dinsdag 31 juli 2012

Ben aan vakantie toe

Het beklemt mij weer eens. Het land, de drukte, de noodzakelijke dingen… alles eigenlijk. Niet dat ik niet geniet, maar ik kom niet tot rust en begin behoorlijk moe te worden. Ik ben toe aan vakantie.

Maar wat is vakantie eigenlijk? Voor een ieder is dat weer anders. Ik kan alleen voor mijzelf spreken. Een ding is duidelijk: vakantie betekent nieuwe prikkels, nieuwe impulsen en het dagelijkse leven even vergeten. Alle gevoelens van plicht en druk van mij af gooien. Een periode van ontspanning, impulsiviteit en open staan voor het nieuwe, het andere.
relaxed winkelen

Vakantie vieren met allemaal vrienden is voor mij toch nooit echt vakantie. Vrienden refereren aan thuis. Vakantie met vrienden betekent vaak lamlendigheid. Met elkaar rekening houden, op elkaar wachten en discussies voeren, zonder dat je hier een doel mee hebt, behalve dan welke activiteit je wel of niet met elkaar wilt gaan doen.
Rust. Mijn eigen tijd indelen. Boeken lezen, rommelen, ontspannen. Hoe rustig je het ook doet in je eigen omgeving, zolang je in je bekende omgeving bent betekent dit druk. Je moet altijd van alles, mensen doen een beroep op je, en de dagelijkse gang van zaken blijft zich opdringen. Ik kan mij daar alleen aan onttrekken wanneer ik er even helemaal uit ben.
heerlijk door een oerwoud slenteren

Dan heb ik niet de noodzaak een wekker te zetten. Hier kan ik dat niet; die wekker moet ik gewoon altijd zetten. Dan heb ik geen noodzaak allerlei dingen te doen. Hier kan ik dat niet; mijn dag moet een invulling hebben. Even dit regelen, dat doen. Tijd vliegt en de indrukken zijn bekend. Met vakantie doe je nieuwe indrukken op. Dagen lijken langer te duren. Je doet dingen, die je normaal niet doet. Ik smacht er naar.
Natuurlijk, lekker weer is voor mij ook van belang. Mijn voorkeur ligt dan ook in het Mediterrane, of nog liever in de tropen. Warmte… niet bezig te hoeven zijn met het weer, of welke broek nu weer aan moet.
Het gekke is dat ik op vakantie ook altijd actief wordt… Of beter gezegd: nog actiever. Mijn tempo daalt, maar ik doe meer. Rustig aan. En hoe warmer, hoe meer ik onderneem. Het gekke is, dat het mij meer ontspant, dan wanneer ik thuis druk bezig ben.
eten kopen op de Turkse markt

Gelukkig, nog ruim twee weken. Dan mag ik er weer even uit. Naar mijn schoonzus en zwager in Turkije. In een huis, op de berg, buiten het dorp. Rust. Ik mag een BBQ bouwen en een stuk van de tuin aanleggen. Ik zie wel hoe ver ik kom, maar ik heb er zin in. Een andere cultuur en een ander levenstempo. Dat laatste is wellicht van het grootste belang. Een ander levenstempo. Mijn eigen tempo. Het tempo van: we zien wel. Over een week begin ik al mijn tas te pakken. Voorpret, daar ben ik dol op. Daarna een fotoboek maken. Ik weet mijn vakantie wel te verlengen. Ja, soms verlang ik echt naar een andere wereld, maar voorlopig moet ik het doen met vakantie. Ik ben toe aan vakantie.

zondag 29 juli 2012

Sportziek

voor oorsprong waren de atleten naakt
Reclame is een belang van een bedrijf. Het zet (letterlijk) je product op de markt. Daar wordt budget voor gereserveerd. Sponsoring is een vorm van reclame. Het bedrijf verbind zich aan een ander product (meestal sport). Reclame is ook goed voor de economie en werkgelegenheid; reclamemakers, media, drukkers, etc.
hoe ver kan je overdrijven?

