mijn natje en mijn droogje wordt uitstekend verzorgd, dus wat wil nog meer? Ja... Dat weet ik wel hoor. Een lekkere bok! Ik hou wel van een goeie bokkensprong. En weer opnieuw jonge geitjes krijgen. Nu hoorde ik laatst dat de baas het er over had voor mij een goeie bok te laten komen. Nou, laat maar komen hoor, blèr blèr.
Een poos geleden hoorde ik een raar verhaal, dat mensen voor bok spelen. Die zijn gestoord! Laten ze het met hun eigen soort doen! Nee, ik wacht lekker op mijn bok. Het idee al... Blèr, blèr, blèr, blèr, blèr....
Posts tonen met het label Schaap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schaap. Alle posts tonen
maandag 2 maart 2015
donderdag 22 januari 2015
Bep
"Hé Bep, wat sta je daar te ziekeneuren. Heb je koppijn, of zo?"
"Ja Trees, en behoorlijk ook."
"Hoe kom je daar nou weer aan?"
"Nou wat denk je van Sedat?"
"O, je hebt niet goed uitgekeken..."
"Goh, je wordt wakker meid. Nee, ik heb niet goed uitgekeken. Nou, en dan kan je een steen van Sedat op je kop krijgen. Vooral als ie een wat grotere steen gooit."
Ik ben Bep, schaap in de kudde en Sedat is onze herder. Op zich een prima vent, maar om ons te laten luisteren gooit hij stenen. Normaal niet zo een probleem, omdat we die met onze vacht opvangen. Behalve wanneer je niet oplet dus. En vandaag lette ik even niet op.
Onze kudde bestaat uit een stuk of dertig schapen. Allemaal wel gezellige meiden. Een enkeling daar gelaten. We leven in Turkije, niet ver van de zee. Niet ver van onze slaapplaats is een grote weg. Die weg loopt langs de kust. We gaan daar nooit over heen, maar soms lopen we daar wel in de berm te grazen. De auto's rijden ons hard voorbij. Meestal blijven we op de bergen. We wonen ongeveer een half uurtje lopen van de grote weg. Onze weg is meer een pad, maar ook hier rijden auto's. Heel voorzichtig gelukkig. Ze wachten ook meestal, wanneer we over het pad lopen. Onze slaapplaats is langs dat pad. Afgezet met een muurtje en hekken van gaas. Hier en daar ligt stro, twee troggen en een flinke bak met altijd vers (en erg koud) water. Boven de troggen is een flink afdak. Met regen liggen we droog, maar ook in de hete zon, zomers, hebben we flink wat schaduw.
Iedere ochtend komt Sedat. Hij slaat geen dag over. Dan doet hij het hek open en gaan we lopen. Meestal dezelfde kant, het land in. Het is een mooi land, al zeg ik het zelf. Overal zijn bomen en tussen de bomen liggen flinke rotsblokken. Het is ook erg glooiend hier. Niet ver van ons vandaan ligt een kloof, die best diep is. Meer naar boven liggen een paar stukjes grond met wat meer gras. Van onze slaapplaats lopen we een poosje, dan mogen we grazen. Dat lopen is vaal slenteren en dan knabbelen we aan al het jonge groen wat we tegen komen. Vooral dat groen in die prikstruiken. Van die prikkels hebben we niet zoveel last. We hebben een prima vacht, ook als we geschoren zijn is het nog een goed bescherming. Scheren gebeurt altijd voordat de zomer aanbreekt. Tegen die tijd hebben we het al goed warm. We zijn dan blij dat de vacht er af mag, al is dat scheren niet het meest prettige, wat je als schaap overkomt. Soms worden we halverwege de zomer nog een keer geschoren. Wanneer de vacht hard gegroeid is. Tegen de winter hebben we dan weer een lekker jasje. Alhoewel, van een echte winter is hier geen sprake. Overdag is er bijna nooit vorst en 's nachts maar een paar keer. Wel mooi, want als de zon schijnt zie je in het noorden een paar bergtoppen met sneeuw. Wij komen niet verder dan hagel. Vooral in het najaar. Dan kan het flink regenen, én onweren. Dat gaat me d'r toch te keer. Soms valt er dan ook hagel. We staan dan altijd op stal. Die hagel bonk dan op dat metalen dak van ons. Een gezellig geluid hoor. Soms stuit zo een hagelsteen op een gewone steen af en valt dan op je. Meestal tegen je poten, of op je kop. Dat doet pijn , meer pijn dan de stenen van Sedat.
