Ooit ben ik geboren in een Randstedelijk dorp, Santpoort Noord. Opgegroeid en vertrokken, maar een lange tijd van mijn leven in de buurt gewoond. In zekere zinnen ik een honkvast type..., aan de andere kant totaal niet.
Lange tijd heb ik een relatie gehad met iemand van Urk. Ik kwam dus veel op Urk. Een Nederlands dorp, maar ook altijd een soort "buitenland". Overigens, voor de Urkers was ik een "vreemde".
Ondanks dat ik qua wonen erg honkvast was reisde ik al vroeg in mijn leven. Eerst op vakantie, met de auto, klem tussen mijn oudere broers. Later alleen. Liften, op de brommer, met de auto en dan zelfs vliegen.
Eerst trok ik door Europa. In West Europa heb ik alle landen wel gehad, behalve een drietal Scandinavische landen. De continenten Afrika, Azië, Noord en Zuid Amerika inmiddels ook, evenals Midden Amerika en het Caribisch gebied, waaronder Curacao en Cuba. Het waren vakanties, reizen en bezoeken. En op veel van die plaatsen kreeg ik de gedachte daar wel te kunnen wonen.
Inmiddels zit ik bijna drie jaar in Turkije (waarvan vier maanden ongeveer in Nederland) en ja, ik kan hier wonen.
Door mijn reizen, vele bezoeken aan Curacao en langdurig verblijf in Turkije realiseer ik mij plots iets, wat eigenlijk nooit zo tot mij doordrong. Of dit komt door de politieke klimaten in de diverse landen, de globalisering, of gewoon het feit dat ik ouder word. Op zich boeit dat mij niet. Dat wat ik mij realiseer boeit mij des te meer.
Ik ben Nederlander. Ik spreek de Nederlandse taal. Ik spreek meer talen. Nee, Turks lukt mij overigens niet. Maar ben ik Nederlander? Wat doet Nederland mij eigenlijk? Nederland is niets meer, dan een gegeven, het feit dat ik die nationaliteit heb en de cultuur ken. Maar welke cultuur? Nederland is niet overal hetzelfde. Zoals ik aangaf is, bijvoorbeeld, Urk een hele andere gemeenschap. In Zuid Limburg heb ik al het gevoel in een totaal vreemd gebied te zijn en in Groningen..., ja sorry, maar daar heb ik geen gevoel bij. Dat is gewoon een niet nader te noemen regio, ergens op de wereld. Ja, want wat is nationaliteit eigenlijk? En een nationale identiteit, dat is puur een verzinsel. Vele burgeroorlogen hebben dat in feite al bewezen. Nee, ik ben er achter dat de wereld weliswaar opgedeeld is in landen en continenten, maar dat de wereld in feite de wereld is. Ja, ik ben een wereldburger. In iedere streek, regio, of gebied is het anders. Nationale grenzen spelen daarbij feitelijk helemaal geen rol. Overal is het hetzelfde, maar nergens gelijk. Groot, noch klein. Zelfs verschillen tussen arm en rijk zijn niet primair gebonden aan landen, maar wel aan regio's. Bloemendaal is een "rijk" dorp, maar in Hillegom woont armlastig boerenvolk. Wel, ook in Bloemendaal is armoede en wonen er rijken in Hillegom. Maar kijk eens naar andere landen. In feite is het overal hetzelfde! Armen wijken, rijke steden, ontwikkelde gebieden versus achter gebleven regio's. Zelfs mensen, die zich tot een bepaald volk voelen behoren zijn verschillend. Mensen, die dezelfde Religie aanhangen kunnen tegenpolen zijn.
De Nederlander bestaat eigenlijk helemaal niet. Net zo min, de Turk, de Belg, de Indonesiër, of de Australiër, om maar een paar zijstraten te noemen. Als mens, als individu zijn we wereldburger!
