De twee gezichten van Tele-2
Momenteel hebben wij een erbarmelijke ervaring met telecombedrijf Tele-2. De houding is dermate onbeschoft, evenals de communicatie, dat dit (ter waarschuwing aan derden) nu breed uitgemeten mag worden. Deze blog zal ik dan ook niet alleen als blog publiceren, maar ook als "open brief" naar media consumentenprogramma's en rubrieken.
Medio augustus vertrokken wij naar Turkije. Tijdens de reis hebben mijn vrouw en ik alle data van onze mobiele telefoons uitgezet. Dit wegens een eerdere ervaring met onverwachte internet kosten, eerder in het buitenland. Om toch te kunnen communiceren hebben wij beiden korte bundels gekocht, voor ongeveer tien euro konden we dan drie dagen internetten. Dit ging al niet geheel zoals we wilden. Zelf heb ik daardoor, waarschijnlijk, een onnodig extra bundel gekocht. Verder stond alles uit; dataroaming, etc. Buiten de bundels hebben we ook onze internet uit gezet. De reis duurde ruim zeven dagen, voor wij de plaats van bestemming bereikten. Ook daar, de mobiele telefoons alleen ingesteld op bellen en WiFi.
Eind oktober kwam ik even terug in Nederland. Vanaf Schiphol wilde ik bellen, maar naar bleek, ik kón niet bellen. Via ons postadres krijgen we de post snel en goed door, maar niets was daartussen wat mij er op had gewezen dat ik niet kon bellen. Wel had ik wat onduidelijke berichten ontvangen. Daarop had ik al geprobeerd Tele-2 te benaderen. Dat kan alleen telefonisch, net iets wat voor ons vanuit Turkije geen optie was. Uiteindelijk zag ik als enige digitale weg met Tele-2 te communiceren hun klachtenformulier op de website.
De volgende dag belde ik met de firma. Ik werd keurig te woord gestaan. Na diverse telefoontjes, allen ook even correct, werd mijn rekening meer dan gehalveerd en ook kon ik weer met mijn mobiele telefoon bellen. Nu moet ik zeggen, dat ik in Nederland kwam ook juist een brief van een incassobureau (Bos Incasso) ontving. In ieder geval, keurig geregeld en ik heb ook direct de rekening voldaan.
Tijdens mijn telefonische contacten heb ik er ook op gewezen, dat het zelfde probleem voor de mobiele telefoon van mijn vrouw kon spelen. Daar kon men echter niets aan dien, omdat haar rekening nog niet bij de incasso lag.
Voor ik verder ga: waarom de rekening, incasso, en hoe zat het met de hoogte? Wel, mijn rekening was ruim 200 euro. Ik heb een abonnement van 26 euro en gebruik mijn apparaat zo min mogelijk. Ik haat bellen. Maar onderweg bleek mijn telefoon met internet aan de loop te zijn gegaan. Ondanks dat ik alles uit had. Waar dat in zat, en hoe het verbruik was kon Tele-2 mij niet vertellen. Dit in het kader van de privacy. Ze zien wel de "tikken" en baseren hun rekening daarop, maar feitelijk is dit dus niet inhoudelijk te controleren. Hoe diffuus kan je de al diffuse wereld van bits en bites maken? Maar men zag dat ik pogingen had gedaan de korte buitenland abonnementen te nemen, en daardoor ging Tele-2 er vanuit dat er inderdaad iets mis gegaan was. Omdat ik wel een paar keer in Turkije was gebeld, vanuit Nederland, was mijn rekening wel aanzienlijk hoger (raar, restitutie voor te weinig bellen is er niet bij, maar ga je er overheen of zit je elders gaat de kassa gelijk rinkelen).
Tijdens mijn telefonades met tele-2 heb ik ook aangegeven het vreemd te vinden dat zij alleen telefonisch bereikbaar zijn, met uitzondering van het klachtenformulier. Ook werd duidelijk dat er niets bij de bewuste mevrouw bekend was van mijn "klacht" maar er zou beter op het formulier gelet worden. Daar ga je dus maar vanuit.
Terug in Turkije duurde het niet erg lang of er was post van Incasso Bureau Bos. Ik heb direct Tele-2 een mail gestuurd via het klachtenformulier én Bos gemaild. In het formulier, als in de mail met Bos heb ik aangegeven met Tele-2 te willen mailen, omdat ik wederom niet in de gelegenheid was te bellen. Reacties bleven uit. De tweede brief van Bos gaf aan dat Tele-2 van niets wist en de rekening gewoon voldaan moest worden. Ook werd ergens gemeld dat er in juni contact was geweest met de client (mijn vrouw dus) over deze rekening (over de maanden augustus en september). Makkelijk, Tele-2 ontkent alles, geeft verkeerde informatie, en is voor ons dus niet eens bereikbaar! Hoe achterlijk voor een telefoon- en internetbedrijf dat ze niet per mail bereikbaar zijn, maar alleen telefonisch. Daarbij, de rekening van mijn vrouw is in exact dezelfde situatie (en tijd) ontstaan als de rekening van mij. In mijn geval erkende het bedrijf dat er blijkbaar iets mis was, terwijl bij mijn vrouw alles in alle toonaarden ontkent wordt, zonder dat ik rechtstreeks met ze kan communiceren. De tweede brief van Bos Incasso ging er dan ook over dat de client (Tele-2) van niets wist, niet door ons benaderd waren, etc. Inmiddels had ik ongeveer vier klachten verstuurd. Mijn conclusie is dat het klachtenformulier van Tele-2 een wassen neus is. Er wordt blijkbaar totaal niet naar gekeken, dan wel de onderlinge communicatie is absoluut belazerd.