Op zich is er niets mis met reclame en sponsoring en je kan het zelfs als een positieve impuls zien. Een stapje verder is 2012. Eerst de EK voetbal, dan de Tour (en andere grote wielerrondes) en op dit moment de Olympische spelen. Ziggo maakte reclame dat dit een onvergetelijk tv jaar wordt en refereerde aan bovengenoemde evenementen.
Hartstikke mooi allemaal, maar zo mooi is het nu ook weer niet. Ja, reclame is goed en belangrijk, maar waar ligt de grens. Waar ligt de grens om economie te stimuleren?Want dat is een van de drijfveren van dergelijke grote evenementen.
Er wordt geïnvesteerd in grote stadions, infrastructuur en tal van andere zaken. Soms volledig indirecte zaken, zoals die kabelbaan in London. Heel veel geld gaat er naar toe. Alles onder het motto, dat investeren terugverdienen betekent. Jammer, dat keer op keer dat laatste niet op gaat. Reina de Haan refereert hier in haar blog ook heel fijntjes aan (ik stel mij helemaal achter haar blog!).
ik wil mijn leven laten sponsoren...

Alles moet groter, maar daarbij overspelen wij onszelf. We zien de waanzin van de omvang niet meer. Het meest schrijnende is de context. Wanneer het overal goed gaat op deze wereld, er nauwelijks problemen zijn en ieder mens een kwaliteit van leven heeft mag je van mij best zo veel uitgeven aan al die onzin. Immers, zoals ik al aan gaf, het schept ook werk, welvaart en stimuleert de economie. Alleen dus niet in die mate, dat iedereen er van beter wordt. Nee, veel mensen worden er juist slechter van.
Bezuinigingen in Nederland, economische crisis, ingestorte huizenmarkt, werkloosheid… en we zijn nog steeds in Nederland. Maar kijk eens naar Europa. Griekenland aan de rand van de afgrond, Spanje in het nauw, banken maken verliezen of woekeren hun klanten nog steeds uit. Een hele kleine groep zeer rijken heeft voor biljoenen fraude gepleegd. En verder; de burgeroorlog in Syrië, crisis in landen als Irak, Afghanistan. Wat te verwachten van de komende voedselschaarste? Oogsten mislukken door droogte en overdadige regenval. De graanschuren van de wereld storten in.

v.l.n.r.: FIFA, IOC, wereld atletiek bond
Ondertussen staan er een heleboel mensen een fijn feestje te houden, omdat iemand weer een record breekt. Wat zal mijn biertje goedkoper kunnen wanneer er geen Heinekenpaviljoen in London is, mijn hypotheek betaalbaarder wanneer de Rabo minder sport sponsort,… ach, ga maar door zo. De wereld is behoorlijk scheef gegroeid. En iedere keer kunnen mensen er over schrijven, op de barricaden gaan staan, maar de goegemeente blijft het allemaal geweldig vinden. De meerderheid blijft het pikken. Ze maken zich druk over het gezeik van de buren, maar verder is alles prima.
Er gaat ongeëvenaard veel geld richting sport! Het is geen stimulans meer voor de economie, maar het wordt een schadepost voor de kleintjes! Sport is het katholicisme (middeleeuwen) van deze tijd geworden. Negatief uiten brengt je voor de inquisitie. Want hoe durf je zo kritisch te zijn ten opzichte van al die pracht en praal waar wij onze wereld mee verzieken? Wel, zet mij maar op de brandstapel!
de inquisitie voor de "anti"sporters?

vrijdag 27 juli 2012

Partijshoppen

Laten we beginnen te zeggen dat Velsen het politiek eigenlijk heel goed doet. Zo zit ons college nu al twee jaar in dezelfde samenstelling op haar stoel. Een unicum, wanneer je kijkt naar de vele gemeenten in de regio waar al een of soms zelfs meerdere wethouders zijn opgestapt. Vrijwillig, dan wel gedwongen. Velsen is nog compleet.

