Posts tonen met het label Istanbul. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Istanbul. Alle posts tonen

zondag 8 januari 2017

Kunst... onverkoopbaar?

Eigenlijk voel ik mij heel  vereerd. Eigenlijk voel ik mij erg teleurgesteld. De wereld zit raar in elkaar. Ik kan dit jaar exposeren in Istanbul en New York. Althans daar ben ik voor uitgenodigd. Echt een hele eer. Toch, ook speelt er enige waanzin mee. Voor de ene expo moet ik 900 neertellen, de andere 5000 euro. Eigenlijk dus ook heel ziek. Die ene expositie gaat me, met alles erbij, zeker 2000 euro kosten, die andere waarschijnlijk tegen de tienduizend euro.  Vorig jaar heb ik voor nog geen 1000 euro werk verkocht. Hoe moet je in hemelsnaam binnendringen inde wereld van de Kunst, ateliers en galeries?
Met mijn exposities in Haarlem en Nederland gaat het over te overziene bedragen. Maar je verkoopt ook weinig. Is er garantie in Istanbul en New York veel te verkopen? Neen… Het is een soort kip en ei verhaal.
Blijkbaar wordt mijn werk gewaardeerd. Ik wil ook verkopen. Graag zelfs, maar ben ook van mening dat Kunst bereikbaar moet zijn. Geen schilderij heeft bij mij ooit meer dan duizend euro gekost. Ga ik in zee met Istanbul en New York, moeten mijn prijzen wel ruim boven de duizend euro uitkomen, alleen al om te hopen de kosten eruit te krijgen. Is dat de reden dat zo veel (goede) kunstenaars moeten sappelen? Hoe doen die anderen het, die wel telkens overal exposeren. Goed, je kan “verkoopbaar” werk maken.  Mijn schilderijen zijn zeer “eigen”. Dat wil niet iedereen aan de wand. Maar goed, Dali, Margrite, Delveaux en meer van die jongens zijn ook ergens begonnen. Dat wilde men eerst ook niet aan de wand, maar is nu wereldberoemd en schaars goed geworden. Moet ik crowd funding organiseren, om zo de eerste stappen te zetten? Ik weet het werkelijk niet, maar begrijp steeds beter hoe het komt dat veel kunstenaars als arme sloebers door het leven kruipen. Het zijn keuzes, maar ook mogelijkheden. En soms heb je de keuze niet om de mogelijkheid te pakken. Het leven zit maar raar in elkaar.
Waarom kopen de rijken wel kunst en dan ook nog voor hoge prijzen via dure galeries, maar koopt de “gewone” man nauwelijks kunst, zelfs niet voor schappelijke prijzen. Een kunstenaar kan geen werk maken op basis van een uurtarief. Dan moet mijn werk wel ruim boven de duizend euro uitkomen. Niet reëel.
Soms kom ik, in Nederland, prijzen tegen van werk waar ik bijna schaamte van krijg. Hoge prijzen en soms matig werk, of werk met een hoog ambachtelijk gehalte, maar weinig Kunst in zich. En dan lees je soms ook nog dat dit werk verkocht wordt. De wereld is eigenlijk absurd. Een voetballer, die een beetje goed speelt verdient kapitalen. Een musicus kan er goed aan verdienen, een presentator kan ruim leven. Kijk maar die Chiel. Een agent, die een zwaar beroep heeft en constant risico’s loop moet het doen met een schamper salaris. Een filmartiest verdient soms goud geld, maar een theater acteur heeft het krap en moet zich een slag in de rondte werken om het nog een beetje goed te hebben. Allemaal heel oneerlijk, Ik begrijp deze verschillen, deze oneerlijkheid nog steeds niet. En ik ben al zestig…