Puur door een stelletje idioten zijn er landen en naties ontstaan. Idioten, eerst landheren, landeigenaren, later koningen, keizers en weer later regeringen. En soms liepen die periodes ook nog eens door elkaar.
Ik roep al langer dat ieder mens gelijkwaardig is aan elkaar, maar niemand is gelijk. We zijn allemaal wereldburgers en dat sterkt onze gelijkwaardigheid. De ongelijkwaardigheid, de discriminatie is een politiek verzinsel. Bestuurders die de mensen keer op keer hebben verteld dat "wij" beter zijn, meer zijn zelfs, en "zij" niet deugen, dieven, parasieten en gevaarlijk zijn. De bestuurders hebben ons leren generaliseren. Ze hebben ons maar wat op de mouw gespeld. In ieder land zijn mensen aardig, maar ook zijn er hufters. Machtswellustelingen heb je overal. Echt overal.
Doordat al eeuwen de onderlinge verschillen en schisma's benadrukt worden lijkt het inderdaad dat grote groepen dezelfde kenmerken hebben. Zo zijn hier veel van die patserige, dikke, passieve Engelsen, vol tattoos. Klopt, maar hoe veel andere Engelsen zijn er ook? Door onze vooringenomenheid denken we te kunnen generaliseren. We zijn er zelfs van overtuigd soms. Toch is dat natuurlijk absolute bullshit, wat wij ons zelf hebben laten aanpraten, of we ons zelf aanpraten.
Destijds in Joegoslavië... Buren die lange tijd uitstekend met elkaar om gingen tot opeens de een een Serviër was en de ander een Bosniër. En, ze sloegen elkaar de hersens in. Zie de Fries, die zijn Brabantse buur neer schiet, omdat ie na vele haren vriendschap ontdekt dat het een Brabander is..., of dat die bestuurders je er opeens op wijzen dat het een Brabander is.
Klein en groot, een strijd die je overal ziet. Niet aan landsgrenzen gebonden is, in feite niet eens aan de mensen zelf.
Het is een heerlijk gevoel te ontdekken, te beleven dat ik gewoon een wereldburger ben. Dat alle mensen gelijkwaardig zijn en ondanks alle verschillen in feite alleen de taal een probleem kan zijn. En ook dat probleem wordt minder, want meer mensen spreken Engels en ook steeds beter. En zo leren we weer met elkaar communiceren, omgaan en wellicht soms begrip tonen. Immers ondanks ieders gelijkwaardigheid is niemand gelijk. Ik kan ook heel goed de schurft aan iemand hebben en verafschuwen. Men kan mij ook verafschuwen en niet mogen. Prima, houden zo; accepteren. Omdat we gelijkwaardig zijn dien je dat van elkaar te accepteren en te respecteren. Onzin om iemand die mij niet mag op z'n bek te slaan. Dan laat je die persoon gewoon links liggen en mocht je er wel mee om moeten gaan houd je het gewoon zakelijk en afstandelijk.
In principe heb ik met mijn gevoel, dat ik wereldburger ben, dat iedereen wereldburger is theoretisch bij deze alle geweld de wereld uit geholpen. Oorlogen, moorden, misdaad en terreur..., het hoeft niet meer. We zijn wereldburgers en dienen ons als zodanig te gedragen. Hoe simpel kan het zijn...
Jammer, dat veel mensen het niet simpel willen. Dat sommigen zullen denken: die klootzak van een Merhottein moeten we een lesje leren, hij verkondigt zulk een onzin... op het schavot met hem!
Laat mij mijn onzin verkondigen, dan mag jij jou onzin verkondigen, maar als we op die basis elkaar al te lijf gaan, nou blaas dan die hele aardkloot maar in een keer op. Ga daar maar eens lekker een plan voor smeden, dan geniet ik voorlopig volop van mijn gevoel wereldburger te zijn...
