De laatste voetbalwedstrijd, welke ik geheel gezien heb, in het echt, moet ergens halverwege de jaren zestig zijn geweest. Het was een wedstrijd in het Telstar stadion, tegen wie weet ik niet meer. Ik was met Jan Wiebe van Veen en zijn vader, en broers. Het was een grote opgaaf. Vond er weinig aan en heb het ook niet meer herhaald. Drukte op de tribune en een hoop herrie. Het was wel mooi zo.
Tot vandaag. FC Göcek. En ik ben helemaal enthousiast. Eigenlijk een beetje toeval. Onze vriend, Caner, speelt in dit elftal. Hij had aangekondigd dat de wedstrijd plaats zou vinden. Helemaal vergeten, maar we waren op tijd op de markt. Aangekomen daar zag ik die jongens op het veld staan. Oeps, de voetbalwedstrijd. Dus, na de markt, wij de tribune op. Ondanks dat het een amateurclub is, staat er een redelijk forse tribune. We zijn bij de ouders van Caner gaan zitten en ook zijn zusje Gaye was over gekomen uit Istanbul.
De tribune was half leeg. Opvallend was dat de helft van het publiek kleine nootjes zat te kanen, waarvan de schilletjes de grond van de tribune bezaaiden. Op het veld gebeurde niet veel. de wedstrijd zou om twee uur beginnen. Niet dus. Gedoe en ik begreep dat de scheids de lijnen niet goed vond. Meten en met een zak kalk nieuwe lijnen uitzetten. Het strafschopgebied werd een beide zijden uitgebreid. Bij het doel van de tegenpartij werden dezelfde handelingen getroffen.
Om half drie begon de match. De tribune was een stuk voller en rond het veld stond ook heel wat publiek. Even buiten de zijlijnen stonden diverse Jandarma's in groepjes van twee. Ook bij de tribune. Ik schat zo'n tien man. Grappig, bij een amateurwedstrijd zo veel "politie". Beide elftallen kwamen zich voor de tribune opstellen. de arbitrage in het midden. Opvallend was dat de grensrechters beiden vrouw waren. Uit Nederland ken ik dat niet, terwijl ik toch heel wat beelden van amateur voetbalgeweld heb voorbij zien gaan op de televisie.
Amper na het fluitsignaal begon het geschreeuw van de supporters. Heel wat opgewonden standjes. Nummer 10 van de tegenpartij liep te kloten, liet zich vallen, kreeg een strafschop mee, en het werd bijna knokken op het veld. Aha, dat was dus de stemming tussen de lijnen. Inderdaad. De scheidsrechter floot wanneer het niet nodig was, en niet wanneer hij wel moest fluiten. Iets wat voor diverse opstootjes tussen de diverse spelers zorgde. Op een uitermate rommelig moment (het leek wel of er 22 spelers zich in het strafschopgebied bevonden) werd er gescoord. Door de tegenpartij. Gejoel vanaf de tribune. Inmiddels waren er al drie gele kaarten gevallen, waarvan twee geheel om onduidelijke redenen.
Het spel werd langzaam ruiger en ruiger. Heel wat spelers kwamen op het groene tapijt terecht. Het EHBO mannetje is absoluut de persoon geweest, die vandaag het meest gerend heeft. Dat heeft hem dan ook groot applaus opgeleverd.
In het laatste kwartier van de eerste helft scoorde de thuisclub. Zo waar met een prachtig schot, waarvan ik aanvankelijk dacht dat het hartstikke mis ging, maar nee hoor, hij zeilde langs de keeper het doel in. De tribune was niet meer te houden en ik stond even hard mee te juichen en te joelen. "We" stonden gelijk!
Na de pauze kwam alles het veld weer op. Ondertussen zaten we nog steeds in het warme zonnetje, nootjes te vreten en water te drinken. Ons dorp begon duidelijk beter voetbal te laten zien, en de tegenpartij bleef zich vrij agressief opstellen. Nummer 15, van die gasten, werd met een rode kaart het veld uit gestuurd. De reden was wat onduidelijk, maar het was al eerder een ettertje gebleken. Net als nummer 10. Er werd wel meer gevoetbald, maar resultaten bleven uit. Spelers werden op de grond gekwakt en de meute liep als een blok heen en weer. Amper een kwartier voor einde scoorde Göcek nog een keer. 2-1! Terecht, naar mijn mening, want ze speelden wel de beste partij. De gasten werden hierop nog agressiever en ja hoor, ettertje nummer 10 kreeg ook rood. Het aantal gele kaarten overigens was niet meer te tellen, het publiek niet meer te houden. Een paar honderd coaches en enthousiaste supporters. Daartussen herkende ik vele dorpsgenoten.