Inmiddels is brief drie van Bos binnen. In mijn vorige reactie naar Bos had ik aangegeven dat ik rechtstreeks met Tele-2 wilde communiceren. Zo'n incasso zit er ook maar tussen. Ja, heel makkelijk voor het telefoonbedrijf. En inderdaad, een standaard reactie van Bos, dat haar client bij haar standpunt blijft. Uitgeluld dus... Kan zo iets in een westerse rechtsstaat als Nederland? Het lijkt er wel op en inmiddels moeten we meer dan 500 euro ophoesten... Nu ben ik maar een halve digibeet, maar een volledige digibeet zal in dit geval alleen maar nog meer digibeet willen blijven. Ik kan herhalen richting Bos wat ik in mijn vorige mail aan gaf; ik wil mailcontact met Tele-2, maar ik weet op voorhand dat dit niks oplevert. Als klant word je via deze weg tegen de muur gezet, want in haar laatste brief laat Bos weten dat dit mijn laatste kans is de rekening te voldoen. Wat dan de vervolgstappen zijn wordt overigens niet vermeld. Ik neem aan een deurwaarder en dan gaat alles weer helemaal overnieuw. En Tele-2 blijft maar stommetje spelen. En wanneer het nu allemaal terecht is, maar dat is het niet. Er is iets mis gegaan, de techniek heeft gefaald, of weet ik wat. Nee, ik weet dat niet. Wat ik wel weet hoe uitermate voorzichtig wij omgegaan zijn met die apparaten, na het oversteken van de Nederlandse grens. Het lijkt alleen niks geholpen te hebben,
Al jaren lees je de ergernissen over telefonie en internet in het buitenland en de aanbieders. Er lijkt enige beweging in te zitten, nu het bellen in en naar het buitenland wat goedkoper schijnt te geworden. Echter, het blijkt (voor een beetje leek) een niet te bevatten wereld, waar bedrijven zich enorm verrijken, maar klantvriendelijkheid een relatief begrip is. En zo heb ik de twee kanten van dit bedrijf, Tele-2 leren kennen. Twee totaal verschillende gezichten, voor het zelfde probleem.
Het feit dat mijn vrouw in het ziekenhuis lag, toen ik in Nederland was, heeft er alleen tie geleid dat ik sneller weer aangesloten werd. Ik was afgesloten, omdat de telefoonbedrijven een soort limietgrens hebben ingesteld. Ga je daar overheen, volgt automatisch afsluiting, ter bescherming. Desalniettemin gaat dat verhaal niet geheel op, daar dit lijkt wel voor internet niet lijkt te gelden. Ben je ouder dan dertig, niet al te modern, enigszins digibeet, nou pas dan maar op.
Met dit verhaal wil ik natuurlijk ook iets bereiken. Als eerste wil ik gebruikers waarschuwen voor dit soort verborgen verrassingen. Als tweede roep ik aanbieders op communicatief beter en breder bereikbaar te zijn. Ten derde vraag ik mij af of deze wereld diffuus moet blijven, voor mensen die niet helemaal up to date zijn in de digitale wereld, waarbij de wet op de privacy nog eens extra mee werkt aan de vaagheid. Tot slot toch maar weer eens een oproep aan consumentenprogramma's en rubrieken dit soort onderwerpen aan de kaak te blijven stellen. Het is al jaren een probleem. Er lijken problemen opgelost te worden, maar nieuwe doen zich voor. Het is verdomd jammer dat ik mijn mobiel niet gewoon in de Middellandse Zee kan flikkeren. Je hebt zo'n ding nodig om een beetje te (over)leven in deze maatschappij. Een paar slimmeriken worden daar dan ook héél rijk van. Rijk van lucht....
zondag 28 december 2014
vrijdag 26 december 2014
In den vreemde: ik begrijp er geen snars van (24)
Recent kwam onze achterbuurvrouw, de moeder van de huisbaas, het terras op. Ging zitten, nam een sigaret en ging een gesprek aan. Een echte Turkse vrouw, smoezelig witte hoofddoek, gebreide trui een een orginele sjofar (tussen broek en rok in), met het bekende bloemetjesmotief. Reina zat achter de iPad, met het vertaalprogramma.
Ik was bezig, maar af en toe ging ik er bij zitten. Soms dacht ik iets te begrijpen, maar het meerendeel ging glad aan mij voorbij. Het lukt me niet echt. Misschien zit mijn hoofd te vol en mankeert het aan mijn talenknobbel, maar dat Turks komt er maar mondjesmaat in. Ik pik wel dingen op, maar allemaal heel magertjes en sporadisch. Zo vroeg ik laatst in de winkel; dekkedar? Later begreep ik dat het nekkardar moet zijn. Dat betekent zo iets als; wat kost het? Ondanks mijn foutieve bewoording werd ik zo waar wel begrepen. Toch leuk. En inmiddels heb ik er weer van geleerd. Zo gaat het mij af, woordje voor woordje. Ik kon tellen tot tien, maar nu blijf ik alweer bij de zes hangen. Vijftig (elli) weet ik dan weer wel.
Naar het schijnt is Turks gramatikaal een van de eenvoudigste talen. Atatürk heeft de taal over gezet in ons Romaanse schrift en de taal tevens vereenvoudigd. Zo eenvoudig, dat ik het maar lastig vind. Daarbij komt dat woorden meerdere betekenissen kunnen hebben en soms een letter (of zelfs klemtoon) anders, dit iets heel anders kan betekenen. Toch blijf ik zwoegen meer van de taal onder de knie te krijgen. Ik merk soms ook wel meer te begrijpen, maar spreken houd ik tot het minimum beperkt. Vaalangst? Nee, daar ben ik wel over heen. Het lukt gewoon niet zo goed. En dat terwijl ik inmiddels in het Turks aangesproken word. De toeristen zijn weg. Die komen vanaf maart weer. Daarbij leer je elkaar (her) kennen in zo een dorp. Dat maskt het weer iets eenvoudiger. En samen met het vertaalprogramma van de iPad is het me nog steeds gelukt dat voor elkaar te krijgen, wat ik wil.
