Posts tonen met het label dierenverhalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dierenverhalen. Alle posts tonen

dinsdag 20 januari 2015

ADMOD

Recent is de vereniging van Alle Dieren tegen de Misplaatste Opvattingen over Dieren (ADMOD) opgericht. Natuurlijk heeft deze gebeurtenis plaats gevonden in een dierentuin. Waar anders immers zijn zo veel soorten dieren bijeen en was de gelegenheid het initiatief (afkomstig van een aap) te nemen. Aanvankelijk was er wel een probleem. Soortgenoten spreken over het algemeen dezelfde taal, maar de verschillende soorten begrepen elkaar niet altijd. Gelukkig was er een uil in het park, die een methode ontwikkelde, zodat de verschillende dieren goed met elkaar konden communiceren. En zo was er de oprichtingsvergadering. Een drukte van jewelste en een kakofonie aan woorden.

"In de aap gelogeerd, mensen geven aan dat je dan pech hebt. Nou, een aap heeft helemaal geen pech", sprak de initiatiefnemer.

"Ach wat. Ze zeggen ook zo dom als een varken, maar varkens zijn juist hele intelligente dieren", knorde een grote zeug uit de kinderboerderij.

"Nee, het is zo dom als een koe en zo lui als een varken", zei buurman koe.

"Varkens zijn ook niet lui. Maar, volgens mij zijn koeien wel dom hoor".

" Mooi niet. Wij zijn niet dom".

Het werd echt een heksenketel. Het duurde een tijdje alvorens de leeuw het voortouw nam. Hij wordt immers als koning van het dierenrijk bestempelt.

"Dieren, dieren.... Zo komen we nooit ergens," brulde de leeuw:" laten we het orderlijk houden. We hebben een voorzitter nodig. Wie is de voorzitter?"

Vrijwel alle dieren wezen naar de leeuw. Een enkeling maakte nog de opmerking dat hij het voor een keer prima vond de mensenopvatting te eren en de leeuw tot koning van de dieren te bombarderen, dus tot voorzitter.

Inderdaad verliep de vergadering vervolgens ordentelijk. Een voor een mochten de dieren hun bezwaren uiten tegen de opvattingen welke de mensen hen toebedeeld hadden.

" Zelfs een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, of wij zo stom zijn. Nou, ik ken geen ezel die zich überhaupt stoot aan een steen".

" En een slang is helemaal geen gemeen achterbaks beest. Mensen zijn bang voor ons door zelf angst te zaaien. Alleen om ons te verdedigen vallen we ze aan".

" En ik kijk dus schaapachtig.... Of ik een slome duikelaar ben. Daar word je toch niet goed van".

Zo veel dieren, zo veel opvattingen werden naar voren gebracht. De uil merkte op dat in bijna alle gevallen de mensen dit soort opvattingen hadden vanuit een negatief perspectief. Dieren deugen niet, zijn dom en niet te vertrouwen, was de conclusie van de uil, waarop weer een heleboel dieren reageerden; " ja, jij hebt mooi praten, uil. Jij bent juist het dier dat mensen wel positief benoemen... Zo slim als een uil...".

Applaus vanaf het plein. De uil droop af, met het schaamrood op de wangen. Tja, hij had gelijk, maar die andere dieren ook. De uil was vrijwel het enige dier dat juist positief genoemd werd.



" Alle opmerkingen met dom... Domme gans, domme ezel, domme hond, dom varken, domme koe, .... Nou, zo kan ik wel door gaan..." De geit sprong na zijn woorden weer op de grond, alwaar hij riep: " en met koppig kan ik ook een rijtje maken; koppig als een ezel, koppige geit, en noem maar op..."

" Mag ik er op wijzen dat het vooral boerderijdieren zijn, die op deze wijze zo gediscrimineerd worden! Reageerde de koe.

