Vandaag heb ik weer genoten van de Tour de France, iets wat de afgelopen dagen ook wel anders was. De zwoegende profs op de laatste stijle helling. Puur afzien. En plots realiseerde ik mij, dat het dit jaar tien jaar geleden was, dat ik afzag. Tijdens de Tour de France, en langer, zat ik op de fiets. Van Haarlem naar het Zwitserse Interlaken. Le Tour d'Idiot...
Twee jaar ervoor had ik een feest in Interlaken. In de dagen er na deed ik een beklimming (een categorie 1 in vergelijk met de Tour). Terug in het dal zei ik mijn vrienden, met mijn grote bek, dat ik over twee jaar naar hen toe zou fietsen. Iedereen was dat natuurlijk vergeten, behalve ik. Bovendien ben ik een man van een woord een woord.
In 2006 kocht ik een fiets, iets tussen een racefiets en een toerfiets in. Ik oefende wat, deed het Kopje van Bloemendaal regelmatig en zag af. Ja, op een gegeven moment deed ik zelfs mijn dagelijkse rondje Zandvoort. Het jaar daarop was ik alweer te lui voor de dagelijkse oefeningen, maar enthousiast genoeg de verdere voorbereidingen te treffen. Ik kocht een speciale aanhanger en de nodige attributen.
Voor zover ik mij herinner vertrok ik 2 juli, uitgezwaaid door enkele buren. Lichte regen, windkracht 5 en 12 graden Celsius. Bij Schiphol twijfelde ik al, bij Aalsmeer was de lol mij vergaan, maar eindige de dag ruim 80 kilometer verder op een vrijwel verlaten camping aan de Waal. Pijn in mijn kont en een "slapende" leuter (daar heb ik zo'n drie dagen mee gezeten...).
Veel beter werd het niet, maar desalniettemin ging ik door. Zigzaggend kwam ik aan in Gulpen, na diverse natte en koude dagen. Eindelijk zon en een dag rust, om daarna bij prachtig weer richting België te trappen. Een lekke band van het aanhangertje gooide roet in het eten. De lekke band niet, wel het feit dat ik niet de goede pomp bij mij had. Toch gelukt en voorbij Eupen had ik er de snelheid goed in. Een van de wielen van de aanhanger echter nog meer, en rolde mij met grote snelheid voorbij. Maar ook dat werd gefikst. Na veel klimwerk kwam in aan in Monschau. In de regen. En van Monschau tot de Rijn weer regen, kou en wind.
Bij mijn vriend in Koblenz kwam in aan met de legendarische woorden: ik ga niet meer verder. Ik bleef daar een week en vertrok vervolgens..., verder. Mainz, Speyer, en zo de Rijn af. Wel zo'n, maar tegenwind. En dagelijks twijfel aan mij zelf. Twijfel over het idiote doel wat ik mij gesteld had, vooral ook vanwege mijn niet operabele hernia. Dagelijks lag ik, na het fietsen, te creperen van de pijn in mijn rug, ondanks mijn dubbele dosering Morfine.
En eindelijk kwam ik aan in Zwitserland, Basel. Een leuke camping aan de oevers van de Rijn en eindelijk lekkere temperaturen. Zo werden de laatste etappes zowaar nog plezierig. En zelfs de stijlste klimmetje wist ik, zonder stop, de top te bereiken.
En dan, eindelijk reed ik Interlaken binnen. De wegen waren afgezet met dranghekken en overal stond het publiek te dringen. Tot ik gemaand werd af te stappen. Wist ik veel dat het nationale feestdag was... Maar, nog een paar kilometer en dan was ik er, bij mijn vrienden Veronika en Hans Peter.
Ongetraind, een hernia en zwaar rokend heb ik in 17 etappes 1450 km afgelegd... En mijn doel bereikt. De fiets kon terug met vrienden. Zelf zou ik de trein nemen. Maar eerst even een goede week bijkomen en feesten in Interlaken.
Natuurlijk ben ik trots op mijn prestatie. Vooral ook omdat in die tijd alle andere idioten dergelijke fietstochten lieten sponsoren voor goede doelen en de media opzochten (en vonden). Mijn toch verliep in stilte en eenzaamheid. Maar, ik had het uiteindelijk toch geflikt!