Posts tonen met het label burgeroorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label burgeroorlog. Alle posts tonen
zaterdag 22 april 2017
vrijdag 13 februari 2015
Eigen land
Misschien zijn wij wel de meest vredelievende dieren. Daarom dat we ook niet meer met zo heel veel zijn. We wonen in kleine familieverbanden, ver in de jungle, vooral in Congo. Waar ik persoonlijk de pest aan heb is dat de mensen zelden goed het onderscheid maken tussen de chimpansees en ons. Uiterlijk is er niet zo heel veel verschil, maar je kan de verschillen duidelijk zien. Tenminste wanneer je de moeite neemt. Maar ook is ons gezicht veel vriendelijker dan van die nare clowns, de chimpansees. Ze doen leuk, maar eigenlijk is het best een agressief volkje. Ik moet er in ieder geval niets van hebben. We komen elkaar gelukkig ook uiterst zelden tegen. Wij leven dan ook wel vrij teruggetrokken. Dat wordt wel steeds moeilijker, omdat de mensen ons oerwoud in grote mate kappen. Vreselijk is dat. Wij worden daardoor opgejaagd. Een nieuwe woonplaats vinden is ingewikkeld en wordt er zeker niet eenvoudiger op. Laatst hoorde ik dat wij, de Bonobo's, inmiddels een beschermde diersoort zijn. Vertel dat ook even die jagers... Vorige week nog, twee leden van een andere familie, zo maar overhoop geschoten. Als vlees worden hun resten op de markt verkocht. Nee, niet openbaar, maar als je er naar vraagt is het te krijgen. Ons vlees brengt een hoop op. Dus ons territorium loopt gevaar en we zijn jagersprooi. Dat maakt ons leven niet eenvoudig. En dat terwijl wij eeuwen lang in alle rust konden leven. Ja, die tijden zijn voorbij....
" Hé, Djnidu, kan jij even op de kleine Abnil letten?"
Sorry, ik word even gestoord. Even naar die kleine Abnil. Een jonkie, vier maanden oud. Schattig kereltje. Abnil is het kind van Mneki, mijn halfzus, zal ik maar zeggen. Hij is een speels kereltje. Wel pech, er zijn wat jongere jonkies, en een paar van al bijna een jaar of ouder. Abnil zit er net tussen, al probeert ie wel te spelen met de anderen. De ouderen zijn eigenlijk iets te ruw voor hem, en op zijn beurt is Abnil net effe te ruw voor de kleintjes. Echt erg is het niet, want je wordt er wel een flinke Bonobo van. Alleen, als het mis gaat...oh, dan is er heibel in de tent en de onschuldige worden altijd aangewezen. Ik moet bekennen dat ik overigens niet anders ben.
Kijk, daar is Abnil. Die grote ogen met die diepdonkere toet. Daar moet je gecharmeerd van raken. Ik pas met plezier op het jonge kroost. We wisselen dat af. De ene keer pas ik op, dan weer Mneki, dan weer een ander vrouwtje. Dat maakt ook dat je af en toe even rustig andere dingen kan doen.
" Kijk, mamma Djnidu, ik kan al een koprol maken."
" Mooi, Abnil, goed van je hoor."
Echt vertederend, die kleintjes. De koprol gaat alleen wel scheef en Abnil rolt een stuk van de heuvel af. Brekende takjes en knerpende bladeren laten het pad horen, dat hij naar beneden rolt. De andere apen moeten lachen.
