Posts tonen met het label Anne Keuls. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Anne Keuls. Alle posts tonen

woensdag 2 oktober 2013

Zweef André... Zweef!


Voor mijn gevoel sta ik midden in het leven. Ik houd wel van dit leven en wil nog wel een poosje door. Om mij heen steeds meer, bij wie het licht wel uit gaat. Vandaag hoorde ik dat André Moeskops maandag is overleden.

Volgens mij was hij een klein jaartje ouder dan ik. Laatste had ik het nog met iemand over hem. André was een markant type, waarvan je zelfs kan bedenken dat het heel wat is, dat hij nog zou " oud " is geworden. Zijn scherpe jukbeenderen, hoofd iets omhoog met die scherpe wijde ogen, waar juist iets zachts van uit ging. Inmiddels was hij een kennis, maar vroeger heeft hij een tijd de status van vriend gekend. Maar dat is het niet alleen. Vorig jaar Anne, 53. In januari Gerard, 55. Afgelopen jaar Lonneke, 56 (?). En nu André... Volgens mij dus 58. Allemaal jong. Allemaal binnen een jaar. Het wordt wel wat veel zo. En ook allemaal zo rond mijn leeftijd. Laatst sprak ik nog met iemand (Bert Hennink) over de tijd in het Vinkennest in Driehuis. Van het team uit die tijd, zijn er van de vijf nog twee in leven. Ook de werkster van die afdeling leeft niet meer. Allen jong gestorven, destijds wel iets ouder dan ik, maar ook toen nog te jong.

André leerde ik kennen in van Ouds het Raadhuis. We woonden er allebei en trokken naar elkaar. Mijn eerste kat (Bolle) kwam uit een nest katjes van André, eind 1976. Een fel katje bleef over,en die heb ik uiteindelijk ook genomen. Die kreeg de naam Dikke. Erg goed zorgde hij niet voor het nest. Ja, hij was echt een ouderwetse hippie. We hebben hele avonden zitten filosoferen. Met drank en Gele Libanon. André was afgekeurd. Hij kon niet werken, maar wilde het vooral ook niet. Hij was anarchist, passifist, maar vooral wel heel erg relaxed. Een goede gozer, met een niet eenvoudige jeugd. En niets ging gehaast. Toch hebben we veel met elkaar gedaan. Een periode lang een paar keer per week naar film of theater. Vooral de Meerse, in Amstelveen, had destijds een goed programmering. Maar ook de gezamenlijke feesten hadden kwaliteit. Daarbij speelde ook de liefde geen onbelangrijke rol. Een
foto van André (zoals we hem kennen) van zijn rouwkaart
rokkenjager was hij. Ondanks zijn niet al te aantrekkelijke uiterlijk was zijn charmante gedrag goed genoeg zijn bed zeer regelmatig te vullen met vrouwelijk schoon. Het kwam ook wel eens voor dat we er een soort consumentenbond van de liefde van maakten. Een anekdote zal mij altijd bij blijven,maar daar ga ik hier niet over uitweiden.
Na de periode van het Raadhuis zagen we elkaar steeds minder. Tijdens zijn relatie met Lidwien was hij er weer even vaker. Hij werd zelfs vader. Maar fysiek was hij nooit een echt gezonde man.
bron: jolandagerrmann
Ik kwam hem nog eens tegen in het winkelcentrum van Schalkwijk, te Haarlem. Dat was alweer een jaar of acht geleden. Hij zag er slecht uit. Het ging ook (weer) slecht met hem. Gelukkig hoorde ik later dat het weer stukken beter ging.

De laatste jaren zag ik hem eigenlijk niet. Misschien nog een of twee keer. En wanneer we elkaar zagen, zat het contact gewoon weer goed. Maar inmiddels hadden wij onze eigen levens. Een hele goede vriend van mij had nog wat meer contact. Zo bleef ik nog een beetje bij. Nu ben ik ook weer bij, maar is André er niet meer.
Dan komt het weer even heel dichtbij. Hij komt weer dichtbij, maar ook het ouder worden. Een vreemde boodschap, maar ik zal het moeten accepteren. Hoe iemand op afstand toch relatief dichtbij kan voelen. Ik denk aan hem.
En André? Ach, ik denk dat hij ergens is waar hij eeuwig kan zweven. Hij was een zwever en doet dat nu ook graag. Zeker weten. zweef André, zweef!



zondag 14 oktober 2012

Anne


Met het puntje van mijn tong veeg ik een zoute druppel van mijn wang. Ik huil niet de hele tijd, maar het verdriet komt in golven. Niet onverwacht, maar nu wel definitief. Anne is niet meer.

In 1982 kwamen er drie Duitsers aan de deur. Gemaskerd, want er was een feestje. Jürgen, Gerard en Anne. Het waren niet mijn vrienden, maar Gerard en Anne zouden het snel worden. Mijn beste vrienden zelfs, naast Herbert en Jan.
Gerard en Anne woonden bij Bonn, in Duitsland. Een alternatief stel. Beiden werkzaam in de verpleging. Rustige mensen, waar ik graag kwam. Altijd even gastvrij. Mijn band met Gerard groeide. Gerard was immers mijn vriend. Anne zijn vrouw. Maar op die manier nam Anne een steeds grotere rol in. En Anne toonde altijd haar blijheid, wanneer ik hen weer zag. Een warme vrouw. Enthousiast. Ze probeerde Nederlands te praten en ik heb ook altijd Nederlands naar haar gesproken. Ze wilde mij begrijpen, alhoewel we soms dingen wel nog even extra moesten uitleggen.
Zichzelf cijferde zij altijd weg. Anne was er voor de ander en zelf was zij eigenlijk onopvallend aanwezig. Zo onopvallend dat Anne er altijd was. En nooit, nee nooit, was er iets verkeerd.