Voor mij de grote vraag: hoe kom ik in hemelsnaam een stapje verder? Ik weet het werkelijk niet en bij tijd en wijle heb ik behoefte mijn penselen weg te smijten. Ik doe dat niet, want primair schilder ik, omdat ik wil schilderen. Omdat ik, van mijzelf, moet schilderen. Maar het begint een beetje een trechter te worden. Een cirkel misschien. Ik sta op het punt uit te gaan vinden die cirkel te doorbreken. Ik heb alleen nog geen idee hoe. Misschien word ik pas beroemd na mijn dood. Dan is er een troost; ik heb het dan net iets beter gedaan dan Vincent van Gogh….

zaterdag 2 januari 2016

In den vreemde; kou (58)

De laatste keer was in Haarlem Zuid, waar ik in een tussenwoning woonde. De leidingen liepen langs de (niet geïsoleerde) buitenmuur. En ja hoor, bij een matige vorst geen water in de badkamer. Gelukkig kon ik het een en ander snel en effectief isoleren. Ook destijds dat ik nog in de Leidsestraat woonde heb ik een enkele keer bevroren waterleidingen gekend. Daarvoor heb ik dat voor handen gehad, toen ik nog klein was en bij mijn ouders woonde. De tijd dat de bloemen op de ramen stonden, bij flinke vorst. Al snel was dat voorbij, omdat wij al vroeg centrale verwarming hadden. Nog ruim voor mijn tiende.

En dan nu weer. Niet in Nederland, maar hier in Turkije. Sterker, het is op dit moment flink kouder dan in Nederland. Desondanks kan je, met een jas aan, overdag goed van de zon genieten. Vanmorgen moest onze hond, Noah, verzorgd worden. Helaas, er was geen water. Dus ik naar de pomp, maar kreeg de handel niet om. Dan zag ik het pannetje met ijs. Bevroren. Het water was bevroren en de zon scheen nog niet op de leiding. Wanneer je een leiding bovengronds ziet, denk je niet snel aan vorst. Dat het hier iets kouder is, in de winter, dan in Göcek was ons bekend. Vorig jaar hebben we twee keer hele lichte nachtvorst gehad. Afgelopen nacht was het hier -4. Voor vannacht wordt zelfs -8 verwacht. Daarna gaat de temperatuur weer omhoog. Wellicht hebben we dan onze echte koude voor deze winter dan gehad. Toch kan het nog een of twee keer een korte periode voor komen.

Met noppenfolie heb ik de leidingen nu ingepakt. Vannacht laat ik het water heel licht stromen. Dan moet het weer goed komen. Grappig, dat het in Nederland nu warmer is. In Istanbul ligt sinds enkele dagen zelfs een pak sneeuw, wat voor deze stad overigens niet ongewoon is. Hier aan de Zuidkust vriest het dus ook, alhoewel het dus wel sporadisch én kort is. Dit neemt niet weg, dat ik ook diverse planten ingepakt heb met noppenfolie. Planten, die ik in Nederland binnen liet overwinteren. Dat moet goed gaan, alhoewel het voorjaar wel zal tonen wat wel en niet goed gaat.



Behalve de vorst en bevroren leidingen merk je de koude hier ook op andere manieren. De zon gaat tegen half vier achter de berg en in snel tempo voel je het afkoelen. Vanmiddag kwam ik uit Göcek en thuis was de zon al weg, het verschil is dan uitermate duidelijk. Vooral ook, omdat ik "beneden" de hele tijd in de zon verbleef. Zo rond vier uur gaat meestal de open haard aan. Vandaag hebben we een haard de gehele dag aan gehad. Het is koud en we moeten hard werken om het behaaglijk te krijgen. Het lukt. Zeker van belang is dat huis ons uitermate bevalt. Het vorige huis was een kil huis en hadden wij het zelden gerieflijk. Hier is het koeler, het huis is ook koud, maar we hebben het behaaglijk. Een belangrijk verschil, maar dat neemt niet weg, dat wij ook hier leven met de elementen. De vanzelfsprekendheid, zoals wij die uit Nederland kennen, gaat hier niet op. De regelmatige stroomuitvallen bijvoorbeeld. Onze elektrische verwarming valt dan uit. Dat heeft een direct effect op de temperatuur. Ook daar moet je dus goed op inspelen. En dat lukt gelukkig. Ook vind ik het eigenlijk wel leuk. Toch is het soms ook zwaar. Van de 2 ton hout, die 26 november is afgeleverd is al meer dan de helft op. Wat wil je met twee haarden, die de basisverwarming vormen? Maar dat is op zich het op zich het punt niet. Nee, al dat hout moet versjouwd worden. Niet een keer, maar in ieder geval drie keer. Iedere dag nu zware emmers, van de kelder naar de keuken, of de salon. Soms voel ik mij te moe, alhoewel ik het soms ook heerlijk vind fysiek even actief te zijn.