"Ik ben blij dat we morgen weer de andere kant op gaan."
"Ja, lekker de rust en de bergen."
"Maar dan moeten we wel weer meer klimmen"
"Of jij dat zo erg vindt."
"Da's ook weer waar."
"Misschien komen we dan Jaap, de ezel weer tegen."
"Oh, dan gaan we hem weer op stang jagen."
"Ja, Jaap is wel een schijter."
De dames lachen in koor. Wanneer de kudde Jaap tegen komt lopen ze hem altijd te stangen. Ach, we kletsen wat af. Okay, toegegeven, ik ben zelf ook een grote kletskous. Heerlijk vind ik dat. Meestal, als we aan het eind van de dag weer op stal staan gaan we los. Overdag praten we wat minder. Ja, wel op onze graas plekken. Tijdens het lopen moet je de boel in de gaten houden. En Sedat natuurlijk. Als je treuzelt gooit ie een steen naar je. Zoals vandaag. Maar gelukkig, het gaat al wat beter met mijn kop. De trog is goed gevuld en we smullen er weer flink van. Hier krijgen we ander voer. Ook wel lekker, maar vers sappig groen is toch het lekkerste. Sedat eet hele andere dingen. Wat dat allemaal is weet ik niet. Soms laat ie iets vallen. Wanneer je een stukje te pakken krijgt is dat meestal wel erg smakelijk.
Het leven van een schaap is niet slecht. Dat komt natuurlijk ook doordat je met een leuke groep leeft en we hebben best veel vrijheid. En we schijnen nuttig te zijn, want mensen willen altijd heel graag onze wol. Ze help je elkaar, niet? We zijn ook een gezonde kudde. We zijn weinig ziek. Soms is er wel eentje van ons geblesseerd. Wat wil je in dat ruige landschap. Dan kijkt Sedat. Meestal helpt hij je wel. Soms komt er een vreemd mens. Nou ja, vreemd is hij niet, hij is dokter. Dan geeft ie een spuit en soms legt hij een verband aan. Veel zien we die dokter niet. Nee, we leven lekker ons leventje. Net als Sedat. Hij woont ietsje verderop, in een stenen huisje. Klein en oud. Hij woont daar alleen. Dat kan je zien ook. Wanneer we naar het noorden gaan lopen we er altijd langs. Soms gaat hij snel nog even naar binnen en komt dan met een paketje naar buiten. Daar zit zijn voer in. Daarna lopen we nog een poosje. Bijna altijd komen we Jaap dan tegen. Verder zien we niet zo veel andere dieren. Een enkele hond, wat vogels en kleine beestjes, maar vraag me niet wat dat voor beestjes zijn. In de nacht moeten we trouwens wel opletten. Dan zijn er roofdieren, zoals de vos. Als de vos de kans krijgt pakt ie een van ons, meestal een oud wijfie.
Een keer per jaar krijgen we bezoek. Dan komt er een auto en achter in de bak staat dan een ram. Die mag het "doen" met ons. Soms zijn het meerdere rammen. Mij doet het niet zo veel, zo'n ram op je rug. Sommige schapen genieten er wel van. Dat zal dan wel. Ach, en dan raken we zwanger. Niet allemaal, maar bij een hoop van ons lukt dat wel. Dan komen de lammeren. Dat is een gezellige tijd. Lammetjes geven een hoop lol en afleiding aan de kudde. Lang blijven ze niet. Dan worden ze opgehaald en verdwijnen. Waarheen weten we niet. Maakt me ook niet zo veel uit, die lammeren redden het wel. Ze worden vast in andere kuddes gezet, ook voor de wol. Soms houdt Sedat een paar lammetjes. Alleen als er een paar oude wijven overleden zijn. Sedat houdt zijn kudde graag op grootte. Zelf ben ik ook in deze kudde geboren. Ik weet dus niet beter, maar, zoals ik al eerder zei, het bevalt prima. Nou, de dag is weer zo een beetje voorbij. We gaan zo slapen. Nog even roddelen met elkaar;
"Hoe is het met je koppijn Bep?"