Gert Jan werd geboren en een paar jaar later kwam Anneke. Anne werd moeder, maar eigenlijk was ze het al. Zelden zo een krachtige moeder gezien. Anne was iemand om ontzag voor te hebben. Anne was Anne. Was, want sinds vanmiddag is Anne niet meer. Anne is dood.

Dertig jaar lang hebben we elkaar gekend. Van Bonn verschoof de familie in stapjes richting Koblenz. In alle woningen ben ik geweest. Van alle woningen heb ik hun leven mee gekregen. Ze hebben bij een gehandicapte man gewoond. Niet om er alleen te wonen, maar ook om hem te verzorgen. Anne was zorgzaam. Heel zorgzaam. Maar ze had ook een probleem. Voor haar werk moest ze met de auto rijden. Dat lukte niet zo goed, en meerdere auto’s bereikten vroegtijdig de sloop. Anne bleef er kalm onder. In Zeeland kregen zij, tijdens een vakantie, een redelijk groot ongeluk. Anne bleef nuchter. Ze was altijd nuchter.

Een jaar of vier geleden werd Anne ziek. Ze werkte al een tijdje niet meer, omdat zij al psychische klachten had gekregen. Je merkte er weinig van. Alleen als je haar goed kende, maar het was zwaar voor haar. Ze ging niet bij de pakken neer zitten en werd actief bij de wereldwinkel in Koblenz. Dat zij hoorde dat zij kanker had nam zij vol kracht op, en bleef nuchter. Ze bleef door gaan. De ziekte sloopte haar heel langzaam. Dan ging het weer een stuk beter, en weer slechter. Hoe lang kon dit duren? Duidelijk was dat Anne niet meer te genezen was. Vanaf het begin vond ik daar erg moeilijk, maar het was Anne die er voor zorgde dat ik er wel mee om kon gaan.
Vorig jaar hoorde we dat Gert Jan zou gaan trouwen. In juni dit jaar. Zou Anne er nog bij zijn? De verwachtingen waren slecht. Dit voorjaar lag zij in het ziekenhuis en was palliatieve zorg aan de orde. Anne krabbelde weer overeind.

9 juni. Anne was er. Ze had de dag van haar leven. Ja, ze danste zelfs. Maanden ervoor had zij geruime tijd in de rolstoel gezeten, maar nu danste zij. Anne maakte harten blij, harten warm, dat was Anne.
Half september belde Gerard. Nu ging het echt snel met Anne. Ze lag al veel te slapen en wilden we haar nog zien en spreken moesten we snel komen. Aanvankelijk wilden we in de herfstvakantie gaan. Toch besloten we een week geleden te gaan. Niet een weekend, maar dit keer een dagje. Ja, Anne was heel erg ziek. Anne was Anne niet meer. Maar Anne berustte en gaf aan dat het zo wel goed was. Anne was klaar te sterven. Toen we vertrokken zeiden we snel nog een keer langs te komen. Misschien wel tegen beter weten in.
Vanmorgen zag ik het rode lampje knipperen van het antwoordapparaat. Gerard had ingesproken. Anne was gevallen, bleef bloeden en was nu naar het ziekenhuis gebracht. Vanavond, even over zessen, ging de telefoon. Ik zag de naam op de display… ik voelde het al. Inderdaad, vanmiddag is Anne ingeslapen. Vannacht waren haar zussen erbij geweest. Vanmiddag vertrokken en Gerard en Anneke waren bij haar. Een half uurtje later blies zij haar laatste adem uit. Het leek wel of Anne daar op had gewacht, dat haar man en dochter bij haar waren. Het lijkt wel of ze erop heeft gewacht, dat wij nog een keer naar Koblenz kwamen, om afscheid te nemen. Of ze erop had gewacht toch nog het huwelijk van haar zoon mee te maken.

Anne staat voor mij voor kracht. Een haast onzichtbare kracht. En nu heb ik veel verdriet. Heel veel. 53 jaar… toch geen leeftijd. Zo’n goed mens. Nee, alsjeblieft niet het cliché, dat zij het niet verdiend heeft en de wereld oneerlijk is. Het is een feit en met dit feit moeten we leven.
Maar, de herinnering aan Anne neemt niemand mij af. Nog veel zal ik aan haar denken. Anne zit in mij hart gekluisterd. Diep en warm. Anne heeft mijn leven verrijkt, puur door haar zijn. We moeten wennen aan een leven zonder Anne. Dat doet pijn en zal lang pijn blijven doen. De herinnering aan Anne geeft mij daarentegen een warm gevoel. Trots dat ik deel mocht uitmaken van haar leven. Anne… rust zacht.