Het meest bijzondere is dat wij het hier nu kouder hebben, dan in Nederland. Twee, drie, dagen per jaar; okay. Meer moet het niet worden. Dat zal ook wel niet. De winters in Nederland zijn hoe dan ook veel killer. Killer en langer. Het grootste verschil is echter het aantal zonuren. Gaat in Nederland de zon nog heel vroeg onder en komt ie laat op, hier is de zon minstens drie uur langer boven de kin. Dat alleen al voelt goed. Daarbij  schijnt de zon ook nu veel vaker dan in Nederland. Zo hebben wij al maanden geen dag gehad, dat er helemaal geen zin te zien was. Ondanks de milde winter kent Nederland nu al weer heel wat sombere dagen.

Ja, de kou managen wij wel, maar toch mag het snel weer wat meer Mediterraan worden.

zaterdag 7 maart 2015

In den vreemde: metamorfose van een land (31)

Een week of drie geleden begon het al een beetje. Wat meer mensen in het dorp, wat meer activiteit. Nu lijkt de bom gebarsten. Göcek leeft opeens weer. De afgelopen twee weken wordt er stevig aan de winkels en horecagelegenheden getimmerd, de laatste week nog meer, en nu is iedereen bezig. Behalve de mannen in het theehuis, die blijven het hele jaar domino en backgammon spelen. Het is nu 7 maart, volop zon, en dik in de twintig graden. Maar morgen kan het weer 15 graden zijn, en bewolkt. Toch is iedereen druk.

Afhankelijk van het weer (sluit dus uitstekend aan op mijn vorige blog) gaat men weer open; over een week of twee, of rond Pasen. In april begint het seizoen weer en iedereen is naargeestig in de weer alles op tijd in orde te krijgen.

Bij restaurant Dörsun worden nieuwe muurtjes om de boomwortels gemetseld, de tafels gerepareerd. Blue Monkey heeft aan de kant van de winkelstraat een nieuwe bar, speciaal voor een snelle döner hap, en op het plein achter de moskee(aan de havenkant) is sinds twee dagen een nieuwe tent open. Nu start ieder jaar op die hoek een nieuwe toko, maar ik moet zeggen, dit keer ziet het er aantrekkelijk uit. Alleen lijken de gasten due er werken allemaal regelrechte maffiacontacten te hebben. Iets wat inderdaad ook heel goed mogelijk is. De souvenirwinkel heeft na vele jaren de voorpui vernieuwd en ga zo maar door. In enkele weken krijgt het dorp een nieuw elan. Zo gaat het al jaren, en zo is het van een lieflijk klein vissersdorp het huidige (toch nog zeer aantrekkelijke) toeristenoord geworden. En zo zal het verder gaan. Vorig jaar gingen er grote eucalyptusbomen tegen de vlakte voor een nieuw hotel. Afgelopen najaar is weer een sinaasappelgaard gerooid. Daar gaapt nu een groot gat en schijnt er ook weer een hotel te komen. Andere hotels staan het grootste deel van het jaar leeg, of zijn al helemaal vervallen, maar er worden gewoon weer nieuwe gebouwd. En steeds "moderner", wat niet echt bevorderlijk is voor het aanzien van het dorp. Dus nóg een reden vanaf de zomermaanden vooral in Gökçeavacık te verblijven.