Ja, ik ben over het algemeen wel tevreden met mijn leven. We hebben een leuke troep. Drie mannetjes en zeven vrouwtjes. Acht kleintjes. Nkabi is onze hoofdman. Hij mag met ons paren. De andere twee mannetjes niet. Wanneer zij willen paren, moeten ze een andere troep op zoeken, of wachten dat Nkabi te oud wordt voor zijn taak. Bij de chimpansees is dat een constant gevecht. Het leven van Nkabi is een stuk rustiger, omdat een Bonobo er niet van houdt telkens een machtsstrijd aan te gaan. Nee, wij vermaken ons liever met de kleintjes en het vlooien van elkaar. En natuurlijk scharrelen naar eten. Het woud, waarin wij leven is erg vruchtbaar. Er is niet altijd wel iets te eten, er hangen ook overal hele lekkere vruchten aan de bomen. Soms genieten we van zoete termieten, of vinden we honing. O, daar ben ik dol op. Goeie honing... Je mag me er voor wakker maken.
Mneki is nu met Nkabi. Tenminste, ik zie ze allebei niet. Ze trokken net samen het bos in. Dat is hier zo dicht, dat je al snel uit zicht bent. Dit is trouwens een goed stuk woud. We zitten er nog niet zo lang. De afgelopen jaren moesten we een keer of vier verkassen, door de ontbossing. Een keer hadden we een stek in een woud, waar bijna niets te eten was en ook was het woud niet dicht begroeit. Dan zitten we hier beter. Het lijkt er ook op, dat de mensen hier minder dichtbij komen. We voelen ons nu ook een stuk rustiger. Ja, dat is wel eens anders geweest, de laatste tijd. Hier horen we ook minder knallen. Waar wij eerst zaten jaagden de mensen niet alleen op dieren, maar ook op elkaar. Toch hielden ze, volgens mij, niet van hun eigen vlees. De dode mensen kagen soms dagen op de grond. Dat gaat stinken, dat ruiken wij ook. Maar goed, hier is het een stuk minder, bijna rustig zelfs.
" Hé Abnil, kom es bij me."
" Waarom, mamma Djnidu?"
" Ik wil even je vacht controleren."
Niet geheel met zin komt Abnil naar mij toe, draait zich met zijn rug en gaat voor mij zitten. Dan ga ik met mijn vingers door zijn vacht. Wanneer ik een vlo vind knijp ik die uit de vacht en peuzel hem op. Lekkere diertjes, vlooien. En nog gezond ook. Abnil schuift langzaam steeds een stukje verder van mij af. Aan zijn oor trek ik hem dan weer naar mij toe. Daarna kietel ik hem een beetje. Dat vind ie geweldig. Ondanks dat het een kind van Mneki is, is hij toch echt mijn oogappel. Er loopt er ook nog eentje van mij bij; Zbezi. Zij is nu alweer ruim een jaar. Maar bij de Bonobo zijn de kinderen eigenlijk van de hele troep en niet specifiek van een vrouwtje. Alleen het zogen, dat doet alleen de eigen moeder. De kinderen zeggen ook tegen alle vrouwtjes "mamma". Ik heb al wat kinderen gehad, in mijn leven. Zes, om precies te zijn. Vijf zijn allemaal naar een andere troep gegaan. Vier waren jongens, dus dan is het wel logisch. Mijn oudste meisje is met een mannetje van een andere troep mee gegaan, tien de troepen elkaar tegen kwamen. Af en tie zien we elkaar nog. Dat is gezellig. Ondanks dat de troepen vrij op zichzelf leven, hebben we wel contact met de andere troepen. Daardoor wisselen we ook nieuws uit. We tolereren elkaar. De gasten weten dat ze niet op eigen territorium zijn. Zoals ik al eerder zei, we zijn niet agressief. De chimpansees daarentegen vechten elkaar voor van alles te tent uit.
Kijk, uit het bos komt Nkabi. Hij roept nu de hele troep bij elkaar. Gelukkig zit ik er al, dus ik heb een goede plek. De anderen komen een voor een aangekakt. Achter Nkabi staat Mneki. Iedereen zoekt een plaatsje. Het is stil. Stil, totdat Nkabi de stilte doorbreek;
" Ik heb nieuws!"