" Ja, en ook huisdieren," sneerde de kat er achteraan. De kat? Ja, die was uit de buurt en woonde bij mensen. Eigenlijk hoorde ie niet in de dierentuin. Maar hij hoorde van het initiatief en was ook gekomen. Net als een aantal vogels, insecten, en kleine dieren (waaronder enkele muizen en ratten).

De avond duurde al een tijdje, maar echt verder waren de dieren nog niet. Tot nu toe vielen ze over elkaar om uit te spreken in welk hokje de mensen ze plaatsten. Wanneer je daar goed bij stil stond bleken er vele verwijzingen van het menselijk gedrag gelinkt aan dieren te zijn.



Uiteindelijk nam de leeuw weer het woord. Dat iedereen het met elkaar eens was, leek nu wel duidelijk, maar wat wilden de dieren nu bereiken met hun vereniging, de ADMOD? Daarop werd het beduidend stiller. Ja, dat ze het met elkaar eens waren was al snel duidelijk, maar wat die je er mee? De dieren keken elkaar eens aan.

" Wat bedoel je daarmee, leeuw, wat dien we er mee? Moeten we dan wat doen dan? Is het niet voldoende dat we de vereniging hebben? " Het nijlpaard sprak met enige verontwaardiging. Nou ja, volgens velen begreep het nijlpaard er niet zo veel van. Een van de dames uit de roedel wolven reageerde;" nee, stom Nijlpaard. Een vereniging heb je omdat je er wat mee wilt doen! En ik wil er wat mee doen. Wij worden uitgemaakt voor gevaarlijk en in de mensensprookjes zijn wij menseneters. Dat pik ik niet. Dan kan ik het niet pikken, of ik kan het niet pikken en er wat tegen doen! En wat kunnen we doen? Juist, met ons gedrag reageren op de mensen".

Je kon een speld horen vallen alsmede het kraken van de hersenen van alle dieren. Ja, actie, er moest actie komen. Maar hoe doe je dat? En vooral was het een uitdaging om juist zo te reageren, dat de mensen hun woord geen eer kon worden aangedaan. Kortom, gedrag vertonen wat de mensen niet van dieren verwachtten. Nou, daar komen de mensen zelf al niet uit, laat staan de dieren.

" Nou, we kunnen iedereen die zich negatief over ons uit, of ons op zo een manier hun opvattingen uit, negeren. Bijvoorbeeld met je rug naar hun toe gaan staan. Of je zo opstellen, dat zij je niet goed kunnen zien. Dan komen ze naar de dierentuin, maar zien alleen onze achterkanten", opperde een van de giraffen. Daar werd vrij eenstemmig op geknikt. Al snel deed een volgende vraag zich voor;" maar hoe herken je zo iemand, of weet je bij wie ja dat moet doen?"

"  Zodra een van ons iets hoort van een mens moeten we onmiddellijk het signalement aan elkaar door geven. Er is dus altijd iemand poortwachter. Wie dat is... Dat is een kwestie van opletten. Als het lukt komt iemand naar de dierentuin zonder ook maar een dier goed te kunnen zien".

" Dan zou ik bijvoorbeeld doodstil moet blijven liggen," vroeg de alligator. Ja, niet iedere dier kon zich verstoppen, dus moest er ook andere manieren zijn om vooral geen interesse bij stomme mensen te wekken.



Inmiddels bestaat de ADMOD alweer een poosje. Mede door transporten is de ADMOD uitgegroeid tot een wereldwijde organisatie van dieren. Via vogels wordt onderling gecommuniceerd en afgestemd. Dat leidde tot grappige zaken. Een Amerikaan bijvoorbeeld. Die man bezocht altijd en overal dierentuinen. Ze kenden hem wel. Meestal droeg hij stomme shirts en hij had een hele brede snor. Voor de kooien deed hij altijd of de dieren gek waren en riep ook beledigingen. Tot hij te ver ging, in een dierentuin in Zweden. Sindsdien heeft geen dier hem meer aangekeken. Tenminste zo ver bekend. De man is nog in diverse dierentuinen op bezoek geweest. Hij werd steeds stiller en nu bleek hij al een tijdje niet te zijn gezien. Misschien was hij de eerste mens die was genezen. Dankzij ADMOD, dankzij dat kleine aapje in die grote dierentuin.