Minder in de schijnwerpers staat echter het partijshoppen. Dat mensen van de ene partij overstappen naar een andere komt vaker voor. In Velsen echter zijn er al twee leden (een raadslid en een steunfractielid) die tijdens de periode zijn overgestapt. Een is van GroenLinks naar D’66 gegaan (die overigens in een verder verleden ook al lid was van de PvdA), en de ander is van de Christen Unie naar Velsen Lokaal gegaan.
Al eerder zijn er andere leden van partij gewisseld. Een lid van het CDA heeft ooit in Velsen Lokaal gezeten. VVD’ers spannen de kroon. Enkelen zijn overgestapt naar met name de lokale partijen. Een overstap van de PvdA naar de VVD is ook in Velsen een feit, al is dit alweer heel lang geleden.
nog in tact!

Recent schreef ik in mijn blog lid te zijn van GroenLinks. Een keuze op idealistische gronden en voor mij een definitieve keuze. De enige uitzondering welke ik mij kan voorstellen is dat ik een eigen partij begin, maar ik kan mij niet voorstelen over te stappen naar een andere partij.

Immers, of mijn ideologie zal dan veranderen, of mijn ideologie is niks waard. Toch gebeurt het veel. Maar wat is dat dan? Wat betekent dat nou eigenlijk? Een ieder zal daar een eigen mening en opvatting over hebben, maar zelf geen ik hier in ieder geval mijn uitleg aan. Dat er (in ieder geval in Velsen) zo vaak politiek wordt overgestapt geeft aan dat iets niet goed zit. Zijn de lokale afdelingen van de politieke partijen niet herkenbaar, of dragen zij het landelijke beeld niet uit? Dat komt voor. Toch is er, naar mijn mening, iets anders aan de hand: politieke geilheid.
Er zitten teveel mensen in de (lokale) politiek die geilen op macht, aanzien, status of weet ik veel wat. Deze mensen staan niet voor een ideaal, maar voor hun eigen ego. Ik zit niet in de politiek om mijn ego te strelen. Natuurlijk ben ik van mening dat ik de klus kan klaren en heb ik veel kritiek op GroenLinks. Toch ben ik er voor GroenLinks en niet voor mijzelf. Jezelf verloochenen door over te stappen wordt afgedaan met een handzwaai: niet boeiend. Sorry, maar ik vind het wel boeiend, want naar mijn idee is dit een slechte zaak. Namelijk de politiek wordt veel te veel door ego’s gevoerd, en niet op basis van een goed bestuur.

Iemand riep wel heel erg nadrukkelijk in hart en nieren GroenLinkser te zijn. Openlijk, naar de media, en in de raad. Ondanks dat hij geen deel meer uitmaakte van de GroenLinks fractie. Sterker, hij zag zichzelf als dé vertegenwoordiger van deze partij, boven de officiële fractie. Nog geen twee weken na zo´n laatste krachtdadige uitspraak bleek hij geen lid meer te zijn, wel lid te zijn geworden van D´66 en inmiddels onderdeel uit te maken van de fractie. Er is met vrijwel geen woord over gerept.
Is het vreemd dat de burgers hun vertrouwen in de politiek verliezen? Zelf zou ik nooit zo’n figuur willen zijn. Zolang ik in (actieve) de politiek zit moet men op mij kunnen bouwen. Mij, en mijn partij-insteek.
stoelendans?

donderdag 26 juli 2012

Mijn gelijk

Dat de moderne mens steeds meer moeite heeft met directe communicatie is geen nieuws, sinds wij mondiger zijn geworden en beschikken over een uitgebreide digitale instrumenten. Je kan beter een mailtje sturen, dan elkaar ergens op aanspreken. Het is makkelijker bezwaar maken, dan te overleggen. Bovenal noopt de nieuwe media de mens bij zijn gelijk te blijven.