Niet veel later las ik dat vijftigers allerlei uitdagingen aan gaan, waarschijnlijk om te bewijzen dat ze nog tot alles in staat zijn. Dingen doen, die ze nooit gedaan hebben. Met name de wandeltocht van de pelgrimsroute naar Compostela schijnt in trek te zijn. Een dergelijke gedachte is bij mij nooit opgekomen. Ik had een grote bek en houd mij aan mijn eigen woorden en toevallig was ik dat moment vijftig jaar.
Het was afzien, iets om vooral nooit meer te herhalen, maar verdomd wat een gave ervaring was dat. En..., sindsdien ben ik een trouwe volger van de Tour. Ik begrijp die jongens wat beter. Ik begrijp het gevoel van de Tour..., of ik haal dat maar in mijn hoofd als excuus de Tour te mogen volgen.....
Posts tonen met het label Koblenz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koblenz. Alle posts tonen
donderdag 13 juli 2017
vrijdag 1 februari 2013
De Beer van Koblenz
Deel 1
De beer van Koblenz.
Dinsdagmiddag hebben wij afscheid genomen. Een van mijn beide beste vrienden is
niet meer. Hij paste niet eens in zijn kist. Een elleboog stak uit en zijn
benen waren half opgetrokken. Ja, zelfs dood laat Gerard zich nog gelden.
Begin
jaren tachtig... Er was een feest in van Ouds het Raadhuis in Overveen, waar ik
destijds op kamers woonde. Drie mensen met witte maskers stonden voor de deur.
Vrienden van Marja, ze kwamen voor het feest. Jürgen, Gerard en Anne waren het.
Met Gerard (en Anne) kon ik direct vinden. Ze woonden ver weg, in Duitsland,
bij Bonn. Niet lang na het feest ging ik, voor het eerst, bij ze langs, in
Witterschlick, even buiten Bonn.
Het
bleef niet bij die ene keer, bleef bij ze langs komen. Omgekeerd kwamen Gerard
en Anne bij ons, al was dat wel wat
minder. Voor mij was ook makkelijker richting Duitsland te gaan.
Die
grote man; de Duitse Nederlander, maar zoal hij zichzelf typeerde: een
Europeaan.
Een
wandelaar, een fietser, milieu fanatiekeling, idealist, pacifist.... Gerard was
alles, maar bovenal de psychiatrisch verpleegkundige die overal de boel rustig
kreeg. Een over het algemeen een hel rustige man, maar wel een met gezag. Zijn
formaat had hij mee, maar ook een bepaalde rust die hij uitstraalde. Rust, maar
ook maakte zijn houding dat veel mensen ontzag voor hem hadden.
Voor
de buitenwereld was hij regelmatig een moeilijk figuur. Velen namen nimmer de
moeite hem echt te leren kennen. Dat kwam omdat hij soms moeilijk te
doorgronden was. Geen man met veel vrienden en hij was iemand die de meeste contacten
nooit erg lang kon vasthouden. Maar Gerard was een bijzondere man, die klaar
voor je stond en eigenlijk heel teder was. Een gouden gozer, met flinke gebruiksaanwijzing.
Ruim dertig jaar heb ik het met die gebruiksaanwijzing kunnen doen, en daar ben
ik verdomd blij om.
Thuis
commandeerde hij: Anne, Kaffee! En
later: Anneke (zijn dochter), Koffie!
Anne liep, Anneke haalde. Hij kon "commanderen", omdat hij er zoveel
liefde tegenover stelde. Hij deed het dwingend, en toch wisten zij die hem
kenden dat er geen kwaad in stak.
Hij
kreeg kinderen. Eerst Gert Jan en bijna drie jaar later Anneke. Van kleins af
aan heb ik ze op zien groeien. Gerard was trots als vader en deed veel met zijn
kinderen. Bezorgd, maar ook iemand die de kinderen de ruimte liet zich te
ontwikkelen. We namen ze vaak mee met wandelingen, naar het zwembad en met
autoritjes, zoals na de val van de muur naar Eisenach. De problemen met de
groei van Gert Jan deden hem pijn en Gerard zag het somber in. Maar hij bleef
in zijn zoon investeren. Niemand had destijds ooit kunnen vermoeden dat Gert
Jan uiteindelijk een top militair werd. Niet qua conditie, en zeker niet omdat
Gerard de grootste pacifist was, die ik ooit heb gekend. Desondanks was Gerard reëel
en respecteerde de keuze van zijn zoon, en accepteerde het.
Anneke,
die haar studie opgaf en fietscourier werd. Dagelijks kwam zij bij haar vader
langs. Soms een paar keer. Even buurten. Gerard vond dat geweldig, maar liet
haar ook alle vrijheid op eigen benen te staan.