Roodborstje

Wel leuk, mensen vinden mij vaak het meest vertederende vogeltje. Ze moesten eens weten hoe agressief ik eigenlijk ben. Maar ik laat mij vooral graag vertederen. Het is heerlijk de aandacht van de mensen op te eisen. Ik ga er meestal dan ook lekker dichtbij zitten, vooral wanneer ze in de tuin werken. Je ziet ze zweten, maar eigenlijk doen ze al het zware werk voor mij. Als iemand tuiniert dan is het eten voor mij gelijk voor het oprapen. Dan hoef ik niet zo moeilijk te doen. Ja, ik volg ze helemaal. Ik spring van takje op takje, maar zorg er voor wel altijd net een veilige afstand te bewaren. Je weet maar nooit, met die mensen. Misschien komt dat door hoe ik ben. Nee, ik ben zeker geen lieverdje. Maar, dat geldt alleen voor soortgenoten. Ik zal het uitleggen. Als roodborstje heb ik een territorium. Als het even kan een tuin, beter gezegd; tuinen. Ik heb toch al gauw een gebied van tweehonderd bij tweehonderd meter nodig. Dat is genoeg voor mij, om de periode te overleven. Dat gebied is dan ook wel mijn gebied. Ik tolereer daar geen enkel ander roodborstje. Om te beginnen is een eigenschap van mijn soort dat we heel erg op ons zelf zijn. We houden niet van bemoeizucht, pottenkijkerij en nieuwsgierigheid. Ik ben daar niet anders in. Iedere roodborst die het ook maar waagt om in mijn gebied te komen verjaag ik. Dat gaat niet altijd even gemakkelijk. Nee, soms liggen onze gebieden zo tegen elkaar, dat de grens niet geheel duidelijk is. Nou, ik maak hem duidelijk. Als die ander het niet pikt wordt het vechten. Reken maar dat ik een goeie straatvechter ben. Er vloeit nogal eens bloed, wanneer die ander niet snel genoeg op rot. Zelf bloed ik ook wel eens, naar in mijn gebied ben ik nog steeds de sterkste. Mijn buren (roodborst) weten dat wel. In het late voorjaar heb je veel vreemdgangers. Dat zijn vaak jonkies. Eenmaal uitgevlogen moeten ze een eigen territorium zoeken. Dan vliegen ze wel eens over jou grondgebied. Dat pik ik al niet. Die gasten jaag ik weg. Dan zijn er. roodborstjes die zelf een nieuw stukkie moeten vinden. Die laten zich minder goed wegjagen. Met hen heb ik hele stoeipartijen, waar de honden geen brood van lusten. Ik ga er keihard tegenin, want als ik dat niet die kan ik het schudden. Die ander gaat er namelijk ook hard in. Eigenlijk zijn we verschrikkelijke heethoofden. Niet onze borst, maar onze kop zou rood moeten zijn.

Rood is onze borst trouwens niet eens. Meer roestbruin. De mensen die ons onze naam hebben gegeven waren vast kleurenblind. Of ze vonden ons zo lief, dat ze rood aan ons toebedeelden, omdat rood ook staat voor de liefde. Ze moesten eens weten...