Ik wil alleen van die knulligheid af. Met die volle kop van mij dien ik hier dus wel de tijd voor te nemen. De tijd om echt te gaan leren lukt me overigens niet. Eigenlijk wil ik dagelijks aan de slag en de taal leren op mijn eigen wijze. Dat blijkt tot op heden een mooie illusie. Je denkt in zo'n land heb ik tijd zat, zullen we ons wel vervelen en moet ik toch wat te doen hebben. Maar zo werkt het dus niet. Mijn dagen zijn tot nu toe allen gevuld, waarvan minder dan de helft zoals ik gepland en voorgenomen heb. Hier gebeuren de dingen anders. Er komt wat tussen, de dingen gaan niet zoals je vooraf had bedacht, je wordt afgeleid, noem maar op. vervelen lijkt hier niet in mijn woorden oek voor te komen. Bijzonder, meer zo weinig contacten. Wat dat betreft moeten we vaker het dorp in en zo lang we nog niet zoveel mensen kennen ook mensen aanspreken. Het makkelijkst zijn buitenlanders. Qua taal, maar ook omdat je natuurlijk in de zelfde positie zit. Het kan verkeren. En zeker voor een gesprek met enige inhoud moet je een daarvoor gechikte Turk zoeken, als een speld in een hooiberg.
Taal is mooi. Ook lastig. Daarbij ben ik eigenlijk ook een beetje een Einzelganger. Toch moeten we kontanten leggen en heb ik soms behoefte aan een goed gesprek. Met die moeder is dat goede gesprek in illusie, toch hebben we zitten praten. Met haar beperkte kennis van alles en de interesse van een mug kom je geen heel eind. Wil ik de taal leren moet ik meer contacten aan gaan. In ieder geval: wel met enige inhoud.
De achterbuurvrouw zal het worst zijn. Ze ging ook gewoon door. Aardig is dat sommige dingen, ondanks alle barrières, wel werken. Herkenning in woorden. Zo hem ik zelf ontdekt wat taman (okay) betekent. Een voorbeeld van een woord wat je vaak hoort en op een gegeven moment de contaxt ziet.
De moeder van Özaï had het na drie peuken wel bekeken. Ze stond op een schoon langzaam te tuin uit. Waarbij zij overigens uitermate lenig over het hondenhekje stapte.
Ik was bezig, maar af en toe ging ik er bij zitten. Soms dacht ik iets te begrijpen, maar het meerendeel ging glad aan mij voorbij. Het lukt me niet echt. Misschien zit mijn hoofd te vol en mankeert het aan mijn talenknobbel, maar dat Turks komt er maar mondjesmaat in. Ik pik wel dingen op, maar allemaal heel magertjes en sporadisch. Zo vroeg ik laatst in de winkel; dekkedar? Later begreep ik dat het nekkardar moet zijn. Dat betekent zo iets als; wat kost het? Ondanks mijn foutieve bewoording werd ik zo waar wel begrepen. Toch leuk. En inmiddels heb ik er weer van geleerd. Zo gaat het mij af, woordje voor woordje. Ik kon tellen tot tien, maar nu blijf ik alweer bij de zes hangen. Vijftig (elli) weet ik dan weer wel.
Naar het schijnt is Turks gramatikaal een van de eenvoudigste talen. Atatürk heeft de taal over gezet in ons Romaanse schrift en de taal tevens vereenvoudigd. Zo eenvoudig, dat ik het maar lastig vind. Daarbij komt dat woorden meerdere betekenissen kunnen hebben en soms een letter (of zelfs klemtoon) anders, dit iets heel anders kan betekenen. Toch blijf ik zwoegen meer van de taal onder de knie te krijgen. Ik merk soms ook wel meer te begrijpen, maar spreken houd ik tot het minimum beperkt. Vaalangst? Nee, daar ben ik wel over heen. Het lukt gewoon niet zo goed. En dat terwijl ik inmiddels in het Turks aangesproken word. De toeristen zijn weg. Die komen vanaf maart weer. Daarbij leer je elkaar (her) kennen in zo een dorp. Dat maskt het weer iets eenvoudiger. En samen met het vertaalprogramma van de iPad is het me nog steeds gelukt dat voor elkaar te krijgen, wat ik wil.
Ik wil alleen van die knulligheid af. Met die volle kop van mij dien ik hier dus wel de tijd voor te nemen. De tijd om echt te gaan leren lukt me overigens niet. Eigenlijk wil ik dagelijks aan de slag en de taal leren op mijn eigen wijze. Dat blijkt tot op heden een mooie illusie. Je denkt in zo'n land heb ik tijd zat, zullen we ons wel vervelen en moet ik toch wat te doen hebben. Maar zo werkt het dus niet. Mijn dagen zijn tot nu toe allen gevuld, waarvan minder dan de helft zoals ik gepland en voorgenomen heb. Hier gebeuren de dingen anders. Er komt wat tussen, de dingen gaan niet zoals je vooraf had bedacht, je wordt afgeleid, noem maar op. vervelen lijkt hier niet in mijn woorden oek voor te komen. Bijzonder, meer zo weinig contacten. Wat dat betreft moeten we vaker het dorp in en zo lang we nog niet zoveel mensen kennen ook mensen aanspreken. Het makkelijkst zijn buitenlanders. Qua taal, maar ook omdat je natuurlijk in de zelfde positie zit. Het kan verkeren. En zeker voor een gesprek met enige inhoud moet je een daarvoor gechikte Turk zoeken, als een speld in een hooiberg.