Tegen het einde van de wedstrijd ging de zon schuil achter de berg. En na een prachtige aanval scoorde onze jongens voor de derde maal! Een goede aanval, juist afgewerkt. Een terechte overwinning.
Met bijna tien minuten extra speeltijd klonk het eind signaal. En masse kwamen de thuisspelers naar de tribune en voerden een showtje op. Het publiek werd helemaal gek. Op de achtergrond ging de scheidsrechter richting kleedkamer..., omgeven door zes Jandarma's. Overigens ook tijdens de wedstrijd dreigde de Jandarma nog een keer in te grijpen, maar de agressie bleef toen net binnen de perken. Nu was duidelijk waarvoor de heren gekomen waren. Overigens in de pauze moesten zij nog even optreden op de tribune. Naar ik vernam inzake een beschonken toeschouwer.
De show was over. De laatste spelers gingen richting (nog afgebouwde) kantine/kleedruimte en de mensen verlieten in hoog tempo de tribune. Auto's en scootertjes reden weg op een nogal chaotische manier. De wedstrijd zat er op. Ook wij liepen naar onze auto. Een beloofde wedstrijd, maar eigenlijk niet meer verwacht. We hebben genoten en fanatiek de wedstrijd uit gekeken. De laatste echte wedstrijd zag ik destijds op Cuba. Met een grote kuil in het veld. Ook hier echter een heel andere voetbalsfeer, als in Nederland. Turken zijn snel op hun teentjes getrapt, ook op het veld, maar het is ook zo weer goed. Het publiek bestaat uit heethoofden, maar na afloop vertrekken ze in alle kalmte.Ik ga nog eens echt van voetbal houden....
Posts tonen met het label agressie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label agressie. Alle posts tonen
zondag 13 december 2015
dinsdag 10 februari 2015
Aangekleed dier
Biologisch gezien staat het buiten kijf. Wij zijn dieren. Om precies te zijn dragen wij alle kenmerken van het zoogdier. Ook in ons gedrag en onze fysieke kenmerken is het oer dier in ons aanwezig. Overeenkomsten met andere dieren zijn er ook. Er zijn meerdere soorten, die uitermate geraffineerd communiceren. Soorten, wie met gereedschappen werken, of slimme trucks gebruiken. Er bestaan zelfs soorten, die affiniteit tonen, liefde en meer eigenschappen, die wij mensen ons toedichten.
Het verschil is dat de mens het enige dier is, dat zich omhult met een losse huid, wat wij kleding noemen. Goed, het is wel de mens die ook soms andere diersoorten voorziet van kleding. Bij voorkeur de hond. En ja natuurlijk onderscheidt de mens zich op meerdere vlakken, zoals onze wetenschappen, instrumenten en technieken. Maar we blijven dier. Zeker vanuit diverse religies wordt dat stellig ontkent, evenals de evolutietheorie van Darwin lange tijd werd ontkent.
We kunnen er ook vanuit gaan dat het denken van de mens zich het meest ontwikkeld heeft van alle diersoorten. Desondanks heeft de mens zich op veel fronten nog steeds niet ontwikkeld en zijn het de dierlijke driften, die ons leiden. Natuurlijk is agressie een primitieve communicatievorm. Je zou verwachten, dat dit alleen nog bij andere diersoorten voor komt. Echter, de mens blijft in vele opzichten een agressief beest. Andere banale dierlijke instincten beschikken wij, mensen, ook nog steeds. Macht en leiderschap. Wij blijven immers kuddedieren. Dat is ook duidelijk te zien in de politiek. De politiek wat vergeleken kan worden als de roedel regelaar. De politiek bepaalt de regels, die in de roedel gelden. In de politiek draait het vooral om macht. Macht van de groep, maar vooral macht van de individu. Door onze verbale ontwikkeling vechten mensen niet alleen fysiek, maar ook met woorden. Snijdend kunnen deze zijn. De leider weet zich verbaal het slimste te handhaven. De roedel schaart zich naar de leider. De roedel is een niet nadenkend orgaan. Hoe dierlijk zijn wij....