Heel
bijzonder was zijn liefde voor Anne. Zelden heb ik zo’n trouw bij iemand
gevoeld. Hij was er voor haar en zorgde voor haar. Toen Anne voor het eerst
ziek werd (psychische klachten) sprong hij voor haar in de bres. Met eindeloos
geduld. Omgekeerd, mocht niemand zich om hem bekommeren. De eerste keer dat hij
zwaar depressief werd en opgenomen was, mocht Anne mij niet informeren. Dat zou
maar tot last zijn. Nadat ik hoorde van zijn opname ben ik boos geworden, en
bij de tweede opname werd ik direct gebeld. Ja, Gerard nam zelf moeizaam
contact op, maar was altijd blij wanneer je hem benaderde. Door de jaren heen
veranderde dat langzaam en ik heb zelfs een enkele keer een kaartje van hem
ontvangen.
Gerard was een sobere man. Het hoefde voor hem
allemaal niet uitbundig, noch groots. Eenvoud was troef voor hem. Echt
consequent was hij hier ook weer niet mee. Zo was hij een echte Apple freak,
kocht de duurste fietsen en rond auto’s hebben we ook wel eens een stevige
discussie gevoerd. Maar verder, was hij inderdaad sober en eenvoudig. Een man
met duidelijke meningen en politieke opvattingen. Een tijd was hij fanatiek bij
de Grünen. Maar Gerard was erg kritisch en het ging weer voorbij. Een tijd
heeft hij folders rondgereden, tot ook dat weer genoeg was. Uiteindelijk vond
hij zich bij de wereldwinkel in Koblenz. Eigenlijk via Anne, maar hij nam dat
over. De laatste jaren heeft hij zich daar fanatiek op gestort en de
wereldwinkel ook tot iets moois opgebouwd. Eind 2012 was de opening van het
nieuwe pand. En na het overlijden van Anne was hij weer vol energie zijn
activiteiten daar weer op te pakken.
Een man met ideeën en wensen. Een man met
plannen. Helaas zijn de laatste plannen blijven hangen. Het had juist een
nieuwe fiets gekocht. Hij wilde door Duitsland en Nederland gaan fietsen.
Afgelopen week zag ik de foto’s uit het Nijmeegs Dagblad; Anne en Gerard op de
ligfiets. Een artikel met foto, omdat zij samen vanuit Koblenz waren komen
fietsen. Ja, daar was hij dan wel weer trots op. Maar de laatste fiets mag ongebruikt
terug naar de dealer. Hij zal niet meer fietsen…
zondag 14 oktober 2012
Anne
Met het puntje van
mijn tong veeg ik een zoute druppel van mijn wang. Ik huil niet de hele tijd,
maar het verdriet komt in golven. Niet onverwacht, maar nu wel definitief. Anne is niet meer.
In
1982 kwamen er drie Duitsers aan de deur. Gemaskerd, want er was een feestje. Jürgen,
Gerard en Anne. Het waren niet mijn vrienden, maar Gerard en Anne zouden het
snel worden. Mijn beste vrienden zelfs, naast Herbert en Jan.
Gerard
en Anne woonden bij Bonn, in Duitsland. Een alternatief stel. Beiden werkzaam
in de verpleging. Rustige mensen, waar ik graag kwam. Altijd even gastvrij.
Mijn band met Gerard groeide. Gerard was immers mijn vriend. Anne zijn vrouw.
Maar op die manier nam Anne een steeds grotere rol in. En Anne toonde altijd
haar blijheid, wanneer ik hen weer zag. Een warme vrouw. Enthousiast. Ze
probeerde Nederlands te praten en ik heb ook altijd Nederlands naar haar gesproken.
Ze wilde mij begrijpen, alhoewel we soms dingen wel nog even extra moesten
uitleggen.
Zichzelf
cijferde zij altijd weg. Anne was er voor de ander en zelf was zij eigenlijk onopvallend
aanwezig. Zo onopvallend dat Anne er altijd was. En nooit, nee nooit, was er
iets verkeerd.
Gert
Jan werd geboren en een paar jaar later kwam Anneke. Anne werd moeder, maar
eigenlijk was ze het al. Zelden zo een krachtige moeder gezien. Anne was iemand
om ontzag voor te hebben. Anne was Anne. Was, want sinds vanmiddag is Anne niet
meer. Anne is dood.