Wij vervreemden van elkaar. Dat valt mij steeds weer (en meer) op. Een voorbeeld is de verhuizing van het Islamitisch Cultureel Centrum (ICC) in IJmuiden. Raadsleden worden bestookt met mail en bezwaren van omwonenden. Er is een geschikt pand, maar de bestemming moet worden aangepast. En daar komen bezwaren op. Op zich niet bijzonder, maar het valt mij wel op dat ik een vooringenomenheid bespeur. Wanneer ik mij in de materie verdiep valt mij op dat sommige mensen hun uiterste best doen om met allerlei technische argumenten te komen, maar nergens kan ik iets terug vinden over een contact tussen de bezwaarmakers en de leden van het ICC. Daarbij zie je vaak dat al die technische argumenten vaak net niet correct worden gehanteerd of geïnterpreteerd.
Een ander voorbeeld is het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV). In mijn dorp, Driehuis, is een beeld ontstaan waardoor het dorp tegen de HOV is. En als inwoner van Driehuis moet je tegen de HOV zijn. Wat mij op valt is dat de tegenstanders maar niet luisteren naar de juiste argumenten en maar door blijven denderen op het verkeerde beeld. Ja, het verkeerde beeld wordt alleen maar versterkt. Er wordt misschien wel naar de nadere mening geluisterd, maar deze wordt niet gehoord.

We hebben gelijk. En niemand die mijn gelijk kan aantasten. We hebben gelijk, en we houden gelijk. Bij de twee voorbeelden probeer ik aan te geven hoe de maatschappelijke impact van een dergelijke botte houding is. Bot, ik kan het niet anders noemen. We bespeuren iets, vinden er wat van, en zo is het. Immers, we beschikken over zo veel informatie (tegenwoordig), dat wij ons allemaal als deskundigen zien. En een deskundige heeft gelijk. Toegeven dat een ander ook gelijk kan hebben wordt gezien als een daad van zwakte.

Ook in het klein zie je dit steeds meer. Gisteravond had ik een bijeenkomst. In die bijeenkomst spraken wij over communicatie. Leidraad was een schriftelijk stuk. In dat stuk werd een naam genoemd. Voor de een was dit totaal onschuldig, voor de ander zeer gevoelig. Opvallend is dat telkens werd genoemd dat het schriftelijke stuk niet kon zonder die naam te noemen. Daarin werd het eigen gelijk zonder motivatie, of enige toegeeflijkheid overeind gehouden. En hoe simpel is het, wanneer het probleem opgelost was, door alleen maar die naam eruit te halen? Dan was er niets aan de hand. Sorry, dat ik met dit voorbeeld even wat cryptisch ben, maar dat kan niet anders. Mij gaat het er om dat men soms zo weinig toegeeflijk is en zo sterk zijn of haar gelijk wil hebben, dat het tot heel wat leed en ongemak leidt. Eigenlijk gaat het allemaal over niets.

Laten we stoppen onze woorden eens continue op de meetlat te leggen, laten we stoppen ons zelf eeuwig als deskundigen te zien, laten we stoppen gelijk met de hakken in het zand te gaan staan. Het wordt tijd dat we weer eens gewoon, en met open vizier, met elkaar gaan praten. Onbevangen, een open gesprek. Geen gesprek vanuit een vooringenomen standpunt, maar naar elkaar luisteren en open staan voor elkaar. Tjonge, wat een leed zal daar mee voorkomen kunnen worden.
open en onbevangen: paradijselijk...

woensdag 25 juli 2012

Mijn dierbare overleden Indiase familielid.

Iedereen kent dat vast wel. Periodes van dromen, die je jezelf goed kan herinneren. Mijn afgelopen nacht was er een van hard werken en veel dromen. Een van die dromen is blijven hangen en wil ik de ander zeker niet ontzeggen.