Naast alle bouw activiteiten en het opknappen van winkels en horeca (Natural heeft een nieuwe keuken gebouwd) leeft het land ook in andere opzichten weer op. De mensen ruimen de tuinen op, orde en, snoeien en verplaatsen. En opeens zijn die mensen er ook weer. Sommige heb ik maanden niet gezien en zitten er nu weer bij, net als de laatste dag voor ze vertrokken. Wel leuk, want de reacties zijn sympathiek. Als buitenlander ben ik er, nadat zij een tijdje weggeweest zijn. Meestal is dat juist omgekeerd. Wat dat betreft zijn het vooral de Turkse bewoners die zich hier weer installeren. Een enkele buitenlander is wel al weer terug, maar de meesten komen ook pas weer in april, of later. En de mensen uit Istanbul (de rijken) zitten van de zomer misschien een paar weken in hun kapitale villa's. Hier zal ook dit jaar, ondanks alle reuring, weer veel leeg blijven dit jaar. Maar goed, inmiddels vind ik het alweer druk zat. Er is weer gezelligheid en leven in de brouwerij. Morgen komt Aziz eten, voor hij naar Moskou gaat, voor de botenbeurs aldaar. Dan is alle familie elders, en wij hier omgekeerde wereld. Wel grappig.

Het aangeharkte gras, verwijderde plakkaten plastic, steen en rondslingerend hout. Alles wordt opgeruimd. Ik vraag mij met dezelfde snelheid af hoe lang dat zo blijft, want ik ken Turkije niet zo netjes en opgeruimd als het nu is.

Ondertussen komt ook de natuur weer echt tot leven. Vanmorgen zag ik de schildpad de weg oversteken. Omdat ie niet op het wegdelen scheidende talud verscheen heb ik hem maar even over gezegd. Nog zwaar zo'n schildpad (formaat A4tje, en dan twee pakken van 500 vel dik). De bomen lopen uit. De appelboom bloeit volop, evenals de hazelnoot en vele andere fruitdragende loofbomen. De citrusvruchten ontdoen zich van de laatste, niet geconsumeerde, vruchten en alles maakt nieuw blad aan. In de bergen uitgebreide velden met bloeiende madeliefjes en ook kwamen we weiden tegen met een schitterende orchidee. Zelfs hier en daar velden met bloeiend koolzaad. Al vraag ik mij af of dat hier onkruid is, of men de waarde van de plant kent, want erg verzorgd zagen die velden er niet uit.

De snelheid waarmee de natuur zich hier ontwikkeld is ongekend voor ons Hollanders.  Waar wij een hele lente voor nodig hebben, vindt hier plaats in een aantal weken (tenminste als de natuur zich in dit tempo voortjakkert).



7 maart, ik zit met ontbloot bovenlijf. De borst nog wat wit, maar de armen al redelijk op kleur (met langzame overloop). Niet alleen omdat mijn sandalen het begeven hebben loop ik alweer op slippers. Zelfs de korte broek kan alweer gedragen worden. Alleen lijkt het zwemwater mij nog wat te koud, alhoewel een duik in de zee nog wel eens mee kan vallen. Nee, de zwembaden zijn nog niet op temperatuur of worden nog schoongemaakt en gerepareerd.