"O, dat gaat al een stuk beter. Heb gegeten hè."
"Welke kant zullen we morgen op gaan?"
"Nou, ik denk weer naar het noorden"
"Gezellig, dus dan komen we Jaap weer tegen."
"Vast wel."
"Heb je trouwens van Truus gehoord?"
"Nee, wat dan?"
"Truus heeft Ella in haar bil gebeten."
"Zo maar?"
"Zo maar!"
"Stom."
"Ja Trees, en behoorlijk ook."
"Hoe kom je daar nou weer aan?"
"Nou wat denk je van Sedat?"
"O, je hebt niet goed uitgekeken..."
"Goh, je wordt wakker meid. Nee, ik heb niet goed uitgekeken. Nou, en dan kan je een steen van Sedat op je kop krijgen. Vooral als ie een wat grotere steen gooit."
Ik ben Bep, schaap in de kudde en Sedat is onze herder. Op zich een prima vent, maar om ons te laten luisteren gooit hij stenen. Normaal niet zo een probleem, omdat we die met onze vacht opvangen. Behalve wanneer je niet oplet dus. En vandaag lette ik even niet op.
Onze kudde bestaat uit een stuk of dertig schapen. Allemaal wel gezellige meiden. Een enkeling daar gelaten. We leven in Turkije, niet ver van de zee. Niet ver van onze slaapplaats is een grote weg. Die weg loopt langs de kust. We gaan daar nooit over heen, maar soms lopen we daar wel in de berm te grazen. De auto's rijden ons hard voorbij. Meestal blijven we op de bergen. We wonen ongeveer een half uurtje lopen van de grote weg. Onze weg is meer een pad, maar ook hier rijden auto's. Heel voorzichtig gelukkig. Ze wachten ook meestal, wanneer we over het pad lopen. Onze slaapplaats is langs dat pad. Afgezet met een muurtje en hekken van gaas. Hier en daar ligt stro, twee troggen en een flinke bak met altijd vers (en erg koud) water. Boven de troggen is een flink afdak. Met regen liggen we droog, maar ook in de hete zon, zomers, hebben we flink wat schaduw.
Iedere ochtend komt Sedat. Hij slaat geen dag over. Dan doet hij het hek open en gaan we lopen. Meestal dezelfde kant, het land in. Het is een mooi land, al zeg ik het zelf. Overal zijn bomen en tussen de bomen liggen flinke rotsblokken. Het is ook erg glooiend hier. Niet ver van ons vandaan ligt een kloof, die best diep is. Meer naar boven liggen een paar stukjes grond met wat meer gras. Van onze slaapplaats lopen we een poosje, dan mogen we grazen. Dat lopen is vaal slenteren en dan knabbelen we aan al het jonge groen wat we tegen komen. Vooral dat groen in die prikstruiken. Van die prikkels hebben we niet zoveel last. We hebben een prima vacht, ook als we geschoren zijn is het nog een goed bescherming. Scheren gebeurt altijd voordat de zomer aanbreekt. Tegen die tijd hebben we het al goed warm. We zijn dan blij dat de vacht er af mag, al is dat scheren niet het meest prettige, wat je als schaap overkomt. Soms worden we halverwege de zomer nog een keer geschoren. Wanneer de vacht hard gegroeid is. Tegen de winter hebben we dan weer een lekker jasje. Alhoewel, van een echte winter is hier geen sprake. Overdag is er bijna nooit vorst en 's nachts maar een paar keer. Wel mooi, want als de zon schijnt zie je in het noorden een paar bergtoppen met sneeuw. Wij komen niet verder dan hagel. Vooral in het najaar. Dan kan het flink regenen, én onweren. Dat gaat me d'r toch te keer. Soms valt er dan ook hagel. We staan dan altijd op stal. Die hagel bonk dan op dat metalen dak van ons. Een gezellig geluid hoor. Soms stuit zo een hagelsteen op een gewone steen af en valt dan op je. Meestal tegen je poten, of op je kop. Dat doet pijn , meer pijn dan de stenen van Sedat.
"Ik ben blij dat we morgen weer de andere kant op gaan."
"Ja, lekker de rust en de bergen."
"Maar dan moeten we wel weer meer klimmen"
"Of jij dat zo erg vindt."
"Da's ook weer waar."