Op een zomerse dag was ik bij vrienden in het zuiden des lands. Deze vrienden woonden in een riante woning in een chique wijk, maar wel een met een open karakter. De woning beschikte over een grote oprit, samen met de buren. Dat ik bij mijn vrienden was ontstond er enige consternatie, daar de buurvrouw plotseling was overleden. Zij was al aardig op leeftijd, edoch toch zonder slopende ziekte haar levenseinde ondergaan.
Door het zijraam van de woning ontwaarde ik een heleboel mensen, hurkend op de grond. Daartussen lag de overleden buurvrouw. Een vreemde wijze, maar het was duidelijk dat men haar aan het afleggen was. Voor haar zuster bood ik aan iets te regelen. Vraag mij niet wat, maar ik deed het.
En zo ontmoette ik op een, niet nader te bepalen, locatie mijn neefje Robert Merhottein. Hij was in gezelschap van een vrouw van ongeveer mijn leeftijd. Een vlot type en wij raakten in gesprek. Alras bleek dat mijn hulpvaardige neefje haar chaperonne was en zij het een en ander moest regelen voor een overleden familielid. Tijdens de conversatie bleek echter dat ook zij een familielid van mij was, al is de connectie niet duidelijk geworden. In ieder geval bleek hierdoor ook het haar overleden familielid op familiaire gronden met mij verbonden te zijn. De lijn liep via mijn (half) broer, de vader van Robert. Aangekondigd werd dat de crematie de volgende dag om 11:00 uur zou plaats hebben.

Op uitnodiging ging ik later die dag naar de woning van de overledene. Een woning in een flat, op de eerste etage. De buitendeur, naar de galerij, opende zich automatisch. Aan de andere kant van de deur zat een groot groen blok (van zeker een vierkant halve meter), wat duidde op een mechanische deuropener. De galerij was allen voor de flat van mijn overleden familielid.
De deur stond op een kier. Voorzichtig opende ik de deur verder en stond direct in een ruime woonkamer. Ruim, maar vol. Niet overdreven veel meubelen, wel overdreven veel planten. Veelal wat kleinere planten, allen met lichtgroen blad, terwijl het ook weer allemaal verschillende planten waren. Tussen de meubels en de planten ontwaarde ik allerlei dieren. Op de grond lagen enkele oude honden, er liepen kleine onbekende diertjes rond en her en der zag ik tropische vogeltjes. Een warm geheel, gewaad in zonnestralen, die door het raam naar binnen schenen.
Ik scharrelde wat door de kamer tot ik merkte dat in een andere kamer iemand stond te stofzuigen. Het apparaat was geheel geluidloos. Ik vervolgde mijn weg naar de andere kamer, alwaar mijn recent ontdekte familielid was. Zij stopte met zuigen en vroeg mij te gaan zitten. Ook dit was een ruimte woonkamer, voorzien van een groot pompeus bankstel. Ik zeeg neder en zag achter mij ook diverse exoten rondlopen. Een zeer kleine neushoorn (jong waarschijnlijk, gezien de omvang en het feit dat er geen hoorn op zat). Het beestje stormde op mij af. Met zijn bek pakte hij mijn hand. Door het ontbreken van tanden was er geen sprake van een pijnlijke situatie, behalve dat er zich een grote kaakdruk om mijn hand uitgeoefend werd. Met enige moeite wist ik mij los te worstelen. Mijn familielid waarschuwde mij voor het volgende dier. Een grijze vogel, ongeveer vijftig centimeter groot en een enorme grauwe snavel. Dat dier kon nog wel eens stevig pikken. Het dier liet mij echter ongemoeid.