We kijken allemaal verwachtingsvol in zijn richting. Ook met een nerveus gevoel in de maag. Nkabi gaat door;
" Vanmorgen kwam ik Okbibi tegen. Zijn troep hadden weer andere troepen gesproken. Hij vertelde dat wij niet meer hoeven te verhuizen. Wel moeten we misschien troepen samenvoegen. Dit is nu ons land en er zijn speciale mensen, die ons, hier, beschermen. Het land is niet zo heel erg groot. Met drie dagen lopen en vijf dagtochten heb je de breedte en de lengte wel gehad. We leven hier met vier troepen. Maar het is een vruchtbaar land en het gebied is echt geschikt voor ons."
De aanwezigen reageren instemmend.
" ....en het gebied heeft zelfs een naam," vervolgt Nkabi.
" Nou en hoe heet het dan?" Roept een van de jongeren.
Nkabi gaat verzitten en trekt zijn gezicht in een ernstige plooi: " Congo, National Park of Bonobo's..."
" Hé, Djnidu, kan jij even op de kleine Abnil letten?"
Sorry, ik word even gestoord. Even naar die kleine Abnil. Een jonkie, vier maanden oud. Schattig kereltje. Abnil is het kind van Mneki, mijn halfzus, zal ik maar zeggen. Hij is een speels kereltje. Wel pech, er zijn wat jongere jonkies, en een paar van al bijna een jaar of ouder. Abnil zit er net tussen, al probeert ie wel te spelen met de anderen. De ouderen zijn eigenlijk iets te ruw voor hem, en op zijn beurt is Abnil net effe te ruw voor de kleintjes. Echt erg is het niet, want je wordt er wel een flinke Bonobo van. Alleen, als het mis gaat...oh, dan is er heibel in de tent en de onschuldige worden altijd aangewezen. Ik moet bekennen dat ik overigens niet anders ben.
Kijk, daar is Abnil. Die grote ogen met die diepdonkere toet. Daar moet je gecharmeerd van raken. Ik pas met plezier op het jonge kroost. We wisselen dat af. De ene keer pas ik op, dan weer Mneki, dan weer een ander vrouwtje. Dat maakt ook dat je af en toe even rustig andere dingen kan doen.
" Kijk, mamma Djnidu, ik kan al een koprol maken."
" Mooi, Abnil, goed van je hoor."
Echt vertederend, die kleintjes. De koprol gaat alleen wel scheef en Abnil rolt een stuk van de heuvel af. Brekende takjes en knerpende bladeren laten het pad horen, dat hij naar beneden rolt. De andere apen moeten lachen.
Ja, ik ben over het algemeen wel tevreden met mijn leven. We hebben een leuke troep. Drie mannetjes en zeven vrouwtjes. Acht kleintjes. Nkabi is onze hoofdman. Hij mag met ons paren. De andere twee mannetjes niet. Wanneer zij willen paren, moeten ze een andere troep op zoeken, of wachten dat Nkabi te oud wordt voor zijn taak. Bij de chimpansees is dat een constant gevecht. Het leven van Nkabi is een stuk rustiger, omdat een Bonobo er niet van houdt telkens een machtsstrijd aan te gaan. Nee, wij vermaken ons liever met de kleintjes en het vlooien van elkaar. En natuurlijk scharrelen naar eten. Het woud, waarin wij leven is erg vruchtbaar. Er is niet altijd wel iets te eten, er hangen ook overal hele lekkere vruchten aan de bomen. Soms genieten we van zoete termieten, of vinden we honing. O, daar ben ik dol op. Goeie honing... Je mag me er voor wakker maken.