De metamorfose van het Turkse land. Nooit gedacht dat zo intensief mee te maken. Een jaar geleden niet eens gedacht dit überhaupt mee te maken. Maar, het voelt geweldig. Juist door het gevoel dat de winter hier relatief ook lang duurt (toch al bijna drie maanden wisselend weer, soms regen en een enkele echt koude dag) breekt alles zo geweldig open. Ook besef je dan, hoe snel je went aan je omgeving. Voor Nederlandse normen zijn we hier van een zachte herfst rechtstreeks over gegaan naar de frisse lente. Maar, nu wij hier zitten spreken wij de eerste keer al gelijk over winter...

vrijdag 21 november 2014

in den vreemde: verblijven (21)

Wanneer je in een ander land bent of langduriger verblijft is het vaak nodig om een verblijfvergunning te regelen. Daarnaast moet je wonen. In beide gevallen een interessante kennismaking met de Turkse riten en denkwijzen. Dat laatste vooral van de rijken trouwens.

Je krijgt een visum van 180 dagen, maar daar van mag je er maar 90 in het land zijn. Onze 90 dagen zaten er bijna op. Drie dagen voor tijd togen wij naar Fethiye naar de “customs”. Daarvoor waren wij op weg naar het belastingkantoor. De routebeschrijving gaf een geheel andere locatie aan, edoch wij vonden het gebouw. Zo ontvingen wij een belastingnummer. Volgens onze gegevens moesten we vervolgens een bankrekening openen. Dus wij naar Japie Krediet (Yapikredi). Nee, er moest nóg een nummer zijn, anders kon er geen rekening geopend worden. We moesten dat nummer op het politiebureau halen. Op het politiebureau werden wij verwezen naar “customs”. En ja, aldaar werd ons uitgelegd wat er allemaal nog was aan formulieren, handtekeningen en andere rotzooi. Eerst echter moesten we naar een of ander kantoor, naast de grote Migros. Daar waar wij begrepen dat ze ons hadden uitgelegd zagen we niets. Op zoek naar de andere Migros, die ik wel wist, en… niks. Terug naar de ”customs”… echter opeens zien we iets met de naam van de gemeente en verdomd, tussen de bomen verscholen een grote Migros. Met pijn en moeite kon ik de auto fout parkeren, terwijl Reina zich al in een rij gevoegd hadden. Bij navraag moesten we de trap op. Niks duidelijk, maar de ambtenaar die wij hopeloos vastklampten bracht ons naar een stoffig kantoor. Daar zaten vieren mensen. Thee te leuten en te kletsen. Een der dames gebood ons nors te zitten en plaatste haar handtekening op een vaag document, waarvan ik niet eens meer kon herleiden hoe het in ons bezit was gekomen. Nu konden we terug naar de belastingen en betalen. Dat waren nog eens drie handelingen op twee etages, waar op de eerste etage (Kat is het Turkse woord voor verdieping/etage) de eerste meneer (die ons aanvankelijk het belastingnummer gegeven had) geen idee had wat we kwamen doen, terwijl we bij zijn collega twee meter verderop moesten zijn. Met de reçu’s terug naar de Customs (die aanhalingstekens worden me nu te veel). Alles werd doorgenomen, maar: er was een document nodig, dat konden we downloaden. Er was een document nodig, dat was bij de Muhtar in ons eigen dorp, en van de ziektekostenverzekering moest er nog iets komen. Voorts moest het paspoort langs de notaris en officieel worden vertaald…  het is dus maar hoe je het verzint.
Met andere woorden, onze missie in Fethiye zat er voor die dag op en wij keerden huiswaarts. Aldaar aangekomen vonden we inderdaad het document op internet en printten het uit. Pasfotootjes er op en netjes (blokletters) invullen. Alle kopietjes gedraaid en nu op zoek naar de Muhtar (de vertaling in het Nederlands is ook alleraardigst: Baljuw… echt uit een vorig tijdperk dus). Via drie deuren werd mij iets gewezen wat om 1 uur weer open ging. Ik effe na die tijd naar het pand. Nee, niet hier, maar achter. Ik werd geleid naar een kleine ruimte, een mix tussen en bijna leeg kantoor en een niet lopende kapperszaak. Een ietwat sullige man, met een fabriek gebreide muts op bleek de Muhtar. Mijn spullen halen en jawel. Met enige tegenzin (hij was immers druk verwikkeld in een spel domino) deed hij tien minuutjes druk voor mij. Een papiertje en een hoop stempels en met de Pritt stift plakte hij de pasfoto’s er op. 10 Lira en alles was voor mij.