Na bijgepraat te hebben verliet ik de flat. Onderwijl kwam ik door andere vertrekken. Allen even vol, maar anders. Behalve dat het zonlicht er niet direct naar binnen scheen waren hier geen planten. Wel vele objecten, vooral van diverse delen van de wereld afkomstig. Een grote foto bleek mijn overleden familielid te betreffen. Het was een Indiër uit India. Een forse man in een rolstoel. Gehuld in kleurige gewaden en getooid met een doek. Ik neem aan dat hij sikh was. Mijn dierbare overledene was dus een Indiaas familielid.
Daarnaast stond, op een schildersezel, een groot bord, vol met allemaal foto’s. Op alle foto’s stond een bekend gezicht. Volgens mij betrof het hier een presentator van of de EO of de NCRV televisie. Het waren foto’s van allerlei data en leeftijden, waarbij de oudste foto’s vaal van kleur waren en de man een duidelijk jaren 70 uiterlijk had: een te grote bril en te brede snor. Ook hingen er foto’s van mijn overleden familielid met een jonge kroonprins Willem Alexander.
Vervolgens verliet ik het pand. Op de galerij viel mij op dat overal hele kleine plantjes groeiden, tussen elke denkbare kier.

Na dit bezoek ging ik naar de vergadering. Het was een politieke vergadering in een klein zaaltje. Het was druk, maar er waren meer onbekenden dan politici. Wel was onze burger vader, Frank weerwind, aanwezig. Waarschijnlijk als voorzitter. Ik verontschuldigde mij voor mijn late binnenkomst en liet dit gepaard gaan met een verklaring. Uit het publiek kwam een dame op mij af en vertelde mij dat de overledene een Indiaas familielid van haar was. Al snel werd duidelijk dat ook zij familie van mij was, en de zus van de eerder ontmoette vrouw. Ons gesprek werd door anderen opgepikt en al snel bleek de overgrote meerderheid de overleden Indiase man te kennen. Hij was een gewaardeerd lid van de gemeenschap. Hierop verliet ik de vergadering.
Op bezoek bij mij broer vroeg ik bevestiging van het feit dat de Indiase man ook mijn familie was. Mijn broer bevestigde dat. Ook op de vraag of de crematie de volgende dag om 11:00 uur plaats zou hebben werd door hem bevestigd. Het afscheid van mijn (onbekende) dierbare Indiase familielid…

maandag 23 juli 2012

Ideologie versus organisatie

foto: Roel Wijnants
Wij zijn veel in het nieuws. Niet lokaal, maar landelijk. Niet positief, maar negatief. Ik heb het over GroenLinks. Ook vandaag weer een heel stuk in de Volkskrant.

Ook ik heb veel moeite met GroenLinks, maar ik blijf lid. Ik blijf mij voor GroenLinks inzetten. Vol overtuiging. En waarom? Omdat ik de ideologie van GroenLinks aanhang én omdat ik absoluut geen partijshopper ben. En op lokaal niveau voel (en heb) ik de ruimte het gedachtegoed op adequate en correcte wijze uit te dragen. De Volkskrant spreekt (in een interview met Ineke van Gent)  over de voorzitter Weening van GroenLinks. Op de radio hoorde ik de aanval van Ineke op Jolande Sap. Niemand is de mislukte staatsgreep van Tofik Dibi vergeten.
de klapmachine

Een aantal uiterlijkheden, die op zich niet veel met de politieke ideologie van doen hebben. Nee, het gaat hier om de organisatie van GroenLinks. Ja, en daar is heel wat mis. Bijna een jaar geleden heb ik landelijk benaderd vanwege de afdracht (die politici maandelijks aan de partij moeten doen). Tot op heden heb ik hier geen uitsluitende reactie op. Ja, ik heb hier zelfs over gemaild met Weening. Zij gaf aan er iets aan te doen, maar ook dat is alweer een half jaar geleden.
Tijdens het congres van GroenLinks heb ik me niet echt lekker gevoeld. Waarom niet? Omdat je daar in een klapmachine zit, waarbij je merkt dat afwijkende standpunten geen schijn van kans maken. De kritische leden worden wel gehoord, maar in grote lijn dicteert de organisatie.