Mneki is nu met Nkabi. Tenminste, ik zie ze allebei niet. Ze trokken net samen het bos in. Dat is hier zo dicht, dat je al snel uit zicht bent. Dit is trouwens een goed stuk woud. We zitten er nog niet zo lang. De afgelopen jaren moesten we een keer of vier verkassen, door de ontbossing. Een keer hadden we een stek in een woud, waar bijna niets te eten was en ook was het woud niet dicht begroeit. Dan zitten we hier beter. Het lijkt er ook op, dat de mensen hier minder dichtbij komen. We voelen ons nu ook een stuk rustiger. Ja, dat is wel eens anders geweest, de laatste tijd. Hier horen we ook minder knallen. Waar wij eerst zaten jaagden de mensen niet alleen op dieren, maar ook op elkaar. Toch hielden ze, volgens mij, niet van hun eigen vlees. De dode mensen kagen soms dagen op de grond. Dat gaat stinken, dat ruiken wij ook. Maar goed, hier is het een stuk minder, bijna rustig zelfs.
" Hé Abnil, kom es bij me."
" Waarom, mamma Djnidu?"
" Ik wil even je vacht controleren."
Niet geheel met zin komt Abnil naar mij toe, draait zich met zijn rug en gaat voor mij zitten. Dan ga ik met mijn vingers door zijn vacht. Wanneer ik een vlo vind knijp ik die uit de vacht en peuzel hem op. Lekkere diertjes, vlooien. En nog gezond ook. Abnil schuift langzaam steeds een stukje verder van mij af. Aan zijn oor trek ik hem dan weer naar mij toe. Daarna kietel ik hem een beetje. Dat vind ie geweldig. Ondanks dat het een kind van Mneki is, is hij toch echt mijn oogappel. Er loopt er ook nog eentje van mij bij; Zbezi. Zij is nu alweer ruim een jaar. Maar bij de Bonobo zijn de kinderen eigenlijk van de hele troep en niet specifiek van een vrouwtje. Alleen het zogen, dat doet alleen de eigen moeder. De kinderen zeggen ook tegen alle vrouwtjes "mamma". Ik heb al wat kinderen gehad, in mijn leven. Zes, om precies te zijn. Vijf zijn allemaal naar een andere troep gegaan. Vier waren jongens, dus dan is het wel logisch. Mijn oudste meisje is met een mannetje van een andere troep mee gegaan, tien de troepen elkaar tegen kwamen. Af en tie zien we elkaar nog. Dat is gezellig. Ondanks dat de troepen vrij op zichzelf leven, hebben we wel contact met de andere troepen. Daardoor wisselen we ook nieuws uit. We tolereren elkaar. De gasten weten dat ze niet op eigen territorium zijn. Zoals ik al eerder zei, we zijn niet agressief. De chimpansees daarentegen vechten elkaar voor van alles te tent uit.
Kijk, uit het bos komt Nkabi. Hij roept nu de hele troep bij elkaar. Gelukkig zit ik er al, dus ik heb een goede plek. De anderen komen een voor een aangekakt. Achter Nkabi staat Mneki. Iedereen zoekt een plaatsje. Het is stil. Stil, totdat Nkabi de stilte doorbreek;
" Ik heb nieuws!"
We kijken allemaal verwachtingsvol in zijn richting. Ook met een nerveus gevoel in de maag. Nkabi gaat door;
" Vanmorgen kwam ik Okbibi tegen. Zijn troep hadden weer andere troepen gesproken. Hij vertelde dat wij niet meer hoeven te verhuizen. Wel moeten we misschien troepen samenvoegen. Dit is nu ons land en er zijn speciale mensen, die ons, hier, beschermen. Het land is niet zo heel erg groot. Met drie dagen lopen en vijf dagtochten heb je de breedte en de lengte wel gehad. We leven hier met vier troepen. Maar het is een vruchtbaar land en het gebied is echt geschikt voor ons."
De aanwezigen reageren instemmend.
" ....en het gebied heeft zelfs een naam," vervolgt Nkabi.
" Nou en hoe heet het dan?" Roept een van de jongeren.
Nkabi gaat verzitten en trekt zijn gezicht in een ernstige plooi: " Congo, National Park of Bonobo's..."
Abonneren op:
Posts (Atom)