Taal is mooi. Ook lastig. Daarbij ben ik eigenlijk ook een beetje een Einzelganger. Toch moeten we kontanten leggen en heb ik soms behoefte aan een goed gesprek. Met die moeder is dat goede gesprek in illusie, toch hebben we zitten praten. Met haar beperkte kennis van alles en de interesse van een mug kom je geen heel eind. Wil ik de taal leren moet ik meer contacten aan gaan. In ieder geval: wel met enige inhoud.
De achterbuurvrouw zal het worst zijn. Ze ging ook gewoon door. Aardig is dat sommige dingen, ondanks alle barrières, wel werken. Herkenning in woorden. Zo hem ik zelf ontdekt wat taman (okay) betekent. Een voorbeeld van een woord wat je vaak hoort en op een gegeven moment de contaxt ziet.
De moeder van Özaï had het na drie peuken wel bekeken. Ze stond op een schoon langzaam te tuin uit. Waarbij zij overigens uitermate lenig over het hondenhekje stapte.
zaterdag 6 december 2014
in den vreemde: orkest (23)
Sinds mijn hernia
begonnen is ben ik gewend net enige regelmaat mijn nachtelijke rust te
onderbreken. Dan kan ik niet op bed blijven liggen. Soms is een half uur
genoeg, andermaal heb ik zeker een uur nodig. Dat was in Haarlem, hetzelfde in
Driehuis en niet anders, nu, in Göcek.
De tijden van ontwaken liggen globaal tussen half één en vier uur. Wanneer
ik er vroeg in duik, meestal na een uurtje. Ik ga uit bed, rook er eentje en
drink een glaasje. In Nederland zat ik binnen en was het vrijwel altijd stil.
Zelfs de honden bewogen niet voor me, wanneer ik de kamer in kwam. Nu is het
anders. Twee van die mormels slapen op bed. Geheel tegen onze zin, maar sinds
de reis zijn ze niet meer weg te houden. We hebben het een paar keer
geprobeerd, maar of er is luidkeels protest of de deuren worden beschadigd door
hevig krabben. En honden kunnen behoorlijk drammen... Dus, we hebben ons
opgeofferd.
Ventje ligt aan de buitenzijde, strak tegen mij aan, op schouderhoogte.
Noah bij de benen en aan de binnenzijde. Samen weten ze mij aardig in een
nachtelijke houdgreep te houden. Blijkbaar wil, vooral, Ventje in mij kruipen.
Wanneer ik wakker word lig ik in een onmogelijke houding, half in de spleet
tussen beide matrassen. Wellicht kan ook een gezonde rug dat niet verdragen. Uit
pure ellende trek ik dan maar mijn lange onderbroek en ochtendjas aan en druip
ik af naar beneden. In het begin zat ik gewoon binnen, maar omdat ik binnen
niet meer mag roken slof ik naar de waranda. Van de oorverdovende Hollandse
stilte is hier echter geen sprake. En het leuke, ik geniet er van.
Nu gaat de fabel rond dat hanengekraai het ochtendgloren inluiden. Welnu,
de Turkse hanen hebben geen besef van tijd. Niet lang na middennacht begint het
eerste gekraai. Aan de overkant is een haan. Hij klappert even fors met de
vleugels op iets wat een holle buik lijkt om vervolgens een strot op te zetten,
die tegen de bergen aan echoot. Gevolg is dat buurhaan reageert en binnen de
kortste keren is het een kakofonie van gekraai. In diverse toonaarden en
volumes. Vergelijk het met de violen van een orkest.
Ook het slagwerk is aanwezig; de hond. Even verderop zit een exemplaar die
de ganse tijd door een blaf laat horen. Drie korte blaffen, met een even zo
kort intermezzo, gevolgd door twee snelle blaffen. Eigenlijk triest, want die
hond zal wel in een klein hokje zitten en vooral angst koesteren, in plaats van
de stoere waakhond te spelen. Indien er een, voor mensenoren niet waar te
nemen, onregelmatigheid plaats vindt gaan de andere honden blaffen. Heftig,
hoge tonen, lage tonen, met een snelle maat, of met een rustig tempo. Naast het
viool geluid is er dus ook een volledig slagwerk bezig.
Ook vogels houden zich hier niet aan de regels. Gedurende de nacht fluiten
en kwetteren zij. U kunt wel raden dat hier het koperwerk aan de slag is
gegaan. Wat zij doen is mij onbekend, maar veelal is het een drukte van
jewelste. Vanuit de bossen klinkt de trombone van de uil. Als een roffel een
zachte windvlaag door de bladeren van de bananenplant.
Als een harp beklimmen zwaarbeladen vrachtauto's de grote weg naar Fethiye.
Een steile, bochtige helling. Je hoort ze kruipen, schakelen en per bocht
verandert het geluid tot ze bij de top zijn. Een paar katten strijden
ondertussen luidkeels om hun territorium, waarna Ventje naar buiten stormt met
iets wat hangt tussen hijgen en blaffen.
Uit de sinaasappelboom valt een overrijpe vrucht, als een pauk slag, dof
op de taaie aarde. De egel ritselt, bijna triangel achtig, door het dode
bladerdek. Een brommer scheurt over de weg voorbij, gevolgd (na een intermezzo)
door twee auto's. Beiden met een andere snelheid, ander geluid.