De mens is een van de weinige diersoorten die de voortplantingsorganen niet alleen voor dit doel aanwenden. Nee, seks is ook voor genot. De ontwikkeling van onze geest maakt dat we bij seks niet direct hoeven voort te planten. Maar seks toont hoe dierlijk wij zijn. Hunkerend naar genot is seks een belangrijk item in ons leven. Zo belangrijk dat seks ook een taboe verworden is, onder het juk van religie. Voor de voortplanting zelf is de mens nog steeds op zoek naar de juiste paar kandidaat. Goed zaad, sterke eitjes; de beste kinderen. In het dierenrijk gaat het niet anders.
Natuurlijk authentiek aan de mens is religie. Door ons verstandelijke vermogens zijn wij in staat na te denken over diepere zaken. Zoals bijvoorbeeld de zin van het leven. Die zin is er natuurlijk niet. In ieder geval niet individueel gezien. Ook in de breedte kan je twijfelen over de zin van het leven. Doordat de mens in staat is tot rede krijgt men angst, wanneer men stilstaat bij het feit dat het leven een zinloze schakel is en een collectieve illusie. Om die angst in toom te houden heeft men een mechanisme ontwikkelt, zodat de roedel zin aan haar bestaan kan geven. De angst wordt hierdoor weggenomen en de roedelleiders kunnen de onderdanen in het gareel houden. Lang leve de religie! Marx zat goed raak met zijn; geloof is opium voor het volk. Het zei zo, en niet anders! Onze machthebbers, lees leiders, hebben de religie gebruikt om dood en verderf te zaaien, om zo hun eigen positie te versterken en de macht te vergroten.
En bij de leiders zie je dan ook hele dierlijke handelwijzen. Hoe dictaroraler de leider, des te barbaarser zijn gedrag. Politiek of religieus, het ontloopt elkaar niet. Kijkend naar onze menselijke ontwikkeling, technische vooruitgang en niveau, dan bedenk je toch niet dat er nog gestraft wordt middels het af hakken van ledematen, stenigen, uitdelen van zweepslagen, marteling en even zo de doodstraf. Kortom, wij mensen vallen telkens weer in onze dierlijke valkuil. De ontwikkeling is maar schijn, eigenlijk zijn wij op dierlijk niveau blijven steken. In ons gedrag zijn wij niet meer, dan een groep Chimpansees. Alleen in ontwikkeling zijn we op een paar gebieden verder. Stukken verder. Het lijkt ons alleen niet te lukken onze welvaart en ontwikkeling te koppelen aan het minder dierlijk zijn. In tegendeel, soms lijken wij ons juist dierlijker te gedragen, naarmate de ontwikkeling ons verder brengt. Mens is dus een heel paradoxaal dier. Een vat vol tegenstrijdigheden.
Ook in de organisatie van ons wereld. Grote mierenkolonies, georganiseerde samenlevingen. Prima op elkaar afgestemd. En dat zonder geld, zonder belastingen, zonder alles wat de mens verzonnen heeft om de mensenkolonie op elkaar af te stemmen en te regelen. Wanner de mieren zich over een miljoen jaar ontwikkeld hebben zal daar een paradijselijke samenleving uit naar voren kunnen komen. Een slag, welke de mensheid duidelijk gemist heeft. De vermeende ongelijkheid tussen mensen onderling is even dierlijk als ondierlijk. Dierlijk vanuit de roedel gedachte, maar volledig ondierlijk wanneer je kijkt hoe de hele dierenwereld onderling haar zaakjes regelt. We zijn sneller geëvolueerd dan onze geest kon dragen. De mens is dan ook goed in staat haar eigen ondergang te creëren. Daar is men ook al een heel eind mee opgeschoten!
Ja, ik ben een dier. Ik waak, ik slaap. Poep, pis, boer en kots. Meestal op zo'n menselijke vinding als de wc, maar even zo gemakkelijk buiten in de natuur. Bij een mooi vrouwtje krijg ik een erectie en mijn eigen wijfje bescherm ik tegen het kwaad van buiten. Als mens kan je niet ieder vrouwtje bespringen, die je wilt. De behoefte is bij het mannetje (op de achtergrond) echter nog steeds potentieel aanwezig. Een dierlijk gedrag wat wij ons voor de buitenwereld hebben afgeleerd.
Mijn leven is volledig zinloos. Ik ben geboren, leef en straks zal ik weer sterven. Ik zal in de vergetelheid raken. Mijn lijf zal tot as verworden, of als humus eindigen, onder de grond. Mijn geest zal doven. Nee, voor dieren is geen hiernamaals. Evenmin voor het dier mens. De mens kwelt zichzelf onder een juk van regels, verplichtingen, en... roedelgedrag. Wanneer er een blaft, gaan de anderen ook blaffen. We zijn net honden. We dienen bij voorkeur onze koningin, in welke hoedanigheid dan ook, en zijn niet anders dan een kolonie mieren. We moorden, om ons voedsel te beschermen, of we moorden om ons territorium te vergroten. We dragen de agressie van een roodborstje.