Jammer dat het zo moet. Bij andere partijen is het ook geen rozengeur en maneschijn, maar de organisatie van GroenLinks is wel het summum. In al mijn jaren lidmaatschap heb ik kritisch het landelijk bestuur gevolgd. Maar ook heb ik gekeken naar de professionaliteit van aanpak. Wel, mijns inziens is die soms ver te zoeken. Wat dat betreft ben ik blij met Ineke. Zij brengt iets naar buiten, waar de partij maar eens lering uit moet trekken. Dan maar wat minder zetels in september. Da’s wel eigen schuld. Ik hoop van harte dat de organisatie nu eens goed in de eigen gelederen gaat kijken en de boel op gaat schudden, zodat niet alleen de ideologie okay is, maar de organisatie ook. Natuurlijk is er altijd wel kritiek te vinden. Zelfs bij de ideologie, maar wat dat betreft blijf ik wel achter GroenLinks staan, en ben ik GroenLinkser!

Pas wanneer het echt verkeerd gaat zal ik mijn lidmaatschap opzeggen. Alleen zal ik dan nooit naar een andere partij overstappen. Dan liever een eigen partij opzetten. Met dezelfde ideologie, maar een betere organisatie.
met uiterlijk vertoon regeer je de wereld niet!

Renovatie

Het heeft nu zelfs de krant gehaald! Lokale ondernemers moeten voorrang krijgen bij de renovatie van het stadhuis van Velsen. Het MKB heeft zich er inmiddels ook mee bemoeid, maar hier zit wel een verhaaltje achter.

Ene meneer P. heeft een mail gestuurd naar een wethouder. P. is een lokale ondernemer. P. wilde graag de renovatie van het stadhuis doen. De mail aan de wethouder had P. ook aan een politiek vriendinnetje gestuurd. Dit vriendinnetje heeft de mail naar raadsleden verspreid. Een van de raadsleden (ja, dat was ik) heeft aangegeven dat het niet integer is om te regeren op een mail die niet aan hem verzonden was, maar alleen aan derden.
Hier volgde een correctie op. Terecht. Alleen is meneer P. er niet echt blij mee en is naar het MKB gestapt. En ja, het MKB pakt de handschoen op en geeft nu de boodschap van P. door: de renovatie moet aanbesteed worden aan een lokaal bedrijf!

Hier is iets aan de hand. In mijn ogen wordt enige integriteit geschonden ten gunste van lokale belangen. Er wordt voor bedrijven gelobbyd door politici. Dat riekt bijna naar corruptie, al is dit het natuurlijk (nog) niet.
Als GroenLinkser sta ik op zich achter de oproep van het MKB te kijken of een lokaal (of regionaal) bedrijf de renovatie van ons stadhuis op zich kan nemen. Maar, het moet wel reëel zijn. Met andere woorden, bij gelijke geschiktheid graag een lokaal bedrijf. Nu wordt er wat gemanipuleerd, zonder te kijken naar een aantal andere aspecten. Ga je hier op in wordt dit (in mijn ogen) een staaltje van positieve discriminatie, wat ik zelf als zeer negatief beschouw. Dat moeten we dus maar niet doen.

Ik heb liever geen slechte renovatie door een lokale ondernemer, maar heb wel graag een goede renovatie door een ondernemer die het aan kan, al komt ie van wat verder weg.

Kwaliteitseisen. Dat is voor mij de essentie. Wanneer binnen de regio geen bedrijven zijn die voldoen aan de kwaliteitseisen van de renovatie houdt het op. In die zin wil ik bij deze zeer graag een lans breken voor de betreffende wethouder. Naar mijn oordeel heeft hij keurig gehandeld en neemt hij een wijs besluit.
Het grootste gevaar is echter dat politici zich inlaten met dergelijke manipulaties. Als politicus kan je het niet maken om voor een specifiek bedrijf in de bres te springen. Op dat moment ben je niet goed bezig. Of het nu je tennismaatje is, of iemand waar je samen mee biljart, dan wel een familielid, als politicus mag je geen aanbevelingen doen op dit vlak. Zeker niet, wanneer er blijkt dat er sprake is van onderlinge banden, op welk vlak dan ook. Dit was voor mij de eerste confrontatie met een dergelijk doorzichtig optreden van een politicus binnen mijn gemeentelijke politieke ervaring. Ik mag hopen ook voor het laatst.