Kortom geen oorverdovende stilte, maar een orkest met een verhaal wat mij
sterk doet denken aan "Peter en de Wolf" van Sergej Prokofjov. Ik mis
alleen wel de warme verhalende stemmen van Mies Bouwman en (volgens mij ook) Willem
Duys (dat is de versie die ik tenminste ken). Ondanks de nachtelijke
onderbrekingen is dit geen straf. En altijd met dezelfde finale: gehoest en
gerochel van mijn kant. Heb ik toch weer twee of drie peuken weg gepaft....
maandag 24 november 2014
in den vreemde: hokjesgeest (22)
In den vreemde: hokjesgeest (22)
De afgelopen dagen hebben we vele male
door het dorp gefietst. In een rustig tempo. Niet door het centrum, maar door
de wijken er om heen. Hier en daar staan groepjes huizen. Veel land ligt braak.
Honden lopen wat heen en weer, kippen scharrelen overal rond en de katten
inspecteren de vuilcontainers op resten eetbaar spul.
Een maand
geleden was ik even in Nederland. Daar heb ik een blog over geschreven. De
perfectie, het snelle en de hokjesgeest. Niets mag in Nederland en alles moet
volgens strakke regels. Ondertussen hebben we het gevoel daar in een vrij land
te leven. Nederland staat bekend om zijn tolerantie, maar nu zie ik hoe
intolerant Nederland eigenlijk is. De
bekrompenheid, die ik telkens na een vakantie signaleer. Normaal slijt dat
binnen enkele dagen, omdat ik dan mijn Hollandse leven weer op pak. De afstand
die ik nu heb, versterkt mijn beeld van het platte land.
In de vier
jaar dat ik in de politiek zat ben ik er druk mee bezig geweest. Aan de ene
kant beschermde ik die hokjesgeest. Aan de andere kant zette ik mij in, zonder
succes dus, wat meer de boel de boel te laten. De lege gaten in IJmuiden kwamen
regelmatig als onderwerp op tafel. Dat kon niet. Lege gaten horen niet. Hier
zijn veel lege gaten. Niet alleen in ons dorp, maar ook in de stad, verderop.
Dat kan. Het onkruid groeit er. Kippen scharrelen. Het geeft een wat
ongedwongen karakter aan het leven. Waarom kan dat niet in Nederland? Het gat
van het oude postkantoor in IJmuiden ziet er niet uit. Nee, dat is een
zandkuil. Maar stort daar aarde en plant er een aantal fruitbomen. Niet in
rijtjes, maar door elkaar. Laat vervolgens de boel de boel een beetje. Laten de
inwoners de rijpe vruchten plukken. Andere lege plekken groeien van zelf wel
vol. Een mooi voorbeeld is de oude spoorlijn van Santpoort naar IJmuiden.
Inmiddels is alles hier alweer gesloopt voor de aanleg van de nieuwe buslijn.
Maar, wat groeide daar wel niet allemaal? Het was een prachtig stukje natuur
geworden. Dat kan je overal in steden en dorpen laten gebeuren. Je maakt
daarmee een land levendiger, maar brengt ook weer wat meer natuur bij de mens.
In mijn jonge
jaren had je nog de boerderij in het dorp. Met koeien zelfs. Dat zie je niet
meer. De kippen en hanen. De laatste is sowieso redelijk verbannen uit de bewoonde
wereld, maar de kippen die gehouden worden hebben niet meer dan een paar
vierkante meter tot hun beschikking. Het liefst met gaas aan alle kanten.
Loslopende en
blaffende honden. Het is uit de boze. Scheve tegels kan je over vallen. Hoe perfect
moet alles? Bovenal hebben we alles afgeschermd. Met hekken en andere symbolen.
Daarmee wordt aangegeven wat niet van jou is, en waar je vooral niet mag komen.
Dan heb ik het niet alleen over de tuin, maar ook buiten de bebouwde kom.
Overal staan hekken, overal zijn regels over wat vooral niet mag. Zelfs in de
duinen en bossen wordt het leven van mens en dier gereguleerd. Dat noemen we
vrijheid in Nederland.
Wanneer ik
hier door het dorp fiets, moet ik wel opletten. Er kan een kuil zijn, of een
put, die ver naar boven uitsteekt. Je kan verkeer hebben, wat tegen het verkeer
in rijdt. Het maakt allemaal niet uit. Je weet het en houdt er rekening mee.
Tuinen hebben
soms een muur, meestal ook niet en soms is de afscheiding zelfs geheel
onduidelijk. De afscheidingen zijn vooral bedoelt tegen inbrekers of zorg te
dragen dat je honden niet zo maar de weg op schieten. Alhoewel de meeste honden
los rond lopen en hun dagelijkse wandeling zelf bepalen. En hondenstront… ik
kom het nauwelijks tegen.
Buiten het
dorp ontbreken alle hekken. Zelfs bij landbouwgronden. Vee wordt deels gehoed
langs de kant van de weg. Soms loopt er een koe op de rijbaan. Je weet dat je
het kan verwachten. Is dat allemaal zo erg? Nee, het geeft zelfs een zekere
charme. Alles wat losser en ongebonden.
Waar ik ook
stop met de auto, bijna overal kan ik de natuur in lopen. Met of zonder
huisdieren. Hier is de natuur van
iedereen en voor iedereen.
Ik hoor de
hersenpan van de Nederlanders al kraken: het
zal wel onhygiënisch zijn, daar in Turkije…. Natuurlijk is men bang voor
vieze handen. Het is niet voor niets dat jonge kinderen steeds meer last
krijgen van allergieën. Nederland is te schoon. En overal waar te voor staat is niet goed. Alleen, dat
begrijpt de Hollander nog onvoldoende. En met de gezondheid zit het hier over
het algemeen best goed. Het is zeker niet slechter gesteld, dan in Nederland. Ook
de gezondheidszorg is prima op orde. Goed, er wordt alleen wel erg veel met
antibiotica gesmeten, maar ik wil ook niet beweren dat het ook maar ergens
perfect is. Het is nergens perfect, maar het kan wel beter. Beter is niet
altijd meer, maar juist anders. Dat is wat je in landen als Turkije ziet. En
niet alleen in Turkije. Ook in diverse Zuid Europese landen zie je (in meer of
mindere mate) wat ik hier boven over het Turkse land beschrijf. Natuurlijk, in
grote steden zal het anders zijn, maar daar buiten… Zelfs in Duitsland heb ik
overal gelopen en ontbraken de hekwerken en verbodsborden. Nee, er is geen land
wat ik ken, wat zo in een hokjesgeest gevangen zit, als Nederland.