Dertig
jaar lang hebben we elkaar gekend. Van Bonn verschoof de familie in stapjes richting
Koblenz. In alle woningen ben ik geweest. Van alle woningen heb ik hun leven
mee gekregen. Ze hebben bij een gehandicapte man gewoond. Niet om er alleen te
wonen, maar ook om hem te verzorgen. Anne was zorgzaam. Heel zorgzaam. Maar ze
had ook een probleem. Voor haar werk moest ze met de auto rijden. Dat lukte
niet zo goed, en meerdere auto’s bereikten vroegtijdig de sloop. Anne bleef er
kalm onder. In Zeeland kregen zij, tijdens een vakantie, een redelijk groot
ongeluk. Anne bleef nuchter. Ze was altijd nuchter.
Een
jaar of vier geleden werd Anne ziek. Ze werkte al een tijdje niet meer, omdat
zij al psychische klachten had gekregen. Je merkte er weinig van. Alleen als je
haar goed kende, maar het was zwaar voor haar. Ze ging niet bij de pakken neer
zitten en werd actief bij de wereldwinkel in Koblenz. Dat zij hoorde dat zij
kanker had nam zij vol kracht op, en bleef nuchter. Ze bleef door gaan. De
ziekte sloopte haar heel langzaam. Dan ging het weer een stuk beter, en weer
slechter. Hoe lang kon dit duren? Duidelijk was dat Anne niet meer te genezen
was. Vanaf het begin vond ik daar erg moeilijk, maar het was Anne die er voor
zorgde dat ik er wel mee om kon gaan.
Vorig
jaar hoorde we dat Gert Jan zou gaan trouwen. In juni dit jaar. Zou Anne er nog
bij zijn? De verwachtingen waren slecht. Dit voorjaar lag zij in het ziekenhuis
en was palliatieve zorg aan de orde. Anne krabbelde weer overeind.
9
juni. Anne was er. Ze had de dag van haar leven. Ja, ze danste zelfs. Maanden
ervoor had zij geruime tijd in de rolstoel gezeten, maar nu danste zij. Anne
maakte harten blij, harten warm, dat was Anne.
Half
september belde Gerard. Nu ging het echt snel met Anne. Ze lag al veel te
slapen en wilden we haar nog zien en spreken moesten we snel komen.
Aanvankelijk wilden we in de herfstvakantie gaan. Toch besloten we een week
geleden te gaan. Niet een weekend, maar dit keer een dagje. Ja, Anne was heel
erg ziek. Anne was Anne niet meer. Maar Anne berustte en gaf aan dat het zo wel
goed was. Anne was klaar te sterven. Toen we vertrokken zeiden we snel nog een
keer langs te komen. Misschien wel tegen beter weten in.
Vanmorgen
zag ik het rode lampje knipperen van het antwoordapparaat. Gerard had
ingesproken. Anne was gevallen, bleef bloeden en was nu naar het ziekenhuis
gebracht. Vanavond, even over zessen, ging de telefoon. Ik zag de naam op de
display… ik voelde het al. Inderdaad, vanmiddag is Anne ingeslapen. Vannacht
waren haar zussen erbij geweest. Vanmiddag vertrokken en Gerard en Anneke waren
bij haar. Een half uurtje later blies zij haar laatste adem uit. Het leek wel
of Anne daar op had gewacht, dat haar man en dochter bij haar waren. Het lijkt
wel of ze erop heeft gewacht, dat wij nog een keer naar Koblenz kwamen, om
afscheid te nemen. Of ze erop had gewacht toch nog het huwelijk van haar zoon
mee te maken.
Anne
staat voor mij voor kracht. Een haast onzichtbare kracht. En nu heb ik veel
verdriet. Heel veel. 53 jaar… toch geen leeftijd. Zo’n goed mens. Nee,
alsjeblieft niet het cliché, dat zij het niet verdiend heeft en de wereld
oneerlijk is. Het is een feit en met dit feit moeten we leven.
Maar,
de herinnering aan Anne neemt niemand mij af. Nog veel zal ik aan haar denken.
Anne zit in mij hart gekluisterd. Diep en warm. Anne heeft mijn leven verrijkt,
puur door haar zijn. We moeten wennen aan een leven zonder Anne. Dat doet pijn
en zal lang pijn blijven doen. De herinnering aan Anne geeft mij daarentegen
een warm gevoel. Trots dat ik deel mocht uitmaken van haar leven. Anne… rust
zacht.
Abonneren op:
Posts (Atom)