Mijn gebied onderhoud ik keurig. Bijna net zo goed, als dat ik hem bewaak. Dat moet ook wel, want er zijn best veel roodborstjes. Dus, wil ik een vrouwtje, dan moet het wel aantrekkelijk voor haar zijn. Ieder jaar heb ik een ander vrouwtje. De vrouwtjes mogen wel in mijn gebied. Dat wil zeggen... In den beginne. Wanneer een vrouwtje in mijn territorium komt kijk ik eerst of ze leuk is en of ik denk haar charmes te kunnen winnen. Is dat niet zo, dan jaag ik het vrouwtje ook weg. Nooit meer dan een vrouwtje op mijn terrein! En of ik vecht tegen een mannetje of vrouwtje maakt niks uit. Het gaat even fel, vooral wanneer je van die dwingende dames hebt die niet weg willen, maar waar je absoluut de schurft aan hebt. Tot nu toe heb ik ieder jaar mijn vrouwtje gehad. Ze mag blijven tot de jongen zijn uitgevlogen. Dan moet ze ook weer weg. Vrouwtjes zijn een soort zwervers. Ik heb daar geen probleem mee. Ik plant mij voort en daarmee basta! Er gaan genoeg roodborstjes dood. Door allerlei redenen. Van al mijn kuikens wordt misschien 10% volwassen en van die 10% wordt nog niet de helft oud. Dat komt ook door de gevechten. Een roodborstje sneuvelt nooit in het gevecht, maar kan wel dood gaan door het gevecht.



Zelf ben ik al van middelbare leeftijd. Heb dus al veel groot gebracht.



Mensen weten dat niet, maar over het algemeen zijn wij, roodborstjes, heel erg slim. Dat komt omdat we solitair leven. Dan heb je alle tijd aan jezelf. En de mensen helpen ons makkelijk aan eten te komen, dus is er alle tijd onze hersens optimaal te gebruiken. Die hersens zijn klein, als een erwt zo groot, maar we gebruiken zeer intensief. Een mens heeft grote hersens, maar gebruikt ze bijna niet. Er zijn grote filosofen onder de roodborstjes. Rekenwonders, genieën. Jammer, dat we er niet zo veel mee kunnen. Eigenlijk niks... Wat maakt het uit. Wanneer we uitgaan van de evolutietheorie van Darwin zullen ook roodborstjes zich verder ontwikkelen. Uiteindelijk zullen we boven het niveau van de mens uitstijgen. We zullen leren onze vleugels als handen te gebruiken, terwijl we ook kunnen blijven vliegen. Kijk, en mens kan al niet vliegen. Langzaam zullen we groter worden, onze hersenen zullen meegroeien en bij dat intensieve gebruik van onze hersenen worden we uiteindelijk superdieren. Tja, dat zal je nu toch niet achter zo een lullig roodborstje zoeken. De mens doet dat in ieder geval niet. Die denkt alleen vertederd aan ons. Slimme mensen weten dat we ook heel agressief zijn. Dan houdt het op. Kijk, die agressiviteit van ons heeft een functie, maar bij onze verdere ontwikkeling hebben we straks die agressie niet meer nodig. Ja, ooit zullen wij ons misschien wel tot de meest vredelievende dieren hebben ontwikkeld. De mens was heel lang geleden immers ook een heel agressief dier. En de mens is dat nog. Zo slim is de mens dus helemaal niet. Nee, het grote verschil is dat de mens veel verder in de evolutie zit. Straks is de mens er niet meer. Ze zullen uitsterven, omdat ze te weinig van hun hersenen gebruiken. Ik ben er trots op een roodborstje te zijn, al lijk ik nu een nutteloos vogeltje. Een haast overbodige schakel in de voedselketen. Ach, soms worden we wel gepakt door een groter dier. Een snelle kat, of een roofvogel. Veel meer vijanden hebben we niet, die ons willen eten. En dat zo ons pakken is ook minimaal. Misschien nutteloos, maar mijn leven is prima hoor. Ik geniet er van. Daarbij leef ik in een goede tuin. Er is alles wat mijn hartje begeert. Die mensen hier houden van vogeltjes. Ze strooien zelfs voer voor ons. Niet dat we het nodig hebben, maar mooi makkelijk is het wel. De struiken hier zijn ook uitstekend. Ik kan ieder jaar een goed nest bouwen en er zijn zat plaatsen waar ik veilig kan zitten, of een tukje kan doen. Mij hoort niemand klagen. Zie het roodborstje maar als lachende derde... We hebben het goed voor elkaar.