Vandaag heb
ik het niet over de regels en regelgeving, maar puur over het land, landschap
en de aarde. De grond. Daar waar je als kind lekker in wil ploeteren om met
modder bij je moeder thuis te komen; mamma,
ik heb heerlijk gespeeld.
Ik geniet van
de Turkse tolerantie en het rommelige leven. Zo kan ik ook in andere landen van
hetzelfde genieten. De hele dag door hoor ik hier hanengekraai. Honden blaffen
hele orkesten naar elkaar. Alleen het geluid van de kerkklokken mis ik hier,
maar ook dat is in Nederland al steeds meer beperkt. Hier doe ik het met vijf
maal daags een bandje van de imam, die oproept tot gebed. Een krakend geluid en
een kras aan het eind; waarschijnlijk zit het “uit” knopje een beetje los.
Labels:
dorp,
hekken,
honden,
hondenpoep,
IJmuiden,
imam,
kippen,
regels,
Santpoort,
scharrelen,
Turkije,
Velsen
vrijdag 21 november 2014
in den vreemde: verblijven (21)
Wanneer je in een ander land bent of
langduriger verblijft is het vaak nodig om een verblijfvergunning te regelen.
Daarnaast moet je wonen. In beide gevallen een interessante kennismaking met de
Turkse riten en denkwijzen. Dat laatste vooral van de rijken trouwens.
Je krijgt een
visum van 180 dagen, maar daar van mag je er maar 90 in het land zijn. Onze 90
dagen zaten er bijna op. Drie dagen voor tijd togen wij naar Fethiye naar de “customs”.
Daarvoor waren wij op weg naar het belastingkantoor. De routebeschrijving gaf
een geheel andere locatie aan, edoch wij vonden het gebouw. Zo ontvingen wij
een belastingnummer. Volgens onze gegevens moesten we vervolgens een
bankrekening openen. Dus wij naar Japie Krediet (Yapikredi). Nee, er moest nóg
een nummer zijn, anders kon er geen rekening geopend worden. We moesten dat
nummer op het politiebureau halen. Op het politiebureau werden wij verwezen
naar “customs”. En ja, aldaar werd ons uitgelegd wat er allemaal nog was aan
formulieren, handtekeningen en andere rotzooi. Eerst echter moesten we naar een
of ander kantoor, naast de grote Migros. Daar waar wij begrepen dat ze ons
hadden uitgelegd zagen we niets. Op zoek naar de andere Migros, die ik wel
wist, en… niks. Terug naar de ”customs”… echter opeens zien we iets met de naam
van de gemeente en verdomd, tussen de bomen verscholen een grote Migros. Met
pijn en moeite kon ik de auto fout parkeren, terwijl Reina zich al in een rij
gevoegd hadden. Bij navraag moesten we de trap op. Niks duidelijk, maar de
ambtenaar die wij hopeloos vastklampten bracht ons naar een stoffig kantoor.
Daar zaten vieren mensen. Thee te leuten en te kletsen. Een der dames gebood
ons nors te zitten en plaatste haar handtekening op een vaag document, waarvan
ik niet eens meer kon herleiden hoe het in ons bezit was gekomen. Nu konden we
terug naar de belastingen en betalen. Dat waren nog eens drie handelingen op
twee etages, waar op de eerste etage (Kat is het Turkse woord voor
verdieping/etage) de eerste meneer (die ons aanvankelijk het belastingnummer gegeven
had) geen idee had wat we kwamen doen, terwijl we bij zijn collega twee meter
verderop moesten zijn. Met de reçu’s terug naar de Customs (die aanhalingstekens
worden me nu te veel). Alles werd doorgenomen, maar: er was een document nodig,
dat konden we downloaden. Er was een document nodig, dat was bij de Muhtar in
ons eigen dorp, en van de ziektekostenverzekering moest er nog iets komen.
Voorts moest het paspoort langs de notaris en officieel worden vertaald… het is dus maar hoe je het verzint.
Met andere
woorden, onze missie in Fethiye zat er voor die dag op en wij keerden
huiswaarts. Aldaar aangekomen vonden we inderdaad het document op internet en
printten het uit. Pasfotootjes er op en netjes (blokletters) invullen. Alle kopietjes
gedraaid en nu op zoek naar de Muhtar (de vertaling in het Nederlands is ook alleraardigst:
Baljuw… echt uit een vorig tijdperk dus). Via drie deuren werd mij iets gewezen
wat om 1 uur weer open ging. Ik effe na die tijd naar het pand. Nee, niet hier,
maar achter. Ik werd geleid naar een kleine ruimte, een mix tussen en bijna
leeg kantoor en een niet lopende kapperszaak. Een ietwat sullige man, met een fabriek
gebreide muts op bleek de Muhtar. Mijn spullen halen en jawel. Met enige
tegenzin (hij was immers druk verwikkeld in een spel domino) deed hij tien
minuutjes druk voor mij. Een papiertje en een hoop stempels en met de Pritt
stift plakte hij de pasfoto’s er op. 10 Lira en alles was voor mij.
Allee de
Noter (notaris) nog. Dat was alleen in Fethiye. Een klus voor de volgende dag.