Wat een vreselijk arrogant dier zijn wij eigenlijk. Logisch ons dierlijke afkomst te ontkennen. Zeer bedreigend. Het zou ons gedrag verklaren en bovendien zal duidelijk worden dat onze geest onze vooruitgang niet heeft kunnen bij benen. De zinloosheid van het bestaan kan een te grote invloed hebben, en nog meer bandeloosheid creëren.
Ja, ik ben een dier. Mijn soort heet mens. Met regelmaat zou ik een ander dier willen zijn. Of een mens in wat wij de pre-historie noemen. Leven om te overleven, jagen en voedsel kweken. Terug naar het wezenlijke zijn. Bezig met overleven en niet stil hoeven te staan bij de zin, of onzin, van het leven. Leven, en na een goed leven sterven. Op jacht naar voedsel. Mijn sperma in het juiste vrouwtje doneren, om goed en sterk nageslacht te krijgen. Leven, en vooral niet te veel denken. Een mens is het dier wat ik wellicht het minst graag ben.....
Het verschil is dat de mens het enige dier is, dat zich omhult met een losse huid, wat wij kleding noemen. Goed, het is wel de mens die ook soms andere diersoorten voorziet van kleding. Bij voorkeur de hond. En ja natuurlijk onderscheidt de mens zich op meerdere vlakken, zoals onze wetenschappen, instrumenten en technieken. Maar we blijven dier. Zeker vanuit diverse religies wordt dat stellig ontkent, evenals de evolutietheorie van Darwin lange tijd werd ontkent.
We kunnen er ook vanuit gaan dat het denken van de mens zich het meest ontwikkeld heeft van alle diersoorten. Desondanks heeft de mens zich op veel fronten nog steeds niet ontwikkeld en zijn het de dierlijke driften, die ons leiden. Natuurlijk is agressie een primitieve communicatievorm. Je zou verwachten, dat dit alleen nog bij andere diersoorten voor komt. Echter, de mens blijft in vele opzichten een agressief beest. Andere banale dierlijke instincten beschikken wij, mensen, ook nog steeds. Macht en leiderschap. Wij blijven immers kuddedieren. Dat is ook duidelijk te zien in de politiek. De politiek wat vergeleken kan worden als de roedel regelaar. De politiek bepaalt de regels, die in de roedel gelden. In de politiek draait het vooral om macht. Macht van de groep, maar vooral macht van de individu. Door onze verbale ontwikkeling vechten mensen niet alleen fysiek, maar ook met woorden. Snijdend kunnen deze zijn. De leider weet zich verbaal het slimste te handhaven. De roedel schaart zich naar de leider. De roedel is een niet nadenkend orgaan. Hoe dierlijk zijn wij....
De mens is een van de weinige diersoorten die de voortplantingsorganen niet alleen voor dit doel aanwenden. Nee, seks is ook voor genot. De ontwikkeling van onze geest maakt dat we bij seks niet direct hoeven voort te planten. Maar seks toont hoe dierlijk wij zijn. Hunkerend naar genot is seks een belangrijk item in ons leven. Zo belangrijk dat seks ook een taboe verworden is, onder het juk van religie. Voor de voortplanting zelf is de mens nog steeds op zoek naar de juiste paar kandidaat. Goed zaad, sterke eitjes; de beste kinderen. In het dierenrijk gaat het niet anders.
Natuurlijk authentiek aan de mens is religie. Door ons verstandelijke vermogens zijn wij in staat na te denken over diepere zaken. Zoals bijvoorbeeld de zin van het leven. Die zin is er natuurlijk niet. In ieder geval niet individueel gezien. Ook in de breedte kan je twijfelen over de zin van het leven. Doordat de mens in staat is tot rede krijgt men angst, wanneer men stilstaat bij het feit dat het leven een zinloze schakel is en een collectieve illusie. Om die angst in toom te houden heeft men een mechanisme ontwikkelt, zodat de roedel zin aan haar bestaan kan geven. De angst wordt hierdoor weggenomen en de roedelleiders kunnen de onderdanen in het gareel houden. Lang leve de religie! Marx zat goed raak met zijn; geloof is opium voor het volk. Het zei zo, en niet anders! Onze machthebbers, lees leiders, hebben de religie gebruikt om dood en verderf te zaaien, om zo hun eigen positie te versterken en de macht te vergroten.