Asbest

Als klein jongetje stond ik op zolder te kijken hoe mijn vader grijze platen stond te zagen om aan de buitenkant van de zolderkamer aan te brengen. Later begreep ik dat dit asbest was.

Begin jaren negentig is het huis naast het mijne afgebrand. De aanbouw van de buurman bestond uit een asbest dak. Na de brand kwamen er mannen in witte pakken de tuin opruimen. Logisch. Toch was er destijds geen enkel verbod voor mij het huis in te gaan, en zelfs de tuin was geen verboden gebied. En het lag toch echt bezaaid met stukjes (natte) asbest.

Vroeger werd er veel gewerkt met asbest. Inderdaad een goor goedje en het is goed dat het verboden is. We gaan er alleen wel heel erg Hollands mee om.
In 1998 heb ik de schuur bij mijn vorige huis gesloopt. Het regende hard en, samen met een vriend, hebben wij de dakplaten er af gehaald. Onderwijl braken er enkelen. Niks aan de hand, tot mijn buurman hysterisch op ons af kwam. Hysterisch en razend. Het was asbest! Levensgevaarlijk want hij had twee kleine kinderen en wat wij deden schaadde hun gezondheid in ernstige mate. Aardig hierbij te vermelden is dat deze man gescheiden was en zijn kinderen af en toe een paar uurtjes in het weekend bij hem waren. Op het moment van onze sloop waren deze lieve kindertjes in ieder geval niet bij de buurman thuis.

Maar goed. Politie erbij, na de diverse dreigementen en de milieudienst er bij (ik dacht dat het namelijk betonplaten waren; die heel erg op asbest lijken). Het gevolg was drie weken vertraging, extra kosten en enkele (lijk)zakken met asbest naar de stort. Overigens werden die zakken op de stort al met wat minder elan behandeld.

Vandaag in de krant: Utrecht. In twee appartementen is asbest gevonden. Gevolg: de hele wijk werd afgesloten. Niemand er meer in of er uit…. Sorry, iedereen er natuurlijk wel uit! Ridicuul gewoon.
Nogmaals, asbest is geen fijn goedje en het verbod is niet verkeerd. Maar hoe overdreven kunnen wij hier nu mee om gaan? Alsof je na een korte aanraking met het fijnstof van asbest dood neer kan vallen. Asbest wat onberoerd gelaten wordt kan geheel geen kwaad, en nat asbest nauwelijks. Het fijne stof van (droog) asbest, is de boosdoener voor onze gezondheid.
Wanneer je met asbest moet werken, lijken voorzorgsmaatregelen zeer gepast. Bij langere blootstelling aan asbest geeft dit inderdaad grote gezondheidsschade.

Wanneer dit bij een kortere blootstelling al zo zou zijn, dan ben ik nu al een keer of drie (vier?) hartstikke dood of zwaar gehandicapt en in het gunstigste geval zou ik nu COPD hebben. Maar nee, daar wordt niet naar gekeken. Dus iedereen doet mee aan de zwaar overdreven hetze. Dat is wel weer Holland op z’n smalst en typisch Nederlandse hysterie. En wat een kosten brengt het met zich mee? Overdreven veel.

En waar eindigt deze idiotie? Overal in Nederland is nog een hoop asbest. Ons stadhuis: asbest. Toch vergaderen wij er nog, tot de verbouwing. Maar misschien moet heel Nederland maar afgesloten worden en mogen wij terugkeren naar ons land, wanneer alle asbest is opgeruimd. Overdreven? We gaan hier al aardig naar toe!