En dat ging heel soepeltjes. Ik parkeerde de auto nog geen vijftig meter van de deur vandaag. Een schimmige trap leidde
ons naar een al even schimmig kantoor. Prima, we waren goed. Maar, de vertaler
moest komen. Die was er overigens binnen tien minuten. Een vertaler Nederlands…
nee, nu ben ik te optimistisch. Een Turk, die goed Engels sprak en vele paspoorten
vertaalde. Ik heb hem vijf keer bij die vertaling moeten helpen. De nodige
stempels erop en vol vertrouwen naar de Customs. Terecht, er was nog maar een
missertje. De gedownloade formulieren moesten getypt. Schuin tegen over was een
winkel, daar deden ze het… De derde winkel was inderdaad raak. Aan de
buitenkant zag ik niets over vertalingen en documenten, maar wel alles over
boten, verkoop, verhuur en dergelijke. Maar deze meneer was zo vrij mij een
stoel aan te bieden en begon te typen. Vingertje voor vingertje. Om die reden
is de prijs, denk ik opgelopen tot 30 lira. Bijna 200 voor de notaris, 30 voor
de typgeit, 10 aan de Muhtar, 460 belastingen… zou het nu in orde zijn?
JA! De
aanvraag was in orde. Overigens een dag later had Reina het land uit gemoeten. Alhoewel
dat niet hoefde, omdat we de 17e de aanvraag officieel gestart
waren. Dan heb je alleen daarvoor al tien dagen de tijd (dus had Reina zeven
dagen kunnen winnen). En nu… wachten. Het duurt een dag of veertig en dan
schijnt er een pakketje per post te komen met de officiële verblijfpapieren
voor het komende jaar.
In ieder
geval kennen we Fethiye inmiddels behoorlijk goed, weten we bijna van alles wat
we waar vinden, zijn we flink wat lira’s lichter inzake de bizarre vormen van
bureaucratie en zijn we toch weer twee dagen van de straat geweest.
Tja en wat
doe je dan? Waar we nu wonen zijn we niet echt tevreden. Veel herrie (stof is
slecht voor de longen van Reina), een toch wel donker huis. Dus je gaat je wat oriënteren.
Meer is het niet, want we kunnen ons financieel niet echt veel permitteren. En
al zoekend valt op dat er veel leeg staat hier. Langs de grote weg zagen we een
leuke woning. Niet zo heel groot, wel met zwembad en de herrie was te behappen.
De eigenaar is een Turk, woonachtig in Istanbul. Dan moet je eigenlijk al op je
tellen gaan passen. Inderdaad: 1500 euro per maand. Dat huis stond vanaf de
bouw al leeg (minimaal vier jaar), in het zwembad groeiden de draad algen… en
met een stalen smoel vraagt ie prijzen, waar je in de Randstand nog een forse
villa voor moet aanbieden. En zo hebben we meer ervaringen me huizen en Turken.
Ze vangen graag het onderste uit de kan, of helemaal niks. Huizen staan lang
leeg, soms worden ze zomers verhuurd (overigens voor forse bedragen), anderen
blijven leeg. Maar 10 weken vakantie leveren meer geld op dan een jaar
reguliere verhuren. Dan maar geen geld. Dat interesseert die gasten toch niks. Ze
wonen chique in Istanbul, bulken van het geld en verder interesseert het ze
geen ene bal. Die vreemde woningmarkt staat in schril contrast me de
bureaucratie, zoals wij die in Fethiye tegen kwamen. Een ding is inmiddels
duidelijk; generaliseren is in Turkije onbegonnen. Gelukkig maar. De huizen
staan overal, maar wij hebben een dak boven ons hoofd. Verder zie we het wel….
in den vreemde; het dagelijkse leven (20)
De bomen blijven
veelal groen. Zelfs op slechte dagen schijnt de zon wel even. Overdag de
temperatuur van een gemiddelde Nederlandse zomerdag, maar in de avond geurt het
dorp naar hout, wat men in de houtkachels en openhaarden verstookt, omdat het
frisjes is. In de verte toornt een hoge bergtop boven het landschap uit. Vanaf
de boulevard met palmen zie ik hoe de top zich in sneeuw gehuld heeft.
In de ochtend warmt het landschap op. Auto's rijden af en aan. Kinderen
lopen of fietsen naar school. In zekere zin is er sprake van een schooluniform.
Meisjes dragen geruite rokken, grijs met een rode inslag. Op de middelbare
school alleen grijs. Moslimmeisjes, die het geloof openlijk aanhangen, mogen
langere rokken dragen. Langzaam komt het dorp tot leven. Toch is het dorp
anders. Soms zelfs doodstil op de winkelstraat, alwaar men in hun winkeltje zit
te wachten op de klandizie, die maar niet wil komen. Veel terrassen zijn
afgesloten, het meubilair binnen opgeslagen. Ook van het grote aantal
supermarktjes is een deel gesloten en verlaten. Op een enkele (veelal Engelse)
toerist na geen buitenlanders meer. Voor een paar euro inkomsten houdt de een
moedig het winkeltje open, terwijl anderen voor ruim drie maanden gesloten
zijn.
De dagen zijn korter. Even zes uur begint het licht over het land te
vallen, maar om half zes is het donker. De zon warmt de wereld op. In de zon
zitten is zelfs een warme bezigheid. Desondanks ligt het dorp er meestal wat
verlaten bij.