En bij de leiders zie je dan ook hele dierlijke handelwijzen. Hoe dictaroraler de leider, des te barbaarser zijn gedrag. Politiek of religieus, het ontloopt elkaar niet. Kijkend naar onze menselijke ontwikkeling, technische vooruitgang en niveau, dan bedenk je toch niet dat er nog gestraft wordt middels het af hakken van ledematen, stenigen, uitdelen van zweepslagen, marteling en even zo de doodstraf. Kortom, wij mensen vallen telkens weer in onze dierlijke valkuil. De ontwikkeling is maar schijn, eigenlijk zijn wij op dierlijk niveau blijven steken. In ons gedrag zijn wij niet meer, dan een groep Chimpansees. Alleen in ontwikkeling zijn we op een paar gebieden verder. Stukken verder. Het lijkt ons alleen niet te lukken onze welvaart en ontwikkeling te koppelen aan het minder dierlijk zijn. In tegendeel, soms lijken wij ons juist dierlijker te gedragen, naarmate de ontwikkeling ons verder brengt. Mens is dus een heel paradoxaal dier. Een vat vol tegenstrijdigheden.
Ook in de organisatie van ons wereld. Grote mierenkolonies, georganiseerde samenlevingen. Prima op elkaar afgestemd. En dat zonder geld, zonder belastingen, zonder alles wat de mens verzonnen heeft om de mensenkolonie op elkaar af te stemmen en te regelen. Wanner de mieren zich over een miljoen jaar ontwikkeld hebben zal daar een paradijselijke samenleving uit naar voren kunnen komen. Een slag, welke de mensheid duidelijk gemist heeft. De vermeende ongelijkheid tussen mensen onderling is even dierlijk als ondierlijk. Dierlijk vanuit de roedel gedachte, maar volledig ondierlijk wanneer je kijkt hoe de hele dierenwereld onderling haar zaakjes regelt. We zijn sneller geëvolueerd dan onze geest kon dragen. De mens is dan ook goed in staat haar eigen ondergang te creëren. Daar is men ook al een heel eind mee opgeschoten!
Ja, ik ben een dier. Ik waak, ik slaap. Poep, pis, boer en kots. Meestal op zo'n menselijke vinding als de wc, maar even zo gemakkelijk buiten in de natuur. Bij een mooi vrouwtje krijg ik een erectie en mijn eigen wijfje bescherm ik tegen het kwaad van buiten. Als mens kan je niet ieder vrouwtje bespringen, die je wilt. De behoefte is bij het mannetje (op de achtergrond) echter nog steeds potentieel aanwezig. Een dierlijk gedrag wat wij ons voor de buitenwereld hebben afgeleerd.
Mijn leven is volledig zinloos. Ik ben geboren, leef en straks zal ik weer sterven. Ik zal in de vergetelheid raken. Mijn lijf zal tot as verworden, of als humus eindigen, onder de grond. Mijn geest zal doven. Nee, voor dieren is geen hiernamaals. Evenmin voor het dier mens. De mens kwelt zichzelf onder een juk van regels, verplichtingen, en... roedelgedrag. Wanneer er een blaft, gaan de anderen ook blaffen. We zijn net honden. We dienen bij voorkeur onze koningin, in welke hoedanigheid dan ook, en zijn niet anders dan een kolonie mieren. We moorden, om ons voedsel te beschermen, of we moorden om ons territorium te vergroten. We dragen de agressie van een roodborstje.
Wat een vreselijk arrogant dier zijn wij eigenlijk. Logisch ons dierlijke afkomst te ontkennen. Zeer bedreigend. Het zou ons gedrag verklaren en bovendien zal duidelijk worden dat onze geest onze vooruitgang niet heeft kunnen bij benen. De zinloosheid van het bestaan kan een te grote invloed hebben, en nog meer bandeloosheid creëren.
Ja, ik ben een dier. Mijn soort heet mens. Met regelmaat zou ik een ander dier willen zijn. Of een mens in wat wij de pre-historie noemen. Leven om te overleven, jagen en voedsel kweken. Terug naar het wezenlijke zijn. Bezig met overleven en niet stil hoeven te staan bij de zin, of onzin, van het leven. Leven, en na een goed leven sterven. Op jacht naar voedsel. Mijn sperma in het juiste vrouwtje doneren, om goed en sterk nageslacht te krijgen. Leven, en vooral niet te veel denken. Een mens is het dier wat ik wellicht het minst graag ben.....
Abonneren op:
Posts (Atom)