"Misschien komen we dan Jaap, de ezel weer tegen."
"Oh, dan gaan we hem weer op stang jagen."
"Ja, Jaap is wel een schijter."
De dames lachen in koor. Wanneer de kudde Jaap tegen komt lopen ze hem altijd te stangen. Ach, we kletsen wat af. Okay, toegegeven, ik ben zelf ook een grote kletskous. Heerlijk vind ik dat. Meestal, als we aan het eind van de dag weer op stal staan gaan we los. Overdag praten we wat minder. Ja, wel op onze graas plekken. Tijdens het lopen moet je de boel in de gaten houden. En Sedat natuurlijk. Als je treuzelt gooit ie een steen naar je. Zoals vandaag. Maar gelukkig, het gaat al wat beter met mijn kop. De trog is goed gevuld en we smullen er weer flink van. Hier krijgen we ander voer. Ook wel lekker, maar vers sappig groen is toch het lekkerste. Sedat eet hele andere dingen. Wat dat allemaal is weet ik niet. Soms laat ie iets vallen. Wanneer je een stukje te pakken krijgt is dat meestal wel erg smakelijk.
Het leven van een schaap is niet slecht. Dat komt natuurlijk ook doordat je met een leuke groep leeft en we hebben best veel vrijheid. En we schijnen nuttig te zijn, want mensen willen altijd heel graag onze wol. Ze help je elkaar, niet? We zijn ook een gezonde kudde. We zijn weinig ziek. Soms is er wel eentje van ons geblesseerd. Wat wil je in dat ruige landschap. Dan kijkt Sedat. Meestal helpt hij je wel. Soms komt er een vreemd mens. Nou ja, vreemd is hij niet, hij is dokter. Dan geeft ie een spuit en soms legt hij een verband aan. Veel zien we die dokter niet. Nee, we leven lekker ons leventje. Net als Sedat. Hij woont ietsje verderop, in een stenen huisje. Klein en oud. Hij woont daar alleen. Dat kan je zien ook. Wanneer we naar het noorden gaan lopen we er altijd langs. Soms gaat hij snel nog even naar binnen en komt dan met een paketje naar buiten. Daar zit zijn voer in. Daarna lopen we nog een poosje. Bijna altijd komen we Jaap dan tegen. Verder zien we niet zo veel andere dieren. Een enkele hond, wat vogels en kleine beestjes, maar vraag me niet wat dat voor beestjes zijn. In de nacht moeten we trouwens wel opletten. Dan zijn er roofdieren, zoals de vos. Als de vos de kans krijgt pakt ie een van ons, meestal een oud wijfie.
Een keer per jaar krijgen we bezoek. Dan komt er een auto en achter in de bak staat dan een ram. Die mag het "doen" met ons. Soms zijn het meerdere rammen. Mij doet het niet zo veel, zo'n ram op je rug. Sommige schapen genieten er wel van. Dat zal dan wel. Ach, en dan raken we zwanger. Niet allemaal, maar bij een hoop van ons lukt dat wel. Dan komen de lammeren. Dat is een gezellige tijd. Lammetjes geven een hoop lol en afleiding aan de kudde. Lang blijven ze niet. Dan worden ze opgehaald en verdwijnen. Waarheen weten we niet. Maakt me ook niet zo veel uit, die lammeren redden het wel. Ze worden vast in andere kuddes gezet, ook voor de wol. Soms houdt Sedat een paar lammetjes. Alleen als er een paar oude wijven overleden zijn. Sedat houdt zijn kudde graag op grootte. Zelf ben ik ook in deze kudde geboren. Ik weet dus niet beter, maar, zoals ik al eerder zei, het bevalt prima. Nou, de dag is weer zo een beetje voorbij. We gaan zo slapen. Nog even roddelen met elkaar;
"Hoe is het met je koppijn Bep?"
"O, dat gaat al een stuk beter. Heb gegeten hè."
"Welke kant zullen we morgen op gaan?"
"Nou, ik denk weer naar het noorden"
"Gezellig, dus dan komen we Jaap weer tegen."
"Vast wel."
"Heb je trouwens van Truus gehoord?"
"Nee, wat dan?"
"Truus heeft Ella in haar bil gebeten."
"Zo maar?"
"Zo maar!"
"Stom."
Abonneren op:
Posts (Atom)