In de ochtend de vaste rituelen en kopjes koffie. Afhankelijk van het weer
is het boodschapjes doen, in het kantoor internetten, of thuis vegen. Iedere
dag veeg je het huis en dweil je de stenen vloeren. Voor twintig euro hebben we
een kleed gekocht. Geeft iets warmte op de kille tegels. Wanneer we erg vroeg
op zijn ontsteken we de kachel. Een grote gasfles met omhulsel. Toch geeft het
een aangename warmte en gezelligheid. Na de koffie is het soms tekenen, soms de
afwas, of was. Er is altijd wel iets te doen. Alles in een gestaag tempo. Soms
rijden we naar Fethiye. Om door de stad te lopen, naar het ziekenhuis te gaan,
dan wel een verblijfsvergunning regelen. Dan rijden we de stad af. Vooral veel
zoeken en wanneer we niet zoeken is het wachten.
Thuis zit ik veel te tekenen. Dan ben ik lekker bezig. Wanneer het droog is
(en de zon schijnt) zit ik op het terras. Bij regen, of kil weer, teken ik aan
de zelfgemaakte tafel. Het ritme van de dag is niet spectaculair. Soms komt er
iemand langs. Over het algemeen is het rustig en zien we niet zo veel mensen.
Haast lijkt hier niet te bestaan. Naast het terras staan een sinaasappelboom en
twee mandarijnenstruiken. Dagelijks eten we mandarijnen. Massa's. Straks zijn
de sinaasappels aan de beurt. Het land brengt veel gezondheid met zich mee;
overal groeit fruit. Zo voor het pakken.
Tegen de avond doe ik weer (of voor het eerst) een boodschap. Dan trekken
we ons binnen terug. Maken het gezellig, nemen een bakje chips en een biertje
dan wel Cola. Zachtjes speelt er een muziekje. Na het voeren van de dieren even
languit op de bank. Iets wat ik hier wel mis; een goede bank. Wat we nu hebben
zijn drie losse elementen. Nee, echt lekker zitten we niet. Het is allemaal wat
Spartaans.
Wat later wordt er gekookt. Met goedkope middelen toveren we de lekkerste
happen. Soms eten we vroeg, soms later. Wel tot tien uur. Daarna ben ik meestal
alleen beneden. Via de laptop kijken we een filmpje, of ik teken. Soms lees ik.
De avond brengt mij meestal stuiptrekkingen. In armen en benen. Nu het
vochtiger is wat meer. Het kan ook aan mijn gewicht liggen. Vorig jaar rond
deze tijd woog ik 84 kilo. Nu 74. Ik weet niet of ik er blij mee ben. Het is
vooral vervelend, die pijn en de stuiptrekking achtige bewegingen om de pijn te
drukken.
Soms doe ik 's avonds de afwas. Afwassen is hier helemaal niet erg. Vegen
zie ik ook niet als een noodzakelijk kwaad. Ik doe het graag. Evenals het doen
van de was. Bovendien hebben we geen televisie. Er is geen nood het acht uur
journaal niet te kunnen zien. Al voor de
afwisseling is het lekker soms een DVD te draaien. En bijna iedere avond doe ik
mijn "bomgordel" (elektrische rugverwarming) om. Voordat ik kan
slapen duurt het even. Meestal word ik na een uur weer wakker. Mijn hernia
speelt dan op. Dat is nu meer. Wellicht doordat het niet alleen af koelt, maar
ook vochtig is. Daar reageert mijn lijf op.
Heel anders is het leven als in Nederland eigenlijk niet, en toch ook wel
weer. Het ritme is anders, maar er begint ritme in te komen. Wat dat betreft
ben ik blij hier te zitten. Het ontstressen bevalt me. Dan nog kom ik tijd te
kort. De dagen slijten voorbij. Tekenen lukt aardig, maar schilderen kost mij
nog moeite. Alles is nogal basic. Soms denk ik aan de tijd dat ik het ouderlijk
huis verliet. Ook toen begon ik met wat oude spullen. Hier is alles zelfgemaakt
of erg simpel. Toch heeft dat iets en ik
kan er aan wennen. Weer vanaf een begin op bouwen. Nogmaals, een terug naar vroeger.
Zelfs mijn gewicht. Nu dus tien kilo lichter. Van mijn pubertijd tot even mijn
veertigste woog ik 70 kilo. Alleen die
pijn iedere keer. Daar word ik Gallisch van. Mijn armen en benen zijn niet meer
.
Ondanks het rustiger leven baal ik van de last van mijn rug. Verder gaat
alles z'n gangetje. Ik denk nauwelijks aan Nederland. Wel aan de mensen daar.
Dan weer rijden we door het dorp, loerend naar huizen. Kijken we we goedkoop
iets beters kunnen vinden. Wie weet gaat het lukken. Heel veel maakt het niet
uit. Nee, dat is geen ontevredenheid hoor. Dat is omdat ik eigenlijk wel lekker
leef. Niet opzienbarend. Maar was het leven in Nederland dat wel? Feitelijk ook
niet. De omgeving en het klimaat zijn wat anders. Alles gaat rustig en lijkt
meer ontspannen. Nu langzaam kijken of we het Spartaanse iets kunnen
verminderen. Dat weer maakt het leven wat makkelijker. Het enige waar ik nog
echt aan moet werken is mijn Turks. Ook dat zal er wel van komen... Op z'n
tijd. Ik neem die tijd gewoon. Ik denk
aan het programma: ik vertrek. Ik ben vertrokken, maar met andere ambities.
Niet te hoog en realistisch. Tot nu toe komt dat toch redelijk uit. De donkere
dagen voor Kerst zijn nu de zonnige dagen en de mandarijnenoogst. Prima toch....
Labels:
afgevallen,
afvallen,
afwas,
bomgordel,
DVD,
Fethiye,
film,
ik vertrek,
Kerst,
mandarijnen,
sneeuw,
sneeuwtop,
Spartaans,
toeris,
Turkije,
vegen
Abonneren op:
Posts (Atom)