Allee de Noter (notaris) nog. Dat was alleen in Fethiye. Een klus voor de volgende dag. En dat ging heel soepeltjes. Ik parkeerde de auto nog geen vijftig meter  van de deur vandaag. Een schimmige trap leidde ons naar een al even schimmig kantoor. Prima, we waren goed. Maar, de vertaler moest komen. Die was er overigens binnen tien minuten. Een vertaler Nederlands… nee, nu ben ik te optimistisch. Een Turk, die goed Engels sprak en vele paspoorten vertaalde. Ik heb hem vijf keer bij die vertaling moeten helpen. De nodige stempels erop en vol vertrouwen naar de Customs. Terecht, er was nog maar een missertje. De gedownloade formulieren moesten getypt. Schuin tegen over was een winkel, daar deden ze het… De derde winkel was inderdaad raak. Aan de buitenkant zag ik niets over vertalingen en documenten, maar wel alles over boten, verkoop, verhuur en dergelijke. Maar deze meneer was zo vrij mij een stoel aan te bieden en begon te typen. Vingertje voor vingertje. Om die reden is de prijs, denk ik opgelopen tot 30 lira. Bijna 200 voor de notaris, 30 voor de typgeit, 10 aan de Muhtar, 460 belastingen… zou het nu in orde zijn?

JA! De aanvraag was in orde. Overigens een dag later had Reina het land uit gemoeten. Alhoewel dat niet hoefde, omdat we de 17e de aanvraag officieel gestart waren. Dan heb je alleen daarvoor al tien dagen de tijd (dus had Reina zeven dagen kunnen winnen). En nu… wachten. Het duurt een dag of veertig en dan schijnt er een pakketje per post te komen met de officiële verblijfpapieren voor het komende jaar.
In ieder geval kennen we Fethiye inmiddels behoorlijk goed, weten we bijna van alles wat we waar vinden, zijn we flink wat lira’s lichter inzake de bizarre vormen van bureaucratie en zijn we toch weer twee dagen van de straat geweest.

Tja en wat doe je dan? Waar we nu wonen zijn we niet echt tevreden. Veel herrie (stof is slecht voor de longen van Reina), een toch wel donker huis. Dus je gaat je wat oriënteren. Meer is het niet, want we kunnen ons financieel niet echt veel permitteren. En al zoekend valt op dat er veel leeg staat hier. Langs de grote weg zagen we een leuke woning. Niet zo heel groot, wel met zwembad en de herrie was te behappen. De eigenaar is een Turk, woonachtig in Istanbul. Dan moet je eigenlijk al op je tellen gaan passen. Inderdaad: 1500 euro per maand. Dat huis stond vanaf de bouw al leeg (minimaal vier jaar), in het zwembad groeiden de draad algen… en met een stalen smoel vraagt ie prijzen, waar je in de Randstand nog een forse villa voor moet aanbieden. En zo hebben we meer ervaringen me huizen en Turken. Ze vangen graag het onderste uit de kan, of helemaal niks. Huizen staan lang leeg, soms worden ze zomers verhuurd (overigens voor forse bedragen), anderen blijven leeg. Maar 10 weken vakantie leveren meer geld op dan een jaar reguliere verhuren. Dan maar geen geld. Dat interesseert die gasten toch niks. Ze wonen chique in Istanbul, bulken van het geld en verder interesseert het ze geen ene bal. Die vreemde woningmarkt staat in schril contrast me de bureaucratie, zoals wij die in Fethiye tegen kwamen. Een ding is inmiddels duidelijk; generaliseren is in Turkije onbegonnen. Gelukkig maar. De huizen staan overal, maar wij hebben een dak boven ons hoofd. Verder zie we het wel….